De LinkedIn groep ‘Het Veiligheidshuis, samenwerken aan veiligheid’ is een ontmoetingsplaats waar professionals die betrokken zijn bij het Veiligheidshuis kennis en ervaringen kunnen delen om op deze wijze van elkaar te kunnen leren.
Deze website houdt u op de hoogte van het laatste nieuws, interessante bijeenkomsten en relevante publicaties uit het veld van de Veiligheidshuizen. Verder vindt u hier meer informatie over de LinkedIn groep ‘Het Veiligheidshuis, samenwerken aan veiligheid’ en haar initiatiefnemers.

Grapperhaus intensiveert mogelijkheden afpakken crimineel vermogen

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning.

Nieuwe instrumenten – continue vermogensmonitor en strafrechtelijke curatele –  worden uitgewerkt om de financiële handel en wandel van misdadigers beter in beeld te krijgen. De mogelijkheden om crimineel vermogen af te pakken zijn de afgelopen tijd al versterkt. Deze aanpak wil minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid verder intensiveren.

Anti-ondermijningsgelden

De anti-ondermijningsgelden uit het regeerakkoord – 100 miljoen euro in het fonds en 10 miljoen euro structureel – zijn vorig jaar over de verschillende regio’s verdeeld en er wordt gewerkt aan een pakket aan anti-ondermijningswetgeving. Aanvullend hierop heeft het kabinet dit najaar de aanpak met 110 miljoen euro extra versterkt voor een breed landelijk offensief tegen ondermijnende criminaliteit. Ook investeert het kabinet 30 miljoen euro in regionale en landelijke projecten voor het afpakken van crimineel vermogen. De focus van de regionale en landelijke partners ligt op de illegale drugsindustrie en criminele geldstromen.

Continue vermogensmonitor

Om de financiële handel en wandel van criminelen nog beter in beeld te krijgen, wil minister Grapperhaus dat gedurende langere tijd toezicht kan worden gehouden op het vermogen van veroordeelden. Binnen de bestaande wettelijke kaders zal hiertoe een continue vermogensmonitor bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) worden ontwikkeld. Op deze manier kan het CJIB gedurende langere tijd toezicht houden op het vermogen van veroordeelden en kan crimineel vermogen nadat het beeld is gekomen sneller worden onttrokken op grond van een ontnemingsmaatregel.

Strafrechtelijke curatele

Tevens wil minister Grapperhaus een wettelijke regeling voorbereiden voor strafrechtelijke curatele. Daarmee wordt het mogelijk dat de rechter bij het opleggen van een ontnemingsmaatregel de beschikkingsbevoegdheid van de veroordeelde over zijn vermogen beperkt. Een toezichthouder ziet er dan op toe dat een ontnemingsvordering wordt voldaan. Ook moet de veroordeelde eerst toestemming vragen aan de toezichthouder voor rechtshandelingen over zijn vermogen. Dit is vergelijkbaar met de aanstelling van een bewindvoerder bij de verlening van een surseance van betaling als een bedrijf in financieel zwaar weer is beland. Bij het uitwerken van deze maatregel zal oog zijn voor de veiligheid van de toezichthouder en de daaraan verbonden kosten. De komende tijd worden de contouren van deze twee maatregelen verder uitgewerkt en de kosten ervan in kaart gebracht. Verder zal het afpakken van crimineel vermogen dat is weggestopt in een andere EU-lidstaat worden vereenvoudigd en versneld door de Europese Confiscatieverordening, die aan het eind van dit jaar in werking zal treden. De uitvoeringswetgeving is inmiddels voor advies voorgelegd aan de Raad van State.

Breed offensief

De komende maanden wordt nog verder gewerkt aan het breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit. In het voorjaar van 2020 zal er een uitgewerkt plan liggen dat bestaat uit een combinatie van repressieve en preventie maatregelen: oprollen, afpakken en voorkomen. Zo wordt op dit moment een Multidisciplinair Interventie Team (MIT) ingericht dat criminele kopstukken en hun netwerken gaat oppakken en crimineel vermogen gaat afpakken, wordt bewaken en beveiligen versterkt en met VWS samengewerkt aan het tegengaan van normalisering van drugsgebruik. In de preventieve aanpak werkt minister Grapperhaus verder samen met diverse ambtscollega’s, zoals van BZK, VWS, SZW en OCW, en met lokale partners. Er wordt samengewerkt op de terreinen onderwijs, werken, wonen en veiligheid om te voorkomen dat onze economie en wijken worden geïnfecteerd door het gif van de criminele (drugs)industrie en de grote sommen zwart geld die er in om gaan.

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra de methodiek Rijker Verantwoorden bij de verantwoording van hun aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.

Organisaties hadden te weinig grip op Philip O.

Betrokken organisaties hebben de mogelijkheden die ze hadden om Philip O. te straffen en behandelen onvoldoende benut. Dat staat in het kritische rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJ&V) dat minister Dekker voor Rechtsbescherming en staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid, aan de Tweede Kamer sturen. Minister Dekker neemt de aanbevelingen van de inspectie over.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.

Onvoldoende gehandeld

“In de ruim tien jaar dat organisaties Philip O. in beeld hadden, hebben betrokken organisaties onvoldoende gehandeld, zowel in het straf- als zorgtraject. In die periode kon O. verder ontsporen en daarvan is Joost Wolters het slachtoffer geworden. Dat is uitermate tragisch. Mijn gedachten gaan uit naar de nabestaanden.” aldus minister Dekker.

Uitkomsten inspectierapport

Op 27 juli 2017 vond er een dodelijk steekincident plaats in de Amsterdamse metro. Hierbij werd een willekeurig slachtoffer doodgestoken door Philip O. O. verbleef toen met een gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis (AMC). De Inspectie Gezondheid en Jeugd (IGJ) heeft hier eerder onderzoek naar gedaan en ‘ernstige knelpunten’ in de geboden zorg geconstateerd. Het AMC heeft een aantal verbetermaatregelen doorgevoerd. De IJ&V heeft onderzoek gedaan naar het justitiële traject van O. Het rapport laat zien dat er op cruciale momenten onvoldoende is doorgepakt door de betrokken organisaties en daarmee mogelijkheden om grip te krijgen op O. onvoldoende zijn benut.

Onvoldoende doorgepakt

Zo kreeg O. bijvoorbeeld in 2006 een behandelmaatregel voor jeugdigen opgelegd, maar onderging deze niet. In plaats daarvan vertrok O. naar het buitenland. Signalering in de opsporingssystemen, zodat O. kon worden opgepakt, bleef achterwege.  Ook op een later moment toen O. weer met justitie in aanraking kwam, werd de opgelegde maatregel niet alsnog uitgevoerd. Een ander voorbeeld is dat op het moment dat O. jaren later voorwaardelijk in vrijheid werd gesteld, de opgelegde bijzondere voorwaarden niet waren ingevuld.

Gezworven tussen straf en zorg

Dekker: “Ruim tien jaar lang heeft O. gezworven; tussen straf en zorg, en tussen verschillende hulpinstellingen. Te vaak waren organisaties vooral gericht op hun eigen werkterrein, op hun eigen verantwoordelijkheid. De samenleving verwacht dat alles op alles wordt gezet door al deze instanties om de maatschappij te beschermen. Dat is terecht. De betrokken organisaties doen er alles aan om herhaling zo veel mogelijk uit te sluiten.”

Genomen maatregelen

De door de inspectie gesignaleerde knelpunten zijn eerder onderkend. Daartoe zijn de afgelopen tijd maatregelen genomen. Daarbij is de nadruk meer op veiligheid en risicobeheersing komen te liggen, en op betere samenhang tussen straf en zorgtrajecten. Drie omvangrijke wettelijke hervormingen gaan professionals helpen om meer grip en zicht te krijgen op deze personen. De nadruk ligt hierbij op een snelle en zekere uitvoering van opgelegde straffen. In de kern gaat het om een beter beeld, zorgvuldigere toetsing en helderder regie.

Beter beeld

Ten eerste de herziening van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen; de Wet USB. Die wet zorgt ervoor dat informatie over het uitvoeren van een straf volledig en betrouwbaar beschikbaar komt voor de professionals van OM, politie en reclassering, ook voor hun contacten met de zorg. Er wordt daarbij niet langer gekeken naar een zaak, maar naar de persoon en alles wat die op zijn kerfstok heeft. Een openstaande straf blijft zo niet onopgemerkt.

Zorgvuldigere toetsing

Ten tweede het wetsvoorstel straffen en beschermen. Dit voorstel herziet hoe een gevangenisstraf wordt uitgevoerd. De periode in detentie en de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) worden meer in samenhang gezien. Zo zal bewuster worden gekeken naar risico’s voor de samenleving, het gedrag van de veroordeelde en naar de belangen van slachtoffers. Als er risico’s zijn, volgen strikte voorwaarden of wordt geen v.i. verleend.

Heldere regie

Ten derde de regeling gedwongen zorg. De wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet forensische zorg (Wfz) regelen een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden en leggen verbindingen tussen justitie en zorg. Helder is dat het OM verantwoordelijk is voor het proces en de geneesheer-directeur gaat over de zorg. Bovendien krijgt de strafrechter de mogelijkheid een zorgmachtiging op grond van de Wvggz op te leggen. Daardoor kan snel en bewust worden gekozen voor straf, zorg of een combinatie van beide.

Casusregie

Casusregie is de sturing op de gezamenlijke aanpak in een specifieke casus. Een casusregisseur fungeert als centrale professional en als vast aanspreekpunt voor de betrokkene. Hij zorgt voor coördinatie van de uitvoering van een gezamenlijk afgesproken aanpak en schakelt waar nodig andere partijen in. Als de casus vastloopt rapporteert de casusregisseur aan de procesregisseur en vraagt een nieuwe bespreking in het casusoverleg aan.

Maatschappij beter beschermen

Dekker: “Deze nieuwe mogelijkheden moeten alle betrokkenen beter in staat stellen om te handelen en daarmee de maatschappij beter te beschermen. Ik weet dat een sleutel tot verandering ook zit in een goede en snelle invoering en uitvoering van deze veranderingen. Daar zie ik scherp op toe.”