Gemeenten gaan met financiële regeling overlastgevende asielzoekers aanpakken

Tien gemeenten gaan de komende maanden extra aan de slag om overlastgevende asielzoekers aan te pakken. Er komen onder meer projecten met boa’s, toezichthouders, coaches en cameratoezicht. De gemeenten bekostigen de extra inzet met behulp van een financiële regeling die staatssecretaris Broekers-Knol beschikbaar heeft gesteld.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Deelnemende gemeenten zijn onder andere Boxmeer, Grave, Nijmegen, Venray, Cranendonck, Oisterwijk, Emmen, Westerwolde en Den Helder. Deze gemeenten kampten afgelopen tijd regelmatig met overlast en hebben nu samen met het Rijk de handen ineengeslagen. Ze kregen goedkeuring voor hun projecten.

Maatregelen

De gemeente Oisterwijk gaat cameratoezicht houden rond het asielzoekerscentrum. Daarmee willen zij het veiligheidsgevoel van omwonenden vergroten en overlastgevers (sneller) in beeld krijgen en beboeten. Emmen kiest onder meer voor de inzet van toezichthouders op het station, waar overlast wordt ervaren van asielzoekers die van of naar het aanmeldcentrum in Ter Apel reizen. Den Helder wil samen met lokale ondernemers de mogelijkheden verkennen om overlastgevers alternatieve taakstraffen op te leggen. In Westerwolde wordt de pendelbus van het station naar het asielzoekerscentrum verlengd tot het einde van dit jaar. In Grave, Boxmeer en Nijmegen komen boa’s die fietsendiefstal, zwartrijden en agressie in het openbaar vervoer moeten tegengaan.

Lokale inzet hard nodig

De overgrote meerderheid van de asielzoekers in Nederland veroorzaakt geen problemen. Een relatief kleine groep zorgt echter wel voor overlast, zoals winkeldiefstal, vernieling en bedreiging. Dat ondermijnt het draagvlak voor de opvang van mensen die onze bescherming nodig hebben. ‘Overlast kun je niet alleen aanpakken met wetten en regels vanuit Den Haag. Het vergt samenwerking tussen heel veel partijen, juist ook lokaal, én de inzet van de juiste maatregelen. De subsidie geeft gemeenten de vrijheid om zelf te bepalen welke aanpak het beste bij hun problematiek past’ stelt de staatssecretaris. Eveneens kan er worden geleerd van wat niet werkt. 

Mix van maatregelen

De financiële regeling is onderdeel van een reeks landelijk genomen maatregelen om overlast tegen te gaan. Een overlastgever direct uitzetten tijdens de asielprocedure kan niet, onder meer vanwege internationale regelgeving. Daarom is er gekozen voor een aanpak waarbij de overlastgevers dicht op de huid worden gezeten. Zo zijn er inmiddels 4 ketenmariniers aangesteld die gemeenten, de politie, het Openbaar Ministerie (OM), het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en andere betrokkenen helpen met de aanpak van overlast. Ook is er een Top X-lijst, waarop de zwaarste overlastgevers staan, zodat die kunnen worden aangepakt. Het COA kan sinds kort een time-out opleggen als iemand overlast veroorzaakt, waardoor iemand tijdelijk enkel nog sobere opvang krijgt. Daarnaast is de Handhaving- en Toezichtslocatie geopend in Hoogeveen, waar zware overlastgevers naar kunnen worden overgeplaatst. In totaal was 1 miljoen euro beschikbaar voor de regeling. De 10 gemeenten zijn samen goed voor de helft van dat bedrag. Op de rest is door gemeenten geen aanspraak gemaakt.


Dreigingsbeeld NCTV: Aanslag Nederland voorstelbaar, dreiging vooral van eenlingen

Op dit moment zijn er in Nederland personen die radicaliseren of sterk geradicaliseerd zijn en een dreiging kunnen vormen. Alhoewel er geen aanwijzingen zijn dat mensen in Nederland een aanslag voorbereiden, blijft het voorstelbaar dat dit kan gebeuren. Aanslagen in Europa zijn doorgaans provisorisch, worden gepleegd door eenlingen en kennen weinig slachtoffers. De jihadistische dreiging is geenszins verdwenen. Daarom blijft het dreigingsniveau op 3 van de 5 staan. Dat blijkt uit het 53ste Dreigingsbeeld van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Gepolariseerd debat met scherpe randen

Sinds de uitbraak van het coronavirus heeft het maatschappelijk ongenoegen zich zowel online als offline verder gemanifesteerd. Een deel van de verschillende groepen en individuen vindt elkaar in het afwijzen van de overheid of overheidsbeleid. Dit gebeurt niet zozeer vanuit ideologische motieven, maar vanwege gevoelens van onrechtvaardigheid, groot onbehagen of een andere werkelijkheidsbeleving. Mensen die de overheid, wetenschap en traditionele media al langer wantrouwen, kunnen hun denkbeelden bevestigd zien in complottheorieën en desinformatie. Sociale media spelen daarbij een faciliterende en mobiliserende rol en fungeren als een soort blaasbalg. Behalve de relatief brede, gemêleerde activistische bovenlaag, bestaat er een radicale onderstroom met soms extremistische gedragingen, zoals het belagen van journalisten en politici of, het intimideren van politiemensen.

Rechts-extremistische geweldsdreiging is voorstelbaar

De uitbraak van het coronavirus en de genomen maatregelen om het virus onder controle te krijgen, hebben niet geleid tot een verhoogde dreiging van rechts-extremisme in Nederland. Gekende groepen hebben doorgaans geringe invloed, zijn verdeeld en zoeken voornamelijk aansluiting bij actuele thema’s. De ontwikkelingen online staan hier los van: juist op digitale platforms kunnen eenlingen mogelijk radicaliseren door contacten met gelijkstemden. Een aanslag uit rechts-extremistische hoek blijft vooral vanwege online ontwikkelingen voorstelbaar.

Opleving ISIS in Syrië en Irak

Vergeleken met vorig jaar vertoont ISIS verhoogde activiteit in Syrië en Irak. Sinds de val van ‘het kalifaat’ is de aanslagdreiging verminderd, maar niet verdwenen. ISIS heeft nog steeds de ambitie aanslagen te plegen in Europese landen. Daartoe probeert de groepering structuren en netwerken op te zetten, waarbij sympathisanten en aanhangers binnen Europa een rol kunnen spelen en in contact kunnen komen met ISIS-leden in Syrië. De coronapandemie heeft de mogelijkheid voor uitreizigers om terug te keren naar Europa tijdelijk ingeperkt.

Jihadistische beweging in Nederland verdeeld, maar onvoorspelbaar

De directe geweldsdreiging die van de Nederlandse jihadistische beweging uitgaat, lijkt enigszins afgenomen door sociale en ideologische versplintering, demotivatie en het ontbreken van krachtige leiders en aanjagers. De meeste activiteiten zijn geweldloos, maar de dreiging onvoorspelbaar. Onder sommige Nederlandse jihadisten leeft nog altijd de intentie om in Nederland een aanslag te plegen. Waakzaamheid voor enkelingen uit de beweging blijft geboden. De komende jaren zijn bepalend voor de jihadistische beweging. Als deze verder desintegreert kan dat leiden tot een krimp en een minder ontvankelijke omgeving voor jihadisten die uit gevangenschap terugkeren in de samenleving. Dat betekent aanhoudende overheidsdruk en onverminderde inzet van repressieve maatregelen.

Politiek-salafistische aanjagers zetten hun activiteiten voort

Aanjagers proberen hun politieke slagkracht te versterken door hun achterban te voeden en te mobiliseren. Zowel voor individuele zaken, zoals solidariteit met de imam van de Haagse as-Soennah moskee, of de ontslagen directeur van het Cornelius Haga Lyceum, als voor politieke vraagstukken, zoals het rapport van de Parlementaire Onderzoekscommissie Ongewenste Beïnvloeding (POCOB).


Minister Dekker: tbs- systeem verder verbeteren

Het tbs-systeem wordt verder verbeterd door de capaciteit en kwaliteit van de forensische zorg te verhogen, de regie op tbs-behandelingen te verbeteren en de manier waarop verlof verleend wordt aan te scherpen. Dat schrijft minister Dekker (Rechtsbescherming) in een brief aan de Tweede Kamer, naar aanleiding van twee rapporten van de Inspectie Justitie en Veiligheid.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Minister Dekker: “Het is goed dat de inspectie ons scherp houdt. We zijn weliswaar een eind op de goede weg, maar we zijn er nog niet. Honderd procent garantie dat we vrij van incidenten blijven, is nooit te geven. Maar ik denk dat we met een aantal aanvullende maatregelen wel het tbs-systeem verder kunnen verbeteren. Verder vind ik het belangrijk dat we ook in de toekomst blijven leren van dingen die niet goed gaan. Ook tbs is en blijft mensenwerk en vraagt blijvend aandacht.”

Capaciteit vergroten

Aan het einde van de tbs-behandeling stromen tbs-ers door naar een instelling met een lager beveiligingsniveau of bijvoorbeeld beschermd wonen. De Inspectie signaleert een knelpunt bij de hoeveelheid en de kwaliteit van deze plekken voor tbs-ers aan het einde van hun behandeling. De tbs-instellingen raken behoorlijk vol doordat de doorstroom en de uitstroom hierdoor stokken. Dat signaal is heel helder en daarom wordt er actie ondernomen. Op korte termijn komen er meer plekken in de forensische zorg, vooral deze plekken die nodig zijn om uit te kunnen stromen. Ook gaat er meer gestuurd worden op de kwaliteit van zorg. Dit gaat o.a. gebeuren bij de inkoop van de zorg door de Dienst Justitiële Inrichtingen. Zij gaan hier gerichtere afspraken over maken met de tbs-klinieken en andere forensische zorginstellingen.

Regie verbeteren

Om de regie op tbs-behandelingen te verbeteren, worden een aantal maatregelen genomen. Ten eerste constateert de inspectie dat generieke maatregelen soms het nodige maatwerk in de tbs in de weg zitten, waardoor de druk op tbs-klinieken oploopt. Een voorbeeld hiervan is het vanzelfsprekend intrekken van verlof voor de duur van een jaar als een tbs-er zich niet aan de regels houdt. Denk daarbij aan het niet terugkomen na verlof. Deze algemene regel legde in sommige gevallen disproportioneel veel druk op de behandeling. Daarom wordt deze afgeschaft, waardoor er meer ruimte komt voor maatwerk. Uiteraard worden bij nieuwe verlofaanvragen altijd eerdere misstappen meewogen. Als verlof niet verantwoord is, wordt het niet toegekend. Ten tweede blijft de inzet op het verbeteren van de personele bezetting in tbs-klinieken onverminderd doorgaan. De inspectie signaleert dat tbs-klinieken geconfronteerd worden met onder andere een gebrek aan vast personeel, waardoor er sprake is van een hoge werkdruk. De Taskforce Veiligheid en Kwaliteit is afgelopen augustus de arbeidsmarktcampagne “Werken in de forensische zorg” gestart. Via de website www.werkeninforensischezorg.nl, verschillende radiocommercials en een magazine over werken in de forensische zorg wordt het werk in deze belangrijke sector onder de aandacht gebracht.

Verlof aanscherpen

De inspectie merkt op dat het verlenen van verlof op een zorgvuldige manier gebeurt. Toch zijn er mogelijkheden om de toetsing van de basis waarop verlof wordt verleend te verbeteren. Uit de rapporten blijkt dat het nodig is de afspraken rondom het aanleveren van informatie voor de toetsing van verlof aan te scherpen, bijvoorbeeld bij een overplaatsing naar een externe voorziening. De externe verloftoetsing door het Adviescollege Verloftoetsing Tbs (AVT) is een van de speerpunten van het tbs-stelsel. Het AVT kan alleen haar belangrijke taak gedegen uitvoeren als ze over alle relevante informatie beschikt. Het AVT organiseert binnenkort een conferentie met de klinieken over hoe bestaande processen en procedures kunnen worden verbeterd. Daarnaast is het bij incidenten zo, dat wat er geleerd wordt uit evaluaties, niet altijd volledig met de Inspectie gedeeld kan worden door het medisch beroepsgeheim. Dit gaan we aanpassen met een reparatiewet die op dit moment bij de Raad van State ligt voor advies.


Wetsvoorstel verbod antidemocratische organisaties aangenomen door Tweede Kamer

Op het moment dat radicale of extremistische organisaties de samenleving ernstig bedreigen of de rechtsorde omver willen werpen, moeten we snel kunnen ingrijpen door zulke organisaties door de rechter direct te laten verbieden. Nu kost dat soms jaren procederen en dat gaat straks sneller en effectiever. Het wetsvoorstel van minister Dekker (Rechtsbescherming) dat dit mogelijk maakt, is aangenomen door de Tweede Kamer. Dat is belangrijk, want bedreigingen van deze organisaties zijn de afgelopen jaren toegenomen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Minister Dekker: “We moeten een duidelijke grens trekken als vrijheden door radicale of extremistische organisaties misbruikt worden om onze rechtsstaat en democratische waarden aan te tasten. Tolerant zijn tegen intolerantie kunnen we ons simpelweg niet veroorloven. We maken het daarom mogelijk om sneller en effectiever in te grijpen tegen zulke organisaties als het nodig is, waar zoiets nu nog jarenlange procedures vergt.”

Verlichting bewijs

Om effectiever de strijd tegen antidemocratische organisaties aan te gaan, maakt de wet concreter wat in Nederland in strijd is, of kan zijn, met de openbare orde. Officieren van justitie kunnen daardoor eenvoudiger dan nu het geval is, bewijzen dat een organisatie moet worden verboden, bijvoorbeeld omdat deze aanzet tot haat en geweld of een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid. En de rechter krijgt meer houvast als hij een beslissing moet nemen over zo’n verzoek van het Openbaar Ministerie. Zo maken we het makkelijker om organisaties die onze samenleving dreigen te ontwrichten te verbieden en ontbinden.

Bestuursverbod

In de bestaande wetgeving ligt de nadruk alleen op organisaties, waarbij we individuen niet op de korrel kunnen nemen. Dit gaat veranderen. Leidinggevenden van verboden organisaties krijgen in principe een bestuursverbod van drie jaar of meer. Dit voorkomt dat zij ongehinderd door kunnen gaan met hun antidemocratische activiteiten in een andere organisatie. Ook kan de rechter het bevel geven tijdens de procedure activiteiten van een organisatie stop te zetten, waarbij het strafbaar wordt als je zo’n verbod negeert. Zo voorkomt het wetsvoorstel dat ongewenste activiteiten binnen een organisatie worden voortgezet totdat de verbodenverklaring en ontbinding onherroepelijk zijn.

Verdubbeling straf

Wie na een definitief verbod toch nog doorgaat, kan straks een gevangenisstraf van twee jaar krijgen. Nu is dat nog één jaar.


Belangrijke stap gezet naar betere aanpak van schulden

Tientallen gemeenten en organisaties bekrachtigden vandaag het pact ‘Op weg naar een schuldenzorgvrij Nederland’. Ze spreken er mee af dezelfde, succesvolle schuldenaanpakken te gebruiken. Hierdoor kunnen mensen hun schulden sneller afbetalen en kunnen gemeenten meer mensen met schulden helpen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Schuldenpact

SchuldenlabNL staat aan de basis van het Schuldenpact. Dit landelijk samenwerkingsverband van publieke en private partners heeft tot doel om succesvolle, lokale schuldenaanpakken uit te breiden over het hele land. In de afgelopen periode werkte SchuldenlabNL samen met wethouders, vertegenwoordigers van overheidsorganisaties, de bankensector, woningcorporaties, verzekeraars en energieleveranciers aan de invoering en verdere opschaling van vijf schuldhulpmethoden.

Toestroom schuldhulpverlening

De intensievere samenwerking komt op een belangrijk moment. Door de coronacrisis krijgen naar verwachting meer mensen te maken met ernstige financiële problemen. Vooral kwetsbare groepen worden door de coronacrisis hard geraakt. Dat geldt in het bijzonder voor jongeren, flexwerkers, ondernemers met weinig financiële reserves en kinderen in gezinnen die leven rond de armoedegrens. Het kabinet heeft recent extra geld beschikbaar gesteld om onder meer de gemeentelijke schuldhulpverlening toe te rusten voor een grotere toestroom van hulpvragen. Ook komt er extra inzet op het signaleren van armoede in gezinnen.

Beproefde schuldenmethoden

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is nauw betrokken bij het Schuldenpact en stimuleert dat gemeenten en andere partijen de beproefde schuldhulpmethoden van SchuldenLabNL overnemen. Staatssecretaris Van ’t Wout, binnen het kabinet coördinerend bewindspersoon voor de Brede Schuldenaanpak, pleitte er tijdens de bijeenkomst voor dat meer gemeenten zich aan zullen sluiten bij dit initiatief: Juist nu met de coronacrisis hebben we de samenwerking tussen alle partijen keihard nodig om de schuldenproblematiek terug te dringen. Bijna 70 procent van de huishoudens met risicovolle schulden blijft te lang onzichtbaar. Hoe eerder mensen om hulp durven vragen, hoe groter de kans dat hun schulden controleerbaar blijven en hoe meer ze grip houden op hun situatie.

Schuldenaanpak versterken

Het kabinet heeft vanwege de coronacrisis met gemeenten en andere partijen afspraken gemaakt om de aanpak van schulden en armoede te versterken en te versnellen. Met de afspraken wil het kabinet bewerkstelligen dat mensen snel aan de bel trekken bij geldzorgen, weten waar zij welke hulp kunnen krijgen en zo problematische schulden voorkomen. Ze vormen een aanvulling op het Actieplan brede schuldenaanpak dat onderdeel is van het regeerakkoord. Het gaat om een veertigtal acties op tal van fronten om de schuldenproblematiek terug te dringen, gericht op preventie, snelle en effectieve schuldhulp en een zorgvuldige, maatschappelijk verantwoorde incasso. Het kabinet werkt in de brede schuldenaanpak samen met gemeenten, uitvoeringsorganisaties en maatschappelijke organisaties.


Wet uitbreiding slachtofferrechten aangenomen door Tweede Kamer

Verdachten van ernstige zeden- en geweldsmisdrijven zijn voortaan verplicht aanwezig op de zitting en bij de uitspraak in hun strafzaak. Dit zorgt ervoor dat het slachtoffer of de nabestaande gebruik kan maken van het spreekrecht in het bijzijn van de verdachte. Hierdoor wordt de verdachte geconfronteerd met de impact die het misdrijf heeft op het slachtoffer of de nabestaande. De Wet uitbreiding slachtofferrechten van minister Dekker (Rechtsbescherming) die is aangenomen door de Tweede Kamer maakt dit mogelijk.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Minister Dekker: ‘Als verdachte van een ernstig misdrijf heb je straks geen keus meer, je moet er gewoon zijn in de rechtszaal. Dit is wel het minste wat je kunt doen voor het slachtoffer of de nabestaande. Zij moeten de kans hebben om ook aan de verdachte te vertellen wat het misdrijf met hen heeft gedaan. Die aanwezigheid kan ook enorm helpen bij de verwerking van zo’n heftige gebeurtenis.’

Aanwezigheid verdachte verplicht

De plicht voor een verdachte om aanwezig te zijn, is ook van belang voor de samenleving. Door de aanwezigheid van de verdachte wordt zichtbaar hoe het recht in ernstige strafzaken zijn loop krijgt. Voor de verdachte zelf is het ook van belang dat hij meemaakt wat op de zitting gebeurt en wat procesdeelnemers zeggen. Als de verdachte aanwezig is kunnen rechter en officier van justitie de verdachte zelf ook ondervragen. Dat draagt bij aan de waarheidsvinding omdat zij zelf een indruk krijgen van de persoon van de verdachte.

Spreekrecht tbs-verlenging

Er komt daarnaast spreekrecht voor slachtoffers of nabestaanden tijdens de tbs-verlengingszitting. Het is belangrijk dat slachtoffers of nabestaanden rechtstreeks contact hebben met de rechter en kunnen vertellen waarom zij bescherming nodig hebben (contact-of straatverbod). Het moment waarop een dader weer terugkeert in de samenleving, kan bij slachtoffers of nabestaanden boosheid, verdriet en angst veroorzaken. Zij worden op dat moment weer geconfronteerd met wat er is gebeurd. Door spreekrecht in te voeren tijdens de tbs-verlengingszitting kunnen slachtoffers of nabestaanden zich uitlaten over de bijzondere voorwaarden die aan de voorwaardelijke beëindiging van tbs met dwangverpleging kunnen worden verbonden.

Spreekrecht stief-familie

De stief-familie van een overleden slachtoffer mag straks ook gebruik van het spreekrecht tijdens de terechtzitting. Dat is nu nog niet zo. Hiermee wordt recht gedaan aan het feit dat steeds meer kinderen opgroeien in een samengesteld gezin. Verder spreekt het slachtoffer of nabestaande voortaan op een vast moment, voorafgaand aan het requisitoir van de officier van justitie. Dan kan de officier er nog rekening mee houden in het formuleren van de strafeis.

Uitbreiding voorschotregeling

Ook wordt de voorschotregeling voor slachtoffers en nabestaanden uitgebreid. De regeling geldt op dit moment alleen bij zwaardere zaken waarin sprake is van een misdrijf. Dat gaat veranderen, voortaan kun je bij overtredingen ook aanspraak maken op de voorschotregeling. Dat betekent dat de overheid de schadevergoeding voorschiet als de dader na 8 maanden de definitief opgelegde schadevergoeding nog niet heeft betaald.


NL-Alert blijft groeien: inzet en bereik nemen toe

NL-Alert wordt steeds vaker ingezet bij noodsituaties. Zo werden vorig jaar 174 NL-Alerts uitgezonden, in 2013 waren dit er 33. Dit is een positieve ontwikkeling: Nederlanders worden bij steeds meer noodsituaties, zoals een grote brand, terroristische aanslag of onverwacht noodweer, op hun mobiel gewaarschuwd en geïnformeerd. Uit onderzoek blijkt dat ruim 8 op de 10 Nederlanders het waarderen dat een NL-Alert wordt ingezet bij een noodsituatie.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants 

In een NL-Alert staat wat er aan de hand is, wat je moet doen en waar je meer informatie kunt vinden. Op 14 december 2012 werd NL-Alert voor het eerst ingezet bij een brand in het Groningse Tolbert. Sindsdien zijn er 899 NL-Alerts uitgezonden bij ongeveer 450 incidenten. Het alarmmiddel is bij uiteenlopende noodsituaties ingezet. Zo werd NL-Alert afgelopen zomer ingezet om strandgasten te waarschuwen voor gevaarlijke muistromen in zee. In maart dit jaar is een NL-Alert verstuurd om mensen te wijzen op de belangrijkste instructies om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan.

NL-Alert spoort aan tot actie

9 op de 10 Nederlanders lezen het NL-Alert direct na ontvangst. “Het is een goed teken dat mensen de urgentie van een NL-Alert voelen,” zegt Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen en voorzitter van het Veiligheidsberaad. Het Veiligheidsberaad is het landelijk bestuurlijk platform van de veiligheidsregio’s. “Veiligheidsregio’s zetten NL-Alert alleen in bij situaties waarbij mensen direct in actie moeten komen om zichzelf en anderen in veiligheid te brengen. In een NL-Alert staat daarom altijd wat je moet doen. Mijn oproep is dan ook: kom meteen in actie bij een NL-Alert.”

NL-Alert heeft niet alleen effect op de ontvangers, maar ook op hun omgeving. Bijna de helft van de Nederlanders informeert na het zien van een NL-Alert één of meerdere mensen. Het vaakst worden familieleden gewaarschuwd (34%), gevolgd door buren (11%) en vrienden (10%). Deze cijfers onderstrepen dat NL-Alert wordt gewaardeerd, vindt Hubert Bruls: “NL-Alert is hét alarmmiddel in Nederland. Met NL-Alert kunnen mensen via hun mobiel en via veel digitale reclameschermen en digitale reisinformatieschermen gericht gealarmeerd en geïnformeerd worden tijdens een noodsituatie in de buurt. Hoe meer mensen een NL-Alert bereikt, hoe beter.”

Bereik neemt fors toe

NL-Alert bereikt steeds meer mensen. Zo ontving 90% van alle Nederlanders van 12 jaar en ouder het controlebericht van 8 juni 2020, terwijl in 2013 dit slechts 9% was. Ook onder ouderen is het bereik zeer hoog: driekwart van de 75-plussers heeft het controlebericht van afgelopen juni ontvangen. Om in de toekomst nog meer mensen te kunnen waarschuwen en informeren bij noodsituaties, wordt NL-Alert verder uitgebreid. NL-Alert zie je op steeds meer digitale reclameschermen en digitale reisinformatieschermen in het openbaarvervoer.

Publiekscampagne

Op 5 oktober start de publiekscampagne ‘Wees alert bij een NL-Alert’ die is te zien op tv, in tijdschriften en online. Je ontvangt NL-Alert op je mobiel. Hiervoor hoef je niets te doen. Zodra je een NL-Alert ontvangt, laat je mobiel een hard en doordringend alarmgeluid horen. Zie je een NL-Alert? Lees meteen het bericht, kom in actie en help anderen. Zo weten ook de mensen om je heen wat er aan de hand is en wat zij moeten doen.

De overheid zendt twee keer per jaar het NL-Alert controlebericht uit. Zo weten mensen hoe NL-Alert op hun mobiel klinkt en eruit ziet. Het volgende NL-Alert controlebericht wordt op maandag 7 december 2020 rond 12 uur uitgezonden.


Staatsecretaris Blokhuis lanceert nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag

Staatssecretaris Blokhuis heeft tijdens een digitale bijeenkomst bij het regionale meldpunt openbare GGZ van de GGD Flevoland het nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag gelanceerd. Via het meldpunt kunnen mensen die zich zorgen maken over een naaste in contact komen met zorgverleners in de buurt. Daarmee kan een melding bij het meldnummer het begin zijn van hulp waar behoefte aan is. Het gaat over niet-acute zaken: bij acute crisis of gevaar is zoals gebruikelijk het nummer 112 beschikbaar, of de lokale crisisdienst van de ggz.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Partijen zoals GGD GHOR Nederland, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, politie, MIND Korrelatie, ervaringsdeskundigen en regionale meldpunten hebben een bijdrage geleverd aan de totstandkoming.

Staatssecretaris Blokhuis is blij met het meldpunt: “Mensen die zich zorgen maken over het gedrag van iemand anders, bijvoorbeeld een naaste of een buurman, kunnen dit meldpunt bellen. Denk bijvoorbeeld aan mensen die verward gedrag vertonen, niet (meer) voor zichzelf kunnen zorgen, in een vervuild huis wonen of veel problemen hebben en dreigen af te glijden. Het kan gaan om een oude overbuurman die steeds vaker met blote voeten op straat loopt en al een paar keer de sleutels van de voordeur blijkt te zijn vergeten; misschien is hij dement aan het worden. Of denk aan iemand die door oplopende schulden enorm in de problemen komt, depressief raakt en dakloos dreigt te worden. Om maar een paar schrijnende voorbeelden te noemen. Vaak gaat het om personen die door een stapeling van problemen zoals schulden, psychische problemen of het verlies van dierbaren, gebeurtenissen waardoor mensen de grip op hun leven (dreigen te) verliezen.”

Rol van het landelijk meldpunt

Het meldpunt is een vervolg op het advies van het toenmalige ‘Schakelteam Personen met Verward gedrag’ onder voorzitterschap van Onno Hoes. Naasten of omwonenden weten vaak niet waar ze met hun zorgen over een verward persoon terecht kunnen. Regionale en lokale hulpnummers zijn immers niet altijd even bekend. Eén gratis landelijk nummer, dat naar die nummers doorschakelt, kan daarvoor de oplossing bieden.

Overigens wijst de staatssecretaris erop dat het meldpunt niet in de plaats komt van andere mogelijkheden die er zijn om met dit soort situaties om te gaan: “Het meldpunt biedt een extra mogelijkheid om je zorgen te uiten en advies in te winnen. Afhankelijk van de situatie kun je verschillende dingen doen. Het is mooi als mensen ook zelf proberen contact te maken met de mensen in de buurt waar ze zich zorgen over maken, of met naasten van diegenen; of zelf een buurtregisseur of een wijkteam benaderen. Het is zeker niet de bedoeling dat persoonlijk contact met buurtbewoners voor alle situaties wordt vervangen door een telefoontje met het meldpunt.”

Melding begin van een hulptraject

Het meldpunt is een landelijk doorschakelnummer, dat bellers doorverbindt met een het lokaal meldpunt in de wijk, stad of regio. Meldingen worden op lokaal niveau opgepakt; het kan gaan om bijvoorbeeld het geven van advies en als nodig om het regelen van hulp voor degene, over wie de melding wordt gedaan. Zo kan een melding van verward gedrag het begin zijn van een hoognodig hulptraject. Bijkomend effect dat verwacht wordt, is dat de politie minder vaak in actie hoeft te komen, omdat de lokale hulpverlening toegankelijker wordt. Niet alleen fijn voor de politie, maar ook voor de hulpbehoevenden!

Groep personen met zorgwekkend gedrag is divers

De groep van mensen die verward gedrag vertonen is divers. Het kan gaan om personen met een (licht) verstandelijke beperking, dementie, een psychische aandoening, of levensproblemen zoals schulden of verlies van dierbaren. Het gaat om problemen die de grip op het leven (dreigen) te verliezen en die daarom zorg of ondersteuning nodig kunnen hebben, maar deze niet altijd zelf opzoeken. Juist daarom is het goed als mensen meer naar elkaar omkijken, en vanuit die zorg voor een ander een melding doen.

Dekking netwerk

De meeste gemeenten (ruim 90%) zijn inmiddels via een regionaal of lokaal meldpunt aangesloten op het landelijk meldpunt. Het ministerie is met de 24 gemeenten die nog niet zijn aangesloten in gesprek om dit zo snel als mogelijk te regelen, en ondersteunt hen hierbij waar nodig.

Bereikbaarheid lokale en regionale meldpunten

Sommige meldpunten zijn 24 uur per dag bereikbaar, maar de meeste meldpunten zijn bereikbaar tijdens kantooruren. Belt iemand met zorgen na de openingstijden van een meldpunt, dan kan de beller op werkdagen tot 21:00 uur worden doorverbonden met MIND Korrelatie. Mind Korrelatie biedt een adviesgesprek aan waarin bellers informatie krijgen over welke stappen zij zelf kunnen ondernemen en waar ze hulp kunnen krijgen als ze dat graag willen. De beller kan er na sluitingstijd vaak ook voor kiezen om bij het meldpunt een voicemailbericht in te spreken, waarna hij tijdens de openingstijden van het betreffende meldpunt wordt teruggebeld. Dat is afdoende, omdat het niet om acute hulpvragen gaat. Daarvoor is het nummer 112.

Www.meldpuntzorgwekkendgedrag.nl

Tegelijk met het landelijke meldpunt is ook de bijbehorende website gelanceerd, met bijvoorbeeld ervaringsverhalen van mensen die ook een melding hebben gedaan en degenen die de telefoon bij een meldpunt aannemen. Ook zijn adviezen te vinden over manieren hoe het beste om te gaan met verschillende typen zorgwekkend gedrag.


ICT-bedrijven moeten internet beter opschonen van kinderporno

ICT-bedrijven moeten meer aan de slag om internet op te schonen van online kinderporno. Uit de monitoring van de TU Delft blijkt dat veel bedrijven uit de zogenoemde hostingsector inmiddels in actie komen als ze een melding krijgen van het Expertisebureau Online Kindermisbruik (EOKM) dat er kinderpornografisch beeldmateriaal op hun servers staat. Maar er wordt misbruik gemaakt van de goede digitale infrastructuur in Nederland. Hostingbedrijven die ruimte verhuren voor het online houden van websites voor hun (internationale) klanten, moeten sneller acteren om tegen te gaan dat seksueel kindermisbruik zich via hun servers kan verspreiden op het openbare web.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Dat schrijft minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid in een brief aan de Tweede Kamer op basis van de bevindingen van de TU Delft. Uit de rapportage van de TU Delft blijkt dat gemiddeld genomen 84% van de online kinderporno binnen de afgesproken 24 uur wordt verwijderd na een melding. “Dat is een begin, maar nog niet genoeg. Het doel is een schoon internet zonder kinderpornografisch beeldmateriaal, niet een grijstint daarbij in de buurt. Samen met het bedrijfsleven moeten we dit doel gaan bereiken’’ aldus minister Grapperhaus.

Samenwerking

In 2018 is minister Grapperhaus de samenwerking aangegaan met de ICT-sector in het bestrijden van online kindermisbruik. Deze publiek-private samenwerking is gericht op het schonen van het internet. De politie en het Openbaar Ministerie (OM) kunnen zo meer de focus leggen op het stoppen van acute misbruiksituaties door daders op te sporen en te vervolgen. Het overgrote deel van het bedrijfsleven werkt goed mee en heeft zich gecommitteerd aan een 24-uurs norm voor het verwijderen van de schadelijke content van hun servers na een melding daarover. Om de bedrijven te helpen opschonen hebben de politie en EOKM een HashCheckService gebouwd. Hiermee kunnen ICT-bedrijven aan de hand van unieke, anonieme codes van bij de politie bekend beeldmateriaal van online kinderporno proactief detecteren op hun servers om deze te verwijderen.

Aanspreken webhosters

De Tweede Kamer heeft eerder gevraagd om een systeem van ‘naming-and-shaming’ in de aanpak van online seksueel kindermisbruik. De minister heeft in juni dit jaar 17 hostingbedrijven aangeschreven, omdat zij volgens een eerste meting van de TU Delft afbeeldingen van seksueel kindermisbruik op hun Nederlandse servers hadden staan. De minister heeft hen een deadline gesteld om maatregelen te treffen; de zandloper is toen omgedraaid en de bedrijven kregen tot september 2020 de tijd. Het gevolg is een enorme toename van het aantal checks uitgevoerd door de HashCheckService. Begin juli werden nog 67 miljoen afbeeldingen gecheckt met 10.000 hits op kinderporno om deze te kunnen verwijderen. Dat is in september gestegen naar 18.2 miljard afbeeldingen die zijn gecheckt met bijna 7.4 miljoen hits. Dit draagt enorm bij aan het tegengaan van herhaald slachtofferschap.

Doorpakken

“We moeten doorpakken in de aanpak van seksueel kindermisbruik. Het is van het grootste belang dat kinderen in onze samenleving veilig kunnen opgroeien en beschermd worden. Kinderpornografisch beeldmateriaal dat online blijft staan, zorgt ervoor dat slachtoffers voortdurend schade wordt toegebracht en creëert ook nieuwe daders. Hosters moeten ervan doordrongen zijn dat ze een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben om kinderen online te beschermen tegen misbruik.’’ aldus minister Grapperhaus.

Twijfel

Op basis van de rapportage van de TU Delft bestaan in het bijzonder over twee hostingbedrijven grote twijfel of ze daadwerkelijk meedoen aan de gezamenlijke aanpak van online seksueel kindermisbruik: NForce en IP Volume. Hierbij gaat het vooral om twijfels in hoeverre de hostingbedrijven de eerdergenoemde afspraak tussen internetbedrijven nakomen: het Meldpunt Kinderporno van EOKM als serieuze melder accepteren en binnen 24 uur na een melding beeldmateriaal te verwijderen.

Structurele aanpak

Minister Grapperhaus wil dat de monitor van de TU Delft een structureel karakter krijgt met periodieke rapportages. Wetgeving voor een bestuursrechtelijke handhaving met een toezichthouder is in de maak, zodat foute en lakse internetbedrijven straks een boete of een dwangsom riskeren als zij niet snel genoeg opvolging geven aan een melding van beeldmateriaal van kinderporno door deze te verwijderen van het openbare web. Ook wordt gekeken of de toezichthouder kan zo ook preventieve maatregelen kan gaan afdwingen bij bedrijven om vervuiling van het internet te voorkomen.

Het rapport van de TU Delft laat zien dat het hostingsbedrijf NForce extreem veel kinderpornografisch beeldmateriaal host: van januari tot en met augustus 2020 kreeg het bedrijf maar liefst 179.610 meldingen van het Meldpunt Kinderporno (EOKM) over URL’s met dergelijk materiaal. Hiermee staat NForce bovenaan in de ranglijst voor het hosten van kinderpornografisch beeldmateriaal. Hoewel het bedrijf een flink deel van haar meldingen binnen 24 uur wegwerkt, blijven er toch te hoge aantallen openstaan. Uiteindelijk telt de hoeveelheid beeldmateriaal dat op internet beschikbaar blijft, want dat bepaalt de impact in onze maatschappij. Daarbij komt dat in genoemde periode het aandeel van NForce in alle Nederlandse meldingen van kinderpornografisch beeldmateriaal is gestegen naar 93.57%. Kortom, NForce heeft een enorme rol in de verspreiding van dergelijk beeldmateriaal, terwijl het een hoster van middelgrote omvang betreft.
IP Volume: Op basis van het rapport van de TU Delft bestaat twijfel of dit hostingbedrijf wel meedoet aan de aanpak van online seksueel kindermisbruik. IP Volume is een van de grotere hosters van kinderpornografisch beeldmateriaal. De onderzoeker van de TU Delft kon echter de meldingen aan dit bedrijf niet meenemen in de steekproef om de verwijderingssnelheid te meten. Doordat het bedrijf niet meewerkt en zelfs (technische) belemmeringen opwerpt om meldingen van het Meldpunt Kinderporno op te pakken, is het nodig gebleken de meldingen over te dragen aan de politie. Vervolgens kon het bedrijf niet anders dan de meldingen oppakken. Dit staat haaks op de afspraak dat meldingen serieus worden genomen en beeldmateriaal wordt verwijderd. Bij toekomstige metingen zal expliciet naar deze hoster worden gekeken om de prestaties beter in de gaten te kunnen houden.

Ministers en burgemeesters pakken samen de sociale gevolgen van het coronavirus aan

Op dit moment staat Nederland voor de complexe uitdaging om tegelijkertijd de gezondheid van burgers te beschermen, de economie overeind te houden en de sociale gevolgen van het coronavirus te minimaliseren. Gemeenten en het Rijk hebben samen al een start gemaakt om deze sociale gevolgen op te vangen. Dat staat in de kabinetsreactie op het verslag van de werkgroep ‘Sociale Impact Coronacrisis’ en het Manifest ‘Kom op voor de meest kwetsbare gebieden’ die door minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Tweede Kamer is gestuurd.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Kwetsbare gebieden

Minister Ollongren: ‘De gevolgen van het coronavirus komen extra hard aan in kwetsbare gebieden. Mensen die hun baan verliezen, toenemende schulden en kinderen die niet naar school konden. Het is daarom goed om te zien dat burgemeesters samen met het Rijk direct aan de slag zijn gegaan om de sociale gevolgen van het coronavirus op te vangen. Daar gaan we de komende tijd mee door.’

Kwetsbare groepen

In de brief, die ook namens de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Justitie en Veiligheid, voor Rechtsbescherming, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media en de staatssecretarissen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport is verstuurd, deelt het kabinet de zorgen van de werkgroep onder leiding van burgemeester Halsema en de burgemeesters van het manifest. Kwetsbare groepen kunnen hard geraakt worden door de effecten van corona en het risico bestaat dat nieuwe kwetsbare groepen ontstaan.

Acties

De afgelopen maanden is op basis van al deze signalen gestart met verschillende acties. De focus ligt daarbij op de 16 stedelijke vernieuwingsgebieden. Maar de acties kunnen ook worden uitgebreid naar andere gebieden in Nederland. Zo worden tienduizend in het sociaal domein werkzame professionals de komende tijd extra ondersteund om via de zogenoemde doorbraakmethode jaarlijks 100 duizend huishoudens met ingewikkelde problemen te helpen. Er wordt in alle gemeenten een versnelling gemaakt met het huisvesten van kwetsbare groepen, zoals dak- en thuislozen, arbeidsmigranten, jongeren die jeugdhulp verlaten en mensen met verward gedrag. Ook worden maatregelen genomen om schuldenproblematiek en onderwijsachterstanden aan te pakken en (langdurige en jeugd)werkloosheid zo veel mogelijk tegen te gaan. Samen met jongeren kijken we naar een uitbreiding van het activiteitenaanbod om te voorkomen dat ze afglijden. Zo willen Rijk en gemeenten voorkomen dat mensen als gevolg van het coronavirus (verder) in de problemen komen. 

Aanvullende maatregelen

De komende maanden wordt op basis van de effecten en ervaringen van deze versnellingsacties steeds gekeken of aanvullende maatregelen nodig zijn. In het voorjaar van 2021 wordt de Kamer over de voortgang geïnformeerd.