Social media campagne tegen kindermishandeling en huiselijk geweld

Op maandag 18 oktober begint een online preventiecampagne om de aandacht te vestigen op huiselijk geweld tegen kinderen en jongeren. De campagne ‘Time-out’ is ontwikkeld door Veilig Thuis, De Kindertelefoon en het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS): “Het is niet te accepteren dat een op de vijf jongeren in ons land te maken heeft met huiselijk geweld. Thuis moet het veilig zijn voor iedereen die daar woont. Deze Time-out campagne roept mensen die in zo’n situatie zitten op om erover te praten, want dat is vaak een eerste stap. Bijvoorbeeld met Veilig Thuis of met De Kindertelefoon.”

Time-out als het niet meer gaat

De Time-out campagne wil jongeren én hun ouders attenderen op herkenbare situaties: bijvoorbeeld als je niet naar huis durft (voor jongeren), of als je thuis juist alleen nog maar kunt schreeuwen (voor ouders). De Time-out in de campagne staat in alle gevallen symbool voor: het kan zo niet langer. De boodschap is: neem een stapje terug en praat er bijvoorbeeld over met iemand. Of vraag om hulp of advies bij instanties. Want door in gesprek te gaan kan vaak samen worden gekeken wat in jouw situatie de beste aanpak is.

Kinderen weten vaak niet wat ze kunnen doen

Hulp bij huiselijk geweld en kindermishandeling komt vaak pas op gang, nadat de situatie geëscaleerd is. Schaamte bij alle betrokkenen – zowel slachtoffers als degenen die geweld gebruiken – staat vaak in de weg van het gesprek over een thuissituatie die uit de hand dreigt te lopen. Kinderen weten doorgaans niet waar de grens ligt en wat ze kunnen doen om hulp te krijgen op een veilige manier. En als ze dat wel weten zijn ze vaak bang voor de gevolgen. Ze vinden het moeilijk om over te praten en zijn vaak loyaal aan hun ouders van wie ze houden. De campagne roept jongeren op om toch het gesprek te openen. Want erover praten is vaak een eerste stap.

1 op de 5 jongeren slachtoffer van huiselijk geweld

De aanleiding voor de campagne is het stijgende aantal adviesvragen, telefoontjes en chats naar Veilig Thuis en De Kindertelefoon. De afgelopen coronaperiode heeft laten zien dat spanningen thuis bij iedereen kunnen oplopen. Het kan dan helpen om als het te heftig wordt een pas op de plaats te doen, met iemand te praten over je situatie of advies te vragen over wat wijsheid is om erger te voorkomen. In 2020 gaf 20 procent van de Nederlandse jongeren tussen de 16 en 24 jaar aan in de voorgaande twaalf maanden slachtoffer te zijn geworden van huiselijk geweld. Jonge vrouwen hebben daar vaker mee te maken dan jonge mannen. Bij 12 procent van de 16- tot 24-jarige jongeren ging het zelfs om structureel huiselijk geweld: maandelijks, wekelijks of zelfs (bijna) dagelijks. Dat blijkt uit een analyse door het CBS over jongeren op basis van de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Geweld van het CBS en het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, waarvan de gegevens in maart en april 2020 zijn verzameld.

Social media campagne

De campagne loopt van 18 oktober tot 12 december en wordt gefinancierd vanuit het steunpakket Jeugd. Op social media (Instagram, Snapchat, YouTube) worden korte herkenbare situaties getoond in filmpjes met de boodschap:  Als je niet weet met wie je over thuis kunt praten…Als je niet naar huis durft of bang bent voor het geschreeuw… Time-out! Praat erover en vraag om advies. Ook ouders met kinderen worden aangesproken in de campagne (Facebook en Instagram). De boodschap voor ouders met kinderen is: Als schelden thuis normaal wordt…als er geen einde aan de ruzies komt…Time-Out! Praat erover en vraag om advies.

De campagnefilmpjes worden verspreid via de Kindertelefoon, de regionale netwerken van Veilig Thuis en het ministerie van VWS voor een brede en landelijke aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.


Versterking politie in wijken, op internet, voor opsporing en voor boa’s

De politie wordt met ruim 700 agenten versterkt in de wijken en op het internet dankzij een structurele investering van 114,5 miljoen euro. Dit is mogelijk dankzij de motie-Hermans die tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in september dit jaar in de Tweede Kamer is aangenomen. Ook krijgt daardoor de opsporings- en vervolgingscapaciteit bij de Landelijke Eenheid, het Openbaar Ministerie (OM) en de rechtspraak een impuls van in totaal 27 miljoen euro. Verder wordt jaarlijks in de bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) 25 miljoen euro extra geïnvesteerd en 27,5 miljoen extra voor het wetsvoorstel seksuele misdrijven en de aanpak van online kinderpornografisch materiaal.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Dat schrijft minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid aan de Tweede Kamer. De structurele investeringen in veiligheid door de motie-Hermans komen bovenop het extra geld dat  het demissionaire kabinet met Prinsjesdag heeft aangekondigd voor het breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit: 524 miljoen euro in 2022, waarvan 434 miljoen euro structureel voor de jaren daarna. De bestrijding van georganiseerde ondermijnende criminaliteit vergt een langjarige strijd; niet alleen in het oprollen van criminele organisaties en het afpakken van hun illegaal verkregen goederen en vermogen, maar ook voorkomen dat nieuwe aanwas ontstaat en dat jongeren worden geronseld voor criminele praktijken.

Politie in de wijk en digitaal

Een groot deel van het geld uit de motie-Hermans gaat naar het versterken van de politie in de wijken en op internet. ,,De verbinding in de wijken is de grote kracht van de Nederlandse politie. Het zijn de agenten in onze buurt die samen met ouders, scholen en gemeenten ervoor kunnen zorgen dat onze jeugd veilig kan opgroeien. Zo voorkomen we dat jongeren worden geronseld voor de criminaliteit. En niet alleen in onze wijken. Veel criminaliteit is verschoven naar de online wereld. Daarom investeren we ook in meer digitale agenten in de aanpak van cybercriminaliteit. Juist in een snel veranderende samenleving is nabijheid van politie van belang; zowel in onze wijken als voor een veilige sociale wereld op het internet’’, aldus minister Grapperhaus. Met de 114,5 miljoen euro wordt naast de uitbreiding van politie in de wijk en digitale-agenten met ruim 700 fte, ook de opleidingscapaciteit bij de Politieacademie versterkt. Ook wordt met incidentele middelen de aanpak van discriminatie en geweld tegen LHBTI+ uitgebreid, onder meer via het programma ‘Politie voor Iedereen’.

Opsporing

De afgelopen tijd wordt steeds zichtbaarder hoe groot de impact is van georganiseerde criminaliteit en dat het gebruik van moderne technologie toeneemt. Daarom wordt op verschillende niveaus verder geïnvesteerd in de opsporing: in de Landelijke Eenheid, maar ook de (digitale) opsporing krijgt een impuls. De politie krijgt hiervoor 20 miljoen euro, voor OM en Rechtspraak samen komt 7 miljoen euro beschikbaar.

Boa’s

Onze boa’s dragen in onze wijken, steden en buitengebieden – samen met de politie – vanuit hun taken op terrein van toezicht en handhaving bij aan veiligheid en openbare orde. Zij kennen hun buurt en buitengebied, zijn vaak als eerste aanspreekbaar en een luisterend oor bij overlast en als grenzen worden overschreden. Boa’s zijn met de politie vaak een eerste aanspreekpunt en komen daardoor in soms heftige situaties terecht. Om ervoor te zorgen dat ze hun werk adquaat en veilig kunnen blijven uitvoeren, wordt 25 miljoen euro verder geïnvesteerd in opleiding, ontwikkeling van de boa’s en de samenwerking met de politie. Minister Grapperhaus zal nog dit najaar de Tweede Kamer informeren over een nadere beschouwing van de boa-functie en het boa-stelsel.

Aanpak seksuele misdrijven

Seks hoort altijd vrijwillig en gelijkwaardig te zijn. Dat is de norm. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid werkt sinds zijn aantreden in overleg met de Tweede Kamer aan modernisering van wetgeving, zodat de seksuele delicten in ons Wetboek van Strafrecht meer in overeenstemming worden gebracht met veranderde maatschappelijke normen en de digitale ontwikkelingen die zich in de samenleving voordoen. Hierdoor kunnen naar verwachting meer zaken waarbij sprake is van seksueel overschrijdend gedrag opgepakt worden. Om dat mogelijk te maken en het wetsvoorstel verder te brengen komt 20 miljoen euro structureel beschikbaar en nog 4 miljoen euro specifiek extra voor meer capaciteit bij de politie. De integrale aanpak van (online) seksueel misbruik wordt in totaal met 3,5 miljoen euro structureel versterkt, waarvan 1,5 miljoen specifiek voor het Expertisecentrum Online Kindermisbruik (EOKM).


Verlaging drempel toegang schuldsanering voor mensen met problematische schulden

Om mensen met problematische schulden sneller en beter te helpen, verlaagt het kabinet de drempel om toegang te krijgen tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). 

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Minister Dekker: “We moeten alert zijn op het ontstaan van schulden, want die kunnen het leven van mensen ontwrichten. Wie toch met schulden te maken krijgt, moet uiteraard eerst proberen deze terug te betalen. Daarom hebben we de gemeentelijke schuldhulpverlening en werken we als overheid actief mee aan betalingsregelingen. Als dat niet werkt, moet uiteindelijk schuldsanering via de WSNP een reële optie zijn. Mensen met problematische schulden kunnen hier straks sneller voor in aanmerking komen, zodat zij hun leven ook weer sneller schuldenvrij kunnen oppakken.”

De voorgestelde wijzigingen

1. Van vijf naar drie jaar

Op dit moment kan iemand met problematische schulden pas na vijf jaar voldoende inspanning om te komen tot afbouw van schulden en het voorkomen van nieuwe schulden, de zogenoemde goede trouw toets, toegang krijgen tot de WSNP. Om te voorkomen dat een schuldoplossing te lang uitblijft en schulden ondertussen alleen maar verder oplopen, verkorten we deze periode naar drie jaar.

2. Tienjaarstermijn

Op dit moment krijgen mensen die binnen tien jaar na een eerder WSNP-traject opnieuw in problematische schulden komen geen toegang tot de WSNP. We willen dat de rechter de mogelijkheid krijgt om mensen ook binnen die tien jaar wel opnieuw toe te laten tot de WSNP als zij buiten hun schuld – bijvoorbeeld als gevolg van een economische crisis – opnieuw in financiële problemen zijn gekomen. Hetzelfde geldt voor mensen die een eerder WSNP-traject niet hebben kunnen afmaken, maar daartoe nu wel in staat worden geacht.

Brede schuldenaanpak

De wijzigingen maken deel uit van een breed pakket aan maatregelen die het kabinet treft om de schuldenproblematiek terug te dringen, gericht op preventie, snelle en effectieve schuldhulpverlening en een zorgvuldige, maatschappelijk verantwoorde incasso. Het kabinet werkt in deze Brede Schuldenaanpak samen met gemeenten, uitvoeringsorganisaties en maatschappelijke organisaties. Zeker nu we nog niet weten welke effecten de coronacrisis nog zal hebben, is het van belang dat er een systeem paraat is waarin mensen met problematische schulden beter en sneller worden geholpen.


Prinsjesdag 2021: wat zijn de plannen voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit?

Wat zijn de plannen van de regering op het terrein van de aanpak van ondermijnende criminaliteit? Hieronder zijn de belangrijkste ontwikkelingen op een rij gezet.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

In 2022 gaat er € 524 miljoen extra naar de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. Waarvan € 434 miljoen elk jaar beschikbaar is. Ondermijnende criminaliteit is zware, georganiseerde criminaliteit zoals drugshandel. Daar gaat vaak veel crimineel geld in om. En ook bedreigingen, intimidaties en liquidaties horen daarbij. Bij deze activiteiten maakt de georganiseerde criminaliteit gebruik van diensten uit de bovenwereld. Dit ondermijnt én bedreigt onze samenleving en rechtstaat. Het kabinet wil de samenleving hier beter tegen beschermen. En werkt daarbij samen met onder andere de Koninklijke Marechaussee (KMar), het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst. Het geld gaat vooral naar:
• opsporen, vervolging en berechting van criminelen;
• digitale en forensische opsporing;
• voorkomen dat (kwetsbare) jongeren in achterstandswijken en -buurten te maken krijgen met criminaliteit;
• meer formeel gezag in kwetsbare buurten. Door te zorgen dat instanties zoals de reclassering en zorg- en veiligheidshuizen beter zichtbaar zijn;
• acties om crimineel geld af te pakken en criminele geldstromen dwars te zitten;
• dwarszitten van aan-, af- en doorvoer van drugs.
Nederland heeft een goede infrastructuur voor handel en daar maken criminelen gebruik van. Daarom komen er meer en strengere controles in bijvoorbeeld havens en op plaatsen zoals Schiphol;
• meer handhaving op verboden designer drugs en lachgas.
Designer drugs bestaan uit stoffen die een ongeveer hetzelfde werken als de meer bekende drugs. Het verschil is dat deze stoffen vaak nog buiten de drugswetgeving vallen. Daardoor is er weinig bekend over die drugs. En dus ook over het gebruik en de risico’s ervan;
• meer en beter samenwerken met anderen landen in de aanpak van zware (internationale) criminaliteit;
• bescherming en veiligheid van beroepsgroepen die zich dagelijks inzetten voor de democratische rechtsstaat. Zoals lokale bestuurders, rechters en officieren van justitie. Maar ook agenten, advocaten en journalisten.


Actie tegen wapenbezit onder jongeren: Drop je knife en doe wat met je life

De nieuwe campagne Drop je knife en doe wat met je life begint vandaag om het messenbezit onder jongeren tegen te gaan. Een mes op zak is niet normaal en zeker niet cool. Het zorgt voor onveilige situaties, want met een mes op zak wordt het wapen sneller gebruikt met alle ellendige gevolgen van dien. De campagne ontmoedigt wapenbezit door jongeren op te roepen hun messen in te leveren. Ruim 200 gemeenten doen tussen 11 en 17 oktober 2021 mee aan de inzamelweek waar jongeren (anoniem en straffeloos) steekwapens kunnen inleveren. In een deel van de deelnemende gemeenten is het daarnaast ook mogelijk vuurwapens in te leveren. Check op www.dropjeknife.nl waar de inleverlocaties zijn.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Gezamenlijk initiatief

De campagne is een gezamenlijk initiatief van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en minister Dekker voor Rechtsbescherming. Ze maakt onderdeel uit van het actieplan Wapens en Jongeren dat wordt uitgevoerd met minister Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, 19 gemeenten met een urgente wapenproblematiek, de politie, het Openbaar Ministerie (OM), Halt, de William Schrikker Stichting Jeugdreclassering en Jeugdbescherming, de Raad voor de Kinderbescherming, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid.

Actieplan

Het actieplan is vorig jaar november vastgesteld. Sindsdien werken de betrokken partijen nauwer samen om jongeren en hun ouders bewust te maken van de risico’s van wapenbezit en –gebruik. Zij pakken het bezit van (steek)wapens aan met bijvoorbeeld preventief fouilleren, wapen- en kluisjescontroles op scholen en voorlichtingslessen op scholen. De gezamenlijke wapeninzamelactie die van 11 tot en met 17 oktober plaatsvindt wordt landelijk georganiseerd en gefaciliteerd door het ministerie van Justitie en Veiligheid in samenwerking met de politie en het OM.

Duidelijkheid

Volgens minister Grapperhaus en minister Dekker is het belangrijk dat de regels over wapens voor jongeren duidelijk zijn. “Een wapen op zak is verboden. Dat geldt voor alle soorten messen van stiletto’s tot aardappelschilmesjes. Als je niet kan aantonen bij de politie dat je een mes nodig hebt voor je beroep of opleiding, moet je er dus ook niet mee op straat lopen. Als de politie je pakt met een steekwapen krijg je een dikke boete. En je bent helemaal de pineut als je een verkeerd en agressief persoon tegen het lijf loopt’’, aldus minister Grapperhaus.  Minister Dekker: “Een wapen dragen betekent te vaak: een wapen gebruiken. Zo loopt een woordenwisseling al snel uit in een steekpartij. Jongeren en wapens, die combinatie bannen we uit.’’

Wetsvoorstel

Minister Grapperhaus verwacht eind dit jaar een wetsvoorstel in consultatie te doen om de verkoop van legale messen te verbieden aan minderjarigen. Ook is er overleg tussen het ministerie van Justitie en Veiligheid en grote winkelketens over hoe winkeliers in de tussentijd al kunnen tegengaan dat legale messen aan minderjarigen worden verkocht.


Campagne tegen ongewenst gedrag

Om jongeren te motiveren een gesprek te voeren over seksuele wensen en grenzen en zo ongewenst gedrag te voorkomen, lanceert het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn & Sport, in samenwerking met Sense, een campagne “Praat met elkaar over wat je wel en niet wil.”

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Praten over wat ze wel en niet willen tijdens een intiem moment is voor jongeren en jongvolwassenen belangrijk. Dat voorkomt onprettige situaties. Maar hierover beginnen kan lastig zijn. Jongeren weten soms niet hoe en wanneer ze erover moeten beginnen.

Mantra als hulpmiddel

De nieuwe campagne wil jongeren stimuleren om zich meer vrij te voelen in het maken van hun (seksuele) keuzes. Daarvoor is een mantra ontwikkeld, een hulpmiddel, waarmee ze voor, tijdens of na een intiem moment het gesprek kunnen aangaan.

Belangrijk om te praten en te vragen

Uit een recente flitspeiling blijkt dat één op de vijf jongeren en jongvolwassenen het moeilijk vindt om te praten met de ander over wat ze wel en niet willen bij intiem contact zoals knuffelen, zoenen of met elkaar naar bed gaan. Vier op de vijf jongeren vindt het belangrijk om met de ander te praten over wat ze wel en niet willen op seksueel gebied of bij intiem contact. Negen op de tien vinden het belangrijk om te weten te komen wat de ander op dat gebied wel en niet wil. Van de meisjes geeft tweederde meestal of altijd aan wat hun grenzen en wensen zijn bij een intiem contact of op seksueel gebied. Van de jongens doet de helft dat. Een kwart doet dit soms.

Duidelijke norm nodig

Staatssecretaris Paul Blokhuis van VWS: “Met deze campagne willen we wensen en grenzen bespreekbaar maken, of het nu gaat om relaties of seks. Om ongewenst gedrag te voorkomen is een duidelijke norm nodig: het is normaal dat je zelf je keuzes maakt over wat je wel en niet wilt en dat je partner dit respecteert. Dat vraagt om goede communicatie.

Eerste stap werkt bevrijdend

Dokter Rosa Joosten van Sense over de campagne: “Over het algemeen is het goed gesteld met de seksuele gezondheid van Nederlandse jongeren en jongvolwassenen. Toch hebben nog te veel jongeren negatieve ervaringen, van daten tot seks. We willen jongeren helpen ontdekken hoe bevrijdend en fijn het is om met elkaar te praten over wat je wel en niet wil, als je eenmaal de eerste stap hebt gezet.”

Campagne

De campagne start 30 augustus en loopt tot 4 oktober en is gericht op alle jongeren tussen de 17 en 25 jaar. De campagne is ontwikkeld door het ministerie van VWS in samenwerking met Sense en maakt deel uit van een meerjarige campagne seksuele gezondheid. Hierbij zijn Soa Aids Nederland, Rutgers, de GGD/Centra voor Seksuele Gezondheid en het RIVM betrokken.

In posters, radiospotjes, online posts en video’s op social media staan de verhalen van jongeren zelf centraal. Zij laten zien hoe zij zelf het gesprek zijn aangegaan, dat jongeren zich nergens voor hoeven te schamen en dat ze er niet alleen voor staan. Op sense.info vinden jongeren tips om zelf ook het gesprek te voeren.


Minister Grapperhaus tekent verdragen met VAE over aanpak criminaliteit

Nederland en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) voeren de strijd tegen internationaal georganiseerde criminaliteit op. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en de minister van Justitie van de VAE, Zijne Excellentie Sultan Saeed al Badi hebben in Abu Dhabi twee bilaterale verdragen ondertekend over wederzijdse rechtshulp in strafzaken en uitlevering. Met deze verdragen wordt de samenwerking die is opgebouwd door Nederland en de VAE, bekrachtigd en verder versterkt. De opsporingsdiensten van beide landen kunnen door de afspraken nog sneller reageren op elkaars verzoeken en informatie uitwisselen om criminele praktijken op te rollen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

“De aanpak van internationale ondermijnende criminaliteit strekt zich steeds verder uit over landsgrenzen heen. In de aanpak van internationaal opererende criminelen die meer en meer over grenzen lijken te gaan met moord en doodslag, wapen- en drugshandel en in hun witwaspraktijken, zijn de VAE voor Nederland een belangrijke partner. Dat hebben we de afgelopen jaren ook kunnen zien in de samenwerking tussen onze landen op dit vlak. Met de VAE slaan wij de handen ineen in de strijd tegen criminaliteit. Ik ben de autoriteiten van de VAE zeer erkentelijk voor de goede samenwerking de afgelopen jaren. Met deze twee verdragen bezegelen we de goede relatie die we met de VAE hebben opgebouwd en zullen we de gezamenlijke strijd tegen internationale ondermijnende criminaliteit verder opvoeren’’, aldus minister Grapperhaus.

Openbaar Ministerie

Gerrit van der Burg, voorzitter van het College van procureurs-generaal, was als delegatieleider van het Openbaar Ministerie eveneens bij de ondertekening aanwezig. Hij treedt de volgende dag in overleg met de lokale autoriteiten. Van der Burg: “Met het ondertekenen van deze verdragen geven we een extra impuls aan onze goede samenwerking. Morgen spreek ik met mijn VAE-collega’s over het intensiveren van de rechtshulprelatie, het gezamenlijk aanpakken van criminele geldstromen en het ontmantelen van criminele machtsstructuren.”

Politie

Hanneke Ekelmans, lid van de korpsleiding politie en ook aanwezig bij de ondertekening, vult aan: “Het is een belangrijke stap dat we met deze verdragen de goede samenwerking met de VAE verder inhoud kunnen geven. Logistieke en financiële stromen gaan over internationale grenzen en spelers houden zich op allerlei plekken in de wereld verborgen. Internationaal georganiseerde misdaad kunnen we alleen samen met onze internationale partners aanpakken. De aanpak van internationale criminaliteit dient ook in Nederland versterkt te worden. Denk daarbij aan het indammen van illegale internationale financiële geldstromen. Ook zijn investeringen nodig in het vergroten van de weerbaarheid van jongeren in bepaalde wijken, bijvoorbeeld door scholing, werkgelegenheid, huisvesting en zorg. Voor al deze maatregelen vragen wij de komende jaren investeringen van het nieuwe kabinet.”

Afspraken samenwerking

De bilaterale verdragen met de VAE bevatten onder meer afspraken over horen van verdachten, getuigen, slachtoffers of deskundigen, het onderzoeken van bankrekeningen en het in beslag nemen van goederen en winsten die afkomstig zijn uit illegale praktijken. Ook kunnen verdachte en veroordeelde personen makkelijker worden uitgeleverd voor een strafproces of voor het ondergaan van een reeds opgelegde straf. De twee verdragen – een over wederzijdse rechtshulp en een over uitlevering –  worden binnenkort ter goedkeuring aan de Tweede Kamer voorgelegd.


Verzoek aan OVV onderzoek beveiligingssituaties

De Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) is door minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus gevraagd in een onderzoek na te gaan welke lessen getrokken kunnen worden uit de beveiligingssituaties van de broer, de toenmalig advocaat en de vertrouwenspersoon van de kroongetuige in het Marengoproces. Hiertoe heeft Grapperhaus besloten na meerdere gesprekken te hebben gevoerd met de familie van Peter R. De Vries, betrokkenen en deskundigen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Eerder was al aan de Tweede Kamer gemeld dat er een feitenonderzoek zou komen naar de beveiligingssituatie van Peter R. de Vries. De heer Joustra was bereid gevonden dit onderzoek te leiden. De afgelopen weken is de reikwijdte van het onderzoek, alsook de samenstelling van de onderzoekscommissie onderwerp van debat geweest. Over de geschiktheid en de onafhankelijkheid van de heer Joustra en zijn commissieleden heeft Grapperhaus nooit enkele twijfel gehad. Alles overwegende heeft Grapperhaus besloten de OVV te vragen het onderzoek te doen. Gezien de onafhankelijke status van de OVV zal de OVV zelf de onderzoeksvraag bepalen.

“De verschrikkelijke moord op Peter R. de Vries heeft een enorme impact gemaakt in Nederland. Gezien het grote maatschappelijke belang van het onderzoek naar zijn beveiligingssituatie, hecht ik zeer aan breed draagvlak voor het onderzoek. Nadat ik de afgelopen weken veel gesprekken gevoerd heb met betrokkenen en deskundigen, heb ik besloten de OVV te vragen het onderzoek te doen”, aldus Grapperhaus.


Versterkte aanpak van doorverkoop gestolen spullen

Inbraken, overvallen en straatroven hebben een flinke impact op slachtoffers. Ook andere vermogensdelicten zorgen voor veel schade bij getroffenen. Door het kopen, bezitten of verkopen van die gestolen goederen moeilijker te maken (ook wel heling genoemd), wordt het minder aantrekkelijk voor criminelen om deze misdrijven te plegen. Daarom wordt het Digitaal opkopersregister (DOR) verplicht voor alle opkopers en handelaren. De ministerraad heeft op voorstel van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid ingestemd met een wetsvoorstel dat deze landelijke verplichting regelt.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Criminelen opsporen

Opkopers en handelaren in tweedehands spullen moeten straks de gebruikte en ongeregelde goederen en de personen die deze goederen aanbieden, verplicht invullen in het DOR. Nu verschilt de vorm van het verplichte inkoopregister per gemeente, en gaat het soms nog per papieren register. Door goede, digitale registers wordt het makkelijker voor de politie om criminelen op te sporen en gestolen goederen terug te geven aan de slachtoffers.

Gestolen goederen terugvinden

Zodra een gestolen product wordt opgekocht en ingeschreven in het DOR, ontstaat een match met Stop Heling (database met aangiftes van gestolen goederen) en ontvangt de politie hiervan automatisch een melding. Die match kan natuurlijk niet automatisch tot stand komen met papieren registers. Via de website en app van Stop Heling kan iedereen tevens vooraf controleren of bijvoorbeeld via internet aangeboden tweedehands spullen als gestolen geregistreerd staan.

Landelijke verplichting

Ook komt er een landelijke verplichting om gebruik te maken van het Digitaal opkopersloket (DOL). Opkopers en handelaren moeten zich melden bij de gemeente waar zij hun bedrijf of beroep uitoefenen. In veertig procent van de gemeenten moet dat nu op voorschrift van de gemeente bij dit digitale loket, in andere gemeenten moet dat bij een fysiek loket. Het DOL gaat straks voor elke gemeente gelden. Door de lokale verschillen te verkleinen, wordt voorkomen dat helers en stelers die gestolen goederen willen aanbieden, uitwijken naar gemeenten waar het DOR en het DOL niet verplicht zijn gesteld.

Wetsvoorstel

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kame\


Gemeenten en maatschappelijke organisaties bereiken meer kinderen in armoede

Gemeenten hebben de afgelopen jaren meer kinderen bereikt met hun beleid om kinderarmoede terug te dringen. Dit blijkt uit onderzoek dat minister Koolmees naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Gemeenten zouden nog meer kunnen doen om kinderen te ondersteunen die opgroeien in arme gezinnen met werkende ouders.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Eén op de dertien kinderen in Nederland groeit op in armoede (CBS, 2020). Opgroeien in een gezin met geldzorgen belemmert de ontwikkeling van kinderen en zorgt ervoor dat zij hun talenten veelal niet optimaal kunnen benutten. Het kabinet heeft hier aandacht voor. Het stelt sinds 2017 structureel extra geld ter beschikking aan gemeenten en maatschappelijke organisaties voor de aanpak van kinderarmoede. Ook heeft het bij aanvang van de afgelopen kabinetsperiode met de VNG de ambitie uitgesproken om ieder kind dat opgroeit in een gezin met een laag inkomen te bereiken met het gemeentelijk armoedebeleid. In 2019 heeft het kabinet aanvullende ambities geformuleerd. Zo wil het breder inzicht krijgen in de structurele oorzaken van kinderarmoede en het aantal huishoudens met een laag inkomen laten dalen de komende jaren.

Betere ondersteuning

Uit onderzoek van I&O Research blijkt dat gemeenten meer prioriteit geven aan hun kinderarmoedebeleid. Het aantal kinderen in armoede dat zij bereiken is bovendien sterk gestegen, van 43% in 2017 naar 81% in 2020. De 4 landelijke armoedepartijen, Leergeld Nederland, Nationaal Fonds Kinderhulp, Stichting Jarige Job en Jeugdfonds Sport & Cultuur hebben bijgedragen aan het vergroten van het bereik en hebben gezorgd voor betere ondersteuning. Deze organisaties zijn verenigd in Sam& en werken nauw samen met gemeenten. Verbeterpunten liggen onder andere bij het bereiken van kinderen waarvan de ouders werken. Daarnaast vinden gemeenten het lastig om kinderen actief te betrekken bij het maken van nieuw beleid op het gebied van kinderarmoede.

Gevolgen armoede

Een onderzoek van De Beleidsonderzoekers naar de gevolgen voor kinderen van armoede, laat zien dat leven met structurele geldzorgen een negatieve impact heeft op veel verschillende terreinen, zoals school, veiligheid en de woonomgeving. Bij de ondersteuning van kinderen en gezinnen is meer samenhang nodig tussen deze terreinen. Hier ligt volgens de onderzoekers een taak voor de Rijksoverheid. Ook adviseren zij om meer te investeren in het opleiden van professionals en ervaringsdeskundigen. Minister Koolmees kondigt in zijn brief extra ondersteuning aan voor het opleiden en inzetten van deze ervaringswerkers. Ook heeft hij het voornemen om de Alliantie Kinderarmoede financieel te ondersteunen en de subsidie aan de partijen verenigd in Sam& te verlengen tot eind 2022.