Meer instrumenten voor boa’s om zelfstandig en veilig te kunnen werken

Buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) spelen een steeds belangrijkere rol in de leefbaarheid en veiligheid van ons land. Om de taak van boa zelfstandig en veilig te kunnen uitoefenen is een goede opleiding, een adequate uitrusting en zo nodig bewapening noodzakelijk. Om op straat makkelijker iemands identiteit vast te kunnen stellen krijgen boa’s vanaf volgend jaar ook toegang tot het rijbewijzenregister.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Nederland kent ongeveer 23.000 boa’s die verspreid over zes domeinen werken en via honderden publieke en private werkgevers. Zo kennen we de gemeentelijke handhavers die handhaven op veelvoorkomende overlast zoals hinderlijk gedrag van hangjongeren, afval op straat en verkeersovertredingen. De groene boa’s, zoals de boswachter die zorgt voor handhaving in de buitengebieden. Of de ov-boa’s: conducteurs in de trams, treinen en bussen. Ook leerplichtambtenaren en sociaal rechercheurs zijn boa’s. Er zijn dus veel verschillende boa’s. Naast een belangrijke rol die is weggelegd voor werkgevers, is de minister van Justitie en Veiligheid verantwoordelijk voor dit hele stelsel van boa’s.

Minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid: “Boa’s zijn de oren en ogen van de wijk. Zij kennen de inwoners, worden vaak als eerste aangesproken of spreken mensen aan. In de buitengebieden zorgen de groene boa’s ervoor dat de natuur beschermd blijft en in het openbaar vervoer dat iedereen veilig kan reizen. In de loop der jaren hebben boa’s er meer taken bij gekregen. Daarom hebben zij ook de bijbehorende instrumenten nodig om hun taak goed en zelfstandig te kunnen uitoefenen. Uiteraard in een goede samenwerking met de politie.”

Toegang tot systemen

Wanneer een boa op straat bij een overtreding een boete wil uitschrijven, moet hij de identiteit van de overtreder kunnen vaststellen. Wanneer een persoon geen identiteitsbewijs bij zich heeft, moet nu de politie erbij komen om de identiteit vast te stellen. Om ervoor te zorgen dat boa’s dit zelfstandig kunnen doen, krijgen zij toegang tot het rijbewijzenregister van de Dienst Wegverkeer (RDW). Zo kunnen gemeentelijke handhavers, publieke groene boa’s en ov-boa’s naar verwachting in de loop van 2023 zelfstandig de identiteit van een persoon vaststellen.

Bewapening

Boa’s moeten hun werk veilig kunnen doen. Dat betekent dat de werkgever moet zorgen voor training en een goede uitrusting, zoals een portofoon of een beschermend vest. Boa’s kunnen wanneer het nodig is voor hun taak worden uitgerust met geweldsmiddelen, bijvoorbeeld met de korte wapenstok. Bij het toekennen van de geweldsmiddelen moet de boa-werkgever nu onder meer aantonen of er sprake was van een toename van het aantal geweldsincidenten tegen de boa. Wanneer het aantal geweldsincidenten gelijk bleef of afnam, kon dit leiden tot de intrekking van het geweldsmiddel, terwijl de noodzaak tot het uitrusten van een boa met een geweldsmiddel aanwezig bleef. Dat is onwenselijk. Daarom wordt dit criterium nu aangepast in de beleidsregels boa. Daarnaast zullen handboeien op termijn worden toegevoegd aan de standaarduitrusting van boa’s die een geweldsbevoegdheid hebben.

De pilot met een korte wapenstok voor gemeentelijke handhavers in 10 gemeenten is geëvalueerd door het WODC. De evaluatie heeft veel nuttige leerpunten opgeleverd, bijvoorbeeld op het vlak van communicatieve vaardigheden en over het belang van training. Een aantal leerpunten wordt verwerkt in de beleidsregels boa. De pilot met de korte wapenstok eindigt 1 juli 2022. Alle gemeenten kunnen, indien zij dat willen, op basis van de aangepaste beleidsregels boa een aanvraag voor toekenning van de korte wapenstok indienen. Uiteraard moet die voldoen aan alle voorwaarden en criteria.

Neutraliteit van het uniform

De boa vertegenwoordigt gedurende het werk de Nederlandse overheid en kan hierbij gebruikmaken van de aan hem of haar toegekende politiebevoegdheden en eventueel geweldsmiddelen. Dat brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee en vereist een neutrale en professionele uitstraling. Daarom is er een landelijke richtlijn lifestyle-neutraliteit boa opgesteld conform de richtlijn zoals de politie die kent. In de richtlijn staat dat een boa in contact met het publiek afstand neemt van “zichtbare uitingen van (levens)overtuiging, religie, politieke overtuiging, geaardheid, beweging, vereniging of andere vorm van lifestyle, die afbreuk doet aan de gezagsuitstraling, neutraliteit en veiligheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar”.


Versterking ondernemers in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit

Minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid (JenV) versterkt met ondernemers de aanpak van georganiseerde misdaad om te voorkomen dat criminelen onze open economie en goede infrastructuur misbruiken. In een nieuw actieprogramma Veilig Ondernemen 2023-2026 worden hierover afspraken gemaakt met diverse branches en de ondernemersorganisaties VNO-NCW en het midden en kleinbedrijf MKB-Nederland. De minister investeert hierbij jaarlijks structureel € 10 miljoen extra in de regionale Platforms Veilig Ondernemen (PVO’s) om in heel Nederland de weerbaarheid van bedrijven tegen georganiseerde en ondermijnende criminaliteit te vergroten.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

De aanpak van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit heeft voor het kabinet prioriteit. In het coalitieakkoord trekt dit kabinet fors meer geld uit: oplopend naar een bedrag van structureel € 100 miljoen vanaf 2025. Dit geld komt bovenop de jaarlijkse € 434 miljoen die met Prinsjesdag 2021 door het vorige kabinet is vrijgemaakt. In de aanpak van de misdaad gaat het om voorkomen, doorbreken van criminele netwerken en verdienmodellen, bestraffen en beschermen. Volgens minister Yeşilgöz-Zegerius is hierbij de samenwerking met bedrijven, boeren en zelfstandigen essentieel. Er zijn hiervoor al verschillende trajecten ingezet, die de minister wil versterken.

Vermenging onder- en bovenwereld

‘De georganiseerde misdaad zoekt voortdurend wegen in de bovenwereld om geld wit te wassen en om illegale praktijken uit te kunnen voeren. Boeren en omwonenden op het platteland zien criminelen op zoek naar schuren om drugslabs in te richten. Vrachtwagenchauffeurs en havenpersoneel zien drugssmokkelaars die er niet voor terugdeinzen om met intimidatie en geweld hun illegale handelswaar op transport te krijgen. En in winkelstraten en bedrijfsterreinen zien bonafide ondernemers het gauw als een nieuwe buurman met duistere zaken bezig is. Ondernemers zien vaak snel waar criminele structuren in ontstaan en kunnen dan ook goed aangeven wat aan maatregelen nodig is. Alleen door samen op te trekken, kunnen we voorkomen dat criminele netwerken onze veilige samenleving ondermijnen en kunnen we dit doorbreken’, aldus minister Yeşilgöz-Zegerius.

PVO’s en voorbeelden om weerbaarheid te vergroten

De € 10 miljoen extra per jaar voor versterking van de PVO’s komt uit de Prinsjesdaggelden. De inzet van deze middelen zal worden bepaald in de 10 regionale PVO’s. Hierbinnen werken politie, Openbaar Ministerie, gemeenten, brancheorganisaties en bedrijven samen om ondernemers bewust te maken van de gevaren van ondermijnende criminaliteit en maatregelen te nemen om te voorkomen dat zij met de criminaliteit in aanraking komen. Uit onderzoek dat is verricht voor nieuwe afspraken in het landelijke actieprogramma Veilig Ondernemen 2023-2026, blijkt dat ondernemers behoefte hebben aan meer aandacht voor het vergroten van hun weerbaarheid tegen criminaliteit.

Land- en tuinbouw

Zo is ZLTO, de land- en tuinbouworganisatie voor agrarische ondernemers in de regio’s Zuid-Gelderland, Noord-Brabant en Zeeland, een pilot begonnen met steun van het ministerie van Justitie en Veiligheid voor een vertrouwenspersoon in het buitengebied. Uit het rapport weerbare boeren in kwetsbare gebieden blijkt dat bijna 1 op de 5 boeren en tuinders wel eens is benaderd door criminelen, die voor drugsproductie gebruik wilden maken van hun (leegstaande) schuren en stallen en voor drugsafval de mestput. Dit ervaart 1 op de 3 agrarische ondernemers als intimiderend. Bij de Vertrouwenspersoon Veilig Buitengebied kunnen de boeren, tuinders en omwonenden terecht met vragen, hulp en vermoedens van ondermijnende criminaliteit in hun omgeving.

Transportsector

Ook in de transportsector worden ondernemers, hun chauffeurs en ander personeel meer bewust gemaakt van drugssmokkel en de bijkomende gevaren. Het programma Transport Facilitated Organized Crime zal worden opgeschaald door de Dienst Infrastructuur van de Landelijke Eenheid Politie samen met de brede transportsector, waaronder Transport en Logistiek Nederland, en het ministerie van Justitie en Veiligheid om zowel de criminaliteit op logistieke knooppunten tegen te gaan als om te voorkomen dat de drugssmokkel zich verplaatst naar buiten de hekken en muren van zee- en luchthavens. Dit gebeurt onder meer door transportondernemers en hun personeel te trainen om verdachte situaties sneller te herkennen en hoe ze kunnen handelen als ze die situaties tegenkomen.


Kabinet presenteert vernieuwde aanpak dakloosheid: wonen eerst

Staatssecretaris Van Ooijen (VWS), minister De Jonge (BZK/VRO) en minister Schouten (SZW) informeren in een brief aan de Tweede Kamer over nieuwe plannen voor de aanpak tegen dakloosheid. Huisvesting wordt de kern van de vernieuwde aanpak. Daarnaast gaat er een grotere samenhang komen tussen de financiële problematiek en de dakloosheid. Bijzonder aan de nieuwe aanpak is dat ervaringsdeskundigen een belangrijke rol spelen. Ook komt er structureel € 65 miljoen euro per jaar extra beschikbaar. De definitieve plannen worden eind dit jaar gepresenteerd aan de Tweede Kamer.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Staatssecretaris Van Ooijen: “Het is een grondrecht dat de overheid moet zorgen voor voldoende woongelegenheid. Het vorige kabinet heeft een goede start gemaakt. Nu ga ik, samen met mijn collega’s, de volgende stap zetten die structureel van aard is; iemand die dakloos is, moet niet opgevangen worden in een daklozenopvang, maar we zorgen zo snel mogelijk voor een huis. Met de structurele investering wil ik volle bak inzetten op preventie van dakloosheid en zorgen dat daklozen snel een dak boven hun hoofd krijgen.”

Ervaringskennis

Een woning voor iedereen is voor het nieuwe kabinet een prioriteit. Alle relevante kennis die eerder is opgedaan, krijgt een plek in de nieuwe aanpak dakloosheid. Er komt een langetermijnaanpak dakloosheid 2023-2030 waarbij er een belangrijke rol is voor ervaringsdeskundigen. Ervaringskennis speelt een belangrijke rol voor het maken, maar ook voor het toetsen van het beleid. De ministeries van VWS, SZW, BZK en gemeenten trekken daarnaast op met alle andere betrokken partijen voor de langetermijnaanpak.

Wonen eerst

Het is bekend dat daklozenopvang het herstel van mensen niet bevordert. In bijna alle gevallen zijn dakloze mensen die in een opvang verblijven beter af met een eigen woonplek. Om menselijk leed en maatschappelijke kosten te voorkomen, moet er voor deze mensen snel een woonplek gevonden worden. Daarom moeten er, ook voor mensen die dakloos zijn of dreigen te raken, extra woonplekken gerealiseerd worden in Nederland. Voor deze groep is in het plan van minister De Jonge ‘een thuis voor iedereen’ expliciet aandacht. Gemeenten gaan in hun woonzorgvisie de behoefte aan huisvesting, zorg en begeleiding opnemen. Hierbij zal er ook gekeken worden naar een woning met de juiste begeleiding voor dakloze mensen.

Preventie

In de nieuwe aanpak komt meer nadruk op preventie. Schulden of gezondheidsproblemen moeten vroeg gesignaleerd worden; dit kan namelijk resulteren in dakloosheid. Hierbij is het belangrijk dat deze mensen snel de juiste ondersteuning krijgen. Door er eerder bij te zijn en ervoor te zorgen dat problemen niet verergeren, moet worden voorkomen dat mensen op straat belanden. Op dit gebied werkt het ministerie van VWS samen met het ministerie van SZW. Zo wordt er samengewerkt in programma’s die gericht zijn op preventie van geldzorgen, armoede en schulden. Ook is in het coalitieakkoord afgesproken dat de kostendelersnorm gewijzigd wordt en jongeren tot 27 jaar niet meetellen als kostendeler voor de uitkering van huisgenoten. Dit draagt bij aan het verminderen van dak- en thuisloosheid onder jongeren. Het kabinet kijkt ernaar uit om de komende jaren gezamenlijk met Rijkspartners, VNG, gemeenten, woningcorporaties, zorgaanbieders, cliënten- en belangenorganisaties, ervaringsdeskundigen, wetenschappers, fondsen, burgers en andere relevante lokale en landelijke (publieke en private) partijen, te werken aan de aanpak van dakloosheid.


Vernieuwd samenwerkingsverband NSOC in aanpak georganiseerde misdaad

Met een koerswijziging gaat het Multidisciplinair Interventie Team (MIT) verder in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit onder de naam Nationale Samenwerking tegen Ondermijnende Criminaliteit (NSOC). De samenwerking tussen de politie, het Openbaar Ministerie, de Douane, de Belastingdienst, de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst, de Koninklijke Marechaussee en andere onderdelen van het ministerie van Defensie is nodig voor het delen van informatie en het bedenken van nieuwe methoden om criminele structuren en hun verdienmodellen te verstoren. Dat wordt de kerntaak van het vernieuwde samenwerkingsverband. De operationele slagkracht en capaciteit om misdadigers op te pakken en hun netwerken met handlangers op te rollen zit bij de diensten zelf.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid licht in een brief aan de Tweede Kamer toe dat ze tot het besluit voor een koerswijziging is gekomen na overleg met zowel mensen van de werkvloer als uit de leiding van de samenwerkende diensten in het MIT, wetenschappers en andere professionals die bij het samenwerkingsverband betrokken zijn (geweest). Uit die overleggen bleek dat er veel consensus is over de noodzaak van samenwerking om informatie te kunnen delen voor een effectievere aanpak van de georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. De diensten hebben samen veel beter zicht op criminele fenomenen en onderliggende structuren dan zij alleen op basis van hun eigen informatie kunnen krijgen. Tegelijk was er ook kritiek, omdat er in de opbouw van het MIT discussie en onduidelijkheid was over aansturing bij interventies en operationele slagkracht van betrokken moederorganisaties.

Koerswijziging

Minister Yeşilgöz-Zegerius: ‘De bouwstenen van het MIT voor informatiedeling houden we, omdat samen de organisaties het inzicht krijgen dat ze alleen niet hebben. Maar wel met een koerswijziging. De georganiseerde misdaad heeft de afgelopen decennia te veel aan terrein gewonnen. De misdaad misbruikt onze open samenleving en goede economische infrastructuur en past zich telkens aan nieuwe situaties aan. We moeten slimmer en sneller criminele netwerken doorgronden en met nieuwe methodes deze doorbreken. De samenwerking binnen de NSOC moet hierin een duidelijke toegevoegde waarde krijgen, zodat Nederland minder aantrekkelijk wordt voor de georganiseerde misdaad.’

Nieuwe focus in NSOC

De samenwerkende partners gaan vanaf 1 juli 2022 met een nieuwe focus aan de slag als NSOC. De opdracht is om versneld in te zetten op het ontwikkelen van nieuwe methoden om de (financiële) verwevenheid van onder- en bovenwereld bloot te leggen en te ontvlechten. De nieuwe focus zal liggen op de aanpak criminele geldstromen en de achterliggende bedrijfsstructuren, zoals witwaspraktijken via handelsstromen en financiële dienstverleners die criminelen bij bedrijven helpen, corruptie en geweld. Ook wordt gericht gekeken naar logistieke dienstverleners van criminelen, aangezien onze goede infrastructuur met de grote transportsector, lucht- en zeehavens helaas ook voor illegale zaken wordt misbruikt.

Evaluatie ingezette werkwijze

Na een periode van 18 maanden wordt de nieuw ingezette werkwijze geëvalueerd en beoordeeld op resultaten en de toegevoegde waarde van het samenwerkingsverband. De opdracht voor de NSOC is om interventiemogelijkheden te ontwikkelen die anders en vernieuwend zijn ten opzichte van wat de moederorganisaties zelf al doen. Met de gedeelde informatie binnen de NSOC kunnen operationele diensten van de moederorganisaties verdere slagen maken in de strijd tegen de georganiseerde misdaad.

Interventiecapaciteit

Afgesproken is dat voor de periode van 18 maanden een wezenlijk deel van de interventiecapaciteit niet in het samenwerkingsverband komt, maar vanuit de moederorganisaties beschikbaar wordt gesteld wanneer nodig. De interventiecapaciteit in het samenwerkingsverband is voor de ontwikkeling en uitvoering van alternatieve interventies die niet behoren tot de taak van een van de moederorganisaties. Hoeveel capaciteit en bijbehorende financiering er overgaat naar het NSOC en hoeveel naar de moederorganisaties, wordt de komende weken duidelijk in overleg met alle betrokken partijen en tussen de ministeries van Justitie en Veiligheid, Financiën en Defensie.


€ 40 miljoen voor regionale aanpak georganiseerde criminaliteit

De bestrijding van georganiseerde misdaad wordt in de regio met jaarlijks € 40 miljoen versterkt. Elke regio in Nederland heeft zijn eigen unieke kenmerken en dat vergt ook een specifieke aanpak van criminaliteit. Deze moet volgens minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid verder worden uitgebouwd. Zo wordt in regio’s met veel logistieke bedrijvigheid – van zeehavens en vliegvelden tot plezierjachthavens – de strijd tegen internationale drugssmokkel opgevoerd, wordt in het grensgebied met buurlanden opgetrokken om te voorkomen dat criminelen daar onder de radar verdwijnen en wordt op het platteland de weerbaarheid van boeren vergroot tegen crimineel gebruik van hun schuren voor productie van drugs.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

“Criminelen maken misbruik van de situatie die ze krijgen. Ze nestelen zich in onze woonwijken, bedrijven en buitengebieden om hun illegale praktijken uit te voeren als we niet uitkijken. In de regio pakken we de misdaad bij de bron aan en doorbreken we de structuren voordat complete criminele netwerken kunnen ontstaan. Drugslabs ontmantelen we niet alleen op het platteland, maar de aanvoer van grondstoffen en de export van pillen via onze havens willen we ook stoppen, criminele geldstromen doorsnijden en voorkomen dat jongeren door drugsdealers in een misdaadcarrière worden geronseld.’’ aldus minister Yeşilgöz-Zegerius.

Voorkomen en doorbreken

In de aanpak van zware misdaad gaat het om voorkomen, doorbreken van criminele netwerken en verdienmodellen, bestraffen en beschermen. Om tegen te gaan dat georganiseerde criminaliteit onze veilige samenleving ondermijnt, is zowel een landelijke als een regionale en lokale aanpak nodig met gemeenten, politie, Openbaar Ministerie (OM), maar ook met ondernemers en buurtbewoners. Er wordt daarom veel geld uitgetrokken om de aanpak op alle fronten uit te bouwen en de georganiseerde (drugs)criminaliteit terug te dringen. In het coalitieakkoord trekt dit kabinet jaarlijks meer geld uit: oplopend naar een bedrag van structureel € 100 miljoen vanaf 2025. Dit geld komt bovenop de jaarlijkse € 434 miljoen die met Prinsjesdag 2021 door het vorige kabinet structureel is vrijgemaakt. 

Regionale Informatie- en Expertise Centra

De € 40 miljoen voor de regionale versterking komt uit de Prinsjesdaggelden. Hiervan wordt € 10 miljoen extra geïnvesteerd in de organisaties van de 10 zogenoemde Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s) en het Landelijk Informatie en Expertise Centrum (LIEC). In de RIEC’s werken alle betrokken partners in een regio samen in de bestrijding van misdaad, zoals gemeenten, provincies, politie, OM, Belastingdienst, Douane, FIOD,  Arbeidsinspectie en Koninklijke Marechaussee. Door samen te werken en expertise te delen, hebben deze partijen steeds beter in het vizier wat er lokaal en regionaal speelt aan georganiseerde criminaliteit en de ondermijnende effecten daarvan.

Samenwerken en kennisdeling in de regio

Verder wordt € 30 miljoen geïnvesteerd om de samenwerking, de kennisdeling en de uitvoering te versterken in de regio. Per RIEC komt er ieder jaar tussen de € 2,5 en € 3 miljoen extra beschikbaar om de aanpak in hun regio te versterken. Minister Yeşilgöz-Zegerius heeft de RIEC’s gevraagd hiervoor voorstellen te doen. De partners binnen de RIEC’s kunnen het beste gezamenlijk bepalen wat er nodig is aan capaciteit, inzet van nieuwe technieken en andere instrumenten in hun gebied. Gaat het om meer bestuurlijke interventies, inzet op strafrechtelijk gebied van de politie en het OM en/of bijvoorbeeld op fiscaal terrein door de Belastingdienst en in het toezicht door Douane? Naar verwachting zullen de plannen van de RIEC’s voor de versterking in het najaar gereed zijn.


Kabinet blijft investeren in aanpak terrorisme en extremisme

Terroristen en gewelddadige extremisten blijven een reële dreiging vormen voor onze open en vrije samenleving. Er blijven mensen die erop uit zijn met bruut geweld onze democratische rechtsorde omver te werpen. Terroristisch geweld blijft ook de komende jaren in Nederland voorstelbaar. Er gaat dreiging uit van jihadisme en rechts-extremisme. Ook zien we nieuwe en ad-hoc-vormen van extremisme, vaak in combinatie met extreme anti-overheidssentimenten en complotdenkbeelden. Deze geweldsdreiging is moeilijk te voorspellen en kan bij eenlingen escaleren tot terroristisch geweld.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Het kabinet is er alles aan gelegen om alle vormen van gewelddadig-extremisme en terrorisme aan te pakken en een aanslag op Nederlandse bodem en Nederlandse belangen in het buitenland te voorkomen. Dit komt tot uiting in de door de ministerraad vastgestelde Nationale Contraterrorisme Strategie 2022-2026.

Minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid: “In ons land kunnen mensen in vrijheid en veiligheid samenleven. Dat is een groot goed dat we met elkaar moeten koesteren en beschermen. Radicalisering moet zo vroeg mogelijk worden voorkomen. Het toenemende gebruik van online platforms door zowel jihadisten als rechts-extremisten verdient onze volle aandacht. En straffeloosheid ISIS-terroristen wordt voorkomen.”

Aanpak volgt de dreiging

Veel recente aanslagen in Europa zijn gepleegd door alleenhandelende daders. Dit vraagt de komende jaren extra aandacht voor de dreiging die uit gaat van deze groep en intensievere samenwerking tussen het zorg- en veiligheidsdomein. Meer en meer vindt radicalisering online plaats, op kanalen als Telegram en Instagram. Dit vraagt om technologische oplossingen, zowel voor het signaleren als tegengaan van verspreiding van gewelddadig extremistische en terroristische content.

De komende jaren zullen veroordeelde terroristen vrijkomen van de Terrorismeafdeling (TA) en moet er extra aandacht zijn voor veilige en gecontroleerde re-integratie na detentie. Ook moet het strafmaximum voor deelname aan een terroristische organisatie worden verhoogd naar 20 jaar.

Lokale aanpak

De Nationale Contraterrorisme Strategie is tot stand gekomen onder de coördinatie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), met betrokkenheid van alle partners. Van inlichtingen-, veiligheids- en opsporingsdiensten, de justitiële en migratieketen, tot de sociale en lokale partners. De nieuwe strategie is een voortzetting van de al bestaande goede samenwerking tussen lokale en landelijke partners. Deze lokale aanpak is het fundament van de Nederlandse contraterrorisme strategie en onderscheidend in Europa.


Ministerie van Justitie en Veiligheid investeerde in 2021 in behoud van een goed functionerende rechtsstaat

Op verantwoordingsdag geeft het kabinet inzicht in waar ons belastinggeld aan is besteed. Afgelopen jaar heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) het grootste deel van het geld geïnvesteerd in de thema’s georganiseerde en ondermijnende criminialiteit, toegang tot het recht en migratie en asiel. Dat zijn en blijven op dit moment de uitdagingen voor JenV om een goed functionerende rechtsstaat te behouden. 

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Georganiseerde en ondermijnende criminaliteit

De aanpak van zware criminaliteit vergt een lange adem. In 2021 is een breed offensief ingezet om georganiseerde misdaad terug te dringen. Daar kwam € 141 miljoen extra voor beschikbaar. Daarvan is € 41 miljoen geïnvesteerd in  bewaking en beveiliging van mensen die de rechtsstaat dienen en door dit werk te maken krijgen met bedreigingen en intimidatie. Bijvoorbeeld criminaliteitsbestrijders, journalisten, advocaten, politici en rechters. En € 73 miljoen in de opbouw van het zogenoemde Multidisciplinair Interventieteam (MIT). Het MIT brengt informatie bij elkaar om criminele netweken en hun geldstromen bloot te leggen.

Daarnaast is er bijna € 7 miljoen gestoken in drugscontroles in de Rotterdamse haven en op de luchthaven Schiphol. Dat geld is onder andere geïnvesteerd in:

  • slimme technologie;
  • aanpak van uithalers van drugs uit containers;
  • betere beveiliging;
  • meer toezicht;
  • vergroten van de alertheid bij personeel op bijvoorbeeld vreemde bewegingen op en rond de (lucht)haven.

Tot slot was er € 15 miljoen voor een lokale en regionale aanpak. Met dit geld wordt in kaart gebracht wat er lokaal speelt aan georganiseerde misdaad en de ondermijnende effecten daarvan. En hoe dit het beste kan worden aangepakt.

Toegang tot het recht

Een rechtszaak voeren is niet in alle gevallen de juiste oplossing voor een probleem. Soms werkt het beter om problemen op te lossen via bijvoorbeeld mediation. Bijvoorbeeld bij een echtscheiding of dreigend ontslag. Of is er, naast juridisch advies, ook begeleiding nodig op financieel, medisch of sociaal gebied.

Om mensen sneller en makkelijker te helpen aan een passende oplossing bij een probleem is bijvoorbeeld de online dienstverlening van het Juridisch loket verbeterd. Nieuw daarbij was bijvoorbeeld digitale assistent Julo, die mensen een advies geeft bij juridische vragen. Ook is het Loket onlangs gestart met een pilot over videobellen. Juist voor mensen met een kwetsbare gezondheid of op grotere afstand van een Loket is er dan toch de mogelijkheid om persoonlijk contact te hebben.

Ook zijn er 2021 in negen gemeenten pilots gestart om in de dagelijkse praktijk te onderzoeken wat intensievere samenwerking tussen het sociaal en juridisch domein oplevert voor betere oplossingen voor rechtzoekenden. In totaal lopen er 34 pilots in het programma stelselvernieuwing rechtsbijstand.

Verder trof het kabinet voorbereidingen voor betere vergoedingen voor sociaal advocaten en mediators. Deze zijn ingegaan per 1 januari 2022. Het kabinet stelt daar jaarlijks € 154 miljoen voor beschikbaar. De sociaal advocaten en mediators  krijgen hogere vergoedingen, zodat  deze beter in verhouding zijn met de daadwerkelijke tijdbesteding van de geleverde rechtsbijstand bij complexe zaken.

Migratie en asiel

In 2021 werd onderzoek uitgevoerd naar  mogelijke verbeteringen in de weg die de migrant door de asielketen aflegt. Aan de asielketen is vorig jaar € 1,3 miljard uitgegeven. Daarmee is bijvoorbeeld de taskforce IND, waarmee achterstanden in asielaanvragen zijn ingelopen, in 2021 afgerond.

Ook werd een achterstand ingelopen in het zoeken van huisvesting voor mensen die een verblijfsvergunning hebben gekregen. Dat is nodig om ruimte te maken voor asielzoekers in opvanglocaties.

Daarnaast zijn verschillende maatregelen uitgevoerd gericht op flexibilisering van de asielketen. Zo implementeerde de Rijksoverheid het vernieuwde identificatie- en registratieproces en kreeg de Algemene Asielprocedure flexibeler vorm. Ook dit jaar zorgden de nodige uitdagingen ervoor dat het onverminderd druk was in de asielopvang. Er is hard gewerkt aan voldoende opvangplekken en snelle, zorgvuldige asielprocedures.


Staatssecretaris Van Ooijen: prioriteit voor meest kwetsbare kinderen, marktwerking beperken

Staatssecretaris van Ooijen (VWS) wil flinke hervormingen in de jeugdzorg doorvoeren om de zorg te verbeteren voor kinderen, jongeren en gezinnen die dat nodig hebben. Het goed organiseren van zorg voor kinderen met de meest complexe problemen heeft daarbij de hoogste prioriteit en dat vraagt om meer regie en professionele ruimte. Het huidige systeem werkt vooral lichtere vormen van zorg in de hand. De staatssecretaris wil een duidelijke afbakening in de wet wat onder jeugdhulp valt, met het doel om kinderen die het echt nodig hebben beter en sneller te kunnen helpen. Ook wil hij de marktwerking terugdringen en de perverse prikkels uit het jeugdzorgsysteem halen, onder andere door excessieve winsten aan te pakken en de groei van het aantal jeugdzorgaanbieders te beteugelen. Samen met de minister Weerwind (Rechtsbescherming) heeft hij de Tweede Kamer geïnformeerd over zijn plannen om de jeugdzorg te verbeteren en financieel beter beheersbaar te maken.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Staatssecretaris Van Ooijen: “Knokken voor ieder kind, met die inzet ben ik in januari als staatssecretaris aan de slag gegaan. Sindsdien spreek ik veel kinderen en ouders die met jeugdzorg te maken krijgen en hoor ik te vaak dat zij niet op het juiste moment de juiste hulp krijgen. Ook spreek ik veel hulpverleners, en ook zij lopen vast in systeem. Dat raakt mij enorm en motiveert mij om flinke hervormingen door te voeren. Er gaat steeds meer geld, tijd en energie naar lichtere vormen van hulp, terwijl we dat allemaal hard nodig hebben om beter voor de meest kwetsbare kinderen te zorgen. Er zitten allerlei van dit soort foute prikkels in het systeem, daar moeten we van af. Door marktwerking aan banden te leggen, komen we dichter bij een systeem dat er echt op gericht is om kinderen te helpen. Ik ga met gemeenten en andere betrokken partijen graag aan de slag om gezamenlijk jeugdzorg te verbeteren.”

Meer regie en professionele ruimte voor meest complexe zorg

Bij de hervorming van jeugdzorg is de beschikbaarheid van passende zorg voor de meest kwetsbare kinderen de grootste prioriteit. Te denken valt hier aan kinderen die te maken hebben een hoogcomplexe zorgvraag, zoals bijvoorbeeld een eetstoornis, een chronische aandoening, of een jeugdbeschermingsmaatregel. Zij komen te vaak op wachtlijsten terecht en weten onvoldoende de weg te vinden in een onoverzichtelijk zorgstelsel. Daarom moet er meer regie en professionele ruimte komen voor de meest complexe vormen van zorg. Deze zorg, die maar een relatief beperkt aantal kinderen in het hele land nodig hebben, moet meer centraal worden ingekocht en georganiseerd. Hulpverleners moeten de ruimte krijgen om op basis van hun professionele deskundigheid de juiste dingen te doen. Daarnaast wordt de regionale inkoop van specialistische zorg verplicht. Er komt meer regie op een logische indeling van deze regio’s qua indeling en grootte, zodat zij deze rol zo effectief mogelijk kunnen vervullen.

Zorg beschikbaar wanneer het echt nodig is

Waar in 1997 nog 1 op de 27 kinderen gebruik maakte van jeugdhulp, was dit in 2015 1 op de 10 en in 2021 zelfs 1 op de 7. Kinderen die echt hulp of zorg nodig hebben, moeten daar natuurlijk altijd aanspraak op kunnen maken. Maar nu werkt het systeem zo dat vooral het aanbod van lichtere vormen van hulp steeds verder groeit en dat kinderen daar te makkelijk in terecht komen. Het is van belang dat zorg beschikbaar blijft voor kinderen die het echt nodig hebben. Bij het toekennen van jeugdhulp moet dan ook meer rekening gehouden worden met aard en ernst van problematiek en wat er in de eigen omgeving van het kind al aan oplossingen mogelijk is. Dit wordt in de wet duidelijker afgebakend.

Einde aan perverse prikkels marktwerking

De onbalans tussen complexe zorg en lichte zorg in het systeem is een van de gevolgen van marktwerking in de jeugdzorg. Het moet in de jeugdzorg gaan over kinderen helpen, niet over winst maximaliseren. De staatssecretaris wil een einde maken aan de perverse prikkels die dit in de hand werken, onder andere door winsten te maximeren. De groei van aanbieders wordt aan banden gelegd, door zogenaamde ‘open house’ aanbestedingen te beperken. Dit zijn aanbestedingen waarbij elke aanbieder die aan de voorwaarden voldoet automatisch een contract krijgt. Bovendien moeten reële tarieven worden betaald die passen bij de soort zorg die geleverd wordt, zodat het niet langer loont om alleen lichte goedkope zorg aan te bieden. In de wet wordt vastgelegd hoe deze tarieven berekend moeten worden.

Hervormingsagenda hervat

Een deel van deze hervormingen wordt uitgewerkt in de Hervormingsagenda. Alle partijen willen graag hun verantwoordelijkheid nemen om de jeugdzorg te verbeteren. Eerder dit jaar hebben gemeenten hun medewerking aan de Hervormingsagenda opgeschort, naar aanleiding van de voorgenomen besparing op de jeugdzorg van €511 miljoen. Nu het kabinet heeft besloten dat deze besparing een Rijksverantwoordelijkheid is, zijn gemeenten weer gecommitteerd om samen tot de Hervormingsagenda te komen. Concreet betekent dit dat het aan de Rijksoverheid is om aanvullende maatregelen te nemen die tot de besparing zullen leiden.


Advies van de Raad van State over nieuwe Wetboek van Strafvordering

In april 2022 heeft de Raad van State een advies uitgebracht over het wetsvoorstel voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Het advies is een belangrijke mijlpaal in dit wetgevingsproject. In het Wetboek van Strafvordering staan de procesregels voor de opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten. Het wetboek is van wezenlijk belang voor het goed functioneren van de rechtstaat. In haar eindoordeel maakt de Afdeling advisering van de Raad van State een aantal opmerkingen bij het wetsvoorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Dit wordt een dictum B genoemd.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Modernisering

De afgelopen jaren is gewerkt aan een nieuw Wetboek van Strafvordering omdat het huidige wetboek uit 1926 is verouderd en na ongeveer 150 wijzigingen een lappendeken is geworden. Het nieuwe wetboek is een toekomstbestendig wetboek dat voor mensen toegankelijk is, voorziet in een evenwichtig stelsel van rechtswaarborgen en in de praktijk werkt voor de 100.000 professionals in de strafrechtketen. In zijn advies onderschrijft de Raad van State het belang van een nieuw, gemoderniseerd en toegankelijk wetboek. Het vergroot volgens de Raad de rechtszekerheid en bruikbaarheid.

Planning

De komende periode wordt het omvangrijke advies van de Raad door het Ministerie van Justitie en Veiligheid verwerkt. Naar verwachting is het wetsvoorstel in het 4e kwartaal van dit jaar gereed. Het wordt dan ingediend bij de Tweede Kamer. Op dat moment geven de ministers Weerwind (Rechtsbescherming) en Yeşilgöz-Zegerius (Justitie en Veiligheid) een inhoudelijke reactie op het advies (het zogeheten nader rapport) en geven zij aan hoe het advies is verwerkt in het wetsvoorstel en in de memorie van toelichting.


Extra geld voor aanpak jonge aanwas criminaliteit in 15 gemeenten

Georganiseerde misdaad heeft in diverse wijken in ons land een giftige uitwerking op de jeugd. Drugscriminelen rekruteren jongeren en dat begint soms al op de basisschool. Minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid investeert daarom jaarlijks € 82 miljoen om dat te stoppen. Ze heeft nu eerst 15 gemeenten gevraagd plannen uit te werken voor wijken waar de risico’s het grootst zijn dat jongeren doorgroeien in een criminele carrière. Het gaat om: Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Eindhoven, Groningen, Heerlen, Leeuwarden, Lelystad, Nieuwegein, Rotterdam, Schiedam, Tilburg, Utrecht en Zaanstad.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

“Criminelen verleiden kinderen op de basisschool al om ergens een pakketje af te geven. Ze vragen middelbare scholieren om met hun scooter iemand weg te brengen en op te pikken. Op een dag horen ze schoten en raken ze betrokken bij een liquidatie. Jongeren worden zo de criminaliteit in gezogen en raken hun toekomst kwijt. We moeten voorkomen dat kleine jongens grote criminelen worden. Hier horen ouders ook hun volle verantwoordelijkheid te pakken’’, aldus minister Yeşilgöz-Zegerius.

Voorkomen, doorbreken, bestraffen en beschermen

In de aanpak van zware misdaad gaat het over voorkomen, doorbreken van criminele netwerken en verdienmodellen, bestraffen en beschermen. Niet alleen door het oppakken van zware criminelen en het ontmantelen van hun illegale verdienmodellen, maar ook door te voorkomen dat criminelen steeds weer nieuwe jongeren het vuile werk kunnen laten opknappen. Dat vergt een forse investering en een lange adem. Er wordt daarom veel geld uitgetrokken om de aanpak op alle fronten uit te bouwen en de georganiseerde (drugs)criminaliteit terug te dringen. In het coalitieakkoord trekt dit kabinet jaarlijks meer geld uit: oplopend naar een bedrag van structureel € 100 miljoen vanaf 2025. Dit geld komt bovenop de € 434 miljoen structureel die eind vorig jaar met Prinsjesdag door het vorige kabinet is vrijgemaakt.

Kabinetsbreed versterkt

Over de specifieke uitwerking van de preventieplannen tegen georganiseerde en ondermijnende (jeugd)criminaliteit wordt de Tweede Kamer voor de zomer nader geïnformeerd. Minister Yeşilgöz-Zegerius wil die aanpak voor langere duur inzetten in meer gemeenten om nieuwe generaties in de criminaliteit te voorkomen. Deze plannen worden kabinetsbreed versterkt door bijvoorbeeld ook de minister voor Rechtsbescherming, ministers van OCW, VWS, SZW en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid.

Alvast aan de slag in 15 gemeenten

Nu kunnen alvast de 15 gemeenten aan de slag met de uitwerking van plannen voor hun wijken waar de problemen het grootst zijn. Op basis van de plannen van deze gemeenten wordt duidelijk hoeveel zij van de € 82 miljoen nodig hebben. Later dit jaar volgen meer gemeenten. In de aanpak wordt extra ingezet door gemeenten met betrokken partners in de directe leefomgeving van de jongeren: van de politie, het Openbaar Ministerie (OM), Rechtspraak, Raad voor de Kinderbescherming, de Reclassering, Stichting Halt, Zorg- en Veiligheidshuizen tot en met de leraren op scholen, het jongerenwerk, jeugdzorg, lokale ondernemers en werkgevers.

Intensieve persoonsgerichte aanpak

Jongeren krijgen perspectief op werk en inkomen en worden ook streng en consequent aangesproken als ze dreigen af te glijden richting criminaliteit. Daarom hebben ook de agenten in de wijken, leraren, jongerenwerkers en reclasseringsmedewerkers een nadrukkelijke rol. “Minister Yeşilgöz-Zegerius: Alles valt of staat met jongeren aanspreken op hun gedrag en het betrekken van hun ouders. Alleen door een intensieve persoonsgerichte aanpak kunnen we de intimiderende druk van drugshandelaren op onze kinderen, scholieren en jongvolwassenen in wijken stoppen.’’