Online fraude met nieuwe technieken strenger bestraft

Onze manier van betalen wordt steeds moderner. We zijn gewend aan betaalverzoeken via de smartphone of geld overmaken via een app, in aanvulling op gebruik van de bankpas of contant geld. Dat brengt ook nieuwe vormen van criminaliteit met zich mee, zoals whatsapp fraude of phishing. Daarom wordt het vervalsen, gebruiken, vervaardigen en aanschaffen van elektronische betaalinstrumenten een zelfstandig strafbaar feit. Ook gaan de maximale straffen voor betaalfraude omhoog. Dat staat in het wetsvoorstel dat minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid dat naar de Tweede Kamer is gestuurd en een Europese richtlijn omzet in Nederlands recht.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Strafbaarheidstelling uitgebreid

Het Nederlandse recht kent al veel mogelijkheden om fraude te bestraffen, zoals de strafbaarstelling van valsheid in geschrifte, diefstal, afpersing en oplichting. Ook als de fraude online plaatsvindt is bestraffing mogelijk, bijvoorbeeld door strafbepalingen over het aftappen en opnemen van computergegevens. Met dit wetsvoorstel wordt de strafbaarstelling van het vervalsen, gebruikmaken en bezitten van betaalpassen uitgebreid naar alle elektronische betaalinstrumenten. Zodat nieuwe betaalmethoden net zo goed worden beschermd door het strafrecht als de ‘oude‘, zoals bankpassen.

Europese richtlijn

Met het wetsvoorstel wordt een Europese richtlijn over de bestrijding van fraude met en vervalsing van niet-contante betaalmiddelen volledig omgezet in Nederlands recht. Het is belangrijk dat in de hele Europese Unie dezelfde regels gelden, omdat online fraude vaak grensoverschrijdend is. Niet alleen giraal en elektronisch geld, maar ook virtuele valuta, zoals bitcoins, vallen onder de richtlijn.

Maximale gevangenisstraffen verhoogd

Ook worden de maximale gevangenisstraffen voor betaalfraude verhoogd. Voor computercriminaliteit waarmee betaalgegevens worden verkregen, gaan de straffen omhoog van twee naar drie jaar. Voor het vervalsen van betaalgegevens of betaalapplicaties gaan de straffen zelfs omhoog naar zes jaar. Dat geldt ook voor de straffen op het voorhanden hebben of verkopen van gestolen betaalgegevens. Die straf is op dit moment maximaal één jaar.


Campagne ‘Wat kan mij helpen’

Een jaar geleden is de meerjarencampagne ‘Wat kan mij helpen’ van start gegaan. Met deze campagne wil het ministerie van Justitie en Veiligheid mensen die tegen hun wil seks met een bekende hebben gehad, motiveren zo snel mogelijk professionele hulp te zoeken. Recent ging de Internationale Dag tegen Geweld tegen Vrouwen de campagne het tweede jaar in. 

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Op de website watkanmijhelpen.nl kunnen mensen die een ongewenste seksuele ervaring hebben gehad, bekijken wat anderen hebben meegemaakt, wat hun gevoelens en twijfels waren, waarom zij professionele hulp hebben gezocht en wat dat hen heeft opgeleverd. De verhalen helpen slachtoffers te beseffen dat het niet oké is wat er is gebeurd en dat professionele hulp kan helpen.

Eerste campagneperiode

In de eerste campagneperiode van 25 november 2019 tot en met eind maart 2020 is de website 137.000 keer bezocht. De online uitingen op datingapps zorgden voor het meeste bezoek. Bezoekers bleven gemiddeld ruim 6 minuten op de website, dat is heel lang. Daarna klikte 1 op de 60 bezoekers door naar de website van de partners Centrum Seksueel Geweld, Slachtofferhulp Nederland of de politie. Uit het campagne-effectonderzoek blijkt dat een grote meerderheid van de doelgroep vindt dat de campagne de boodschap overbrengt. De respondenten gaven de campagne een 8. Dat is een bovengemiddelde waardering voor een rijksoverheidscampagne.

Tweede campagneperiode

De tweede campagneperiode is op 5 oktober 2020 online van start gegaan. Mediapartners zoals Vice en Linda.meiden delen online verhalen van mensen die seks tegen hun wil hebben gehad. Zij vertellen onder andere wat hulp voor hen heeft betekend. Ook worden online video’s en banners ingezet om de boodschap over te brengen. De komende maanden blijven deze uitingen draaien.

Meerjarencampagne

In 2021 krijgt in de meerjarencampagne de omgeving een grotere rol. De eerste reactie van een vriend, familielid of collega die in vertrouwen wordt genomen, versterkt vaak onbedoeld het schuld- en schaamtegevoel van het slachtoffer. Dit wordt ook wel victim blaming genoemd. De drempel om hulp te vragen wordt hierdoor vergroot.

Seksueel geweld in Nederland

1 op de 5 vrouwen (22%) en 1 op de 16 mannen (6%) in Nederland hebben weleens seksueel geweld meegemaakt. Dit zijn seksuele handelingen die iemand gedwongen heeft uitgevoerd1. Dit heeft vaak grote impact. Als iemand seks tegen zijn wil heeft gehad, is het goed om zo snel mogelijk hulp te vragen. Zo zijn er binnen zeven dagen veel mogelijkheden op medisch, psychologisch en forensisch vlak.

Samenwerking

De campagne is in samenwerking met partners gemaakt, zoals het ministerie van VWS, Centrum Seksueel Geweld, Slachtofferhulp Nederland en de politie.  


Kabinet pakt ongewenste buitenlandse beïnvloeding integraal aan

Met een aanpak van actoren en inzicht in de doelen en geldstromen van buitenlandse organisaties wil het kabinet problematisch gedrag door ongewenste buitenlandse beïnvloeding tegengaan. Daarnaast zet het kabinet zich in om de doelgroepen in Nederland beter tegen die beïnvloeding bestand te maken en de ongewenste maatschappelijke effecten af te zwakken. Het kabinet kiest daarbij voor een aanpak gericht op preventie en repressie. 

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Dat staat in de kabinetsreactie op het eindverslag van de Parlementaire ondervragingscommissie naar ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) die het kabinet naar de Tweede Kamer stuurt.

Beïnvloeding

De POCOB onderzocht welke beïnvloeding er is van maatschappelijke en religieuze organisaties in Nederland, zoals moskeeën, uit een aantal (deels) onvrije landen, en hoe deze beïnvloeding kan worden doorbroken. De POCOB stelt dat deze beïnvloeding grote gevolgen kan hebben voor de islamitische gemeenschappen in Nederland en voor de Nederlandse samenleving als geheel. Het kabinet deelt deze zorg. Volgens het kabinet is buitenlandse beïnvloeding ongewenst als zij leidt tot problematisch gedrag, radicalisering of in het uiterste geval (gewelddadig) extremisme.

Problematisch gedrag

Bij problematisch gedrag gaat het om gedrag dat vaak binnen de grenzen van de wet valt, maar kan leiden tot aantasting en ondermijning van de democratische rechtsorde. Dit gedrag kan betrekking hebben op de verhouding tussen burgers en overheid, bijvoorbeeld als de democratie wordt ondermijnd of als overheidsorganisaties worden tegengewerkt. Het kan ook betrekking hebben op de verhoudingen tussen burgers onderling, bijvoorbeeld wanneer vijandbeelden worden verspreid of mensen actief worden ontmoedigd aan de samenleving mee te doen.

Brede aanpak

Het kabinet zet in op een brede aanpak die gericht is op preventie en repressie. In deze aanpak staan vijf pijlers centraal.

  • Aanpak van actoren: door informatiedeling via diplomatieke kanalen met bijvoorbeeld de Golfstaten over financieringsaanvragen vanuit Nederland, een open en constructieve dialoog met Turkije en een hechtere Europese samenwerking. Daarnaast heeft de Tweede Kamer recent ingestemd met een wetsvoorstel waardoor antidemocratische organisaties makkelijker zijn te verbieden.
  • Vergroten van inzicht in intenties en doelen: door onderzoek van bijvoorbeeld de AIVD wil Nederland meer inzicht krijgen in de doelstellingen achter de beïnvloeding die andere landen proberen uit te oefenen op gemeenschappen die in Nederland wonen.
  • Zicht op en aanpak van middelen: het kabinet liet onderzoek doen naar buitenlandse financiering in Nederland; de AIVD en het Financieel Expertise Centrum doen nog verder onderzoek. Met de Wet transparantie maatschappelijke organisaties die bij de Tweede Kamer wordt ingediend, kunnen onder anderen burgemeesters en OM inzage krijgen in alle donaties van buiten de EU/EER. Organisaties en bestuurders die niet meewerken maken zich schuldig aan een strafbaar feit en dwarsliggende bestuurders riskeren een bestuursverbod. Bovendien komt het kabinet dit voorjaar met plannen om bepaalde geldstromen stil te leggen die tot ongewenst gedrag leiden, bijvoorbeeld door het bevriezen van financiële middelen van een organisatie die oproept tot haat, discriminatie of antidemocratische gedachten die niet thuishoren in Nederland.
  • Weerbaar maken van doelgroepen: door bijvoorbeeld moskeebesturen te versterken, de kwaliteit van informele scholing te verbeteren en een Nederlandse imamopleiding te starten, wil het kabinet de Nederlandse organisaties en burgers minder vatbaar maken voor onwenselijke beïnvloeding vanuit het buitenland. Wanneer organisaties beter verankerd zijn in Nederland, kunnen ze zelfstandig en zonder buitenlandse beïnvloeding functioneren.
  • Ongewenste maatschappelijke effecten afzwakken: de Taskforce Problematisch Gedrag en Ongewenste Buitenlandse Financiering is een samenwerkingsverband tussen verschillende ministeries dat nauw samenwerkt met gemeenten en gemeenschappen. De Taskforce geeft handvatten en advies om in concrete gevallen handelingsperspectief te bieden.

Met deze pijlers zet het kabinet in op een organisatiegerichte aanpak, om daarmee ongewenste buitenlandse beïnvloeding en ongewenste buitenlandse financiering tegen te gaan.


Transparantie geëist in bestrijding van buitenlandse beïnvloeding

Financiering van maatschappelijke organisaties mag niet gepaard gaan met onwenselijke (buitenlandse) beïnvloeding en misbruik van de vrijheden die hier in Nederland gelden. Daarom dient minister Dekker voor Rechtsbescherming een wetsvoorstel in bij de Tweede Kamer dat burgemeesters en OM de bevoegdheid geeft om inzage te verkrijgen in alle donaties van buiten de Europese Unie (EU) of de Europese Economische Ruimte (EER).

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Rechtstaat

Minister Dekker: “Onze rechtsstaat berust op vrijheid en gelijkheid. Buitenlands geld dat is bedoeld om organisaties te faciliteren of onder druk te zetten om hier aan te zetten tot haat, discriminatie of antidemocratische gedachten, hoort hier niet thuis. Organisaties die open staan voor dit soort donaties mogen daar niet zomaar mee wegkomen.”

Ongewenste beinvloeding

De parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (Pocob) van de Tweede Kamer concludeerde eerder dit jaar dat er sprake is van ongewenste beïnvloeding als gevolg van buitenlandse geldstromen naar instellingen in Nederland. De brede kabinetsreactie hierop is verzonden naar de Kamer. Ook de Raad van State merkte in haar advies bij dit wetsvoorstel op dat uit het buitenland afkomstige financiering van maatschappelijke organisaties in Nederland een risico kan vormen voor de democratische rechtsstaat. Minister Dekker heeft eerder een wetsvoorstel, wat vorige maand is aangenomen door de Tweede Kamer, ingediend dat het makkelijker maakt om antidemocratische organisaties te verbieden die onze samenleving ernstig bedreigen of de rechtsorde omver willen werpen. Het wetsvoorstel Transparantie Maatschappelijke organisaties dat wordt ingediend ziet op het tegengaan van beïnvloeding van onze vrijheden via donaties. Minister Dekker geeft hiermee uitvoering aan het regeerakkoord.

Bevoegdheid

Burgemeesters, het Openbaar Ministerie en eventueel andere specifiek aangewezen overheidsinstanties krijgen de bevoegdheid om bij een maatschappelijke organisatie navraag te doen naar buitenlandse giften en, als deze substantieel blijken, verdere navraag te doen naar de persoon die de donatie heeft verricht. Dat kan bijvoorbeeld als er sprake is van bedreiging van de openbare orde door problematisch gedrag van een maatschappelijke organisatie. Een organisatie die niet meewerkt, maakt zich schuldig aan een economisch delict, terwijl dwarsliggende bestuurders de oplegging van een bestuursverbod riskeren van maximaal 5 jaar. Bovendien kunnen de burgemeester en het OM een dwangsom (laten) opleggen.


Meer mogelijkheden voor afpakken crimineel vermogen

Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid vergroot de mogelijkheden voor afpakken van crimineel vermogen. Hij werkt aan een wetsvoorstel, waardoor het mogelijk wordt om crimineel geld en zaken afkomstig van een misdrijf af te pakken zonder voorafgaande veroordeling voor een strafbaar feit. Het maakt niet uit op wiens naam het object staat, of dat de eigenaar onbekend is. Voor confiscatie door de overheid is alleen van belang dat het Openbaar Ministerie (OM) bij de rechter aannemelijk kan maken dat het afkomstig is van een misdrijf.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Non conviction based confiscation

Minister Grapperhaus heeft in een brief aan de Tweede Kamer een wetsvoorstel voor de zogenoemde ‘non conviction based confiscation’ (NCBC)-procedure aangekondigd. “We pakken criminelen aan waar het ze raakt: in hun vermogen. Dan hebben we niet alleen over hun drugsgeld, ook hun luxe auto’s en dure horloges. Als de politie een pand binnenvalt op zoek naar illegale wapens en ook een half miljoen aan contanten vindt, is geen langdurig strafproces nodig om dat geld af te pakken als betrokkenen in een zaak roepen dat het niet van hen is. Ook trucs met verhullende eigendomsconstructies, waarbij criminelen bijvoorbeeld auto’s en panden op naam van anderen zetten, hebben geen zin.’’ aldus Grapperhaus.

Afpakken van crimineel vermogen

Het afpakken van crimineel vermogen is een belangrijk onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Niet alleen worden criminelen dwars gezeten in hun streven naar snel financieel gewin, het draagt ook bij aan het voorkomen van criminele investeringen in verdere illegale praktijken. Bovendien wordt voorkomen dat misdadigers en hun facilitators die de illegale praktijken meehelpen mogelijk te maken, met hun criminele geld de legale economie corrumperen en daarmee de samenleving kunnen ondermijnen.

Uitwerking wetsvoorstel

Op dit moment wordt een wetsvoorstel voor de NCBC-procedure uitgewerkt. Volgens de huidige Plukze-wetgeving is het niet mogelijk zonder een veroordeling voor een strafbaar feit crimineel vermogen af te pakken. Met de NCBC-procedure kan dat wel en zorgt daarmee voor een snellere interventie om objecten met criminele herkomst uit de markt te halen. Om af te pakken zijn nu betrokken opsporingsorganisaties en het OM eerst veel menskracht en tijd kwijt in het strafproces tegen een verdachte, vooral ook als via rechtshulp met andere landen moet worden samengewerkt en als gebruik wordt gemaakt van verhullende eigendomsconstructies. De kracht van de nieuwe methode schuilt in het omdraaien van de huidige werkwijze: niet de persoon, maar het object staat centraal in het afpakken.

Inbreuk op eigendomsrecht

Vanwege de inbreuk op het eigendomsrecht is de confiscatie alleen mogelijk na een onherroepelijke rechterlijke beslissing. Daarvoor moet de overheid aannemelijk maken dat het voorwerp in verband staat met strafbare feiten. Als er personen zijn die aanspraak maken op het in beslag genomen voorwerp, wordt verwacht dat ze kunnen verklaren dat de herkomst uit legale bron afkomstig is. Ook worden de nodige rechtswaarborgen opgenomen, waaronder bijvoorbeeld het recht op bijstand van een advocaat en de mogelijkheid tot het instellen van rechtsmiddelen tegen de rechterlijke beslissing. Hierbij wordt ook betrokken de mogelijkheid van vergoeding van schade als sprake is van onrechtmatige confiscatie. Het streven is om dit voorjaar een wetsvoorstel voor de NCBC-procedure gereed te hebben voor consultatie.


Toezichthouder tegen kinderporno en terroristisch materiaal online

Er komt een toezichthouder in de bestrijding van kinderpornografisch en terroristisch (beeld)materiaal op het internet. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid werkt al langer aan een bestuursrechtelijke aanpak van foute en lakse internetbedrijven die niet snel genoeg beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik van hun servers verwijderen, nadat ze een melding hierover hebben gekregen. Ten aanzien van online terroristisch materiaal moet Nederland op grond van een EU-verordening een autoriteit inrichten dat terroristisch materiaal op het openbare internet bestrijdt.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Zelfstandige onafhankelijke toezichthouder

Dat schrijft minister Grapperhaus in een brief aan de Tweede Kamer. De minister wil dat de nieuwe autoriteit een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) wordt, zodat deze onafhankelijk kan opereren. De onafhankelijkheid is voor hem doorslaggevend, omdat de aanpak van online kinderpornografisch beeldmateriaal en het bestrijden van terroristisch materiaal rechtstreeks raakt aan de vrijheid van meningsuiting. Over de inrichting van een ZBO zijn afspraken gemaakt met de staatsecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Aparte wetten

Voor de twee verschillende taken van deze nieuwe toezichthouder – aanpak online kinderporno en de bestrijding van terroristische materiaal – worden aparte wetten opgesteld en voorgelegd aan de Tweede Kamer. Ten aanzien van de bestrijding van online terroristisch materiaal is een EU-verordening nog in onderhandeling, zoals met de Kamer besproken.

Aanpak online kinderporno  

De voorbereiding van een wet voor toezicht op de bestrijding van kinderpornografisch materiaal op internet zit in de eindfase en een wetsvoorstel kan naar verwachting in januari 2021 in consultatie. Volgens deze wet kan de autoriteit straks toezien of internetbedrijven zich voldoende houden aan afspraken, die met de Nederlandse ICT-sector zijn gemaakt om internet op te schonen van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik. In 2018 is minister Grapperhaus de samenwerking aangegaan met de sector in het bestrijden van online kindermisbruik. Door deze publiek-private samenwerking kunnen de politie en het Openbaar Ministerie (OM) meer de focus leggen op het stoppen van acute misbruiksituaties door daders op te sporen en te vervolgen.

HashCheckService

Uit een monitor van de Technische Universiteit Delft blijkt dat de meeste internetbedrijven meewerken en zich committeren aan de afgesproken 24-uurs norm voor het verwijderen van kinderpornografisch materiaal van hun servers na een melding daarover. Om te helpen bij het opschonen van hun servers, is de HashCheckService gebouwd. Hiermee kunnen internetbedrijven zelf proactief kinderporno detecteren op hun eigen servers om daarna direct te verwijderen. Maar er zijn zorgen over een aantal bedrijven die onvoldoende opschonen.

Bestuursrechtelijke aanpak

De monitor, zoals door de Technische Universiteit Delft opgezet, krijgt daarom een structureel karakter met periodieke rapportages. In de bestuursrechtelijke aanpak zullen foute en lakse internetbedrijven in Nederland straks dwangsommen en boetes krijgen als zij niet snel genoeg opvolging geven aan een melding van online kinderporno. De sancties kunnen bij herhaalde overtredingen oplopen. Ook wordt bekeken of de toezichthouder preventieve maatregelen kan afdwingen bij internetbedrijven om verspreiding van kinderporno online in de kiem te smoren.


Uitbreiding proef met buurtrechter om recht toegankelijker te maken

De proef met buurtrechters – waar je op een laagdrempelige manier je probleem kunt voorleggen – wordt uitgebreid. Op basis van de experimentenwet die volgend jaar ingaat, geven we mensen die een zaak aanmelden een steuntje in de rug – door de tegenpartij te verplichten mee te werken. Dat is nu nog niet het geval en daar is wel behoefte aan, zo schrijft minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) in een brief aan de Tweede Kamer over maatschappelijk effectieve rechtspraak.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Minister Dekker: “Het mooie aan de buurtrechter is dat je je probleem op een heel eenvoudige manier aan de rechter kunt voorleggen. Waarom moeilijk doen, als het makkelijk kan?”

Laagdrempelig en eenvoudig

Omdat niet alle partijen altijd willen meewerken, hebben buurtrechters in ons land nog maar weinig zaken behandeld. Er is behoefte om te onderzoeken of een dergelijke procedure ook goed werkt als die verplicht is. Daarom start de Rechtspraak op basis van de Tijdelijke experimentenwet rechtspleging die rond de zomer 2021 in werking treedt, een nieuwe proef waar die verplichting een onderdeel van is.

Leren van het buitenland

Aan het eenvoudiger en sneller oplossen van problemen van mensen kan ook de techniek een bijdrage leveren. Dat kan door digitalisering én door het inrichten van een nieuw soort digitale procedure.

Eenvoudig, snel en goedkoop

Minister Dekker: “Mensen met een probleem willen niet per se een rechtszaak, maar een oplossing. En dan het liefst een oplossing die eenvoudig, snel en goedkoop is. We willen leren van het buitenland over hoe we dat ook in Nederland voor elkaar kunnen krijgen.”

Verplichte online geschilbeslechting

Zo heeft Canada een verplichte online geschilbeslechting voor civiele zaken. Hierdoor vinden rechtzoekenden makkelijker informatie, worden partijen begeleid bij het bereiken van overeenstemming en krijgen rechtzoekenden als ze dat willen een beslissing van een deskundige. De gedachte achter dit systeem is dat het de toegang tot professionele geschilbeslechting eenvoudiger maakt, en dat geschillen sneller, duurzamer en tegen geringere kosten kunnen worden opgelost. Het WODC gaat onderzoek doen naar hoe het Canadese systeem is opgezet en of een dergelijk systeem voor Nederland mogelijkheden biedt.


Kabinet gaat mensen met problematische schulden sneller en beter helpen

Om mensen met problematische schulden sneller en beter te helpen, neemt het kabinet maatregelen. Zo krijgen schuldeisers een deadline om te reageren op een voorstel van een schuldhulpverlener om er in goed overleg met de schuldenaar uit te komen. Daarnaast wordt de drempel lager voor mensen met schulden om sneller (opnieuw) toegang krijgen tot de wettelijke schuldsanering. Door de verwachte toename van schulden en armoede als gevolg van de coronacrisis is de urgentie extra hoog, zo schrijven staatssecretaris Van ’t Wout (SZW) en minister Dekker (Rechtsbescherming) in een brief aan de Tweede Kamer.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Schuldregeling treffen

Staatssecretaris Van ’t Wout: “Om een schuldregeling te kunnen treffen, moet een schuldhulpverlener van elke schuldeiser reactie krijgen op een voorstel voor een minnelijke regeling. Als een van de schuldeisers niet reageert, betekent dit dat er niet toegewerkt kan worden naar een oplossing. Hierdoor lopen de schulden en de stress bij mensen onnodig hoog op. Door een verplichte reactietermijn in te stellen voor schuldeisers, voorkomen we vertraging en scheppen we duidelijkheid voor alle partijen. Hoe sneller mensen schuldenvrij zijn, des te beter.“

Schuldsanering

Minister Dekker: “Nu veel mensen hun baan verliezen, moeten we extra alert zijn op het ontstaan van schulden. Wie met schulden te maken krijgt, moet eerst proberen deze alsnog terug te betalen. Dat is waarom we schuldhulpverlening hebben en als overheid ook altijd actief mee werken aan betalingsregelingen. Maar als ook dat niet werkt, moet schuldsanering uiteindelijk een reële optie zijn. We verlagen nu de drempel tot de schuldsanering. Zodat mensen met schulden sneller weer met een schone lei door kunnen in hun leven.”

De voorgenomen wijzigingen

1. Reactietermijn schuldeisers

Schuldhulpverleningstrajecten duren lang als schuldeisers niet of heel laat reageren op een verzoek tot een schuldregeling. Dat kan ervoor zorgen dat mensen een schuldtraject niet volhouden en dat een andere oplossing, zoals een wettelijke schuldsanering, langer op zich laat wachten. De termijn die gaat gelden voor schuldeisers en de naleving ervan zullen in een wetsvoorstel nader worden uitgewerkt. Een verplichte reactietermijn houdt geen verplichting in voor schuldeisers om mee te werken aan een regeling, wel om te reageren.

2. Van vijf naar twee jaar

Op dit moment kan iemand met schulden pas na vijf jaar goed gedrag, de zogenoemde goede trouw-toets, weer toegang krijgen tot de wettelijke schuldsanering. Om te voorkomen dat een oplossing voor mensen die in de problemen zitten te lang uitblijft, en de schulden al die tijd oplopen, verkorten we deze periode naar twee jaar.

3. Tienjaarstermijn

Op dit moment krijgen mensen die binnen tien jaar opnieuw in de schulden komen geen toegang tot de WSNP. We willen dat de rechter de mogelijkheid krijgt om mensen die buiten hun schuld – bijvoorbeeld als gevolg van een economische crisis – binnen tien jaar opnieuw in de financiële problemen komen, wel opnieuw toe te laten tot de wettelijke schuldsanering. Hetzelfde geldt voor mensen die een eerder traject niet hebben kunnen afmaken, maar daartoe nu wel in staat worden geacht.

Als gevolg van deze wijzigingen sluiten de minnelijke en de wettelijke schuldregelingen beter op elkaar aan. Dit is cruciaal voor de samenwerking en samenhang in het gehele stelsel van schuldhulpverlening.

Brede schuldenaanpak

De wijzigingen maken deel uit van een breed pakket aan maatregelen die het kabinet treft om de schuldenproblematiek terug te dringen, gericht op preventie, snelle en effectieve schuldhulpverlening en een zorgvuldige, maatschappelijk verantwoorde incasso. Het kabinet werkt in deze Brede Schuldenaanpak samen met gemeenten, uitvoeringsorganisaties en maatschappelijke organisaties. Gezien de effecten van de coronacrisis, is het juist nu nog meer van belang dat mensen met problematische schulden beter en sneller worden geholpen. Het kabinet heeft daarom eind september extra geld beschikbaar gesteld voor het versnellen en intensiveren van de aanpak van schulden en armoede.


Minister Ollongren neemt maatregelen tegen desinformatie richting Tweede Kamer verkiezingen

Minister Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) komt met een Nederlandse gedragscode, die onder andere moet zorgen dat het transparanter wordt wie achter een politieke advertentie zit. Deze gedragscode maakt onderdeel uit van een pakket aan maatregelen die de minister neemt om desinformatie in aanloop naar verkiezingen aan te pakken en Nederlanders beter te informeren.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Zorgelijke ontwikkelingen

Minister Ollongren: Of het nu gaat om het gebruik van bots of nepaccounts of politieke advertenties die misleidende informatie bevatten, dit zijn zorgelijke ontwikkelingen. Daarom kom ik met extra maatregelen die de kiezer moeten helpen om kritisch te kijken naar de informatie die rondgaat over de Tweede Kamer verkiezingen.

Maatregelen

Naast het opstellen van een Nederlandse gedragscode transparantie politieke advertenties wordt verder ingezet op het intensiveren van het detecteren van desinformatie, wordt de Wet financiering politieke partijen (Wfpp) gewijzigd en komt er een website die meer bewustwording moet creëren bij alle stemgerechtigde Nederlanders.

Nederlandse gedragscode

In een motie vragen Kamerleden Middendorp (VVD) en Kuiken (PvdA) om een regeling voor openbaar toegankelijke archieven met geplaatste politieke advertenties. Minister Ollongren steunt dit verzoek en geeft hieraan invulling door een Nederlandse gedragscode op te stellen. De gedragscode wordt opgesteld door een onafhankelijke partij, in samenwerking met internetdiensten en politieke partijen.

Intensiveren detectiemaatregelen desinformatie

Binnen de Rijksoverheid worden al diverse informatiestromen samengebracht, zoals media-analyse en dreigingsbeelden om zo tot een totaalbeeld te komen rondom desinformatie. Richting de verkiezingen wordt aanvullend op bestaande informatiedeling aan een onafhankelijke externe partij opdracht gegeven om op basis van open bronnen verspreiding van desinformatie te monitoren.

Wijzigen van Wet financiering politieke partijen

Naast digitale inmenging kan ook buitenlandse financiering onze democratie rechtsorde verstoren. Het voorstel tot wijzigen van de Wet financiering politieke partijen moet giften buiten de EU onder meer gaan verbieden. Ook moet de transparantie over giften van rechtspersonen worden vergroot doordat politieke partijen verplicht worden om belanghebbenden achter de rechtspersonen te vermelden. Afhankelijk van het verloop van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel, kan de wijziging van de wet nog voor de verkiezingen van kracht worden.

Informatieve website

Om burgers ook zelf informatie op waarde te laten schatten heeft de minister het Netwerk Mediawijsheid gevraagd om richting de verkiezingen een informatieve website te maken waar professionele stakeholders en het algemene publiek informatie kunnen vinden over hoe desinformatie te herkennen en ermee om te gaan. 


Verplicht landelijk inkoopregister tegen heling

Heling (het kopen, bezitten of verkopen van gestolen goederen) kan alleen plaatsvinden door misdrijven te plegen. Spullen worden gestolen door bijvoorbeeld het plegen van inbraken, overvallen of straatroven. Dit heeft een enorme impact op de slachtoffers en moet stevig aangepakt worden. Daarom wordt het nu voor alle opkopers en handelaren onder meer verplicht om tweedehands goederen en de personen die deze goederen aanbieden, in te voeren in het Digitaal Opkopersregister. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid brengt hiervoor een wetsvoorstel in internetconsultatie.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Landelijke verplichting

Opkopers en handelaren in gebruikte en ongeregelde goederen zijn sinds 1886 verplicht een inkoopregister bij te houden. In 2011 is het Digitaal Opkopersregister (DOR) ontwikkeld. Een deel van de gemeenten verplicht nu opkopers en handelaren om de door hen verworven goederen hierin in te voeren. Het andere deel van de gemeenten kent die verplichting niet. Daar registreren opkopers en handelaren hun goederen nog in een papieren register. Hetzelfde geldt voor het Digitaal Opkopersloket (DOL); opkopers en handelaren moeten zich bij de gemeente melden waar zij hun bedrijf of beroep uitoefenen. In sommige gemeenten kan dat bij dit digitale loket, in andere gemeenten moet dat bij een fysiek loket. Het wetsvoorstel van minister Grapperhaus maakt het gebruik van het DOL en DOR tot een landelijke verplichting voor alle gemeenten en alle opkopers en handelaren.

Database Stop Heling

Door goede, digitale registers wordt het makkelijker voor de politie om criminelen op te sporen en gestolen goederen terug te geven aan de slachtoffers. Het DOR is namelijk gekoppeld aan de database van Stop Heling. In deze database worden de gestolen goederen geregistreerd waarvan aangifte is gedaan bij de politie of de Koninklijke marechaussee. Zodra een gestolen product wordt opgekocht en ingeschreven in het DOR, ontstaat een match met Stop Heling en ontvangt de politie hiervan automatisch een melding. Via de website en app van Stop Heling kan iedereen ook vooraf controleren of een bijvoorbeeld via internet, social media of opkoper aangeboden tweedehands goed als gestolen geregistreerd staat. Papieren registers waarmee sommige gemeenten nog werken, zijn natuurlijk niet gekoppeld aan Stop Heling. Hierdoor kan de politie de geregistreerde goederen in Stop Heling niet geautomatiseerd vergelijken met de goederen die opkopers en handelaren in het papieren registeren hebben gezet, waardoor het ook geen hit oplevert wanneer een goed gestolen is en kan de politie ook niet in actie komen. Die lokale verschillen leiden er ook toe dat helers en stelers die gestolen goederen willen aanbieden, uitwijken naar gemeenten waar het DOR niet verplicht is gesteld.

Pakkans vergroot en afzetmarkt verkleint

Met dit wetsvoorstel neemt niet alleen de pakkans van de heler en pleger van vermogensdelicten toe en wordt de afzetmarkt voor gestolen spullen beperkt. Het is ook een belangrijk instrument in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit en ondermijning. Via het DOR krijgt de politie namelijk bijvoorbeeld ook zicht op mobiele bendes die bij opkopers verspreid over het land hun gestolen goederen aanbieden. In de dagelijkse praktijk van controles ter plaatse op naleving van de registratieplicht komen bovendien situaties aan het licht waarin opkopers en handelaren zich niet alleen schuldig maken aan het inkopen van gestolen spullen, maar ook blijken op te treden als faciliteerder voor de georganiseerde criminaliteit zoals drugshandel, wapenbezit en mensenhandel. De helingbestrijding wordt daarom door een aantal gemeenten meegenomen in de aanpak van ondermijning.