Evaluatiecommissie Wiv: enkele wijzigingen wet noodzakelijk

De Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) 2017 heeft gezorgd voor een versterking van de waarborgen op het werk van de MIVD en AIVD. Wel schiet de wet op een aantal punten tekort, concludeert de evaluatiecommissie onder leiding van Renée Jones-Bos vandaag in een rapport dat werd aangeboden aan ministers Kajsa Ollongren (BZK) en Ank Bijleveld (Defensie).

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Dit leidt tot knelpunten in de uitvoering en verschillen van opvattingen over onderdelen in de wet tussen de diensten en de toezichthouders. Daarom adviseert de evaluatiecommissie om de wet op een aantal punten te wijzigen.

Bulkdata

De commissie beveelt aan om bulkdata op één manier in de wet te regelen. Hierbij moet het verzamelen en het gebruik van bulkdata met meer waarborgen worden omkleed. Zo wordt tegemoetgekomen aan zorgen in de samenleving over de omgang met grote hoeveelheden gegevens, aldus de evaluatiecommissie.

Buitenlandse diensten

Verder vindt de commissie dat er extra waarborgen moeten komen voor de gegevensuitwisseling met buitenlandse diensten. Ook wil de commissie een rol voor de bestuursrechter. Die zou moeten oordelen over verschillen van mening tussen de toezichthouders en de diensten.

Aanbevelingen

Minister Ollongren: Ik bedank de commissie Jones-Bos voor deze belangrijke wetsevaluatie. Zij stelt aan de ene kant dat de WIV2017 voldoet en komt tegelijkertijd met een aantal belangrijke aanbevelingen om de wet te verbeteren”. Ik ga samen met mijn collega Ank Bijleveld hiermee aan de slag en kom binnenkort met een uitgebreide reactie.

Voldoende bevoegdheden en waarborgen

“Ik ben blij ben dat de evaluatiecommissie vaststelt dat de Wiv 2017 voor een belangrijk deel heeft bereikt wat was beoogd, namelijk voldoende bevoegdheden en waarborgen’’, reageert minister van Defensie Ank Bijleveld-Schouten. ,,Dat neemt niet weg dat de commissie ook concludeert dat de wet op een aantal punten tekort schiet.’’

Vervolg

Het Kabinet bedankt de commissie Jones voor het rapport en zal zich de komende tijd beraden over wat zij met de uitkomsten van het rapport gaan doen.


Overleg justitiële samenwerking tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten geslaagd

Juist in tijden van crisis is het van groot belang goed en constructief samen te blijven werken binnen het Koninkrijk. Recent vergaderden de ministers van Justitie Grapperhaus (Nederland inclusief Caribisch Nederland), Bikker (Aruba), Girigorie (Curaçao) en Richardson (Sint Maarten) met elkaar over de justitiële samenwerking. Dit keer sloot ook Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijsrelaties Knops aan.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Gegevensbescherming en informatie-uitwisseling

In de aanpak van criminaliteit is het belangrijk dat de landen snel informatie met elkaar kunnen uitwisselen, met stevige gegevensbescherming. Daarom hebben de bewindspersonen afspraken gemaakt om te zorgen dat de bescherming van gegevens eenduidig geregeld wordt. Ook is besproken hoe de informatieknooppunten van de eilanden verder ontwikkeld kunnen worden.

Uitwisseling kennis en expertise

Ook de kwaliteit van de openbaar ministeries staat hoog op de agenda van de landen. Vandaag zijn er afspraken gemaakt zodat er jaarlijks lokale officieren van justitie (van de eilanden) worden opgeleid. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over de opleidingen rechtsgeleerdheid in de landen, zodat  afgestudeerden van de universiteiten van Aruba en Curaçao gelijke toegang hebben tot de selectie en opleidingen voor de beroepen van advocaat, rechter en officier van justitie in Nederland. Deze afspraken bevorderen de uitwisseling van deze professionals tussen de landen en draagt bij aan de kwaliteit en diversiteit van de togaberoepen.

Gelijkvormig strafprocesrecht

Het strafprocesrecht bevat de spelregels voor de wijze waarop politie en openbaar ministerie overtredingen kunnen opsporen en voor de manier waarop rechters daarover moeten beslissen. De modernisering  van het Wetboek van Strafvordering in de drie landen en Caribisch Nederland maakt het strafproces efficiënter en geeft  meer rechten aan slachtoffers. Voor de politie en het openbaar ministerie gelden in het gehele Caribische deel van het Koninkrijk dezelfde regels voor het opsporen van strafbare feiten. Ook voor de berechting van die zaken kunnen de rechters dezelfde regels hanteren. Daarom zijn afspraken gemaakt zodat deze wetboeken dezelfde inhoud hebben en op een gelijk moment in werking treden.

Versterken rechtsstaat

Ook is gesproken over het onderdeel ‘versterken rechtsstaat’ uit de landspakketten. Met de uitvoering van deze maatregelen zijn de vier landen voortvarend van start gegaan. Nederland stelt structureel een bedrag beschikbaar oplopend tot 45 miljoen euro ter versterking van de rechtsstaat van de Caribische landen van het Koninkrijk.

Het doel van het halfjaarlijks overleg is afstemming over een gezamenlijke, gecoördineerde aanpak van de gemeenschappelijke justitiële aangelegenheden van de landen. Grapperhaus behartigt tijdens het overleg uiteraard ook de belangen van Caribisch Nederland; Bonaire, Saba en St. Eustatius. Vanwege de coronacrisis vond het Justitieel Vierpartijen Overleg (JVO) wederom digitaal plaats, onder voorzitterschap van Aruba.


Extra inzet voor rechtshulp bij echtscheiding

De vernieuwingen in de rechtsbijstand beginnen zichtbaar te worden, zo schrijft minister Dekker (Rechtsbescherming) in een brief aan de Tweede Kamer. Zo heeft de dienstverlening aan rechtzoekenden een impuls gekregen. Verder is het beroep dat wordt gedaan op gesubsidieerde rechtsbijstand gedaald. Dat maakt het mogelijk om tot en met 2024 19 miljoen euro beschikbaar te stellen voor ondersteuning bij echtscheidingen, waar een groot knelpunt ligt voor zowel rechtzoekenden als sociaal advocaten.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Minister Dekker: “Twee jaar hard werken aan vernieuwingen van de rechtsbijstand begint zichtbaar te worden. Zowel voor mensen die van hun problemen af willen komen als voor sociaal advocaten.”

Impuls

Er is gestart met de ontwikkeling van een instrument ter ondersteuning van een goede diagnose en advies voor mensen met een probleem. De online dienstverlening van het Juridisch Loket kreeg ook een flinke impuls, onder andere door een digitale assistent op hun website die mensen helpt bij het krijgen van een advies bij juridische vragen over bijvoorbeeld echtscheidingen en ontslag. Naast de komst van de digitale assistent wordt in 2021 de mogelijkheid van videobellen geïntroduceerd, waardoor rechtzoekenden laagdrempelig hun problemen kunnen bespreken met een juridisch medewerker van het Loket.

Voor de komende jaren is het doel om de online dienstverlening te verbeteren in samenspraak met de betrokken partners, waaronder de Raad voor Rechtsbijstand en de Nederlandse Orde van Advocaten (Nova). De online dienstverlening is een belangrijke pijler van het vernieuwde stelsel. Het stelt veel burgers, ongeacht hun inkomen, in staat om hun juridische vraag op een laagdrempelige wijze beantwoord te krijgen en het helpt hen bij het zoveel mogelijk zelf oplossen van hun probleem.

Daling aantal toevoegingen

Het aantal toevoegingen in het bestuursrecht is gedaald met ruim 10%. De komende tijd is een verdere daling tot ten minste 15% het doel, door zoveel mogelijk geschillen tussen burger en overheid te voorkomen. Dit gebeurt onder andere door de impact van wet- en regelgeving op het stelsel scherper in beeld te brengen. Met een aantal grote uitvoeringsorganisaties, zoals UWV, Belastingdienst en SVB, en gemeenten wordt gekeken of onnodige juridisering vanuit de overheid nog beter kan worden voorkomen. Meer persoonlijk contact en maatwerk zorgt voor een meer menselijke maat.

Echtscheidingen

De vergoedingen voor sociaal advocaten die ondersteunen bij echtscheidingen lopen het meest uit de pas met de daadwerkelijke tijd die aan deze zaken wordt besteed. Een concreet voorbeeld hiervan is het opstellen van een ouderschapsplan, dat sinds 1 maart 2009 verplicht is voor echtscheidingen waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken. Om die reden komt tot en met 2024 in totaal € 11 miljoen beschikbaar voor een initiatief ten behoeve van rechtshulpverleners die als onderdeel van hun werkzaamheden een ouderschapsplan moeten opstellen. Tevens komt er voor de genoemde periode € 8 miljoen beschikbaar voor een vergelijkbaar initiatief voor viergesprekken tussen scheidende partners en hun rechtshulpverleners. Daarnaast geeft de Raad voor Rechtsbijstand prioriteit aan de ontwikkeling van rechtshulppakketten voor echtscheidingen. De ouderschapsplannen en viergesprekken zullen deel gaan uitmaken van (een van) de rechtshulppakketten scheiden.


Jaarwisseling met corona-maatregelen beheersbaar verlopen

De jaarwisseling van 2020-2021 is beheersbaar verlopen. Er waren minder geweldsincidenten, minder vuurwerkslachtoffers en meer meldingen van overlast ten opzichte van een jaar eerder. Dankzij goede voorbereiding en adequaat optreden van politie en hulpdiensten zijn grote excessen uitgebleven. Het hoofddoel van het tijdelijk vuurwerkverbod om tijdens de jaarwisseling de zorg niet extra te belasten, is bereikt.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Landelijk beeld jaarwisseling

Dat blijkt uit het Landelijk beeld jaarwisseling 2020-2021 dat minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat vandaag naar de Tweede Kamer hebben gestuurd. Door de corona-maatregelen en het tijdelijk vuurwerkverbod was het een oud en nieuw onder bijzondere omstandigheden.

Inzet hulpdiensten

Dankzij de inzet van de hulpdiensten en de vele Nederlanders die zich aan de corona-regels hebben gehouden, is volgens het kabinet de jaarwisseling beheersbaar verlopen. Het aantal vuurwerkslachtoffers is in vergelijking met de eerdere jaarwisseling met 70 procent gedaald. Dit betekent dat het doel van het tijdelijke vuurwerkverbod, het ontlasten van de zorg, is behaald. Verder waren deze jaarwisseling fors meer agenten aan het werk. Daar waar een kleine groep toch voor ernstige overlast heeft gezorgd met geweld, vuurwerk en door auto’s in de brand te steken, is door adequaat optreden van de politie en hulpdiensten erger voorkomen.

Bijzondere jaarwisseling

De ervaringen die zijn opgedaan tijdens deze jaarwisseling worden meegenomen in voorbereidingen voor komende vieringen van oud en nieuw. De omstandigheden deze jaarwisseling waren bijzonder door het tijdelijke vuurwerkverbod, de andere corona-maatregelen en dat er bijvoorbeeld geen vuurwerkshows of andere oud en nieuw-vieringen mogelijk waren, die door gemeenten in eerdere jaren succesvol werden gefaciliteerd om ongeregeldheden tegen te gaan.

Overzicht rapportage 2020-2021

  • Op de Spoedeisende Hulpafdelingen van ziekenhuizen en huisartsenposten hebben zich 70 procent minder vuurwerkslachtoffers gemeld ten opzichte van de voorgaande jaarwisseling.
  • De brandweer is bijna 4 duizend keer ingezet, ruim 10 procent minder dan de vorige jaarwisseling
  • Het aantal incidenten met een geweldscomponent is met bijna 25 procent afgenomen. Grote excessen zijn vrijwel niet voorgekomen.
  • De politie registreerde meer meldingen van overlast door jeugd en geluidshinder dan gemiddeld genomen de afgelopen vier jaar.
  • Door de politie zijn een kwart minder aanhoudingen verricht en bij het OM zijn minder verdachten aangeleverd.
  • De totale hoeveelheid inbeslaggenomen vuurwerk in het jaar 2020 is verdubbeld.

Wetsvoorstel inzake nieuw Benelux-politieverdrag naar de Tweede Kamer

Een nieuw Benelux-politieverdrag moet tot actualisering en verdere verbetering van grensoverschrijdende samenwerking met België en Luxemburg leiden, voor vooral de politie en Marechaussee. Minister Grapperhaus heeft het wetsvoorstel dat goedkeuring en uitvoering van het verdrag in de nationale wetgeving regelt, naar de Tweede Kamer gestuurd, mede namens minister Blok van Buitenlandse Zaken en minister Bijleveld van Defensie.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Het nieuwe politieverdrag  regelt onder voorwaarden onderlinge toegang tot de politiedatabanken van Nederland, België en Luxemburg. Verder kan in bepaalde situaties grensoverschrijdend worden opgetreden. Zo mag een ingezette achtervolging door politieambtenaren in het eigen land worden voortgezet over de grens. Ook in het geval van een crisissituatie kunnen speciale politie-eenheden voortaan grensoverschrijdend optreden. Dit wordt eveneens mogelijk bij belangrijke evenementen met een groot veiligheidsrisico, zoals een NAVO-top.

Het Benelux-politieverdrag is op 23 juli 2018 ondertekend door de verantwoordelijke ministers van Nederland, België en Luxemburg. Als ook België en Luxemburg het verdrag bij wet hebben goedgekeurd en indien nodig (ook) hun nationale wetgeving hebben aangepast kan het verdrag in werking treden.


Investeringstoets op risico’s voor de nationale veiligheid

Het kabinet wil de nationale veiligheid verder beschermen door een investeringstoets in te voeren op bepaalde investeringen, fusies en overnames  die een risico kunnen vormen voor de nationale veiligheid. De ministerraad heeft ingestemd met een wetsvoorstel hiertoe van minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Deze investeringstoets is van toepassing op drie soorten bedrijven: vitale aanbieders, specifieke toeleveranciers hiervan en ondernemingen die beschikken over gevoelige technologie. Investeringen, fusies of overnames van dit soort bedrijven kunnen in sommige gevallen namelijk leiden tot veiligheidsrisico’s, zoals het weglekken van gevoelige informatie of de aantasting van een vitaal proces. Dit zijn processen die zo belangrijk voor de Nederlandse samenleving zijn, dat uitval of verstoring tot grote maatschappelijke ontwrichting kan leiden. Vitale aanbieders voeren deze processen uit. Ook beschikken sommige bedrijven over gevoelige technologie die gevolgen kan hebben voor de nationale veiligheid.

Ongewenste partij

Een kwaadwillende partij zou via een investering zeggenschap of invloed kunnen krijgen bij bijvoorbeeld een Nederlands bedrijf dat hoogwaardige technologie ontwikkelt die ook militaire toepassingen heeft. Als een ongewenste partij zo’n bedrijf overneemt, kan die techniek in verkeerde handen komen en tegen Nederlandse veiligheidsbelangen worden ingezet.

Significante invloed

Het kabinet wil daarom een toets invoeren op dit soort economische activiteiten. Wijzigingen van zeggenschap of het ontstaan van significante invloed op vitale aanbieders, specifieke toeleveranciers hiervan en bedrijven die beschikken over gevoelige technologie moeten gemeld worden bij het Bureau Toetsing en Investeringen (BTI) van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Dat bureau beoordeelt aan de hand van wettelijke criteria of een activiteit een risico oplevert voor de nationale veiligheid. Blijken er risico’s te zijn, dan kan het BTI aanvullende eisen en voorschriften opleggen of in het uiterste geval een verbod uitspreken. De toetsing kan, onder bepaalde omstandigheden,  plaatsvinden met terugwerkende kracht tot 2 juni 2020. Op die manier wil het kabinet voorkomen dat kwaadwillenden nog snel hun slag slaan voordat het wetsvoorstel in werking treedt.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.


Nieuwe wetten per 1 januari 2021

Hieronder treft u een overzicht aan van de belangrijkste wetten op het terrein van Justitie en Veiligheid die per 1 januari 2021 in werking treden. Deze wetten vallen onder verantwoordelijkheid van minister Dekker voor Rechtsbescherming.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Voorkomen van faillissementen

Nu veel ondernemingen door de coronapandemie hun bedrijfsvoering niet op de gebruikelijke manier kunnen voortzetten, is de verwachting dat meer ondernemingen te maken krijgen met geldproblemen en misschien zelfs met een dreigend faillissement. De Wet Homologatie Onderhands Akkoord kan een oplossing bieden. De wet maakt het voor ondernemingen makkelijker om een akkoord te bereiken met de schuldeisers en aandeelhouders over de herstructurering van schulden.

Betalingsuitstel faillissementen door corona

Ook is een betalingsuitstelregeling opgenomen in de Tijdelijke wet COVID-19 SZW en JenV. Deze tijdelijke regeling gaat vandaag in. Als het faillissement van een onderneming wordt aangevraagd of zijn continuïteit in gevaar komt door beslag- of executiemaatregelen van een schuldeiser, kan de ondernemer dit tegenhouden en de rechter verzoeken om betalingsuitstel. Ondernemers kunnen dan een betalingsuitstel   tegen de betreffende schuldeiser krijgen, met als doel hun tijdelijke liquiditeitsproblemen op te lossen en een faillissement af te wenden. Hiervoor zouden ondernemers bijvoorbeeld gebruik kunnen maken van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord.

Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind

Mensen met problematische schulden krijgen betere hulp, doordat gemeenten na de instelling van een beschermingsbewind de rechter mogen adviseren over oplossingen. Dat kan voortzetting van het schuldenbewind zijn of een lichtere vorm van gemeentelijke schuldhulpverlening. Dit wordt mogelijk gemaakt door een wet, die mede namens staatssecretaris Van ’t Wout van SZW is opgesteld. Het adviesrecht voor gemeenten zorgt ervoor dat mensen met schulden de meest passende vorm van ondersteuning krijgen.

Herziening beslag- en executierecht

Een schuldeiser mag maatregelen nemen als zijn rekeningen niet worden betaald. Maar het moet niet zover gaan dat mensen geen kant meer op kunnen. Daarom zijn de regels voor het executie- en beslagrecht herzien. De wet wordt in drie stappen ingevoerd, waarbij per 1 oktober 2020 al is geregeld dat in beginsel geen beslag meer wordt gelegd op bijvoorbeeld de inboedel van mensen met schulden als de kosten van verkoop hoger zijn dan de opbrengsten. Per 1 januari 2021 is het niet langer mogelijk om de gehele bankrekening van iemand met schulden op te eisen. Zo komen mensen niet onder het bestaansminimum en houden zij geld over om van te leven.


Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding in 2021 van start

Begin 2021 gaat een Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB) aan de slag om de aanpak van discriminatie, bedreiging en intimidatie van de Joodse gemeenschap te versterken. ,,Met social media is het antisemitisme veel zichtbaarder en bereik online groter dan we in tijden hebben gezien. Corona en economische tegenspoed zijn een voedingsbodem voor complottheorieën tegen de Joodse gemeenschap’’, aldus minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid, die in gesprek met vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap heeft aangegeven de NCAB begin volgend jaar aan te stellen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

In de Tweede Kamer is brede steun om voor een bepaalde periode een Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding aan te stellen; een voorstel van de VVD en de ChristenUnie hiertoe is aangenomen. Minister Grapperhaus heeft dit initiatief ook direct ondersteund.

Blijvende aanpak

De NCAB krijgt voor een jaar de opdracht om de minister van Justitie en Veiligheid te adviseren over de strafrechtelijke aanpak van antisemitisme, beveiliging en versterken van de samenwerking tussen partijen die een rol hebben in de antisemitismebestrijding. Omdat een betere aanpak veel verschillende beleidsterreinen kan raken, wordt de NCAB als schakel daartussen en als expert gevraagd aanbevelingen te doen voor een blijvende aanpak. 

Veelkoppig monster

Deze interventie met een nationaal coördinator is volgens minister Grapperhaus nodig om tegen te gaan dat langzaam de Jodenhaat de maatschappij weer insluipt. ,,Langzaam wordt het mainstream. We horen het op straat, op scholen en op het werk. Het veelkoppige monster van antisemitisme voelt zich op vele plekken thuis. Deze strijd mogen we niet aan de Joodse gemeenschap alleen overlaten’’, aldus minister Grapperhaus.

Afschuw over incidenten

Mede-aanleiding voor het gesprek met de vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap zondag was de viering van Chanoeka in deze tijd van het jaar; het feest van licht en hoop. Grapperhaus die naast minister van Justitie en Veiligheid ook minister van Erediensten is: ,,In de geest van Chanoeka ben ik hoopvol gestemd. We zien gelukkig dat waar mensen over de schreef gaan, ze ook worden teruggefloten. We zien dat de vernieling van een Joods restaurant tot terechte ophef leidt. We zien dat iedereen met afschuw reageert op de beveiliging van scholen en synagogen. Ook niet-Joden.’’


Houdverbod van 10 jaar voor dierenmishandeling

Een dier is een levend wezen dat een intrinsieke waarde heeft. Bij dierenmishandeling en -verwaarlozing wordt dit op grove wijze miskend. Een steviger aanpak is dan ook nodig. Daarom kan de rechter voortaan  een verbod op het houden van dieren van maximaal 10 jaar als zelfstandige maatregel opleggen. Dit en meer wordt geregeld in het wetvoorstel Aanpak dierenmishandeling en dierverwaarlozing van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Wetsvoorstel

Het houdverbod kan inhouden dat iemand geen dieren, minder dieren of bepaalde diersoorten niet mag houden of bezitten. Vroeger kon een houdverbod door de rechter alleen als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf worden opgelegd. Dit wetsvoorstel introduceert het houdverbod als een zelfstandige maatregel. Hierdoor kan het houdverbod ter beveiliging van dieren in meer gevallen worden opgelegd. Ook kan de rechter nu beslissen dat het houdverbod direct na de uitspraak van de rechtbank van kracht wordt. Hiermee wordt voorkomen dat iemand die door de rechtbank is veroordeeld in afwachting van het hoger beroep nog jarenlang onder erbarmelijke omstandigheden dieren kan houden. Daarnaast kan het houdverbod een gebiedsverbod inhouden, om te voorkomen dat iemand in de buurt komt van plaatsen waar dieren worden gehouden. Zo zijn er tientallen zaken bekend waarin dieren zijn mishandeld of gedood in stallen, weiden en op kinderboerderijen.

Strafmaximum

Ook worden bijtincidenten door honden harder aangepakt door het aanhitsen van een dier als misdrijf aan te merken. Nu is dit nog strafbaar als overtreding. Het strafmaximum wordt verdubbeld van zes maanden naar één jaar. Het komt steeds vaker voor dat honden specifiek worden getraind op kracht en agressiviteit, bijvoorbeeld om de hond als statussymbool te laten dienen of te laten deelnemen aan hondengevechten. Bijtincidenten met dergelijke honden leiden regelmatig tot tragische ongevallen, met soms de dood van het slachtoffer als gevolg.

Slechte verzorging

Het kan ook voorkomen dat bedrijven, zoals veehouderijen of dierenwinkels, niet goed zorgen voor de dieren die onder hun zorg vallen. Nu kunnen die bedrijven worden stilgelegd als de gezondheid van mens of dier in gevaar is. Dit wetsvoorstel regelt dat dit ook kan wanneer het welzijn van het dier geschaad wordt, bijvoorbeeld door ondervoeding of slechte verzorging.

Bestuurlijke boete

Verder kan dankzij dit wetsvoorstel een bestuurlijke boete worden opgelegd aan mensen die dieren die bepaalde ingrepen hebben ondergaan laten deelnemen aan wedstrijden, tentoonstellingen en keuringen. Het gaat dan bijvoorbeeld om honden met een gecoupeerde staart. Dat is nu al verboden als het gaat om een ingreep zonder medische noodzaak, maar in de praktijk komt dit toch nog voor. De uitbreiding van het verbod maakt het mogelijk dat overtreders passend worden bestraft en vergroot de naleving.

Educatieve maatregel

Tot slot wordt het mogelijk om een educatieve maatregel op te leggen bij een overtreding van de wettelijke bepalingen over dierenwelzijn. Uit onderzoek blijkt dat onkunde bij houders een belangrijke oorzaak is voor ongerief bij gezelschapsdieren. Zonder het verbeteren van de kennis en vaardigheden van de houder is de kans groot dat de houder in herhaling zal vallen. Met de educatieve maatregel kan op de lange duur het onbedoeld overtreden van deze normen worden voorkomen. Houders worden zo in staat gesteld om hun dieren op een verantwoorde manier te houden.

Indiening

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.


Versterking aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling in Caribisch Nederland

Op 7 december 2020 ondertekenden staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en vertegenwoordigers van de openbare lichamen van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba een bestuursakkoord om samen de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in Caribisch Nederland te versterken.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Voorlichting, vrouwenopvang en meldpunt

Het nieuwe bestuursakkoord is een vervolg op de eerste stappen die zijn gezet met het bestuursakkoord 2017-2020 van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de openbare lichamen van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.

Preventie van geweld en mishandeling is essentieel. Daar wordt meer op ingezet met goede voorlichting en informatie. Er zijn gespecialiseerde functionarissen aangesteld en getraind. Op Bonaire is een vrouwenopvang gestart en ook op Saba en Sint-Eustatius is veilige opvang in voorbereiding. Een meldpunt voor professionals is gerealiseerd op Bonaire. In het eerste kwartaal van 2021 zal dat ook tot stand komen op Saba en Sint-Eustatius.

Geweld voorkomen en tegengaan

Ook in Caribisch Nederland komt huiselijk geweld en kindermishandeling nog steeds veel voor, zoals blijkt uit verschillende onderzoeken. In 2016 is het Verdrag van Istanbul in Europees Nederland ingegaan. Dit is een verdrag gericht op het voorkomen en tegengaan van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Het verdrag stelt eisen aan de aanpak van deze vormen van geweld. Met het bestuursakkoord wordt eraan gewerkt om ook in Caribisch Nederland de aanpak aan deze eisen te laten voldoen. Bij het opstellen van het akkoord hebben het ministerie van VWS en de openbare lichamen dan ook gekeken naar de aanbevelingen zoals die van Unicef in de Situational Analysis van 2019.

Verder professionaliseren

De betrokken partijen benadrukken het belang van het professionaliseren van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in Caribisch Nederland. Een gezamenlijke en integrale aanpak is hierbij van belang. Met dit nieuwe bestuursakkoord voor 2021-2024 werken de openbare lichamen en het ministerie van VWS gezamenlijk aan de afgesproken prioriteiten om de aanpak verder te verbeteren. De belangrijkste speerpunten zijn het tegengaan van huiselijk geweld en kindermishandeling door onder andere goede voorlichting en het trainen van een breed scala aan betrokken professionals. Ook komt er een laagdrempelige manier om (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling te kunnen melden. Daarnaast wordt de hulpverlening en samenwerking tussen zorg-, politie- en justitiepartners verder versterkt. Daarbij is er ook aandacht voor de ondersteuning aan de pleger en het netwerk om herhaling te voorkomen. Zo nodig zal bestaande wet- en regelgeving worden aangevuld om de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling ook juridisch te ondersteunen.

Aanpak elke vorm van huiselijk geweld en kindermishandeling

De aanpak is gericht op het voorkomen en bestrijden van elke vorm van huiselijk geweld en kindermishandeling, ook psychische mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbruik. De aanpak is per eiland verschillend. Dat komt omdat de problemen en de cultuur op elk eiland anders zijn.

Huiselijk geweld gaat vaak samen met andere problemen, bijvoorbeeld armoede, schulden en werkloosheid. Maar ook psychische problemen en alcohol- of drugsgebruik. Bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling moeten ook deze problemen worden aangepakt. Een brede aanpak is dus belangrijk en daar zetten partijen zich voor in.