Kabinet informeert de Kamer over de aanpak antisemitisme

Antisemitisme is een diepgeworteld probleem in Nederland en neemt toe; het Joods leven staat onder druk. Het kabinet intensiveert daarom de aanpak ter bestrijding van antisemitisme, mede op basis van de aanbevelingen in het eindrapport van de Taskforce Antisemitismebestrijding ‘Gevangen in Vrijheden’. Met de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030 is voor de bestrijding van antisemitisme een noodzakelijk fundament gelegd.

De uitvoering van de strategie vindt plaats in nauwe samenwerking tussen de ministeries van Justitie en Veiligheid, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport, evenals met de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding. Het ministerie van Justitie en Veiligheid vervult daarbij een coördinerende rol.

Actualisatie en evaluatie

De strategie wordt jaarlijks geactualiseerd en een evaluatie van deze strategie wordt in 2027 verwacht. Het kabinet spreekt zijn waardering uit voor het werk van de Taskforce en blijft zich onverminderd inzetten voor de strijd tegen antisemitisme. De veiligheid van Joodse mensen gaat het kabinet aan het hart.

Antisemitisme in Nederland

Antisemitisme is in Nederland volop aanwezig en neemt toe. Het afgelopen jaar steeg het aantal geregistreerde incidenten opnieuw: van verbaal geweld en online haatberichten tot fysieke bedreigingen, aanslagen bij een synagoge en een Joodse school. Dit raakt Joodse Nederlanders direct. Zij mijden steeds vaker bepaalde plekken en verbergen hun identiteit. Dit blijkt ook uit het eindrapport van de Taskforce. De Taskforce kreeg de opdracht antisemitisme in Nederland te onderzoeken, waaronder de veiligheid van Joodse studenten in het hoger onderwijs, het weren van antisemitische sprekers op hogescholen en universiteiten en de veiligheidsconsequenties van de sit-ins op de NS-stations.

Aanpak antisemitisme

Het ministerie van Justitie en Veiligheid coördineert de aanpak van antisemitisme in Nederland. In de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030 worden door middel van drie pijlers brede maatregelen uitgerold die antisemitisme moeten aanpakken en de gevolgen ervan moeten beperken, waar die voorkomen. De pijlers zien op bescherming en handhaving, onderwijs en preventie, en herdenken en vieren.

Strafbaar

Bepaalde maatregelen uit de strategie zijn in het afgelopen jaar ingevoerd. Zo kan sinds 1 juli 2025 een straf met maximaal een derde worden verhoogd als een strafbaar feit wordt begaan met een antisemitisch motief en is het ontkennen van de Holocaust strafbaar. Verder wordt het Expertisecentrum Aanpak Discriminatie Politie structureel gefinancierd om de politie de juiste handvaten te geven om antisemitisme beter te herkennen en is het ontkennen van de Holocaust sinds 2024 strafbaar. Ook stelt het kabinet middelen beschikbaar voor het beveiligen van instellingen, evenementen en Joodse scholen.

Versterken en zichtbaar maken

De inzet van het kabinet richt zich niet alleen op het bestrijden en handhaven van antisemitisme, maar ook op het versterken, zichtbaar maken en vieren van het Joodse leven in Nederland, onder meer via de ontwikkeling van een Nationaal Plan Joods Leven.

Veiligheid joodse studenten en medewerkers

Het grootste deel van de aanbevelingen van de Taskforce Antisemitismebestrijding is gericht aan hogescholen en universiteiten. Het ministerie van OCW roept de instellingen dan ook op om serieus aan de slag te gaan met die aanbevelingen. En om voor de Joodse minderheid op te komen en op te treden tegen personen of omstandigheden die een onveilige werk- en leeromgeving creëren. Er is ruimte voor verbetering in de afstemming tussen onderwijsinstellingen en de lokale veiligheidsdriehoek bij incidenten en veiligheidskwesties.

Het gesprek

Daarom faciliteert het ministerie het gesprek tussen instellingen, burgemeesters, OM en politie. Daarnaast komt er € 350.000 beschikbaar voor joodse (studenten)initiatieven om de sociale infrastructuur van Joodse studenten en medewerkers te versterken. Dit bedrag bestaat naast het geld dat onderwijsinstellingen al kunnen gebruiken voor de verbetering van sociale veiligheid, waar joodse studenten en medewerkers uiteraard ook onder vallen. Dit gaat om jaarlijks € 4 miljoen (t/m 2031) en een subsidieregeling van jaarlijks € 4,5 miljoen (t/m 2027).

Bewustwording op scholen

Scholen moeten een vrije en veilige plek zijn. Daar leren jongeren respect te hebben voor elkaar, wat je afkomst ook is. Ook leren ze breed over religies, waaronder over het Jodendom, en over de Holocaust. Het kabinet ondersteunt docenten bij het lesgeven, via bijvoorbeeld trainingen over het voeren van schurende gesprekken. Sinds dit jaar is er voor middelbare scholen structureel € 750.000 extra beschikbaar om activiteiten te organiseren over de Holocaust. Hiervan kunnen zij met hun leerlingen bijvoorbeeld musea en voorstellingen bezoeken of gastlessen en workshops in de klas organiseren. Ook voor basisscholen en het speciaal onderwijs wordt een passend aan.


Kabinet neemt maatregelen tegen illegale vapes

Er komen maatregelen om de verkoop en het gebruik van illegale vapes te verminderen. Hierover informeert het kabinet de Tweede Kamer. Met als doel: minder dealers en winkels die illegale vapes verkopen en daarmee minder jongeren die vapen.

Nieuw onderzoek

Nieuw onderzoek concludeert dat 87% van de vapende mensen vapes rookt die onderdeel zijn van de illegale markt. Dit onderzoek naar illegale handelsstromen in vapes is uitgevoerd in opdracht van het vorige kabinet, als onderdeel van het Actieplan tegen vapen. De maatregelen komen bovenop al bestaande wet- en regelgeving, die bijvoorbeeld vapes met smaakjes anders dan tabak of met een te hoog nicotinegehalte verbiedt, net als het verkopen van vapes en tabak in supermarkten en horeca.

Negatieve gevolgen

Minister Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: “Heel veel jongeren vapen en dat heeft enorm negatieve gevolgen voor hun gezondheid. Ik hoor over klaplongen en andere levensgevaarlijke longproblemen. Ook is er steeds meer bewijs over de relatie tussen vapen en kanker. Daarom hebben we bepaalde vapes verboden. Er is echter een grote illegale markt. 87% van de vapende mensen gebruikt verboden vapes, bijvoorbeeld met te veel nicotine of aantrekkelijke fruitsmaakjes, of heeft de vapes gekocht op verboden plekken. De huidige wet- en regelgeving is duidelijk onvoldoende. Daarom ga ik handhaving en toezicht versterken en zorgen dat illegale vapes makkelijker in beslag kunnen worden genomen en de boetes voor dealers en verkopers verhogen. Op die manier zorgen we ervoor dat minder jongeren door te vapen hun gezondheid in gevaar brengen.”

Toezicht versterken en boetes omhoog

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt toezicht op de illegale markt van vapes. Minister Hermans gaat de handhavingsbevoegdheden versterken, zodat de NVWA sneller en beter kan optreden tegen illegale verkoop van vapes waarmee de pakkans voor dealers wordt vergroot. Nu is alleen het verhandelen van illegale vapes verboden, niet het bezit ervan. Hierdoor kan de NVWA pas illegale vapes in beslag nemen nadat is aangetoond dat ze in de handel worden gebracht. Om ervoor te zorgen dat de NVWA eerder kan ingrijpen, werkt minister Hermans aan een wetswijziging waarbij ook het in voorraad hebben van illegale vapes verboden wordt. Bovendien gaat de minister de maximumboetes verhogen, zodat de boetes de dealers meer afschrikken om illegale vapes te verkopen.

Minder verleiding voor jongeren om te starten met vapen

Minister Hermans vindt dat illegale vapes te makkelijk verkrijgbaar zijn, onder andere via sociale mediaplatforms. Daarom bekijkt de minister hoe de NVWA kan worden versterkt met kennis en bevoegdheden om gerichter op te kunnen treden tegen online verkoop van illegale vapes. Zo worden illegale vapes minder makkelijk verkrijgbaar voor jongeren en hoopt het kabinet dat minder jongeren gaan vapen.

Onderzoeksresultaten

  • 87 % van de vapepopulatie blijkt gebruik te maken van illegale vapes en/of van vapes die via een illegaal verkoopkanaal zijn verstrekt.
  • De productie en export van vapes vindt voornamelijk plaats in en vanuit China.
  • De verkoop van vapes komt voor in fysieke winkels in Nederland, webshops en fysieke winkels in het buitenland, maar ook via sociale media en dealers (voornamelijk onder jongeren).
  • In het onderzoek worden verschillende actoren in de vapehandel onderscheiden. Voorbeelden zijn de onderaannemer en kwetsbare dealer. Er is sprake van een handelsketen die zichzelf in stand houdt.
  • Uit het onderzoek blijkt dat actoren in de illegale vapehandel soms ook betrokken kunnen zijn bij andere vormen van criminaliteit.

Bron: Berger, E., Derksen, E., Dinnissen, C., & van Esseveldt, J. (2026). Donkere wolken. Een eerste verkenning van illegale vapehandel in Nederland. Bureau Beke.


Kabinet versterkt aanpak ernstige verstoringen openbare orde met nieuwe politiebevoegdheden

Het kabinet geeft de politie meer bevoegdheden om (mogelijke) ernstige verstoringen van de openbare orde te voorkomen. Daarmee heeft de ministerraad ingestemd op voorstel van minister Van Weel van Justitie en Veiligheid. Met het wetsvoorstel Wet gegevensvergaring openbare orde verbetert het kabinet de informatiepositie van de politie en de burgemeester. Het wetsvoorstel gaat nu naar de Raad van State voor advies.

Minister Van Weel: “Ernstige verstoringen van de openbare orde worden steeds vaker aangejaagd en georganiseerd via sociale media en andere online platforms. Het is daarom essentieel dat de politie online informatie mag vergaren om tijdig te kunnen ingrijpen, hiermee doet het kabinet een stap voorwaarts in het versterken van het gezag op straat.”

De nieuwe bevoegdheden

Het wetsvoorstel geeft de politie 2 extra bevoegdheden om online gegevens te verzamelen uit publiek toegankelijke bronnen. Het gaat om het verzamelen van persoonsgegevens uit het openbare deel van het internet en online gegevens verzamelen van personen en hun openbare accounts. Van deze personen moet het vermoeden bestaan dat zij een belangrijke rol spelen bij een (mogelijk) ernstige verstoring van de openbare orde. Zo kan de politie bij aanwijzingen dat rellen dreigen uit te breken, denk bijvoorbeeld aan de Malieveldrellen van afgelopen september of de rellen op de boulevard van Scheveningen vorig jaar in mei, de noodzakelijke gegevens online verzamelen om tijdig in te grijpen en de verstoring te voorkomen of te stoppen. De politie oefent deze bevoegdheden uit onder gezag en verantwoordelijkheid van de burgemeester.

Waarborgen

Het wetsvoorstel bevat stevige waarborgen omdat het een grote impact kan hebben op de levenssfeer van mensen. De burgemeester heeft voor de inzet van de bevoegdheden een machtiging nodig van de rechter-commissaris. Daarnaast geldt een strikt regime voor de verwerking van de verzamelde persoonsgegevens.


Leegstandsheffing nieuw instrument in aanpak leegstand

Gemeenten krijgen op initiatief van de Tweede Kamer een nieuw instrument om langdurige leegstand van woningen aan te pakken: de leegstandsheffing. Hiermee kunnen gemeenten een belasting opleggen aan eigenaren van woningen die langer dan een jaar leegstaan. Doel is om ervoor te zorgen dat alle beschikbare woonruimte gebruikt wordt om in te wonen. Leegstand is onwenselijk in tijden van woningnood, waarin veel mensen op zoek zijn naar een huis.

Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft het besluit op 20 maart gepubliceerd. Gemeenten kunnen de leegstandsheffing vanaf nu opnemen in een lokale belastingverordening. Vanaf dat moment begint de periode van een jaar te lopen dat een woning leeg moet staan, voordat de heffing kan worden opgelegd. De VNG werkt aan een model belastingbesluit voor gemeenten. Hierin wordt de precieze vormgeving uitgewerkt.

Bestaande instrumenten

Gemeenten kunnen de leegstandbelasting inzetten in combinatie met de bestaande instrumenten uit de Leegstandwet. Het kabinet werkt momenteel aan wijziging van de Leegstandwet. Het wetsvoorstel lag afgelopen zomer in consultatie en gaat binnenkort voor advies naar de Raad van State.

Effectievere bevoegdheden

Met de gewijzigde Leegstandwet krijgen gemeenten effectievere bevoegdheden om leegstand aan te pakken. Zo kan een gemeente een collectieve vergunning afgeven voor tijdelijke verhuur. Dit geldt alleen voor woonruimtes in een gebouw en bij sloop en (ver)nieuwbouw. Ook mag de gemeente straks het elektriciteitsverbruik van een pand opvragen om te controleren of het pand leegstaat. Gemeenten kunnen daarnaast een verplichting opleggen om een langdurig leegstaand pand weer in gebruik te nemen of geven.


Afspraken voor stevige lokale teams in elke gemeente: hulp dichtbij gezinnen

Door problemen eerder aan te pakken, kunnen jongeren beter worden geholpen. Ook kan zwaardere, specialistische jeugdzorg vaker worden voorkomen. Daarom is het belangrijk dat hulp dichtbij jongeren en hun gezin beschikbaar is. Lokale teams spelen daarin een belangrijke rol. Zij ondersteunen inwoners, bijvoorbeeld bij vragen over zorg en opvoeding. Gemeenten, het Rijk en andere organisaties hebben nieuwe afspraken gemaakt om deze lokale teams te versterken. Met het convenant Stevige lokale teams spreken zij af ​dat de teams in heel Nederland goed georganiseerd zijn.

Het convenant werd ondertekend door de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onderwijs Cultuur en Wetenschap, de Associatie Wijkteams, de Samenwerkende Beroepsverenigingen Jeugd, GGD GHOR Nederland, ActiZ Jeugd, MIND, Ieder(in) en Sociaal Werk Nederland.

Laagdrempelige manier

Minister Sterk (Jeugd): “Als je je ergens zorgen over maakt of zorgen hebt over je kind, wil je snel iemand kunnen spreken die met je meedenkt. Dat moet overal in Nederland op een laagdrempelige manier kunnen. Het is daarbij belangrijk dat we niet alleen kijken naar het kind, maar naar het hele gezin. Zo worden jongeren beter geholpen, kan de druk op de aanvullende hulp worden verminderd en wordt de jeugdzorg beter houdbaar voor de toekomst.” ​​

Doen waar ze goed in zijn

Staatssecretaris Tielen (Onderwijs): Jongeren groeien en leren elke dag. Daarvoor is het belangrijk dat jongeren en hun ouders mensen dichtbij hebben die hen kennen en zien. Stevige lokale teams, op en rondom school, kunnen hen helpen als het minder gaat. Zo kunnen leraren doen waar ze goed in zijn: lesgeven. En kunnen leerlingen doen waar het om gaat: leren en zich ontwikkelen.

Lokale teams bieden passende hulp aan gezinnen

Het lokale team is het eerste aanspreekpunt voor jongeren en gezinnen, bijvoorbeeld bij vragen over opvoeden. Het team kijkt met een brede blik naar wat er speelt in het gezin en helpt onderliggende problemen aan te pakken. Waar nodig werken zij samen met andere domeinen, zoals onderwijs en schuldhulpverlening. De teams zijn aanwezig in de wijk of op scholen.

Minder verschillen tussen gemeenten

Er zijn nu nog grote verschillen tussen gemeenten in de ondersteuning aan inwoners. Met het convenant spreken gemeenten, uitvoeringsorganisaties en het Rijk af om meer op één lijn te komen in de hulp. Zo moet voor inwoners duidelijker worden wat zij kunnen verwachten. De ondertekenaars vinden het belangrijk dat iedereen kan rekenen op toegankelijke, samenhangende en passende ondersteuning, ongeacht waar iemand woont.

Wetsvoorstel Reikwijdte

Deze aanpak sluit aan bij het wetsvoorstel Reikwijdte.​ Daarmee wil het kabinet problemen zo dicht mogelijk bij jongeren en gezinnen oplossen en specialistische jeugdzorg alleen inzetten als dat echt nodig is. Zo krijgen jongeren sneller passende hulp, gemeenten meer grip en wordt de jeugdzorg beter houdbaar voor de toekomst.


Internetconsultatie gestart voor nieuw landelijk meldpunt discriminatie

Om discriminatie beter te kunnen melden en slachtoffers sneller te ondersteunen, werkt het kabinet aan 1 duidelijk en landelijk herkenbaar meldpunt. Dit meldpunt gaat meldingen registreren, slachtoffers ondersteunen en werken aan de preventie van discriminatie. Om dit te regelen heeft Minister Heerma van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het concept wetsvoorstel Wet bijstand bij discriminatie in consultatie gebracht. Iedereen kan nu via de internetconsultatie reageren op de plannen voor het landelijke meldpunt.

Knelpunten huidig systeem

Op dit moment bepalen gemeenten zelf waar inwoners discriminatie kunnen melden. De meeste gemeenten doen dat via de landelijke vereniging Discriminatie.nl. Die vereniging heeft 18 antidiscriminatiebureaus met 27 plaatselijke loketten in het land. Sinds 2024 gebruiken deze antidiscriminatiebureaus dezelfde naam voor hun meldpunt, namelijk Discriminatie.nl.
Dit systeem van meldpunten kent verschillende problemen. Zo zijn er verschillen in dienstverlening, omdat de antidiscriminatiebureaus door gemeenten worden gefinancierd. Sommige bureaus krijgen meer geld en kunnen daardoor meer diensten aanbieden dan andere. Daarnaast ervaren mensen drempels om discriminatie te melden. Uit onderzoek blijkt dat meldpunten niet altijd bekend zijn en dat mensen soms weinig vertrouwen hebben in het nut van een melding. De Wet bijstand bij discriminatie moet deze en andere knelpunten aanpakken.
 

Nieuwe landelijke structuur

In plaats van het huidige stelsel met veel losse en verschillende bureaus, moet er 1 landelijke organisatie komen die meldingen coördineert en ondersteuning biedt. De lokale meldpunten bestaan. 
De wet zorgt ervoor dat de nieuwe landelijke organisatie gefinancierd wordt door het Rijk, zodat er uniformiteit in de dienstverlening en kwaliteit komt voor alle lokale meldpunten.  
Met de nieuwe structuur moet het makkelijker worden om discriminatie te melden. Er komt 1 herkenbaar meldpunt waar mensen terecht kunnen. Dat meldpunt is zowel fysiek als online en telefonisch bereikbaar. Ook wordt de hulp overal op dezelfde manier aangeboden, wat moet bijdragen aan een effectievere aanpak van discriminatie.
Het wetsvoorstel is opgesteld in afstemming met onder anderen de huidige vereniging van antidiscriminatievoorzieningen (Discriminatie.nl), de gemeenten (VNG) en de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR). 

Actieve openbaarmaking

Om te voldoen aan de Wet open overheid maakt het ministerie van BZK de stukken over dit wetsvoorstel actief openbaar. Via deze tijdlijn kunt u meekijken met interne documenten en zien hoe het wetsvoorstel is gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan verslagen van overleggen tussen BZK en andere betrokken organisaties. Deze extra transparantie past bij het maatschappelijke gewicht van het onderwerp (anti)discriminatie en bij de belangrijke rol van antidiscriminatievoorzieningen.

Consultatieperiode

Het wetsvoorstel is tot en met 1 mei 2026 (online) opengesteld voor consultatie en is hier te vinden. Iedereen is van harte uitgenodigd om te reageren, in het speciaal het maatschappelijk middenveld voor de aanpak van discriminatie en alle andere betrokken partijen. De wet zal naar verwachting in 2028 in werking treden.


Eerste aanvullingswet nieuw Wetboek van Strafvordering naar Tweede Kamer

Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Claudia van Bruggen en minister van Justitie en Veiligheid David van Weel hebben de eerste aanvullingswet voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering ingediend bij de Tweede Kamer. Deze wet is de eerste van 2 aanvullingswetten voor het nieuwe Wetboek. De wetten met de 8 boeken van het nieuwe Wetboek van Strafvordering zelf zijn al gepubliceerd in het Staatsblad. Met de aanvullingswetten kunnen hier nog wijzigingen in worden aangebracht vóór de inwerkingtreding. Zo is het nieuwe Wetboek volledig bij de tijd als het in werking treedt per 1 april 2029.

Procesafspraken

Met deze aanvullingswet komt er een wettelijke regeling voor procesafspraken. Bij procesafspraken doen een officier van justitie en een verdachte samen een afdoeningsvoorstel aan de rechter, bijvoorbeeld over de op te leggen straf. De rechter bepaalt of dat voorstel wordt gevolgd. In de praktijk worden procesafspraken al veel toegepast. Met de wet komen er ook begrenzingen. Zo mogen procesafspraken niet gemaakt worden bij ernstige gewelds- en seksuele misdrijven waarop een gevangenisstraf staat van 12 jaar of meer én mag de strafvermindering maximaal een derde zijn ten opzichte van de straf die de rechter overwoog op te leggen als er geen procesafspraken zouden zijn gemaakt.

Buitengerechtelijke afdoening

Deze aanvullingswet maakt het ook mogelijk voor het Openbaar Ministerie om voorwaardelijke straffen op te leggen in een strafbeschikking, dus buiten de rechter om. Door minder zware zaken op deze manier te bestraffen, kan de capaciteit van rechters worden ingezet voor zwaardere zaken. Dit draagt bij aan kortere doorlooptijden in het strafrecht. Ook tegen een strafbeschikking waarin een voorwaardelijke straf wordt opgelegd kan de verdachte in verzet gaan, zodat de zaak alsnog aan de rechter wordt voorgelegd.

Verduidelijking en modernisering

Naast de regels voor procesafspraken en buitengerechtelijke afdoening bevat de aanvullingswet onder meer een nieuwe regeling voor lichaamsonderzoek bij bewusteloze personen. Ook worden bepaalde regels verduidelijkt en gemoderniseerd, bijvoorbeeld over de inzet van deskundigen, het toezicht op bijzondere voorwaarden en de bevoegdheid om heimelijk in te loggen met rechtmatig verkregen gegevens. Tevens worden de regels voor het verwerken van strafvorderlijke gegevens overgenomen uit het huidige wetboek.

Regels voor strafproces

Het Wetboek van Strafvordering bevat de regels waaraan politie, Openbaar Ministerie, rechters en advocaten zich moeten houden in het strafproces. De vernieuwing maakt het wetboek toegerust op nieuwe vormen van criminaliteit zoals cybercrime en ondermijning. Ook wordt het wetboek overzichtelijker en toegankelijker en zijn belangrijke uitspraken van de hoogste rechter erin verwerkt. De vernieuwing maakt het wetboek toekomstbestendig door een duidelijkere positie voor verdachten en slachtoffers maar ook door een actualisering van opsporingsbevoegdheden en de digitalisering van het strafproces. Het nieuwe wetboek is het resultaat van meer dan 10 jaar samenwerking tussen alle betrokken organisaties in de strafrechtketen.


Kabinet wil wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding permanent maken

Het kabinet wil de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding permanent maken. Daarmee heeft de ministerraad ingestemd op voorstel van minister Van Weel van Justitie en Veiligheid. De wet geeft de overheid de bevoegdheid om mensen vrijheidsbeperkende maatregelen op te leggen als zij mogelijk een terroristisch gevaar vormen maar het strafrecht geen of nog geen mogelijkheden biedt. Zonder aanpassing vervalt de huidige wet op 1 maart 2027.

Veiligheid voorop

Minister Van Weel: “Als minister van Justitie en Veiligheid staat voor mij de veiligheid in onze samenleving altijd voorop. Terrorisme is een aanval op onze vrijheid en veiligheid. Met het permanent maken van deze wet zorgen we ervoor dat de overheid snel, preventief en doelgericht kan ingrijpen wanneer de nationale veiligheid dat vereist.”

De permanente wet

De tijdelijke wet wordt door het kabinet omgezet naar een permanente wet. De wet biedt de mogelijkheid tot het opleggen van een meldplicht, een gebiedsverbod of een contactverbod aan personen met een terroristisch dreigingsprofiel. Het gaat daarbij om personen die op grond van hun gedragingen in verband kunnen worden gebracht met terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan. Daarnaast kan een uitreisverbod worden opgelegd, waarmee iemand wordt verboden het Schengengebied te verlaten indien het vermoeden bestaat dat deze zich als doel heeft zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie. De wet kent een wijziging ten opzichte van de tijdelijke wet; het kabinet heeft namelijk besloten de maatregel om subsidies en vergunningen in te trekken te laten vervallen, aangezien deze sinds de invoering nooit is ingezet.

Advies van de Raad van State

Het tijdelijk beperken van iemands vrijheid zonder voorafgaande veroordeling is een ingrijpende maatregel. De Raad van State plaatste daarom kanttekeningen bij de noodzaak van het voorstel. Het kabinet erkent dit, maar kiest er bewust voor de wet permanent te maken. De lat voor het opleggen van een maatregel ligt hoog en wordt om die reden dan ook niet vaak ingezet. Daarbij blijft de terroristische dreiging onverminderd aanwezig. Het kabinet acht het dan ook essentieel dat de minister van Justitie en Veiligheid dit instrument kan inzetten indien dit noodzakelijk is voor de bescherming van de nationale veiligheid. Het wetsvoorstel wordt nu ingediend bij de Tweede Kamer.  


Staatscommissie overheidsingrijpen in gezinnen van start

Met ingang van 1 april 2026 start de staatscommissie overheidsingrijpen in gezinnen waar sprake is van kindermishandeling en/of ontwikkelingsbedreiging. De staatscommissie zal de regering adviseren over de vraag wanneer de overheid moet ingrijpen en betrokken moet zijn, wanneer de overheid mag ingrijpen, maar ook wanneer de overheid niet mag ingrijpen en welke voorwaarden en (rechts)bescherming van toepassing zijn voor deze gezinnen. Daarnaast kijkt de commissie of er alternatieve vormen van betrokkenheid of ingrijpen door de overheid mogelijk zijn.

Naast de staatscommissie werken Rijk, gemeenten, professionals en aanbieders aan het verbeteren van jeugdzorg met de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming. De staatscommissie wordt uitgenodigd in haar advies ondersteunend te zijn aan de lopende ontwikkelingen binnen het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming.

Aanleiding staatscommissie

Uit het rapport van de Commissie toeslagen en uithuisplaatsingen bleek dat de onterechte terugvorderingen vanuit de toeslagenaffaire een grote rol hebben gespeeld bij problemen van de gezinnen en daarmee ook bij de uithuisplaatsingen van de kinderen. Tijdens het debat over dit rapport heeft de Tweede Kamer met een motie de regering verzocht een staatscommissie in te stellen. Het kabinet geeft met de start van deze staatscommissie uitvoering aan deze motie.

Onveiligheid of ontwikkelingsbedreiging

Ook is er steeds meer juridische en wetenschappelijke kritiek op de manier waarop de overheid ingrijpt in gezinnen waar sprake is van onveiligheid en/of ontwikkelingsbedreiging bij kinderen. Met name als vervolgens onvoldoende passende bescherming en hulp kan worden ingezet. De impact van overheidsingrijpen bij een gezin kan heel groot zijn, daarom is het goed hier zorgvuldig en kritisch naar te kijken.


Wetsvoorstel afpakken crimineel geld naar Raad van State

Het wetsvoorstel tot implementatie van de Confiscatierichtlijn maakt het mogelijk om waardevolle spullen en vermogen met een criminele herkomst sneller en effectiever af te pakken. Dit kan nu nog alleen na een veroordeling van een verdachte, maar dit wordt straks ook mogelijk zonder dat een verdachte is veroordeeld voor een misdrijf of zonder dat een verdachte in beeld is. De reacties op de consultatie van het wetsvoorstel zijn verwerkt. De ministerraad heeft besloten het wetsvoorstel tot implementatie van de Confiscatierichtlijn voor advies naar de Raad van State te sturen.

Minister Van Weel van Justitie en Veiligheid: ‘Wat hierbij echt verschil kan gaan maken is dat de bal meer bij de belanghebbenden komt te liggen: je moet gewoon een goed verhaal hebben hoe je aan je dure spullen komt. Als het Openbaar Ministerie kan onderbouwen dat die dure auto betaald is met crimineel geld, is het aan jou om het tegendeel te bewijzen. Of om uit te leggen waar die lading contant geld in je woning vandaan komt. Hierdoor kan effectiever worden afgepakt. Niet meer de persoon, maar het geld en de goederen staan centraal. Dit is een mooie volgende stap tegen de ondermijnende criminaliteit in Nederland.’

In 2024 zijn er in Europees verband afspraken gemaakt over het effectiever afpakken van crimineel vermogen. Om aan deze afspraken te kunnen voldoen, wordt de wet in Nederland nu ook aangepast. Met eenzelfde strafrechtelijke procedure binnen Europa kan bovendien beter met andere EU-lidstaten worden samengewerkt. Daarnaast gaan de nationale bureaus voor de ontneming van vermogens van de lidstaten nauwer samenwerken en kunnen inbeslaggenomen voorwerpen straks in meer gevallen worden verkocht voordat een strafzaak is afgelopen. Dat verhoogt de opbrengsten en beperkt opslagruimte en opslagkosten.