De LinkedIn groep ‘Het Veiligheidshuis, samenwerken aan veiligheid’ is een ontmoetingsplaats waar professionals die betrokken zijn bij het Veiligheidshuis kennis en ervaringen kunnen delen om op deze wijze van elkaar te kunnen leren.
Deze website houdt u op de hoogte van het laatste nieuws, interessante bijeenkomsten en relevante publicaties uit het veld van de Veiligheidshuizen. Verder vindt u hier meer informatie over de LinkedIn groep ‘Het Veiligheidshuis, samenwerken aan veiligheid’ en haar initiatiefnemers.

Vernieuwde Wet Bibob treedt in werking

De wijziging van de Wet Bibob die op 1 augustus 2020 in werking treedt, versterkt de aanpak van ondermijning. De ministers Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en Dekker (voor Rechtsbescherming) willen ermee voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert. Op dezelfde datum treedt ook een wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke (Bjsg) gegevens in werking.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Achter de schermen

Beide regelingen zorgen ervoor dat gemeenten, provincies en het Rijk nog beter hun eigen Bibob-onderzoek kunnen doen. Zij kunnen voortaan de justitiële antecedenten nagaan van de personen die achter de schermen feitelijke zeggenschap hebben over degene die de vergunning heeft aangevraagd. Zo kan makkelijker worden voorkomen dat naast criminelen, hun stromannen misbruik maken van dienstverlening door de overheid. De maatregel geldt ook voor de zakelijke relaties van de wederpartij van de overheid bij een vastgoedtransactie of overheidsopdracht. Tot nu toe konden alleen justitiële gegevens worden verstrekt over de wederpartij van de overheid – meestal de aanvrager van een vergunning – maar niet over zijn zakelijke relaties.

Maatschappelijke of economische waarde

Overheidsopdrachten met een aanzienlijke maatschappelijke of economische waarde zijn kwetsbaar voor criminele activiteiten. Daarom wordt het Bibob-onderzoek uitgebreid naar alle overheidsopdrachten en beperkt het zich niet langer tot de sectoren bouw, ICT en milieu.

Tippen over strafbare feiten

Verder wordt Bibob-onderzoek uitgebreid naar vastgoedtransacties in het geval van overdracht van erfpacht, mits de gemeente een toestemmingsvereiste voor die overdracht heeft bedongen. Daarnaast regelt de wetswijziging diverse andere bevoegdheden om de Wet Bibob effectiever te kunnen toepassen. Zo kan het Landelijk Bureau Bibob overheidsinstanties tippen de Wet Bibob toe te passen als het relevante informatie heeft over strafbare feiten.

Uitwisseling van informatie verruimen

Momenteel wordt gewerkt aan een volgende wijziging van de Wet Bibob die uitwisseling van informatie verruimt tussen het Landelijk Bureau Bibob en bestuursorganen, en tussen bestuursorganen onderling. Het kabinet streeft ernaar dat wetsvoorstel in het derde kwartaal aan de Raad van State voor te leggen. De Wet Bibob (bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) is sinds 2003 van kracht en heeft als doel de integriteit van de overheid te beschermen.

Maximaal vier jaar gevangenisstraf voor bezit pedohandboek

Het verspreiden, verwerven of  in bezit hebben van een handleiding met tips en trucs voor het seksueel misbruiken van kinderen wordt expliciet strafbaar gesteld. Er komt een gevangenisstraf van maximaal vier jaar op te staan. Zo’n ‘pedohandboek’ of ‘pedohandleiding’ brengt kinderen in gevaar, omdat het een voedingsbodem is voor de kindermisbruiker die zijn slag wil slaan. Dit is de kern van een wetsvoorstel van minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) dat in consultatie is gegaan.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Seksueel misbruik

Seksueel misbruik van kinderen is een van de meest verwoestende vormen van criminaliteit voor de slachtoffers en hun omgeving volgens minister Grapperhaus. “Kinderen hebben recht op een veilige omgeving om op te groeien. Het is gruwelijk en onacceptabel dat – veelal via het darkweb van het internet – mensen bezig zijn om adviezen te delen over hoe ze kinderen kunnen misbruiken. Dit heeft onmiskenbaar een drempelverlagend effect om de kwaadaardige handelingen daadwerkelijk te verrichten. Misbruiksituaties – offline en online – moeten worden gestopt. Daarbij moeten we ook zoveel mogelijk voorkomen dat kinderen in een misbruiksituatie terechtkomen’’ aldus minister Grapperhaus. 

Dark web

Al langer circuleert er op het zogeheten dark web instructief materiaal om kinderen seksueel te misbruiken. Ze beschrijven onder meer hoe men ‘op jacht’ kan gaan naar kinderen, een kind kan verleiden en het vertrouwen van een kind kan winnen. Deze ‘handleidingen’ worden vaak pedohandboeken genoemd. Minister Grapperhaus gaf dit voorjaar aan na overleg met het Openbaar Ministerie (OM) uit te zoeken of het bezit van een pedohandboek als zelfstandig feit strafbaar kan worden gesteld. Volgens de minister is een dergelijk signaal vanuit de overheid nodig om aan te geven hoe onwenselijk het bezit van dit materiaal is. Hiermee wordt ook tegemoet gekomen aan een wens van de Tweede Kamer.

Vroegtijdige aanpak

Het is volgens de minister van groot belang dat meer vroegtijdig wordt opgetreden tegen potentiële kindermisbruikers. Daarom worden voorbereidingshandelingen met het oog op seksueel kindermisbruik zelfstandig strafbaar gesteld. Op dit moment biedt het strafrecht nog niet in alle gevallen de mogelijkheid om hiertegen op te treden, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van het ter beschikking stellen of in bezit hebben van instructiemateriaal over seksueel kindermisbruik. Grapperhaus: “Onze inzet moet zijn om deze weerzinwekkende praktijk te stoppen, zodat we kinderen beter kunnen beschermen.’’

Meerdere fronten

Op meerdere fronten is minister Grapperhaus bezig met een vroegtijdige aanpak van seksueel kindermisbruik. Zo is de strafbaarstelling van grooming, ook wel digitale vorm van kinderlokken geheten, vorig jaar verruimd. Verder ligt op dit moment een voorontwerp van het wetsvoorstel ‘Modernisering strafbaarstelling seksuele misdrijven’ in consulatie, waarin ook aandacht is voor de kwetsbaarheid van kinderen voor online seksueel misbruik. Hierin wordt het zogenoemde sexchatting expliciet strafbaar gesteld, waarbij volwassenen stelselmatig online communiceren en contact zoeken met kinderen met seksuele bedoelingen.