De LinkedIn groep ‘Het Veiligheidshuis, samenwerken aan veiligheid’ is een ontmoetingsplaats waar professionals die betrokken zijn bij het Veiligheidshuis kennis en ervaringen kunnen delen om op deze wijze van elkaar te kunnen leren.
Deze website houdt u op de hoogte van het laatste nieuws, interessante bijeenkomsten en relevante publicaties uit het veld van de Veiligheidshuizen. Verder vindt u hier meer informatie over de LinkedIn groep ‘Het Veiligheidshuis, samenwerken aan veiligheid’ en haar initiatiefnemers.

Culturele interventies kunnen bijdragen aan voorkomen radicaliseren

Erasmus Universiteit Rotterdam/RISBO voerde in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een overkoepelende evaluatie uit naar negen culturele interventies die zijn gesteund door het Fonds ZOZ. Het ging om interventies met als doel de weerbaarheid van jongeren te vergroten, zodat zij minder gevoelig zijn voor extremistische en polariserende boodschappen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Soorten interventies

Alle interventies bestaan uit een theatervoorstelling of een educatief programma over uiteenlopende thema’s zoals vooroordelen, radicalisering, burgerschap en democratie.

Naast een theatervoorstelling of educatief programma is in enkele interventies gebruik gemaakt van workshops en gesprekken voor en na de theatervoorstelling.Hiermee kunnen de deelnemers geactiveerd worden en beter participeren. Dit vergroot de effectiviteit van de interventie.

Doel interventies

Door stil te staan bij thema’s zoals vooroordelen, radicalisering, burgerschap en democratie wordt geprobeerd:

  • stereotypen te doorbreken;
  • bij te dragen aan positieve identiteitsvorming;
  • taboes bespreekbaar te maken;
  • en ruimte te creëren voor herkenning, verbinding en een positieve houding tegenover anderen.

Samenvatting conclusies onderzoek

Het onderzoek van Erasmus Universiteit Rotterdam/RISBO is opgebouwd uit een literatuurstudie en een meta-evaluatie van negen theaterproducties. Ook voorziet het rapport in een evaluatiekader dat door (lokale) beleidsmakers ingezet kan worden, bij de evaluatie van culturele interventies gericht op de preventie van radicalisering. Ook kan dit kader als input dienen voor de beoordeling van nieuwe subsidieaanvragen binnen deze context.

  • Alle onderzochte interventies kunnen invloed hebben op het vergroten van de weerbaarheid van jongeren, waarmee sprake kan zijn van verminderde vatbaarheid voor radicalisering.
  • Met name de interventies die gericht zijn op het versterken van verbinding met de samenleving hebben een positieve uitwerking op jongeren. Deze interventies lijken erin te slagen om vooroordelen weg te nemen, zaken van verschillende kanten te bezien en empathie te realiseren voor mensen met een andere (etnische) achtergrond.
  • Het vergroten van de individuele weerbaarheid komt in de praktijk moeilijker tot stand. Waar geprobeerd wordt om handelingsperspectieven te vergroten of jongeren tot actie over te laten gaan om hun eigen leven te veranderen, lijkt dit vaak niet goed van de grond te komen. Wel hebben sommige interventies bijgedragen aan het bespreekbaar maken van gevoelige dagelijkse thema’s als discriminatie en cultuurverschillen en bewustwording van de eigen rol binnen de samenleving.

Vervolg

Deze interventies lijken een toegevoegde waarde op te leveren als het gaat om:

  • Het versterken van de binding in de samenleving.
  • Jongeren met verschillende perspectieven kennis te laten maken.

Het rapport wordt daarom aangeboden aan lokale beleidsmakers (zowel bij openbare orde en veiligheid als het sociaal domein) via de Toolkit Evidence-Based Werken. Zo kunnen zij de bevindingen uit het rapport lezen en/of gebruiken.

Onder voorwaarden eerder celmateriaal afnemen voor DNA in strafproces

Met stevige waarborgen kan van een verdachte eerder in het strafproces celmateriaal worden afgenomen. Wordt de verdachte veroordeeld, dan kan vervolgens een DNA-profiel worden gemaakt dat wordt opgeslagen in de DNA-databank voor strafzaken. Dat schrijft minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid aan de Tweede Kamer. Randvoorwaarden voor dit conservatoir afnemen van celmateriaal zijn onder meer een zorgvuldige inrichting van het werkproces en ondersteunende ICT-infrastructuur. Het belang van DNA-onderzoek in strafzaken is groot. Het gebruik daarvan helpt de juiste verdachte in het vizier te krijgen en strafrechtelijk aan te pakken.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Op dit moment wordt volgens de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (Wet DNA-V) celmateriaal afgenomen zodra iemand is veroordeeld tot een sanctie in de zin van die wet voor een feit waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is. In de praktijk wordt van 87 procent van de personen die verplicht zijn celmateriaal af te staan, ook daadwerkelijk hun celmateriaal afgenomen en hun DNA-profiel in de databank opgenomen. Omdat celmateriaal pas na veroordeling wordt afgenomen, blijft een deel echter onvindbaar.

Commissie-Hoekstra

Met de Tweede Kamer is de laatste jaren diverse keren gesproken over de werking van de Wet DNA-V. In het bijzonder naar aanleiding van de rapporten van de commissie-Hoekstra, die werd ingesteld na de tragische moord op twee personen door Bart van U., te weten oud-minister Els Borst en zijn zus Loïs. Door de Kamer is de wens uitgesproken om in een eerder stadium van het strafproces celmateriaal af te nemen. Minister Grapperhaus heeft naar aanleiding daarvan, na onder meer een toets op de juridische houdbaarheid, te kennen gegeven dat hij bereid is het conservatoir afnemen van celmateriaal wettelijk te introduceren. Daarvoor wilde hij eerst nog goed laten onderzoeken aan welke voorwaarden moet worden voldaan om tot een goede uitvoering te komen. Dat onderzoek is onlangs afgerond.

Wetswijziging

Op basis van de resultaten van dat onderzoek kondigt minister Grapperhaus nu een wetswijziging aan die het mogelijk maakt celmateriaal af te nemen van iedere aangehouden verdachte die na verhoor of na beëindiging van de inverzekeringstelling in vrijheid wordt gesteld, maar nog wel verdachte blijft van een feit waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is, of bij vordering van een inbewaringstelling. Hiermee kan worden bereikt dat van 99 procent van de mensen die worden veroordeeld in de zin van de Wet DNA-V, ook daadwerkelijk een DNA-profiel in de databank kan worden opgenomen.

Hoewel celmateriaal in een eerder stadium wordt afgenomen, betekent dit niet dat dit direct mag worden gebruikt voor DNA-onderzoek. De huidige verplichtingen in de Wet DNA-V worden dus niet uitgebreid. Het celmateriaal wordt na afname opgeslagen en daaruit mag pas na een veroordeling, als de officier van justitie een bevel op grond van die wet heeft gegeven, een DNA-profiel worden gemaakt. Als de betrokkene niet meer als verdachte kan worden aangemerkt, wordt het celmateriaal direct vernietigd.

Voorwaarden uitvoering

Om eerder celmateriaal af te nemen moet aan veel voorwaarden worden voldaan. Zo is een goede ICT-voorziening bijvoorbeeld een absolute randvoorwaarde om meer celmateriaal af te kunnen nemen, te verwerken en zo nodig te vernietigen. Daarnaast is het van belang dat één centrale onafhankelijke overheidsorganisatie de verantwoordelijkheid krijgt voor de opslag en het beheer van het afgenomen celmateriaal, die geen belang heeft bij het gebruik van het celmateriaal in het strafproces.

De uitvoering voor het conservatoir afnemen wordt nu verder uitgewerkt. Tegelijkertijd bevordert minister Grapperhaus dat een wetswijziging tot stand komt. Daarbij benadrukt de minister dat zorgvuldigheid voorop staat.

“Een zo foutloos mogelijke uitvoering acht ik een absolute randvoorwaarde voor het conservatoir afnemen van celmateriaal. De integriteit van een nieuwe wettelijke systematiek valt of staat met het kunnen garanderen van de veiligheid van de opslag, het beheer, het transport en de vernietiging van het conservatoir afgenomen celmateriaal’’, aldus Grapperhaus.