De LinkedIn groep ‘Het Veiligheidshuis, samenwerken aan veiligheid’ is een ontmoetingsplaats waar professionals die betrokken zijn bij het Veiligheidshuis kennis en ervaringen kunnen delen om op deze wijze van elkaar te kunnen leren.
Deze website houdt u op de hoogte van het laatste nieuws, interessante bijeenkomsten en relevante publicaties uit het veld van de Veiligheidshuizen. Verder vindt u hier meer informatie over de LinkedIn groep ‘Het Veiligheidshuis, samenwerken aan veiligheid’ en haar initiatiefnemers.

Ministerraad benoemt adviescollege toekomstbestendig stelsel bewaken en beveiligen

De ministerraad heeft op voorstel van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid ingestemd met het instellen van het adviescollege toekomstbestendig stelsel bewaken en beveiligen. Als voorzitter van het Adviescollege is de heer mr. J.G. Bos benoemd, de andere benoemde leden zijn de heer mr. J.J. van Eck en mevrouw M.A. Berndsen-Jansen. Deze benoeming is een toezegging aan de Tweede Kamer om een onafhankelijke commissie naar het stelsel bewaken en beveiligen te laten kijken en voorstellen te laten doen op welke wijze het stelsel toekomstbestendig gemaakt kan worden om blijvend het hoofd te bieden aan huidige en toekomstige dreigingen.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Het huidige stelsel bewaken en beveiligen is in 2002 ingericht. Het doel van het stelsel is het voorkomen van (terroristische) aanslagen op personen, objecten en diensten. In het stelsel is geregeld hoe op basis van informatie over dreiging en risico tot beveiligingsmaatregelen wordt besloten. Bij bewaken en beveiligen zijn veel partijen betrokken: politie, OM, lokale besturen, inlichtingen- en veiligheidsdiensten, ministeries en de NCTV. De verantwoordelijkheid voor het stelsel is namens de minister van Justitie en Veiligheid belegd bij de NCTV.

In het kader van het brede offensief tegen ondermijnende criminaliteit investeert het kabinet de komende jaren structureel in de versterking van het stelsel. Het goed functioneren van het stelsel vraagt echter niet alleen om voldoende capaciteit, maar ook om kwaliteitsontwikkeling en kennisborging. Daarbij is het van belang om, in lijn met de ingezette kwaliteitsverbeteringen binnen het stelsel, ook naar het functioneren van het stelsel als geheel en de wijze waarop deze is ingericht te kijken.

Kabinet stelt ruim € 600 miljoen extra beschikbaar voor jeugdzorg

Het kabinet stelt voor 2021 € 613 miljoen beschikbaar aan gemeenten voor het oplossen van de acute problematiek in de jeugdzorg. Die afspraak hebben het kabinet en de VNG gemaakt. Met dit geld komt er o.a. ruimte om de crisiscapaciteit in de jeugd-ggz uit te breiden en wachttijden aan te pakken. Daarnaast is afgesproken dat gemeenten en Rijk aan de slag gaan met maatregelen om de structurele houdbaarheid van de uitvoering van de Jeugdwet te verbeteren.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Het geld komt bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen voor 2021. Ook ontvingen gemeenten eerder in totaal € 95,5 miljoen uit steunpakketten voor jongeren in het kader van corona, om laagdrempelige mentale ondersteuning te bieden, sociale activiteiten mogelijk te maken en kwetsbare doelgroepen te ondersteunen. Samen gaat het dus om ruim € 1 miljard.

Druk verlichten

Staatssecretaris Blokhuis (VWS): “Het kabinet erkent dat de druk op gemeenten, onder andere door de coronacrisis, fors is toegenomen. Het is van groot belang dat jeugdigen tijdig de zorg krijgen die zij nodig hebben. Ik ben blij dat we in overleg met de gemeenten tot afspraken zijn gekomen die de druk op de korte termijn verlichten. Maar dit is pas het begin. Het jeugdstelsel is op de lange termijn onhoudbaar en daarom is het nodig dat we uitgaven beter beheersbaar maken. Een belangrijke, gezamenlijke opgave.”

Acute knelpunten aanpakken

Het geld wordt ingezet om een aantal acute knelpunten in de jeugdzorg aan te pakken. Zo wordt de crisiscapaciteit in de jeugd-ggz tijdelijk uitgebreid, om beter aan de grotere zorgvraag, die mede door corona is ontstaan, te voldoen. Een deel van het geld wordt ingezet om de wachttijden voor specialistische jeugdzorg in de regio aan te pakken en – in regio’s waar geen sprake is van wachttijden – te voorkomen. Gemeenten en Rijk werken een wachttijdaanpak uit, waarin ook wordt ingezet op het verbeteren van het oppakken van complexe casuïstiek. Verder is geld beschikbaar om kinderen, jongeren en gezinnen die nu vastzitten in het systeem van de jeugdbeschermingsketen per direct te helpen.

Beheersbaarheid van het jeugdstelsel

Om jongeren die dat nu en in de toekomst nodig hebben passende zorg te bieden, is het nodig om de beheersbaarheid van het jeugdstelsel te vergroten. Het Rijk en gemeenten zijn hier mee bezig en zullen dit samen verder intensiveren in de vorm van een aantal maatregelen. Het gaat om het stimuleren van tariefdifferentiatie en standaardisatie van de uitvoering, het versmallen van de medische verwijsroute door enkel te verwijzen naar gecontracteerd aanbod en het breder invoeren van een praktijkondersteuner jeugd-ggz bij de huisarts. Door dit laatste kunnen meer jongeren laagdrempelig in de huisartsenpraktijk geholpen worden en is voor hen een verwijzing naar gespecialiseerde GGZ-zorg niet nodig.

Fundamentele keuzes

Om het jeugdstelsel op de lange termijn beheersbaar te maken zijn fundamentele keuzes nodig, bijvoorbeeld over de reikwijdte van de Jeugdwet en de beleidsvrijheid en rol van gemeenten in de uitvoering. Het is aan een nieuw kabinet om hierover te besluiten. Daarbij gaat het om een combinatie van maatregelen en structureel extra geld.