De LinkedIn groep ‘Het Veiligheidshuis, samenwerken aan veiligheid’ is een ontmoetingsplaats waar professionals die betrokken zijn bij het Veiligheidshuis kennis en ervaringen kunnen delen om op deze wijze van elkaar te kunnen leren.
Deze website houdt u op de hoogte van het laatste nieuws, interessante bijeenkomsten en relevante publicaties uit het veld van de Veiligheidshuizen. Verder vindt u hier meer informatie over de LinkedIn groep ‘Het Veiligheidshuis, samenwerken aan veiligheid’ en haar initiatiefnemers.
Minder jongeren in jeugdzorg: staatssecretaris Tielen (Jeugd) zet in op hulp dichtbij gezin
Te veel jongeren en hun gezinnen vragen om (professionele) jeugdzorg. Dat zet het stelsel onder druk en biedt niet iedere jongere passende hulp. Staatssecretaris Tielen (Jeugd) werkt aan een cultuuromslag: minder problematiseren, hulp dichter bij gezinnen en specialistische jeugdzorg alleen inzetten als dat echt nodig en effectief is. Daarom komt het kabinet met het wetsvoorstel Reikwijdte. De belangrijkste maatregel is de verplichting voor gemeenten om met een lokaal team hulp te bieden aan jongeren en gezinnen. De afgelopen periode zijn samen met gemeenten en andere betrokken partijen belangrijke stappen gezet in de uitwerking. Het wetsvoorstel maakt deel uit van een breed pakket aan (lopende) maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd van Rijk, gemeenten, professionals, jongeren en aanbieders.
Staatssecretaris Tielen (Jeugd, Preventie en Sport): “De ambitie is dat in 2028 niet meer één op de zeven, maar maximaal één op de tien jongeren gebruikmaakt van jeugdzorg. Daar is een cultuuromslag voor nodig waarbij we problemen zo dicht mogelijk bij jongeren en gezinnen oplossen en specialistische jeugdzorg alleen inzetten als dat echt nodig is en een oplossing kan bieden. Zo krijgen jongeren sneller passende hulp, gemeenten meer grip en wordt de jeugdzorg beter houdbaar voor de toekomst”.
Lokale teams die jongeren passend hulp bieden
Door problemen eerder aan te pakken, kan vaak specialistische jeugdzorg worden voorkomen. Daarom moet deze hulp aanwezig zijn in de buurt van jongeren en hun gezin. Het wetsvoorstel regelt dat iedere gemeente een lokaal team heeft waar inwoners op een laagdrempelige manier terecht kunnen, bijvoorbeeld op school of in de wijk. Dit team is het eerste aanspreekpunt voor jongeren en gezinnen, bijvoorbeeld voor vragen over de opvoeding en kan zelf hulp en ondersteuning bieden. Ook wordt onderzocht hoe de positie van deze teams, ten opzichte van andere verwijzers, versterkt kan worden bij het doorverwijzen naar jeugdzorg. Zo krijgen gemeenten meer grip op de instroom.
Passende hulp en betere samenwerking
Contact met leeftijdsgenoten die hetzelfde meemaken, verkleint eenzaamheid, vergroot het netwerk en daarmee de steun in de omgeving van jongeren. Dit heeft een positief effect. Daarom wordt wettelijk vastgelegd dat hulp in groepsverband voorrang heeft op individuele hulp, tenzij individuele hulp aantoonbaar effectiever of passender is.
Brede blik
Daarnaast wordt nog te vaak jeugdzorg aangeboden terwijl dit (de oorzaak van) het probleem niet aanpakt en het jongeren daardoor ook niet helpt. Het lokale team moet met een brede blik kijken wat er precies aan de hand is en ouders stimuleren onderliggende problemen aan te pakken. Het team werkt, waar nodig, samen met andere domeinen, zoals onderwijs en schuldhulpverlening.
Duidelijke afbakening van jeugdzorg
Het aantal vormen van hulp dat wordt geboden is de afgelopen jaren fors toegenomen. Daarom zijn duidelijke keuzes nodig. Het wordt mogelijk om wettelijk vast te leggen welke vormen van hulp niet onder de Jeugdwet vallen, bijvoorbeeld omdat zij niet effectief of zelfs schadelijk zijn. Ook worden afspraken verplicht over de duur, intensiteit en kosten van aanvullende jeugdzorg.
Kabinet maakt Nationale Dementiestrategie toekomstbestendig
Nederlanders worden steeds ouder en het aantal mensen met dementie neemt snel toe. In 2050 gaat het naar verwachting om ruim 610.000 mensen. Daarom is het belangrijk dat het kabinet blijft investeren in onderzoek naar de ziekte, goede ondersteuning en zorg, en een dementievriendelijke samenleving. Vanuit die noodzaak is de Nationale Dementiestrategie herzien en vernieuwd. Voor de uitvoering van de strategie is tussen 2026-2030 geld gereserveerd. In 2026 is dat € 23 miljoen.
Staatssecretaris Pouw-Verweij (Langdurige en Maatschappelijke Zorg): “Dementie heeft grote gevolgen voor het dagelijks leven van mensen: herinneringen vervagen, dingen die vanzelfsprekend waren worden lastig en de afhankelijkheid van anderen neemt toe. Toch stopt je leven niet als je de diagnose dementie krijgt. Veel mensen willen en kunnen nog midden in de maatschappij staan en betekenisvol meedoen. Die ruimte moeten we hen als maatschappij bieden. Ik ben blij dat het gelukt is om daar oog voor te hebben bij het actualiseren van de strategie.”
Stappen gezet
Met de uitvoering van de Nationale Dementiestrategie (2021-2030) is er de afgelopen jaren al veel bereikt. Er zijn stappen gezet om de samenleving dementievriendelijker te maken, om wetenschappelijk onderzoek naar dementie een impuls te geven en om zorg en ondersteuning beter op elkaar af te stemmen. Om de dementiestrategie toekomstbestendig te maken, is deze nu geactualiseerd en is er voor de komende 5 jaar geld beschikbaar gesteld in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO). De stem van mensen met dementie en hun naasten blijft onmisbaar. Daarom zijn zij betrokken bij de vernieuwing van de strategie en komt er een klankbordgroep waarin zij hun ervaringen en ideeën kunnen delen over de uitvoering. Ook gaan organisaties meer bestuurlijk samenwerken om de komende jaren extra stappen te zetten op onderstaande acties.
Preventieonderzoek en aandacht voor beeldvorming
De komende jaren wordt er geïnvesteerd in wetenschappelijk onderzoek naar oorzaken, preventie, (vroeg)diagnostiek en behandeling van symptomen van dementie. Omdat onderzoek steeds duidelijker laat zien dat preventie kan bijdragen aan het voorkomen of uitstellen van dementie, wordt hier extra geld voor vrijgemaakt. Er wordt extra aandacht besteed aan het feit dat mensen met dementie meer zijn dan hun diagnose en een betekenisvolle bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij.
Ondersteuning en zorg
Tot slot wordt ingezet op betere ondersteuning en zorg voor mensen met dementie, met specifieke aandacht voor jonge mensen met dementie, mensen met onbegrepen gedrag en mensen met een andere culturele achtergrond. Hiervoor wordt onder meer een basisfunctionaliteit dementie ontwikkeld, zoals is afgesproken in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) en wordt de Zorgstandaard Dementie geactualiseerd. Onderdeel daarvan is toekomstbestendig casemanagement, waarbij casemanagers al in de ‘niet-pluisfase’ ondersteuning en begeleiding bieden aan mensen met dementie en hun naasten.
Samenwerking
Bij de uitvoering van de Nationale Dementiestrategie wordt samengewerkt door de volgende organisaties:
- Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)
- Zorgverzekeraars Nederland (ZN)
- Alzheimer Nederland
- ActiZ
- GGD GHOR Nederland
- Sociaal Werk Nederland
- Dementie Netwerk Nederland (DNN)
- Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)
- Verenso en de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW)
- ZonMw, Zorgstandaard Dementie en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)



