Besluit om banken toegang te geven tot de Basisregistratie Personen in consultatie
Om witwassen en terrorisme tegen te gaan, moeten banken gegevens van hun klanten verzamelen via klantonderzoek. Dit is een arbeidsintensief proces voor zowel banken als burgers. Daarom wil het kabinet banken, onder strikte voorwaarden, toegang geven tot de Basisregistratie Personen (BRP), zodat zij zonder extra inspanning van burgers het verplichte onderzoek kunnen uitvoeren. Vanaf vandaag start een openbare internetconsultatie over dit conceptbesluit.
Europese regels over het tegengaan van witwassen en het financieren van terrorisme verplichten banken om gegevens van hun klanten te controleren. Omdat klantonderzoek handmatig gebeurt, en burgers vaak dezelfde documenten meermaals moeten aanleveren, is dit een arbeidsintensief proces voor zowel burgers als banken. Om de benodigde gegevens sneller en veiliger te controleren, wil het kabinet banken, onder strikte voorwaarden, toegang geven tot de Basisregistratie Personen (BRP). De banken mogen de BRP alleen gebruiken om hun particuliere klanten te identificeren en verifiëren. Dit vermindert de administratieve lasten en verkleint de kans op fouten. Het is niet toegestaan voor banken om gegevens uit de BRP voor commerciële doeleinden te gebruiken.
Alleen toegang onder strikte voorwaarden
Om de privacy van burgers te beschermen, gelden strenge voorwaarden. Alleen Nederlandse banken mogen gebruikmaken van deze regeling. Zij moeten daarvoor een verzoek indienen bij de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG). De RvIG beoordeelt per bank welke gegevens mogen worden verstrekt, op welk moment en op welke manier. Banken mogen gegevens uit de BRP uitsluitend gebruiken voor het verplichte klantonderzoek. Burgers kunnen altijd opvragen welke instanties hun BRP-gegevens hebben geraadpleegd. Daarnaast zijn banken verplicht openbaar te maken welke maatregelen zij nemen om misbruik te voorkomen. De Autoriteit Persoonsgegevens houdt toezicht op de naleving van deze regels.
Verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties
Relschoppers bedekken tijdens demonstraties te vaak hun gezicht om herkenning te voorkomen. Dit belemmert communicatie en identificatie en kan bedreigend overkomen. Hierdoor is het lastiger om demonstraties probleemloos te laten verlopen en de openbare orde te bewaken. Daarom komt er een landelijk verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties.
Met dit wetsvoorstel willen minister Rijkaart van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en minister Van Oosten van Justitie en Veiligheid misbruik van het demonstratierecht tegengaan en het eenvoudiger maken om relschoppers en andere overtreders op te sporen en te vervolgen.
Vrij kunnen spreken
Minister Rijkaart: “Iedereen in Nederland moet zich vrij kunnen uitspreken, demonstreren is een grondrecht. Maar om dat recht goed te kunnen gebruiken, moeten demonstraties wel geweldloos verlopen. We zien dat mensen regelmatig gezichtsbedekkende kleding dragen tijdens demonstraties. Soms met een goede reden, maar vaak ook om bewust te intimideren of te verstoren. Kijk naar de rellen laatst in Den Haag. Nederland is een open samenleving, en daarom demonstreren we ook in openheid. Misbruik gaat ten koste van mensen die hun stem willen laten horen. Juist daarom voeren we dit verbod in.”
Opsporing wetsovertreders
Minister Van Oosten: “De kleine groep die demonstraties misbruikt om te kunnen rellen en vernielen, moet daarvoor gestraft kunnen worden. Want ze maken misbruik van de mogelijkheid om anoniem te zijn bij een demonstratie en daardoor ongestraft weg te kunnen komen met het overtreden van de wet. Een verbod op gezichtsbedekkende kleding helpt bij de opsporing van deze wetsovertreders.”
Uitzondering
Met dit wetsvoorstel geeft het kabinet invulling aan de wens van de Tweede Kamer om een verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties in te voeren. Het verbod geldt voor alle vormen van gezichtsbedekkende kleding, behalve wanneer deze echt nodig is om iemands veiligheid te beschermen of wanneer er andere zwaarwegende persoonlijke redenen zijn. Dit ziet specifiek op situaties waar demonstranten hun gezicht bedekken uit angst voor repercussies uit het buitenland.
Overtreding verbod
Overtreding van het verbod kan gestraft worden met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie (ten hoogste € 5150). Het strafmaximum is afgestemd op de context van de uitoefening van een grondrecht, waarbij geldt dat de strafbedreiging niet zo zwaar mag zijn dat dit mensen ontmoedigt gebruik te maken van het demonstratierecht (het zogenoemde chilling effect).
Vervolg
Er komt geen nieuwe wet om dit verbod te regelen, maar de Wet openbare manifestaties wordt hiervoor aangepast. Het voorstel hiervoor wordt nu voorgelegd aan de politie, het OM, de Raad voor de rechtspraak, de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, de Nederlandse Orde van Advocaten, het Nederlands Genootschap Burgemeesters, en het College voor de Rechten van de Mens.
Slachtoffers krijgen vaker en sneller schadevergoeding
Het kabinet wil de zogenoemde ongemaximeerde voorschotregeling uitbreiden met een aantal geweldsdelicten. Daarmee wordt de positie van slachtoffers en nabestaanden in het strafproces versterkt. Slachtoffers die recht hebben op een schadevergoeding krijgen hiermee sneller en vaker waar zij recht op hebben. Dit past binnen het hoofdlijnenakkoord, waarin is opgenomen om schadevergoedingen voor slachtoffers beter te regelen.
Staatssecretaris Rutte van Justitie en Veiligheid: “Met deze uitbreiding zorgen we ervoor dat meer slachtoffers van geweldsmisdrijven hun schade volledig voorgeschoten krijgen. Dat geeft slachtoffers en nabestaanden meer zekerheid en erkenning, juist in een periode waarin zij al veel hebben meegemaakt.”
Voorschotregeling
Als de rechter in zijn vonnis een schadevergoedingsmaatregel oplegt, is de zogenoemde voorschotregeling van toepassing. Dat betekent dat de Staat een schadevergoeding voorschiet aan het slachtoffer als de dader deze niet (volledig) betaalt binnen 8 maanden. De Staat blijft het bedrag daarna innen bij de dader. Deze regeling kent een maximum van € 5.000, maar voor seksuele misdrijven en sommige geweldsmisdrijven is dit bedrag ongemaximeerd.
Uitbreiding
Met de uitbreiding worden 7 geweldsdelicten toegevoegd aan deze ongemaximeerde regeling. Denk aan opzettelijke brandstichting, wederrechtelijke vrijheidsberoving, gijzeling of dood door schuld (in het verkeer). Aanleiding hiervoor zijn signalen uit onder meer de Tweede Kamer, slachtofferorganisaties en de strafrechtketen dat slachtoffers van ingrijpende delicten soms buiten de regeling vielen, wat tot schrijnende situaties kon leiden.
Consultatie
Het voorstel tot wijziging gaat nu eerst voor advies in consultatie: burgers, organisaties in de strafrechtketen en deskundigen krijgen de gelegenheid op het voorstel te reageren. De reacties worden gebruikt om het voorstel verder te verbeteren, voordat het aan de Raad van State voor advies wordt voorgelegd.
Minder jongeren in jeugdzorg: staatssecretaris Tielen (Jeugd) zet in op hulp dichtbij gezin
Te veel jongeren en hun gezinnen vragen om (professionele) jeugdzorg. Dat zet het stelsel onder druk en biedt niet iedere jongere passende hulp. Staatssecretaris Tielen (Jeugd) werkt aan een cultuuromslag: minder problematiseren, hulp dichter bij gezinnen en specialistische jeugdzorg alleen inzetten als dat echt nodig en effectief is. Daarom komt het kabinet met het wetsvoorstel Reikwijdte. De belangrijkste maatregel is de verplichting voor gemeenten om met een lokaal team hulp te bieden aan jongeren en gezinnen. De afgelopen periode zijn samen met gemeenten en andere betrokken partijen belangrijke stappen gezet in de uitwerking. Het wetsvoorstel maakt deel uit van een breed pakket aan (lopende) maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd van Rijk, gemeenten, professionals, jongeren en aanbieders.
Staatssecretaris Tielen (Jeugd, Preventie en Sport): “De ambitie is dat in 2028 niet meer één op de zeven, maar maximaal één op de tien jongeren gebruikmaakt van jeugdzorg. Daar is een cultuuromslag voor nodig waarbij we problemen zo dicht mogelijk bij jongeren en gezinnen oplossen en specialistische jeugdzorg alleen inzetten als dat echt nodig is en een oplossing kan bieden. Zo krijgen jongeren sneller passende hulp, gemeenten meer grip en wordt de jeugdzorg beter houdbaar voor de toekomst”.
Lokale teams die jongeren passend hulp bieden
Door problemen eerder aan te pakken, kan vaak specialistische jeugdzorg worden voorkomen. Daarom moet deze hulp aanwezig zijn in de buurt van jongeren en hun gezin. Het wetsvoorstel regelt dat iedere gemeente een lokaal team heeft waar inwoners op een laagdrempelige manier terecht kunnen, bijvoorbeeld op school of in de wijk. Dit team is het eerste aanspreekpunt voor jongeren en gezinnen, bijvoorbeeld voor vragen over de opvoeding en kan zelf hulp en ondersteuning bieden. Ook wordt onderzocht hoe de positie van deze teams, ten opzichte van andere verwijzers, versterkt kan worden bij het doorverwijzen naar jeugdzorg. Zo krijgen gemeenten meer grip op de instroom.
Passende hulp en betere samenwerking
Contact met leeftijdsgenoten die hetzelfde meemaken, verkleint eenzaamheid, vergroot het netwerk en daarmee de steun in de omgeving van jongeren. Dit heeft een positief effect. Daarom wordt wettelijk vastgelegd dat hulp in groepsverband voorrang heeft op individuele hulp, tenzij individuele hulp aantoonbaar effectiever of passender is.
Brede blik
Daarnaast wordt nog te vaak jeugdzorg aangeboden terwijl dit (de oorzaak van) het probleem niet aanpakt en het jongeren daardoor ook niet helpt. Het lokale team moet met een brede blik kijken wat er precies aan de hand is en ouders stimuleren onderliggende problemen aan te pakken. Het team werkt, waar nodig, samen met andere domeinen, zoals onderwijs en schuldhulpverlening.
Duidelijke afbakening van jeugdzorg
Het aantal vormen van hulp dat wordt geboden is de afgelopen jaren fors toegenomen. Daarom zijn duidelijke keuzes nodig. Het wordt mogelijk om wettelijk vast te leggen welke vormen van hulp niet onder de Jeugdwet vallen, bijvoorbeeld omdat zij niet effectief of zelfs schadelijk zijn. Ook worden afspraken verplicht over de duur, intensiteit en kosten van aanvullende jeugdzorg.
Wetsvoorstel Bevorderen integriteit decentraal bestuur naar de Tweede Kamer
De ministerraad heeft op voorstel van minister Rijkaart van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ingestemd met toezending van het wetsvoorstel Bevorderen integriteit aan de Tweede Kamer. Het borgen van de integriteit van wethouders, gedeputeerden, leden van het dagelijks bestuur van waterschappen en eilandgedeputeerden vraagt om heldere regels en procedures. Dit wetsvoorstel levert hieraan een bijdrage, door onder meer verplicht te stellen dat voor een benoeming een risicoanalyse plaatsvindt.
Minister Rijkaart: “Het functioneren van het openbaar bestuur staat of valt met integriteit. Om het vertrouwen in de politiek te versterken, is het van belang dat bij iedere benoeming vooraf aandacht wordt besteed aan de integriteit van bestuurders. Met dit wetsvoorstel wordt deze werkwijze verplicht gesteld en worden duidelijke regels vastgelegd voor de uitvoering.”
Risicoanalyse
De meeste provincies, gemeenten en waterschappen voeren al een risicoanalyse uit voordat een nieuwe bestuurder wordt benoemd. Ze kijken dan naar zaken zoals huidige of eerder vervulde nevenfuncties of financiële belangen. Hiermee worden mogelijke risico’s en kwetsbaarheden in kaart gebracht. Het wetsvoorstel geeft aan naar welk type integriteitsaspecten mag worden gekeken. Denk daarbij aan onverenigbare nevenfuncties en verboden handelingen. Daarnaast wordt vastgelegd welke bronnen daarbij mogen worden gebruikt, zoals een vragenlijst en openbare bronnen. Verder biedt het wetsvoorstel de kandidaat-bestuurders duidelijkheid over hoe er met persoonlijke informatie wordt omgegaan en wie welke rol heeft in dit proces. Zo weten ook kandidaat-bestuurders beter wat hen te wachten staat.
Financiële belangen
Het voorstel schept ook duidelijkheid over hoe decentrale bestuurders moeten omgaan met hun eventuele financiële belangen. Een bestuurder wordt geacht vanuit zijn ambt het algemeen belang te behartigen. Door het hebben van bepaalde financiële belangen kan het risico ontstaan dat deze niet te verenigen zijn met een goede uitoefening van de functie. In het voorstel is daarom opgenomen dat bestuurders geen financiële belangen mogen hebben die botsen met hun taak.
Gemeenteraadsverkiezingen 2026
Op 18 maart 2026 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Het wetsvoorstel zal nog niet in werking zijn getreden op het moment dat de screening van kandidaat-wethouders aan de orde is. Alle gemeenten zijn daarom in september 2025 bij brief opgeroepen om wel een risicoanalyse integriteit uit te voeren. Op www.politiekeambtsdragers.nl is meer informatie te vinden over hoe de risicoanalyse integriteit vormgegeven kan worden en over hoe kandidaat-bestuurders een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kunnen aanvragen. Sinds 1 januari 2023 is een VOG verplicht.
Kabinet: goed verloop demonstraties versterken, extra maatregelen tegen demonstranten die zich niet aan de wet houden
Het demonstratierecht is een essentieel onderdeel van de democratische rechtsstaat. Zo kunnen mensen zich vreedzaam uitspreken en meedoen aan het publieke debat. Het overgrote deel van demonstraties verloopt probleemloos en in het recente WODC-onderzoek staat dat het wettelijk kader rondom het demonstratierecht in principe goed werkt. Tegelijkertijd is bij protestacties te vaak te zien dat mensen zich misdragen en de wet overtreden. Het kabinet komt met een pakket aanvullende maatregelen om misstanden aan te pakken en lokale overheden beter te ondersteunen bij het goed laten verlopen van demonstraties, om zo het demonstratierecht beter te beschermen. Ook kijkt het kabinet naar mogelijkheden voor ondersteuning bij het verhalen van schade die verband houden met uit de hand gelopen demonstraties.
De Nederlandse wetgeving rondom demonstraties is in de kern goed geregeld. Tegelijkertijd is het belangrijk dat dit belangrijke grondrecht om te kunnen demonstreren, ook in de praktijk goed tot uiting komt. Daarbij is het van belang dat zowel demonstranten, als organistoren en autoriteiten hier goed mee uit de voeten kunnen.
Demonstratierecht
Minister Rijkaart van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: “We zien dat ons demonstratierecht in Nederland goed geregeld is. Maar wie de wet overtreedt, maakt hier misbruik van. Daarom is het goed op bepaalde punten aanscherpingen te maken, zodat we draagvlak houden en ons grondrecht om te kunnen demonstreren versterken en toegankelijk houden.”
Ondersteuning lokaal bestuur
Het kabinet wil het lokale bestuur beter toerusten bij de handhaving van de openbare orde. Daarom wordt onderzocht of de Gemeentewet kan worden aangepast, zodat de toepasbaarheid verbeterd kan worden van de bestaande regeling waarmee demonstranten tijdelijk verplaatst, ondergebracht of vastgehouden kunnen worden. Ook bekijkt het kabinet hoe gemeenten en betrokken partijen beter kunnen worden ondersteund bij het verhalen van schade die door demonstraties ontstaat. Daarnaast wordt gekeken hoe er beter geborgd kan worden dat demonstraties op de juiste manier aangemeld worden en hoe deze waardig en veilig kunnen verlopen. Dat geldt ook voor nationale herdenkingen.
Cultureel erfgoed en vitale infrastructuur
Ook onderzoekt het kabinet de invoering van een aparte strafbaarstelling voor het beschadigen van cultureel erfgoed en het blokkeren van vitale infrastructuur, zoals spoorlijnen en snelwegen.
Politie en OM
Uit het recente WODC-onderzoek blijkt dat er volgens de onderzoekers meer ruimte is voor politie en OM om, binnen de huidige wettelijke kaders, op te treden tegen demonstranten die de wet overtreden. Daarom zal dit onder de aandacht worden gebracht bij rechters en officieren van justitie. Ook wordt met politie gesproken over nieuwe afspraken over de rol van de politie bij demonstraties.
Stevige maatregelen
Minister Van Oosten van Justitie en Veiligheid: “Demonstraties zijn een belangrijk democratisch recht, maar demonstranten moeten zich wel aan de wet houden. De afgelopen tijd hebben we dit meerdere keren mis zien gaan. Daarom wil ik stevige maatregelen treffen, zodat overtredingen zwaarder kunnen worden bestraft en de politie beter wordt beschermd.”
Lopende maatregelen
Eerder aangekondigde maatregelen lopen door. Zo gaat het wetsvoorstel om gezichtsbedekkende kleding tijdens demonstraties te verbieden dit jaar nog in consultatie. Ook wordt het voorstel om de politie toegang te geven tot online groepen ten behoeve van de openbare-ordehandhaving binnenkort voorgelegd aan de afdeling advisering van de Raad van State. Ook start dit jaar nog de ME met pilots omtrent aanvullende ME-bewapening.
Wetsvoorstel om verheerlijken van terrorisme strafbaar te stellen naar Raad van State
Terrorisme vormt een ernstige bedreiging voor de democratische rechtsstaat en de veiligheid van de Nederlandse samenleving. Terroristische en gewelddadige boodschappen verspreiden zich, zeker online, razendsnel over de hele wereld. Daarom heeft het kabinet besloten om het verheerlijken van terrorisme en het in het openbaar betuigen van steun aan terroristische organisaties strafbaar te stellen. Met deze maatregelen wil de overheid voorkomen dat terroristische boodschappen genormaliseerd worden en dat de samenleving verder wordt ondermijnd door terroristische invloeden. Met de afronding van de consultatiefase gaat het wetsvoorstel nu naar de Raad van State.
Minister Van Oosten van Justitie en Veiligheid: “Voor het openlijk verheerlijken van terroristisch geweld en het publiekelijk steunen van terroristische organisaties is geen ruimte in Nederland. Terroristische organisaties proberen hun ideologie niet alleen op te leggen door het gebruik van geweld. Ook het verspreiden van gewelddadige boodschappen wordt gebruikt om meer aanhangers te krijgen en om mensen te inspireren tot het ondersteunen en deelnemen aan terroristische misdrijven. Dit wetsvoorstel trekt een heldere streep: het verheerlijken van terroristische daden of steun betuigen aan terroristische organisaties is niet acceptabel en strafbaar”.
Consultatie
Het wetsvoorstel is in juni dit jaar in consultatie gebracht. Er bleek een grote betrokkenheid van vele Nederlanders en organisaties met maar liefst 15.000 reacties in de internetconsultatie. Uit de reacties bleek ook dat er vragen waren over welke gedragingen onder de strafbaarstelling vallen. Naar aanleiding hiervan zijn de bepalingen in het wetsvoorstel verduidelijkt. Daarin wordt nu concreter beschreven welke handelingen strafbaar zijn. Ook zijn in de memorie van toelichting meer voorbeelden gegeven van wat wel en wat niet strafbaar is. Daarnaast is naar aanleiding van de consultatiereacties uitgebreider ingegaan op de vrijheid van meningsuiting, waar bij het opstellen van het wetsvoorstel veel aandacht voor is geweest.
Strafbaarstellingen
Het wetsvoorstel voorziet in drie strafbaarstellingen. Allereerst wordt het strafbaar om in het openbaar, bijvoorbeeld via een toespraak, tekst of afbeelding, een gepleegd terroristisch misdrijf waarvoor een levenslange gevangenisstraf kan worden opgelegd, zoals een terroristische aanslag waarbij doden en gewonden zijn gevallen, verregaand te loven of prijzen. Dit zogenoemde verheerlijken van terrorisme kan worden bestraft met een gevangenisstraf van maximaal drie jaar of een hoge geldboete. Ook het verspreiden van materiaal waarin terroristisch geweld wordt verheerlijkt, zoals een video van een aanslag met daarbij lovende commentaren, wordt strafbaar gesteld. Voor dit delict kan een gevangenisstraf van maximaal twee jaar of een geldboete worden opgelegd.
Openbaar betuigen van steun
Tot slot wordt het in het openbaar betuigen van steun aan verboden terroristische organisaties strafbaar gesteld. Hiervan kan sprake zijn als iemand in het openbaar zwaait met vlaggen van verboden terroristische organisaties, of kleding draagt met bepaalde symbolen of logo’s van een verboden terroristische organisatie, waardoor die persoon eraan bijdraagt dat anderen ook het doel van die organisatie om terroristische misdrijven te plegen gaan delen. Ook het uitspreken van steun in (sociale) media wordt strafbaar. Op deze strafbaarstelling staat eveneens een gevangenisstrafmaximum van drie jaar of een geldboete.
Wetsvoorstel aanscherping taakstrafverbod naar Raad van State
Handhavers en hulpverleners moeten veilig en ongehinderd hun werk kunnen doen. Wanneer ze worden geconfronteerd met agressie en geweld tijdens het werk kunnen ze niet terugtreden. Een taakstraf is daarom geen passende straf bij mishandeling van personen die zijn belast met het verlenen van acute hulp of met de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde. Daarom heeft het kabinet besloten om het taakstrafverbod in het Wetboek van Strafrecht uit te breiden. Ook worden een drietal wijzigingen aan het taakstrafverbod doorgevoerd naar aanleiding van knelpunten die in de rechtspraktijk zijn geconstateerd. Het voorstel gaat nu naar de Raad van State voor advies.
Mishandeling hulpverleners onacceptabel
Minister Van Oosten van Justitie en Veiligheid: “Het is absoluut onacceptabel dat handhavers en hulpverleners te maken krijgen met geweld terwijl zij zich bezighouden met onze veiligheid en gezondheid. Voor daders die zich schuldig hebben gemaakt aan dit soort schandalige acties is enkel een taakstraf geen passende straf. Met de uitbreiding van het taakstrafverbod leggen we wettelijk vast dat mishandeling van hulpverleners en handhavers onacceptabel is.”
Taakstrafverbod verruimd
Met dit voorstel wordt het bestaande taakstrafverbod verruimd naar gevallen van geweld begaan tegen ambtenaren met een politietaak, medewerkers van de brandweer en medewerkers in de gezondheidszorg die acute zorg verlenen, zoals ambulancemedewerkers. Daarnaast wordt expliciet in de wet vastgelegd dat, daar waar het taakstrafverbod van toepassing is, ook geen geldboete kan worden opgelegd. Het wordt mogelijk om wel een taakstraf op te leggen indien deze wordt gecombineerd met een geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf. Tot slot wordt een hardheidsclausule ingevoerd waardoor de rechter in uitzonderlijke gevallen mag afwijken van het taakstrafverbod bij recidive van relatief lichtere feiten. Bij ernstige gewelds- en zedendelicten kan vanzelfsprekend ook in de toekomst niet enkel een taakstraf worden opgelegd.
Vervolg
Het voorstel gaat nu naar de Raad van State voor advies. Daarna zal het eerst voor behandeling worden aangeboden aan de Tweede Kamer en bij instemming vervolgens aan de Eerste Kamer.
Ondermijnende Criminaliteit: Concrete resultaten en onverminderde inzet
Minister Van Oosten van Justitie en Veiligheid heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van de aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Hierbij ging de minister specifiek in op de voortgezette focus op internationale samenwerking, het bestrijden van corruptie en criminele inmenging en het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid.
Minister Van Oosten: “Ondermijning door georganiseerde criminaliteit vormt een ernstige bedreiging voor onze samenleving, ondermijnt de nationale veiligheid en verstoort de democratische rechtsstaat. Daarom blijven we onverminderd doorgaan met het nemen van maatregelen om ondermijnende criminaliteit effectief aan te pakken: voorkomen, doorbreken, bestraffen en beschermen.”
Preventie met gezag
‘Preventie met gezag’ wordt met een forse investering van ruim 200 miljoen euro voortgezet. Hiermee kunnen 27 gemeenten op basis van nieuwe plannen voorkomen dat jongeren afglijden of doorgroeien in de georganiseerde criminaliteit. Dit gebeurt door hen kansen te bieden op een positieve toekomst maar ook door duidelijke grenzen te stellen aan crimineel gedrag.
Trainingen
Ook heeft Nederland douane- en politieambtenaren uit Ecuador getraind, in samenwerking met de Douane. Daarnaast zijn politie-liaisons geplaatst in buitenlandse havens, wat bijdraagt aan de kennisuitwisseling met Latijns-Amerika. Hierdoor worden zowel de (lucht)havens in Nederland als in de regio beter beveiligd tegen drugssmokkel en geweld. Op het gebied van corruptiebestrijding is er een toolkit ontwikkeld waarmee overheidsorganisaties hun eigen risico’s op corruptie en ondermijning in kaart kunnen brengen en aanpakken. Tevens is er een handelingskader geïntroduceerd dat voorkomt dat corrupte ambtenaren gemakkelijk kunnen ‘jobhoppen’ tussen overheidsorganisaties.
Aanpak witwassen
Op het gebied van witwassen heeft de Financial Intelligence Unit Nederland nu de mogelijkheid om banken te verzoeken om spoedbevriezingen uit te voeren, zodat criminele transacties sneller kunnen worden tegengegaan.
Meld Misdaad Anoniem
Daarnaast laten effectmetingen zien dat de publiekscampagne ‘Meld misdaad anoniem’ positieve effecten heeft op het herkennen van verdachte signalen en het vergroten van de actiebereidheid van burgers, zoals het bespreken van signalen met buren of het melden bij politie of woningcorporaties.
Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland
Het kabinet benadrukt dat een brede en voortdurend krachtige aanpak van ondermijning essentieel blijft. Daarom worden ook verschillende toekomstige plannen gepresenteerd. Zo zal het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland, dat volgend jaar voor het eerst wordt uitgebracht, meer inzicht geven in de maatschappelijke impact van ondermijning en aangeven welke schade ontstaat. Dit inzicht biedt de mogelijkheid om de aanpak nog scherper te richten.
Internationale samenwerking
Om internationale samenwerking verder te versterken, wordt vanaf 2026 jaarlijks structureel vier miljoen euro geïnvesteerd in internationale en bilaterale samenwerkingsprojecten. Ook wordt de samenwerking met landen waar crimineel vermogen naartoe stroomt voortgezet. Met deze maatregelen en plannen blijft Nederland vastbesloten om ondermijnende criminaliteit op alle fronten te bestrijden en de veiligheid en stabiliteit van de samenleving te waarborgen.
Betere samenwerking schuldeisers om mensen met schulden te helpen
Om te voorkomen dat mensen met schulden te weinig geld overhouden om van te leven, moeten schuldeisers gegevens beter kunnen uitwisselen. Met een nieuwe wet wil het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een digitaal systeem opzetten. Daarin moeten schuldeisers melding doen als zij beslagleggen, zodat het eerder duidelijk is als meerdere organisaties een deel van het inkomen of de uitkering opeisen.
Beslag leggen
Het kan voorkomen dat meerdere partijen, zoals overheidsdiensten en private schuldeisers, tegelijkertijd beslagleggen. Doordat schuldeisers nu niet altijd van elkaars vorderingen op de hoogte zijn, wordt de beslagvrije voet soms niet goed berekend. De beslagvrije voet is juist bedoeld om een minimuminkomen te garanderen voor mensen met schulden. Het gevolg is dat jaarlijks zo’n 60.000 tot 70.000 mensen te weinig geld overhouden om van te leven.
Controleren
Als een partij straks beslag wil leggen, moet die eerst in het digitale systeem controleren of er al andere organisaties zijn die beslag op een inkomen hebben gelegd of een openstaande schuld op een uitkering verrekenen. Indien nodig kunnen ze aanvullende informatie opvragen en berekenen of mensen genoeg geld hebben om meer schulden af te lossen.
Zelf overzicht houden
Ook mensen met schulden en schuldhulpverleners krijgen toegang tot het digitale systeem. Zo kunnen ze zelf overzicht houden over lopende beslagen en verrekeningen.
Kosten besparen
Bovendien kunnen schuldeisers straks voordat ze beslag leggen beter inschatten hoe groot de kans is dat ze hun geld krijgen. Als die kans klein is, kunnen ze ervoor kiezen geen beslag te leggen. Hierdoor maken ze minder onnodige kosten. Nu leggen schuldeisers jaarlijks zo’n 27.000 beslagen zonder resultaat. Schuldeisers kunnen zo’n € 5 miljoen besparen door van die beslagen af te zien. Ook besparen beslagleggers extra kosten doordat ze sneller informatie kunnen uitwisselen.



