Grapperhaus onderschrijft Inspectierapport Hümeyra

Recent heeft minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid het Inspectierapport naar de aanpak van de stalking van Hümeyra door Bekir E. naar de Tweede Kamer gestuurd, mede namens ministers Dekker (Rechtsbescherming) en De Jonge (VWS). De conclusie van de Inspectie is dat de aanpak van de stalking ernstig tekort is geschoten.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.

Onderzoek naar handelen van betrokken instanties

Op 18 december 2018 werd de zestienjarige Hümeyra doodgeschoten bij haar school in Rotterdam. Haar ex-vriend Bekir E., die haar stalkte, wordt hiervoor vervolgd. De Inspectie van Justitie en Veiligheid heeft vervolgens onderzoek gedaan naar het handelen van de betrokken instanties. Het Inspectierapport laat zien dat politie, Reclassering Nederland, Veilig Thuis, het Zorg- en Veiligheidshuis en Openbaar Ministerie onvoldoende aandacht hadden voor de bescherming van Hümeyra. De risico’s werden niet goed ingeschat. Er was een contactverbod, maar dat kon haar stalker herhaaldelijk schenden, zonder dat dit voor hem consequenties had. Er werd onvoldoende samengewerkt tussen de betrokken instanties en regie ontbrak. Volgens de Inspectie heeft Slachtofferhulp Nederland als enige organisatie nadrukkelijk oog gehad voor de aanhoudende inbreuk door Bekir E. op het leven van Hümeyra.

Zorg voor herkenning, overzicht, communicatie en oog voor het slachtoffer

Minister Grapperhaus onderschrijft de conclusie en aanbevelingen van de Inspectie. “Alle betrokken partijen moeten van deze zaak leren. Dat zijn wij aan Hümeyra, haar nabestaanden en de samenleving verplicht.” Het rapport bevestigt de noodzaak om bestaande verbeterplannen voor de strafrechtketen en in de hulpverlening met de grootst mogelijke spoed en urgentie door te voeren in de dagelijkse praktijk. Deze werkwijze sluit ook aan op de aanbevelingen van de Inspectie: zorg voor herkenning, overzicht, communicatie en oog voor het slachtoffer.

Stevigere aanpak van stalking

Aanvullend hierop worden maatregelen ingevoerd die medio 2020 worden geëvalueerd door de Inspectie. De maatregelen moeten leiden tot een betere herkenning van stalking en het risico daarvan, effectievere veiligheidsmaatregelen voor slachtoffers en een stevigere aanpak van stalkers. Bij iedere aangifte van ex-partnerstalking moet het screeningsinstrument gebruikt worden om direct het risiconiveau te bepalen. Als hier een hoog risico uitkomt, moet de politie direct contact opnemen met OM en Veilig Thuis om veiligheidsmaatregelen te treffen voor het slachtoffer. Ook komt er een zoekmachine die gevallen die niet direct als stalking worden herkend in kaart brengt. Dit is een lijst met potentiele ex-partnerstalkingzaken en kan na een melding of aangifte worden uitgelezen, waardoor het alsnog als stalking kan worden herkend en de juiste acties worden ingezet.

Adequaat reageren

Na herkenning en veiligheidsbeoordeling van een stalking is het van belang om snel te reageren op nieuwe informatie. Binnen het politiebasisteam van het gebied waar het slachtoffer woont zal een casusregisseur het overzicht en regie hebben in de zaak, aanspreekpunt zijn voor collega’s en ketenpartners, en bijsturen en opschalen waar nodig. De overlegtafel (ZSM-tafel) waar dagelijks politie, Reclassering, Slachtofferhulp, OM en eventueel Veilig Thuis samenkomen, wordt de vaste plek waar organisatie-overstijgende regie op een stalkingszaak wordt vormgegeven en bewaakt. Daarnaast krijgt Slachtofferhulp een escalatiemogelijkheid om ernstige zorgen over de veiligheid van slachtoffers direct te delen met vaste contactpersonen bij politie, Reclassering en OM.

Casusregie

Casusregie is de sturing op de gezamenlijke aanpak in een specifieke casus waar sprake is van stalking. Een casusregisseur fungeert als centrale professional en als vast aanspreekpunt voor de betrokkene. Hij zorgt voor coördinatie van de uitvoering van een gezamenlijk afgesproken aanpak en schakelt waar nodig andere partijen in. Als de casus vastloopt rapporteert de casusregisseur aan de procesregisseur en vraagt een nieuwe bespreking in het casusoverleg aan.

Eerder en steviger optreden

Politie en OM gaan eerder en steviger optreden als een stalker een contact-, locatieverbod of andere opgelegde voorwaarden overtreedt. Het is belangrijk dat daders de consequenties van hun gedrag eerder ervaren. De Reclassering zal bij hoog-risicogevallen van ex-partnerstalking altijd de inzet van een enkelband overwegen. Ook worden beschermingsbevelen zichtbaar voor de meldkamers, zodat agenten op straat hier bij een acute melding van weten.


Geen taakstraf meer bij geweld tegen politieagenten en hulpverleners

Er kan straks geen taakstraf meer worden opgelegd bij geweld tegen personen met een publieke taak. Dit betekent dat plegers van geweld tegen politieagenten en hulpverleners zoals ambulancebroeders en brandweermensen zwaarder worden gestraft.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Wetsvoorstel

Dit blijkt uit een wetsvoorstel van de ministers Dekker (voor Rechtsbescherming) en Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) dat recent in consultatie is gegaan. De maatregel is een uitbreiding van het bestaande taakstrafverbod dat vooral betrekking heeft op ernstige geweld -en zedenmisdrijven.

Onaanvaardbaar

Geweld tegen politieagenten en hulpverleners is onaanvaardbaar. Zij handhaven de orde, treden op onder gevaarlijke omstandigheden en verlenen hulp aan mensen in nood. Niet zelden staan zij mensen bij die in acuut levensbedreigende situaties verkeren. Dat geweld moet stevig worden aangepakt en daar past geen taakstraf bij.

Passende reactie

Politieagenten en hulpverleners komen in de uitoefening van hun taken regelmatig met geweld in aanraking. Zij hebben niet de mogelijkheid een stap terug te doen en zichzelf in veiligheid te brengen omdat hun werk juist handelend optreden vereist. Geweld tegen personen met een publieke taak vraagt om een passende reactie. Daarom zal in plaats van of in combinatie met een taakstraf, altijd een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf worden opgelegd.

Snel en streng straffen

De maatregel van de ministers sluit aan bij het huidige strafrechtelijk beleid om geweldplegers tegen werknemers met een publieke taak snel en streng te straffen. Zo wordt voorrang gegeven aan de opsporing en vervolging van verdachten. Ook mogen daders eerder voorlopig vast worden gezet, waardoor snelrecht en supersnelrecht mogelijk is. De strafeisen van het openbaar ministerie zijn daarbij drie keer zo hoog als in andere geweldszaken.

Rijker Verantwoorden

Communicatie speelt een belangrijke rol om de bewustwording over geweld tegen politieagenten en hulpverleners te bevorderen. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan tegengewicht worden geboden aan geweld tegen politieagenten en hulpverleners.


Dekker informeert Tweede Kamer over voortgang maatregelen forensische zorg

Dit voorjaar zijn er naar aanleiding van de kritische onderzoeken naar het detentieverloop van Michael P. verschillende maatregelen genomen in de forensische zorg. Daarnaast heeft minister Dekker (Rechtsbescherming) in juni aangekondigd een Programma Forensische Zorg in te richten.Recent informeerde de minister de Tweede Kamer over de voortgang van deze maatregelen en het programma Forensische Zorg.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de opleiding coördinator nazorg ex-gedetineerden.

Forensische zorg

Dekker: “Forensische zorg levert een belangrijke bijdrage aan een veilig Nederland. De kans dat een gedetineerde met een stoornis na zijn straf weer de fout in gaat, is mét behandeling kleiner, dan zónder behandeling. Maar het kan op onderdelen beter. We hebben inmiddels flinke stappen gezet door bijvoorbeeld de informatie-uitwisseling en risico-inschatting te verbeteren. Met het Programma Forensische Zorg leggen we samen met de sector een nieuw fundament onder het stelsel.”

Programma Forensische Zorg

Om direct en gestructureerd aan de slag te kunnen met de belangrijkste uitdagingen binnen de sector is het Programma Forensische Zorg gestart. Dit Programma gaat o.a. aan de slag met de verdere implementatie van de verbetermaatregelen. Daarnaast moderniseert het Programma samen met de sector en de samenleving de visie op de forensische zorg. Hierbij wordt opnieuw gekeken naar de balans tussen veiligheid en zorg. Ook ontwikkelt het Programma kwaliteitsnormen om de kwaliteit van de forensische zorg een verdere impuls te geven. Veiligheid krijgt hierbij een belangrijke rol. Verder gaat het Programma aan de slag om de regie in de keten te versterken, waarbij rollen en taken nog duidelijker worden voor alle betrokken partijen.

Informatie-uitwisseling

Informatie-uitwisseling was een van de grootste knelpunten binnen de sector. Dit is verbeterd. Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om ook zonder toestemming van de gedetineerde gegevens uit het penitentiaire dossier te delen met de instelling voor forensische zorg waar een gedetineerde wordt geplaatst. Met het Besluit forensische zorg is sinds eind juni meer informatiedeling verplicht. Om dit ook in de praktijk te realiseren is samen met DJI, GGZ Nederland, reclasseringsorganisaties en andere ketenpartners vanuit het Programma Forensische Zorg het project ‘informatie-uitwisseling’ gestart. Zodat er geen misverstanden meer bestaan over de verplichting tot het delen van informatie.

Delictanalyse en risicotaxatie

Verder bleek er te weinig zicht op de risico’s die gepaard gingen met uitplaatsing naar een forensische kliniek en de vrijheden die in dat kader werden toegekend. In mei liet Dekker al weten dat sinds eind maart veroordeelden van ernstige gewelds- of zedenmisdrijven daarom niet meer worden uitgeplaatst zonder dat daar een delictanalyse en risicotaxatie aan vooraf is gegaan. Dat ligt nu ook vast in regelgeving. Op dit moment worden psychologen die werkzaam zijn in de penitentiaire inrichtingen bijgeschoold om delictanalyses en risicotaxaties af te nemen. Eind dit jaar moet dit zijn afgerond. Vanwege het ontbreken van de benodigde deskundigheid voor risicotaxatie en delictanalyse kwamen er tijdelijk geen gedetineerden uit de doelgroep ernstig geweld en zeden meer in aanmerking voor uitplaatsing. Dit is nu opgelost, onder andere door externe krachten in te huren.

Voorkomen van recidive

Forensische zorg moet bijdragen aan een veilige en delict vrije terugkeer van ex-gedetineerden in de samenleving. Om de samenleving te beschermen tegen maatschappelijke overlast en criminaliteit, moet zoveel mogelijk worden voorkomen dat zij na hun straf in herhaling vallen. Dit betekent dat ex-gedetineerden zich vanaf het begin van hun vrijheidsbeneming actief dienen voor te bereiden op hun terugkeer in de samenleving opdat recidive kan worden voorkomen. De gezamenlijke maatschappelijke opgave van DJI, GGZ Nederland en reclasseringsorganisaties is om samen te werken aan een succesvolle re-integratie van ex-gedetineerden om hen optimaal voor te bereiden op een terugkeer naar de maatschappij door vroegtijdig en waar nodig en mogelijk de inzet te bundelen en andere ketenpartners vanuit het Programma Forensische Zorg hierbij te betrekken. Bij aanvang van de vrijheidsneming wordt samen met de ex-gedetineerden en de betrokken ketenpartners een persoonsgericht re-integratieplan opgesteld waarin concrete gedragsdoelen en afspraken over onder meer werk, huisvesting en schuldsanering. Zo is voor alle netwerkpartners duidelijk wat de ex-gedetineerde te doen staat en welke begeleiding daarbij nodig is, rekening houdend met zijn of haar specifieke mogelijkheden en beperkingen.

Procesregie

Om ketenpartners succesvol te laten samenwerken en fouten in het proces te voorkomen is regie onontbeerlijk. Procesregie is het organiseren van de samenwerking tussen alle ketenpartners en het onderhouden van het netwerk. Doel is om te komen tot een plan van aanpak waarin alle interventies op elkaar worden afgestemd. De procesregisseur is voorzitter van het gezamenlijk overleg waarin de waarin de voortgang van de casuïstiek wordt besproken en desgewenst wordt bijgestuurd (indien nodig en mogelijk).


Breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit

Het kabinet zet een breed offensief in tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Er wordt ingezet op versterking van de aanpak van de criminele (drugs)industrie en het weerbaarder maken van de samenleving tegen het gif van crimineel geld, bedreigingen, intimidaties en liquidaties waardoor ondermijning dreigt. Met de recente moord op de advocaat Wiersum is wederom een grens overschreden. We moeten opkomen voor onze rechtsstaat en de integriteit van onze open samenleving.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning.

Combinatie van repressieve en preventieve maatregelen

Het kabinet heeft bij zijn aantreden de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit geïntensiveerd met onder meer de 100 miljoen euro in het anti-ondermijningsfonds en wetgeving. Het offensief wordt nu verbreed en versterkt met een combinatie van repressieve en preventieve maatregelen en extra investeringen. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid komt in het voorjaar van 2020 met een uitgewerkt plan met focus op: oprollen, afpakken en voorkomen.

Oprollen

Er wordt gewerkt aan de inrichting van een Multidisciplinair Interventie Team (MIT) bij de landelijke eenheid van de politie dat kan schakelen op verschillende niveaus: lokaal, regionaal, landelijk, verder binnen ons Koninkrijk en internationaal. Het interventieteam bestaat uit verschillende specialisten op het gebied van intelligence en digitale, internationale en financiële opsporing van onder meer de politie, FIOD en Koninklijke Marechaussee. Hierbij worden de mogelijkheden van informatiedeling waar nodig vergroot.

Afpakken

Het MIT zet in op het afbreken van machtsposities van criminele kopstukken en hun facilitators, het verstoren van ondermijnende bedrijfsprocessen en opwerpen van barrières voor misbruik van de legale economie en infrastructuur. De aanpak is intelligence gedreven en gericht op het blootleggen van criminele geldstromen en het afpakken van crimineel vermogen. Hierbij wordt meer samengewerkt met private partijen, zoals branches en bedrijven. Voor het operationeel krijgen van het team specialisten wordt ingezet op versnelde opleiding en werving.

Voorkomen

Er wordt geïnvesteerd in bewaken en beveiligen. Vertegenwoordigers van de rechtsstaat – rechters, officieren van justitie en advocaten – moeten hun werk zonder beperking of angst kunnen blijven doen. Hierbij is ook een weerbaar (lokaal) bestuur nodig. Een stevige aanpak van nietsontziende criminelen roept weerstand op. Voor de weerbaarheid van kwetsbare beroepsgroepen moet daarom structureel aandacht zijn.

Om te verhinderen dat kwetsbare personen worden geïntimideerd en/of verleid om af te glijden naar criminaliteit, werkt minister Grapperhaus samen met betrokken ambtscollega’s van BZK, OCW, VWS en SZW. In de preventieve aanpak wordt gebiedsgericht gewerkt langs de sporen onderwijs, werken, wonen en veiligheid, zoals afgelopen jaren ook in Rotterdam-Zuid is gebeurd. De departementen en lokale partijen werken samen om onze economie en wijken weerbaarder te maken en kwetsbare jongeren te behoeden voor het criminele pad.

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra de methodiek bij de verantwoording van hun aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.


Betere bescherming schuldeisers bij snelle ontbinding bedrijven

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants.

Meer inzicht in het financiële plaatje van het bedrijf

Minister Dekker: “In de huidige situatie worden schuldeisers niet geïnformeerd en komen er pas naar verloop van tijd achter dat ze naar hun geld kunnen fluiten. Zij worden straks beter beschermd. Als zij vinden dat een snelle ontbinding onterecht is, kunnen zij hiertegen makkelijker stappen ondernemen. Uiteindelijk blijft het een afweging van iedere schuldeiser zelf, maar meer inzicht in het financiële plaatje van het bedrijf helpt ze wel daarbij. Dat inzicht is er nu niet.”

Meer verantwoording

Een bedrijf dat via een turboliquidatie ermee stopt, moet in de toekomst meer informatie geven om te verantwoorden dat een turboliquidatie nodig was. Zo wordt het bestuur verplicht om een slotbalans op te stellen en vast te laten leggen, met een verklaring waarom er geen vermogen (meer) op de balans staat. Het bedrijf moet ook inzicht geven met jaarrekeningen. Verandering in de bezittingen van de voorafgaande jaren zijn dan beter te controleren. Het bestuur moet er verder voor zorgen dat de turboliquidatie algemeen bekendgemaakt wordt. In de bekendmaking moet staan dat de slotbalans met de jaarrekening van het bedrijf ter inzage liggen bij de Kamer van Koophandel.


Goede resultaten maatschappelijk verantwoord innen

De kabinetsmaatregelen om te zorgen voor een zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde manier om schulden van mensen te innen, begint zijn vruchten af te werpen. Zo is er bij het innen van schulden een forse stijging van het aantal mensen dat een betalingsregeling treft. Verder is er een afname van de inzet van gerechtsdeurwaarders. Daarnaast heeft het CJIB stappen gezet om eerder signalen van schuldenstapeling bij mensen te herkennen.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding coördinator armoedebestrijding.

Menselijke maat

Minister Dekker: “Wie zich niet aan de verkeersregels houdt, vormt een gevaar en riskeert een boete. En die boetes moeten uiteraard worden betaald. Maar ik wil niet dat mensen met geldzorgen onnodig de dupe worden van de incassopraktijken van de overheid. Wie wel wil betalen, maar even niet kan, heeft nu de mogelijkheid een betalingsregeling af te sluiten. Het CJIB hanteert daarmee de menselijk maat en is zo de juiste weg ingeslagen.”

Positieve cijfers betalingsregelingen

De wettelijke mogelijkheid voor betalingsregelingen voor verkeersboetes bestaat vanaf 2018. Op dat moment waren er 165 duizend betalingsregelingen. In 2018 steeg dat aantal naar 196 duizend. De ondergrens voor het betalen in termijnen voor geldboetes is dit jaar verder verruimd van 225 euro naar 75 euro. De verwachting is dat in 2019 het aantal betalingsregelingen ten opzichte van 2017 fors zal toenemen; met circa 40%.

Afname inzet gerechtsdeurwaarders

De toename van het aantal getroffen betalingsregelingen is positief. Tegelijkertijd is het aantal verkeersboetes dat het CJIB aan de gerechtsdeurwaarder aanbiedt om te incasseren fors afgenomen, terwijl het aantal opgelegde verkeersboetes meer is dan in 2015. In de jaren 2014 tot 2018 is er een afname van circa 37% (van ruim 258.000 naar ruim 162.000). Voor de persoon met schulden betekent dit dat zijn verkeersboete niet verder wordt verhoogd met de kosten die zijn verbonden aan de inzet van een gerechtsdeurwaarder.


EU-ministers slaan handen ineen tegen explosieve stijging verspreiding online kindermisbruik

De afgelopen jaren is de verspreiding van online (beelden van) seksueel kindermisbruik explosief toegenomen. Het wordt daarmee een steeds grotere uitdaging om hier tegenin te gaan.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

De almaar voortschrijdende digitalisering van de samenleving vereist een intensieve, grensoverschrijdende samenwerking. Recent maakten de EU-ministers tijdens de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ) dan ook stevige afspraken over de strijd tegen kindermisbruik en online kinderporno.

Problematiek krijgt niet de prioriteit die het verdient

Minister Ferd Grapperhaus: Er is niemand die ontkent dat de verspreiding van online kinderporno een probleem is, maar tegelijk krijgt deze almaar uitdijende, ernstige problematiek niet de prioriteit die het verdient. Gelukkig komt daar binnen de Europese Unie verandering in, en slaan de EU-ministers de handen ineen tegen online kindermisbruik.

Nederlandse meersporen-aanpak

In de gezamenlijke raadsconclusies is benadrukt hoe belangrijk het is niet alleen de strafrechtelijke weg, maar juist ook andere wegen te bewandelen. De Nederlandse meersporen-aanpak krijgt hiermee Europese opvolging. Grapperhaus: We moeten ons niet blind staren op het strafrecht, want ook via preventie en goede samenwerking met bedrijven pakken we online kindermisbruik aan. En een boetesysteem voor providers die kinderporno niet direct verwijderen, levert ook een goede bijdrage.

Publiek-private samenwerking

De JBZ-ministers benadrukken het belang van publiek-private samenwerking en de rol en verantwoordelijkheid van de internetproviders. De samenwerking tussen de huidige Europese organisaties Eurojust, Europol en nationale opsporingsorganisaties moet intensiever en op de meest breed mogelijke manier worden ingezet. Ook roepen de ministers de Europese Commissie en lidstaten op om periodiek de aanpak van kindermisbruik en online kinderporno tegen het licht te houden.

Bedrijven spelen sleutelrol in de aanpak van de verspreiding van kinderporno

Grapperhaus: Internetproviders en social media-platforms spelen een sleutelrol in de aanpak van de verspreiding van kinderporno. Tijdens het internetforum heb ik nog eens benadrukt hoe belangrijk het is dat zij online kinderporno zo snel mogelijk verwijderen. Bedrijven hebben eerder afgesproken dat ze binnen 24 uur na een melding hun servers opschonen van dit afschuwelijke soort beeldmateriaal. Foute en lakse internetbedrijven moeten worden aangepakt; zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk.

Europese aanpak

Enige tijd geleden sprak Grapperhaus tijdens een informeel overleg in Den Haag al met zijn Justitie-collega’s uit Frankrijk, Duitsland, Spanje, Italië, België en Luxemburg over de problematiek. Later was Grapperhaus aanwezig bij het vijfde EU Internet Forum, georganiseerd door de Europese Commissie waar ook uitgebreid gesproken is over de aanpak van verspreiding van online kinderporno en de publiek-private samenwerking. Naast enkele andere EU JBZ-ministers, waren ook bedrijven als Microsoft, Facebook, Google en Twitter aanwezig.


Terugblik congres Radicalisering & Terrorisme

Op 8 oktober 2019 vond de vijfde editie van het congres Radicalisering & Terrorisme plaats op The Hague Security Delta Campus in Den Haag. RONT Management Consultants was ook aanwezig op het congres om opgedane kennis en ervaringen uit te wisselen met ervaringsdeskundigen en experts werkzaam bij de overheid, wetenschap en het bedrijfsleven over de aanpak van radicalisering en terrorisme.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants.

Terrorisme en nationale en internationale veiligheid

Het congres Radicalisering & Terrorisme werd geopend door dagvoorzitter Richard Franken directeur van Van Aetsveld, voormalig directeur van The Hague Security Delta, Trigion en Hoffmann Bedrijfsrecherche. Hierna gaf hij het woord aan Anne Chris Vissers, beleidsadviseur contraterrorisme bij de Verenigde Naties, waar staten samenwerken op het gebied van het internationale recht, mondiale veiligheid en mensenrechten. In haar bijdrage ging zij in op de belangrijkste trends en ontwikkelingen op het terrein van radicalisering en terrorisme in relatie tot de nationale en internationale veiligheid. Zo wordt extreem gedachtengoed steeds meer als ‘normaal’ beschouwd en kunnen personen die radicale overtuigingen aanhangen eenvoudig rondreizen en zich schuldig maken aan misstanden.

De Verenigde Naties waarschuwen dat internationaal terreurgeweld nog niet ten einde is. Er zou slechts sprake zijn van een pauze. Mogelijk komt er nog een nieuwe golf aanslagen. Er bestaan zorgen over duizenden buitenlanders die naar het kalifaat zijn afgereisd om daar te vechten en die mogelijk nog in leven zijn. Sommige worden lid van al-Qaida of andere terreurgroepen. De Verenigde Naties baseert dit op informatie van inlichtingen- en veiligheidsdiensten van haar lidstaten. Een grote bron van zorg is de radicalisering van gevangen terroristen die lijden onder armoede, marginalisering, frustratie, een laag zelfbeeld en geweld. Een andere uitdaging is de vrijlating van de eerste golf van gevangen genomen terroristen die zijn teruggekeerd uit het kalifaat. Deradicaliseringsprogramma’s voor deze doelgroep zijn niet volledig effectief gebleken. De meest geharde vechters komen nog niet vrij, maar blijven gevaarlijk binnen en buiten de gevangenis.

Van rechts extremisme aanhanger tot terrorisme bestrijder

De volgende plenaire lezing werd verzorgd door Robert Örell, ervaringsdeskundige en voormalig lid van een extreem rechtse organisatie en nu adviseur van de Zweedse overheid. Robert Orell heeft jarenlang als rechts extremist geleefd en veel meegemaakt. Toch heeft hij de knop omgezet en besloten om de strijd tegen extremisme en terrorisme aan te gaan. Als ervaringsdeskundige deelde hij zijn visie en gaf hij antwoorden over rechts extremisme en zijn beweegredenen om hieruit te stappen en de strijd ertegen aan te gaan.

Robert Örell noemde een aantal oorzaken van de opkomst van rechts extremisme waaronder toegenomen onzekerheid onder burgers, migratie, globalisering, nationale identiteit, polarisatie in de politiek en gekleurd nieuws uit onder andere de media. Dit geeft rechts extremistische groeperingen de mogelijkheid om hun invloed uit te breiden door middel van propaganda en het rekruteren van nieuwe aanhangers van hun gedachtegoed.

Robert Örell zet zijn verhaal kracht bij door in te gaan op zijn eigen verleden. Hij groeide op in de omgeving van Stockholm in Zweden. Hij leefde op in onzekerheid, had problemen op school en was op zoek naar zijn identiteit. Zijn deelname aan een rechts extremistische groepering gaf zijn leven richting, betekening en voldoening. Hij hoorde ergens bij en ontleende zijn sociale netwerk aan deze groepering.

Radicalisering doorgronden en voorkomen: inzicht van binnenuit

Massoud Djabani, ervaringsdeskundige en voormalig lid van een Iraanse terroristische organisatie verzorgde een plenaire lezing over de factoren bij het ontstaan van radicaal gedachtegoed, het leven binnen een terroristische groepering en het proces van deradicalisering. De opkomst van terrorisme is als een virus, dat zwakke lichaamsdelen binnen dringt om zo het hele lichaam kapot te maken. Alleen door een goede inenting, die de eigen innerlijke weerstand in werking zet, kunnen mens en maatschappij tegen dit virus beschermd worden.

Radicalisering heeft bijzondere brandstof nodig. Zonder heftige emotie zou dit proces nooit tot stand kunnen komen. Zolang wij rationeel kunnen denken, zijn we in staat ons in achtergronden te verdiepen, waardoor we de totaliteit van situaties waarnemen. Ook doet het ons beseffen welke gevolgen onze gedragingen zullen hebben. Dit alles zorgt ervoor dat we ons in de meeste gevallen niet totaal laten meeslepen door heftige emoties. In geval van radicalisering is het rationeel denken geheel weg, er wordt vanuit heftige emotie ingezoomd op één punt. Als je radicaliseert, ben je totaal bezeten geraakt door een geïdealiseerde doelstelling, je ziet maar één doel voor ogen, waarop je helemaal bent gericht. Je doet alles om de doelstelling te bereiken, zelfs als het ten koste gaat van alle normen en waarden die je ooit belangrijk vond. Naarmate extremisten meer opgaan in hun doelstellingen, wordt het steeds moeilijker, en uiteindelijk onmogelijk, om met hen te communiceren. Alleen de leider, die bewust de emoties van de volgers bespeelt en aanstuurt, oefent nog invloed uit.

Om radicalisering te voorkomen, is het noodzakelijk zowel in het onderwijs als in de maatschappij en bij de overheid diverse preventiemethoden door te voeren. Ook moet elke vorm van radicalisering geanalyseerd worden. De beginfase is een ‘zwart-witvisie’. Zodra deze op school, thuis, in de maatschappij waargenomen wordt, is analyse noodzakelijk: welke processen hebben zich afgespeeld om tot deze gevoelens te komen, hoe kunnen wij deze processen doorbreken? Hier liggen vele kansen.

Als radicalisering echter al heeft plaatsgevonden, moet een deradicaliseringsproces op gang komen. Om terugval te voorkomen, moeten alle stappen aangepast en haalbaar zijn. Ook hier is veel te bieden, waarbij het zwaartepunt in eerste instantie bij herstel van het kritisch denkvermogen ligt. Zodra een zaad van twijfel van binnenuit groeit, ontstaat weerbaarheid tegen beïnvloeding – dé inentingsmethode tegen radicalisering.

Terroristische aanslagen in Parijs

De laatste plenaire lezing op het congres werd verzorgd door Ferry Zandvliet, ervaringsdeskundige die de terroristische aanslag tijdens het concert The Eagles of Death Metal in het Bataclan Theatre overleefde in Parijs waar 89 personen omkwamen en 300 personen gewond raakten. In zijn lezing ging hij in op wat er op je af komt bij een terroristische aanslag, hoe je deze overleeft, wat de gevolgen zijn, hoe je leven hierna eruit ziet en wat de nasleep van een terroristische aanslag betekent voor slachtoffers en nabestaanden.

De aanslagen in Parijs van november 2015 omvatten een zestal terroristische aanslagen in de avond en de nacht van vrijdag 13 november 2015. Vijf aanslagen vonden plaats in de Franse hoofdstad, een zesde aanslag werd gepleegd in de voorstad Denis van Parijs. In Frankrijk werd de noodtoestand en drie dagen van nationale rouw afgekondigd. Tijdens de aanslagen vielen 129 doden en meer dan 350 gewonden van wie er daags na de aanslagen nog veel in kritieke toestand verkeerden. Een zwaargewond slachtoffer overleed een week later en in 2017 pleegde iemand zelfmoord die werd toegeschreven aan de terroristische aanslagen, waardoor het aantal dodelijke slachtoffers op 131 uitkwam. Er waren acht terroristen betrokken bij de aanslagen Zes hiervan kwamen om door eigen toedoen, een zevende door een politiekogel en de achtste terrorist sloeg op de vlucht. De terroristische aanslagen werden opgeëist door de Islamitische Staat.

Tijdens de aanslag in Bataclan kwamen in totaal 89 mensen om het leven. Drie terroristen drongen tijdens een optreden van de Amerikaanse band Eagles of Death Metal de concertzaal binnen. Met automatische vuurwapens werd vanaf het balkon geschoten op de bezoekers. Verschillende malen herlaadden ze hun wapens. De schietpartij duurden ongeveer tien tot twintig minuten. Gewonden kropen over de dode lichamen op de grond om naar buiten te vluchten. Degene die niet weg konden komen werden een voor een neergeschoten. Toen het schieten ophield hadden zich buiten het pand veel politieagenten verzameld. Twee terroristen hielden zich met een twintigtal gijzelaars verschanst op de eerste verdieping. Na het schieten duurde het nog ongeveer twee uur voordat de politie het pand binnenviel. Alle drie de daders kwamen vervolgens om, een van hen werd doodgeschoten en de andere twee bliezen zich zelf op.

De gebeurtenis zet Ferry’s leven op zijn kop. Hij merkte dat praten over zijn ervaringen helpt. Niet alleen om het trauma te verwerken, maar ook om anderen te inspireren over overleven. Ferry bevond zich tijdens de aanslag in de buurt van een nooduitgang. Hierdoor was hij in staat om zich zelf in veiligheid te brengen en de terrorische aanslag te overleven.


Community policing in Beijing in China

Afgelopen zomer was ik op rondreis door Rusland, Mongolië en China. In deze blog sta ik stil bij Community policing in Beijing in China.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Politiewerk ingebed in de samenleving

Community policing is het politiewerk ingebed in de samenleving. Kernbegrippen zijn: dichtbij georganiseerd, kennen en gekend worden, werken aan een breed scala van veiligheidsproblemen, zowel reactief, preventief als proactief optreden, samenwerking met uiteenlopende andere partijen en betrokkenheid van burgers.

Afkomstig uit de VS

Community policing is afkomstig uit de Verenigde Staten waar het werd geïntroduceerd om de kloof tussen de politie en de gemeenschap in wijken en buurten te verkleinen. Dit gebeurde met mobiel politiewerk (eerst op de fiets en later met de auto) om de aanwezigheid van de politie in het gebied te verbeteren. Community policing moet bijdragen aan de bereidwillige medewerking van burgers aan de vrijwillige naleving van geldende wet- en regelgeving die een positieve invloed heeft op de veiligheid en leefbaarheid in de wijk.

Community policing in China

Community policing is vanuit de Verenigde Staten overgewaaid naar andere landen en werelddelen. Ook in China wordt community policing toepast. In China hebben ze goede ervaringen met community policing, ook door de gemeenschapssolidariteit en gemeenschappelijk activisme. China verschilt hierin met de Verenigde Staten. In China staat het collectief voorop en in de Verenigde Staten staat het individu voorop. In de VS wordt het land geleid door een president die wordt gekozen door de burgers en handelt naar hun wensen. In China regeren de burgers zelf. De massa leidt de massa. Het Chinese sociale controlesysteem wordt onderstreept door drie principes: hervorming van de dader, herstel van de sociale relatie en re-integratie van de dader in de gemeenschap. Hierin komt het geloof in de maakbaarheid van de samenleving naar voren.

Hutongs in Beijing

Beijing is de hoofdstad van China en telt bijna 20 miljoen inwoners. Het is daarmee een van de grootste steden van de wereld. Beijing is het belangrijkste centrum voor bestuur, onderwijs en cultuur in China. De stad is daarnaast een belangrijk knooppunt voor verschillende vormen van vervoer met vele spoorwegen en autowegen die in en uit de stad gaan. Beijing bestond in het verleden uit vele hutongs, kleine steegjes met kleine woningen met aangrenzende werkplaatsen, winkeltjes en pleintjes waar gezinnen samenkomen. Veel hutongs hebben door de jaren heen plaatsgemaakt voor hoogbouw. Vaak tegen de zin van bewoners die van mening zijn dat hierdoor de traditionele gemeenschapszin is verdwenen. Tijdens mijn rondreis in Beijing in China was ik ook veel in de hutongs te vinden waar veel gezellige restaurants en barretjes zijn te vinden. Ondanks de donkere kleine steegjes die bij elkaar een doolhof opleverde waar je eenvoudig kon verdwalen, heb ik mij daar geen moment onveilig gevoeld. Dit kwam niet in de laatste plaats door de wijkagenten die te voet, met de segway of auto aanwezig waren in de wijk.

Veranderende stedelijke omgeving

Nu de hoogbouw de overhand heeft gekregen in Beijing bestaat de stad uit vele hoge grote flatgebouwen die allemaal op elkaar lijken. De veranderende stedelijke omgeving heeft geleid tot minder sociale cohesie in wijken en buurten en hierdoor tot minder toezicht wat de gelegenheid schept voor criminaliteit en andere vormen van onveiligheid.  In Nederland hebben we (weliswaar op kleinere schaal) ook met verstedelijking en verdichting te maken wat kan leiden tot een afnemende sociale cohesie en sociale controle. Dit vraagt om een actievere rol van de politie en haar partners om in contact te komen en te blijven met de burgers.

Rijker Verantwoorden

RONT Management Consultants verricht sinds twee jaar samen met de Politieacademie actieonderzoek naar de aanpak van onveiligheid op Rotterdam Zuid. We vragen ons af hoe je kunt verantwoorden over de gezamenlijke inzet en over de effecten van de aanpak. Het vertrekpunt is de manier waarop samenwerkende professionals betekenis geven aan lokale situatie: “Wat is er aan de hand? Wat willen we niet op zijn beloop laten? En waarom? Wie hebben we daarbij nodig? En wat zijn de werkzame principes onder een mogelijke aanpak?” We vonden een manier om teams te helpen om een theorie van verandering te bouwen die richting geeft aan de aanpak. En die handvatten biedt voor rijker verantwoorden over het werk. Zo ondersteunen we de teams om hun werk zichtbaar te maken op een manier die burgers en partners mobiliseert, die het leerproces bevordert en die de kansen verhogen dat er tastbare resultaten worden gerealiseerd. Daarbij maken we een verantwoordingsbeeld waarmee teams zicht krijgen op de aanpak en de mogelijkheden om zich te verantwoorden.


Aantal jongeren met afstand tot de arbeidsmarkt moet omlaag

Het overgrote deel van de Nederlandse jongeren treedt toe tot de arbeidsmarkt na het volgen van onderwijs. Aan de andere kant zijn er ongeveer 300.000 jongvolwassenen tussen de 16-27 jaar met een afstand tot de arbeidsmarkt. Deze jongeren ervaren knelpunten op weg naar school of werk en zitten tussen veel hulpinstanties in. Dat kan beter, zo blijkt uit interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO). Daarom heeft de ministerraad ingestemd met het voorstel om in beeld te brengen hoe gemeenten nog meer dan nu regie kunnen nemen in het bieden van hulp voor deze groep jongeren. Omdat voortijdig schoolverlaten de afstand tot de arbeidsmarkt vergroot, blijft het kabinet tevens de komende vier jaar 200 miljoen euro investeren om dit te verminderen.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding coördinator armoedebestrijding.

Startkwalificatie als uitgangspunt

Een startkwalificatie geeft een goede uitgangspositie op de arbeidsmarkt en daarom is het essentieel dat het aantal voortijdig schoolverlaters verder omlaag wordt gebracht. Het kabinet blijft daarom prioriteit geven aan het terugdringen van het aantal voortijdige schoolverlaters naar maximaal 20.000 per jaar. Naast de inzet van scholen blijft hier ook de samenwerking met gemeenten en werkgevers nodig.

Regelmatig meerdere problemen

Jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt hebben regelmatig meerdere problemen die het behalen van een diploma of een baan in de weg staan, zoals schulden of problemen thuis. Daardoor hebben ze vaak te maken met meerdere instanties en hulpverleners, waardoor sommige jongeren het overzicht kwijtraken.

Ondersteuning op maat staat centraal

Het kabinet ziet de urgentie om in deze kabinetsperiode maatregelen door te voeren waarin ondersteuning op maat centraal staat. Het kabinet bereidt een wetsvoorstel tot wijziging van de Participatiewet voor, waardoor ondersteuning die nodig is – zoals de jobcoach – kan worden geboden. Verschillende partijen zoals overheden, onderwijsinstellingen, sociale partners, zorginstanties en het domein van justitie- en veiligheid moeten samenwerken om jongeren effectief te begeleiden naar een zo zelfstandig mogelijk bestaan.

Meer regie is wenselijk

Het kabinet gaat daarom in beeld brengen hoe gemeenten meer dan nu de regie kunnen nemen om jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt te helpen. Hierbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheid voor professionals in het sociaal domein om de nodige gegevens van jongeren met elkaar delen, vanzelfsprekend met oog voor de privacy. Dat alles moet ervoor zorgen dat zij de juiste ondersteuning naar school of werk krijgen.