Eerste ministeriële conferentie tegen Belgisch-Nederlandse grensoverschrijdende criminaliteit

Vice-eersteminister en Minister van Justitie Koen Geens en Minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid Pieter De Crem ontvingen recent hun Nederlandse collega Minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus in Brussel voor de eerste Belgisch-Nederlandse ministeriële conferentie grensoverschrijdende criminaliteit.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving en docent op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning.

Noodzaak voor afstemming en gemeenschappelijke aanpak

De Ministers maakten afspraken over het bestrijden van met name georganiseerde criminaliteit. Beide landen zijn zich namelijk sterk bewust van de noodzaak om de aanpak van criminaliteit nog beter op elkaar af te stemmen en gemeenschappelijk te benaderen, in het bijzonder in de strijd tegen drugs- en mensensmokkel, motorbendes en plofkraken.

Bestaande overlegstructuren en informatie uitwisseling

De conferentie liet dan ook toe om de bestaande overlegstructuren tussen beide landen in kaart te brengen en te bespreken. Ook werd er dieper ingegaan op de informatie-uitwisseling tussen de politie- en gerechtelijke diensten en bekeken waar deze verder verbeterd kan worden.

Versterken en verstevigen van samenwerking

Minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus: “Ondermijnende criminaliteit wordt hard aangepakt in Nederland; door extra investeringen, nieuwe wetgeving en de oprichting van een speciaal Multidisciplinair Interventie Team (MIT). Maar we kunnen deze nietsontziende criminelen niet alleen aanpakken, daar hebben we ook onze Belgische collega’s voor nodig. Deze eerste conferentie is een start van het versterken en verstevigen van de samenwerking met en verbetering van informatie-uitwisseling tussen het Nederlandse en de Belgische politie- en justitiediensten.”

Verhoogde aandacht voor grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit

Vice-eersteminister en Minister van Justitie Koen Geens: “Politie en justitie hebben de voorbije jaren al verhoogde aandacht voor grensoverschrijdende criminaliteit, zoals bijvoorbeeld de drugsproblematiek. Het arrondissement Antwerpen is nog steeds de koploper als het gaat om drugsbezit: in 2018 werden er 6.867 feiten geregistreerd van drugsbezit. Limburg voert dan weer de lijst aan als het gaat over het vervaardigen van drugs: 222 feiten van drugsfabricatie, voornamelijk van cannabis, werden er in 2018 geregistreerd.”

Sterke en gezamenlijke aanpak

Minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid Pieter De Crem: “België is een land van beperkte geografische omvang, met een unieke strategische ligging. Dit heeft natuurlijk ook gevolgen op vlak van veiligheid en grensoverschrijdende criminaliteit en stelt ons voor uitdagingen op vlak van rondtrekkende dadergroepen zoals de plofkraakbendes, drugsmokkel en mensenhandel. Misdaad kent geen grenzen en dus is er ook nood aan een nog intensievere samenwerking en informatiedoorstroming met onze Nederlandse partners. Deze eerste ministeriële conferentie creëert een nieuw momentum in een sterke en gezamenlijke aanpak, waarbij het de bedoeling is om snelle resultaten op het terrein te realiseren.”

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra de methodiek Rijker Verantwoorden bij de verantwoording van hun aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.


Kabinet wil dak- en thuislozen sneller aan woning met begeleiding helpen

Het kabinet wil dat er sneller geschikte woonruimten met begeleiding voor dak- en thuislozen beschikbaar komen. Daarom treft het kabinet op korte termijn extra maatregelen om het creëren van extra woonruimten te stimuleren. Het kabinet heeft alle centrumgemeenten gevraagd in kaart te brengen wat op regionaal niveau de opgave is. Dit is een tussenstap richting een overkoepelend plan van aanpak om dak- en thuisloosheid terug te dringen, dat in het voorjaar van 2020 wordt opgesteld.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de opleiding procesregisseur personen met verward gedrag.

Forse toename

Ondanks het feit dat al op diverse manieren wordt gewerkt aan het terugdringen van het aantal dak- en thuislozen, laat de forse toename van het aantal dak- en thuislozen in de afgelopen paar jaar zien dat meer nodig is. Dit sluit aan bij de oproep die verschillende partijen hebben gedaan over de stijging van het aantal dak- en thuislozen.

Onacceptabel hoog

Staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: “Het aantal dak- en thuislozen in Nederland is onacceptabel hoog. We moeten dak- en thuislozen het liefst direct, maar in ieder geval zo snel mogelijk, weer aan een passende woonruimte helpen. Zodat zij daar, met de benodigde begeleiding, weer een zelfstandig bestaan kunnen opbouwen. Ik span me hier tot het uiterste voor in, samen met staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, minister Van Veldhoven voor Milieu en Wonen, en met gemeenten, woningcorporaties, cliëntenorganisaties en zorgaanbieders op regionaal niveau. Doel is dat niemand op straat hoeft te slapen of langer dan drie maanden in de opvang hoeft te verblijven.”

Meer woonruimte beschikbaar

Om dak- en thuislozen snel te kunnen helpen, is nodig dat er op korte termijn al meer woonruimte met begeleiding voor deze groep beschikbaar komt. Er zijn op dit gebied al positieve ontwikkelingen. Zo is Aedes, de koepelorganisatie van de woningcorporaties, voornemens om – in samenwerking met andere partijen als gemeenten – de komende jaren naar verwachting jaarlijks 10.000 flexwoningen te realiseren, waar ook de doelgroep dak- en thuislozen gebruik van kan maken. Daarnaast heeft het kabinet stappen gezet om de woningbouwproductie te versnellen, met een woningmarktpakket van €2 miljard. Dit is onder andere bedoeld om betaalbare huurwoningen en tijdelijke en flexibele woningen te realiseren, die hard nodig zijn voor o.a. de huisvesting van de doelgroep dak- en thuislozen. Aan de preventieve kant wordt gewerkt aan het verder terugdringen van het aantal huisuitzettingen ten gevolge van schulden.

Succesvolle initiatieven breder toepassen

Er zijn in Nederland ook allerlei goede initiatieven voor wonen met begeleiding zonder dat hiervoor nieuwbouw nodig is. Het kabinet wil stimuleren dat dit soort initiatieven, die nu vaak nog op kleine schaal plaatsvinden, breder worden toegepast. Bijvoorbeeld Onder de Pannen en Kamers met Aandacht, waarbij particulieren mentorschap en onderdak bieden aan dak- en thuislozen. Specifiek worden ook succesvolle initiatieven die voortkomen uit samenwerkingsverbanden tussen publieke en private partijen geïntensiveerd, zoals het Jongeren Perspectief Fonds en het project Skills in de Stad van het Rijksvastgoedbedrijf.

Winteropvang

Het is belangrijk dat komende winter niemand op straat komt te staan. De centrumgemeenten (samenwerkende regio’s) zijn hiervoor primair verantwoordelijk. In 33 van de 43 centrumgemeenten wordt de opvang uitgebreid, om iedereen die zich meldt een plek te kunnen bieden. Staatssecretaris Blokhuis roept de overige 10 centrumgemeenten op om dit ook te doen, voor zover zij dit niet al van plan waren.

Casusregie

Casusregie is de sturing op de gezamenlijke aanpak in een specifieke casus. Een casusregisseur fungeert als centrale professional en als vast aanspreekpunt voor de betrokkene. Hij zorgt voor coördinatie van de uitvoering van een gezamenlijk afgesproken aanpak en schakelt waar nodig andere partijen in. Als de casus vastloopt rapporteert de casusregisseur aan de procesregisseur en vraagt een nieuwe bespreking in het casusoverleg aan.

De opgave in kaart

Om tot een overkoepelend plan te komen voor het terugdringen van dak- en thuisloosheid, dat aansluit op waar in de gemeenten behoefte aan is, is het nodig om een beter beeld te hebben van de regionale uitdagingen en problemen. Zo is de woningmarkt per regio heel verschillend en zal de oplossing ook anders moeten zijn. Het kabinet heeft centrumgemeenten daarom gevraagd om voor 1 februari 2020 in kaart te brengen hoeveel dak- en thuislozen zij in de regio hebben en welke woon- en zorgbehoefte er is. Op basis van de door gemeenten aangeleverde informatie komt het kabinet, in gesprek met gemeenten, woningcorporaties, zorgaanbieders en cliëntenorganisaties, dit voorjaar tot een overkoepelend plan voor de aanpak van dakloosheid.


Wetsvoorstel uitbreiding slachtofferrechten naar Tweede Kamer

Als het aan minister Dekker (voor Rechtsbescherming) ligt, moeten verdachten van ernstige zeden- en geweldsmisdrijven die in voorlopige hechtenis zitten voortaan verplicht aanwezig zijn op de terechtzitting en bij de uitspraak. Op deze manier wordt zeker gesteld dat het slachtoffer zijn spreekrecht kan uitoefenen in het bijzijn van de verdachte. Dit draagt bij om herhaling te voorkomen en helpt de verdachte om inzicht te krijgen in de gevolgen van het misdrijf. De wetgeving die dit regelt, is recent ingediend bij de Tweede Kamer.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de opleiding coördinator nazorg ex-gedetineerden.

Spreekrecht

‘Slachtoffers hebben vaak iets vreselijks meegemaakt. Als ze gebruik maken van hun spreekrecht tijdens de rechtszaak, verdienen ze het dat ze niet alleen kunnen spreken, maar dat ze ook echt gehoord worden.’ aldus Dekker.

Verschijningsplicht

De verschijningsplicht is eveneens van belang voor de samenleving. Door de aanwezigheid van de verdachte wordt zichtbaar hoe het recht in concrete, ernstige strafzaken wordt gerealiseerd. Maar ook voor de verdachte zelf is het van belang dat hij direct kan waarnemen wat op de terechtzitting aan de orde komt, wat de overige procesdeelnemers zeggen – in het bijzonder over zijn rol bij het tenlastegelegde feit – en welk onderzoeksmateriaal als bewijs naar voren wordt gebracht.

Bescherming slachtoffers

Ook komt er spreekrecht tijdens de tbs-verlengingszitting. De minister vindt het belangrijk dat slachtoffers rechtstreeks contact hebben met de rechter en kunnen zeggen waarom zij bescherming nodig hebben (contactverbod of straatverbod). Het moment waarop een dader weer terugkeert in de samenleving, kan bij slachtoffers of nabestaanden veel leed, waaronder angst, veroorzaken. Zij worden op dat moment weer geconfronteerd met wat er is gebeurd. Daarom kan het slachtoffer zich uitlaten over de bijzondere voorwaarden die aan de voorwaardelijke beëindiging van tbs met dwangverpleging kunnen worden verbonden.

Spreekrecht stieffamilie

Een ander nieuw element is dat straks ook de stieffamilie van een overleden slachtoffer gebruik mag maken van het algemene spreekrecht tijdens de terechtzitting. Nu is dat nog niet in de wet geregeld. Dekker wil recht doen aan het feit dat steeds meer kinderen opgroeien in een samengesteld gezin. Soms worden kinderen al vanaf jonge leeftijd grootgebracht door opvoeders die geen bloedverwanten zijn, maar die wel degelijk een nauwe band met het kind hebben en het kind verzorgen en opvoeden. Overigens gaat het niet alleen om de stiefouders, maar ook om de stiefbroers en -zussen.

Voorschotregeling

Verder komt er een vast moment waarop van het algemene spreekrecht gebruik kan worden gemaakt. Nu wordt daar verschillend mee omgegaan. De bewindsman stelt voor het slachtoffer of de nabestaande te laten spreken voorafgaand aan het requisitoir van de officier van justitie. Dan kan de officier er nog rekening mee houden. Tot slot wordt de voorschotregeling aan slachtoffers en nabestaanden uitgebreid naar overtredingen. De regeling beperkt zich nu tot zaken waarin sprake is geweest van een misdrijf.

Rijker Verantwoorden

Communicatie speelt een belangrijke rol bij de bewustwording ten aanzien van de uitbreiding van de rechten van slachtoffers. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan verantwoording worden afgelegd over de rechtspraak ten aanzien van verdachten van ernstige zeden- en geweldsmisdrijven.


Besluit weigerende observandi treedt in werking

Het zogeheten besluit weigerende observandi van minister Dekker (voor Rechtsbescherming) is in werking getreden. Dit besluit bevat regels over de werkwijze van een multidisciplinaire commissie die beoordeelt of er medische gegevens beschikbaar zijn over een verdachte die niet wil meewerken aan onderzoek naar een mogelijke gebrekkige ontwikkeling of psychische stoornis. De commissie adviseert of die gegevens bruikbaar kunnen zijn voor het opstellen van een aanvullende rapportage over de verdachte.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de opleiding coördinator nazorg ex-gedetineerden.

Aanwezigheid van een psychische stoornis

Als een verdachte niet meewerkt, is het voor rapporteurs vaak moeilijk om iets te zeggen over de aanwezigheid van een psychische stoornis op het moment van het misdrijf en de wenselijkheid of noodzakelijkheid van een tbs-maatregel. Door hun medewerking aan het onderzoek te weigeren, hopen verdachten dan ook een tbs-maatregel te kunnen ontlopen. Minister Dekker vindt dat een zeer ongewenste situatie: daders van ernstige misdrijven krijgen dan mogelijk niet de behandeling die ze nodig hebben, met alle daaraan verbonden risico’s voor de veiligheid van de samenleving.

Zonder toestemming van verdachte

De regeling weigerende observandi maakt het als ultimum remedium mogelijk om in geval van zeer ernstige misdrijven, zonder toestemming van de verdachte, bestaande medische gegevens op te vragen voor het opstellen van een aanvullende rapportage over een mogelijke psychische stoornis. De behandelaren zijn verplicht deze gegevens aan de commissie te verstrekken, zonder een beroep te kunnen doen op het medisch beroepsgeheim en het daaraan gekoppelde verschoningsrecht. Op basis van het advies van de commissie kan de rechter, op verzoek van de officier van justitie, een machtiging afgeven voor de verstrekking van de bruikbare gegevens aan de rapporteurs.

Casusregie

Casusregie is de sturing op de gezamenlijke aanpak in een specifieke casus. Een casusregisseur fungeert als centrale professional en als vast aanspreekpunt voor de betrokkene. Hij zorgt voor coördinatie van de uitvoering van een gezamenlijk afgesproken aanpak en schakelt waar nodig andere partijen in. Als de casus vastloopt rapporteert de casusregisseur aan de procesregisseur en vraagt een nieuwe bespreking in het casusoverleg aan.


Meer mankracht voor politie in strijd tegen mensenhandel

De Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) van de politie krijgt er de komende jaren meer capaciteit bij. In totaal gaat het om 87 fte extra.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.

Broedplaats voor mensenhandel

De digitale wereld is steeds vaker de broedplaats voor mensenhandel. Juist daarom wordt er ingezet op extra specialisten met digitale en IT-kennis. Ook komen er financiële specialisten, analisten en experts op het terrein van inlichtingen bij. Naast deze specialisten worden extra mensen aangetrokken voor de identificatie en registratie van asielzoekers. Ook in dat proces is aandacht voor signalen van mensenhandel. Voor de extra inzet is structureel 10 miljoen euro uitgetrokken. Dat geld kwam tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen vrij dankzij een motie van de ChristenUnie en de PvdA. Bij de AVIM houden momenteel 350 fte zich bezig met mensenhandel en migratiecriminaliteit.

Samen tegen mensenhandel

Mensenhandel bestrijden kan alleen als alle betrokken partijen samenwerken. Daarom is vorig jaar het programma Samen tegen Mensenhandel opgezet. Hierin maken vier ministeries, gemeenten, het Openbaar Ministerie, de politie, de zorg, scholen, maatschappelijke organisaties en vele anderen een vuist tegen mensenhandel. In het eerste jaar zijn tientallen extra opvangplekken voor slachtoffers van mensenhandel gerealiseerd, zijn er extra inspecteurs bij de Inspectie SZW gestart, worden politieliaisons in landen geplaatst waar mensenhandel vaak begint en zijn door gemeenten belangrijke stappen gezet om mensenhandel ook lokaal aan te pakken.

Casusregie

Een effectieve aanpak van mensenhandel vraagt om casusregie. Casusregie is de sturing op de gezamenlijke aanpak in een specifieke casus. Een casusregisseur fungeert als centrale professional en als vast aanspreekpunt voor de betrokkene. Hij zorgt voor coördinatie van de uitvoering van een gezamenlijk afgesproken aanpak en schakelt waar nodig andere partijen in. Als de casus vastloopt rapporteert de casusregisseur aan de procesregisseur en vraagt een nieuwe bespreking in het casusoverleg aan.

Zorg aan slachtoffers

De komende tijd wordt die inzet door alle partijen voortgezet, want er moet nog veel gebeuren. Er worden nog altijd te veel mensen slachtoffer van mensenhandel. Nederland zet zich zowel nationaal als internationaal in om mensenhandel uit te bannen. Dat doen we door in te zetten op preventie, het verbeteren van de signalering door professionals en burgers, het aanpakken van de daders en het bieden van adequate zorg aan de slachtoffers.


Sneller einde aan huwelijkse gevangenschap

Minister Dekker (voor Rechtsbescherming) past de wet aan om sneller een einde te kunnen maken aan huwelijkse gevangenschap. De wet wordt duidelijker en het wordt voor de rechter straks makkelijker om in één procedure zowel de echtscheiding als de ontbinding van een religieus huwelijk te regelen. Dit blijkt uit een wetsvoorstel dat bij de Tweede Kamer is ingediend. Huwelijkse gevangenschap is een situatie waarin iemand tegen haar of zijn wil in een (religieus) huwelijk blijft, omdat het niet lukt om een ontbinding van dat huwelijk te krijgen.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Bevel voor medewerking aan ontbinding van huwelijk

De rechter kan al een bevel geven om mee te werken aan de ontbinding van het religieuze huwelijk en dat als een nevenvoorziening regelen bij de echtscheiding. Maar de behandeling van het verzoek om een nevenvoorziening is straks, anders dan nu, niet meer afhankelijk van de vraag of dit kan leiden tot vertraging van de echtscheidingsprocedure. Zo komt er eerder een oplossing en kunnen echtgenoten verder met hun leven.

Vertraging in de echtscheidingsprocedure

Nu nog leidt vertraging in de echtscheidingsprocedure tot een tweede gang naar de rechter als de echtgenoot moet worden gedwongen om mee te werken aan ontbinding van het religieuze huwelijk, zo blijkt uit de praktijk. Voor het slachtoffer van huwelijkse gevangenschap is dat een extra drempel. Dat wil de minister voorkomen. Daarom krijgt de rechter meer ruimte om in één procedure de zaken eenvoudiger af te wikkelen. Overigens kan de rechter ook worden gevraagd een religieus huwelijk te ontbinden als er geen burgerlijk huwelijk is gesloten. Ook wordt in de wet vastgelegd dat partijen in een religieus huwelijk in beginsel verplicht zijn hun medewerking te verlenen aan de religieuze echtscheiding.

Vrijheid om te scheiden

Minister Dekker: ‘De norm is helder. Iedereen moet de vrijheid hebben om te scheiden en om zijn of haar leven weer los van elkaar te kunnen voortzetten. Dat geldt zowel voor het burgerlijk huwelijk, als voor de beëindiging van de religieuze verbintenis, ongeacht of deze verbintenis naast een burgerlijk huwelijk bestaat. Het mag en kan niet zo zijn dat de ene echtgenoot de andere in die vrijheid belet’. Vaak blijven echtgenoten in de ogen van de religieuze (en sociale) gemeenschap waarin zij leven met elkaar gehuwd, ook als hun burgerlijk huwelijk is ontbonden. Dit kan gevolgen hebben voor hun mogelijkheden om bijvoorbeeld een nieuw huwelijk te sluiten of om naar het buitenland te reizen met kinderen of een nieuwe partner. ‘En dat is onwenselijk’, aldus Dekker.

Rijker Verantwoorden

Communicatie speelt een belangrijke rol bij de bewustwording ten aanzien van huwelijkse gevangenschap. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan verantwoording worden afgelegd over de aanpak van huwelijkse gevangenschap.


Invoering stroomstootwapens

De politie wordt uitgerust met stroomstootwapens. Dat heeft de ministerraad besloten op voorstel van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid. De korpschef krijgt hiermee toestemming om circa 17.000 agenten uit te rusten met dit geweldsmiddel. Het gaat om agenten die door de meldkamer worden ingezet voor het afhandelen van incidenten. Het kabinet maakt hiervoor in totaal 30 miljoen euro vrij.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Uitkomsten pilot

Uit de uitgebreide pilot van de politie en onderzoeken naar de veiligheid en gezondheidseffecten ervan blijkt dat het stroomstootwapen goed werkt om een gevaarlijke situatie te de-escaleren. Dreigen is in de meeste gevallen al afdoende. Waar dreigen met het wapen niet voldoende is en het toch ingezet moet worden, is door het toedienen van stroom een persoon enkele seconden niet in staat om controle over zijn spieren uit te oefenen. Hierdoor kan politie met minimaal geweld een persoon onder controle brengen. Hierdoor wordt minder letsel toegebracht dan bij het aanwenden van andere vormen van geweld, zoals zwaar fysiek geweld, hard slaan met de wapenstok, de inzet van de diensthond of het gebruik van het vuurwapen.

Minder risico

Ook wordt met het gebruik van het stroomstootwapen het risico op het oplopen van letsel voor de agent kleiner. Dit draagt bij aan het vertrouwen van politiemedewerkers die zich tijdens het uitoefenen van hun taak geconfronteerd zien met een situatie waar geweldgebruik noodzakelijk kan zijn en maakt dat zij daardoor doortastend en tegelijkertijd gematigd kunnen optreden.

De invoering

De invoering van het stroomstootwapen zal 5 jaar duren. In deze tijd wordt onder meer de aanbesteding gestart en agenten opgeleid. Om deze uitrol te financieren ontvangt de politie in totaal 30 miljoen euro incidenteel vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid. De politie maakt vanaf 2021 5 miljoen euro structureel vrij uit de politiebegroting. Het stroomstootwapen is hierdoor tot 2025 alvast geheel gefinancierd.

Rijker Verantwoorden

Communicatie speelt een belangrijke rol bij de bewustwording van het burgers over de aanpak van geweld tegen politiemedewerkers. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan verantwoording worden afgelegd over de aanpak van geweld tegen politiemedewerkers.


Uitspraak Hof Den Haag over vrouwen en kinderen in IS-gebied

Het kabinet zet niet actief in op het terughalen van volwassen uitreizigers en hun minderjarige kinderen. In de afweging om al dan niet bijstand te verlenen naast de belangen van de kinderen, wordt ook gekeken naar andere aspecten, zoals de veiligheid van de betrokkene, internationale diplomatieke verhoudingen en de veiligheidssituatie in de regio.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Geen bijstand aan terugkeerders

De Nederlandse overheid biedt geen bijstand in Syrië aan terugkeerders uit IS-gebied. Wanneer men zich in persoon meldt bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in een ander land, kan men daar vragen om consulaire bijstand zoals de verstrekking van reisdocumenten. Uit het IVRK volgt naar het oordeel van de regering geen verplichting om deze kinderen terug te halen. Hoewel de overheid zich problemen van Nederlanders in het buitenland aantrekt, is het aan de overheid om te bepalen of, en zo ja welke (vorm van) bijstand gegeven kan worden.

Niet actief inzetten in het terughalen van kinderen en/of hun ouders

Daarbij speelt dat het terughalen van kinderen niet los kan worden gezien van hun ouders, aangezien het scheiden van kinderen en ouders in beginsel onwenselijk is en juridisch complex ligt. Al deze overwegingen in ogenschouw nemend, leiden ertoe dat het kabinet niet actief inzet op het terughalen van volwassen uitreizigers en hun minderjarige kinderen die in Syrië en Irak verblijven. Dit laat onverlet dat er voortdurend naar de situatie wordt gekeken.

Strafrechtelijk onderzoek

Tegen alle personen waarvan bekend is dat zij vanuit Nederland zijn uitgereisd naar destrijdgebieden in Syrië en Irak loopt een strafrechtelijk onderzoek. Het OM heeft hen wereldwijd gesignaleerd met het oog op aanhouding en uitlevering aan Nederland. Elke onderkende terugkeerder wordt bij aankomst in Nederland aangehouden waarna het Openbaar Ministerie het strafrechtelijk onderzoek tegen de verdachte verder ter hand neemt.

Repatriëring van vrouwen en minderjarige kinderen vanuit Syrië

Het Hof Den Haag heeft recent uitspraak gedaan in het hoger beroep in het kort geding met betrekking tot de repatriëring van vrouwen en minderjarige kinderen vanuit Syrië. Het Hof heeft geoordeeld dat de vorderingen van de vrouwen en de kinderen moeten worden afgewezen. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd. Het inhoudelijk gemotiveerde arrest volgt op 7 december 2019.

Uitspraak ondersteund kabinetsbeleid

Minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus: “Het kabinet zal het gemotiveerd arrest inhoudelijk bestuderen. Maar ik kan in eerste reactie zeggen dat ik de uitspraak van het Hof als ondersteuning van het kabinetsbeleid zie. We zijn altijd helder geweest. Deze vrouwen hebben zelf de keuze gemaakt om, al dan niet met hun minderjarige kinderen, uit te reizen naar IS-gebied en zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie. Het kabinet haalt de vrouwen en hun kinderen niet actief terug uit dit gebied.”

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van radicalisering en terrorisme en het voorkomen van spanningen in de gemeenschap met als gevolg maatschappelijke onrust. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van radicalisering en terrorisme.


Woning dicht na geweld of wapenvondst

Een burgemeester kan straks een woning sluiten als de openbare orde rond de woning is of dreigt te worden verstoord door ernstig geweld, zoals een beschieting of het gooien van explosieven. Ook geldt de bevoegdheid als er wapens in een woning zijn aangetroffen. De maatregel is nodig om de openbare orde te handhaven, waar die door de georganiseerde en ondermijnende criminaliteit wordt ondergraven. Dit blijkt uit een wetsvoorstel van minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) dat in consultatie is gegaan en onderdeel is van de anti-ondermijningswetgeving.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving en docent op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning.

Gemeenten opgeschrikt

Regelmatig worden gemeenten opgeschrikt omdat er woningen worden beschoten of handgranaten tegen de gevel van een woning worden gelegd of aan de deurknop worden gehangen. Ook wordt het gebruik van automatische wapens niet geschuwd. Daarnaast kan er vrees zijn voor verstoring van de openbare orde vanwege een ophanden zijnde liquidatie bij een woning. “Of het nu gaat om schietincidenten of de vondst van wapens of explosieven, iedere keer gaat het om situaties waarin de openbare orde op maatschappelijk onaanvaardbare wijze in het geding is” aldus de minister.

Openbare orde herstellen

Buurtbewoners en mensen die in de wijk werken of hun kinderen naar school brengen, voelen zich onveilig en zijn bang voor herhaling. Zij krijgen direct met het geweld te maken dat een grote druk legt op het openbare leven. In zo’n geval moet de burgemeester kunnen optreden en de openbare orde herstellen, maar de huidige, wettelijke mogelijkheden bij woningen zijn te beperkt. Daarom komt de minister met een aanvullende maatregel als steun in de rug voor de lokale overheid. De burgemeester bepaalt de duur van de sluiting van de woning. Als sprake is van ernstige vrees voor herhaling of verstoring van de openbare orde kan hij besluiten de duur van de sluiting tot een door hem te bepalen tijdstip verlengen.  

Repressieve en preventieve maatregelen

Het kabinet heeft bij zijn aantreden de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit geïntensiveerd met onder meer de 100 miljoen euro in het anti-ondermijningsfonds en met wetgeving. Aanvullend hierop heeft het kabinet dit najaar de aanpak met 110 miljoen euro versterkt voor een breed landelijk offensief met zowel repressieve als preventieve maatregelen.

Samenleving weerbaarder maken

”Ondermijnende criminaliteit gaat op nietsontziende wijze te werk en bedreigt gewone mensen in hun dagelijkse bestaan. We moeten onze samenleving – onze wijken en buurten – weerbaarder maken voor het gif van ondermijnende criminaliteit dat gepaard gaat met geweld, bedreigingen, intimidaties en liquidaties” aldus de minister.

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra de methodiek Rijker Verantwoorden bij de verantwoording van hun aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.


Grapperhaus intensiveert mogelijkheden afpakken crimineel vermogen

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning.

Nieuwe instrumenten – continue vermogensmonitor en strafrechtelijke curatele –  worden uitgewerkt om de financiële handel en wandel van misdadigers beter in beeld te krijgen. De mogelijkheden om crimineel vermogen af te pakken zijn de afgelopen tijd al versterkt. Deze aanpak wil minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid verder intensiveren.

Anti-ondermijningsgelden

De anti-ondermijningsgelden uit het regeerakkoord – 100 miljoen euro in het fonds en 10 miljoen euro structureel – zijn vorig jaar over de verschillende regio’s verdeeld en er wordt gewerkt aan een pakket aan anti-ondermijningswetgeving. Aanvullend hierop heeft het kabinet dit najaar de aanpak met 110 miljoen euro extra versterkt voor een breed landelijk offensief tegen ondermijnende criminaliteit. Ook investeert het kabinet 30 miljoen euro in regionale en landelijke projecten voor het afpakken van crimineel vermogen. De focus van de regionale en landelijke partners ligt op de illegale drugsindustrie en criminele geldstromen.

Continue vermogensmonitor

Om de financiële handel en wandel van criminelen nog beter in beeld te krijgen, wil minister Grapperhaus dat gedurende langere tijd toezicht kan worden gehouden op het vermogen van veroordeelden. Binnen de bestaande wettelijke kaders zal hiertoe een continue vermogensmonitor bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) worden ontwikkeld. Op deze manier kan het CJIB gedurende langere tijd toezicht houden op het vermogen van veroordeelden en kan crimineel vermogen nadat het beeld is gekomen sneller worden onttrokken op grond van een ontnemingsmaatregel.

Strafrechtelijke curatele

Tevens wil minister Grapperhaus een wettelijke regeling voorbereiden voor strafrechtelijke curatele. Daarmee wordt het mogelijk dat de rechter bij het opleggen van een ontnemingsmaatregel de beschikkingsbevoegdheid van de veroordeelde over zijn vermogen beperkt. Een toezichthouder ziet er dan op toe dat een ontnemingsvordering wordt voldaan. Ook moet de veroordeelde eerst toestemming vragen aan de toezichthouder voor rechtshandelingen over zijn vermogen. Dit is vergelijkbaar met de aanstelling van een bewindvoerder bij de verlening van een surseance van betaling als een bedrijf in financieel zwaar weer is beland. Bij het uitwerken van deze maatregel zal oog zijn voor de veiligheid van de toezichthouder en de daaraan verbonden kosten. De komende tijd worden de contouren van deze twee maatregelen verder uitgewerkt en de kosten ervan in kaart gebracht. Verder zal het afpakken van crimineel vermogen dat is weggestopt in een andere EU-lidstaat worden vereenvoudigd en versneld door de Europese Confiscatieverordening, die aan het eind van dit jaar in werking zal treden. De uitvoeringswetgeving is inmiddels voor advies voorgelegd aan de Raad van State.

Breed offensief

De komende maanden wordt nog verder gewerkt aan het breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit. In het voorjaar van 2020 zal er een uitgewerkt plan liggen dat bestaat uit een combinatie van repressieve en preventie maatregelen: oprollen, afpakken en voorkomen. Zo wordt op dit moment een Multidisciplinair Interventie Team (MIT) ingericht dat criminele kopstukken en hun netwerken gaat oppakken en crimineel vermogen gaat afpakken, wordt bewaken en beveiligen versterkt en met VWS samengewerkt aan het tegengaan van normalisering van drugsgebruik. In de preventieve aanpak werkt minister Grapperhaus verder samen met diverse ambtscollega’s, zoals van BZK, VWS, SZW en OCW, en met lokale partners. Er wordt samengewerkt op de terreinen onderwijs, werken, wonen en veiligheid om te voorkomen dat onze economie en wijken worden geïnfecteerd door het gif van de criminele (drugs)industrie en de grote sommen zwart geld die er in om gaan.

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra de methodiek Rijker Verantwoorden bij de verantwoording van hun aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.