Onderzoek naar schadevergoedingsstelsel slachtoffers van strafbare feiten

Een tijdelijk adviescollege gaat onderzoek doen naar het schadevergoedingsstelsel voor slachtoffers van strafbare feiten. De ministerraad heeft daar op voorstel van minister Dekker voor Rechtsbescherming mee ingestemd. Het adviescollege gaat op 15 juni aan de slag.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants.

Vergoeding van schade is een belangrijk onderdeel van het recht doen aan slachtoffers. Het draagt bij aan de vergoeding van materiele schade en biedt erkenning voor wat het slachtoffer is aangedaan.

Het huidige organisch gegroeide stelsel van schadevergoedingsregelingen voldoet in de praktijk niet altijd meer. Zo kunnen slachtoffers met eenvoudige schades zich voegen in het strafproces, waarbij de overheid de opgelegde schadevergoeding (deels) voorschiet en voor hen int. Bij juridisch complexere schades is dat niet mogelijk. Slachtoffers moeten dan zelf naar de civiele rechter. Dat is vaak een langere procedure, waarbij het slachtoffer griffierechten moet betalen en zelf het bedrag moet innen. Als de dader geen geld heeft, blijft het slachtoffer met de schade achter.

Ook is de hoogte van een schadevergoeding nu afhankelijk van het feit of er een dader bekend is. Als er geen dader bekend is, kan een slachtoffer alleen terecht bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven voor een tegemoetkoming. Dit is alleen mogelijk voor slachtoffers van bepaalde gewelds- en zedenmisdrijven, terwijl slachtoffers van andere misdrijven ook grote schade kunnen hebben.

Het college wordt gevraagd te adviseren over de mogelijkheden om tot een afgewogen, consequent en betaalbaar stelsel voor schadevergoeding en tegemoetkoming van schade voor slachtoffers te komen. Tegelijkertijd wordt advies gevraagd aan het college over de rol van de overheid hierin.