Kabinet geeft burgemeesters meer bevoegdheden bij demonstraties

Het demonstratierecht is een grondrecht en een fundamenteel onderdeel van onze democratie. De afgelopen 10 jaar is het aantal demonstraties meer dan verdrievoudigd. Voor het overgrote deel verlopen deze demonstraties zonder incidenten. De toename van het aantal demonstraties betekent echter ook een toename – in absolute aantallen – van demonstraties met incidenten. De afgelopen weken zijn demonstraties zelfs volledig ontspoord. Het kabinet wil met enkele wetsaanpassingen lokale driehoeken beter in staat stellen om in zulke situaties gericht en proportioneel te kunnen optreden. In de eerste plaats kent het kabinet burgemeesters meer bevoegdheden tot bestuursrechtelijke handhaving en verplaatsing toe. Daarnaast wordt de strafbepaling van de Wet openbare manifestaties herzien, om zo de strafrechter een handvat te bieden om strafbare feiten gepleegd tijdens demonstraties zwaarder te wegen.

De voornemens van het kabinet sluiten aan bij de aanbevelingen van de onderzoekers van het recente WODC-onderzoek. Minister Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) informeren de Kamer vandaag met een brief over de plannen van het kabinet rond demonstraties. Met deze brief zetten zij de eerste accenten om het demonstratierecht te borgen en tegelijkertijd de inzet van het bestuurlijk en strafrechtelijk instrumentarium bij de tijd te brengen.

Fundamenteel onderdeel van democratie

Minister Heerma: ‘’Het demonstratierecht is een fundamenteel onderdeel van onze democratie. Helaas zien we de laatste tijd dat bij demonstraties steeds vaker grenzen worden overschreden. Het is nu extra belangrijk om naast burgemeesters en politie te staan. Daarom geven we lokale bestuurders nu meer bevoegdheden om adequaat te kunnen handelen bij een uit de hand lopende demonstratie. Dat doen we op een manier die niet verder gaat dan nodig is. We willen met de maatregelen het demonstratierecht namelijk niet ondergraven maar juist verstevigen.’’

Harder aanpakken

Minister van Weel: “Relschoppers die demonstraties misbruiken moeten we harder aanpakken. Ook activisten die onze infrastructuur blokkeren, worden sneller, vaker en zwaarder bestraft en draaien zelf op voor de schade. Snelwegen en spoorlijnen zijn geen plekken om te demonstreren, zulke blokkades veroorzaken terecht grote ergernis. Naast extra bevoegdheden voor burgemeesters herzien we de strafbepaling in de wet, zodat rechters strafbare feiten tijdens demonstraties zwaarder kunnen bestraffen.”

Bestuurlijke handhaving en verplaatsing

Het kabinet is voornemens een grondslag in de Gemeentewet te creëren voor het gedwongen verplaatsen van demonstranten en andere groepen van personen. Daarnaast verkent het kabinet de optie om een noodbevoegdheid in de Wet openbare manifestaties (Wom) op te nemen, waarmee burgemeesters bij ernstige verstoringen van de openbare orde door een demonstratie, adequater kunnen ingrijpen dan momenteel het geval is op basis van de Wom en de Gemeentewet. Bij de uitwerking van deze noodbevoegdheid wordt nauwlettend oog gehouden voor de uitvoerbaarheid en toegevoegde waarde hiervan.

Strafrechtelijk instrumentarium

Verder heeft het kabinet zich als opgave gesteld om de strafbepaling in de Wom te herzien. Doel van deze aanpassing is om de strafrechter strafbare feiten die worden gepleegd tijdens demonstraties zwaarder te kunnen laten wegen. Uit het WODC-onderzoek blijkt namelijk dat internationale mensenrechtenverdragen in bepaalde gevallen meer ruimte bieden voor strafrechtelijk optreden rond demonstraties dan nu in de rechtspraktijk wordt gezien.


Meer verkeersovertredingen geconstateerd voor gevaarlijk rijgedrag

Met 759 verkeersdoden in 2025, het hoogste aantal in 20 jaar, staat de verkeersveiligheid in Nederland onder druk. Handhaving is een essentieel middel om de verkeersveiligheid te waarborgen en te verbeteren. De cijfers over de eerste 4 maanden van 2026 tonen aan dat het aantal verkeersovertredingen is toegenomen, zoals het vasthouden van een telefoon in het verkeer, door rood rijden en het niet dragen van de gordel.De uitbreiding van de geautomatiseerde handhaving, waaronder de inzet van meer focusflitsers, droeg bij aan een stijging van het totale aantal geconstateerde overtredingen met 13% vergeleken met de eerste vier maanden van 2025.

Stijging totaal aantal geconstateerde overtredingen

Uit de cijfers van de overtredingen van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) blijkt dat er meer overtredingen zijn geconstateerd. In totaal werden in het eerste tertiaal van 2026 ruim 2,5 miljoen (2.584.526) overtredingen geconstateerd. Dat waren er bijna 13% meer dan in de eerste 4 maanden van 2025 (2.288.788).

Toename handheld telefoongebruik

Opnieuw bleken te veel mensen al rijdend hun telefoon in de hand te hebben gehad: 134.752. 79.014 boetes kwamen door de in de loop van het vorige jaar geïntroduceerde focusflitsers, de andere werden door de politie(camera’s) geconstateerd. Inmiddels zijn er 40 focusflitsers operationeel en dat worden er dit jaar in totaal 50.

Rijden door rood licht

Een andere opvallende stijging, met bijna 35%, was te zien bij de verkeerslichten: in de eerste 4 maanden van 2026 werden 80.548 boetes voor rijden door rood licht verstuurd. Dat waren er in 2025 59.772. Een deel van deze toename, ongeveer driekwart, valt te verklaren door vervangen palen en recent bijgeplaatste palen op nieuwe locaties.

Staandehoudingen door politie

Het percentage staandehoudingen door de politie bleef ongeveer gelijk. Bij een staandehouding stopt de politie een bestuurder fysiek op de weg, in tegenstelling tot boetes die automatisch via camera op kenteken worden verstuurd. 8,3 procent van het totaal aantal overtredingen is een staandehouding (215.393 staandehoudingen, 2.369.133 automatisch op kenteken). Uit die staandehoudingen kwam onder andere een gestegen aantal geconstateerde overtredingen voor het niet dragen van een gordel. Dat aantal steeg met 8,3 procent naar 11.594 (2025: 10.701).

Snelheidsovertredingen omhoog

Snelheidsovertredingen blijven de meeste voorkomede Wahv-overtreding. Het aantal beschikkingen voor snelheidsovertredingen was namelijk: 1.806.028 (1.677.994 in 2025). In 2025 daalde dit aantal, mogelijk omdat apparatuur werd vervangen. Het aantal overtredingen van inrijverboden is ongeveer gelijk gebleven aan die van 2025. Wél zaten hierbij 17.728 overtredingen van nul-emissiezones en die regelgeving was in de eerste maanden van 2025 nog niet vastgesteld.


Nieuwe wet beschermt werknemers tegen onderbetaling

Iedere werknemer in Nederland heeft recht op ten minste het wettelijk minimumloon. Er zijn echter situaties waarin niet vastgesteld kan worden of dit loon ook daadwerkelijk is betaald. Dit komt met name bij arbeidsmigranten voor. Er komt daarom een wet die regelt dat werknemers in dat geval alsnog het minimumloon krijgen. Ook is het voortaan de werkgever die dan moet bewijzen dat het minimumloon wel is betaald. In plaats van dat de werknemer of de Arbeidsinspectie moet bewijzen dat er sprake is van onderbetaling. Dit schrijft minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer.

Eerlijk loon en werk
 

Minister Vijlbrief: “Een werkgever moet altijd zorgen voor een eerlijk loon en veilig werk. Iedereen in Nederland heeft daar recht op, waar je ook vandaan komt. Deze wet gaat werknemers beter beschermen tegen werkgevers die hun personeel onderbetalen.”

Toezicht op naleving

De Arbeidsinspectie houdt toezicht op de naleving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Door gebrekkige administratie bij de werkgever is niet altijd vast te stellen of er sprake is van onderbetaling. In deze gevallen kan de Arbeidsinspectie wel een boete opleggen voor het niet of niet tijdig verstrekken van de gevraagde informatie. Maar omdat onderbetaling niet kan worden vastgesteld, krijgen deze werknemers niet het loon waar ze recht op hebben.

De bewijslast omdraaien

Minister Vijlbrief wil via 2 verschillende manieren ervoor zorgen dat mensen wel krijgen waar ze recht op hebben. Dit moet in de wet geregeld worden via een zogeheten rechtsvermoeden. Via het rechtsvermoeden wordt de bewijslast omgedraaid. Als de Arbeidsinspectie vermoedt dat werknemers te weinig betaald krijgen en de werkgever de gevraagde administratie niet toont, mag ze een fictieve onderbetaling van het loon berekenen. Daarna kan ze de werkgever verplichten om dit geld alsnog te betalen. Zo helpt het rechtsvermoeden werknemers om hun loon daadwerkelijk te ontvangen. Ook in de rechtszaal is het de werkgever die straks moet bewijzen dat het wettelijk minimumloon wel is betaald. Op dit moment ligt de bewijslast nog bij de werknemer. Werknemers ervaren dat het lastig is om aan te tonen dat er sprake is van onderbetaling. Zeker wanneer de werknemer weinig documenten heeft ontvangen van de werkgever.

Vervolg

De introductie van het rechtsvermoeden vormt een extra instrument dat kwetsbare werknemers kan helpen om hun verdiende loon daadwerkelijk te ontvangen. Het rechtsvermoeden was ook één van de aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten.  De komende maanden zal de minister het rechtsvermoeden verder uitwerken tot een wetsvoorstel.


Rechtsbijstand voor verdachten in het strafrecht wordt uitgebreid

Het kabinet wil de rechtsbijstand voor verdachten in het strafproces uitbreiden. Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Claudia van Bruggen heeft daarvoor een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel versterking rechtsbijstand in het strafproces geeft verdachten in meer gevallen recht op kosteloze rechtsbijstand door een advocaat, bijvoorbeeld voorafgaand aan een eerste verhoor door de politie, en bij verdachten die op vrije voeten zijn en wiens zaak door het Openbaar Ministerie (OM) wordt afgedaan met een strafbeschikking.

Staatssecretaris van Bruggen: “Iedereen verdient een eerlijk proces, met recht op een advocaat. Door de rechtsbijstand voor verdachten uit te breiden vergroten we de toegang tot het recht en versterken we de rechtsbescherming.”

Het wetsvoorstel versterkt de rechtsbijstand voor verdachten op meerdere manieren. Zo hebben voortaan alle verdachten van een misdrijf waarop een gevangenisstraf staat van vier jaar of meer standaard recht op een kosteloos gesprek met een advocaat voordat zij na een aanhouding door de politie worden verhoord. Deze advocaat kan dan ook aanwezig zijn bij het verhoor. Minderjarige en kwetsbare meerderjarige verdachten van misdrijven die niet vastzitten en worden uitgenodigd voor een verhoor door de politie krijgen met het wetsvoorstel standaard een advocaat aangewezen voor rechtsbijstand bij het verhoor. 

Rechtsbijstand bij strafbeschikkingen

Ook als een zaak door het OM wordt afgedaan met een strafbeschikking heeft een verdachte recht op rechtsbijstand. Dit wordt met het wetsvoorstel wettelijk vastgelegd en uitgebreid. Voortaan hebben verdachten die een strafbeschikking krijgen als zij op vrije voeten zijn recht op een kosteloos, informatief gesprek met een advocaat. Als zij zijn aangehouden, hebben ze ook recht op kosteloze rechtsbijstand voordat zij de strafbeschikking ontvangen.

Wetboek van Strafvordering

De uitbreiding van rechtsbijstand van verdachten draagt bij aan de uitvoering van het coalitieakkoord, waarin is opgenomen dat het kabinet investeert in de toegang tot het recht. De uitbreiding van de rechtsbijstand wordt geregeld door het wijzigen van het huidige Wetboek van Strafvordering. Momenteel wordt gewerkt aan een nieuw Wetboek van Strafvordering. Nadat het wetsvoorstel is aangenomen door de Eerste Kamer zullen de wijzigingen ook worden doorgevoerd in het nieuwe wetboek. De kosten die gepaard gaan met de uitbreiding van de rechtsbijstand, bijvoorbeeld voor vergoedingen voor de advocatuur en de grotere werklast voor betrokken organisaties, worden vanuit het reguliere budget voor rechtsbijstand betaald.


Kabinet wijzigt grenscontrole aan de binnengrens

Het kabinet bereidt zich voor op een overstap naar een andere vorm van toezicht aan de binnengrenzen. Dat meldt minister Van den Brink van Asiel en Migratie. Een vernieuwd juridisch kader voor het reguliere toezicht in de grensstreek moet de Koninklijke Marechaussee (KMar) de mogelijkheid geven om effectiever op te treden. Naar verwachting worden de regels direct na de zomervakantie ingevoerd. Ter overbrugging worden de huidige binnengrenscontroles verlengd tot en met uiterlijk 30 september 2026. Hiermee komt het kabinet ook tegemoet aan de geuite zorgen van grensstreekgemeenten, ondernemers en bewoners van de grensstreek.

Meer ruimte en flexibiliteit

De kern van de verandering is dat de KMar meer ruimte en flexibiliteit krijgt binnen het reguliere toezicht in de grensstreek: het zogenoemde Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV). De regels die hiervoor gelden worden verruimd. Waar nu nog strikte maxima gelden voor (het aantal) reguliere controles, bieden de nieuwe regels meer mogelijkheden.

Controles

Zo worden de huidige limieten op het aantal controles per modaliteit zoals vliegtuigen, treinen, schepen, bussen en auto’s verhoogd waardoor de KMar flexibeler kan controleren, afhankelijk van de risico’s en informatie. De KMar voert de MTV-controles uit in een gebied tot 20 kilometer van de binnengrenzen.

Tijdelijke binnengrenscontroles

Sinds eind 2024 voert de KMar tijdelijke controles uit aan de grenzen met België en Duitsland vanwege de aanhoudende migratiedruk. In de periode van december 2024 tot en met maart 2026 is tijdens de binnengrenscontroles aan de landsgrenzen met België en Duitsland aan 600 vreemdelingen de toegang tot Nederland geweigerd en zijn 270 personen aangehouden. De aanhoudingen vonden onder andere plaats in het kader van migratiecriminaliteit, zoals documentfraude en mensensmokkel.


Kabinet wil mogelijkheden voor ongewenstverklaring van vreemdelingen uitbreiden

Minister Van den Brink van Asiel en Migratie heeft een nota van wijziging bij de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring ingediend bij de Tweede Kamer. Met de wijziging kunnen vreemdelingen sneller ongewenst worden verklaard. De maatregel is onderdeel van een breder pakket aan wetgeving dat wordt ingezet na het verwerpen van de Asielnoodmaatregelenwet door de Eerste Kamer. 

De ongewenstverklaring is een zware maatregel die kan worden opgelegd aan personen die met het strafrecht in aanraking zijn gekomen en een misdrijf hebben gepleegd of een gevaar vormen voor de openbare orde. Een ongewenstverklaring verplicht de betrokkene om Nederland onmiddellijk te verlaten en verbiedt de terugkeer naar Nederlands grondgebied.

Misdrijf

Verblijf in Nederland na oplegging van een ongewenstverklaring, is een misdrijf. Met de ingediende nota van wijziging beoogt het kabinet dat de ongewenstverklaring vaker kan worden toegepast en overtreding hiervan strenger te bestraffen.

Overlastgevers en misdrijfsplegers steviger aanpakken

Minister Van den Brink: “Het uitbreiden van de ongewenstverklaring is een broodnodige maatregel om overlastgevers en misdrijfplegers steviger aan te pakken en de terugkeer te vergroten. Dit is een belangrijke stap om meer grip op migratie te krijgen.”

De belangrijkste onderdelen van de uitbreiding zijn:

  • Verruiming doelgroep: De ongewenstverklaring kan voortaan ook worden opgelegd aan vreemdelingen die onder de Europese Terugkeerrichtlijn vallen, waaronder asielzoekers.
  • Concentratie van maatregelen: Het wordt juridisch mogelijk om naast een inreisverbod ook een ongewenstverklaring op te leggen. Hiermee krijgt de overheid meer middelen om het vertrek van personen zonder verblijfsstatus af te dwingen.
  • Strafrechtelijke handhaving: Vreemdelingen die ondanks een ongewenstverklaring in Nederland verblijven, zijn strafbaar en kunnen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd krijgen. 

Met deze wetswijziging herstellen we een van de maatregelen die is komen te vervallen na het verwerpen van de asielnoodmaatregelenwet en is noodzakelijk om te zorgen voor meer grip op migratie.


Kabinet wil minimumleeftijd prostitutie verhogen naar 21 jaar en onderzoekt pooierverbod

Het kabinet gaat zich extra inzetten om de kwetsbaren in de prostitutie te beschermen. Daarom wordt de minimumleeftijd voor prostitutie wettelijk verhoogd van 18 naar 21 jaar. Daarnaast wordt onderzocht hoe een zogenoemd pooierverbod juridisch uitgewerkt kan worden. Ook wordt op korte termijn het Wetsvoorstel gemeentelijk toezicht seksbedrijven (Wgts) ingediend. Dit wetsvoorstel regelt dat gemeenten gegevens van sekswerkers kunnen verwerken ten behoeve van de naleving van vergunningsvoorschriften door exploitanten, het toezicht daarop en de handhaving daarvan.

Minister Van Weel van Justitie en Veiligheid: “We hebben in het coalitieakkoord afgesproken dat de kwetsbaren in de sekswerkbranche beter beschermd moeten worden, daarom wil ik nu zo snel mogelijk de leeftijdsgrens verhogen om de jonge sekswerkers beter te beschermen. Daarnaast wil ik ook kijken of we met een pooierverbod malafide faciliteerders kunnen aanpakken, die misbruik maken van kwetsbare, vaak illegaal in Nederland werkende sekswerkers.”

Kabinetsaanpak veilige sekswerkbranche

In de sekswerkbranche zet het kabinet in op 3 onderdelen. Allereerst gaat het om het maken van regels voor een veilige sekswerkbranche. Jonge sekswerkers zijn namelijk extra kwetsbaar voor dwang en uitbuiting. We verhogen daarom de minimumleeftijd voor sekswerk van 18 naar 21 jaar. Daarnaast onderzoeken we een zogeheten pooierverbod.

Toezicht en handhaving

Als tweede zet het kabinet in op het ondersteunen van gemeenten bij toezicht en handhaving. Om gemeenten beter in staat te stellen het toezicht en handhaving op de sector uit te voeren wordt op zeer korte termijn het Wetsvoorstel gemeentelijk toezicht seksbedrijven (Wgts) ingediend bij de Tweede Kamer. Hiermee kunnen gemeenten gegevens van sekswerkers verwerken voor het toezicht op en de handhaving van de sekswerkbranche.

Versterken rechtspositie sekswerkers

En het derde punt is dat het kabinet zich blijft inzetten voor het versterken van de rechtspositie van sekswerkers. We gaan met de betrokken partijen in gesprek hoe hier verder vervolg aan wordt gegeven, waarbij de resultaten van de evaluatie van de Aanpak versterking sociale en juridische positie sekswerkers worden meegenomen.

Verschil maken

Met bovenstaande stappen wordt er dus op verschillende vlakken ingezet op een veilige sekswerkbranche. Dit zijn maatregelen die gericht en effectief een verschil kunnen maken.


Kabinet informeert de Kamer over de aanpak antisemitisme

Antisemitisme is een diepgeworteld probleem in Nederland en neemt toe; het Joods leven staat onder druk. Het kabinet intensiveert daarom de aanpak ter bestrijding van antisemitisme, mede op basis van de aanbevelingen in het eindrapport van de Taskforce Antisemitismebestrijding ‘Gevangen in Vrijheden’. Met de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030 is voor de bestrijding van antisemitisme een noodzakelijk fundament gelegd.

De uitvoering van de strategie vindt plaats in nauwe samenwerking tussen de ministeries van Justitie en Veiligheid, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport, evenals met de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding. Het ministerie van Justitie en Veiligheid vervult daarbij een coördinerende rol.

Actualisatie en evaluatie

De strategie wordt jaarlijks geactualiseerd en een evaluatie van deze strategie wordt in 2027 verwacht. Het kabinet spreekt zijn waardering uit voor het werk van de Taskforce en blijft zich onverminderd inzetten voor de strijd tegen antisemitisme. De veiligheid van Joodse mensen gaat het kabinet aan het hart.

Antisemitisme in Nederland

Antisemitisme is in Nederland volop aanwezig en neemt toe. Het afgelopen jaar steeg het aantal geregistreerde incidenten opnieuw: van verbaal geweld en online haatberichten tot fysieke bedreigingen, aanslagen bij een synagoge en een Joodse school. Dit raakt Joodse Nederlanders direct. Zij mijden steeds vaker bepaalde plekken en verbergen hun identiteit. Dit blijkt ook uit het eindrapport van de Taskforce. De Taskforce kreeg de opdracht antisemitisme in Nederland te onderzoeken, waaronder de veiligheid van Joodse studenten in het hoger onderwijs, het weren van antisemitische sprekers op hogescholen en universiteiten en de veiligheidsconsequenties van de sit-ins op de NS-stations.

Aanpak antisemitisme

Het ministerie van Justitie en Veiligheid coördineert de aanpak van antisemitisme in Nederland. In de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030 worden door middel van drie pijlers brede maatregelen uitgerold die antisemitisme moeten aanpakken en de gevolgen ervan moeten beperken, waar die voorkomen. De pijlers zien op bescherming en handhaving, onderwijs en preventie, en herdenken en vieren.

Strafbaar

Bepaalde maatregelen uit de strategie zijn in het afgelopen jaar ingevoerd. Zo kan sinds 1 juli 2025 een straf met maximaal een derde worden verhoogd als een strafbaar feit wordt begaan met een antisemitisch motief en is het ontkennen van de Holocaust strafbaar. Verder wordt het Expertisecentrum Aanpak Discriminatie Politie structureel gefinancierd om de politie de juiste handvaten te geven om antisemitisme beter te herkennen en is het ontkennen van de Holocaust sinds 2024 strafbaar. Ook stelt het kabinet middelen beschikbaar voor het beveiligen van instellingen, evenementen en Joodse scholen.

Versterken en zichtbaar maken

De inzet van het kabinet richt zich niet alleen op het bestrijden en handhaven van antisemitisme, maar ook op het versterken, zichtbaar maken en vieren van het Joodse leven in Nederland, onder meer via de ontwikkeling van een Nationaal Plan Joods Leven.

Veiligheid joodse studenten en medewerkers

Het grootste deel van de aanbevelingen van de Taskforce Antisemitismebestrijding is gericht aan hogescholen en universiteiten. Het ministerie van OCW roept de instellingen dan ook op om serieus aan de slag te gaan met die aanbevelingen. En om voor de Joodse minderheid op te komen en op te treden tegen personen of omstandigheden die een onveilige werk- en leeromgeving creëren. Er is ruimte voor verbetering in de afstemming tussen onderwijsinstellingen en de lokale veiligheidsdriehoek bij incidenten en veiligheidskwesties.

Het gesprek

Daarom faciliteert het ministerie het gesprek tussen instellingen, burgemeesters, OM en politie. Daarnaast komt er € 350.000 beschikbaar voor joodse (studenten)initiatieven om de sociale infrastructuur van Joodse studenten en medewerkers te versterken. Dit bedrag bestaat naast het geld dat onderwijsinstellingen al kunnen gebruiken voor de verbetering van sociale veiligheid, waar joodse studenten en medewerkers uiteraard ook onder vallen. Dit gaat om jaarlijks € 4 miljoen (t/m 2031) en een subsidieregeling van jaarlijks € 4,5 miljoen (t/m 2027).

Bewustwording op scholen

Scholen moeten een vrije en veilige plek zijn. Daar leren jongeren respect te hebben voor elkaar, wat je afkomst ook is. Ook leren ze breed over religies, waaronder over het Jodendom, en over de Holocaust. Het kabinet ondersteunt docenten bij het lesgeven, via bijvoorbeeld trainingen over het voeren van schurende gesprekken. Sinds dit jaar is er voor middelbare scholen structureel € 750.000 extra beschikbaar om activiteiten te organiseren over de Holocaust. Hiervan kunnen zij met hun leerlingen bijvoorbeeld musea en voorstellingen bezoeken of gastlessen en workshops in de klas organiseren. Ook voor basisscholen en het speciaal onderwijs wordt een passend aan.


Kabinet neemt maatregelen tegen illegale vapes

Er komen maatregelen om de verkoop en het gebruik van illegale vapes te verminderen. Hierover informeert het kabinet de Tweede Kamer. Met als doel: minder dealers en winkels die illegale vapes verkopen en daarmee minder jongeren die vapen.

Nieuw onderzoek

Nieuw onderzoek concludeert dat 87% van de vapende mensen vapes rookt die onderdeel zijn van de illegale markt. Dit onderzoek naar illegale handelsstromen in vapes is uitgevoerd in opdracht van het vorige kabinet, als onderdeel van het Actieplan tegen vapen. De maatregelen komen bovenop al bestaande wet- en regelgeving, die bijvoorbeeld vapes met smaakjes anders dan tabak of met een te hoog nicotinegehalte verbiedt, net als het verkopen van vapes en tabak in supermarkten en horeca.

Negatieve gevolgen

Minister Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: “Heel veel jongeren vapen en dat heeft enorm negatieve gevolgen voor hun gezondheid. Ik hoor over klaplongen en andere levensgevaarlijke longproblemen. Ook is er steeds meer bewijs over de relatie tussen vapen en kanker. Daarom hebben we bepaalde vapes verboden. Er is echter een grote illegale markt. 87% van de vapende mensen gebruikt verboden vapes, bijvoorbeeld met te veel nicotine of aantrekkelijke fruitsmaakjes, of heeft de vapes gekocht op verboden plekken. De huidige wet- en regelgeving is duidelijk onvoldoende. Daarom ga ik handhaving en toezicht versterken en zorgen dat illegale vapes makkelijker in beslag kunnen worden genomen en de boetes voor dealers en verkopers verhogen. Op die manier zorgen we ervoor dat minder jongeren door te vapen hun gezondheid in gevaar brengen.”

Toezicht versterken en boetes omhoog

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt toezicht op de illegale markt van vapes. Minister Hermans gaat de handhavingsbevoegdheden versterken, zodat de NVWA sneller en beter kan optreden tegen illegale verkoop van vapes waarmee de pakkans voor dealers wordt vergroot. Nu is alleen het verhandelen van illegale vapes verboden, niet het bezit ervan. Hierdoor kan de NVWA pas illegale vapes in beslag nemen nadat is aangetoond dat ze in de handel worden gebracht. Om ervoor te zorgen dat de NVWA eerder kan ingrijpen, werkt minister Hermans aan een wetswijziging waarbij ook het in voorraad hebben van illegale vapes verboden wordt. Bovendien gaat de minister de maximumboetes verhogen, zodat de boetes de dealers meer afschrikken om illegale vapes te verkopen.

Minder verleiding voor jongeren om te starten met vapen

Minister Hermans vindt dat illegale vapes te makkelijk verkrijgbaar zijn, onder andere via sociale mediaplatforms. Daarom bekijkt de minister hoe de NVWA kan worden versterkt met kennis en bevoegdheden om gerichter op te kunnen treden tegen online verkoop van illegale vapes. Zo worden illegale vapes minder makkelijk verkrijgbaar voor jongeren en hoopt het kabinet dat minder jongeren gaan vapen.

Onderzoeksresultaten

  • 87 % van de vapepopulatie blijkt gebruik te maken van illegale vapes en/of van vapes die via een illegaal verkoopkanaal zijn verstrekt.
  • De productie en export van vapes vindt voornamelijk plaats in en vanuit China.
  • De verkoop van vapes komt voor in fysieke winkels in Nederland, webshops en fysieke winkels in het buitenland, maar ook via sociale media en dealers (voornamelijk onder jongeren).
  • In het onderzoek worden verschillende actoren in de vapehandel onderscheiden. Voorbeelden zijn de onderaannemer en kwetsbare dealer. Er is sprake van een handelsketen die zichzelf in stand houdt.
  • Uit het onderzoek blijkt dat actoren in de illegale vapehandel soms ook betrokken kunnen zijn bij andere vormen van criminaliteit.

Bron: Berger, E., Derksen, E., Dinnissen, C., & van Esseveldt, J. (2026). Donkere wolken. Een eerste verkenning van illegale vapehandel in Nederland. Bureau Beke.


Kabinet versterkt aanpak ernstige verstoringen openbare orde met nieuwe politiebevoegdheden

Het kabinet geeft de politie meer bevoegdheden om (mogelijke) ernstige verstoringen van de openbare orde te voorkomen. Daarmee heeft de ministerraad ingestemd op voorstel van minister Van Weel van Justitie en Veiligheid. Met het wetsvoorstel Wet gegevensvergaring openbare orde verbetert het kabinet de informatiepositie van de politie en de burgemeester. Het wetsvoorstel gaat nu naar de Raad van State voor advies.

Minister Van Weel: “Ernstige verstoringen van de openbare orde worden steeds vaker aangejaagd en georganiseerd via sociale media en andere online platforms. Het is daarom essentieel dat de politie online informatie mag vergaren om tijdig te kunnen ingrijpen, hiermee doet het kabinet een stap voorwaarts in het versterken van het gezag op straat.”

De nieuwe bevoegdheden

Het wetsvoorstel geeft de politie 2 extra bevoegdheden om online gegevens te verzamelen uit publiek toegankelijke bronnen. Het gaat om het verzamelen van persoonsgegevens uit het openbare deel van het internet en online gegevens verzamelen van personen en hun openbare accounts. Van deze personen moet het vermoeden bestaan dat zij een belangrijke rol spelen bij een (mogelijk) ernstige verstoring van de openbare orde. Zo kan de politie bij aanwijzingen dat rellen dreigen uit te breken, denk bijvoorbeeld aan de Malieveldrellen van afgelopen september of de rellen op de boulevard van Scheveningen vorig jaar in mei, de noodzakelijke gegevens online verzamelen om tijdig in te grijpen en de verstoring te voorkomen of te stoppen. De politie oefent deze bevoegdheden uit onder gezag en verantwoordelijkheid van de burgemeester.

Waarborgen

Het wetsvoorstel bevat stevige waarborgen omdat het een grote impact kan hebben op de levenssfeer van mensen. De burgemeester heeft voor de inzet van de bevoegdheden een machtiging nodig van de rechter-commissaris. Daarnaast geldt een strikt regime voor de verwerking van de verzamelde persoonsgegevens.