Nieuw wetsvoorstel en alternatieve huisvesting statushouders
Het kabinet werkt aan een nieuw wetsvoorstel dat de positie van statushouders op de sociale huurmarkt gelijkstelt aan overige woningzoekenden. Verder maakt het kabinet met gemeenten en andere betrokken partijen in een convenant afspraken over het snel ontwikkelen van flexibele woonlocaties voor statushouders, als alternatief voor het gebruik van sociale huurwoningen. Zodra deze alternatieve huisvesting er in voldoende mate is, zal voorrang voor statushouders in sociale huurwoningen niet langer wettelijk mogelijk zijn, zoals is afgesproken in het coalitieakkoord. Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) heeft de Tweede Kamer hier vandaag over geïnformeerd.
Dit betekent dat het kabinet het wetsvoorstel intrekt dat door het vorige kabinet naar de Tweede Kamer werd gestuurd over het schrappen van voorrang voor statushouders. Het kabinet werkt een nieuw, uitvoerbaar wetsvoorstel uit in samenwerking met gemeenten en andere maatschappelijke partners. Hierbij wordt tegemoetgekomen aan de reacties van de Raad van State, gemeenten en andere betrokken partijen over de uitvoerbaarheid van het eerdere wetsvoorstel voor een verbod op voorrang voor statushouders. Het kabinet wil hiermee de druk op de sociale woningvoorraad verminderen, met alternatieven voor statushouders en voldoende uitstroom uit de asielopvang.
Wachtlijst
“Voorrang voor statushouders bij sociale huur knelt steeds meer, omdat andere woningzoekenden te lang op een wachtlijst staan”, zegt minister Boekholt-O’Sullivan. “Daarom wil ik ervoor zorgen dat woningzoekenden meer kans krijgen op een sociale huurwoning en tegelijkertijd zorgen voor alternatieve huisvesting voor statushouders. Mijn doel is om een nieuw, uitvoerbaar wetsvoorstel te maken en snel alternatieve huisvesting te realiseren waar statushouders, Oekraïners en andere woningzoekenden terechtkunnen.”
Aanjaagteam
Minister Boekholt-O’Sullivan wil succesvolle initiatieven in het land opschalen. Zo zijn verschillende gemeenten al aan de slag met alternatieve huisvesting, zoals flexwoningen. Ook woningdelen kan een oplossing zijn. Hierdoor zijn minder woningen nodig voor huisvesting van statushouders, wat de wachttijd voor sociale huurwoningen vermindert. De minister heeft een aanjaagteam aangesteld dat deze goede voorbeelden in kaart brengt en gemeenten helpt als de huisvesting nog moeizaam verloopt.
Convenant
Doel is om voor de zomer een concept convenant met afspraken te hebben. De wettelijke verankering van deze afspraken volgt in het wetsvoorstel. Het vervangende wetsvoorstel zal dit jaar nog in internetconsultatie gaan.
Kabinet zet in op verder opschalen van aanvullende schaderoutes
De 1e groep gedupeerde ouders met aanvullende schade heeft de nieuwe MijnHerstel route doorlopen. Sinds de start van MijnHerstel afgelopen december hebben ruim 1000 ouders ervoor gekozen hun aanvullende schade vergoed te krijgen via deze route. Inmiddels hebben ruim 50 ouders hun aanvraag afgerond. De komende tijd zet het kabinet in op het verder opschalen en verbeteren van de aanvullende schaderoutes.
Alle ouders in de toeslagenaffaire hebben inmiddels de uitkomst van hun integrale beoordeling ontvangen. Voor een groot deel van de ouders is daarmee het financiële herstel afgerond. Gemiddeld hebben de ouders ruim € 40.000 na de integrale beoordeling ontvangen. Ouders die meer schade hebben geleden dan tot nu toe vergoed, bijvoorbeeld door het verlies van een huis of een baan, kunnen gebruik maken van 2 routes voor aanvullende schade: MijnHerstel of de schaderoute van de Stichting Gelijkwaardig Herstel (SGH). Beide routes gaan uit van hetzelfde schadekader en worden afgesloten met een vaststellingsovereenkomst.
MijnHerstel
In MijnHerstel kunnen ouders, bij voorkeur met hulp van een advocaat of vertrouwenspersoon, een vergoeding voor aanvullende schade aanvragen. Zij kunnen de route op eigen tempo doorlopen en krijgen daarbij zowel persoonlijke als digitale ondersteuning. Sinds de start van de route zijn verschillende aanpassingen doorgevoerd om de gebruiksvriendelijkheid te verbeteren. Ook kunnen ouders sinds vorige maand via ouderorganisaties extra begeleiding krijgen van ervaringsdeskundigen en zij kunnen de route afronden met een herstelgesprek.
Aanmelden
Tot nu toe hebben ongeveer 19.000 ouders een aanvraag voor aanvullende schade ingediend, waarvan inmiddels 3300 ouders zijn gecompenseerd. Ouders kunnen zich tot en met 31 maart 2026 aanmelden voor aanvullende schade op het informatie- en aanmeldportaal. Zij hebben vervolgens nog 6 maanden de tijd om een keuze te maken tussen de SGH-route en MijnHerstel. De aanmeldtermijn geldt niet voor ouders die na 1 oktober 2025 hun integrale beoordeling hebben ontvangen of waarvan een beroep- of bezwaarbehandeling nog loopt. Nadat hun integrale beoordeling helemaal is afgerond hebben zij nog een half jaar de tijd om eventueel aanvullende schadevergoeding aan te vragen. Voor mensen in de wachtrij bij CWS geldt dat zij al zijn aangemeld. Voor ouders die zich bij SGH hebben gemeld zijn aanvullende afspraken gemaakt.
Individuele berekening
In een beperkt aantal gevallen sluit het forfaitaire kader mogelijk niet aan bij de situatie van een ouder. Dan gaat het om situaties waarbij aannemelijk kan worden gemaakt dat als gevolg van de terugvordering sprake is van hoge medische kosten of structureel inkomensverlies door bijvoorbeeld ziekte of beëindiging van een bedrijf. In die gevallen kan een ouder na het doorlopen van MijnHerstel of de SGH route vragen om een individuele berekening van de schade. Omdat bij de individuele berekening preciezer wordt gekeken naar de hoogte van schade en de causaliteit kan de uitkomst ook lager zijn dan de vergoeding via de MijnHerstel of SGH.
Commissie Werkelijk schade
Op dit moment staan nog ongeveer 9000 ouders in de wachtrij bij de commissie Werkelijke Schade (CWS). Omdat het nog 15 jaar zou duren voordat deze ouders geholpen worden, zijn zij gevraagd om een keuze te maken voor de route van SGH of MijnHerstel zodat ze sneller kunnen worden geholpen. Ouders die al in behandeling zijn bij CWS kunnen als zij dat willen de afhandeling van hun schade bij CWS afronden.
Financieel herstel
Ouders konden zich tot eind 2023 aanmelden voor de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. In totaal hebben zich 69.000 mensen gemeld, waarvan ruim 43.000 mensen zijn erkend als gedupeerde. Op dit moment hebben alle gedupeerde ouders een integrale beoordeling gehad. Dat betekent dat zij financieel gecompenseerd zijn voor onterechte terugvorderingen en dat zij een materiele en immateriële schadevergoeding hebben ontvangen. Ook zijn hun publieke schulden kwijtgescholden en private schulden aangepakt. Daarnaast kunnen ouders bij hun gemeente terecht voor brede ondersteuning. Er zijn, samen met ouders, al meer dan 20.000 plannen van aanpak opgesteld.
Wetsvoorstel Wet verbetering kroongetuigenregeling naar Raad van State
De ministerraad heeft op voorstel van minister Van Weel van Justitie en Veiligheid besloten het wetsvoorstel verbetering kroongetuigenregeling voor advies naar de Raad van State te sturen. De consultatie van het wetsvoorstel heeft enkele reacties van betrokken partners opgeleverd. Deze reacties zijn nu verwerkt. De regeling wordt verbreed en daarmee aantrekkelijker gemaakt voor verdachten van minder zware misdaden zodat zij makkelijker waardevolle informatie kunnen leveren over degenen die achter de schermen een grote rol vervullen. Hierdoor wordt het makkelijker om zware criminelen te vervolgen.
Minister Van Weel: ‘De kroongetuigenregeling was tot nu toe vooral aantrekkelijk voor zware criminelen. Maar in hun netwerk zitten ook genoeg kleinere criminelen die als kroongetuigen veel informatie kunnen geven over de grote jongens. Daarom verbreden we de regeling: met behulp van kleinere criminelen pakken we de grote straks sneller aan.’
De kroongetuige is een getuige die zelf verdachte of veroordeelde is. De kroongetuige kan op verzoek van de officier van justitie een verlaagde straf krijgen als hij verklaart over andere daders. Op dit moment kan de straf van een kroongetuige maximaal worden gehalveerd. Als de strafeis normaal gesproken maximaal zes jaar onvoorwaardelijk gevangenisstraf zou zijn, komen deze verdachten straks in aanmerking voor een hogere strafkorting als zij kroongetuige worden. De straf kan dan volledig worden omgezet in een voorwaardelijke gevangenisstraf.
Naar verwachting kan het wetsvoorstel deze zomer bij de Tweede Kamer worden ingediend. Het wetsvoorstel regelt bovendien dat in het Wetboek van Strafvordering de bijzondere zorgplicht van de Staat wordt vastgelegd. Deze zorgplicht wordt uitgewerkt in het nieuwe Besluit getuigenbescherming. Het herziene Besluit zal in een later stadium naar de Raad van State worden gezonden voor advies, nadat het wetsvoorstel is aangenomen in de Tweede Kamer.
Selectieve woningtoewijzing verlengd en uitgebreid in kwetsbare wijken Zaanstad
Minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) geeft de gemeente Zaanstad de komende 4 jaar toestemming om in 5 aangewezen wijken selectieve woningtoewijzing toe te passen. Dit gebeurt op grond van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp). In deze gebieden komen veel problemen op het gebied van wonen, leefomgeving, werkloosheid, armoede, gezondheid, onderwijs, veiligheid, georganiseerde en ondermijnende criminaliteit samen. Met deze wet kan een gemeente sturen op wie er in de aangewezen wijken kan komen wonen.
Zaanstad past de Wbmgp sinds 2018 actief toe in Poelenburg en Peldersveld. Dit gebied wordt uitgebreid met Kogerveldwijk, Rosmolenwijk, Hoornseveld en Zaandam-Zuid. Deze wijken zijn onderdeel van het Pact Zaandam Oost, een van de 20 gebieden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. De gemeente kan de instroom van woningzoekende huurders in een zwakke sociaaleconomische positie beperken. Daarnaast kunnen woningzoekenden met overlastgevend of crimineel gedrag worden geweerd in dit gebied.
Veilige en leefbare wijk
Minister Boekholt-O’Sullivan: “In ons land verdient iedereen het om in een veilige en leefbare wijk te wonen. In Zaandam-Oost voelen bewoners zich minder veilig dan in andere delen van de stad. Daarom is het goed dat de gemeente grip krijgt op wie er in die wijken mag komen wonen. Zo ontstaan er wijken waarin inwoners zich weer veilig en thuis kunnen voelen.”
Uitbreiden met (delen van) kwetsbare wijken
De inzet van de Wbmgp in Poelenburg en Peldersveld blijft op langere termijn nodig, blijkt uit een Zaanse evaluatie die voorafgaand aan de verlenging is uitgevoerd. Ook is uitbreiding met meer (delen van) wijken nodig om de ernstige leefbaarheidsproblematiek aan te pakken. Er staan relatief goedkope woningen in deze wijken die kwetsbare huurders aantrekken, terwijl meer draagkrachtige bewoners vertrekken. Tegelijk groeit het aantal arbeidsmigranten uit Oost-Europa wat extra druk legt op onderwijs, zorg en leefbaarheid. Toepassing van de Wbmgp stelt de gemeente en betrokken partners beter in staat om te investeren in gemengde wijken en perspectief te bieden aan de huidige bewoners.
Ondermijnende criminaliteit
Uit de cijfers blijkt dat in Zaandam-Oost minder mensen zich veilig voelen in hun buurt dan gemiddeld in Zaanstad. In Poelenburg is dit het laagst, namelijk 52%, oplopend tot 67% in Rosmolenwijk. In heel Zaanstad voelt 77% zich veilig. Ook is het aantal high impact-crimes in Zaandam-Oost groter dan in andere delen van Zaanstad. Jongeren in deze wijken hebben een hoger risico om in de drugscriminaliteit te belanden. Bijna de helft van de als hoog ingeschatte risicojongeren in Zaanstad woont in Zaandam-Oost (47%).
Weren van personen met overlastgevend en crimineel gedrag
Wethouder Wonen en Gebiedsontwikkeling Harrie van der Laan van de gemeente Zaanstad: “Wij zijn erg blij met deze uitbreiding van woningtoewijzing in Zaandam-Oost. We kunnen nu veel gerichter sturen op de instroom van mensen in deze wijken. Zo kunnen we bijvoorbeeld woningzoekenden met overlastgevend of crimineel gedrag weren. Dit helpt om het leefgenot en de leefbaarheid in deze buurten verder te verbeteren.”
Extra toezicht in Emmen om overlast door asielzoekers aan te pakken
De minister van Asiel en Migratie stelt extra middelen beschikbaar voor de versterking van toezicht en handhaving in de gemeente Emmen om overlast door asielzoekers tegen te gaan en bij te dragen aan een veilige en leefbare omgeving.
Aanleiding voor de extra inzet is de verhoogde handhavingsdruk in Emmen, mede door de nabijheid van het aanmeldcentrum in Ter Apel. De aanvullende middelen maken het mogelijk om de handhaving verder te versterken. Zo worden 6 extra buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s), een teamleider en 8 toezichthouders ingezet.
Minister Van den Brink: “Asielzoekers die overlast veroorzaken zijn zeer hinderlijk voor de gemeenschap. De gemeente Emmen heeft al langere tijd last van ongeregeldheden en dat is onverteerbaar voor bewoners. We ondersteunen de gemeente nu met extra toezicht en handhaving, zodat sneller kan worden opgetreden tegen overlast.”
Versterking toezicht en handhaving
De extra inzet bestaat uit 6 boa’s en een teamleider die zich richten op handhaving in het centrum van Emmen, het stationsgebied en in Nieuw-Weerdinge. Daarnaast worden 8 toezichthouders ingezet via straattoezichtteams. Deze teams zorgen voor extra zichtbaarheid op straat en kunnen bijdragen aan het voorkomen en aanpakken van overlast.
Organisatie en aansturing
De organisatie en aansturing van deze inzet ligt bij de gemeente Emmen. Ook kan de gemeente, net als nu, particuliere beveiliging blijven inzetten op locaties waar dat nodig is. De extra middelen worden voor een periode van 1 jaar verstrekt. Na 8 maanden vindt een evaluatie plaats om te bezien of bijsturing nodig is.
Minder jongeren in jeugdzorg: staatssecretaris Tielen (Jeugd) zet in op hulp dichtbij gezin
Te veel jongeren en hun gezinnen vragen om (professionele) jeugdzorg. Dat zet het stelsel onder druk en biedt niet iedere jongere passende hulp. Staatssecretaris Tielen (Jeugd) werkt aan een cultuuromslag: minder problematiseren, hulp dichter bij gezinnen en specialistische jeugdzorg alleen inzetten als dat echt nodig en effectief is. Daarom komt het kabinet met het wetsvoorstel Reikwijdte. De belangrijkste maatregel is de verplichting voor gemeenten om met een lokaal team hulp te bieden aan jongeren en gezinnen. De afgelopen periode zijn samen met gemeenten en andere betrokken partijen belangrijke stappen gezet in de uitwerking. Het wetsvoorstel maakt deel uit van een breed pakket aan (lopende) maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd van Rijk, gemeenten, professionals, jongeren en aanbieders.
Staatssecretaris Tielen (Jeugd, Preventie en Sport): “De ambitie is dat in 2028 niet meer één op de zeven, maar maximaal één op de tien jongeren gebruikmaakt van jeugdzorg. Daar is een cultuuromslag voor nodig waarbij we problemen zo dicht mogelijk bij jongeren en gezinnen oplossen en specialistische jeugdzorg alleen inzetten als dat echt nodig is en een oplossing kan bieden. Zo krijgen jongeren sneller passende hulp, gemeenten meer grip en wordt de jeugdzorg beter houdbaar voor de toekomst”.
Lokale teams die jongeren passend hulp bieden
Door problemen eerder aan te pakken, kan vaak specialistische jeugdzorg worden voorkomen. Daarom moet deze hulp aanwezig zijn in de buurt van jongeren en hun gezin. Het wetsvoorstel regelt dat iedere gemeente een lokaal team heeft waar inwoners op een laagdrempelige manier terecht kunnen, bijvoorbeeld op school of in de wijk. Dit team is het eerste aanspreekpunt voor jongeren en gezinnen, bijvoorbeeld voor vragen over de opvoeding en kan zelf hulp en ondersteuning bieden. Ook wordt onderzocht hoe de positie van deze teams, ten opzichte van andere verwijzers, versterkt kan worden bij het doorverwijzen naar jeugdzorg. Zo krijgen gemeenten meer grip op de instroom.
Passende hulp en betere samenwerking
Contact met leeftijdsgenoten die hetzelfde meemaken, verkleint eenzaamheid, vergroot het netwerk en daarmee de steun in de omgeving van jongeren. Dit heeft een positief effect. Daarom wordt wettelijk vastgelegd dat hulp in groepsverband voorrang heeft op individuele hulp, tenzij individuele hulp aantoonbaar effectiever of passender is.
Brede blik
Daarnaast wordt nog te vaak jeugdzorg aangeboden terwijl dit (de oorzaak van) het probleem niet aanpakt en het jongeren daardoor ook niet helpt. Het lokale team moet met een brede blik kijken wat er precies aan de hand is en ouders stimuleren onderliggende problemen aan te pakken. Het team werkt, waar nodig, samen met andere domeinen, zoals onderwijs en schuldhulpverlening.
Duidelijke afbakening van jeugdzorg
Het aantal vormen van hulp dat wordt geboden is de afgelopen jaren fors toegenomen. Daarom zijn duidelijke keuzes nodig. Het wordt mogelijk om wettelijk vast te leggen welke vormen van hulp niet onder de Jeugdwet vallen, bijvoorbeeld omdat zij niet effectief of zelfs schadelijk zijn. Ook worden afspraken verplicht over de duur, intensiteit en kosten van aanvullende jeugdzorg.
Kabinet maakt Nationale Dementiestrategie toekomstbestendig
Nederlanders worden steeds ouder en het aantal mensen met dementie neemt snel toe. In 2050 gaat het naar verwachting om ruim 610.000 mensen. Daarom is het belangrijk dat het kabinet blijft investeren in onderzoek naar de ziekte, goede ondersteuning en zorg, en een dementievriendelijke samenleving. Vanuit die noodzaak is de Nationale Dementiestrategie herzien en vernieuwd. Voor de uitvoering van de strategie is tussen 2026-2030 geld gereserveerd. In 2026 is dat € 23 miljoen.
Staatssecretaris Pouw-Verweij (Langdurige en Maatschappelijke Zorg): “Dementie heeft grote gevolgen voor het dagelijks leven van mensen: herinneringen vervagen, dingen die vanzelfsprekend waren worden lastig en de afhankelijkheid van anderen neemt toe. Toch stopt je leven niet als je de diagnose dementie krijgt. Veel mensen willen en kunnen nog midden in de maatschappij staan en betekenisvol meedoen. Die ruimte moeten we hen als maatschappij bieden. Ik ben blij dat het gelukt is om daar oog voor te hebben bij het actualiseren van de strategie.”
Stappen gezet
Met de uitvoering van de Nationale Dementiestrategie (2021-2030) is er de afgelopen jaren al veel bereikt. Er zijn stappen gezet om de samenleving dementievriendelijker te maken, om wetenschappelijk onderzoek naar dementie een impuls te geven en om zorg en ondersteuning beter op elkaar af te stemmen. Om de dementiestrategie toekomstbestendig te maken, is deze nu geactualiseerd en is er voor de komende 5 jaar geld beschikbaar gesteld in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO). De stem van mensen met dementie en hun naasten blijft onmisbaar. Daarom zijn zij betrokken bij de vernieuwing van de strategie en komt er een klankbordgroep waarin zij hun ervaringen en ideeën kunnen delen over de uitvoering. Ook gaan organisaties meer bestuurlijk samenwerken om de komende jaren extra stappen te zetten op onderstaande acties.
Preventieonderzoek en aandacht voor beeldvorming
De komende jaren wordt er geïnvesteerd in wetenschappelijk onderzoek naar oorzaken, preventie, (vroeg)diagnostiek en behandeling van symptomen van dementie. Omdat onderzoek steeds duidelijker laat zien dat preventie kan bijdragen aan het voorkomen of uitstellen van dementie, wordt hier extra geld voor vrijgemaakt. Er wordt extra aandacht besteed aan het feit dat mensen met dementie meer zijn dan hun diagnose en een betekenisvolle bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij.
Ondersteuning en zorg
Tot slot wordt ingezet op betere ondersteuning en zorg voor mensen met dementie, met specifieke aandacht voor jonge mensen met dementie, mensen met onbegrepen gedrag en mensen met een andere culturele achtergrond. Hiervoor wordt onder meer een basisfunctionaliteit dementie ontwikkeld, zoals is afgesproken in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) en wordt de Zorgstandaard Dementie geactualiseerd. Onderdeel daarvan is toekomstbestendig casemanagement, waarbij casemanagers al in de ‘niet-pluisfase’ ondersteuning en begeleiding bieden aan mensen met dementie en hun naasten.
Samenwerking
Bij de uitvoering van de Nationale Dementiestrategie wordt samengewerkt door de volgende organisaties:
- Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)
- Zorgverzekeraars Nederland (ZN)
- Alzheimer Nederland
- ActiZ
- GGD GHOR Nederland
- Sociaal Werk Nederland
- Dementie Netwerk Nederland (DNN)
- Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)
- Verenso en de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW)
- ZonMw, Zorgstandaard Dementie en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
€ 10 miljoen voor geldlessen op basis- en middelbare scholen en mbo’s
Om jongeren te leren omgaan met geld kunnen schoolbesturen vanaf vandaag subsidie aanvragen. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt € 10 miljoen beschikbaar voor onder meer geldlessen, financiële steunpunten voor leerlingen of hulp bij de financiële opvoeding.
Staatssecretaris Jurgen Nobel: “Jongeren worden met achteraf betalen steeds vaker verleid om geld uit te geven dat ze niet hebben. Met goede financiële lessen leer je bewuster omgaan met geld en schulden voorkomen. Kinderen ontwikkelen al op jonge leeftijd gewoontes die de basis leggen voor hun verdere leven, ook financieel. Het is dus echt: jong geleerd, oud gedaan.”
Moeite met rondkomen
Uit cijfers van het Nibud over 2024 blijkt dat 40% van de 18- tot 30-jarigen moeite heeft met rondkomen. 3% van de jongeren tussen 16 en 25 jaar heeft problematische schulden, wijzen cijfers van het CBS uit. Van de jongvolwassenen geldt dat zelfs voor ruim 20%.
Risico op betalingsachterstanden
Met de opkomst van digitale ontwikkelingen, zoals achteraf betalen, groeit het risico op betalingsachterstanden. In 2023 deden minderjarigen 600.000 ‘Buy now, Pay later’-transacties. Een deel daarvan kreeg te maken met aanmaningskosten of een incassobureau.
Subsidie aanvragen
Met de subsidie kunnen scholen hun leerlingen en studenten klaarstomen om verstandig om te gaan met geld. Het is de 4e keer dat scholen de subsidie kunnen aanvragen. In de afgelopen 3 jaar kregen ruim 200 schoolbesturen een bedrag toegekend.
Financiële educatie
Scholen gebruiken het geld om financiële educatie binnen bestaande vakken, zoals rekenen of economie, een plek te geven. In het voortgezet onderwijs en mbo is er hulp voor leerlingen en studenten, bijvoorbeeld bij het aanvragen van toeslagen als ze 18 worden. En op andere scholen kunnen scholieren financieel advies krijgen op speciale spreekuren. Diverse basisscholen ondersteunen ouders bij de financiële opvoeding van hun kinderen, bijvoorbeeld met workshops.
Taskforce: “Kom actiever op voor de Joodse gemeenschap”
Veel Joodse studenten en medewerkers ervaren – ondanks inspanningen na oktober 2023 – nog steeds onveiligheid in het hoger onderwijs. Op treinstations leiden de protesten – in mindere mate – tot algemene veiligheidsproblemen. Tot die conclusies komt de Taskforce Antisemitismebestrijding in haar rapport ‘Gevangen in Vrijheden’ met daarin 11 voorstellen om de veiligheid te verhogen.
Jaap Smit, voorzitter van de Taskforce: “Het recht om te demonstreren is een groot goed, ook tegen het beleid van Israël. Dit mag echter niet ten koste gaan van onze algemene veiligheid en die van de Joodse gemeenschap in het bijzonder. Hier was te weinig oog voor. Wanneer de sociale en fysieke veiligheid in het gedrang komen en juridische en maatschappelijke grenzen overschreden worden dan dient adequaat opgetreden te worden binnen de grenzen van de wet.”
Opdracht Taskforce
De Taskforce Antisemitismebestrijding, bestaande uit 10 leden, is ingesteld door het kabinet. Met de opdracht om te komen met voorstellen gericht op de veiligheid van Joodse studenten in het hoger onderwijs en de algemene veiligheid op stations rondom sit-in demonstraties. Hiervoor zijn de gebeurtenissen op die locaties vanaf oktober 2023 geanalyseerd en ondernomen maatregelen in kaart gebracht. De Taskforce sprak hiervoor met meer dan 120 betrokkenen, waaronder actievoerders, experts, ervaringsdeskundigen en bestuurders.
Sociale veiligheid in het hoger onderwijs niet afdoende
De Taskforce constateert dat de sociale veiligheid voor Joden in het hoger onderwijs – ondanks inspanningen – nog niet op afdoende niveau is. Hoewel het merendeel van de protestactiviteiten vreedzaam verloopt, hebben Joodse studenten en medewerkers veelvuldig te maken met incidenten, pesterijen en intimidaties. Een deel van hen verstopt de Joodse identiteit of blijft weg van de campus. Ook andere studenten en medewerkers komen in de knel en onderwijsactiviteiten worden belemmerd.
Complexe dilemma’s
In deze gepolariseerde tijd heeft de Taskforce waardering voor bestuurders en veiligheidsfunctionarissen. Dagelijks staan zij – met risico’s voor hun eigen veiligheid – voor complexe dilemma’s. Bijvoorbeeld, wat te doen bij een langdurige bezetting? Als je ingrijpt, gooi je dan olie op het vuur, of blus je sneller de brand?
Handelingsmogelijkheden
De Taskforce constateert dat er binnen de wet meer handelingsmogelijkheden zijn dan in eerste instantie werd gedacht. Hier vallen lessen uit te trekken. Zo kunnen kwetsende teksten sneller worden verwijderd. Daarnaast beveelt de Taskforce aan om actiever te handhaven bij grensoverschrijdend gedrag: treed op en spreek je uit! De Taskforce stelt ook voor om de sociale veiligheid te versterken, bijvoorbeeld door trainingen. De samenwerking tussen hoger onderwijsbestuurders en de lokale driehoek (burgemeester, politie en het Openbaar Ministerie) is cruciaal gebleken. Blijf in die samenwerking investeren, ook in rustigere tijden.
Enkele algemene veiligheidsproblemen op treinstations
Op meer dan 40 treinstations waren in de afgelopen 2 jaar sit-in demonstraties tegen het beleid van de staat Israël. Deze acties – een nieuw fenomeen – leiden ondanks hun vreedzame karakter tot enkele algemene veiligheidsproblemen. Zo waren er een aantal maal gelijktijdige sit-in demonstraties op 35 stations en waren er sit-ins met meer dan 1000 deelnemers en veel lawaai (slaan op potten en pannen). Dit zorgt voor risico’s voor de handhavingscapaciteit, voor gezondheid (tijdelijke gehoorschade) en in het geval van een calamiteit. Los van de sit-ins waren er enkele grensoverschrijdende protesten in Den Haag en Amsterdam waarbij demonstranten het spoor betraden met verstoring van de openbare orde. De Taskforce stelt voor dat er binnen het demonstratierecht goede afspraken gemaakt worden tussen de lokale driehoek als bevoegd gezag en de spoorsector (ProRail, NS en andere treinvervoerders) over het ordentelijk laten verlopen van protesten.
Fundamentele discussie over semipublieke locaties als podium voor protest
Demonstranten hebben treinstations en campussen (her)ontdekt als podium. Voor eigenaren en gebruikers van deze semipublieke locaties is het niet altijd duidelijk wat exact de regels zijn. De Taskforce beveelt het kabinet, de VNG en specialisten aan om de fundamentele maatschappelijke discussie hierover te intensiveren. Wat kan waar en wat kan niet, als het gaat om demonstraties op semipublieke locaties, passend binnen de grenzen van het demonstratierecht? Deze aanbeveling moet ook gezien worden in het licht van de bredere verharding van het actieklimaat, zoals bij protesten over stikstof, migratie, corona en klimaat.
Investeer in kennis over het Joodse leven en over antisemitisme
De Taskforce stelt voor om te blijven investeren in de kennis over het Joodse leven en over antisemitisme. Het aantal algemene meldingen en aangiften van antisemitisme bij de politie steeg fors, van 549 in 2022 naar 880 in 2023 en ook in 2024. Bij de protestacties op campussen en treinstations werd zelden strafbaar antisemitisme door het OM gesignaleerd. Wel lijkt er geregeld sprake te zijn van verhuld antisemitisme, met name via antizionistische uitingen die als hondenfluitje kunnen dienen. Naast de aandacht voor de kwetsbare positie van Joden, vragen wij als Taskforce om steun voor bestuurders en veiligheidsfunctionarissen. Zij komen vaak als eerste in de spreekwoordelijke vuurlinie als zij zich uitspreken of optreden tegen antisemitisme.
Samenleving
Jaap Smit: “Joden mogen niet individueel of collectief verantwoordelijk worden gehouden voor de acties van de staat Israël. Daarnaast moeten wij te allen tijde waakzaam zijn voor opkomend antisemitisme als kanarie in de kolenmijn voor verval in onze maatschappij. Als samenleving horen wij ons uit te blijven spreken tegen antisemitisme.”
Nieuwe campagne maakt onzichtbare mantelzorg zichtbaar
Mantelzorgers verdienen het om gezien te worden. Overal in Nederland zorgen mensen – vaak onbetaald en bovenop werk, gezin en andere verplichtingen – voor een familielid, vriend of buur. Hun inzet blijft vaak onzichtbaar, terwijl zij met hun zorg de reguliere zorg enorm ontlasten. Met de campagne ‘ZIEN dat zij er voor iemand ZIJN’ vraagt het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en MantelzorgNL aandacht voor deze onmisbare groep.
Staatssecretaris Pouw-Verweij (VWS): “Mantelzorgers zijn van onschatbare waarde. Maar de druk op mantelzorgers neemt toe, daar zijn we ons goed van bewust. Dat vraagt iets van ons als overheid. We moeten overbelasting voorkomen, mantelzorgers zo goed mogelijk ondersteunen en de combinatie met werk makkelijker maken. Maar ook familieleden, vrienden, werkgever en zorgverleners kunnen onderdeel zijn van het op de been houden van die o zo belangrijke mantelzorger. Waardering, juist uit die hoek, is ontzettend betekenisvol. Dat staat centraal in deze campagne.”
Liefde en betrokkenheid
Mantelzorgers verlenen zorg uit liefde en betrokkenheid, niet omdat het moet. Maar dat betekent niet dat het altijd vanzelf gaat. Mantelzorg komt bovenop andere verantwoordelijkheden en kan fysiek en mentaal zwaar zijn. Toch vragen mantelzorgers zelf niet snel om hulp of waardering. Juist daarom is het zo belangrijk dat hun sociale omgeving laat zien dat ze hen zien, waarderen en steunen.
Waardering
De kernboodschap van de campagne is dat waardering voor mantelzorgers niet groots of ingewikkeld hoeft te zijn. Een beetje steun – praktisch, emotioneel of mentaal – maakt al een wereld van verschil. Denk aan een keer de boodschappen doen, op de kinderen passen, een maaltijd brengen of gewoon een luisterend oor bieden. Met zulke kleine gebaren laat je voelen: jij staat er niet alleen voor.
Echte verhalen van zes mantelzorgers
In de campagne staan 6 mantelzorgers centraal, ieder met een eigen verhaal, vragen en emoties. Zo is er onder andere aandacht voor een alleenstaande moeder die intensieve zorg verleent, een dochter die zorgt voor haar moeder met een vroeg stadium van Alzheimer, een jonge mantelzorger die school combineert met de zorg voor zijn broertje, en een partner die werk en mantelzorg probeert te balanceren. Hun verhalen laten zien hoe divers mantelzorg is – maar ook hoe belangrijk herkenning en waardering zijn. Via onlinevideo, social media en campagnematerialen komen we dicht bij de leefwereld van mantelzorgers én hun omgeving. Zo nodigen we mensen uit om stil te staan bij wie er in hun buurt, familie of vriendenkring voor iemand zorgt – en wat zij zelf kunnen doen.
‘ZIEN dat zij er voor iemand ZIJN’
Met ‘ZIEN dat zij er voor iemand ZIJN’ wil het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dat mantelzorgers zich meer gezien, gesteund en gewaardeerd voelen. De campagne laat zien hoeveel zij betekenen voor de mensen voor wie ze zorgen én voor de samenleving als geheel. De oproep aan iedereen is: kijk om je heen, herken mantelzorgers in jouw omgeving en laat merken dat je ziet wat zij doen.
Toolkit voor organisaties en professionals
Betrokken stakeholders, organisaties, gemeenten en professionals die de boodschap van de campagne willen uitdragen, kunnen gebruikmaken van een toolkit met communicatiemiddelen. Deze bevat onder andere beeldmateriaal, teksten en verwijzingen naar de verhalen van de 6 mantelzorgers. Zo kan de campagne eenvoudig worden gedeeld via lokale en (online) kanalen. De campagne is een initiatief van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in samenwerking met MantelzorgNL, Alzheimer Nederland, JMZ Pro, Sociaal Werk Nederland, Strategische Alliantie Jonge Mantelzorg, Actiz, Vilans en Zorgverzekeraars Nederland. Noise Amsterdam heeft dit project op basis van een aanbesteding gewonnen, uitgevoerd en blijft voor de jaren 2026 en 2027 als bureau hieraan verbonden.



