Straffer strafrechtelijke aanpak tegen georganiseerde misdaad

De strafrechtelijke aanpak van de georganiseerde misdaad wordt aangescherpt in de strijd tegen nietsontziende criminelen die onze vrije samenleving bedreigen met geweld en intimidatie. De aanpak van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit is breed, met veel aandacht voor preventie en voorkomen. Maar ook straffere middelen zijn nodig om criminele machtsstructuren bloot te leggen, te doorbreken en te verslaan. Zo gaan de maximum straffen omhoog voor de zwaarste vormen van drugscriminaliteit. En de kroongetuigenregeling wordt met strakkere kaders verbeterd.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid schrijft vandaag aan de Tweede Kamer hieraan te werken. Hiermee reageert ze ook op het onderzoek ‘Hoofdlijnen van de bestrijding van maffiacriminaliteit in Italië – een verkennende studie voor het debat over de bestrijding van criminele samenwerkingsverbanden in Nederland’ van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) onder leiding van mr. dr. Laura Peters.

Steviger optreden waar grenzen worden overschreden

“Naïviteit kunnen we ons niet meer permitteren. Er wordt gesproken over Italiaanse toestanden, maar hier worden we dagelijks geconfronteerd met de verwoestende georganiseerde misdaad. Explosies in woonwijken, jongeren worden geronseld voor drugscriminaliteit, boeren onder druk gezet om hun schuren voor drugslabs te laten gebruiken, onze maatschappij en open economie worden gecorrumpeerd. En de mensen die criminelen dwarszitten – waaronder burgemeesters, rechters, advocaten en journalisten – kunnen niet zonder beveiliging door het leven. Willen we onze veilige rechtsstaat behouden, dan moeten we als samenleving een vuist vormen en stevig optreden waar grenzen worden overschreden”, aldus minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid.

Italiaanse maffia-aanpak

Italië heeft de afgelopen decennia helaas veel ervaring opgedaan in de aanpak van intimiderende en gewelddadige praktijken van maffiose criminele organisaties. Het keerpunt kwam circa dertig jaar geleden met de afschuwelijke moorden op de twee onderzoeksrechters; Falcone en Borsellino. Na deze schokkende gebeurtenissen veranderde iets fundamenteel. De samenleving keerde zich meer dan ooit tegen alles wat met de maffia te maken had en met grote voortvarendheid werden maatregelen genomen. Hoewel de kenmerkende elementen van de Italiaanse anti-maffia aanpak niet zonder meer (integraal) in Nederland kunnen worden toegepast, bieden deze wel inspiratie. 

Eensgezinde front

De belangrijkste les is volgens minister Yeşilgöz-Zegerius het eensgezinde front van de Italiaanse samenleving wat ervoor zorgt dat ze sterker is in de strijd tegen de georganiseerde misdaad. In de Nederlandse opsporing is al een verschuiving gaande van de focus op individuele kopstukken in de criminaliteit naar het gezamenlijk ontmantelen van criminele machtsstructuren met alle betrokken organisaties in de strafrechtketen. Daar wil de minister op doorpakken, door te investeren in de recherchecapaciteit en meer coördinatie op de aanpak van criminele machtsstructuren.

Crimineel vermogen afpakken

Daarnaast werkt Italië met verkorte procedures en wordt op crimineel vermogen effectief beslag gelegd. Hier wordt in Nederland ook aan gewerkt. Zo is een wettelijk kader in voorbereiding voor procesafspraken. Daarnaast verwacht minister Yeşilgöz-Zegerius later in 2023 een wetsvoorstel in te dienen bij de Tweede Kamer, waardoor confiscatie van vermogen zonder veroordeling mogelijk wordt als aannemelijk is dat goederen en geld afkomstig zijn uit een misdrijf. En recent is een eerste pilot gestart met maatschappelijk herbestemmen van afgepakt crimineel vermogen, waarmee een leerwerkplaats in een Schiedamse wijk voor plaatselijke jeugd is geopend.

Kroongetuigenregeling

De kroongetuigenregeling is een zwaar instrument dat terughoudend wordt toegepast. Het kan echter cruciaal zijn in de opsporing om zo de afscherming te doorbreken waarmee criminele netwerken zich omhullen en om informatie te achterhalen over de modus operandi van criminele machtsstructuren. Afspraken met kroongetuigen worden alleen gemaakt als dat verantwoord is uit oogpunt van hun veiligheid, hun omgeving en betrokken functionarissen. De komende periode wordt het instrument verbeterd.

Actieplan in werking gesteld

Om lessen uit het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar aanleiding van de moorden op de broer, toenmalige advocaat Derk Wiersum en vertrouwenspersoon Peter R. de Vries van de kroongetuige in het Marengo-proces, te kunnen toepassen voordat alle verbeteringen zijn doorgevoerd, heeft het Openbaar Ministerie een actieplan in werking gesteld. Daarbij zijn lopende en afgeronde kroongetuigentrajecten geanalyseerd en zijn acute verbeteringen doorgevoerd vooruitlopend op nieuwe wet- en regelgeving. Zo wordt vanaf het eerste moment dat met een potentiële kroongetuige wordt gesproken direct in kaart gebracht welke beschermingsmaatregelen nodig zijn.

Getuigenbeschermingsovereenkomst

Een getuigenbeschermingsovereenkomst met een crimineel is een zakelijke deal en daarbij horen strakke afspraken volgens minister Yeşilgöz-Zegerius. Hiervoor wil ze aan de voorkant met wet- en regelgeving een kader inrichten. Er wordt ook gekeken naar hoe dit in andere landen wettelijk is geregeld. Voor iedereen moet duidelijk zijn welke gestandaardiseerde afspraken er gelden. Als een kroongetuige zich gaandeweg niet aan de afspraken houdt, kan een kroongetuigendeal door de Staat eenzijdig ontbonden worden. Het kader dat wordt uitgewerkt, gaat over de te treffen beschermingsmaatregelen, de rechten en plichten van de Staat en die van de te beschermen personen en tegemoetkomingen voor levensonderhoud.

Onafhankelijke toets

Ook moet er naast de interne toetsing op de kroongetuigendeal rond een strafproces  een onafhankelijke toets komen op de getuigenbeschermingsovereenkomst. Er wordt nog onderzocht wie deze toets gaat uitvoeren. Er wordt gedacht aan een rechter-commissaris, een andere onafhankelijke rechter of een onafhankelijke commissie. Het doel is meer transparantie, maar dit  vergt grote zorgvuldigheid. De getuigenbeschermingsovereenkomst bevat immers zeer gevoelige informatie die, als deze breder bekend wordt, gevaar voor alle betrokkenen kan opleveren. Bij de uitwerking van de wet- en regelgeving zal de minister ook het onderzoek betrekken van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad hierover, dat voor het einde van dit jaar wordt verwacht.

Strafmaat zware drugsdelicten 

De afgelopen decennia is de georganiseerde misdaad enorm veranderd en verhard. Nederland heeft zich ontwikkeld tot een grote producent van synthetische drugs en doorvoerland van harddrugs. Drugs en crimineel vermogen gaan razendsnel over landsgrenzen. Nietsontziend geweld wordt gebruikt als iets de criminelen in de weg zit. Volgens minister Yeşilgöz-Zegerius is het bestraffen het sluitstuk, naast het opsporen en zoveel mogelijk oppakken van criminelen. Het zijn vooral de opsporingsdiensten die de harde klappen uitdelen in het oprollen van criminele netwerken dankzij het kraken van versleutelde communicatiediensten, zoals EncroChat, SkyECC en recent nog Exclu.

Strafmaxima verhoogd

Daarbij is van belang dat er voldoende mogelijkheden zijn om ook duidelijk normerend op te treden bij de zwaarste vormen van de georganiseerde misdaad. Om hier meer ruimte aan te geven, worden de strafmaxima voor zware drugsdelicten verhoogd: voor het aanwezig hebben van harddrugs van 6 naar 8 jaar, voor de handel en productie van harddrugs van 8 naar 12 jaar, voor de in- en uitvoer van harddrugs van 12 naar 16 jaar en voor het plegen van voorbereidingshandelingen ten behoeve van harddrugsdelicten van 6 naar 8 jaar. De verwachting is dat komend najaar het wetsvoorstel hiertoe in consultatie kan gaan.


Reactie minister Carola Schouten op eerste rapport Commissie sociaal minimum

Voor het eerst is er onderzoek gedaan naar de hoogte van het bedrag dat ten minste nodig is om van te leven en mee te doen, het zogenaamde sociaal minimum. Vandaag overhandigde de voorzitter van de commissie – hoogleraar Godfried Engbersen – het eerste rapport aan minister Carola Schouten (Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen). 

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Minister Schouten: “Dit is een belangrijk rapport. Wij willen dat iedereen in Nederland rond kan komen. Het bestaansminimum moet niet alleen kloppen op papier, maar ook in de dagelijkse praktijk van mensen. In de portemonnee, bij de kassa en aan het eind van de maand.”

Onderzoek sociaal minimum

Het kabinet heeft in het coalitieakkoord afgesproken om vanaf deze kabinetsperiode iedere vier jaar opnieuw te bekijken of het mogelijk is van het sociaal minimum te leven en mee te doen in de samenleving. Als eerste stap heeft het kabinet, mede naar aanleiding van een motie van Kamerlid Omtzigt, een onafhankelijke commissie gevraagd om dit te onderzoeken.

Systematiek sociaal minimum

In het tussenrapport staan aanbevelingen aan het kabinet over de hoogte van het sociaal minimum voor verschillende soorten huishoudens. In het eindrapport, dat in september wordt verwacht, gaat de commissie nader in op de systematiek van het sociaal minimum. Het kabinet zal dit najaar een inhoudelijke reactie geven op de rapporten.

Huidige stelsel sociale zekerheid te complex

De commissie adviseert het sociaal minimum aanzienlijk te verhogen. Ook stelt zij dat het huidige stelsel van sociale zekerheid te complex is, waardoor mensen lang niet altijd gebruik maken van regelingen die er voor hen zijn. De commissie wijst daarnaast op het feit dat een ontoereikend en onzeker inkomen kan leiden tot ernstige problemen, zoals stress en een slechtere gezondheid en daarmee ook tot hogere kosten voor de maatschappij.

Ambitie om armoede te verminderen

Minister Carola Schouten: “Als kabinet hebben wij de ambitie de armoede in Nederland fors te verminderen. Die opgave is een stuk lastiger geworden door de fors gestegen prijzen en tegelijkertijd is het bestrijden van armoede daardoor ook nog noodzakelijker geworden. De aanbevelingen van dit rapport betrekken we bij de besluitvorming voor volgend jaar. Daarnaast moeten we ook structureler kijken hoe we kunnen zorgen voor meer bestaanszekerheid. Daarvoor is een simpeler stelsel nodig dat meer zekerheden biedt, zodat mensen de weg weten te vinden naar de regelingen die er zijn. Ik kijk daarom uit naar het eindrapport van de commissie, waarin het aanbevelingen zal doen voor het verbeteren van het stelsel.”


Nieuwe wetten per 1 juli 2023

Per 1 juli 2023 treedt er nieuwe wetgeving in werking. Hieronder een overzicht van deze wetten op het terrein van Justitie en Veiligheid.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Wijziging van het Wetboek van Strafrecht i.v.m. de verhoging van het strafmaximum voor doodslag

Per 1 juli wordt de maximale gevangenisstraf voor doodslag verhoogd van 15 naar 25 jaar. In 2006 is met een amendement bij de Wet herijking wettelijke strafmaxima de maximumduur van de tijdelijke gevangenisstraf als alternatief voor de levenslange gevangenisstraf verhoogd van 20 naar 30 jaar, om het gat tussen deze straf en de levenslange gevangenisstraf te verkleinen. Daardoor is het strafmaximum op moord verhoogd naar 30 jaar. Door het maximum voor doodslag te verhogen naar 25 jaar, wordt de balans tussen doodslag en moord hersteld. Het verschil in de maximumstraf gaat weer 5 jaar bedragen, gelijk aan het oorspronkelijke verschil. Rechters krijgen hiermee bij zeer ernstige doodslagzaken meer ruimte om passend te straffen mochten zij dat nodig achten.

Strafbaarstelling van het bezit van instructief materiaal over het seksueel misbruiken van kinderen

Het Wetboek van Strafrecht wordt verruimd met een nieuwe strafbepaling die voorbereidingshandelingen met het oog op seksueel kindermisbruik zelfstandig strafbaar stelt. Met deze strafbaarstelling wordt het verspreiden, verwerven of in bezit hebben van een handleiding met tips en trucs voor het seksueel misbruiken van kinderen verboden. Er komt een gevangenisstraf van maximaal vier jaar op te staan.

Wetsvoorstel tegengaan huwelijkse gevangenschap

Bij het wetsvoorstel tegengaan huwelijkse gevangenschap wordt ervoor gezorgd dat de rechter bij een echtscheiding een regeling kan treffen waarmee een echtgenoot bevolen wordt mee te werken aan de ontbinding van een religieus huwelijk. Ook wordt in de wet vastgelegd dat huwelijkspartners in principe verplicht zijn om mee te werken aan de ontbinding van een religieus huwelijk als de andere partner daarom vraagt. Hiermee wil het kabinet huwelijksgevangenschap tegengaan.

Besluit ongerichte reclame kansspelen op afstand

Per 1 juli wordt ongerichte reclame voor online kansspelen verboden. Het verbod moet kwetsbare groepen, waaronder jongeren, beter beschermen tegen het risico op kansspelverslaving. Reclame voor online kansspelen die per 1 juli verboden is, zijn in het kort radio- en tv-commercials en billboards op straat. Onder strikte voorwaarden mag nog wel gerichte reclame op het internet getoond worden.

Besluit aanpassing wettelijke rente

Met ingang 1 juli wordt de wettelijke rente aangepast van 4% naar 6%. Wettelijke renteis een schadevergoeding voor het niet of te laat betalen van een geldvordering. Onbetaalde vorderingen mogen met wettelijke rente verhoogd worden. Burgers met vorderingen ontvangen wettelijke rente als schadevergoeding; burgers met schulden betalen wettelijke rente als schadevergoeding wegens niet-betalen. Op grond van de wet moet de hoogte van de wettelijke rente ieder half jaar worden beoordeeld op basis van de ECB-rente. Die is sinds de vorige verhoging meer dan 2% gestegen. Daarom stijgt de wettelijke rente nu ook met 2%.


Advocatuur onder toezicht van onafhankelijke landelijke toezichthouder

De advocatuur komt onder toezicht van één onafhankelijke landelijke toezichthouder. Minister voor Rechtsbescherming Franc Weerwind heeft zijn plannen voor deze landelijke toezichthouder aan de Tweede Kamer gestuurd. Op dit moment staat de advocatuur onder toezicht van de 11 dekens, advocaat-bestuurders van de lokale orde van advocaten. Minister Weerwind verplaatst deze toezichttaak naar een nieuw op te richten Onafhankelijke Toezichthouder Advocatuur (OTA). Deze toezichthouder zal toezicht uitoefenen en handhaven op alle in Nederland ingeschreven advocaten, onafhankelijk van zowel de overheid als de beroepsgroep.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Minister Weerwind: “Advocaten vervullen een onmisbare rol in onze rechtsstaat. Zij vormen een essentiële toegang tot het recht. Als samenleving moeten we erop kunnen vertrouwen dat advocaten deze bijzondere rol waarmaken, inclusief alle bijbehorende rechten en plichten. Daarom is het van belang om adequaat toezicht uit te oefenen op de advocatuur. De actualiteit maakt bovendien duidelijk dat de beroepsgroep onder hoge druk staat. Met de Onafhankelijke Toezichthouder Advocatuur komt er centraal en helder toezicht. In de organisatie van de toezichthouder is een zorgvuldige balans gevonden tussen onafhankelijkheid van de advocatuur en van de overheid, en inhoudelijke kennis van toezicht en advocatuur.”

Onafhankelijk van overheid

De toezichthouder krijgt een onafhankelijke positie ten opzichte van de overheid. Zo heeft de minister geen rol bij benoemingen, de vaststelling van de begroting en dagelijkse gang van zaken en zijn besluiten van de OTA niet vernietigbaar per Koninklijk Besluit. Het bestuur van de toezichthouder kan zelfstandig beslissen en beschikken over personeel, financiën, huisvesting en ICT. Daarbij krijgt de toezichthouder de mogelijkheid  een tuchtklacht in te dienen bij de tuchtrechter of een boete of last onder dwangsom op te leggen. Advocaten kunnen zich richting de toezichthouder niet beroepen op hun geheimhoudingsplicht, omdat de toezichthouder een soortgelijke geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht krijgt.

Onafhankelijk van advocatuur

De OTA wordt een orgaan van de publiekrechtelijke beroepsorganisatie de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) maar voert als toezichthouder zijn werk onafhankelijk van de advocatuur uit. Zo zal het bestuur van de toezichthouder bestaan uit 5 personen, waarvan de meerderheid van de bestuursleden én de voorzitter geen advocaat zijn. Deze bestuursleden zullen benoemd worden door een benoemingsadviescommissie, bestaande uit 1 vertegenwoordiger van de advocatuur, 1 vertegenwoordiger uit de wetenschap of het toezicht en 1 lid van een Hoog College van Staat. Het al bestaande College van Toezicht krijgt een andere rol en wijzigt van samenstelling. De algemeen deken maakt geen onderdeel meer uit van dit College. In plaats daarvan zal het College van Toezicht bestaan uit 3 door de Kroon benoemde leden. Dit College van Toezicht zal in het openbaar rapporteren over het beleid en de algemene gang van zaken van de OTA en de begroting voor de toezichthouder goedkeuren.

Meldpunt

De OTA krijgt 1 centraal meldpunt waar alle informatie, signalen en klachten over advocaten binnenkomen. De toezichthouder verwijst klachten door naar de lokale dekens voor verdere afhandeling. Wettelijk wordt geregeld dat de toezichthouder en lokale dekens ten behoeve van deze klachtbehandeling informatie met elkaar mogen uitwisselen. Naast de klachtbehandeling blijven de lokale dekens tevens voorzitter van de lokale orde van advocaten en vertrouwenspersoon. De deken blijft ook voorlichting geven aan advocaten.

Overgang naar nieuw toezicht

Bij het uitwerken van het vandaag aangekondigde voorstel heeft minister Weerwind advies gehad van 3 hoogleraren en gesprekken gevoerd met vele partijen, waaronder de NOvA en de lokale dekens, over hoe het toezicht versterkt kan worden. Minister Weerwind zal het voorstel spoedig verder uitwerken in wetgeving en is in gesprek met de advocatuur over de overgang naar het nieuwe toezicht.


Minister Weerwind versterkt de toegang tot het recht

Minister voor Rechtsbescherming Franc Weerwind neemt diverse maatregelen om de toegang tot het recht te versterken. De minister trekt geld uit om het gebruik van mediation, herstelrecht en geschillencommissies te stimuleren. Daarnaast worden de griffierechten verlaagd. De aangekondigde maatregelen zijn een aanvulling op bestaande initiatieven om de toegang tot het recht te versterken.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Een geschil of juridisch probleem kan iedereen overkomen. Levensgebeurtenissen, zoals het verbreken van een relatie, het verliezen van een baan of een conflict met de werkgever, maar ook alledaagse activiteiten, zoals het doen van aankopen, kennen vaak een juridisch aspect. Meestal levert het omgaan met die juridische dimensie geen problemen op. Wanneer er wel sprake is van een juridisch probleem of geschil, dan is het niet voor iedereen mogelijk om daar een goede oplossing voor te vinden. Dat wil minister Weerwind veranderen.

Laagdrempelig, duurzaam en passend oplossen

Minister Weerwind: “Iedereen moet een juridisch probleem of geschil laagdrempelig, duurzaam en passend kunnen oplossen. En dat gaat over zoveel meer dan de gang naar de rechter. Een passende oplossing kan ook gevonden worden met hulp van een mediator, door het treffen van een betalingsregeling of door het geschil voor te leggen aan een geschillencommissie. Daarom neem ik maatregelen om niet alleen de gang naar de rechter, maar ook de inzet van deze mogelijkheden te versterken.”

Concrete maatregelen

Om de toegang tot het recht te versterken neemt minister Weerwind bovenop lopende initiatieven aanvullende maatregelen. Deze maatregelen richten zich op het verbeteren van de beschikbaarheid van informatie, het toegankelijker maken van (juridisch) advies en ondersteuning en het verlagen van de drempel om een beslissing te krijgen van een neutrale instantie, zoals de rechter.

Informatie over veelvoorkomende juridische problemen

Informatie over oplossingen voor veelvoorkomende juridische problemen en geschillen moet bereikbaar, begrijpelijk en objectief moet zijn. Daarom wordt bijvoorbeeld de website van de Rijksoverheid aangepast. Om het gebruik van mediation te stimuleren is vanaf 1 maart, bij verwijzing vanuit de rechtspraak, de mediation de eerste tweeënhalf uur kosteloos. Deze startbijdrage zal twee jaar gelden en, als deze goed werkt, structureel worden. Daarnaast wil  minister Weerwind de inzet van herstelrecht vergroten, zodat slachtoffers en verdachten of veroordeelden vaker de gevolgen van een (mogelijk) strafbaar feit kunnen bespreken en herstellen. Hiervoor investeert minister Weerwind 1,2 miljoen euro extra.

Verlagen griffierechten

Een andere maatregel die minister Weerwind neemt is het verlagen van de griffierechten. Dit zijn kosten die iedereen betaalt die een zaak voor de rechter wil brengen. Deze tarieven worden voor de meeste zaken verlaagd met circa 13,5 procent ten opzichte van het prijspeil. Burgers en bedrijven kunnen hun geschil ook voorleggen aan een geschillencommissie. Dit is een laagdrempelige manier om geschillen op te lossen. De Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken speelt hierin een belangrijke rol. De subsidie aan deze organisatie zal structureel met 260.000 euro worden verhoogd.

Aanpak

Minister Weerwind heeft tal van partijen, zoals de Rechtspraak, vertegenwoordigers van de juridische beroepen en belangenorganisaties, geraadpleegd om knelpunten op te halen en in kaart te brengen welke maatregelen mogelijk zijn, in aanvulling op bestaande initiatieven om de toegang tot het recht te versterken. Daarnaast is een onderzoek uitgevoerd onder burgers en ondernemers die met juridische problemen te maken hebben gehad. Minister Weerwind geeft aan dat de aangekondigde maatregelen een eerste start zijn. Er zal, in samenwerking met partijen, blijvend gekeken worden of het mogelijk is de toegang tot het recht verder te versterken.


Maximaal 4 jaar gevangenisstraf voor bezit van pedohandboeken

Vanaf  1 juli 2023 is het verboden om in bezit te zijn van materiaal waarin instructies staan voor het seksueel misbruiken van kinderen. Het Wetboek van Strafrecht wordt verruimd met een nieuwe strafbepaling die voorbereidingshandelingen met het oog op seksueel kindermisbruik zelfstandig strafbaar stelt. Met deze strafbaarstelling wordt het verspreiden, verwerven of in bezit hebben van een handleiding met tips en trucs voor het seksueel misbruiken van kinderen verboden. Er komt een gevangenisstraf van maximaal 4 jaar op te staan.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Sinds enige tijd circuleert er op het zogeheten dark web van het internet instructief materiaal om kinderen seksueel te misbruiken. Ze beschrijven onder meer hoe men ‘op jacht’ kan gaan naar kinderen, een kind kan verleiden en het vertrouwen van een kind kan winnen. Zo’n handleiding brengt kinderen in gevaar, omdat het een voedingsbodem is voor de kindermisbruiker die zijn slag wil slaan.

Seksueel misbruik van kinderen is een van de meest verwoestende vormen van criminaliteit voor de slachtoffers en hun omgeving. Kinderen hebben recht op een veilige omgeving om op te groeien. Het is gruwelijk en onacceptabel dat mensen bezig zijn om adviezen te delen over hoe ze kinderen kunnen misbruiken. Misbruiksituaties – offline en online – moeten worden gestopt. Daarbij moeten we ook zoveel mogelijk voorkomen dat kinderen in een misbruiksituatie terechtkomen’’, aldus minister van Justitie en Veiligheid Yesilgöz-Zegerius. 

De minister vindt het daarom belangrijk dat meer in een vroeg stadium wordt opgetreden tegen potentiële kindermisbruikers. De nieuwe strafbepaling verruimt het instrumentarium voor vroegtijdig optreden.  


Overlast en criminaliteit houdt gelijke tred met aantal asielzoekers

Overlast en criminaliteit door asielzoekers is, net als het aantal bewoners in de opvang, in 2022 toegenomen. Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Er werden 8700 incidenten en 5700 misdrijven geregistreerd, waarvan de betrokkene op  een COA- of crisisnoodopvanglocatie verbleef.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

In 2022 verbleven 83.080 asielzoekers op een COA-locatie of in de crisisnoodopvang. Van deze groep was 7% betrokken bij een incident van verbale agressie (zoals schelden en dreigen), fysieke agressie (zoals slaan, schoppen, trappen), non-verbale agressie (zoals agressieve houding of gebaren), verbale suïcidedreiging of zelfdestructieve acties. Van de asielzoekers in de opvang werd 3% verdacht van een misdrijf. Nationaliteiten met relatief veel verdachten zijn Algerijns (44%), Marokkaans (33%) en Tunesisch (31%). Dit en meer concludeert het WODC in zijn rapport.

Staatssecretaris Eric van der Burg: “Met de toename van het aantal asielzoekers stijgen ook de overlast- en criminaliteitscijfers. Elk incident is onaanvaardbaar en er een te veel. We moeten samen met de organisaties in de asielketen en het OM de krachten bundelen en ervoor zorgen dat asielzoekers geen ruimte krijgen om zich te misdragen.”

Harde aanpak overlastgevers

Tegen asielzoekers die de gastvrijheid van Nederland misbruiken en voor overlast zorgen en/of zich crimineel gedragen, past een harde aanpak. Organisaties in de asielketen werken er hard aan om snel te beslissen op asielaanvragen van overlastgevers en om na een afwijzing te zorgen voor terugkeer naar het land van herkomst of overdracht naar de verantwoordelijke Dublinlidstaat.

Het Openbaar Ministerie hanteert voor asielzoekers die een misdrijf plegen een lik-op-stuk aanpak.  Daarmee is het voor de verdachte duidelijk dat het plegen van een misdrijf direct strafrechtelijke gevolgen heeft.Waar mogelijk wordt snelrecht of supersnelrecht toegepast. Het lokaal bestuur, de asielketen en de samenleving moeten erop kunnen vertrouwen dat misdrijven niet getolereerd worden.

Snel duidelijkheid geven op de asielaanvraag en verdachten snel voor de rechter brengen bij misdrijven, moeten ervoor zorgen dat potentiële overlastgevers ontmoedigd worden om nog naar Nederland te komen.

Voorkomen van overlast

De impact van overlastgevers op de omgeving is groot, daarom is het voorkomen ervan belangrijk. Bijvoorbeeld door toezichtteams op straat, zoals in de gemeenten Westerwolde, Cranendonck en Delfzijl en het faciliteren van gemeenten bij lokale initiatieven. Een gerichte aanpak blijft nodig om opvanglocaties veilig en leefbaar te houden voor zowel asielzoekers, medewerkers als omwonenden. Bijvoorbeeld door de inzet van het Ambulant Ondersteunings Team van het COA voor locaties waar overlast plaatsvindt en intensieve begeleiding van bewoners die (potentieel) overlastgevend gedrag vertonen door daarvoor opgeleide COA-medewerkers.

Meer inzicht in de drijfveren van overlastgevers helpt om effectiever in te zetten op preventie en maatregelen. Het onderzoek hiernaar wordt naar verwachting voor het einde van het jaar gepubliceerd.  


Uitleveringsverdrag met Marokko versterkt aanpak georganiseerde misdaad

Met een bilateraal verdrag voor uitlevering versterken Nederland en Marokko de gezamenlijke aanpak van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad. Minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid schrijft aan de Tweede Kamer dat er ambtelijk overeenstemming is bereikt over een uitleveringsverdrag. De tekst van het verdrag wordt komende maanden gereed gemaakt voor ondertekening. Naar verwachting kan het verdrag in het najaar worden ondertekend en ter goedkeuring aan de Tweede Kamer worden voorgelegd.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

“Georganiseerde misdaad gaat al onze grenzen over. Internationale drugscriminaliteit verlegt continu de smokkelroutes en crimineel vermogen wordt razendsnel in andere landen weggezet om uit handen van de opsporingsdiensten te blijven. Alleen door meer met andere landen samen te werken, kunnen we deze internationaal opererende criminele netwerken oprollen en kapot maken’’, aldus minister Yeşilgöz-Zegerius.

Door het bilaterale verdrag met Marokko wordt het aantal feiten waarop uitlevering tussen beide landen mogelijk is, verbreed en worden specifieke afspraken gemaakt over procedures, zodat meer en efficiëntere samenwerking mogelijk is. Ook na het aangaan van een bilateraal verdrag geldt dat elk verzoek voor uitlevering afzonderlijk wordt beoordeeld en getoetst op basis van wettelijke en verdragsrechtelijke kaders.


Hervormingsagenda over verbeteringen jeugdzorg definitief vastgesteld

De Hervormingsagenda Jeugd is definitief vastgesteld, ondertekend en aangeboden aan de Tweede Kamer en Eerste Kamer. Cliëntenorganisaties (MIND en Ieder(in)), professionals (Samenwerkende Beroepsverenigingen Jeugd), aanbieders (Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd), de gemeenten (VNG) en het Rijk hebben de afspraken over fundamentele verbetering van de jeugdzorg in de afgelopen weken voorgelegd aan hun achterban. Dat proces heeft geleid tot instemming van alle achterbannen. De definitieve vaststelling van de Hervormingsagenda Jeugd betekent dat alle partijen nu in volle vaart aan de slag gaan met de grootste hervorming van de jeugdzorg sinds 2015.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Snellere en betere hulp voor kinderen en gezinnen

De Hervormingsagenda Jeugd bevat een groot pakket afspraken om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. Er zal structureel worden geïnvesteerd in de landelijke kwaliteit en effectiviteit van jeugdhulp. Ook komt er een aanpassing van de Jeugdwet, waardoor duidelijker wordt waarvoor kinderen en ouders hulp kunnen krijgen. Gemeenten worden verplicht bepaalde specialistische zorg regionaal in te kopen om beschikbaarheid en continuïteit van zorg beter te organiseren. Er zal minder papierwerk en administratie nodig zijn, zodat medewerkers daar zo min mogelijk tijd aan kwijt zijn. Ook zullen wijkteams worden versterkt en moet betere samenwerking met bijvoorbeeld het onderwijs ervoor zorgen dat kinderen en jongeren meer met collectieve voorzieningen worden ondersteund. Uithuisplaatsingen willen we zoveel mogelijk voorkomen en terugdringen.

Aan de slag

De betrokken partijen gaan praktisch aan de slag met de uitvoering van alle afspraken in wisselende samenstellingen. Daarnaast zullen vertegenwoordigers van de cliëntenorganisaties, professionals, aanbieders, gemeenten en het Rijk elkaar regelmatig treffen in stuurgroepen en bestuurlijke overleggen om gezamenlijk de voortgang te volgen, bespreken en waar nodig aan te jagen. In ieder geval elk half jaar wordt aan de Tweede Kamer gerapporteerd over de voortgang. 

Betrokken organisaties

  • Cliëntenorganisaties: MIND en Ieder(in)
  • Professionals – Samenwerkende Beroepsverenigingen Jeugd: Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), Jeugdartsen Nederland (AJN), Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), Beroepsvereniging verzorgenden en verpleegkundigen Nederland (V&VN), Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK), Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW), Nederlandse Vereniging van pedagogen en Onderwijskundigen (NVO), de Beroepsvereniging voor kinder- en jongerenwerk (BVjong), Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen & psychotherapeuten (LVVP), Federatie Vaktherapeutische Beroepen (FVB)
  • Aanbieders – BGZJ: Jeugdzorg Nederland, de Nederlandse ggz en VGN
  • Nationale Jeugdraad (NJR)
  • Nederlands Jeugdinstituut (NJi)
  • Gemeenten: Vereniging Nederlandse Gemeenten
  • Rijk: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Werkbezoek bij RIEC Rotterdam dwingt respect af

Een rondrit in een geblindeerd busje over een bedrijventerrein in de polder. Dat was de creatieve vorm waarin het Regionale Informatie en Expertise Centrum (RIEC) Rotterdam het recente werkbezoek van minister Yesilgöz-Zegerius en beide staatssecretarissen van Financiën, Van Rij (Fiscaliteit en Belastingdienst) en De Vries (Toeslagen en Douane)had gegoten. De gekozen aanpak maakte indringend duidelijk wat er zich achter de gevels van op het oog doodgewone bedrijfspanden zoal kan afspelen aan vormen van ondermijnende criminaliteit. Moed, integraliteit, intensieve samenwerking en een goede gegevensdeling zijn essentieel voor een effectieve aanpak.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Dat de keuze voor een werkbezoek aan het RIEC was gevallen op de regio Rotterdam, lijkt niet verrassend. De haven – de grootste van Europa – biedt nu eenmaal faciliteiten die niet alleen aantrekkelijk en essentieel zijn voor de legale economie. Ook de illegale economie maakt er – waar mogelijk – gretig gebruik van. “Als RIEC Rotterdam richten wij ons vooral op de aanpak van drugstransporten en –handel, mensenhandel, vastgoedfraude en witwassen”, vertelde Reinie Melissant, burgemeester van Gorinchem en voorzitter van de Stuurgroep RIEC Rotterdam. “Het RIEC kun je zien als het antwoord van de overheid op de georganiseerde criminaliteit. Dat zie je terug in de intensieve samenwerking met tal van partners, zoals gemeenten, politie, OM, de Belastingdienst, de FIOD, de Douane – et cetera. Wij vormen voor hen een informatieknooppunt waar het gaat om casuïstiek en stellen integrale interventieadviezen op. Vaak betreft dat een mix van middelen uit het strafrechtelijke, bestuursrechtelijke en financiële instrumentarium. Waarbij we telkens heel goed en gericht kijken: wat is het scherpste mes om deze criminele organisatie mee te fileren?”

Stap naar voren

De genoemde vormen van ondermijnende criminaliteit doen zich niet alleen in (de gemeente) Rotterdam zelf voor. Ook de omringende kleinere gemeenten krijgen er in toenemende mate mee te maken. Burgemeester Pieter van de Stadt van Lansingerland, kan erover meepraten. Enkele jaren geleden speelde er in zijn gemeente een geruchtmakende zaak, ‘de Berkelse vergismoord’. Een man die zijn honden uitliet werd per abuis aangezien voor een drugsdealer verderop in dezelfde straat – en neergeschoten. Van de Stadt: “Wat op mij vooral veel indruk maakte, waren de woorden van de echtgenote van het slachtoffer. Zij was vooral boos op het beoogde doelwit. Als hij zich niet met de drugshandel had ingelaten, zou haar echtgenoot nog leven. Dat was voor mij het punt waarop ik besloot om de stap naar voren te zetten en me volop te gaan inzetten om de ondermijnende criminaliteit in Lansingerland te gaan aanpakken. Het geweld dat de drugswereld kenmerkt, leidt immers tot grote risico’s voor onschuldigen.”

Team ondermijning

Een moedige en belangrijke stap, maar voor een burgemeester van een middelgrote gemeente vaak ook een lastige. Van de Stadt: “Ik beschikte in die tijd over welgeteld twee medewerkers Openbare Orde en Veiligheid. Heel veel collega’s moeten het zelfs doen met maar één medewerker.” Wat volgde was de lastige taak om de gemeenteraad ervan te overtuigen dat ook een gemeente als Lansingerland te kampen heeft met vormen van ondermijnende criminaliteit, zonder dat je alles openlijk kan vertellen. En hoe belangrijk het is om als gemeente te kunnen beschikken over een eigen, goed toegerust team ondermijning. “Een forse investering”, weet Van de Stadt. “Denk bijvoorbeeld ook aan de beveiligingsmaatregelen die nodig zijn ter bescherming van de medewerkers van zo’n team. Uiteindelijk heeft de gemeenteraad veel geld beschikbaar gesteld. Als Lansingerland beschikken we nu over een team ondermijning van 6 man/vrouw sterk. Daar ben ik ongelooflijk blij mee! Wel zou ik het toejuichen als wij als burgemeesters voor dit soort middelen niet langer afhankelijk zouden zijn van de gemeenteraad. Je kunt moeilijk in het openbaar verantwoording afleggen over zaken waar je niet over mag spreken. Beter is het als gemeenten uit de centraal gereserveerde ondermijningsgelden een geoormerkte bijdrage krijgen voor het inrichten van de aanpak van ondermijning.”

Rondrit

Dat ook kleinere gemeenten te kampen kunnen hebben met ernstige vormen van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit, werd de deelnemers aan het werkbezoek goed duidelijk tijdens een rondrit in een geblindeerd busje over een bedrijventerrein in de polder. De gemeentelijke programmaleider ondermijning verzorgde de toelichting. Achter de gevels van ogenschijnlijk heel gewone bedrijfspanden blijken zich met enige regelmaat zaken af te spelen die het daglicht niet kunnen verdragen. Zo passeerden een hennepkwekerij, een laboratorium voor de productie van heroïne, een cocaïnewasserij en het witwassen van crimineel geld de revue. In een van de panden werd ooit zelfs een heuse martelkamer aangetroffen. “Naarmate je dieper gaat graven, komt er vaak steeds meer aan het licht”, aldus de programmaleider. “En dan zie je bijvoorbeeld dat een bepaalde zaak niet alleen voor politie en OM interessant is, maar bijvoorbeeld ook voor de FIOD. Vaak zie je zoiets pas, als je alle info, afkomstig van verschillende partners, bij elkaar zet. Dat is voor ons als gemeente de grote meerwaarde van samenwerking en informatiedeling in RIEC-verband.”

Dinersessies

Op de terugweg van het bedrijventerrein roerde het hoofd RIEC Rotterdam nog een ander gevoelig thema aan: integriteit. “Ondermijning en integriteit zijn twee zijdes van dezelfde medaille”, stelde ze. “Het is daarom van groot belang dat we ook alert zijn én blijven op ‘zachte signalen’. Waarom ligt een bepaald raadslid regelmatig dwars als het gaat om de aanpak van ondermijning door de gemeente? Kan een burgemeester nog wel 100 procent vertrouwen op zijn of haar ambtelijk apparaat? Werkt ons democratisch bestel nog wel helemaal zoals het is bedoeld?”

Om dit soort kwesties rond integriteit, maar ook rond de persoonlijke veiligheid van medewerkers die bij de aanpak van ondermijning zijn betrokken, te bespreken, organiseerde het RIEC Rotterdam regelmatig zogeheten ‘dinersessies’. “Bijeenkomsten in kleine kring, bijvoorbeeld drie á vier burgemeesters met hun gemeentesecretaris”, legde het hoofd RIEC Rotterdam uit. “Daarin komen dit soort gevoelig liggende zaken aan de orde. Die sessies hebben al veel belangrijke inzichten opgeleverd. We zijn van plan dit soort sessies ook te gaan houden voor burgemeesters en de griffiers van de gemeenteraden. Daarbij zoeken we ook aansluiting bij het programma Weerbaar Bestuur van het Ministerie van BZK.”

‘Hoeders van de rechtsstaat’

“Ik ben heel erg onder de indruk van de moed en de passie waarmee jullie dit belangrijke, vaak lastige werk doen – soms zelfs met gevaar voor eigen leven.” Met deze woorden complimenteerde minister Yeşilgöz-Zegerius, mede namens de beide staatssecretarissen van Financiën, de betrokken burgemeesters, medewerkers van de gemeente Lansingerland en van het RIEC aan het eind van het werkbezoek. “We hebben te maken met grote criminele netwerken, die nergens voor terugdeinzen en werkelijk alles uit de kast te halen om hun doel te bereiken. Dat laten we niet gebeuren. Jullie hebben de moed om een stap vooruit te zetten. Dat maakt jullie met recht tot hoeders van onze rechtsstaat!”