AIT’s: groeiende behoefte aan regime tussen ‘regulier’ en EBI

De voorgenomen wijzigingen in de Penitentiaire Beginselenwet, met als doel voortgezet crimineel handelen in detentie tegen te gaan, hebben niet alleen betrekking op de Extra Beveiligde Inrichting (EBI). Ook de Afdelingen Intensief Toezicht (AIT’s) krijgen straks meer mogelijkheden om het toezicht op gedetineerden te versterken en vroegtijdig adequaat te kunnen ingrijpen. Plaatsing op een AIT, nu nog een beslissing van de inrichtingsdirecteur, wordt straks centraal geregeld vanuit het ministerie. Bovendien wordt het aantal AIT’s de komende jaren uitgebreid van drie tot zes. Een kijkje achter de schermen van dit relatief nieuwe, effectieve concept.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Gino Tibboel is vestigingsdirecteur van de PI Leeuwarden, een van de drie penitentiaire inrichtingen (naast Alphen a/d Rijn en Krimpen a/d IJssel) met een Afdeling Intensief Toezicht. Leeuwarden was in 2020 de eerste PI met een AIT binnen de muren. Voor die tijd zaten gedetineerden die vanwege een hoog vlucht- en/of maatschappelijk risico aan intensief toezicht waren onderworpen, maar niet in aanmerking kwamen voor plaatsing in de EBI, ‘gewoon’ op een reguliere afdeling.

Handhaven van toezichtmaatregelen

“In de praktijk bleek het lastig om die individueel opgelegde, strengere toezichtmaatregelen te handhaven op een afdeling met 48 gedetineerden”, licht Tibboel toe. “Beperkingen qua telefoongebruik omzeilden ze bijvoorbeeld door de telefoonkaart van een ander te gebruiken. Of ze spanden een medegedetineerde voor hun karretje. Bijvoorbeeld om boodschappen uit te wisselen met contacten buiten de inrichting die voor henzelf verboden waren. Onze medewerkers hebben toen voorgesteld: kunnen we de gedetineerden die onder verscherpt toezicht vallen niet beter zo veel mogelijk bij elkaar plaatsen op een kleine, overzichtelijke afdeling, waar we die toezichtmaatregelen ook echt goed kunnen handhaven. Dat werd de AIT.”

Intensief monitoren

De Leeuwarder AIT telt slechts 12 cellen. Zes aan de linkerkant van de gang, zes aan de rechterkant. “De gedetineerden volgen een ‘gespiegeld’ dagprogramma”, leggen afdelingshoofd Pieter en PIW’er Joey [Niet hun echte namen – red.] uit. “Als links bijvoorbeeld gaat luchten, of naar de arbeid gaat, zit rechts achter de deur. En omgekeerd. Met drie á vier personeelsleden op zes gedetineerden die buiten hun cel vertoeven, zijn we goed in staat om ze intensief te monitoren.” Goed contact houden met de gedetineerden is daarbij heel belangrijk, maar tegelijkertijd moeten de PIW’ers ook heel alert blijven en zeker niet ‘te close’ worden. “Eigenlijk ben je voortdurend aan het balanceren tussen die twee polen”, merkt Pieter op. “Je wil deze gedetineerden, ondanks alle beperkingen waaraan ze onderhevig zijn, toch een humane detentie bieden. Door goed contact met ze te houden, weet je bovendien precies wat er speelt en hoe ze in hun vel zitten.”

Informatie delen

“Die informatie delen we steeds met elkaar binnen ons team”, vult Joey aan. “Dan is iedereen altijd goed op de hoogte. Zo kunnen we mogelijk oplaaiende incidenten op de afdeling voorkomen en we hebben ook eerder in de gaten of iemand wellicht bezig is ‘iets te regelen’ wat zou kunnen duiden op een ontvluchtingspoging of op voortgezet crimineel handelen. Daar kunnen we dan weer extra op monitoren.”

Verbanden leggen

Informatie over de gedetineerden kan ook weer dienen als input voor nader onderzoek door het Bureau Inlichtingen en Veiligheid (BIV), waarover elke PI beschikt. Directeur Tibboel: “Onze specialisten van het BIV kunnen meekijken op zaken als belgedrag, financiële transacties, wie er op bezoek komen… Is er bijvoorbeeld sprake van opvallend of afwijkend belgedrag, of signaleren we bepaalde patronen die inrichtingoverstijgend zijn, dan wordt het interessant om daar nog wat intensiever op te monitoren, om te zien of er sprake is van voortgezet crimineel handelen.”

Uitbreiding mogelijkheden

Dat de voorgestelde wijzigingen in de Penitentiaire Beginselenwet om voortgezet crimineel handelen vanuit detentie tegen te gaan, zoals minister Weerwind die onlangs naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, ook gaan gelden voor de AIT’s, vindt Tibboel een goede zaak. “Neem die eerste groep maatregelen. Die geeft ons meer en betere mogelijkheden om toezicht te houden op de communicatie van de gedetineerde: binnen de inrichting zelf, maar ook met de buitenwereld: beperkingen op het bezoek dat ze ontvangen, hun telefoongesprekken, de brieven die ze verzenden en ontvangen, hun contacten met de media. Dat alles stelt ons in staat ons werk op de AIT beter te kunnen doen. We krijgen hier steeds meer gedetineerden binnen die deel uitmaken van een criminele organisatie. Criminelen die bovendien steeds slimmer, inventiever worden. Het is daarom goed en noodzakelijk dat ook wij meer mogelijkheden krijgen om hen intensief te kunnen monitoren.”

Advocatuur

De maatregelen die betrekking hebben op de advocatuur vindt Tibboel wat lastiger. “Neem het visuele toezicht op de contacten tussen de gedetineerde en zijn advocaat. Ik voel in zekere zin wel mee met advocaten die zeggen: dat gaat me belemmeren in een goede uitvoering van mijn werk. Maar we doen dit zeker niet om advocaten te ‘pesten’. We doen dit voor hun eigen veiligheid. Van dat visuele toezicht gaat een beschermende werking uit. Zo kunnen we bijvoorbeeld zien of een advocaat niet onder druk wordt gezet om bepaalde dingen te doen. We willen uiteraard voorkomen dat er voortgezet crimineel handelen plaatsvindt.”

Ook de maatregel om het aantal rechtsbijstandsverleners dat toegang heeft tot bepaalde gedetineerden te beperken tot twee, vindt Tibboel verstandig – doch met een voorbehoud. “Grote criminelen hebben vaak een hele batterij aan – zware, dure – advocaten tot hun beschikking. We hebben er hier weleens een gehad die 16 advocaten op z’n lijst had staan! Dat zijn aantallen die voor ons niet meer behapbaar zijn, als het gaat om intensief toezicht. Ik ben dus absoluut vóór beperking van dat aantal. Maar die beperking moet wel steeds afgewogen zijn en niet een automatisme: ‘Niet meer dan twee. Punt’. Er zijn gedetineerden tegen wie meerdere rechtszaken tegelijk lopen, soms ook in het buitenland. Je zult dus steeds goed moeten kijken of je in bepaalde gevallen geen uitzondering op die regel kunt toestaan.”

Centraal beslissen

Een andere belangrijke verandering in de Penitentiaire Beginselenwet die de AIT’s direct aangaat is dat de beslissing om een gedetineerde op een AIT te plaatsen straks door de minister wordt genomen. Nu is het nog zo dat het aan de inrichtingsdirecteur is om gedetineerden die extra toezicht nodig hebben op individuele basis daar te plaatsen. Straks wordt er op centraal niveau gekeken: wat is er allemaal over deze gedetineerde bekend bij de ketenpartners? Die informatie wordt dan langs een lijst met standaard criteria gelegd, bijvoorbeeld vluchtgevaar, liquidatiegevaar, het risico op voortgezet crimineel handelen of andere zaken die ontwrichtend kunnen zijn voor de samenleving. Tibboel: “Is er voldoende aanleiding om te zeggen: deze gedetineerde heeft intensief toezicht nodig, dan wordt hij op de AIT geplaatst. Net zoals dat nu al gebeurt voor plaatsing op de EBI – al komen daar alleen de zwaarste gevallen terecht. De AIT wordt straks een regime met een standaardpakket aan toezichtmaatregelen, die voor alle gedetineerden op de AIT gelden. Qua zwaarte zit het tussen het reguliere regime en de EBI in.”

Uitbreiding

Aan een dergelijk regime is groeiende behoefte. De geïntensiveerde aanpak van de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit brengt met zich mee dat de penitentiaire inrichtingen steeds vaker gedetineerden binnen krijgen die banden hebben met, of zelfs een leidende rol vervullen binnen een criminele organisatie. Tibboel: “Bij die megaprocessen gaat het vaak om 10, 15 verdachten per zaak. Verdachten die, om uiteenlopende redenen, geen contact met elkaar mogen hebben – en die je in de inrichting dus extra in de gaten moet houden. Met het huidige aantal AIT-plaatsen is dat logistiek soms een heel gepuzzel. We zijn dan ook blij met de voorgenomen uitbreiding. Ook Arnhem, Sittard en – iets later – Lelystad krijgen een AIT. Dat betekent grofweg een verdubbeling van het aantal AIT-plaatsen tot 90.”

En dat is een goede zaak, want de AIT werkt. Tibboel: “Momenteel toetsen we elke zes maanden  of de plaatsing op de AIT nog steeds nodig is. Vaak roept de advocaat van die gedetineerde dan: hij kan wel weer naar een reguliere afdeling. Hij heeft de afgelopen zes maanden toch niks gedaan…? Ja, dat klopt, zeggen wij dan. Daartoe krijgt ‘ie ook niet de kans, juist dankzij dat intensieve toezicht. Maar dat biedt nog geen garantie dat ‘ie niet meteen weer verder gaat, zodra hij naar een reguliere afdeling verhuist. Gelet op zijn belangrijke rol in die criminele organisatie, zijn macht en zijn financiële middelen, lijkt het ons verstandiger om hem nog maar een tijdje op de AIT te houden.”

Wijzigingsvoorstel Penitentiaire beginselenwet naar de Tweede Kamer
Met het wetsvoorstel om de Penitentiaire beginselenwet op een aantal punten aan te passen, wil minister Weerwind (Rechtsbescherming) aanvullende maatregelen mogelijk maken om voortgezet crimineel handelen vanuit detentie tegengaan.Zo kunnen gedetineerden die geplaatst zijn in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) of op Afdelingen voor Intensief Toezicht (AIT) straks verregaand beperkt worden in hun mogelijkheden om te communiceren met de buitenwereld. De minister kan communicatiemogelijkheden of contacten zelfs helemaal verbieden, als er zeer ernstige risico’s voor de veiligheid van de samenleving zijn.Een andere maatregel die het wetsvoorstel mogelijk maakt is visueel toezicht op gesprekken tussen gedetineerden en hun advocaat. Met deze maatregel beoogt de minister niet alleen voortgezet crimineel handelen vanuit detentie tegen te gaan. Ze is ook nodig voor de veiligheid van de advocaten zelf. Zij lopen immers risico om door gedetineerden onder druk te worden gezet. Het aantal advocaten met wie een gedetineerde vertrouwelijk kan communiceren wordt straks beperkt tot twee.De wijziging van de Penitentiaire beginselenwet staat niet op zichzelf. Het is een onderdeel van de bredere aanpak tegen voortgezet crimineel handelen in detentie. Zo krijgt Nederland in de toekomst in totaal vier justitiële complexen (in Lelystad, Schiphol, Vlissingen en Vught) waar vluchtgevaarlijke gedetineerden in één veilige omgeving worden gedetineerd én berecht. In de PI Vught komt niet alleen een zittingszaal, maar ook een ruimte waar videoberechting kan plaatsvinden. Dit om gevaarlijke reisbewegingen van vluchtgevaarlijke gedetineerden zoveel mogelijk terug te dringen.

Forse investeringen in 20 kwetsbare stedelijke gebieden

Het Rijk stelde tot nu toe € 900 miljoen beschikbaar voor de leefbaarheid en veiligheid in 20 kwetsbare stedelijke gebieden (*). Deze zomer komt er nog eens € 200 miljoen vrij voor onder andere scholing, preventie van armoede en schulden, re-integratie en ontwikkeling van jonge kinderen. Dat staat in de eerste voortgangsbrief van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Jan Hamming, burgemeester van Zaanstad: “We moeten in de haarvaten van deze wijken aanwezig zijn.”

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Meer wijkagenten, energiefixers die helpen met verduurzamen, schooluitval voorkomen, versneld meer betaalbare woningen bouwen en wijkrechtspraak. Problemen op het gebied van onderwijs, armoede, gezondheid, wonen en veiligheid worden binnen het NPLV in samenhang aangepakt.

Kwetsbare buurten

“Onze zorg gaat uit naar de kwetsbare buurten”, vertelt verantwoordelijk minister Hugo de Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. “Daarom investeert dit kabinet met het NPLV flink in deze 20 gebieden. De ministeries van OCW, JenV, VWS, BZK en SZW, 19 gemeenten, bewoners en lokale partners werken in de 20 gebieden over een periode van 20 jaar samen aan meer leefbaarheid en veiligheid. Door het bundelen van geld en menskracht en een geïntegreerde aanpak, zorgen we voor een krachtige aanpak in die wijken waar dat het hardst nodig is.”

Gebundelde geldstromen, één loket

€ 200 miljoen stellen de ministeries van OCW, BZK en SZW deze zomer beschikbaar in de SPUK Kansrijke wijk (**) aan de 20 gebieden voor de preventie van armoede en schulden, veerkracht en weerbaarheid, re-integratie, school en omgeving en de ontwikkeling van het jonge kind. De 19 gemeenten kunnen hier relatief gemakkelijk een beroep op doen, doordat de drie ministeries de geldstromen gebundeld hebben. Dit betekent dat één aanvraag bij het NPLV volstaat in plaats van vijf.

Zaandam Oost: een goede toekomst voor de jeugd

“We werken als gemeente al geruime tijd aan het versterken van de wijken om de kinderen een goede toekomst te geven en maken dankzij het Rijk echt stappen vooruit”, vertelt Jan Hamming, burgemeester van Zaanstad. “De hulp van het Rijk is cruciaal. Ze steunen met menskracht en geld en dat zorgt ervoor dat we het verschil kunnen maken. Het vertrouwen in de overheid is bij veel inwoners laag. Daarom moeten we in de haarvaten van de wijken aanwezig zijn. We bieden een helpende hand aan inwoners die dat nodig hebben, maar geven ook duidelijke grenzen aan wat wel en niet kan en handhaven die ook. Het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid zorgt ervoor dat we langdurig kunnen investeren, en dat is keihard nodig.” 

Den Haag Zuidwest: bewoners opleiden voor verduurzamen en renoveren

Zo’n samenhangende aanpak bestaat ook in Den Haag Zuidwest. Daar organiseren de gemeente, woningcorporaties (Haag Wonen, Staedion, Hof Wonen), ROC Mondriaan en bedrijven een korte opleiding in de bouw en techniek voor bewoners. Motivatie is het enige dat telt. Na die opleiding gaan deze buurtbewoners aan de slag bij leveranciers van de woningcorporaties voor het verduurzamen en renoveren van woningen in de wijk. Als problemen als dakloosheid en schulden boven tafel komen, worden die samen met de bewoner aangepakt.

Vorige week startten de eerste vijftien kandidaten in Den Haag Zuidwest met de opleiding tot schilder. Later start ook een opleiding tot energiefixer.  Energiefixers helpen huishoudens met energiemaatregelen en het aanvragen van energietoeslag. Ook hier wordt zowel gewerkt aan de verduurzaming van woningen als het begeleiden van werkzoekenden in de wijk naar een baan.

Dat gemeenten de middelen voor dergelijke projecten straks bij één loket van het NPLV kunnen aanvragen is een goede zaak, vindt Chris Schaapman, directeur van het Nationaal Programma Den Haag Zuidwest. “De problemen van bewoners – en belangrijker: de oplossingen – zijn niet met een schaartje op te knippen langs de lijnen van de ministeries. Ze vergen een langjarige en integrale aanpak en budget. De SPUK Kansrijke wijk is hierbij een belangrijke stap in de goede richting.”

900 miljoen euro

De € 200 miljoen uit de SPUK Kansrijke wijk komt bovenop de € 900 miljoen die vanaf 2020 werd vrijgemaakt voor de 20 stedelijke gebieden verbonden aan het NPLV. Zo is voor de aanpak van jeugdcriminaliteit € 38 miljoen uit het programma Preventie met Gezag toegekend aan de 20 gebieden. Bijvoorbeeld voor het inzetten van wijkrechtspraak en het voorkomen dat jongeren vroegtijdig schoolverlaten.

Net als grensgebieden en krimpregio’s krijgen de 20 ‘NPLV-gebieden’ prioriteit bij onder andere de renovatie van woningen. Naar verwachting komt meer dan de helft van de € 600 miljoen uit het Volkshuisvestingsfonds de komende jaren terecht in de 20 gebieden. Ook worden er versneld meer betaalbare woningen gebouwd. € 158 miljoen van de in totaal € 962 miljoen voor de landelijke Woningbouwimpuls is gereserveerd voor de 20 gebieden.

Daarnaast krijgen de 19 bij het NPLV betrokken gemeenten € 45 miljoen voor het verduurzamen van 30.000 woningen (gemiddeld € 1460 per woning) uit het Nationaal Isolatieprogramma (NIP). Verder is € 35 miljoen extra gereserveerd voor de 20 gebieden voor de aanpak van energiearmoede. Daaruit worden ook de energiefixers gefinancierd.

Vlaardingen Westwijk

“Met het NPLV is het Rijk voor ons een praktische en echte partner geworden, op alle maatschappelijke gebieden en voor de lange termijn”, vertelt Bert Wijbenga, burgemeester van Vlaardingen. “In Vlaardingen Westwijk kampen inwoners al drie decennia met stevige problemen als een slechte gezondheid, eenzaamheid, armoede en criminaliteit. Op eigen kracht lukt het ons als gemeente niet zo snel en goed als we willen om deze trend te doorbreken. Daarom ben ik ontzettend dankbaar dat het Rijk langjarig wil investeren in Vlaardingen West.”

“Het afgelopen jaar hebben we met een alliantie van partijen en bewoners een maatschappelijk plan gemaakt. Zo gaan energiefixers langs bij mensen die wonen in een slecht geïsoleerd huis. Ook hebben we een extra wijkagent en boa’s aangesteld. We staan naast inwoners en zeggen niet: je moet dit en je moet dat. Zo groeit stap voor stap het vertrouwen, en daarmee ook de leefbaarheid en veiligheid.” 

(*) de 20 stedelijke gebieden zijn: Amsterdam Zuidoost, Amsterdam Nieuw-West, Arnhem Oost, Breda Noord, Delft West, Dordrecht West, Den Haag Zuidwest, Eindhoven Woensel-Zuid, Groningen Noord, Heerlen Noord, Leeuwarden Oost, Lelystad Oost, Nieuwegein Centrale-As, Roosendaal Ring, Rotterdam Zuid, Schiedam Nieuwland-Oost, Tilburg Noordwest, Utrecht Overvecht, Vlaardingen Westwijk, Zaandam Oost.

(**) SPUK staat voor ‘specifiek uitkering’ vanuit het Rijk voor in dit geval de 20 stedelijke gebieden verbonden aan het NPLV.


Externe deskundigheid wordt ingezet voor verbetering Pompestichting

Onafhankelijke deskundigen gaan nieuwe verbeteringen monitoren voor het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) Pompestichting in Nijmegen. De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) stelt op verzoek van minister Franc Weerwind voor Rechtsbescherming deze onafhankelijke experts aan. De deskundigen moeten er ook voor zorgen dat de Pompestichting gestimuleerd wordt te blijven werken aan verbeteringen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

De Inspectie Justitie en Veiligheid onderzocht de ontvluchting van twee tbs’ers uit het FPC in juni vorig jaar en concludeert dat de kliniek te weinig heeft geleerd van het verleden. ‘De ontvluchting uit zo’n hoog beveiligde kliniek is onaanvaardbaar. Dat de inspectie de vinger legt op het lerend vermogen vind ik een harde boodschap. Maar die sterkt mij wel in mijn ambitie te blijven werken aan een sector die leert van incidenten en blijvend inzet op verbeteringen’, schrijft Weerwind aan de Tweede Kamer. ‘Leren gaat niet vanzelf en is nooit klaar. Het vereist kritische zelfreflectie, een open houding en ruimte voor tegenspraak.’

De kliniek heeft aangegeven volledig mee te werken aan het instellen van de deskundigen. Zij krijgen toegang tot de kliniek, kunnen naar eigen inzicht met medewerkers spreken en documentatie opvragen. De deskundigen zullen de kliniek gevraagd en ongevraagd aanspreken op de uitvoering van het verbeterplan en de stappen die worden gezet. Na een jaar bekijkt de minister aan de hand van resultaten of de aanstelling van de deskundigen wordt verlengd.

Blijvend leren en verbeteren

De minister spreekt zijn enorme waardering uit voor de medewerkers in de FPC’s die dagelijks moeilijk, complex en uitdagend werk uitvoeren. ‘Blijven leren en verbeteren hoort daarbij’, schrijft Weerwind. De Pompestichting zet fors in op het opleiden van personeel voor betere forensische scherpte. Medewerkers kunnen hiermee leren beter de risico’s rond een cliënt in te schatten bij een stoornis en daarbij afwegen of er vrijheden geboden kunnen worden.

De Pompestichting heeft inmiddels nieuw hekwerk neergezet waardoor er rondom de kliniek een dubbele schil van 5 meter hoog is. Nieuwe techniek wordt geïnstalleerd om het toezicht te verbeteren. Ook wordt er verbouwd zodat beveiligers beter toezicht krijgen op het terrein en wordt de toegangscontrole voor het buitenterrein aangepast. De minister gaat de Tweede Kamer voor de zomer volgend jaar informeren over hoe de maatregelen bij de Pompestichting lopen.


Seksuele gedragingen met overleden personen strafbaar

Seksuele gedragingen met overleden personen wordt strafbaar. Het huidige recht biedt onvoldoende bescherming tegen strafwaardige lijkschendende gedragingen en daarom wordt het wettelijk kader aangepast. Het gaat daarbij met name om een zelfstandige strafbaarstelling van de fysieke aantasting van een lijk, necrofilie en het maken van afbeeldingen van seksuele aard van een overleden lichaam. Dat schrijven de ministers Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid en  Bruins Slot van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een brief aan de Tweede Kamer.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Minister Yeşilgöz-Zegerius: “Ik vind dat we een duidelijk signaal moeten afgegeven dat seksuele gedragingen en ook andere zeer ingrijpende vormen van (fysieke) lijkschennis niet geaccepteerd zijn in onze samenleving. Het leed dat nabestaanden hiermee kan worden aangedaan is groot.”

Op verzoek van de toenmalig minister van Justitie en Veiligheid heeft het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) onderzoek gedaan naar de strafbaarstelling van lijkschennis. Het gaat dan bijvoorbeeld om het wegmaken en/of verbergen van een lijk ter verheling van de doodsoorzaak, fysieke aantasting van een lijk; het verrichten van seksuele gedragingen met een lijk (necrofilie), het (ver)kopen van (delen van) een lijk of het maken van afbeeldingen of nemen van vingerafdrukken van een lijk. De onderzoekers komen tot de conclusie dat het gestorven lichaam een bijzondere juridische status en beschermwaardigheid kent. Hoewel er juridische oplossingen zijn gevonden om lijkschennis te vervolgen, is de minister net als de onderzoekers van mening dat een strafzaak op basis van artikel 350 van het wetboek van Strafrecht niet passend is bij het leed dat wordt aangedaan en het respect dat het overleden lichaam verdient. Artikel 350 staat beschreven dat het vernielen, beschadigen en onbruikbaar maken van een goed dat aan een ander toebehoort, strafbaar is gesteld.

In januari dit jaar heeft de tweede Kamer de regering verzocht om necrofilie als misdrijf op te nemen in het Wetboek van Strafrecht en om fysieke aantasting van een lijk zelfstandig strafbaar te stellen.


Kabinet werkt aan structurele oplossing voor huishoudens in de knel

Huishoudens die financieel zijn getroffen door tegenstrijdige regelingen krijgen voorlopig financiële hulp via de bijzondere bijstand. Met Prinsjesdag wil het kabinet duidelijkheid geven over een definitieve oplossing. In een vandaag verstuurde voortgangsbrief aan de Tweede Kamer blikken de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Financiën vooruit op de mogelijke structurele oplossing.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Zo’n 10.000 huishoudens zijn onbedoeld in de problemen gekomen, doordat toeslagen en regelingen met elkaar botsen. Het gaat om huishoudens waarbij een partner een UWV-uitkering heeft en de andere partner nauwelijks tot geen inkomen heeft. Verantwoordelijk ministers Schouten en Van Gennip (ministerie SZW) en staatssecretarissen Van Rij en De Vries (Financiën) werken samen met gemeenten en uitvoeringsorganisaties aan een structurele oplossing voor deze ongewenste samenloop van regelingen.

Geschikte oplossing

Tot een geschikte oplossing komen, is echter complex. Zo kennen regelingen verschillende doelen. Zoals het bieden van betrouwbare inkomensondersteuning, het stimuleren van werken naar vermogen of een combinatie daarvan. Bij het aanpassen van één regeling, is er direct effect op een andere regeling. De bewindspersonen laten weten dat naar die balans goed moet worden gekeken om te voorkomen dat nieuwe problemen ontstaan. Met groot gevoel van urgentie wordt er nu een grondige verkenning gedaan naar mogelijke oplossingen inclusief de consequenties. Bij deze verkenning staat voorop dat de mogelijke oplossingen zo gericht mogelijk mensen helpen en gelijktijdig eenvoudig blijven.

Tussentijdse ondersteuning

In de tussentijd kunnen de desbetreffende huishoudens ondersteuning vragen aan hun gemeente. Gemeenten kunnen hen dan helpen via de bijzondere bijstand. Dit is in nauw contact met VNG en gemeenten overeengekomen. Dit vraagt veel van de uitvoering bij gemeenten. De bewindspersonen zijn gemeenten dan ook erkentelijk voor deze tijdelijke ondersteuning. Hiermee wordt ook uitvoering gegeven aan een aangenomen motie van de Tweede Kamer die oproept te voorkomen dat huishoudens naar de rechter moeten stappen. Het kabinet neemt over een structurele oplossing in augustus een beslissing. Op Prinsjesdag wordt de Kamer hierover geïnformeerd.

Lerende evaluatie

Dat deze samenloop van regelingen heeft geleid tot problemen voor deze huishoudens, is nooit de intentie achter de individuele regelingen geweest. Maar, zoals gezegd, de samenloop heeft hier wel toe geleid. Om te leren van deze problematiek, laat het kabinet een evaluatie uitvoeren door een extern bureau. Met als doel in de toekomst te voorkomen, in plaats van te genezen. Deze evaluatie start dit najaar. De uitkomsten ervan worden zodra mogelijk gedeeld.


Maatregelen in vrouwengevangenissen na inspectierapport PI Nieuwersluis

Minister voor Rechtsbescherming Franc Weerwind en de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) nemen maatregelen om grensoverschrijdend gedrag in vrouwengevangenissen tegen te gaan. De Inspectie Justitie en Veiligheid startte een onderzoek naar de cultuur in Penitentiaire Inrichting (PI) Nieuwersluis nadat een oud-medewerker in juni vorig jaar was opgepakt vanwege seksueel grensoverschrijdend gedrag. Volgens de Inspectie bestaat er binnen PI Nieuwersluis een cultuur waardoor het mogelijk is dat penitentiair inrichtingswerkers grensoverschrijdend gedrag vertonen. Weerwind heeft het Inspectierapport en zijn reactie daarop naar de Tweede Kamer gestuurd.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Weerwind: “Het rapport heeft mij aangegrepen. Ik ben diep geraakt door de bevindingen en stevige conclusies van de Inspectie. Gedetineerden zijn tijdens hun straf aan onze zorg toevertrouwd. Zij moeten op een integere manier behandeld worden. Grensoverschrijdend gedrag is onacceptabel. De gevangenis moet een veilige omgeving zijn voor zowel gedetineerden als medewerkers. Daarom neem ik alle aanbevelingen van de Inspectie over en zetten we ook maatregelen in bij de andere twee vrouwengevangenissen.”

Pakket van maatregelen

Met een pakket aan maatregelen wil de minister samen met DJI de sociale veiligheid in de vrouwengevangenissen waarborgen. Aangezien het onderzoek van de Inspectie alleen gericht was op de situatie in de PI Nieuwersluis, komen er ook onderzoeken naar de situatie in de andere twee vrouweninrichtingen.

Meldpunt en veilige cultuur

Bij een vermoeden van grensoverschrijdend gedrag moeten gedetineerden dat veilig en zonder drempels kunnen melden. Daarom is één van de maatregelen dat er bij alle gevangenissen aan de Commissie van Toezicht een aparte aandachtfunctionaris voor grensoverschrijdend gedrag wordt toegevoegd. Die functionaris moet toegankelijk en zichtbaar voor de gedetineerden zijn. Gedetineerden kunnen een incident vertrouwelijk melden bij de Commissie van Toezicht. Uit het rapport blijkt dat niet alle gedetineerden hiermee bekend zijn. Daarom wordt deze mogelijkheid beter onder de aandacht gebracht. Daarbij wordt ook de gedetineerdencommissie betrokken. 

Speciale training

Verder ontwikkelt het Opleidingsinstituut van DJI een speciale training waarbij medewerkers duidelijke kaders krijgen voor het werken met vrouwelijke gedetineerden. Medewerkers die met vrouwelijke gedetineerden werken of gaan werken moeten deze training volgen. Het is noodzakelijk dat medewerkers zich veilig voelen om zich uit te spreken en elkaar aan te spreken op elkaars gedrag. DJI gaat extra inzetten om de sociale veiligheid te vergroten. Bijvoorbeeld door medewerkers onder professionele begeleiding te leren hoe zij met elkaar dilemma’s bespreekbaar maken. Verder moeten ook medewerkers weten waar zij grensoverschrijdend gedrag kunnen melden. De ‘Leidraad voor het melden integriteitsschendingen’ wordt geactualiseerd en onder de aandacht gebracht.

Monitoring

Samen met DJI zal de minister de uitwerking van deze maatregelen nauwlettend in de gaten houden. 


Wijzigingsvoorstel Penitentiaire beginselenwet naar de Tweede Kamer

De ministerraad heeft ingestemd met een wijzigingsvoorstel voor de Penitentiaire beginselenwet om aanvullende maatregelen tegen ernstige georganiseerde criminaliteit vanuit detentie mogelijk te maken.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Met het voorstel maakt minister Weerwind voor Rechtsbescherming verregaande beperkingen in de communicatie met de buitenwereld mogelijk van een gedetineerde geplaatst in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) of Afdelingen voor Intensief Toezicht (AIT).

Communicatiemogelijkheden en contacten verbieden

De minister kan communicatiemogelijkheden of contacten helemaal verbieden als er zeer ernstige risico’s voor de veiligheid van de samenleving zijn. Daarnaast wordt visueel toezicht op gesprekken tussen gedetineerden en hun advocaat geïntroduceerd. Verder staat er in het voorstel een maximum van twee advocaten met wie een gedetineerde vertrouwelijk kan communiceren. Dit wordt gedaan om crimineel handelen tegen te gaan, maar ook voor de veiligheid van advocaten die risico lopen om door gedetineerden onder druk te worden gezet.

Gerichte aanpak

Minister Weerwind: “Ik sta voor een veilig en rechtvaardig Nederland. Die kleine groep criminelen die Nederland – zelfs vanuit detentie – een stuk onveiliger maakt, pakken we daarom gericht aan. Daarnaast wil ik voorkomen dat gevangenismedewerkers een doelwit worden van criminelen die druk uitoefenen om opgelegde beperkingen op te heffen. Daar is dit voorstel een belangrijke stap in.”

Bredere aanpak

De wijziging van de Penitentiaire beginselenwet staat niet op zichzelf. Het is een onderdeel van de bredere aanpak tegen voortgezet crimineel handelen in detentie. Zo krijgt Nederland in de toekomst in totaal vier justitiële complexen (in Lelystad, Schiphol, Vlissingen en Vught) waar vluchtgevaarlijke gedetineerden in één veilige omgeving worden gedetineerd én berecht. Tenslotte komt er een zittingszaal in de PI Vught alsook een ruimte waar videoberechting kan plaatsvinden om gevaarlijke reisbewegingen van vluchtgevaarlijke gedetineerden zoveel mogelijk terug te dringen.


Dreigingsbeeld NCTV: terroristische dreiging op Nederland toegenomen

De terroristische dreiging op Nederland is het afgelopen half jaar toegenomen. Er zijn steeds meer signalen dat jihadistische organisaties voorbereidingen treffen om in Europa terroristische aanslagen te plegen. Deze groeperingen noemen daarbij expliciet Nederland als doelwit. Ook een terroristische aanslag vanuit rechts-extremistische hoek blijft voorstelbaar. Ten slotte zouden eenlingen of kleine groepen, die zich vanuit complotdenken tegen de overheid hebben gekeerd, kunnen overgaan tot een geweldsdaad. Dat blijkt uit het meest recente Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Het dreigingsniveau wordt vastgesteld op niveau 3. Dat betekent dat een aanslag in Nederland voorstelbaar is. Dat stelt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Jihadisme

Vorig jaar is de aanslagdreiging vanuit ISIS richting Europa toegenomen. Vooral vanaf de tweede helft van 2022 zijn er steeds meer aanwijzingen dat ISIS bezig is met het plannen van aanslagen in Europa. De dreiging komt vooral van netwerken die worden aangestuurd door ISIS-structuren in Syrië en Afghanistanen daaraan verbonden ISIS-netwerken in Turkije. Mondiale jihadistische organisaties beschouwen Nederland al langer als legitiem doelwit voor een aanslag. Als gevolg van recente koranvernielingen in ons land is Nederland echter nog nadrukkelijker in beeld gekomen. Verscheidene pro-ISIS kanalen hebben via sociale media opgeroepen tot vergeldingsacties tegen westerse landen, waaronder expliciet Zweden en in mindere mate Nederland. Met name Nederlandse belangen in het buitenland lopen het risico getroffen te worden door een aanslag.

Het beeld van de Nederlandse jihadistische beweging is al enkele jaren onveranderd; de omvang stagneert. In verscheidene grotere steden van Nederland bevindt zich een aantal kleinere of grotere netwerken dat het jihadistisch gedachtegoed aanhangt. Tussen de netwerken zijn er contacten en vindt uitwisseling van ideeën plaats. De beweging is ideologisch versnipperd en sociaal gefragmenteerd waardoor ze er niet in slaagt om effectief te opereren en haar invloed te vergroten. Door de nederlaag van ISIS in Syrië en Irak heeft de beweging bovendien een belangrijk narratief verloren, waardoor ze moeite heeft om leden aan zich te binden of nieuwe leden aan te trekken. Naar schatting hangen in Nederland zo’n vijfhonderd mannen en vrouwen dit gedachtegoed aan. Hoewel er de afgelopen jaren wel sprake is geweest van enige verloop binnen de beweging, is het niet de verwachting dat ze op korte termijn in aantal en kracht zal toenemen.

Rechts-extremisme

De rechts-extremistische dreiging, inclusief het rechts-terrorisme, is in de afgelopen jaren diffuser en onvoorspelbaarder geworden. Dat geldt zowel voor Nederland als voor andere westerse landen. Een minderheid van de rechts-extremisten vormt een gewelddadige dreiging. Een ander deel is actief bezig met het normaliseren van hun intolerante gedachtegoed en het normaliseren van rechts-extremistisch gedachtegoed in het maatschappelijke en politieke domein.

Binnen Nederland komt de voornaamste rechts-extremistische geweldsdreiging van online aanhangers van accelerationistisch en vergelijkbaar rechts-terroristisch gedachtegoed. Het accelerationisme is gebaseerd op de omvolkingstheorie. Er zijn waarschijnlijk een paar honderd Nederlandstalige aanhangers van deze ideeën. Dit aantal lijkt in het afgelopen jaar niet te zijn toegenomen. Er bestaan er zorgen over een verdere normalisering van rechts-extremistisch gedachtegoed in het maatschappelijke en politieke domein.

Het afgelopen halfjaar is het steeds gangbaarder geworden om rechts-extremistisch gedachtegoed uit te dragen. Het openlijk en (vrijwel) kritiekloos bespreken van xenofoob en deels racistisch gedachtegoed is zichtbaar op sociale media, maar ook in het politieke discours, het publieke omroepbestel en het dagelijkse leven. De geprojecteerde teksten op de Erasmusbrug tijdens de jaarwisseling zijn illustratief voor het streven de rechtsextremistische beweging te normaliseren.

Anti-institutioneel extremisme

De dreiging die in Nederland uitgaat van het anti-institutioneel extremisme is tweeledig. Op korte termijn is er sprake van een beperkte geweldsdreiging, op langere termijn kan anti-institutioneel extremisme de democratische rechtsorde ondermijnen. Een deel van de aanhangers van samenzweringstheorieën voedt het wantrouwen in de overheid door het narratief van een kwaadaardige elite. Door hun soms zeer intimiderende houding richting politici kunnen die zich in het uitvoeren van hun democratische taak ernstig belemmerd voelen. Soevereinen maken onderdeel uit van het bredere anti-institutionele milieu. Zij ontkennen op basis van complottheorieën de juridische en democratische legitimiteit van de overheid. Het anti-institutioneel extremisme vormt vooral een bedreiging voor de democratische rechtsorde. Daarnaast is er mogelijk sprake van een geweldsdreiging.


Overeenstemming over nieuw verdrag om internationale misdrijven beter aan te pakken

Op vrijdag 26 mei 2023 hebben ruim 70 landen na twee weken onderhandelen in Ljubljana (Slovenië) overeenstemming bereikt over de tekst voor een nieuw internationaal verdrag voor rechtshulp en uitlevering bij internationale misdrijven (MVRUIM). Het verdrag kent concrete afspraken over samenwerking bij het opsporen, vervolgen, berechten en bestraffen van met name genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven. Door dit verdrag wordt de samenwerking tussen landen bij deze zeer zware misdrijven vergemakkelijkt, zodat straffeloosheid wordt aangepakt.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Nederland heeft de conferentie in Ljubljana mede georganiseerd met Argentinië, Belgie, Mongolië, Senegal en Slovenië. Nederland zal tevens de ondertekening van het verdrag gaan organiseren. Deze zal plaatsvinden in de eerste helft van 2024 in het Vredespaleis te Den Haag. Om deze reden zal het verdrag de naam dragen van de steden Ljubljana en Den Haag: “The Ljubljana – The Hague Convention on International Cooperation in the Investigation and Prosecution of Genocide, Crimes against Humanity, War Crimes and other International Crimes” (kortweg “The Ljubljana The Hague MLA-Convention”).

Aan de voorbereiding van dit verdrag is door ambtenaren van de ministeries van Justitie & Veiligheid en Buitenlandse Zaken ruim 10 jaar gewerkt. Minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid is verheugd dat het is gelukt dit verdrag tot stand te brengen:

“Het verdrag is zeer belangrijk met het oog op de versterking van de inspanningen gericht op het verzekeren van “accountability”, het tegengaan van straffeloosheid voor de zwaarste internationale misdrijven en het bereiken van genoegdoening voor de slachtoffers ervan. Het is een historische doorbraak, zeker nu het in slechts twee weken is gelukt overeenstemming te bereiken tussen landen vanuit alle hoeken van de wereld, met verschillende rechtssystemen, verschillen in rechtsmacht voor deze misdrijven en  verschillen in hun nationale recht. Het verdrag zal de uitvoeringspraktijk enorm helpen om deze misdrijven aan te pakken”.  

Het verdrag vergemakkelijkt de samenwerking omdat het de noodzakelijke juridische basis levert voor strafrechtelijke samenwerking waar deze er thans niet altijd is, bijvoorbeeld met landen buiten de EU waar internationale misdrijven zijn gepleegd. Tevens zijn er tal van praktische en moderne mogelijkheden tot samenwerking opgenomen die de uitvoeringspraktijk en effectieve samenwerking zullen vergemakkelijken. Zo kent het verdrag onder meer artikelen over “ Joint Investigation Teams”, slachtoffers, restitutie en confiscatie, informatie-uitwisseling, privacy, video conferencing en diverse opsporingstechnieken.

Na de ondertekening zullen de landen het verdrag moeten ratificeren. Er zijn ten minste 3 ratificaties noodzakelijk voor de inwerkingtreding. België zal optreden als depositaris van het verdrag en Nederland zal de interim secretariaatsfunctie gaan vervullen. 


Extra gemeenten in aanpak van jeugdcriminaliteit

Meer gemeenten worden door het kabinet ondersteund in de aanpak van het voorkomen van jeugdcriminaliteit. De gebiedsgerichte preventieve aanpak om te voorkomen dat jongeren uitgroeien tot grote criminelen, wordt uitgebreid van 15 naar 27 gemeenten. Dat schrijft minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid aan de Tweede Kamer in halfjaarbrief aanpak georganiseerde en ondermijnende criminaliteit.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Samen met minister Weerwind voor Rechtsbescherming investeert minister Yeşilgöz-Zegerius in een brede aanpak om te voorkomen dat kinderen, jongeren en jongvolwassenen in aanraking komen met criminaliteit of daarin doorgroeien. Deze investeringen lopen op naar bij elkaar een structureel bedrag van 143 miljoen euro vanaf 2025 per jaar. Hierbij wordt ingezet op een gebiedsgerichte aanpak door gemeenten met alle betrokken partners in de directe leefomgeving van de jongeren: van de politie, het Openbaar Ministerie (OM), Rechtspraak, Raad voor de Kinderbescherming, de Reclassering, Stichting Halt, Zorg- en Veiligheidshuizen tot en met de leraren op scholen, het jongerenwerk, jeugdzorg, lokale ondernemers en werkgevers.

Vorig jaar zijn de eerste 15 gemeenten begonnen met hun aanpak in de wijken waar de risico’s het grootst zijn dat jongeren worden geronseld voor criminele klusjes en doorgroeien in een carrière op het verkeerde pad. Dit zijn wijken in Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Eindhoven, Groningen, Heerlen, Leeuwarden, Lelystad, Nieuwegein, Rotterdam, Schiedam, Tilburg, Utrecht en Zaanstad. Met de uitbreiding van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) vorig jaar met Delft, Dordrecht, Roosendaal en Vlaardingen zijn ook deze vier gemeenten geselecteerd om plannen uit te werken in strijd tegen jeugdcriminaliteit. Zij kunnen dit jaar beginnen aan de uitvoering.

Hier bovenop worden nu nog eens acht gemeenten gevraagd voorstellen te doen voor de preventieve aanpak van jeugdcriminaliteit in hun wijken. Het gaat om Almere, Enschede, ’s-Hertogenbosch, Nijmegen, Helmond, Venlo, Sittard-Geleen en Maastricht. Naar verwachting kunnen zij begin 2024 beginnen met de uitvoering. Deze gemeenten zijn geselecteerd op basis van criminaliteitscijfers en sociaaleconomische data, om zo de huidige veiligheidssituatie mee te nemen en rekening te houden met de (toekomstige) voedingsbodem voor jeugdcriminaliteit.