Hervormingsagenda over verbeteringen jeugdzorg

Cliëntenorganisaties (MIND en Ieder(in)), professionals (Samenwerkende Beroepsverenigingen Jeugd), aanbieders (Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd), de gemeenten (VNG) en het Rijk hebben een principeakkoord bereikt over de inhoud van de Hervormingsagenda Jeugd. De afspraken over fundamentele verbetering van de jeugdzorg worden met positief advies voorgelegd aan hun achterban. Dat hebben staatssecretaris Maarten van Ooijen (VWS) en minister Franc Weerwind (Rechtsbescherming) geschreven aan de Tweede Kamer. Hiermee is een grote stap gezet naar snellere en betere hulp voor kinderen en gezinnen die het nodig hebben.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Samen verder aan de slag

Staatssecretaris Van Ooijen: “Kinderen en ouders die hulp en zorg nodig hebben en ook alle mensen die in de jeugdzorg werken, moeten zo snel mogelijk iets gaan merken van deze fundamentele verbeteringen van de jeugdzorg. Het is goed nieuws dat alle partijen die er zo hard aan hebben gewerkt positief zijn over de Hervormingsagenda Jeugd. Dit is de vrijblijvendheid voorbij. We zien uit naar de consultatie van de verschillende achterbannen zodat we samen verder aan de slag kunnen om alle verbeteringen in de dagelijkse praktijk te realiseren.”

Ondersteuning bieden die nodig is

Minister Weerwind: “De Hervormingsagenda is er ook op gericht om de meest kwetsbare kinderen de hulp en ondersteuning te bieden die zij nodig hebben. Door de beschikbaarheid van zorg te verbeteren en door de administratieve lasten te verminderen, kan er sneller passende hulp worden ingezet. Hiermee kan ook een uithuisplaatsing zoveel mogelijk worden voorkomen. Dat is een belangrijke stap vooruit voor verdere verbetering van de jeugdbescherming.”

Voorgenomen veranderingen

De Hervormingsagenda Jeugd bevat een groot pakket maatregelen om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. Er zal structureel worden geïnvesteerd in de landelijke kwaliteit en effectiviteit van jeugdhulp. Ook komt er een aanpassing van de Jeugdwet, waardoor duidelijker wordt waarvoor kinderen en ouders hulp kunnen krijgen. Gemeenten worden verplicht bepaalde specialistische zorg regionaal in te kopen om beschikbaarheid en continuïteit van zorg beter te organiseren. Er zal minder papierwerk en administratie nodig zijn, zodat medewerkers daar zo min mogelijk tijd aan kwijt zijn. Ook zullen wijkteams worden versterkt en moet betere samenwerking met bijvoorbeeld het onderwijs er voor zorgen dat kinderen en jongeren meer met collectieve voorzieningen worden ondersteund. Uithuisplaatsingen willen we zoveel mogelijk voorkomen en terugdringen. 


Internationale misdrijven keihard aanpakken

Daders van internationale misdrijven mogen niet onbestraft blijven. Zeker voor de slachtoffers niet. Om deze misdrijven aan te pakken is effectieve, internationale samenwerking nodig bij de opsporing en vervolging.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Dat zei minister Dilan Yeşilgöz-Zegerius vandaag tijdens de opening van de conferentie in Slovenië. Nederland is samen met 5 andere landen initiatiefnemer van het Multilateraal Verdrag Rechtshulp en Uitlevering Internationale Misdrijven, waarmee die internationale samenwerking wordt versterkt.

Wreedheden mogen niet onbestraft blijven

Minister Yeşilgöz-Zegerius: “Vrijwel iedereen zal het erover eens zijn: wreedheden zoals genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven mogen niet onbestraft blijven. Waar ook ter wereld. Een slagvaardig en effectief juridisch kader is hard nodig. Slachtoffers en nabestaanden verdienen onze volle aandacht en onze steun. Hun verhalen zijn hartverscheurend. De Jezidi-vrouwen die hebben moeten toezien hoe hun mannen en zoons werden gedood, waarna zij zelf werden onderworpen aan de meest gruwelijke misdrijven. In gesprekken met hen werd ik getroffen door hun onwaarschijnlijke kracht en doorzettingsvermogen. Ik heb hier veel bewondering voor en ervaar het als een duidelijke opdracht: vecht voor ons, vergeet onze verhalen niet en zorg ervoor dat een ander dit leed bespaard blijft.”

Bijzondere rol Nederland

Nederland heeft als gastland van verschillende internationale tribunalen en internationale hoven een bijzondere rol en verantwoordelijkheid bij het voorkomen van straffeloosheid van personen die zich schuldig hebben gemaakt aan internationale misdrijven. Voor Nederland is de strijd tegen straffeloosheid daarom extra belangrijk. Om die reden heeft Nederland een speciaal team van rechercheurs en officieren van justitie die deze misdrijven voor de Nederlandse rechter brengen. Een strijd die actueler is dan ooit. In Oekraïne is er al 14 maanden oorlog waar nog zwaar wordt gevochten, terwijl in Oekraïne en verschillende andere landen al onderzoeken zijn gestart naar oorlogsmisdrijven. Om de daders van die misdrijven ook echt aansprakelijk te kunnen stellen is het verdrag cruciaal.

Kopgroep

Wat het lastig maakt is dat de opsporing en vervolging van internationale misdrijven primair de verantwoordelijkheid zijn van afzonderlijke landen, terwijl tegelijkertijd verdachten, slachtoffers en bewijzen die landsgrenzen vaak passeren. Om deze zaken toch voor een nationale rechter te kunnen brengen, is internationale samenwerking hard nodig. Op dit moment is het juridische kader hiervoor onvolledig. Samenwerking vindt bijvoorbeeld plaats op basis van bilaterale afspraken of verouderde verdragen. Het is dus erg versnipperd en daarmee niet praktisch en effectief. Daarom heeft Nederland, samen met Argentinië, België, Mongolië, Senegal en Slovenië – ‘de kopgroep‘ – in 2011 het initiatief genomen om te komen tot dit verdrag. Daarbij heeft Nederland steeds de aanjaagrol gehad. Het verdrag biedt straks een juridisch – en modern – kader voor internationale samenwerking op het gebied van wederzijdse rechtshulp, uitlevering en tenuitvoerlegging van straffen.

Vervolg

Straffeloosheid tegengaan bij internationale misdrijven is de kern van het Multilaterale Verdrag Rechtshulp en Uitlevering Internationale Misdrijven (MVRUIM) dat door tachtig landen wordt gesteund. Het MVRUIM-initiatief bevindt zich in een vergevorderd stadium: van 15 tot en met 26 mei wordt in Slovenië over de ontwerptekst onderhandeld en wordt – naar verwachting – de tekst definitief vastgesteld. De inzet van Nederland is dat het verdrag in het eerste kwartaal van 2024 door de ministers van de zo veel mogelijk landen in Nederland ondertekend wordt. Daarna moeten de aangesloten landen zelf nog aan de slag om het verdrag in werking te laten treden. In Nederland bijvoorbeeld volgt nog een parlementaire behandeling en een implementatieprocedure.


Ministerie van Justitie en Veiligheid investeerde in aanpak georganiseerde misdaad, de rechtspraak en opvang

In 2022 investeerde het ministerie van Justitie en Veiligheid fors in de aanpak van georganiseerde misdaad. Zo krijgen meer gemeenten structureel geld om te voorkomen dat kleine jongens uitgroeien tot grote criminelen. Het aantal gemeenten dat meedoet aan het zogenoemde programma Preventie met Gezag is uitgebreid van 15 naar 19 voor wijken en buurten waar jongeren de grootste risico’s lopen om te worden geronseld door criminelen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Daarnaast is het stelsel van bewaken en beveiligen versterkt om onze hoeders van de rechtsstaat te beschermen, zoals rechters, politieagenten, officieren van justitie, advocaten, journalisten en burgemeesters. Het kabinet heeft bovendien 155 miljoen euro structureel uitgetrokken voor de rechtspraak om onder andere meer rechters en ander personeel aan te trekken. Dat geld wordt ingezet voor kortere doorlooptijden en het verminderen van de werkdruk onder rechters. Ook is het geld voor initiatieven om het recht dichter bij mensen te brengen, zoals de wijkrechtspraak.

Tevens is de samenwerking op internationaal niveau opgevoerd in de strijd tegen georganiseerde misdaad en is bijna 30 miljoen euro vrijgemaakt voor extra maatregelen tegen drugssmokkel via onze grote logistieke knooppunten, zoals de zeehaven van Rotterdam. De internationale drugscriminaliteit slaapt immers nooit, verlegt continu smokkelroutes tussen zeehavens en bedreigt met intimidatie en geweld onze samenleving en democratische rechtsstaat.

Door de hoge instroom van asielzoekers én ontwikkelingen zoals woningtekort in Nederland stond de asielopvang in 2022 onder grote druk. Daarbij kwamen ongeveer 90.000 mensen naar Nederland die vluchtten voor de oorlog in Oekraïne. Er is hard gewerkt door verschillende partijen om iedereen toch opvang te kunnen bieden.

Wie onze bescherming vraagt, maar onze gastvrijheid misbruikt, verdient een harde aanpak. Daarom zette het kabinet in op een aanpak om te voorkomen dat overlast plaatsvindt en het hard aan te pakken als het toch gebeurt. Voor de geïntensiveerde aanpak overlast en bevordering van terugkeer van asielzoekers die hier niet mogen blijven, is 45 miljoen uitgetrokken. Migratiesamenwerkingen zijn versterkt met landen waar vandaan en via waar asielzoekers naar Nederland komen en er is op Europees niveau onder andere gewerkt aan het versterken van onze buitengrenzen.


Dreigingen tegen de democratische rechtsorde tellen op

2022 was een grimmig jaar. Voor de wereld en voor Nederland. We zijn getuige geweest van het uitbreken van de grootste oorlog in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog, die ook onze nationale veiligheid raakt. We hebben ook gezien hoe in Nederland haat, antisemitisme en complottheorieën voortwoekerden. De AIVD denkt te hebben voorkomen dat concrete dreigingen binnen Nederland werkelijkheid werden. Dreigingen van jihadisten, rechts-terroristen en mensen die extreem vijandig zijn tegen de overheid. Die ontwikkelingen stemmen tot zorg. Dat schrijft de AIVD in zijn jaarverslag over 2022.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

De hoeveelheid aan dreigingen en de diversiteit ervan nemen al jaren toe. Die variëren inmiddels van terrorisme, extremisme en offensieve cyberprogramma’s, de doorontwikkeling van massavernietigingswapens, spionage, heimelijke beïnvloeding, inmenging en sabotage, tot het gevaar dat criminaliteit kan leiden tot aantasting van de democratische rechtsorde en risico’s voor de economische veiligheid van Nederland.  In 2022 kwam daar de Russische inval in Oekraïne bij, de grootste landoorlog in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. De optelsom van deze dreigingen raakt de Nederlandse samenleving.

Dreigingen onvoorspelbaarder door wisselwerking en versterking

Al deze dreigingen kunnen elkaar onbedoeld versterken. Een toename van extremisme kan tot extremisme leiden. Zo was de gestegen geweldsdreiging van rechts-extremisme van de recente jaren, deels een reactie op de opkomst van ISIS indertijd. En die verharding bij rechts-extremisme kan mogelijk zorgen voor verharding bij links-extremisten. De oorlog in Oekraïne zorgde ervoor dat gas schaars werd in Europa. De eerste levensbehoeften werden fors duurder. Daardoor kregen extremistische aanjagers in Nederland na de coronacrisis opnieuw gelegenheid om complottheorieën te verspreiden over een ‘kwaadwaardige elite’. Soms grijpen landen als Rusland onrust in het Westen aan om in het geheim tegenstellingen in de samenleving aan te wakkeren. Het risico bestaat ook dat dreigingen gaan overlappen. In 2022 bleek de democratische rechtsorde van Nederland daarvoor kwetsbaar. Dat omvat het politieke en juridische systeem van Nederland, en de manier waarop overheid en burgers en burgers onderling met elkaar omgaan. Niet alleen politici, maar ook journalisten, gezagsdragers, juristen en wetenschappers zijn afgelopen jaar het doelwit geweest van extremisten of de georganiseerde misdaad.

Anti-institutioneel extremisme ernstige dreiging op lange termijn

De AIVD ziet een ontwikkeling van extremisten die zich niet meer alleen richten tegen de overheid, maar meer en meer ook tegen allerlei organisaties en instituties. Dit noemen we anti-institutioneel extremisme.  Kenmerkend voor deze groep is de boodschap dat in Nederland een kwaadaardige elite aan de macht is, die ‘de vijand’ is van de Nederlandse bevolking. Die boodschap blijft na corona nieuw leven ingeblazen worden, en lijkt momenteel het populairste extremistische narratief in Nederland. Het centrale idee van anti-institutionele extremisten vormt een ernstige lange termijndreiging tegen Nederland.

Dreiging jihadistisch terrorisme neemt toe

Het mondiaal jihadisme is de belangrijkste terroristische dreiging tegen Nederland. Terwijl de dreiging vanuit de jihadistische beweging in Nederland grotendeels gelijk is gebleven, acht de AIVD de dreiging van door ISIS aangestuurde aanslagen hoger dan de afgelopen paar jaar. Die dreiging komt vooral van netwerken die worden aangestuurd door ISIS vanuit Afghanistan. De AIVD werkt nauw samen met collega-diensten om de verhoogde aanslagdreiging van ISIS het hoofd te bieden.

Spionage en inmenging in Nederland omvangrijk probleem

Spionage en inmenging in Nederland waren in 2022 een omvangrijk probleem. In februari zette Nederland zeventien Russische inlichtingenofficieren uit.  In april voorkwam de AIVD dat een Russische spion onder uitgebreide dekmantel werkzaamheden kon verrichten bij het Internationaal Strafhof. Diverse landen probeerden in Nederland (voormalige) burgers te monitoren. 

Dreiging cyberaanvallen onverkort hoog

In 2022 vond waarschijnlijk de eerste succesvolle, statelijke cyberaanval plaats op de overheidsnetwerken van een NAVO-lidstaat (Albanië) met sabotage als doel. Het onderstreept de massieve dreiging die inmiddels uitgaat van landen met cyberaanvalsprogramma’s, zoals China, Rusland en Iran.  De AIVD ziet dat cyberactoren voortdurend van werkwijze veranderen om niet ontdekt te worden. De extra gelden die de AIVD en MIVD nu jaarlijks structureel krijgen zijn met name ingezet op de versterking cybercapaciteiten.

Weerbaarheid vraagt een integrale aanpak

Hoe effectief Nederland kan reageren op dreigingen, hangt af van de inzet van veel verschillende partijen. Terwijl dreigingen tegen Nederland diverser worden, breidt de AIVD ook zijn samenwerking uit.  De samenwerking met onder meer de MIVD, NCTV, buitenlandse collega-diensten, politie en Openbaar Ministerie is van oudsher hecht. De AIVD vindt ook meer partners in onderwijs, wetenschap en het bedrijfsleven.


Kabinet en gemeenten zetten belangrijke stap naar verbetering jeugdzorg

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en staatssecretaris Maarten van Ooijen (VWS) – namens het kabinet – hebben een principeakkoord bereikt over het financiële kader voor de Hervormingsagenda Jeugd. Hervormingen in de jeugdzorg zijn hard nodig om jeugdigen en gezinnen die dat nodig hebben, zo snel mogelijk passende zorg te bieden. Tegelijkertijd moet het hele jeugdzorgstelsel financieel houdbaar worden. Het gaat daarbij om een combinatie van maatregelen en middelen. Afgesproken is dat in 2024 en 2025 besparingen met in totaal € 385 miljoen worden verzacht. Daarmee worden gemeenten zo goed mogelijk in staat gesteld om in ingewikkelde maatschappelijke omstandigheden de jeugdzorg te verbeteren. Dit is een belangrijke stap naar een inhoudelijk akkoord. Nu is het aan kabinet en gemeenten om met aanbieders, professionals en cliëntenorganisaties de totale Hervormingsagenda Jeugd zo spoedig mogelijk vast te stellen en uit te voeren.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Grote hervorming van de jeugdzorg

Staatssecretaris Van Ooijen: “Onze gezamenlijke opdracht is om de jeugdzorg sterk te verbeteren, met de grootste hervorming sinds de decentralisatie van de jeugdzorg in 2015. Hervormingen zijn nodig om kwetsbare kinderen en gezinnen sneller en beter te kunnen helpen. Het is hoopgevend dat we nu eindelijk een akkoord hebben over de hoofdlijn van de financiële afspraken. Het is nu aan Rijk en gemeenten om met professionals, clientorganisaties en aanbieders in gezamenlijkheid overeenstemming te bereiken over de inhoud van de hervormingen van de jeugdzorg.”

Jeugdzorg van goede kwaliteit

Met de Hervormingsagenda wordt de jeugdzorg de komende jaren sterk verbeterd. Voor de meest kwetsbare kinderen en gezinnen wordt de toegankelijkheid en beschikbaarheid van de zorg verbeterd. Papierwerk en administratie worden zeer ingrijpend verminderd. Voor kinderen en ouders is het van groot belang dat ze dichtbij huis terecht kunnen bij stevige lokale teams die waar nodig ook zelf hulp bieden. Zoveel mogelijk thuis opgroeien is het uitgangspunt, ook als kinderen hulp nodig hebben. Uithuisplaatsingen willen we zoveel mogelijk voorkomen en terugdringen. Ook zal er continu worden gewerkt aan het verbeteren van kwaliteit, effectiviteit en blijvend leren.

Commissie van deskundigen

Onderdeel van de afspraken is dat er een commissie van deskundigen wordt ingesteld die tijdens de uitvoering van de hervormingen zal adviseren over hoe het gaat, of de afgesproken acties ook worden uitgevoerd en hoe de uitgaven zich ontwikkelen. Deze commissie kan adviseren hoe om te gaan met een uitgavenontwikkeling die afwijkt van het nu overeengekomen financiële kader.


Minister Yesilgöz-Zegerius maakt afspraken over informatie-uitwisseling ISIS-terroristen en -oorlogsmisdadigers

De berechting van ISIS-terroristen en -oorlogsmisdadigers heeft hoge prioriteit voor Nederland. Goede bewijsvergaring is daarbij essentieel. Veel van dat bewijs is te vinden op de plek waar de misdaden zijn begaan en de slachtoffers zijn gemaakt. Minister van Justitie en Veiligheid Yesilgöz-Zegerius heeft vandaag een Memorandum of Understanding (MoU) getekend met Christian Ritscher, de speciaal adviseur van de Verenigde Naties (UNITAD).

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

UNITAD doet onder meer onderzoek naar de ernstige misdrijven, zoals misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden, begaan door ISIS.  UNITAD stelt het verzamelde bewijs beschikbaar voor nationale vervolging en berechting. Door het sluiten van een MoU wordt voor Nederland de uitwisseling van informatie voor onderzoeken naar internationale misdrijven makkelijker. Daarmee vergroot het de kans op opsporing en vervolging van misdrijven begaan door ISIS.

Misdrijven mogen niet onbestraft blijven

“Terroristische daden en ernstige internationale misdrijven mogen niet onbestraft blijven. Mensen die willens en wetens ons land hebben verlaten om zich aan te sluiten bij een strijd die gericht is op het vernietigen van onze vrijheid.  Of mensen die in Nederland hun toevlucht hebben gezocht nadat zij zich schuldig hebben gemaakt aan de ernstigste schendingen van het internationaal recht. Deze mensen mogen hun straf niet ontkomen. Door intensieve samenwerking met onder meer UNITAD en het Nederlands Openbaar Ministerie en de politie komt de wens naar gerechtigheid weer een stap verder. Slachtoffers verdienen het dat daders voor de rechter worden gesleept.”, aldus Yesilgöz-Zegerius.

Goede bewijsvergaring

Goede bewijsvergaring is belangrijk in het vervolgen van ISIS-terroristen. Daarom bracht de minister in mei 2022 in Bagdad een bezoek aan UNITAD. Tijdens het bezoek is gesproken over het afsluiten van een bilaterale overeenkomst. Door de nu gemaakte afspraken is het voor de politie en het Openbaar Ministerie gemakkelijker om van geval tot geval te beoordelen of het nationale recht hen toestaat relevante informatie met UNITAD te delen. 

Samenwerken

Naast het vergemakkelijken van de huidige vorm van samenwerking, wordt met het MoU ook een belangrijk signaal afgegeven dat we streven naar het bestendigen en uitbreiden van de samenwerkingsrelatie. Om de samenwerkingsmogelijkheden met UNITAD nog meer te benutten en een actieve bijdrage te kunnen leveren aan de bewijzenbank van onder meer UNITAD, wil Nederland in de toekomst een Verdrag sluiten.


Afname celmateriaal voor DNA-onderzoek al bij verdachte mogelijk

In de aanpak van het probleem van onvindbare veroordeelden maakt een wetsvoorstel het mogelijk om al in de opsporingsfase bij verdachten celmateriaal af te nemen voor DNA-onderzoek. Nu kan pas celmateriaal worden afgenomen als iemand is veroordeeld voor een ernstig misdrijf. In de praktijk blijken echter niet al deze veroordeelden traceerbaar. Het wetsvoorstel regelt daarom dat celmateriaal al kan worden afgenomen nadat de verdachte is aangehouden door de politie. Dat celmateriaal wordt beveiligd opgeslagen, en mag alleen na een veroordeling worden gebruikt voor het opstellen van een DNA-profiel.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid heeft vandaag het wetsvoorstel voor consultatie aangeboden om hiertoe de huidige Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (Wet DNA-V) te wijzigen. Met de Tweede Kamer is afgelopen jaren diverse keren gesproken over de werking van de Wet DNA-V. Hierbij werd de wens uitgesproken om in een eerder stadium van het strafproces celmateriaal af te kunnen nemen. Dat gebeurde in het bijzonder naar aanleiding van de rapporten van de commissie-Hoekstra. Deze commissie werd ingesteld na de tragische moord op twee personen door Bart van U.; te weten oud-minister Els Borst en zijn zus Loïs. Van Bart van U. bleek na een eerdere veroordeling in 2012 geen celmateriaal te zijn afgenomen, terwijl dat volgens de wet wel had moeten gebeuren.

Randvoorwaarden en mogelijkheden

De afgelopen jaren is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en de randvoorwaarden om in een eerder stadium van het strafproces celmateriaal af te nemen. Ook zijn verbeterslagen gemaakt in de uitvoering van de Wet DNA-V door betrokken ketenpartners, waaronder het openbaar ministerie (OM), de politie en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Het overgrote deel van de gesignaleerde veroordeelden wordt opgespoord. Het blijkt echter in sommige gevallen lastig om celmateriaal af te nemen, vooral van de groep veroordeelden zonder bekend adres.

DNA-databank

Ruim 10% van de veroordeelden blijft nu ten onrechte buiten beeld, waardoor hun profiel niet in de DNA-databank terechtkomt. Volgens onderzoekers is dit niet of nauwelijks te wijten aan de wijze waarop de wet wordt uitgevoerd, maar heeft dit te maken met het feit dat ze onvindbaar zijn, dan wel buiten bereik van politie en justitie in het buitenland verblijven. Met de voorgestelde wetswijziging wordt de procedure zo aangepast dat het celmateriaal niet pas wordt afgenomen nadat iemand is veroordeeld. De politie gaat celmateriaal afnemen als de verdachte nog in beeld is. Hierbij gaat het om iedere aangehouden verdachte die na verhoor of na beëindiging van de inverzekeringstelling nog wel verdacht wordt van een ernstig misdrijf.

DNA-profiel bij veroordeling

Hoewel celmateriaal in een eerder stadium wordt afgenomen, betekent dit niet dat dit direct mag worden gebruikt voor DNA-onderzoek. De overige bevoegdheden in de Wet DNA-V worden namelijk niet uitgebreid. Het celmateriaal wordt na afname opgeslagen in een aparte beveiligde omgeving. De afgelopen jaren zijn onder meer benut voor onderzoek naar de randvoorwaarden en mogelijkheden voor het bouwen van deze beveiligde omgeving. Op basis van de wetsbehandeling kan deze verder worden ingericht.

Nieuwe werkwijze

Zoals de Wet DNA-V voorschrijft mag het afgenomen celmateriaal pas na een veroordeling, als de officier van justitie een bevel daartoe heeft gegeven, worden gebruikt voor het opstellen van een DNA-profiel. Als de betrokkene niet meer als verdachte kan worden aangemerkt, wordt het celmateriaal vernietigd. De verwachting is dat door de nieuwe werkwijze van vrijwel elke veroordeelde wiens profiel in de DNA-databank moet worden opgenomen, daadwerkelijk een DNA-profiel in de databank kan worden opgenomen.


Nieuwe maatregelen voor aanpak rechtsstaat ondermijnende organisaties

Het moet makkelijker worden om organisaties aan te pakken die de democratische rechtsstaat of het openbaar gezag ondermijnen. Daarom worden er nieuwe handhavingsinstrumenten toegevoegd aan de Wet transparantie maatschappelijke organisaties (Wtmo). De ministerraad heeft ingestemd met het voorstel van minister van Justitie en Veiligheid Yeşilgöz-Zegerius. Het voorstel om de Wtmo te wijzigen wordt daarna naar de Tweede Kamer gestuurd.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Hiermee geeft de minister gehoor aan een brede oproep vanuit de Tweede Kamer om te komen met extra handhavingsinstrumenten wanneer sprake is van (dreigende) ondermijning van democratische waarden, fundamentele vrijheden of mensenrechten. Eerder heeft het kabinet het streven aangekondigd meer grip te krijgen op geldstromen die ongewenste beïnvloeding van in Nederland gevestigde organisaties faciliteren.

Stevigere aanpak

Minister Yeşilgöz-Zegerius: “Het is belangrijk dat er een stevigere aanpak komt van organisaties die via hun activiteiten onze rechtsstaat ondermijnen. Er is in ons land geen plek voor activiteiten van organisaties, zoals lezingen of activistische toespraken, die als doel hebben leden op te hitsen om de democratie af te schaffen, voor evenementen waarbij discriminatie van bepaalde groepen wordt uitgedragen of voor het uitbrengen van tijdschriften of pamfletten waarin minderheidsgroepen worden verketterd of weggezet. Met nieuwe handhavingsinstrumenten kunnen we de maatschappij hier beter tegen beschermen.”

Ondermijnen van de rechtsstaat

Tegen maatschappelijke organisaties die de democratische rechtsstaat of het openbaar gezag ondermijnen, moet effectief kunnen worden opgetreden. Dat wordt mogelijk gemaakt met de voorgestelde wijzigingen van de Wtmo. Het kabinet stelt onder andere voor dat een rechterlijk bevel kan worden opgelegd waardoor een organisatie zich gedurende een periode van maximaal twee jaar moet onthouden van bepaalde activiteiten. Daarnaast kan een organisatie worden veroordeeld bepaalde donaties of geldstromen te melden aan het OM, kan het OM inzicht krijgen in de financiële administratie van organisaties, kunnen tegoeden worden bevroren en kan er een verbod op bepaalde donaties worden opgelegd. De maatregelen kunnen apart, maar ook gezamenlijk worden opgelegd. De maatregelen komen in aanvulling op het strafrecht en andere al bestaande maatregelen, zoals de mogelijkheid om in uiterste gevallen rechtspersonen door de rechter te laten verbieden op verzoek van het OM.


Naar een nieuw stelsel: het stelsel beveiligen van personen

Na de moorden op de broer, advocaat en vertrouwenspersoon van de kroongetuige in het Marengo-proces heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid onderzoek gedaan naar de lessen die getrokken kunnen worden uit de beveiligingssituaties van deze drie personen. De minister van Justitie en Veiligheid Yeşilgöz-Zegerius reageert namens het kabinet op de uitkomsten van het onderzoek en de aanbevelingen van de onderzoeksraad.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

“Het is duidelijk geworden dat er fouten zijn gemaakt, zoals het onvoldoende delen van informatie tussen de opsporing en bewaken en beveiligen. Ook is onvoldoende tegemoetgekomen aan zorgen die leefden bij de te beveiligen personen en dierbaren. Het is ten diepste te betreuren dat deze fouten zijn gemaakt en als verantwoordelijk minister heb ik hiervoor aan de nabestaanden excuus aangeboden. Tegelijkertijd besef ik zeer goed dat het onbeschrijfelijke leed dat de nabestaanden is aangedaan door meedogenloze criminelen, niet kan worden weggenomen”, aldus Yeşilgöz-Zegerius.

Grondige analyse

Het kabinet onderschrijft de grondige analyse en conclusies van de onderzoeksraad en neemt alle aanbevelingen mee bij de inrichting van het nieuwe stelsel van bewaken en beveiligen. In afwachting op het rapport van de onderzoeksraad is de afgelopen jaren al gewerkt aan verbeteringen in de aansturing, informatie-uitwisseling en uitvoering binnen het stelsel bewaken en beveiligen. Deze recente verbeteringen waren noodzakelijke aanpassingen binnen de bestaande (wettelijke) kaders van het stelsel. Het stelsel vandaag de dag functioneert daarmee al niet meer zoals een paar jaar geleden. De ingezette verbeteringen binnen het stelsel zijn niet afdoende om de toenemende nieuwe dreigingen vanuit georganiseerde ondermijnende criminaliteit, geradicaliseerde eenlingen, tezamen met de dreiging vanuit terrorisme en statelijke actoren ook in de toekomst aan te kunnen. Het stelsel moet daarom worden vernieuwd.

Hoofdlijnen nieuwe stelsel beveiligen van personen

Het nieuwe stelsel – het stelsel beveiligen van personen – is gericht op de beveiliging van ernstig bedreigde personen vanuit deze dreigingsfenomenen. Dit stelsel moet eenduidiger, meer gericht op dreiging en transparanter zijn dan het huidige stelsel van bewaken en beveiligen. In het nieuwe stelsel blijft de te bewaken persoon onverminderd centraal staan en er komt meer transparantie waar mogelijk.

Extra aandacht

“Binnen het nieuwe stelsel van beveiligen van personen is extra aandacht voor de te beschermen personen. Een steeds groter wordende groep advocaten, rechters, journalisten en politici ervaart iedere dag de heftige gevolgen van een zware dreiging en de veiligheidsmaatregelen die nodig zijn om hier weerstand tegen te bieden. Zij hebben te maken met verschillende soorten dreigingen. Dit vraagt maatregelen passend bij de dreiging, flexibiliteit en aandacht voor de menselijke maat”, aldus Yeşilgöz-Zegerius.

Eenduidig gezag

In het nieuwe stelsel komt er een eenduidig gezag, zodat er geen sprake meer is van de complexe regie die het huidige stelsel kent. Dit gezag zal worden uitgevoerd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). De analysefunctie wordt geïnnoveerd, zodat dreigingsinschattingen en –analyses verbeteren en de toegang tot informatie ten behoeve van deze analysefunctie wordt verbeterd. Door gezamenlijke beveiligingsconcepten en -pakketten verder te ontwikkelen wordt de uitvoering van de beveiligingstaken door de politie en de Kmar eenduidiger.

Wettelijk kader

Daarnaast moet er een specifiek wettelijk kader komen voor het stelsel beveiligen van personen, waarin onder meer de nieuwe verantwoordelijkheidsverdeling wordt geregeld en de benodigde informatiedeling in het kader van bewaken en beveiligen wordt voorgeschreven. Als iemand dusdanig ernstig wordt bedreigd vanuit georganiseerde ondermijnende criminaliteit, geradicaliseerde eenlingen, of vanuit de dreiging vanuit terrorisme en statelijke actoren waardoor mogelijk persoonbeveiligingsmaatregelen nodig zijn, dan raken daarbij verschillende partijen betrokken. Naast de te beveiligen persoon zelf, hebben ook de werkgever en de overheid een rol. Er worden kaders ontwikkeld over wat van ieder van hen mag worden verwacht. Daarbij wordt onderzocht of en hoe dat de basis kan bieden voor een nadere invulling van de rechten en plichten voor te beveiligen personen. Ook komt er naast de eigen monitoring door de NCTV en het toezicht van de Inspectie Justitie en Veiligheid een nieuw in te richten onafhankelijk adviesorgaan dat adviseert over de kwaliteit van het functioneren van het nieuwe stelsel en de doorontwikkeling daarvan.

Samenhang met kroongetuigenregeling en getuigenbescherming

Het kabinet onderschrijft dat er een heldere afbakening moet zijn tussen het stelsel beveiligen van personen en het programma getuigenbescherming. Ook voor getuigenbescherming is het van belang duidelijke (wettelijke) kaders te stellen voor een nadere invulling van de rechten en plichten van alle betrokkenen. Afspraken met kroongetuigen kunnen en mogen alleen worden gemaakt als dat verantwoord is met het oog op hun veiligheid, die van hun omgeving en functionarissen. Er moet een integrale afweging en toetsing plaatsvinden, waarbij expliciet aandacht uitgaat naar de veiligheid en de ethische aspecten van de veiligheidsmaatregelen. Het kabinet onderzoekt daarnaast in welke vorm onafhankelijke toetsing van de getuigenbeschermingsovereenkomst kan worden vormgegeven. De aangekondigde verbreding van de kroongetuigenregeling gaat wat het kabinet betreft in als deze en de eerder aangekondigde verbeteringen zijn gerealiseerd.

Transitiefase

Het inrichten van het nieuwe stelsel en het ontwikkelen van een specifiek wettelijk kader vraagt een goed en adequaat proces en zal niet van vandaag op morgen gereed zijn. De verbeteringen die nu al kunnen starten, worden direct ingezet. Zo wordt bijvoorbeeld de samenwerking met de te beveiligde persoon inhoudelijker vormgegeven. Ook kunnen en mogen er alleen nog afspraken gemaakt worden met een kroongetuige als dat verantwoord is met het oog op hun veiligheid, die van hun directe naasten en functionarissen. Vooruitlopend op het specifieke wettelijke kader geeft de vernieuwing van de werkafspraken tussen partners op bewaken en beveiligen – die zijn vastgelegd in de Circulaire Bewaken en Beveiligen – in juli mogelijkheden voor een eerstvolgende verbeterslag. Daarnaast zal het onafhankelijke adviesorgaan op korte termijn starten. Er moet een modus gevonden worden in het dagelijks laten functioneren van het stelsel, en tegelijkertijd zoveel als mogelijk de noodzakelijke vernieuwingen nu al laten plaatsvinden. Gedurende deze transitiefase zal er vanzelfsprekend continu aandacht zijn voor de veiligheid en het welzijn van de te beveiligen personen in het stelsel.


Ruim 100 chemische grondstoffen voor productie harddrugs verboden

Per 1 april dit jaar worden meer dan 100 chemische grondstoffen – zogeheten precursoren – verboden omdat deze alleen worden gebruikt om harddrugs te maken. Dat hebben minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid en minister Kuipers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besloten op advies van deskundigen. Met het verbod beogen de ministers zowel de volksgezondheid te beschermen als criminele structuren in de productie en handel van harddrugs te doorbreken en op te rollen. Verder stellen de ministers een expertgroep van deskundigen in voor het bijhouden van de lijst drugsprecursoren. Zo kan doorlopend worden opgetreden bij nieuwe opkomende grondstoffen voor harddrugs.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

“De georganiseerde misdaad probeert met nietsontziend geweld zoveel mogelijk geld te verdienen met de productie en handel van harddrugs. Eigenaren van schuren en loodsen worden onder druk gezet voor de vestiging van drugslabs, ons milieu wordt ernstig vervuild door dumping van chemisch afval, liquidaties vinden plaats op straat en met explosieven worden gevels opgeblazen. Door het verbieden van deze ruim 100 chemicaliën kunnen opsporingsdiensten eerder optreden tegen de criminele structuren van deze gewelddadige industrie. Alleen al het bezit en het vervoeren van de grondstoffen om harddrugs te maken, wordt al strafbaar. Ook kunnen we internationaal meer gezamenlijk optrekken met landen waar deze stoffen al verboden zijn”, aldus minister Yeşilgöz-Zegerius.

Verbieden van de chemische grondstoffen

Het verbieden van de chemische grondstoffen is mogelijk door de Wet strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit I die per 1 januari 2022 in werking is getreden. Sindsdien is het verboden om drugsprecursoren in te voeren, uit te voeren, te vervoeren of voorhanden te hebben. Hierop staat een maximum gevangenisstraf van 6 jaar. Om tot de lijst van de verboden stoffen te komen, is advies gevraagd aan een groep deskundigen van het Openbaar Ministerie (OM), de politie, Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD), Nederlands Forensisch Instituut (NFI), de Douane, de Koninklijke Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie en het Verbond van Handelaren in Chemische Producten.

Expertgroep

Minister Yeşilgöz-Zegerius en minister Kuipers hebben ook besloten om per 1 april dit jaar de Expertgroep precursoren in te richten met deskundigen uit de betrokken organisaties. Door de instelling van de Expertgroep kan de lijst met drugsprecursoren worden bijgehouden met nieuwe opkomende chemische stoffen. Voor het aanwijzen van de verboden stoffen gelden twee voorwaarden: deze kunnen worden gebruikt voor de illegale productie van drugs, en er is geen legale toepassing van bekend.

Nationale lijst

Met het bijhouden van de nationale lijst kan blijvend het illegale productieproces van harddrugs worden verstoord. Criminelen die de drugsprecursoren vervoeren en/of in hun bezit hebben, kunnen zo gemakkelijker worden aangepakt. Hiervoor moest telkens nog worden bewezen dat deze personen konden weten dat het ging om grondstoffen voor harddrugs. Dit is door het bijhouden van de nationale lijst niet meer nodig.