
Strafuitsluiting voor verblijf hulpverleners en journalisten in terroristisch gebied
De Nederlandse en Europese samenleving moet beschermd worden tegen het gevaar van terugkeerders uit door terroristische organisaties gecontroleerde gebieden. Verblijf daar gaat in veel gevallen gepaard met (desnoods gedwongen) vereenzelviging met het gedachtengoed van de organisaties die daar de dienst uitmaken. Daarom is op dit moment een wetsvoorstel aanhangig bij de Eerste Kamer (35125) waarin dat verblijf strafbaar wordt gesteld.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Dit mag echter niet verhinderen dat humanitaire hulpverleners en journalisten naar het gebied kunnen afreizen om humanitaire hulp te bieden of nieuws te vergaren. Daarom wordt voor hen een strafuitsluitingsgrond geïntroduceerd voor verblijf in terroristisch gebied. Vandaag gaat het conceptwetsvoorstel in consultatie waarmee deze strafuitsluitingsgrond aan de voorgestelde strafbaarstelling wordt toegevoegd. Het wetsvoorstel was aangekondigd naar aanleiding van inbreng uit het parlement, van journalisten en van hulpverleningsorganisaties. De verdere behandeling van dit wetsvoorstel wordt door de Eerste Kamer aangehouden in afwachting van dit wetsvoorstel.
De strafuitsluitingsgrond geldt voor Nederlanders en Nederlands ingezetenen die uitsluitend in het gebied verblijven om activiteiten te verrichten als hulpverlener werkzaam voor een onpartijdige humanitaire organisatie, of als journalist of publicist in het kader van nieuwsgaring. Daarmee kunnen deze personen verblijven in aangewezen gebieden zonder dat zij daarvoor strafbaar zijn. En hoeven ze vooraf geen toestemming/ontheffing te vragen. Zo kunnen hun onafhankelijkheid en neutraliteit beter gewaarborgd worden. Die kunnen noodzakelijk zijn voor een goede en veilige uitoefening van hun werk.
Meer hoogbeveiligde faciliteiten en strenge regimes voor zware criminelen
De aanpak van georganiseerde criminaliteit leidt tot een toename van arrestaties van een ‘buitencategorie’ van personen verdacht van zware criminaliteit. Nederland krijgt in de toekomst daarom in totaal vier justitiële complexen (Lelystad, Schiphol, Vlissingen en Vught), waarmee een dekkend netwerk ontstaat van hoogbeveiligde voorzieningen waar de zware, vluchtgevaarlijke criminelen van ons land kunnen worden gedetineerd én berecht. Verder wordt regelgeving aangepast op de fronten gevangeniswezen, advocatuur en rechtsgang, zoals strengere detentieregimes, beter toezicht op de advocatuur, en meer digitale zittingen om gevaarlijke vervoersbewegingen te voorkomen.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
Minister Dekker: “Het gaat hier om zware criminelen met veel macht en middelen, die bereid zijn om alles te doen om hun illegale praktijken voort te zetten. Dat is een groot gevaar voor onze veiligheid. Deze buitengewone groep gedetineerden vraagt om een buitengewone aanpak.”
Landelijk netwerk hoogbeveiligde inrichtingen
Om netwerkvorming en crimineel handelen tijdens detentie en tijdens de rechtsgang door zware criminelen te voorkomen en risicovolle vervoersbewegingen te beperken moeten zij op een andere wijze dan reguliere gevangenen worden gedetineerd en berecht. Daarvoor wordt geïnvesteerd in vier justitiële complexen.
- In 2022 worden in het Justitieel Complex Schiphol extra beveiligde cellen gerealiseerd, zodat gedetineerden met een hoog vlucht- of maatschappelijk risico hier tijdens meerdaagse aaneengesloten rechtszittingen kunnen overnachten. Dit scheelt risicovolle vervoersbewegingen van en naar de penitentiaire inrichtingen.
- In Vlissingen komt, zoals eerder aangekondigd, een nieuw Justitieel Complex dat medio 2028 gereed moet zijn, met een tweede EBI, een hoog beveiligde zittingslocatie en een hoog beveiligde werk- en overnachtingslocatie waar rechters, griffiers, officieren van justitie en advocaten in een beveiligde voorziening kunnen werken en overnachten.
- Ter vervanging van de Bunker in Osdorp komt er een hoogbeveiligde zittingslocatie bij PI Lelystad, waar tevens cellen voor tijdelijke overnachting van gedetineerden met een hoog vlucht- of maatschappelijk risico gerealiseerd zouden kunnen worden.
- In PI Vught komt een kwalitatief hoogwaardige videovoorziening en een beveiligde verhoorkamer. Hierdoor zullen de zwaarste criminelen in de toekomst voor hun rechtszaak niet meer in een auto zitten, maar achter een camera in de gevangenis aan hun terechtzitting deelnemen. Vanaf 2023 wordt het mogelijk zittingen van een rechter-commissaris in Vught te houden, wat verder vervoersbewegingen beperkt. Het gaat om bijvoorbeeld getuigenverhoren of zittingen waarbij moet worden besloten of de voorlopige hechtenis van een gedetineerde wordt verlengd.
Op de kleinschalige afdelingen met Intensief Toezicht (AIT) wordt er strenger toezicht gehouden op gedetineerden dan in reguliere regimes. Ze hebben een eigen dagprogramma waardoor ze geen contact hebben met gedetineerden van andere afdelingen. Naast de AIT’s die in 2020 geopend zijn in Leeuwarden en begin 2021 in Krimpen aan den IJssel, opent medio 2022 de derde AIT in Alphen aan den Rijn. Er wordt gemonitord of daarna verdere uitbreiding van deze afdelingen nodig is.
Gevangeniswezen
Om te voorkomen dat de georganiseerde criminaliteit kan doorgaan tijdens detentie en de rechtsgang, moet de huidige wet- en regelgeving aangepast worden. Dat ziet allereerst op aanpassingen bij het gevangeniswezen. We zien dat criminelen in detentie toch een weg vinden om te communiceren met hun criminele netwerk. Dat kan bijvoorbeeld via binnengesmokkelde telefoons of via loopjongens. Daarom komt er meer, strenger en langer toezicht, onder meer door plaatsing in de EBI voor meer gedetineerden mogelijk te maken. Ook zouden EBI- en AIT-gedetineerden beperkt moeten worden in bijvoorbeeld het oprichten van een bedrijf of verrichten van grote financiële transacties. Gevangenismedewerkers worden intensiever getraind op weerbaarheid en er gaat een 4-ogen principe gelden voor ambtelijk bezoek aan gedetineerden in de EBI, waardoor het moeilijker wordt om druk uit te oefenen op één medewerker. Verder wordt informatiedeling tussen de verschillende organisaties in de strafrechtketen verbeterd, om zo sneller en beter zicht te krijgen op de zwakke plekken en rotte appels.
Advocatuur
De aanhouding van een advocaat in de EBI is een signaal dat ook advocaten betrokken kunnen raken bij ondermijnende activiteiten. Om het lastiger voor gedetineerden te maken om druk uit te oefenen en een advocaat zo te bewegen mee te werken met voortgezet crimineel handelen vanuit detentie, wordt ook hier gekeken naar het enkel toestaan van advocatenbezoek aan gedetineerden in de EBI in duo’s. Verder wordt het toezicht op de advocatuur versterkt. Het toezicht gaat van de lokale deken naar een centraal orgaan. Daarnaast valt te denken aan een dagelijks bestuur binnen de aangekondigde landelijke toezichthouder die de bevoegdheid krijgt om onderzoeken te starten en bestuursrechtelijk en tuchtrechtelijk te handhandhaven.
Gelet op de wettelijke kernwaarde onafhankelijkheid is het moeilijk verdedigbaar dat advocaten cliënten bijstaan met wie zij een nauwe persoonlijke band of een familieband hebben. De minister roept de NOvA dan ook op om binnen de beroepsgroep het gesprek hierover aan te gaan en indien nodig eerder in te grijpen. Verder wordt met de NOvA besproken of de grens voor contante betalingen verlaagd of liever helemaal afgeschaft kan worden.
Rechtsgang
De mate van vervoer van gedetineerden met ernstige risico’s voor de openbare orde en veiligheid is niet langer acceptabel en moet fors verminderd worden. Daarom wordt geïnvesteerd in extra digitale voorzieningen zoals videoconferentie, zodat de rechter kan bepalen dat niet alle verdachten fysiek in de zittingszaal aanwezig zijn, maar ze wel op een goede manier worden gehoord. Dit voorkomt ook dat verdachten rond een zitting toch met elkaar kunnen communiceren. Het Besluit videoconferentie wordt aangepast zodat de rechter zonder instemming van verdachte of raadsman kan beslissen tot een digitale zitting als er sprake is van ernstige beveiligingsrisico’s tijdens het vervoer van de verdachte naar en van de zitting.
Intensivering van maatregelen tegen voetbalgeweld
Voetbalgeweld en overlast in en rond stadions worden harder aangepakt. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid heeft met de KNVB, directeuren van de clubs, burgemeesters met betaald voetbalclubs in hun gemeente, de politie en het Openbaar Ministerie (OM) hierover afspraken gemaakt. De afgelopen periode waarin ondanks corona tijdelijk weer publiek bij het voetbal mogelijk was, zagen we een onacceptabele explosie van rellen en geweld. Het heeft niets met de sport te maken.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
“De norm is sportief voetbal. In stadions horen alleen de echte supporters en is geen ruimte voor misdragingen. Daarom is een gerichte aanpak met lik-op-stuk nodig van drie verschillende groepen die de boel verzieken: de raddraaiers met spreekkoren en bier gooien, een opkomende groep relschoppers met meer gewelddadige jongeren en de categorie die zich schuldig maakt aan zwaar crimineel gedrag, extreem geweld en bijvoorbeeld bedreiging van Feyenoord-bestuurder Mark Koevermans.’’ aldus minister Grapperhaus.
Strafrechtelijke aanpak
Minister Grapperhaus heeft samen met politie en het OM aangegeven dat vanuit justitie de strafrechtelijke aanpak wordt opgevoerd als het gaat om de zwaarste categorie in het voetbalgeweld. Dit is een groep ver buiten het stadion en wordt via het strafrecht aangepakt. Ook wordt samengewerkt om betaald voetbalclubs weerbaarder te maken tegen agressie, intimidatie en bedreigingen naar het voorbeeld PersVeilig en Weerbaar Bestuur, waarin journalisten en lokale bestuurders al extra ondersteuning krijgen.
Inzet van alle betrokken partijen noodzakelijk
Om alle soorten gedragingen goed aan te pakken is inzet van alle betrokken partijen nodig: vanuit de clubs zelf, bestuurlijk en strafrechtelijk. Dit spreken de betrokken partners af in convenant. Bij de afspraken staat centraal dat dit in goede afstemming gebeurt in de zogeheten vierhoek van burgemeester, OM, politie en betaald voetbalclub .
Persoonsgerichte aanpak
Persoonsgerichte aanpak wordt geïntensiveerd met daarnaast een groepsgerichte benadering. De recente gebeurtenissen laten zien dat steviger moet worden doorgepakt. Naar aanleiding van een reeks incidenten presenteerde de KNVB in oktober al een dwingender kader met (deels bestaande) afspraken. Deze gaan onder meer over het stilleggen van wedstrijden bij kwetsende spreekkoren en het op het veld gooien van voorwerpen. Bij zulke gedragingen worden personen bij de KNVB aangemeld voor een landelijk stadionverbod. Voor alle uitsupporters is een uitkaartverplichting ingesteld.
Lik-op-stuk
Geweld en agressie worden niet getolereerd. Dat betekent een duidelijke lik-op-stuk aanpak. Clubs gaan stadionverboden strakker handhaven. Sinds de start van dit voetbalseizoen zijn ook al meer straffen uitgedeeld dan in afgelopen seizoenen. De clubs, gemeenten en politie zullen ook zoveel mogelijk de schade in het stadion, aan straatmeubilair en bijvoorbeeld politiebusjes verhalen op de geweldplegers en vernielers.
Cameratoezicht
Voor een persoonsgerichte en lik-op-stuk aanpak, is het ook van cruciaal belang om daders te identificeren. Kwalitatief goede camera’s in en rond het stadion leveren een belangrijke bijdrage aan identificatie en vervolging. Omdat gebleken is dat de beelden soms kwalitatief onvoldoende zijn, zijn in sommige gemeenten/stadions kwalitatief betere camera’s nodig.
Persoonsgerichte aanpak
De gemeenten, KNVB, clubs en de politie werken de komende periode ook een handelingskader uit om naast stadionverboden meer te werken met een meldplicht en een Top X-aanpak voor notoire ordeverstoorders en gewelddadige personen. Het ministerie van Justitie en Veiligheid werkt op dit moment aan een app voor smartphones, waarmee een meldplichtige kan aantonen dat hij op bepaalde tijdstippen – zoals rond een voetbalwedstrijd – niet in een bepaald gebied is. De verwachting is dat begin 2022 voor het eerst met deze app op de smartphone in een pilot gewerkt kan worden.
Wedstrijdvoorbereiding
De KNVB eist van betaald voetbalclubs een veiligheidsverklaring om aan de competitie deel te nemen. Aanvullend gaat de KNVB minimumeisen introduceren in haar licentiesysteem met betrekking tot de veiligheidscoördinatoren en Supporters Liaison Officers (SLO’s). Ook moet de club voor elke voetbalwedstrijd met publiek in de vierhoek groen licht krijgen of en op welke wijze er gespeeld kan worden, met of zonder (uit)publiek bijvoorbeeld. Deze wedstrijdvoorbereiding moet weer flink worden aangescherpt door de vierhoeken. Burgemeesters gaan hiervoor gezamenlijk een stappenplan opstellen voor wanneer vergunningsvoorwaarden niet worden nageleefd.
Monitoren en evalueren
Rond iedere wedstrijd wordt gemonitord hoe deze is verlopen. Telkens zal worden vastgesteld in hoeverre alle veiligheidspunten goed zijn nageleefd en ook is opgetreden, zoals afgesproken. Hierbij gaat het niet alleen om geweld en rellen, maar ook om onacceptabel gedrag als discriminatie en ongewenste spreekkoren. Als een club zich niet aan de afspraken houdt, zal dit gevolgen moeten hebben voor de volgende wedstrijd. Of deze door kan gaan, of de politie nog capaciteit kan vrijmaken en of er (uit)publiek bij aanwezig kan zijn.
Verdiepend onderzoek
De Regiegroep Voetbal en Veiligheid zal de intensivering van de maatregelen dit voetbalseizoen evalueren. Daarnaast wordt door het Auditteam Voetbal en Veiligheid nog een verdiepend fenomeenonderzoek gedaan naar de achtergrond van de toename van incidenten de afgelopen periode. De verwachting is dat dit onderzoek in het voorjaar van 2022 is afgerond.
Grapperhaus kondigt urgente maatregelen en verdiepend onderzoek naar Werken Onder Dekmantel bij de politie aan
Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) heet de openbare conclusies van het rapport van de commissie Brouwer naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze commissie heeft de afgelopen maanden onderzoek gedaan naar de werkwijze van het team Werken Onder Dekmantel (WOD) van de Landelijke Eenheid van de politie.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
In het bijzonder deed de commissie onderzoek naar de suïcide van een van de medewerkers van dit team. Het rapport is voor de minister aanleiding om direct maatregelen te treffen om de bescherming en veiligheid van medewerkers in dit team beter te waarborgen. De korpschef heeft aangegeven dit ook te gaan doen en de conclusies en aanbevelingen van het rapport te omarmen. Daarnaast kondigt de minister een verdiepend vervolgonderzoek aan om de toekomstige werkwijze van Werken Onder Dekmantel te voorzien van een passend stelsel van waarborgen. De commissie die hiermee aan de slag gaat zal ook de uitvoering in de praktijk gaan waarborgen.
Gebrek aan professionaliteit, sturing en toezicht
Het rapport laat een schrijnend gebrek aan professionaliteit, rapportage, sturing en toezicht zien. Daarnaast constateert de commissie dat er een relatie is tussen het overlijden van de infiltrant en zijn werk. De commissie noemt dit een harde, maar onvermijdelijke conclusie.
Grapperhaus: “Allereerst wil ik mijn oprechte medeleven betuigen aan de nabestaanden en collega’s van deze medewerker. Ik wens hen sterkte bij de verwerking van dit verschrikkelijke verlies. De bevindingen en conclusies van het onderzoek van de commissie zijn ontluisterend. Voor de nabestaanden moet dit ook weer een enorme schok zijn.”
De commissie Brouwer stelt vast dat de professionaliteit van de organisatie als geheel ernstig te wensen overlaat. Er is te weinig aandacht voor de risico’s van heimelijk werken en voor het mentale welzijn van de medewerkers. Daarnaast concludeert de commissie dat het huidige systeem binnen en buiten het team WOD onvoldoende waarborgen bevat voor het welzijn van infiltranten. De commissie stelt dat het team WOD veel successen bereikt, maar dat deze afhankelijk zijn van de persoonlijke kwaliteiten van individuele medewerkers en niet voortkomen uit de professionaliteit van de gehele organisatie. De politiemensen die met grote toewijding dit moeilijke en belangrijke werk doen, verdienen beter.
“Het rapport maakt duidelijk dat meerdere waarschuwingen en signalen dat het mentaal niet goed ging met de WOD-medewerker beperkt zijn opgepakt waardoor niet of onvoldoende is ingegrepen. De korpschef en ik vinden dat niet acceptabel en dit mag nooit meer gebeuren. We nemen dan ook direct maatregelen om de veiligheid en het welzijn van de medewerkers die dit moeilijke werk doen snel beter te beschermen”, aldus de bewindsman. Voor deze maatregelen is 3 miljoen euro vrijgemaakt.
Maatregelen
Er moet direct meer aandacht komen voor het geestelijk welzijn bij de medewerkers van het team WOD. De personeelszorg wordt dan ook verstevigd met bijvoorbeeld psychologen en andere deskundigen die gevraagd en ongevraagd advies geven over het mentale welzijn van medewerkers. Ook worden teams kleiner gemaakt. In afwachting van een vastgestelde nieuwe werkwijze worden richtinggevende beslissingen in lopende trajecten vanaf nu altijd getoetst door strategisch leidinggevenden. Ook de landelijke WOD-officieren van Justitie worden hierbij betrokken.
Alle lopende heimelijke trajecten worden opnieuw doorgelicht op de organisatorische, juridische en ethische condities. Op die manier moet bepaald worden of deze trajecten op een verantwoorde manier doorgang kunnen vinden.
Om bijvoorbeeld de aansturing en begeleiding van infiltranten beter vast te leggen worden er protocollen opgesteld voor de werkwijze van het team WOD. Zo komen professionele standaarden en verantwoordelijkheden duidelijk vast te liggen. Hiervoor wordt ook gebruikt gemaakt van externe expertise. Medewerkers moeten altijd ergens terecht kunnen met hun zorgen, klachten en (vermoedens van) misstanden. Daar wordt invulling aan gegeven waarbij de noodzakelijke geheimhouding en afscherming van het heimelijk werken in acht worden genomen.
Vervolgonderzoek
De commissie Brouwer toont aan dat het huidige systeem binnen en buiten de WOD niet voldoende waarborgen bevat. Verdiepend onderzoek is noodzakelijk om nadere versterking van juridische, organisatorische en ethische waarborgen goed in te richten. Daarom is er nu het voornemen om een stevig vervolg op dit onderzoek te doen met een nieuwe onderzoekscommissie. Deze commissie zal zich aantal dingen richten: onderzoek naar welke waarborgen nodig zijn voor het Werken Onder Dekmantel, advies geven over de toekomstige inrichting van de werkwijze rondom Werken Onder Dekmantel en de waarborgen die daarbij passen. Denk daarbij aan de meerwaarde van bredere en doorlopende toetsing door de Centrale Toetsingscommissie. Daarnaast houdt de commissie in de gaten of de aanbevelingen van de commissie Brouwer met voldoende slagkracht worden opgepakt.
Grapperhaus: “Ik heb Winnie Sorgdrager gevraagd om deze belangrijke commissie te gaan leiden. Met haar heb ik afgesproken dat ze op zeer korte termijn van start gaat. Ik heb veel vertrouwen in haar als beoogd voorzitter en in dit vervolgonderzoek. Dit onderzoek is nodig omdat Werken Onder Dekmantel ontzettend belangrijk is in de strijd tegen de georganiseerde misdaad en de aanpak van ondermijning. Vanwege dat belang gaat deze vervolgcommissie onderzoeken hoe we het Werken Onder Dekmantel goed moeten organiseren met alle waarborgen die daarbij horen”.
Nieuwe instrumenten voor afpakken crimineel vermogen
In de strijd tegen ondermijnende criminaliteit komen meer mogelijkheden voor het afpakken van crimineel vermogen. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid heeft het conceptwetsvoorstel strafrechtelijke aanpak ondermijning II in consultatie laten gaan, dat nieuwe instrumenten geeft om het criminele bedrijfsproces te verstoren. Zo wordt het mogelijk om crimineel geld en zaken afkomstig van criminaliteit af te pakken zonder een voorafgaande strafrechtelijke veroordeling. Ook wordt een zogenoemde spoedbevriezing van een financiële transactie geïntroduceerd om te voorkomen dat crimineel geld wordt weggesluisd.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
“De drijfveer voor criminelen is geld verdienen, maar hun drugsgeld is allesbehalve een rustig bezit. We zijn niet alleen uit op hun vermogen, hun luxe villa’s, dure horloges, auto’s en jachten. We raken ze ook direct in hun criminele bedrijfsvoering. Criminelen raken steeds meer mogelijkheden kwijt om te investeren in verdere illegale praktijken. Op die manier voorkomen we dat zwart geld in de samenleving blijft circuleren en wordt ingezet in de legale economie of wordt geherinvesteerd in criminele activiteiten’’, aldus minister Grapperhaus.
Non conviction based confiscation
Met het wetsvoorstel wordt de zogenoemde ‘non conviction based confiscation’ (NCBC)-procedure geïntroduceerd om crimineel vermogen en illegaal verkregen goederen te confisqueren zonder dat daaraan een veroordeling van een persoon voor een strafbaar feit vooraf is gegaan. Het maakt niet uit op wiens naam het object staat, of dat de eigenaar onbekend is. In deze civiele procedure is voor confiscatie door de overheid alleen van belang dat het Openbaar Ministerie (OM) bij de rechter voldoende aannemelijk kan maken dat het object afkomstig is van criminaliteit. Als de politie een pand binnenvalt en een groot bedrag aan contanten vindt, is geen langdurig strafproces nodig om dat geld aan de staat te laten vervallen als degenen bij wie het wordt aangetroffen geen deugdelijke verklaring kunnen geven voor zo veel contanten in huis.
De NCBC-procedure zorgt op deze manier voor een snellere interventie om objecten met een criminele herkomst uit de markt te halen. Om crimineel vermogen af te pakken zijn de betrokken opsporingsorganisaties en het OM nu veel tijd kwijt in het strafproces tegen een verdachte, vooral als gebruik wordt gemaakt van verhullende eigendomsconstructies en ook als via rechtshulp met andere landen moet worden samengewerkt . De kracht van de nieuwe methode schuilt in het omdraaien van de huidige werkwijze: niet de persoon, maar het object staat centraal in het afpakken.
Vanwege de inbreuk op het eigendomsrecht is de civielrechtelijke confiscatie alleen mogelijk na een onherroepelijke rechterlijke beslissing. Daarvoor moet de overheid voldoende aannemelijk maken dat het voorwerp in verband staat met criminaliteit. Het is niet vereist dat een specifiek misdrijf wordt aangetoond. Als er personen zijn die aanspraak maken op het voorwerp, wordt verwacht dat ze kunnen verklaren dat de herkomst uit legale bron afkomstig is. Ook worden de nodige rechtswaarborgen opgenomen, waaronder bijvoorbeeld het recht op bijstand van een advocaat en de mogelijkheid tot het instellen van beroep tegen de rechterlijke beslissing. Hierbij wordt ook betrokken de mogelijkheid van vergoeding van schade als een persoon onevenredig is getroffen door de beslissing over de confiscatie.
Spoedbevriezing
Het betalingsverkeer verloopt steeds sneller, vindt in toenemende mate digitaal plaats en is niet gebonden aan grenzen. Criminelen proberen hier handig gebruik van te maken bij het wegsluizen van hun criminele winsten, vaak naar het buitenland. Door het wetsvoorstel worden de mogelijkheden verruimd om een financiële transactie op verzoek van de Financial Intelligence Unit tijdelijk aan te houden bij vragen over de achtergrond van een transactie en een mogelijk verband met witwassen. Door dit nieuwe instrument van ‘spoedbevriezing’ kan worden voorkomen dat het geld verdwenen is tegen de tijd dat de transactie in beeld komt in een strafrechtelijk onderzoek.
Verdere versterking onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit van de Rechtspraak
Om de onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit van de Nederlandse rechtspraak verder te versterken, doet minister Dekker (Rechtsbescherming) samen met minister Ollongren (BZK) een aantal voorstellen om o.a. wettelijk te verbieden dat rechters een functie bekleden in de landelijke politiek en om financiële belangenverstrengeling bij rechters te voorkomen. De wijzigingen zijn mede naar aanleiding van aanbevelingen van de Group op States Again Corruption (GRECO) van de Raad van Europa.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
Geen twijfel over onafhankelijkheid rechters
Minister Dekker: “In een rechtsstaat mag geen enkele twijfel bestaan over de onafhankelijkheid van rechters. Deze wettelijke maatregelen dragen daarom bij aan het vertrouwen in onze rechtspraak.”
Scheiding tussen de macht van de politiek en de onafhankelijke rechtspraak
Minister Ollongren: “Ik juich deze aanpassingen van harte toe. Zo zie je dat aanbevelingen van GRECO effect hebben. Hiermee vervolmaken we de scheiding van de macht tussen politiek en de onafhankelijke rechtspraak.“
Wijzigingen
De Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten krijgen met dit voorstel de onderstaande drie aanpassingen:
- Rechters mogen niet langer lid van de Eerste Kamer, de Tweede Kamer of het Europees Parlement zijn. De Raad van Europa heeft Nederland onder andere aanbevolen te voorzien in een wettelijk verbod van de functie combinatie rechter – lidmaatschap Staten-Generaal. Het ontbreken van zo’n verbod roept volgens de Raad vragen op in het licht van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechtspraak. Het wetsvoorstel voorziet in een dergelijk verbod. Op dit moment zijn er overigens geen rechters lid van de Eerste of Tweede Kamer.
- Een (beperkt) verbod voor rechters om bepaalde financiële belangen te hebben, alsmede een meldplicht en plicht tot registratie van financiële belangen. Om de onafhankelijkheid, onpartijdigheid en de integriteit van de rechterlijke organisatie te waarborgen, moet worden gewaarborgd dat rechters informatie waarover zij als rechter beschikken niet oneigenlijk gebruiken bij het bezitten, verwerven of afstoten van financiële belangen. Ook moet worden voorkomen dat zij hun financiële belangen een rol kunnen laten spelen bij hun werk als rechter.
- De wettelijke opdracht om integriteitsbeleid te hebben voor rechters, rekening houdend met de onafhankelijkheidswaarborgen voor de rechter.
Het wetsvoorstel is in consultatie voor de duur van 8 weken.Via Interncetconsultatie kan iedereen suggesties doen voor verbetering van wet- en regelgeving die in voorbereiding is. Dit vergroot de betrokkenheid van burgers, bedrijven en instellingen bij de totstandkoming van wet- en regelgeving.
Sneller hulp bij hypotheekachterstand en gemeentelijke belastingschuld
Demissionair staatssecretaris Dennis Wiersma (SZW) maakt een proef mogelijk waarbij gemeenten en hypotheekverstrekkers mensen met betalingsachterstanden sneller hulp kunnen bieden.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Het gaat om samenwerkingen tussen de banken Aegon en Rabobank en vijftien gemeenten, waaronder Rotterdam, Amsterdam en Tilburg. Ook de NVVK en de VNG zijn betrokken. Ze hopen via de experimenten, die in januari 2022 starten, huiseigenaren met betalingsproblemen en mensen met een gemeentelijke belastingschuld eerder in beeld te krijgen en zo problematische schulden te voorkomen.
Financiële zorgen
Dennis Wiersma: “Mensen lopen vaak lang door met financiële zorgen. Dat kan zijn uit schaamte, maar ook omdat mensen niet weten waar ze de hulp moeten zoeken of wat er mogelijk is. Met deze aanpak draaien we het om en neemt de gemeente het initiatief om hulp aan te bieden. Dat kan net het verschil betekenen als je te maken hebt met geldzorgen en geen oplossing meer ziet.”
Vroegtijdig hulp
Gemeenten en schuldeisers wisselen al langer gegevens uit over betalingsachterstanden om inwoners vroegtijdig hulp te kunnen aanbieden. De gemeentelijke schuldhulpverlening ontvangt een signaal als de betaalachterstand minimaal twee maanden bedraagt en andere oplossingen voor de financiële problemen niet hebben gewerkt, zoals een herinnering of een betalingsregeling. Op dit moment is uitwisseling wettelijk mogelijk bij achterstanden op huur, energie, drinkwater en de zorgkosten. Sinds begin dit jaar zijn gemeenten verplicht om bij het signaleren van betaalachterstanden een hulpaanbod te doen. De uitwisseling van persoonsgegevens gebeurt altijd doelgericht en zorgvuldig, met inachtneming van de privacyregels.
Geldfit.nl
Het kabinet heeft tijdens de coronacrisis extra geld uitgetrokken om mensen met financiële zorgen sneller en beter te kunnen helpen. Ook zijn er extra middelen voor om- en bijscholing en begeleiding naar nieuw werk, voor werknemers en zelfstandig ondernemers. Het ministerie van SZW is in september een campagne gestart om burgers en ondernemers met geldzorgen te wijzen op de hulp die beschikbaar is. Via de website Geldfit.nl kunnen mensen via een korte test anoniem checken hoe zij er financieel voor staan, of het verstandig is om hulp te zoeken en welke ondersteuning er voor hen is. Ook is er een gratis telefoonnummer 0800-8115 voor advies op maat.
Wetsvoorstel wettelijke grondslag voor verwerking persoonsgegevens NCTV naar Tweede kamer
Op voordracht van minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus heeft de ministerraad ingestemd met het wetsvoorstel verwerking persoonsgegevens coördinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid. Het voorstel is naar de Tweede Kamer gestuurd voor inhoudelijke behandeling. Deze wet verankert enkele taken van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
In het kader van het verhogen van de weerbaarheid ten aanzien van de bestrijding van terrorisme en de bescherming van de nationale veiligheid kan het noodzakelijk zijn om (bijzondere) persoonsgegevens te verwerken door de NCTV. Het verhogen van de weerbaarheid van de samenleving dient ertoe om op adequate wijze dreigingen en risico’s het hoofd te kunnen bieden. Dat vindt plaats door het coördineren van de (uitvoering van) het beleid en de daarbij te nemen maatregelen op het terrein van terrorismebestrijding en nationale veiligheid. Daarnaast gaat het ook om de taak om de zogeheten analyses van trends en fenomenen op dit terrein te maken, zoals bijvoorbeeld het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland.
Zoals Grapperhaus eerder heeft geconstateerd behoeven deze taken van de NCTV verankering in wetgeving vanwege de verwerking van persoonsgegevens die voor het kunnen uitvoeren van deze taken nodig is. Het gaat bijvoorbeeld om persoonsgegevens zoals naam- en verblijfplaats van terugkerende Syriëgangers, maar ook om de verwerking van persoonsgegevens die nodig zijn om (fenomeen)analyses te kunnen maken. Vanwege de verwerking van deze persoonsgegevens bevat het voorstel meerdere maatregelen om de verwerking in te perken en persoonsgegevens te beschermen.
Zoals gebruikelijk bij dit soort belangrijke wetsvoorstellen is er een consultatieronde geweest, is de Autoriteit Persoonsgegevens om advies gevraagd, en daarna heeft de Raad van State geadviseerd. Met het verwerken van deze adviezen zijn extra waarborgen opgenomen. Het wetsvoorstel bevat een duidelijke begrenzing tussen deze taken van de NCTV en de taken van de AIVD of de taken van de politie.
Eerste Kamer stemt in met maatregelen versterking aanpak ondermijning
De Eerst Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid. Door het wetsvoorstel krijgen politie en Openbaar Ministerie (OM) meer mogelijkheden om het bedrijfsproces van criminelen te verstoren. Zo wordt het onder andere mogelijk om in meer gevallen onderzoek te doen naar het vermogen van veroordeelde criminelen die opgelegde boetes niet betalen. Ook kunnen de kosten voor het vernietigen van inbeslaggenomen drugs worden verhaald op daders en wordt het illegaal verblijf op bepaalde logistieke terreinen strafbaar.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
Nu de Senaat heeft ingestemd met het wetsvoorstel, kunnen de partners in de strafrechtketen de nodige maatregelen nemen om de nieuwe instrumenten toe te passen in de strijd tegen ondermijnende criminaliteit. De eerste maatregelen zullen naar verwachting per 1 januari 2022 in werking kunnen treden.
Synthetische drugs
Vanaf volgend jaar kunnen bepaalde chemicaliën – zogeheten precursoren – die als grondstof dienen voor harddrugs, worden verboden. Het gaat om grondstoffen die op een nationale lijst komen te staan en waarvan geen andere bestemming bekend is dan de illegale productie van synthetische drugs. Straks is alleen al het bezit, evenals het transport, in- en uitvoer strafbaar. De maximumstraf hierop wordt zes jaar. Daarmee kan het productieproces eerder worden verstoord. Vooral criminelen die precursoren vervoeren kunnen straks gemakkelijker worden aangepakt. Onder de huidige regeling moet nog worden bewezen dat zij wisten dat het ging om grondstoffen voor harddrugs.
Bedreiging
De maximumstraf voor het bedreigen van personen gaat omhoog van twee naar drie jaar gevangenisstraf. De praktijk laat zien dat bedreigingen op verschillende manieren steeds heftiger worden. Met deze strafverhoging wordt kenbaar gemaakt dat bedreiging in de samenleving niet wordt getolereerd en dat de zorgen van de slachtoffers van bedreiging serieus worden genomen. Daarbovenop wordt de maximumstraf voor de bedreiging van bestuurders – zoals burgemeesters, wethouders en gedeputeerden – en voor de bedreiging van togadragers – zoals rechters, officieren van justitie en advocaten – extra verhoogd naar maximaal vier jaar gevangenisstraf. Ook voor het bedreigen van politieambtenaren en journalisten geldt deze extra strafverhoging.
Logistieke knooppunten
Het illegaal verblijf op bepaalde logistieke terreinen wordt ook strafbaar. Knooppunten – zoals havens, vliegvelden en spoorwegemplacementen – hebben een grote aantrekkingskracht op georganiseerde criminaliteit. Criminelen dringen op allerlei manieren de beveiligde terreinen binnen waar goederen en containers worden uit- en overgeladen, op zoek naar drugs en andere illegale spullen die tussen de legale goederenstromen zijn verstopt. De activiteiten van de zogenoemde uithalers vormen een belangrijke schakel in het logistieke proces van drugssmokkel en hebben een ondermijnend effect op de controle van goedereninvoer in het douanegebied.
Door het illegaal verblijf op de logistieke terreinen apart strafbaar te stellen, kan direct steviger worden opgetreden. Er komt een gevangenisstraf van een jaar op te staan. Als er sprake is van binnendringen, bijvoorbeeld als een uithaler een valse pas gebruikt of zich verstopt in een bedrijfswagen om het terrein op te komen, gaat de maximumstraf omhoog naar twee jaar. Om onderzoek te kunnen doen naar de achtergrond van deze verdachten en hun relatie met (internationale) criminele netwerken in kaart te kunnen brengen, wordt ook voorlopige hechtenis mogelijk. Politie en OM kunnen op die manier meer bewijsmateriaal verzamelen om verdachten in verband te brengen met georganiseerde criminaliteit.
Financieel onderzoek
Verder wordt het mogelijk om in meer gevallen onderzoek te doen naar het vermogen van veroordeelde criminelen. De praktijk laat zien dat deze personen de flinke geldboetes en schadevergoedingsmaatregelen die bij een veroordeling worden opgelegd niet altijd betalen, terwijl er soms wél aanwijzingen zijn dat zij over geld beschikken. Nu zijn er nog te weinig mogelijkheden om in die gevallen een duidelijker beeld te krijgen van het vermogen van de crimineel, zodat daarop beslag kan worden gelegd. Door deze wet kan dat wel, waardoor het mogelijk wordt de opgelegde sancties makkelijker uit te voeren en criminelen niet zomaar onder hun geldstraf uit kunnen komen.
Kosten verhalen
Daarnaast wordt het mogelijk om de kosten die de Staat maakt voor de vernietiging van onder andere inbeslaggenomen drugs en illegaal vuurwerk op de daders te verhalen. De totale kosten voor vervoer, opslag en vernietiging van in beslag genomen vuurwerk waren in eerdere jaren gemiddeld iets meer dan € 27 per kilo. Als dat wordt afgezet tegen de ruim 60.000 kilo illegaal vuurwerk dat in 2019 in meer dan 2900 zaken in beslag werd genomen, komt dat neer op circa 1,6 miljoen euro aan kosten.
Als het gaat om drugs liggen de kosten nog hoger. Zo bedroegen de vernietigingskosten van ruim 3000 hennepkwekerijen die in 2018 strafrechtelijk werden geruimd in totaal ruim € 5 miljoen. En in 2019 werden bijvoorbeeld ruim 100 drugslaboratoria ontmanteld. Per laboratorium zijn de kosten, afhankelijk van de grootte en het soort drugslaboratorium, tussen de € 5.000 en € 120.000. De totale kosten voor ontmanteling voor de ontmantelde labs in 2019 lag dan tussen € 3,5 miljoen en € 5,5 miljoen.
Verbeterd toezicht versterkt integriteit advocatuur
Om de onafhankelijkheid en de kwaliteit van het toezicht op de advocatuur te versterken, vervangt het kabinet het huidige systeem – waarbij elf lokale dekens in hun eigen regio toezicht houden – door één landelijke toezichthouder die verantwoordelijk is voor het toezicht op alle advocaten. Dat maakt het toezicht op de advocatuur onafhankelijker, uniformer en effectiever, zo schrijft minister Dekker (Rechtsbescherming) aan de Tweede Kamer.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
Minister Dekker: “Wie een advocaat in de arm neemt, moet erop kunnen vertrouwen dat er goed werk wordt geleverd. We moeten erop kunnen vertrouwen dat advocaten betrouwbaar en integer zijn. Om dit vertrouwen ook in de toekomst waar te kunnen maken, versterken we het toezicht op de advocatuur.”
Versterkt toezicht
Door het huidige systeem van regionaal toezicht door elf lokale dekens te vervangen door één landelijke toezichthouder – die verantwoordelijk is voor het toezicht op alle advocaten – maken we het toezicht onafhankelijker, uniformer en effectiever. Deze landelijke toezichthouder mag extra toezichthouders aannemen. Door de inzet van extra mensen en deskundigheid verbetert de controle op naleving van regels. De toezichthouder kan ook boetes opleggen in die gevallen waar advocaten zich niet aan de regels houden of tuchtrechtelijk handhaven.
Georganiseerde misdaad bestrijden
De strijd tegen georganiseerde misdaad is topprioriteit, zowel in geld als met nieuwe wet- en regelgeving. Die strijd moeten we voeren binnen de principes van onze rechtsstaat. Ook de advocatuur moet worden beschermd tegen ondermijning. In dat kader zal ook gekeken worden wat dit betekent voor de verdere ontwikkeling van het toezicht. Daarover gaat het kabinet in gesprek met de Nederlandse Orde van Advocaten.