Nieuwe instrumenten in de aanpak van criminele praktijken
De aanpak van georganiseerde misdaad wordt versterkt met nieuwe instrumenten. Om witwassen tegen te gaan kunnen transacties waar een luchtje aan zit, straks met een spoedbevriezing tijdelijk worden vastgehouden voor onderzoek. Zo kan een stokje worden gestoken voor het wegsluizen van crimineel vermogen. Ook het smokkelen van contant zwart geld, wapens of drugs in verborgen ruimtes in auto’s, vrachtwagens of boten wordt lastiger door strafbaarstelling van het bezit van zulke vervoermiddelen en het bouwen van geheime ruimtes voor criminele doeleinden.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
Minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid wil bij het actualiseren van wetgeving direct ook deze twee nieuwe instrumenten introduceren.. Ook worden de maximale boetes verhoogd voor zwaardere vormen van diefstal gezien de vaak grote criminele winsten die ermee zijn gemoeid en ook meer mogelijkheden gecreëerd om grote strafzaken naar een andere rechtbank te verplaatsen. Op voorstel van de minister heeft het kabinet besloten het wetsvoorstel ‘Versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit 2’ voor te leggen voor advies aan de Raad van State, waarin dit wordt geregeld.
Wetgeving en instrumenten up-to-date houden
Minister Yeşilgöz: “In de strijd tegen georganiseerde misdaad moeten we onze wetgeving en instrumenten continu up-to-date houden. Gedreven door enorme criminele winsten wordt telkens op nieuwe manieren en vaak ook met nietsontziend geweld geprobeerd de illegale handel verder te brengen. Daarom willen we ook de onderliggende misdadige structuren kapot maken. Zo gaan we tegen dat crimineel vermogen, wapens en drugs in onze samenleving blijven circuleren en voorkomen we dat fout geld en wapens voor nieuwe criminele praktijken worden gebruikt.”
Spoedbevriezing
Afpakken van crimineel vermogen is een belangrijke sleutel om misdadige machtsstructuren te doorbreken. Om hier effectiever in te worden, is het zaak criminele geldstromen in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld te hebben om deze vervolgens te onderscheppen. Het betalingsverkeer verloopt steeds sneller en is niet gebonden aan grenzen. Criminelen proberen hier handig gebruik van te maken bij het wegsluizen van hun criminele winsten, vaak naar het buitenland.
Met de zogenoemde spoedbevriezing van een ongebruikelijke transactie wordt in het wetsvoorstel een nieuw instrument gecreëerd tegen witwassen. Door de spoedbevriezing kan een financiële transactie op verzoek van de Financial Intelligence Unit (FIU-Nederland) tijdelijk door een bank worden aangehouden. Nu is dat nog niet mogelijk, waardoor het criminele geld vaak al is weggesluisd voordat FIU-Nederland onderzoek heeft kunnen doen en opsporing vervolgens beslag heeft kunnen leggen. De optie spoedbevriezing bestaat al in omliggende landen. De verwachting is dat het nieuwe instrument dan ook de internationale samenwerking verder bevordert.
Verborgen ruimtes
Criminelen maken voor hun illegale handel steeds vaker gebruik van verborgen ruimtes in een auto, vrachtwagen of boot. In 2015 kwamen de politie, Douane en de Koninklijke Marechaussee naar schatting 150 van dit soort voertuigen tegen. Dit is gestegen naar circa 600 in 2020. Voertuigen met een geheime ruimte die duidelijk bestemd is voor een crimineel doeleinde zoals vervoer van drugs, wapens of crimineel geld, worden nu ingenomen. Maar er volgt nog geen straf. Door het bezit van zo’n bijzonder uitgerust voertuig te verbieden, kan wel worden gehandhaafd. Ook het inbouwen van zo’n geheime ruimte om criminaliteit te faciliteren wordt strafbaar. Veilige opbergplekken met duidelijk legale redenen – bijvoorbeeld voor de dagwinst van een bonafide ondernemer – vallen niet onder deze strafbaarstelling.
Iemand die zich schuldig maakt aan het toerusten of inrichten van een verborgen ruimte in een vervoermiddel met criminele doeleinden en degene die een dergelijk voertuig bezit, hangt straks door het nieuwe wetsvoorstel een gevangenisstraf van maximaal een jaar boven het hoofd.
Nieuw actieplan overheid en ondernemers tegen criminaliteit
Ondernemers en de overheid werken samen om criminaliteit te voorkomen en terug te dringen. Sinds het aantreden van minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid is met het bedrijfsleven gewerkt aan een nieuw actieprogramma Veilig Ondernemen 2023-2026 en vastgesteld in het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC). De drie vastgestelde prioriteiten zijn: aanpak preventie cybercrime in het bedrijfsleven, aanpak georganiseerde misdaad en de aanpak van criminaliteit in de regio en lokaal, zoals agressie, diefstal en overvallen.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
Minister Yeşilgöz-Zegerius: “Door onze open economie en samenleving is ons land helaas ook aantrekkelijk voor criminelen. De georganiseerde misdaad is voortdurend bezig nieuwe manieren te vinden in de bovenwereld om geld wit te wassen en om hun illegale praktijken uit te voeren over de ruggen van anderen. Bonafide ondernemers zien oneerlijke concurrentie, omdat anderen hun zaken met snel en fout geld laten financieren. Ook lijkt het voor criminelen een verdienmodel worden om met digitale sluwe trucs geld af te troggelen van bedrijven en burgers. En bij diefstal of het uithalen van drugs uit vrachtwagens wordt grof geweld niet geschuwd. Alleen door samen op te trekken, kunnen we de risico’s terugdringen.”
Sinds januari werken minister Yeşilgöz, de diverse branches en de ondernemersorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland samen aan het nieuwe Actieprogramma Veilig Ondernemen. Afgesproken is om samen met ondernemers, brancheorganisaties, de politie, het Openbaar Ministerie en gemeenten verder in te zetten op de drie prioriteiten: cybercrime, georganiseerde misdaad en gebiedsgerichte (vermogens)criminaliteit
Cybercrime
Ondernemers hebben steeds vaker te maken met cybercrime. Eén op de vijf heeft jaarlijks met een cyberaanval te maken. Dit heeft in coronatijd een verdere vlucht genomen: tussen 2019 en 2021 is een toename van 200% zichtbaar wat betreft cybercrime gerelateerde incidenten. Daarnaast groeit de afhankelijkheid van IT bij ondernemers alsmaar verder. Een gezamenlijke aanpak is noodzakelijk, want grotere ondernemingen lijken nu het meest weerbaar tegen cybercriminaliteit. Afgesproken is dat ze hun voortrekkersrol oppakken om het grootste groep ondernemers in Nederland – het midden- en kleinbedrijf – mee te nemen in de broodnodige preventieve stappen.
Georganiseerde misdaad
Door het grove geld dat wordt verdiend met de smokkel van cocaïne en de productie van synthetische drugs gaat de georganiseerde misdaad vaak nietsontziend te werk. Gezien de dreiging van criminelen en angst voor gevolgen als je bij autoriteiten aanklopt, is het niet altijd makkelijk om hulp in te roepen. Het is zaak verder te investeren in de weerbaarheid van bedrijven en personeel. Zo wordt een pilot van ZLTO, de land- en tuinbouworganisatie voor agrarische ondernemers in de regio’s Zuid-Gelderland, Noord-Brabant en Zeeland, met een vertrouwenspersoon voor ondernemers in het buitengebied met steun van het ministerie van Justitie en Veiligheid uitgebreid naar andere sectoren. Het gaat nu eerst om de recreatie, watersport en grondbewerkersbranche.
Gebiedsgerichte (vermogens)criminaliteit
Winkeldiefstallen, overvallen en mobiele banditisme hebben veel impact op ondernemers. In het actieprogramma is dit dan ook genoemd als prioriteit. Om dat kracht bij te zetten maakte minister Yeşilgöz eerder dit jaar bekend structureel € 10 miljoen te investeren in de tien regionale Platforms Veilig Ondernemen (PVO’s). Daar worden lokale en regionale criminaliteitsproblemen beter inzichtelijk gemaakt. Het gaat om de inzet voor veilige winkelgebieden, bedrijventerreinen, binnensteden en het buitengebied en ook maatregelen tegen diefstal, agressie, overvallen en jeugdcriminaliteit. De PVO’s vormen een laagdrempelige ontmoetingsplek voor alle betrokken publieke en private partijen en helpen om gezamenlijk op te trekken.
Stelsel Crisisbeheersing en Brandweerzorg beter voorbereid op toekomst
Hoe zorgen we dat de crisisbeheersing in Nederland toekomstbestendig blijft? De minister van Justitie en Veiligheid heeft de contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg, het Nationaal Handboek Crisisbeheersing en het kader modernisering staatsnoodrecht aangeboden aan de Tweede Kamer. Deze plannen laten zien hoe partijen in het crisisdomein de komende jaren samenwerken.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
De afgelopen jaren is in Nederland veel ervaring opgedaan met complexe (crises)situaties, zoals COVID-19, de opvang van ontheemde Oekraïners, of de natuurbrand in De Peel. Hierbij is veel goed gegaan, op alle niveaus.
Maar de maatschappij verandert in hoog tempo. Hedendaagse crises zijn in toenemende mate complex en grensoverschrijdend. Dat vraagt om extra inspanning en versterking van ons stelsel. Dat tonen verschillende onderzoeken, evaluaties én ervaringen van de afgelopen jaren ook aan. De commissie Muller evalueerde in 2020 de Wet veiligheidsregio’s en zegt hierover dat Nederland beter op de rampen en crises van de toekomst voorbereid moet zijn en dat een verbeterslag noodzakelijk is in de samenwerking tussen regio’s, crisispartners en Rijk bij de aanpak van interregionale en (inter)nationale crises.
Daarom start nu, als uitwerking van de contourennota, een actie- en wetgevingsprogramma om de plannen en ambities te realiseren. Alle fases van de crisisbeheersing, van voorbereiding tot en met nafase, worden wettelijk verankerd. Zodat ons stelsel van crisisbeheersing en brandweerzorg goed voorbereid blijft op veranderingen en dreigingen in de toekomst.
Contourennota versterking crisisbeheersing en brandweerzorg
De contourennota schetst hoe de organisatiestructuur en samenwerking bij interregionale, nationale en internationale risico’s en crises worden versterkt. Het uitgangspunt is om als één overheid te opereren, ongeacht geografische of organisatorische grenzen en negatieve gevolgen van crises zoveel mogelijk te beperken. Daarom komt er één landelijk dekkend stelsel voor crisisbeheersing, met onder meer een knooppunt coördinatietussen de Regio’s en het Rijk, het zogenoemde KCR2.
De brandweer vormt een belangrijke spil in het stelsel van incidentbestrijding, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De brandweer van de toekomst moet zijn voorbereid op nieuwe (grote) incidenten met impact buiten de eigen veiligheidsregio. De overstromingen in Limburg en de ervaringen met recente natuurbranden laten het belang zien van een brandweer die over regiogrenzen heen opereert. Er wordt ingezet op een toekomstbestendige brandweer met voldoende capaciteit en slagkracht om naast kwalitatief hoogwaardige lokale en regionale basisbrandweerzorg het hoofd te bieden aan grootschalige en nieuwe incidenttypen. Met een goede wettelijke verankering. Daarbij wordt ook ingezet op structurele samenwerking met de andere crisispartners, zoals politie, waterschappen, Defensie, industriële brandweerkorpsen, de Reddingsbrigade Nederland en de milieu-ongevallendienst van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
Besluit MCCb en Handboek crisisbeheersing
Het nieuwe Besluit MCCb en het Nationaal Handboek Crisisbeheersing vervangen de verouderde versies uit 2016. Ze leggen de veranderingen vast die op basis van lessen, ervaringen en aanbevelingen uit evaluaties (zoals crisisaanpak corona) zijn doorgevoerd en beschrijven de huidige, staande praktijk bij situaties met een bovenregionale en landelijke impact. Daarbij is het essentieel nadrukkelijk oog te hebben voor mogelijke en verwachte brede maatschappelijke gevolgen met name voor kwetsbare groepen, de uitvoeringspraktijk, de handhaafbaarheid, de financiële haalbaarheid en de uitlegbaarheid van eventuele maatregelen. Daarom zijn de aanpak en de organisatie van de crisisbeheersing van begin af aan gericht op een intensieve en flexibele samenwerking met medeoverheden, overheidsdiensten en betrokken publieke en private partners, als samenstellende delen van een landelijk dekkend stelsel.
Zo kunnen op uitnodiging een burgemeester, voorzitter veiligheidsregio of voorzitter van een ander openbaar lichaam met raadgevende stem aan vergaderingen deelnemen. Verder kunnen ook andere operationele partners en inhoudelijke deskundigen als adviseur deelnemen. Denk daarbij aan politie en Koninklijke Marechaussee, krijgsmacht, inlichtingen- en veiligheidsdiensten, private partners zoals aanbieders van vitale processen of kennisinstituten of kennisnetwerken.
Kader modernisering Staatsnoodrecht
Recente gebeurtenissen, zoals de bestrijding van de COVID-19-epidemie en de toestroom van ontheemden uit Oekraïne, hebben laten zien hoe belangrijk het is dat de overheid in tijden van nood kan terugvallen op het (staats)nood- en crisisrecht. Het staatsnoodrecht is echter op veel punten verouderd, waardoor goed gekeken moet worden of het staatsnoodrecht nog wel aansluit bij de huidige en toekomstige dreigingen. Dit blijkt ook uit een ongevraagd advies van de Raad van State. Zij adviseert een inhoudelijke modernisering van het crisis- en noodrecht, in samenhang met de ontwikkelingen ten behoeve van de versterking van crisisbeheersing en brandweerzorg.
Het geheel van (staats)nood- en crisiswetgeving is zeer omvangrijk. Het kabinet past daarom fasering en prioritering toe bij de modernisering en herinrichting van het (staats)nood- en crisisrecht. De brief ‘kader modernisering staatsnoodrecht’ schetst een helder en eenduidig kader dat daarbij als leidraad gebruikt kan worden. Met het voorgestelde kader wil het kabinet meer duidelijkheid en zekerheid creëren voor de samenleving over de wijze waarop het (staats)nood- en crisisrecht geregeld is in Europees en Caribisch Nederland. Het is daarnaast van belang om ontbrekende noodbevoegdheden en/of noodwetgeving te inventariseren, in de context van de Rijksbrede Veiligheidsstrategie die in het eerste kwartaal van 2023 naar de Kamer wordt gezonden.
Aankondiging Nationale Strategie Antisemitismebestrijding
Op dinsdag 6 en woensdag 7 december organiseerde de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB) de 3de bijeenkomst van de Europese werkgroep antisemitismebestrijding in Den Haag. Het is de eerste keer dat deze bijeenkomst buiten Brussel plaatsvindt.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Tijdens deze conferentie heeft de minister van Justitie en Veiligheid, Dilan Yeşilgöz-Zegerius, toegezegd om komend jaar een nationale strategie antisemitismebestrijding te presenteren. De Europese Commissie presenteerde haar strategie antisemitismebestrijding al in oktober 2021.
Door de werkgroep in Den Haag te organiseren, willen wij laten zien dat Nederland het probleem van antisemitisme serieus neemt. Naast de nationaal coördinatoren van de verschillende lidstaten en afgevaardigden van de Joodse gemeenschappen komt ook de Vicevoorzitter van de Europese Commissie, Margaritis Schinas, voor de conferentie naar Den Haag. Minister Yeşilgöz-Zegerius zal de conferentie openen.
Hieronder vindt u quotes van Vicevoorzitter Schinas, minister Yesilgöz en Eddo Verdoner, de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding.
Margaritis Schinas, Vicevoorzitter Europese Commissie: “Antisemitisme is onverenigbaar met alles waar de Europese Unie voor staat, met ons samenlevingsmodel, met onze waarden en onze manier van leven. Een jaar geleden hebben we een historische stap gezet door de allereerste EU-strategie aan te nemen om dit in al zijn vormen te bestrijden. Nu moeten we samenwerken en onze inspanningen in de hele EU opvoeren en beleid omzetten in daden. Ik prijs het initiatief van Nederland om gastheer te zijn van de werkgroep, die nationale autoriteiten en Joodse organisaties samenbrengt, en voor het starten van de voorbereidingen voor een National Strategie Antisemitismebestrijding . Dit is een teken van onze eenheid en van onze vastberadenheid om ervoor te zorgen dat het Joodse leven kan blijven bloeien als onderdeel van diverse en inclusieve samenlevingen, binnen Europa en daarbuiten.”
Dilan Yeşilgöz-Zegerius, minister van Justitie van Veiligheid: “Op 6 oktober diende ik het werkplan van onze Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding in bij de Tweede Kamer. Volgend jaar presenteer ik een nationale strategie antisemitismebestrijding op basis van dit werkplan en verdere consultaties met onder meer Joodse jongeren, overlevenden van de Holocaust en internationale vertegenwoordigers.”
Eddo Verdoner, Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding: “De noodzaak is duidelijk, zowel in binnen als buitenland steekt onverbloemd antisemitisme de kop op, en niet alleen maar in donkere hoekjes. Ook in de politiek en de entertainmentindustrie lijkt het taboe verdwenen. Maar antisemitisme zet de zaag in de stoelpoten van de democratie. Met deze bijeenkomst en de aankondiging van een Nationale Strategie wordt een sterk signaal afgegeven, we kunnen het probleem niet langer negeren.”
Eerst een thuis centraal in Nationaal Actieplan Dakloosheid
Ieder mens heeft recht op een veilige en betaalbare plek om te wonen. Daarom presenteert staatssecretaris Maarten van Ooijen (VWS) samen met ministers Schouten (Armoedebeleid) en De Jonge (Volkshuisvesting) het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis. Voor het plan wordt € 65 miljoen uitgetrokken, bovenop de reguliere € 385 miljoen die gemeenten ontvangen voor de maatschappelijke opvang. Het plan moet er voor zorgen dat in 2030 dakloosheid is beëindigd, waaraan Nederland zich heeft gecommitteerd door het ondertekenen van de Lissabon Verklaring.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Staatssecretaris Van Ooijen: “Ons land telt een te groot aantal dakloze mensen. Deze mensen hebben geen thuis waar zij op kunnen terugvallen als basis. Terwijl zij net als ieder ander een eigen plek nodig hebben waar zij zich thuis kunnen voelen. Veel van deze jongeren en volwassenen hebben mij verteld over hun ervaringen. De verhalen over wat zij hebben meegemaakt grijpen mij aan. Bijvoorbeeld over het noodgedwongen verlaten van je huis door schulden of de enorme drempel die je kan ervaren om aan te kloppen voor hulp. De verhalen zijn stuk voor stuk uniek, maar wat deze mensen met elkaar gemeen hebben is de behoefte eerder gezien en gehoord te worden. Daarnaast is preventie heel belangrijk, zodat mensen überhaupt niet dakloos worden en hun eigen huis kunnen behouden. Daarom is het tijd voor een nieuwe aanpak, vanuit een fundamenteel andere kijk op wat nodig is.”
Rigoureuze keuzes
Uit onderzoek is gebleken dat het terugdringen van dakloosheid het meest succesvol is wanneer rigoureuze keuzes worden gemaakt in het denken over dakloosheid. Daarom zijn voor dit plan zes leidende principes geformuleerd op basis van het gedachtegoed van de wetenschappelijk onderbouwde methode Housing First en adviezen zoals die van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) en de commissie Dannenberg. De leidende principes zijn nodig als kompas om de komende jaren het beleid aan te toetsen.
Zes actielijnen
Voor het Actieplan Dakloosheid 2023-2030 zijn zes inhoudelijke actielijnen opgesteld. Ze zijn opgesteld op basis van de leidende principes en de input van de vele partners en betrokkenen. De zes actielijnen zijn:
- Versterken bestaanszekerheid: borging van het bestaansminimum;
- Preventie: voorkomen dakloosheid is altijd het beste;
- Wonen Eerst: iedereen een eigen woonplek met ondersteuning op maat;
- Integraal werken in de uitvoering: regie, snelheid en menselijke maat;
- Geen beleid zonder ervaringskennis: beleid wordt gemaakt, getoetst en uitgevoerd met mensen met ervaringskennis;
- Inclusieve aanpak: aandacht voor jongeren, LHBTIQ+ en dakloze EU-burgers .
Brede samenwerking
De afgelopen maanden is samen met alle partijen uit het veld en mensen met ervaringskennis hard gewerkt aan de ontwikkeling van het actieplan. Dit heeft geresulteerd in een integrale aanpak en vraagt om een intensieve samenwerking tussen rijk, VNG, gemeenten, woningcorporaties, zorgaanbieders, cliëntenorganisaties, wetenschappers, ervaringsdeskundigen, belangenorganisaties, burgers en andere relevante lokale en landelijke (publieke en private) partijen. Om de ambities te behalen en dakloosheid structureel terug te dringen zijn al deze partijen hard nodig.
Ministers BZK en Defensie sturen tijdelijke wet cyberoperaties naar de Tweede Kamer
Ministers Hanke Bruins Slot (BZK) en Kajsa Ollongren (Defensie) hebben het voorstel voor de tijdelijke wet cyberoperaties naar de Tweede Kamer gezonden. Met deze tijdelijke wet kunnen de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) bevoegdheden sneller en effectiever inzetten tegen de toegenomen cyberdreiging van landen die cyberaanvallen plegen tegen Nederland.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
Nederland en zijn bondgenoten hebben steeds vaker te maken met digitale aanvallen van landen met een offensieve cyberstrategie, zoals Rusland en China. Het gaat dan bijvoorbeeld om pogingen tot het stelen van gevoelige informatie of het saboteren van vitale infrastructuur. Verstoring of uitval hiervan kan leiden tot ernstige maatschappelijke ontwrichting en economische schade.
Beter zicht
De cyberdreiging neemt toe en deze actoren kunnen steeds sneller en geavanceerder handelen en weten zich steeds beter te verbergen. Beoogd wordt de diensten een beter zicht op deze toenemende cyberdreiging te geven, door ervoor te zorgen dat bestaande bevoegdheden sneller en effectiever tegen deze dreiging kunnen worden ingezet.
Dynamisch toezicht
Zo wordt het door dynamisch toezicht bijvoorbeeld mogelijk om tijdens een lopend onderzoek waarbij een aanvaller overstapt naar een nieuwe server of apparaat, deze te blijven volgen zonder dat de operatie stilgelegd moet worden voor het opnieuw indienen van een toestemmingsaanvraag. Want het wisselen van server of apparaat door aanvallers gebeurt in het cyberdomein voortdurend, waardoor het onder de huidige regelgeving veel moeite kost om aanvallers goed te kunnen volgen.
Huidige dynamiek
Het wetsvoorstel zorgt voor een betere aansluiting van toetsing en toezicht op de huidige dynamiek van cyberaanvallen in de praktijk. Bij een aantal bevoegdheden verschuift het moment van toetsing van voorafgaand aan de operatie door de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), naar tijdens en achteraf door de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD).
Toezicht op niveau
De CTIVD krijgt hierbij de bevoegdheid om een operatie per direct stop te zetten en kan beslissen dat de hierbij verworven gegevens worden vernietigd. Hiermee blijft het toezicht op niveau. Op deze wijze wordt beter aangesloten bij het dynamische karakter van deze steeds maar toenemende (ongekende) cyberdreiging.
Nota van wijziging
Ook gaat binnenkort een nota van wijziging op de tijdelijke wet in consultatie, waarin op verzoek van de TIB en CTIVD onder meer een passend juridisch kader wordt gegeven voor het verwerken van bulkdatasets op basis van bijzondere bevoegdheden. Daarnaast wordt in deze nota van wijziging naar aanleiding van jurisprudentie van het Hof van Justitie (EU) een bindende toets vooraf geïntroduceerd (via de TIB) als de diensten tijdens een dreiging verkeers- en locatiegegevens van een persoon willen bijhouden.
De nota van wijziging zal binnenkort in consultatie gaan en vervolgens ter advisering aan de Raad van State worden aangeboden. Hierna wordt deze met de Kamer gedeeld. De verwachting is dat dat in het eerste kwartaal van 2023 plaatsvindt.
Herziening Wiv 2017
Naar aanleiding van de bevindingen van de Evaluatie Commissie WIV (2021) zal een uitgebreide herziening van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten plaatsvinden. Een hoofdlijnenbrief hierover wordt naar verwachting binnen enkele weken met de Kamers gedeeld. Gelet op de urgentie van de in de nota van wijziging opgenomen onderwerpen kiest het kabinet ervoor die zaken eerder te regelen met de tijdelijke wet.
Versterkte aanpak dreigingen van andere landen
Minister Yeşilgöz-Zegerius (Justitie en Veiligheid) heeft namens 8 bewindspersonen een versterkte aanpak van statelijke dreigingen naar de Tweede Kamer gestuurd. Die dreiging neemt namelijk steeds verder toe zoals uit het Dreigingsbeeld Statelijke Actoren 2 (DBSA 2) van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) blijkt.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
Nederland heeft een open samenleving en een open economie met veel hoogwaardige kennis. Maar de wereld verandert. Het geopolitieke klimaat in de wereld is onmiskenbaar guurder en instabieler geworden. Samenwerking met bepaalde staten levert kansen op, maar ook risico’s. Zo stellen statelijke actoren op steeds assertievere wijze eigen belangen centraal. Daarbij gebruiken ze diverse middelen die de welvaart, stabiliteit en openheid van onze samenleving bedoeld of onbewust kunnen aantasten.
Nationale veiligheid onder druk
De dreiging vanuit staten kan zich op verschillende manieren manifesteren. Van het verspreiden van desinformatie tot aan de inzet van (digitale) middelen voor spionage en sabotage. Dit heeft invloed op de nationale veiligheid. Het DBSA 2 gaat bijvoorbeeld in op een verhoogde dreiging van een agressiever Rusland dat meermaals nucleaire retoriek heeft geuit. China is steeds assertiever en wil de internationale rechtsorde in zijn voordeel veranderen. De Russische oorlog in Oekraïne heeft in het bijzonder laten zien dat ons open en internationale karakter ons ook kwetsbaar kan maken. Daarnaast is de dreiging van ongewenste inmenging in diasporagemeenschappen onverminderd aanwezig.
“We moeten de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde in ons land zo goed mogelijk beschermen. Deze staan onder druk, zeker met een oorlog op het Europese continent. Het is daarom noodzakelijk dat we onze aanpak van statelijke dreigingen uitbreiden en flink versterken om die dreiging het hoofd te bieden. Een robuuste aanpak, die de inzet van overheidspartijen, bedrijfsleven en kennisinstellingen verbindt, en zich richt op het beschermen van onze publieke belangen en het versterken van het vermogen om dreigingen te detecteren, aan te pakken en waar nodig te voorzien van een reactie,” aldus minister Yeşilgöz-Zegerius.
Versterkte aanpak
Om deze dreiging het hoofd te bieden is er een aanpak opgesteld op basis van 4 belangrijke accenten:
- Proactief optreden wanneer Nederlandse publieke belangen worden geschaad,
- Bevorderen en beschermen van de economische veiligheid, waaronder kennisveiligheid,
- Tegengaan van ongewenste buitenlandse inmenging, en
- Beschermen van democratische processen en instituties.
Nederland moet proactief optreden wanneer onze belangen worden geschaad. Dat doen we door een Rijksbreed responskader op te stellen waardoor we snel terug kunnen duwen tegen een kwaadwillende statelijke actor. Het doel hiervan is om af te schrikken maar ook om het effect van bepaalde acties zo klein mogelijk te maken. Daarnaast gaan we onze kennis verder opbouwen door verder onderzoek te doen naar bijvoorbeeld hybride dreigingen.
Verder is belangrijk om onze economische veiligheid te beschermen. Dit doen we door sterk in te zetten op verhoging van de bewustwording en een stevig pakket aan maatregelen om de weerbaarheid te verhogen, onder meer door spionage verder strafbaar te stellen. Een wetsvoorstel daarvoor zal op korte termijn aan de Tweede Kamer worden gepresenteerd.
Ook gaan we de risico’s van strategische afhankelijkheden van bijvoorbeeld technologie en grondstoffen verkleinen en beschermen we de vitale infrastructuur beter. Verder nemen we maatregelen om ongewenste kennis- en technologie overdracht te voorkomen, op het terrein van inkoop en aanbesteding en willen we misbruik van de kennismigrantenregeling en het erkend referentschap tegengaan.
Ook het is het belangrijk om ongewenste buitenlandse inmenging tegen te gaan. Bewustzijn hierover moet verhoogd worden. Extra inzet is nodig op ongewenste inmenging door China maar andere landen worden zeker niet uit het oog verloren. Daarnaast zal in aanvulling op de bestaande inzet meer worden ingezet op bewustwording binnen gemeenschappen, bij politieke ambtsdragers en medewerkers van overheden.
Tot slot staat ook het beschermen van democratische processen en instituties voorop. Hiervoor is er bijvoorbeeld de rijksbrede aanpak van desinformatie.
Wetsvoorstel: maximale gevangenisstraf van 15 naar 20 jaar voor deelname aan een terroristische organisatie
Terrorisme vormt een ernstige bedreiging voor de democratische wereld en daarmee ook voor Nederland. Mensen die deelnemen aan terroristische organisaties zijn de afgelopen decennia bereid gebleken tot het plegen van de meest ernstige misdrijven. Zij vormen de kern van deze organisaties. Daarbij hoort een passende strafmaat, waarin de verantwoordelijkheid van deelnemers voor de ernstige feiten die worden gepleegd beter tot uitdrukking wordt gebracht. Dat staat in het wetsvoorstel van minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid dat in consultatie is gegaan. Het wetsvoorstel vloeit voort uit het Coalitieakkoord.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid: “In de afgelopen jaren hebben we gezien tot welke gruwelijke misdrijven terroristische organisaties in staat zijn. Mensen die zich willens en wetens aansluiten bij een terroristische organisatie zijn mede verantwoordelijk voor deze misdaden en hebben een cruciale rol bij het in stand houden van terroristische organisaties. Daar hoort een hoog strafmaximum bij. De verhoging van de maximale gevangenisstraf naar 20 jaar is dan ook een belangrijk signaal.”
De rol van deelnemers
De enorme aantrekkingskracht die van terroristische organisaties uitgaat beweegt mensen ertoe om zich aan te sluiten en – uit naam van deze organisatie – over te gaan tot het plegen van zeer ernstige misdrijven. Terroristische organisaties hebben vele doden op hun geweten en zijn verantwoordelijk voor verschrikkingen in terroristische strijdgebieden en voor aanslagen in landen die hun ideologische opvattingen niet delen. Het leed dat zij hebben veroorzaakt, is enorm. Voor de verwezenlijking van hun doelen zijn terroristische organisaties afhankelijk van deelnemers. Zij leveren een onmisbare – en onmiskenbare – bijdrage aan de destructieve doelen van een terroristische organisatie.
De overheid voert dan ook op meerdere terreinen een actief beleid om de dreiging en aantrekkingskracht van terroristische organisaties te verminderen. Ook het strafrecht speelt hierbij een belangrijke rol. Hoewel de eerste inzet van de overheid is om terroristisch geweld te voorkomen, is het van belang dat wanneer desondanks een terroristisch misdrijf is gepleegd, verdachten worden vervolgd en een straf opgelegd krijgen die recht doet aan de ernst van de feiten die zij hebben gepleegd, het leed dat zij hebben veroorzaakt en de verantwoordelijkheid die zij daarvoor dragen.
Strafmaximum van twintig jaar
Op dit moment geldt een strafmaximum van 15 jaar voor deelname aan een terroristische organisatie. Dat strafmaximum is sinds 2004 niet meer gewijzigd, ondanks de ontwikkelingen die zich de afgelopen circa twintig jaar hebben voorgedaan. Terroristische organisaties hebben zich in aard, omvang en propagandaverspreiding sterk ontwikkeld. Bij deze ontwikkelingen hoort een passend strafmaximum, waarin de verantwoordelijkheid van deelnemers aan een terroristische organisatie beter tot uitdrukking wordt gebracht. Het verhoogde strafmaximum van 20 jaar komt overeen met de strafmaat die geldt voor poging of medeplichtigheid aan de meest ernstige levensdelicten.
Het strafmaximum voor het geven van leiding aan een terroristische organisatie wordt niet verhoogd. Daarvoor geldt immers al het hoogste strafmaximum (levenslange gevangenisstraf of een tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste 30 jaar).
Crimineel vermogen harder aangepakt
Afpakken van crimineel vermogen is een belangrijke sleutel om misdadige machtsstructuren te breken. Om de jacht op crimineel geld te intensiveren en daarmee rechtsherstel te bevorderen heeft de ministerraad op voorstel van minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid besloten om een wetsvoorstel voor afpakken zonder voorafgaande veroordeling voor een misdrijf voor te leggen voor advies aan de Raad van State.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
Minister Yeşilgöz: “Als de politie een pand of auto doorzoekt en een tas met contanten of dure spullen aantreft, is er niet altijd een verband te leggen met de verdachten. Met de nieuwe wet maakt het niet uit op wiens naam een goed staat, of dat de eigenaar onbekend is. Ook zonder dat dit bekend is, kan beslag worden gelegd op hun crimineel verkregen geld, panden, luxe auto’s en andere dure spullen. Zo voorkomen we dat crimineel vermogen dat vaak met geweld en over de rug van slachtoffers is verkregen, onze samenleving en economie infecteert. En gaan we tegen dat het illegale geld kan worden gebruikt voor het plegen van nieuwe strafbare feiten.’’
Rechtmatige toestand herstellen
Met het uit de samenleving halen van illegaal verkregen goederen wordt de rechtmatige toestand hersteld en worden criminele herinvesteringen voorkomen. Het is in het wetsvoorstel van belang dat het Openbaar Ministerie bij de rechter aannemelijk kan maken dat goederen afkomstig zijn uit een misdrijf. Het kan gaan om geld maar ook om andere waardevolle goederen met een waarde van ten minste € 25.000. Trucs met verhullende eigendomsconstructies, waarbij criminelen bijvoorbeeld auto’s en panden op naam van anderen zetten, hebben geen zin meer. Inspiratie voor de procedure, ook wel aangeduid als Non Conviction Based Confiscation (NCBC), is opgedaan in Italië en ook is gekeken naar het Britse en Ierse model. Elementen uit de procedures in deze landen zijn overgenomen die goed passen in het Nederlandse rechtssysteem.
Alternatieve werkwijze
De kracht van de nieuwe procedure schuilt in het kantelen van de huidige werkwijze: niet de verdachte persoon, maar het verdachte goed staat centraal in het afpakken. Vanwege de inbreuk op het eigendomsrecht is de confiscatie alleen mogelijk na een onherroepelijke rechterlijke beslissing. Daarvoor moet de overheid aannemelijk maken dat het goed is verkregen uit de criminaliteit of is betaald uit opbrengsten van misdrijven. Belanghebbenden kunnen zich melden in deze procedure als zij aanspraak maken op het in beslag genomen voorwerp. Van hen mag worden verwacht dat ze kunnen verklaren over de legale herkomst.
Meer nodig
Volgens minister Yeşilgöz is het crimineel verdienmodel voor de georganiseerde misdaad nog veel te groot. Meer is nodig om misdadige machtsstructuren die drijven op enorme sommen crimineel geld, te doorbreken. Naast het wetsvoorstel voor het afpakken zonder strafrechtelijke veroordeling worden daarom verschillende maatregelen uitgewerkt om ervoor te zorgen dat alle betrokken overheidsdiensten sneller kunnen ingrijpen. Ook wordt de samenwerking met andere landen – zowel binnen Europa als daarbuiten – versterkt. Het merendeel van het criminele vermogen verlaat immers ons land en wordt elders witgewassen via verhullende geld- en goederenstromen die de hele wereld overgaan. Internationale samenwerking is daarom cruciaal om tegen te gaan dat crimineel geld ons over de landsgrenzen door de vingers glipt.
Meer inzet op schuldhulpverlening en het voorkomen van geldzorgen
Het kabinet trekt de komende jaren structureel € 120 miljoen uit voor de aanpak van geldzorgen, armoede en schulden. Het geld gaat onder meer naar gemeenten zodat zij meer mensen schuldhulpverlening kunnen aanbieden, financiële educatie ter voorkoming van geldzorgen en naar maatschappelijke organisaties die zich inzetten om kinderarmoede terug te dringen.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Een van de speerpunten in de meerjarige aanpak is het verlagen van de drempel voor schuldhulpverlening en het verkorten van schuldhulptrajecten. Geldzorgen duren nu vaak lang en schulden lopen hoog op voordat mensen aan de bel trekken en hulp krijgen. Schouten wil de duur van schuldhulptrajecten sterk terugbrengen deze kabinetsperiode en het aantal huishoudens dat schuldhulp ontvangt meer dan verdubbelen.
Saneringskredieten
De minister wil een snellere aflossing van schulden onder meer bereiken door de inzet van saneringskredieten. Hierbij neemt de gemeente de schulden over van schuldeisers tegen een gedeeltelijke kwijtschelding van de schuld. Huishoudens lossen dan nog maar af bij één schuldeiser, namelijk de gemeente of de kredietbank. Dit geeft rust en verkort de duur van de schuldhulpverlening. Het kabinet heeft vorig jaar een waarborgfonds ingesteld dat het risico voor gemeenten bij saneringskredieten afdekt.
Als tijdelijke crisismaatregel heeft het kabinet besloten om het verstrekken van deze kredieten vanaf 1 december 2022 ook toe te staan aan huishoudens die vanwege de gestegen (energie)prijzen hun schulden niet meer (volledig) kunnen aflossen of geen of onvoldoende afloscapaciteit hebben om een schuldregeling overeen te komen met schuldeisers. Gemeenten kunnen zo rekening houden met individuele omstandigheden en de schuldregeling laten meebewegen met iemands betalingsmogelijkheden.
Aanpak kinderarmoede
Het kabinet heeft de ambitie om het aantal kinderen in armoede in 2025 te halveren ten opzichte van 2015. Naast inkomensmaatregelen, zoals een hoger minimumloon en meer kindgebonden budget, zet het kabinet in op betere financiele educatie. Het wil ervoor zorgen dat alle kinderen en jongeren via school, maar ook daarbuiten, financiële basiskennis krijgen waardoor op de lange termijn geldzorgen en armoede worden tegengegaan. Ook komen er traineeships en stages voor kinderen en jongeren in armoede waarmee zij hun vaardigheden kunnen versterken en waarmee kansenongelijkheid wordt tegengegaan
Gevolgen energiecrisis beperken
Naast de structurele middelen voor de aanpak geldzorgen, armoede en schulden is er voor de periode 2023-2024 aanvullend € 150 miljoen beschikbaar om de gevolgen van de energiecrisis voor huishoudens zoveel mogelijk te beperken. Het kabinet wil deze middelen onder meer gebruiken voor de verwachte extra inzet die nodig zal zijn op het gebied van vroegsignalering van schulden en voor het verwachte extra beroep van huishoudens op de bijzondere bijstand van de gemeente.
Actieplan geldzorgen armoede en schulden
Het kabinet heeft deze zomer een actieplan geldzorgen, armoede en schulden gepresenteerd met een veertigtal maatregelen die moeten leiden tot een halvering van het aantal kinderen dat in armoede opgroeit in 2015 (ten opzichte van 2015), een halvering van het aantal mensen in armoede in 2030 (ten opzichte van 2015) en een halvering van het aantal mensen met problematische schulden in 2030. In haar brief aan de Tweede Kamer schetst minister Schouten op welke manier de gekozen maatregelen bijdragen aan deze doelstellingen, wanneer ze worden uitgevoerd en welke middelen het kabinet hiervoor inzet.



