Overheid start campagne om mensen met geldzorgen te wijzen op hulp

Steeds meer huishoudens komen financieel in de knel door de hoge inflatie en de fors gestegen energierekening. Ondanks de uitgebreide koopkrachtmaatregelen van de overheid is er de vrees dat het aantal huishoudens met schulden flink zal toenemen de komende periode. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid start daarom met Geldfit een offensief om mensen met geldzorgen te wijzen op de beschikbare hulp en aan te moedigen om de eerste stap te zetten.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Als je maar een kleine buffer hebt, is een betaalachterstand snel opgelopen en kan het van kwaad tot erger gaan.Er vroeg bij zijn en voorkomen dat de problemen boven je hoofd groeien, is dan het allerbelangrijkste wat er is. Dat is moeilijk, want financiële zorgen houden we liever voor onszelf. Ook maakt de stress die gepaard gaat met geldzorgen hulp vragen lastig.

Voorkomen dat problemen verergeren

‘Juist daarom moeten we er alles aan doen om te voorkomen dat mensen hun geldzorgen voor zich houden en dat de problemen zich opstapelen.’ aldus minister Schouten van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen. ‘En moeten we nog veel beter vertellen welke hulp en ondersteuning er is. Want veel mensen kennen de weg niet naar de schuldhulp van de gemeente, een budgetcoach of een schuldhulpmaatje. Of weten niet dat het mogelijk is om een betalingsregeling te treffen. Ook gebruikt niet iedereen de inkomensregelingen die er zijn. Ik wil dat echt verbeteren, de hulp dichterbij brengen. De campagne die we vandaag starten, helpt om de drempel te verlagen. Daarmee zeggen we: je staat er niet alleen voor.’

Geldfit

Geldfit is de plek waar alle beschikbare hulp samen komt. Op geldfit.nl kan je via een online test zien hoe je financiële situatie is en welke stappen je kunt zetten om weer grip op je geld te krijgen. Als het nodig is, krijg je gelijk contactgegevens van organisaties in de buurt die je daarbij kunnen helpen. Ook kan je voor een persoonlijk advies bellen of chatten met de hulplijn voor geldzorgen, 0800-8115. Medewerkers van Geldfit bieden een luisterend oor denken mee en brengen je in contact met passende hulp in de buurt.

Het afgelopen kwartaal hebben 367.000 duizend mensen de website geldfit.nl bezocht, maar liefst 3 keer zoveel als vorig jaar. Jong en oud, werkend of werkzoekend en ook ondernemers met een eigen bedrijf. Het platform rekent komende winter op een verdere toename van het aantal hulpvragen, mede vanwege de campagne van het ministerie en van andere partijen die naar Geldfit verwijzen, zoals energiemaatschappijen en banken.

Campagne Je staat er niet alleen voor

De campagne ‘Je staat er niet alleen voor’ van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid start vandaag. Andere partijen, zoals gemeenten, zijn uitgenodigd om erop aan te sluiten. Meer informatie: www.geldfit.nl/nietalleen.


Plan bevordert recht op zelfbeschikking

In Nederland vinden we het heel belangrijk dat iedereen zichzelf kan zijn. En dat iedereen volwaardig kan deelnemen aan de samenleving zonder dat inbreuk wordt gemaakt op iemands zelfbeschikkingsrecht. Helaas is dat nog niet het geval.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Een aantal Nederlanders, voornamelijk vrouwen, heeft te maken met dwang rond allerlei keuzes in het leven, zoals opleiding, huwelijk en deelname aan het maatschappelijk leven. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat het grootste aantal slachtoffers van huwelijksdwang, achterlating en huwelijkse gevangenschap in een afhankelijke financiële situatie verkeert en niet over een eigen inkomen beschikt.

Onderdrukking terugdringen

Minister Karien van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en minister Robbert Dijkgraaf van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap willen samen met maatschappelijke organisaties dergelijke onderdrukking in Nederland terugdringen en zelfbeschikking bevorderen. Deze preventieve inzet staat beschreven in een meerjarenplan dat beide ministers vandaag naar de Tweede Kamer sturen.

Volwaardig deelnemen aan de samenleving

Minister Van Gennip: “Iedereen in Nederland moet volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving zonder inperking van het zelfbeschikkingsrecht. Met het meerjarenplan zelfbeschikking wil ik vrouwen in een afhankelijkheidssituatie financieel weerbaarder maken, opdat ook zij in vrijheid kunnen leven.”

Mentaliteitsverandering bewerkstelligen

Het meerjarenplan zelfbeschikking 2022-2025 wil een mentaliteitsverandering op gang brengen binnen gesloten gemeenschappen. Daarnaast zet het in op het vergroten van financiële basisvaardigheden van vrouwen in een afhankelijkheidssituatie: zij leren daarbij hoe zij bijvoorbeeld een bankpas kunnen aanvragen en hoe zij een rekening kunnen openen.

Ondersteuning bij opvoedingsvraagstukken

Ook is er aandacht voor de bevordering van het cultuur- en gendersensitief werken van professionals betrokken bij de aanpak van geldzorgen, armoede en schulden. Tot slot worden met dit plan professionals en ouders ondersteund bij opvoedingsvragen die samenhangen met het thema zelfbeschikking.


Dreigingsbeeld NCTV: dreiging in en tegen Nederland veelzijdiger en meer diffuus

Er zijn op dit moment geen concrete aanwijzingen dat geradicaliseerde personen een aanslag voorbereiden. Wel zijn er in Nederland personen en groepen die radicaliseren of geradicaliseerd zijn, die een dreiging kunnen vormen tegen de nationale veiligheid. Een terroristische aanslag in Nederland blijft voorstelbaar. Het dreigingsniveau in Nederland wordt dan ook vastgesteld op ‘aanzienlijk’ (niveau 3 van 5). Dat stelt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 57 (DTN57).

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Aard terroristische dreiging veranderd

Het dreigingsniveau is sinds 2019 niet gewijzigd. Wel constateert de NCTV dat de aard van de terroristische dreiging is veranderd de afgelopen jaren: de dreiging in en tegen Nederland is de afgelopen jaren veelzijdiger en meer diffuus geworden. Het jihadisme blijft de voornaamste terroristische dreiging, maar de dreiging vanuit de jihadistische beweging in Nederland en de ons omringende landen is sinds het vorige decennium wel afgenomen. Met de opkomst van het rechts-extremistische accelerationisme zijn terroristische aanslagen vanuit dit inherent gewelddadige gedachtegoed ook voorstelbaar geworden. Daarnaast kan geloof in complottheorieën binnen het radicale anti-overheidsprotest aanleiding geven tot extremistisch en zelfs terroristisch handelen

Jihadistische beweging Nederland

Vanwege de naar verhouding grote omvang en organisatiegraad blijft de Nederlandse jihadistische beweging de voornaamste bron van terroristische dreiging voor Nederland vormen. Wel stelt de NCTV dat repressief overheidsoptreden en het ontbreken van mobiliserende thema’s zorgen voor stagnatie en relatieve inactiviteit van de beweging. Toch hebben sommige Nederlandse jihadisten nog steeds de intentie om een aanslag te plegen, al zijn er geen aanwijzingen dat zij daar op dit moment plannen voor maken. De ontwikkeling van de beweging blijft onvoorspelbaar. Het is mogelijk dat de dreiging weer kan toenemen onder invloed van bijvoorbeeld mobiliserende gebeurtenissen of omdat terrorismeveroordeelden vrijkomen uit detentie.

Rechts-extremisme

Zoals eerder door de NCTV vastgesteld blijft het zgn. accelerationisme de voornaamste rechts-extremistische geweldsdreiging. Deze stroming propageert terroristisch geweld als legitiem middel om het ideaal van een witte etnostaat te bereiken. Een van de pijlers binnen het accelerationisme is de zogenoemde omvolkingstheorie, een complottheorie die in Nederland steeds meer onderdeel wordt van het publieke debat. Volgens accelerationisten kan de vermeende omvolking worden tegengegaan met geweld en het bespoedigen van een rassenoorlog. Hoewel accelerationistische aanslagen in Europa tot dusverre weinig voorkomen en accelerationisten zich vooral online uiten, maakt het inherent gewelddadige gedachtegoed een aanslag vanuit deze stroming voorstelbaar.

Anti-overheidsextremisme

In Nederland richt een groep anti-overheidsextremisten zich vanuit een fundamenteel wantrouwen, woede en onrechtvaardigheidsgevoel tegen de overheid en andere instituties. Deze groep ontstond als radicale onderstroom van het coronaprotest en richt zich steeds meer op andere onderwerpen, zoals het stikstofvraagstuk en het boerenprotest. Een deel van hen omarmt complottheorieën. Complottheorieën doen afbreuk aan het publieke vertrouwen in de instituties van de democratische rechtsorde. De verspreiding en normalisering van dergelijke theorieën kan aanleiding vormen voor het plegen van extremistische en zelfs terroristische handelingen.


Vizier op georganiseerde misdaad 2022

De aanpak van georganiseerde misdaad vraagt continue innovatie. Het afpakken van crimineel geld spreekt tot de verbeelding. Kom aan het geld en je raakt de crimineel in het hart. Er wordt steeds meer crimineel geld afgepakt, maar wat zegt dat nou precies? Volgens Arthur Buitenhek (FIOD), Anita van Dis (OM) en Bob Hoogenboom (Nyenrode) gaat het niet alleen om de kilo’s, kerels en knaken – de kwantiteit – maar ook om de samenwerking tussen partijen die de strijd tegen het criminele geld aangaan – de kwaliteit, zo vertellen zij in Vizier op georganiseerde misdaad.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

In Vizier op georganiseerde misdaad komen deskundigen van binnen en buiten de overheid aan het woord: hoe zien zij de aanpak van georganiseerde criminaliteit tot zover, welke duiding geven ze daaraan en welke elementen zijn voor hen belangrijk om op door te pakken, vooruitblikkend op de komende periode. Vizier verschijnt in navolging van de Najaarsbrief georganiseerde, ondermijnende criminaliteit.

Veelkoppig monster

De tijd van wegkijken is voorbij. Georganiseerde misdaad is een groot probleem. Ook in ons land. Het is een veelkoppig monster dat we te vuur en te zwaard moeten bestrijden. Dat gebeurt met vereende krachten, zo wordt in Vizier geconstateerd. Gezamenlijk wordt opgetrokken om georganiseerde misdaad zowel te voorkomen als te verstoren. En om de daders te bestraffen en slachtoffers en de maatschappij te beschermen. Benadrukt wordt dat de aanpak van georganiseerde criminaliteit een lange adem vergt. Snelle resultaten zijn er niet en het is vaak lastig om geboekte resultaten in harde cijfers uit te drukken.

Vooruitdenken voordat problemen zich voordoen

Hanne Buis, lid Raad van Bestuur Royal Schiphol Group: ‘Helaas is een campagne rond ondermijning geen vuurwerkcampagne. We kunnen niet na een tijdje zeggen: kijk, er is inmiddels 10% minder oogletsel door onze acties. En toch faciliteren we de overheid maximaal in haar strijd tegen de georganiseerde misdaad. Samenwerking staat hierin voorop, zoals we dat ook binnen de bestrijding van terrorisme gewend zijn. Daar ontwikkelen we calamiteitenplannen en die stellen we bij aan de hand van het meest actuele dreigingsbeeld van de NCTV voor de luchthaven. Ik noem dat voordenken: nadenken over problemen voor ze zich voordoen.’

Evidence based werken

In de aanpak van georganiseerde criminaliteit wordt waar mogelijk evidence based gewerkt en met wetenschappelijke aanbevelingen. Maar dan nog is niet altijd duidelijk wat in de praktijk het beste gaat werken én is die praktijk continu aan verandering onderhevig. Daarom benadrukken partijen in Vizier het belang van flexibel blijven, blijven inspelen op de veranderende werkwijzen van criminelen en blijven leren van de successen en de zaken die niet lopen zoals gehoopt of bedoeld. Alleen zo is het mogelijk om de aanpak van de georganiseerde misdaad verder te blijven versterken en uit te bouwen.

Innovatie bij de aanpak van georganiseerde criminaliteit

Hanneke Ekelmans, lid korpsleiding Nationale Politie: ‘We wisten miljoenen versleutelde berichten te onderscheppen. Daarmee kunnen we heel anders dan voorheen achter criminelen aan gaan. Tegelijk blijven we verder onderzoeken hoe de onderwereld grip krijgt op de bovenwereld, want we kunnen niet te lang stilstaan bij een geboekt succes. De aanpak van georganiseerde misdaad vraagt continue innovatie.’


Kabinet moderniseert het Nederlandse sanctiestelsel

Met de verwachting dat het sanctie-instrumentarium in de toekomst steeds relevanter, maar ook complexer wordt, is het belangrijk om de Nederlandse wetgeving omtrent sanctienaleving en -handhaving te versterken en toekomstbestendig te maken. Daarmee geeft het kabinet ook invulling aan de aanbevelingen op dit vlak uit het Eindrapport Nationaal Coördinator Sanctienaleving en Handhaving.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Sancties zijn een belangrijk instrument voor (herstel van) de internationale vrede en veiligheid, bevordering van de internationale rechtsorde en de bestrijding van terrorisme. De Sanctiewet 1977 is het afgelopen decennium slechts beperkt gewijzigd, terwijl de omvang en complexiteit van de Europese sanctieregelgeving sterk zijn toegenomen. Om op effectieve wijze uitvoering te kunnen geven aan de snel opvolgende Europese sanctieontwikkelingen, zet het kabinet in op centrale, gerichtere en versterkte samenwerking tussen alle partijen die betrokken zijn bij sanctienaleving. Onderdeel hiervan zijn het toekomstbestendig regelen van bevoegdheden, het moderniseren en mogelijk uitbreiden van bestuursrechtelijk toezicht en handhaving, het regelen van beheer en bewind van bepaalde (langdurig) bevroren tegoeden en economische middelen, en het voorzien in gedegen grondslagen voor gegevensdeling.

Proces

Vanwege de complexiteit vergt de modernisering van het sanctiestelsel een zorgvuldige uitwerking en vraagt het de nodige inzet van de verschillende betrokken departementen. De verzending van de hoofdlijnenbrief markeert de start van het moderniseringsproces. Het streven is om de consultatiefase van het wetsvoorstel voor de nieuwe Sanctiewet in juli 2023 te starten. Aanbieding aan de Tweede Kamer van het definitieve wetsvoorstel is voorzien voor medio 2024.


Eerste bijeenkomst Nationale Veiligheidsraad

Recent heeft de eerste bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad (NVR) plaatsgevonden. De NVR kwam bijeen voorafgaand aan de ministerraad. Tijdens de NVR stond het thema economische veiligheid en weerbaarheid centraal.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

De ministerraad heeft op 9 september 2022 op voorstel van minister-president Rutte besloten tot de instelling van een Nationale Veiligheidsraad (NVR). Nederland is een open, divers en internationaal georiënteerd land. Tegenover deze openheid staat een grote en groeiende kwetsbaarheid voor statelijke dreigingen, ongewenste beïnvloeding, verstoring van vitale infrastructuur en militaire dreigingen. Dat vergt een gecoördineerde aanpak.

De instelling van de NVR is een directe uitwerking van het coalitieakkoord. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) concludeerde in 2017 dat spanningen in andere landen steeds vaker direct of indirect gevolgen voor Nederland hebben. Ook concludeerde de WRR dat ‘veiligheid niet meer kan worden gevonden in de verschansing tegen agressie van buitenaf, maar beleid vereist dat berust op inzicht in de vele verbindingen tussen “binnen” en “buiten”. De WRR adviseerde daarop dat Nederland een veiligheidsraad nodig heeft die binnen- en buitenlands veiligheids- en defensiebeleid op elkaar afstemt.

De NVR zal zich richten op de grootste en meest eminente dreigingen waarmee Nederland zich geconfronteerd ziet. Een aantal van de uitdagingen en dreigingen zijn onder meer: nucleaire proliferatie, ballistische raketten , terrorisme, radicalisering, economische veiligheid en cyberveiligheid. Ook komen dilemma’s en belangenafwegingen aan bod in de NVR. Een voorbeeld daarvan is het borgen van zowel het economisch verdienvermogen als de nationale veiligheid.

De NVR kan op elk moment door de minister-president bijeen worden geroepen wanneer een actueel onderwerp of (internationale) gebeurtenis daarom vraagt. Zo kunnen verschillende dimensies van een onderwerp of gebeurtenis op een snelle, geïntegreerde en gecoördineerde aanpak rekenen. De inval van Rusland in Oekraïne is daarvan een voorbeeld.


Bijna 30 miljoen euro tegen drugssmokkel via mainports

Nederlandse mainports moeten zo onaantrekkelijk mogelijk worden voor internationale drugssmokkel. Onze grote logistieke knooppunten – de havens van Rotterdam, Zeeland West-Brabant en Noordzeekanaalgebied, de luchthaven Schiphol en de bloemenveilingen – moeten grote knelpunten voor drugscriminelen worden. Minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid investeert daarom structureel 29 miljoen euro in de aanpak van georganiseerde drugscriminaliteit op onze mainports en logistieke knooppunten. Hierbij zet de minister ook in op verdere internationale samenwerking: binnen Europa, maar ook met bron- en doorvoerlanden in Latijns Amerika om drugssmokkel in de kiem te smoren.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Spil in wereldwijde drugshandel

“Door onze open economie zijn we ook een spil geworden in de wereldwijde drugshandel. Door het grove geld dat wordt verdiend met vooral cocaïne gaat de georganiseerde misdaad vaak nietsontziend te werk om hun illegale handel verder te brengen. Want om het geld te kunnen verdienen, moeten de drugscriminelen eerst langs onze logistieke poorten. En ze daar laten stranden, kan alleen door meer samenwerking nationaal en internationaal. En ook met het bedrijfsleven. We hebben hier echt wat te verliezen als niet de handen ineen worden geslagen. We verdienen in Nederland veel geld dankzij onze goede infrastructuur, maar wat is dat waard als dat gepaard gaat met zoveel bedreiging en geweld?’’, aldus minister Yeşilgöz.

Vijf grote logistieke knooppunten

Dit jaar werd al een bedrag van 13 miljoen euro geïnvesteerd in de aanpak van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit in mainports. De komende jaren loopt dit totaalbedrag op naar 29 miljoen euro structureel vanaf 2025. Hiervan gaat het grootste deel naar de aanpak op vijf grote logistieke knooppunten:

  • Voor de zeehaven van Rotterdam komt structureel 16,5 miljoen euro beschikbaar
  • Zeehavens in Zeeland en West-Brabant krijgen voor hun gezamenlijke plannen jaarlijks 4 miljoen euro
  • Luchthaven Schiphol 3,5 miljoen euro elk jaar
  • De havens in het Noordzeekanaalgebied 1,5 miljoen euro structureel
  • Het logistieke proces rond de bloemenveilingen 1 miljoen euro jaarlijks

Met de structurele middelen kan duurzaam worden geïnvesteerd in opsporing, toezicht en samenwerking tussen de gemeenten, politie, OM, Douane, KMar, FIOD, Belastingdienst, RIEC’s, (lucht)haven-/veilingbedrijven en brancheorganisaties. Ook wordt meer ingezet op nieuwe technieken op de knooppunten, zoals beveiligingssystemen met betere camera’s en slimmer controleren bij toegang, bijvoorbeeld door middel van biometrie. En publieke en private partijen trekken samen verder op om het bewustzijn te vergroten bij medewerkers op de knooppunten als gaat om risico’s van ondermijnende praktijken. Zo kan het gebruik van bedrijfsauto’s en het dragen van kleding met herkenbare logo’s personeel al kwetsbaar maken. Door middel van trainingen, campagnes en het aanbieden van informatie leren medewerkers signalen van crimineel gedrag beter te herkennen, zijn ze alert als ze benaderd worden door criminelen en weten ze wat te doen.

Screening

Verder wil minister Yeşilgöz de screening van medewerkers in zeehavens versterken. Hiervoor investeert ze in een project in de Rotterdamse haven. Op luchthavens ondergaat iedereen die daar op beschermde gebieden werkt momenteel een AIVD-screening op grond van Europese antiterreurregelgeving. Bij zeehavens is dit niet het geval, omdat de bedrijventerreinen daar vele malen uitgestrekter en veel meer open van karakter zijn dan op luchthavens. Zo rijden vrachtwagenchauffeurs af en aan, tot dicht bij de terminals waar schepen gelost worden. Toch wil de minister met de Dienst Justis (Verklaring Omtrent Gedrag) en de AIVD (Verklaring van Geen Bezwaar) meer mogelijk maken als het gaat om beroepen in zeehavens met toegang tot cruciale informatie of voor drugscriminelen interessante posities. Juist omdat voor drugssmokkel vrijwel altijd hulp van binnenuit nodig is.

Internationaal

Om een waterbedeffect tegen te gaan, moet internationaal verder worden opgetrokken in de opsporing en het toezicht op goederenstromen die de grens overgaan. Hierover vond 7 oktober dit jaar in Amsterdam op uitnodiging van minister Yeşilgöz een ministeriële bijeenkomst plaats met België, Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje.

Daarbij worden er extra verbindingsofficieren ingezet voor samenwerking met zogenoemde bron- en transitlanden in de drugshandel, veelal in Latijns Amerika, om meer weerstand te bieden tegen criminele netwerken. Ook gaat de Douane containerscans die in Latijns Amerika worden gemaakt in Nederland uitlezen en analyseren. Zo kunnen verdachte ladingen worden geïdentificeerd nog voor ze Nederland bereiken.

Verder zal minister Yeşilgöz met minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat, staatssecretaris De Vries van Douane later deze maand samen met een Belgische kabinetsafvaardiging in gesprek gaan met de bedrijfsleiding van vijf grote internationale rederijen. Tijdens dit overleg zal de omvang van de problematiek en de samenwerking in de aanpak van internationale drugssmokkel in de havens worden besproken. Hierbij wordt tevens een oproep gedaan aan de rederijen om zelf extra maatregelen te nemen die misbruik van hun bedrijf tegengaan.


Strijd tegen georganiseerde misdaad opgevoerd op alle fronten

Zware misdaad tast in toenemende mate onze veilige samenleving en open economie aan. De internationale drugshandel gaat gepaard met grote sommen crimineel geld, grof geweld en intimidatie. Onze democratische rechtsstaat is de naïviteit voorbij en moet worden verdedigd. De strijd tegen de georganiseerde en ondermijnende criminaliteit wordt op alle fronten opgevoerd: vanuit de opsporing, met internationale partners en betrokkenheid van de hele samenleving.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

“Criminele kopstukken opsporen, daar zijn we goed in. De Nederlandse opsporingsdiensten behoren tot de wereldtop. Dankzij het kraken van versleuteld berichtenverkeer hebben we samen met internationale partners de zware misdaad een slag toegebracht. Om ook de onderliggende criminele netwerken kapot te maken en Nederland zo onaantrekkelijk mogelijk te maken voor de georganiseerde misdaad moeten we volgende stappen zetten. Dat doen we in onze havens die criminelen willen misbruiken voor drugssmokkel, in onze wijken om te voorkomen dat jongeren worden geronseld en met effectievere instrumenten in de opsporing door bijvoorbeeld de kroongetuigenregeling te verbeteren’’, aldus minister Yeşilgöz.

Opsporing en strafrechtketen versterken

Deze kabinetsperiode wordt fors geïnvesteerd in de strijd tegen georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. Vanaf dit jaar gaat het om 375 miljoen euro incidenteel geld (verdeeld over zes jaar) en vanaf 2025 jaarlijks bijna 700 miljoen euro. Hiermee kan structureel de opsporing en strafrechtketen worden versterkt en de samenwerking worden gezocht met andere partners. Zoals de financiële sector, de Belastingdienst en de FIOD met aanpakken crimineel vermogen. Met gemeenten, scholen en jeugdwerk in het voorkomen dat jongeren grote criminelen worden. En met ondernemers, omdat criminelen graag misbruik maken van onze goede economische infrastructuur. Verder is voor het behoud van onze democratische rechtsstaat een absolute voorwaarde dat in de frontlinie van de strijd mensen ook beter worden beschermd tegen de agressie van de zware misdaad. Daarom wordt ook geïnvesteerd in het versterken en moderniseren van het stelsel van bewaken en beveiligen.

Kroongetuigenregeling

Een van de volgende stappen in het effectiever opsporen en vervolgen van zware criminelen is volgens minister Yeşilgöz het verbeteren van de kroongetuigenregeling. De inzet van kroongetuigen heeft de afgelopen jaren een belangrijke bijdrage geleverd aan grote opsporingsonderzoeken en vervolging van zware criminelen. Door middel van de verklaringen van getuigen die zelf betrokken zijn geweest bij een crimineel netwerk komt informatie naar boven van binnenuit de onderwereld: over de sleutelspelers, hun liquidatieopdrachten en over andere ernstige criminele activiteiten.

Regeling toegankelijker maken

Minister Yeşilgöz wil de regeling toegankelijker maken voor een andere categorie kroongetuigen. Niet zozeer om het instrument veel vaker in te zetten, maar vooral om meer belangrijke mogelijkheden voor de opsporing te creëren. De huidige regeling is nu vooral interessant voor grote criminelen, die een lange gevangenisstraf boven het hoofd hangt. Zij kunnen een maximale strafvermindering krijgen van 50 procent. Maar de relatief minder zware criminelen kunnen ook een cruciale kennispositie hebben.

Sleutelfiguren

De kleinere vissen en helpers in het criminele circuit, zoals financieel experts of een sleutelfiguur voor drugssmokkel via zeehavens, kunnen over waardevolle informatie beschikken waarmee hele netwerken in de zware misdaad onderuit gehaald kunnen worden. Een halvering van de gevangenisstraf blijkt voor minder zware criminelen echter vaak niet op te wegen tegen de nadelen en risico’s bij het verklaren over andere criminelen. Om de kleinere vissen ook in het kroongetuigensysteem te krijgen wil de minister een ruimere strafvermindering mogelijk maken voor de groep met lagere strafeisen in het vooruitzicht (maximaal zes jaar gevangenisstraf). De verklaring moet dan wel zodanig bijdragen aan de opsporing en vervolging van ernstige misdrijven dat dit de strafvermindering voor de kroongetuige rechtvaardigt. Verder worden meer kaders ingebouwd voor meer transparantie en waarborgen bij de inzet van het instrument en ook voor het geval een kroongetuige zich niet aan de afspraken houdt.


Verdragen met VAE versterken aanpak georganiseerde misdaad

De internationale aanpak van georganiseerde misdaad wordt versterkt door onderlinge afspraken hierover tussen Nederland en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid heeft daartoe met minister Hoekstra van Buitenlandse Zaken twee bilaterale verdragen met de VAE ingediend bij de Tweede Kamer: een over wederzijdse rechtshulp en een over uitlevering.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

De onderlinge afspraken met de VAE zijn volgens minister Yeşilgöz-Zegerius van groot belang in de strijd tegen de georganiseerde misdaad in het algemeen, en de bestrijding van financieel-economische criminaliteit in het bijzonder. Door wereldwijde drugssmokkel is internationaal ook veel illegaal verdiend geld in omloop dat criminelen proberen wit te wassen en uit het zicht van overheden willen houden. De afgelopen jaren is gebleken dat de VAE voor Nederland een belangrijke partner zijn in de aanpak van georganiseerde misdaad en criminele geldstromen. Met de verdragen wordt de samenwerking die is opgebouwd tussen Nederland en de VAE, verder versterkt.

Misbruik economische infrastructuur

“Met de internationale drugshandel worden enorme sommen crimineel geld verdiend. Gewelddadige en nietsontziende criminelen gaan daarbij over al onze grenzen in een poging hun foute praktijken en illegaal verdiende geld verder te brengen. De georganiseerde misdaad vormt met intimidatie en geweld een serieuze bedreiging voor onze samenleving en democratische rechtsstaat. Criminelen mogen we niet laten ontkomen, doordat ze simpelweg naar een ander land reizen en de financieel-economische infrastructuur wereldwijd misbruiken. Door meer internationale samenwerking kunnen we hiertegen effectiever optreden’’, aldus minister Yeşilgöz-Zegerius.

Vorig jaar ondertekende de ambtsvoorganger van minister Yeşilgöz-Zegerius de verdragen met zijn collega-minister van Justitie van de VAE in Abu Dhabi. Om de verdragen in werking te kunnen laten treden, worden deze door middel van twee wetsvoorstellen ter goedkeuring aangeboden aan de Tweede Kamer en de Staten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

Sneller handelen

Door de verdragen voor rechtshulp en uitlevering kunnen de opsporingsdiensten van beide landen straks sneller reageren op elkaars verzoeken om strafrechtelijke samenwerking . De verdragen bevatten afspraken over horen van verdachten, getuigen, slachtoffers of deskundigen, het onderzoeken van bankrekeningen en het in beslag nemen van goederen en winsten die afkomstig zijn uit illegale praktijken. Verder worden de mogelijkheden voor samenwerking in uitleveringszaken verbreed.

Rechtshulp en uitlevering

Ook met de bilaterale verdragen geldt dat elk verzoek voor rechtshulp en uitlevering afzonderlijk wordt beoordeeld op basis van wettelijke en verdragsrechtelijke kaders. Zo wordt bijvoorbeeld niet meegewerkt aan rechtshulp- en uitleveringsverzoeken wanneer er goede gronden zijn om aan te nemen dat de verdachte wordt vervolgd in verband met zijn geloof, politieke overtuiging, nationaliteit, ras of bevolkingsgroep. Nederland vraagt ook garanties over het niet opleggen of uitvoeren van de doodstraf en lijfstraffen als dat aan de orde is in het andere land. Zonder dergelijke garanties zal het verlenen van rechtshulp of uitlevering niet mogelijk zijn.


Minister Schouten maakt pilot mogelijk voor snellere hulp aan jongeren met schulden

Gemeenten weten vaak niet goed hoeveel jongeren rondlopen met schulden. Minister Schouten (Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen) maakt het mogelijk dat de gemeente Amsterdam en DUO een pilot starten om hier beter inzage in te krijgen en jongeren sneller hulp te bieden. Via een internetconsultatie kunnen mensen meedenken over de plannen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Jongeren zijn ondervertegenwoordigd in de schuldhulpverlening. Dit lijkt goed nieuws, maar het komt vaak voort uit het niet goed op de radar hebben van deze doelgroep. Om te onderzoeken hoe dit beter kan, starten de gemeente Amsterdam en DUO een proef waarbij zij contactgegevens en informatie over betalingsachterstanden uitwisselen. Het gaat om achterstanden van tenminste € 270. Wanneer DUO zelf geen contact krijgt met een jongere op een betalingsherinnering of een aanbod tot een betalingsregeling, geeft het een signaal door aan de gemeente. De gemeente neemt vervolgens contact op met de jongere om een aanbod te doen voor schuldhulpverlening. De Autoriteit Persoonsgegevens is om advisering gevraagd in verband met de gegevensuitwisseling.

Minister Schouten: “De aanpak van schulden vraagt om samenwerking. Dit gebeurt al veelvuldig, maar door signalen op een verantwoorde manier te delen tussen in dit geval DUO en de gemeente kan er gerichter en sneller hulp worden geboden. Jongeren worden actief en persoonlijk benaderd, wat naar verwachting de drempel verlaagt om hulp te accepteren. En hoe eerder we hulp bieden, hoe kleiner de kans dat schulden verder oplopen. Dit laatste is voor alle betrokkenen van groot belang.”

Brede aanpak vroegsignalering
De proef in Amsterdam duurt een jaar, waarna deze wordt geëvalueerd en afhankelijk van de uitkomsten een vervolg krijgt. Gemeenten kijken ook breder naar het eerder in beeld krijgen van schulden. Op Prinsjesdag heeft het kabinet bekendgemaakt dat zij voor dit jaar € 35 miljoen extra ontvangen voor gerichte hulp via onder meer de vroegsignalering van schulden. Ook voor 2023 en 2024 stelt het kabinet aanvullend budget beschikbaar voor de gemeentelijke schuldhulpverlening.