Designerdrug 3-MMC vanaf nu verboden

3-MMC staat op Lijst II van de Opiumwet en is daarmee vanaf 28 oktober, officieel een verboden drug. Dat betekent dat productie, handel en bezit van deze designerdrug strafbaar is. Het verbod volgt op een toename van gebruik van 3-MMC, met name onder jongeren, en een stijging van het aantal gezondheidsincidenten. De drug heeft potentie tot verslaving en er zijn gezondheidsrisico’s aan verbonden, zoals hartritmestoornissen, een verhoogde bloeddruk of lichaamstemperatuur en rusteloosheid, die vaak aanleiding geven voor medische zorg.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Gevaarlijk spul

Staatssecretaris Blokhuis (VWS): “Met dit verbod gaan we de eenvoudige beschikbaarheid van 3-MMC tegen en geven we een duidelijk signaal af aan de vaak jonge gebruikers: dit spul is gevaarlijk, blijf ervan af. Hier wilden we geen moment langer mee wachten, gezien de zorgwekkende signalen die we over 3-MMC hebben ontvangen. Tegelijk speelt bij designerdrugs een breder probleem. We mogen niet langer achter de feiten aanlopen wat dat betreft en gaan daarom zo snel mogelijk over tot een breed verbod op designerdrugs.”

Designerdrugsverbod

Het kabinet werkt momenteel aan een breder verbod op designerdrugs, ook wel NPS (nieuwe psychoactieve stoffen) genoemd. Wanneer een individuele designerdrug onder de Opiumwet wordt verboden, is het nu nog mogelijk dat drugsproducenten een nieuwe drug maken met een net iets andere samenstelling, waardoor die nieuwe drug weer legaal op de markt kan komen. Dit wordt een halt toe geroepen met het designerdrugsverbod, waarmee hele stofgroepen met dezelfde chemische basisstructuur onder de Opiumwet worden gebracht. Hierdoor wordt een hele groep veel voorkomende designerdrugs bij voorbaat verboden, ongeacht de specifieke samenstelling.

Voorlichting en preventie

Naast het verbod op 3-MMC wordt ook ingezet op voorlichting en preventie. Zo heeft het Trimbos-instituut een folder ontwikkeld gericht op (potentiële) gebruikers met informatie over de risico’s van 3-MMC-gebruik. Ook is er informatiemateriaal beschikbaar voor professionals met handvatten hoe om te gaan met 3-MMC-gebruik. Verder is het online informatieaanbod over dit onderwerp uitgebreid. Hiervan wordt veel gebruik gemaakt door zowel gebruikers als professionals. Tot slot adviseert het Trimbos-instituut gemeenten die te maken hebben met 3-MMC-problematiek over de vormgeving van het preventieaanbod.


Toekomstbestendig stelsel bewaken en beveiligen

De afgelopen jaren zijn de zaken binnen het stelsel van bewaken en beveiligen complexer, langduriger en extremer in omvang en zwaarte geworden. Dit heeft geleid tot een toenemende druk op het stelsel bewaken en beveiligen. De afschuwelijke gebeurtenissen van de afgelopen periode hebben daarnaast aangetoond dat excessief geweld tegen de dragers van onze democratische instituties vanuit criminele netwerken geen taboe meer is. Bescherming van deze personen is een voorwaarde voor het functioneren van de democratische rechtsstaat en het brede offensief tegen de georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Daarom investeert het kabinet, in het kader van het brede offensief tegen de georganiseerde criminaliteit in de versterking van het stelsel bewaken en beveiligen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

In het kader van de verdere versterking van het stelsel heeft minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus de Commissie Bos ingesteld. De Commissie Bos is gevraagd het stelsel te beoordelen en voorstellen te doen voor de wijze waarop het stelsel toekomstbestendig gemaakt kan worden. De Commissie heeft de minister het rapport recent aangeboden.

De Commissie Bos doet ten behoeve van een toekomstbestendig stelsel voorstellen om blijvend het hoofd te kunnen bieden aan de huidige en toekomstige dreigingen in een steeds complexer wordende samenleving. Grapperhaus ondersteunt de analyse en oplossingsrichtingen in het rapport op hoofdlijnen. En zal voor de begrotingsbehandeling van Justitie en Veiligheid de Tweede Kamer nader informeren. 

Gezien de grote druk op het stelsel richt Grapperhaus alvast de de voorgestelde Landelijke Vierhoek bewaken en beveiligen in. In deze Vierhoek onder leiding van de NCTV, zijn het Openbaar Ministerie, de Nationale Politie en de Koninklijke Marechaussee op het hoogste niveau vertegenwoordigd. De Vierhoek opereert binnen het huidige wettelijke stelsel en met inachtneming van de bestaande taken, bevoegdheden en gezagsverhoudingen van en tussen de deelnemers. De Landelijke Vierhoek is verantwoordelijk voor het functioneren en de versterkingen van het stelsel. Daarnaast zal Grapperhaus, onder sturing van de landelijke Vierhoek, direct een tijdelijke taskforce inrichten. In deze taskforce zullen alle bij het stelsel betrokken partners – onder leiding van de NCTV – samenwerken aan het uitwerken van de aanbevelingen en conclusies in het rapport.

Naast dat het stelsel bewaken en beveiligen centraal staat in het advies van de Commissie Bos is de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) gevraagd om te onderzoeken welke lessen getrokken kunnen worden uit de beveiligingssituaties van de broer, de toenmalig advocaat en de vertrouwenspersoon van de kroongetuige in het Marengo-proces. Het is voorzien dat ook daaruit conclusies en aanbevelingen kunnen voortkomen ten aanzien van het stelsel bewaken en beveiligen. Wanneer het onderzoek van de OVV is afgerond zal Grapperhaus met de Kamer daarover in gesprek gaan.


Dreigingsbeeld NCTV: Geen concrete aanwijzing voor aanslag, wel voorstelbaar

Er zijn op dit moment in Nederland personen die radicaliseren of sterk geradicaliseerd zijn en een dreiging (kunnen) vormen voor de nationale veiligheid. De jihadistische beweging in Nederland blijft hierin een belangrijk element. Verscheidene rechtszaken en arrestaties in deze DTN-periode, zoals die in Eindhoven van 23 september, tonen dit aan. Momenteel zijn er geen concrete aanwijzingen dat personen in Nederland een aanslag voorbereiden, maar dit is wel voorstelbaar. Ook vanuit rechts-extremistische hoek is een aanslag voorstelbaar. Toch leidt de huidige dreiging vanuit jihadistische en rechts-extremistische hoek niet tot een hoger dreigingsniveau. Daarom blijft het dreigingsniveau op 3 van de 5 staan. Dat blijkt uit het 55ste Dreigingsbeeld van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Rechts-terrorisme

De voorstelbaarheid van een terroristische aanslag in Nederland uit rechts-extremistische hoek is vooral gebaseerd op de betrokkenheid van jonge Nederlandse mannen bij internationale, online accelerationistische netwerken. Het accelerationisme is een rechts-extremistische ideologie die via diverse – voornamelijk besloten – socialemediaplatformen wordt verspreid. De aanhangers verheerlijken en rechtvaardigen terroristisch geweld om versneld een rassenoorlog te ontketenen. Hierdoor willen zij chaos creëren in de samenleving waarin het huidige politieke bestel kan worden vervangen door een witte (nationaalsocialistische) etnostaat. Vanuit dit gedachtegoed zijn de afgelopen drie jaar in westerse landen enkele terroristische aanslagen gepleegd. In Nederland gaat het om ten minste een paar honderd Nederlanders van tussen de 12 en 20 jaar die veel tijd online doorbrengen op internationale fluïde netwerken waar zich wereldwijd enkele duizenden deelnemers manifesteren. Nederlandse deelnemers lijken relatief vaak te kampen met psychosociale problematiek en een gebrekkig sociaal vangnet hebben.

Fragmentatie en vermenging bij coronaprotesten

De coronaprotesten ontwikkelden zich deze periode tweeledig. Parallel aan de versoepelingen van de coronamaatregelen juni 2021 nam het aantal demonstraties tegen de maatregelen af. Maar tegelijkertijd bestaat het risico dat sommigen binnen de radicale onderstroom verder radicaliseren. De drempel voor het (online) bespreken en plegen van buitenwettelijke acties is lager geworden en gewelddadige acties blijven plaatsvinden. Zoals het beramen van een aanslag op een vaccinlocatie in Den Helder met een vuurwerkbom. Nu een deel van het coronaprotest afzwakt, blijft een deel van de hardere onderstroom over.

Nederlandse jihadistische beweging

De jihadistische dreiging tegen Nederland blijft onveranderd in stand en wordt in Nederland nog steeds als de grootste terroristische dreiging beschouwd. Op dit moment is jihadistisch geweld door alleenhandelende daders of kleine groepen in Nederland het meest voorstelbaar. De jihadistische beweging is gefragmenteerd, zowel sociaal als ideologisch. Vanwege verdeeldheid, beperkte initiatieven en veiligheidsbewustzijn, is er nauwelijks sprake van mobilisatie of groei van de beweging. Dit betekent echter niet dat er geen dreiging van de beweging uitgaat.

Op de drie Terroristenafdelingen (TA’s) in Nederland verblijven nog altijd tientallen verdachten en veroordeelde jihadisten. Onder deze groep zijn een aantal mannen die gedetineerd zijn vanwege hun deelname aan de strijd in Syrië en Irak. Zij komen naar verwachting volgend jaar vrij. Van het merendeel kan worden aangenomen dat ze ook na detentie geen afstand hebben genomen van het gewelddadige gedachtegoed van ISIS en ervaring hebben met wapens, explosieven en extreem geweld. Het is echter te vroeg om te zeggen of zij ook na hun detentie zullen terugkeren naar hun jihadistische netwerken of dat zij (nog) bereid zijn tot het plegen van aanslagen.

Mondiaal jihadisme

Op het gebied van mondiaal jihadisme doen zich ontwikkelingen voor die relevant zijn voor het terroristische dreigingsbeeld voor Nederland. ISIS heeft de laatste jaren een transformatie ondergaan van een organisatie die primair gericht was op de strijd in het kerngebied Irak en Syrië, naar een organisatie die meer en meer gericht is op het voeren van een wereldwijde jihad. Voor ISIS’ mondiale ambitie heeft sub-Sahara Afrika aan belang gewonnen. Verdere versteviging van de positie van ISIS- en Al Qa’ida-getrouwe groeperingen in sub-Sahara Afrika kan leiden tot het ontstaan van jihadistische veilige havens aldaar. De machtsovername van de Taliban in Afghanistan kan op termijn de voedingsbodem voor en bewegingsruimte van terroristische organisaties, zoals Al Qa’ida, in het land versterken. Gelet op de lokale ambities van de Taliban, bestaat er (nog) geen directe dreiging tegen Nederland.


3300 wapens ingeleverd tijdens actie tegen messen op straat

Recent zijn bij de landelijke inleveractie 3300 wapens ingeleverd. Onder meer machetes, vlindermessen en stiletto’s, maar ook keukenmessen en zelfgemaakte steekwapens verdwenen in de daarvoor bestemde tonnen op politiebureaus door heel het land.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Tussen 11 en 17 oktober konden mensen anoniem en zonder straf hun steek-, slag- en stootwapens inleveren in 218 gemeenten. De actie was voornamelijk gericht op jongeren. In een deel van de gemeenten kon ook een afspraak worden gemaakt om vuurwapens, munitie en explosieven in te leveren.

Geweld op straat

Bij de in totaal 3300 ingeleverde wapens ging het om ruim 2000 messen, 200 andere steekwapens, bijna 500 vuurwapens en 600 overige wapens. Daarnaast zijn grote hoeveelheden munitie ingeleverd. Zo blijkt uit de voorlopige telling. Elk wapen dat is ingeleverd kan niet meer worden gebruikt bij geweld op straat.

Wapen dragen niet normaal

Behalve het verminderen van het wapenbezit in de samenleving is het doel van de inleveractie ook duidelijk maken aan jongeren dat een wapen dragen niet normaal en erg gevaarlijk is. Het ministerie van Justitie en Veiligheid startte daarvoor op 13 september de campagne ‘drop je knife’, die gericht is op jongeren die met een mes de straat op gaan.

Actieplan Wapens en Jongeren

Het aantal jongeren van 12 tot en met 17 jaar dat verdacht wordt van fatale en zware geweldmisdrijven en pogingen daartoe is de afgelopen jaren fors gestegen. Daarom hebben ministers Grapperhaus (minister van Justitie en Veiligheid) en Dekker (minister voor Rechtsbescherming) vorig jaar november het actieplan Wapens en Jongeren gelanceerd. Het doel van het actieplan is het terugdringen van wapenbezit en –gebruik onder jongeren via de inzet van preventieve, proactieve en repressieve maatregelen. Het actieplan is opgesteld in samenspraak met het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW), de politie, het Openbaar Ministerie, Halt, jeugdreclassering, Raad voor de Kinderbescherming, CCV, VNG en vijftien gemeenten met urgente wapenproblematiek.


Social media campagne tegen kindermishandeling en huiselijk geweld

Op maandag 18 oktober begint een online preventiecampagne om de aandacht te vestigen op huiselijk geweld tegen kinderen en jongeren. De campagne ‘Time-out’ is ontwikkeld door Veilig Thuis, De Kindertelefoon en het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS): “Het is niet te accepteren dat een op de vijf jongeren in ons land te maken heeft met huiselijk geweld. Thuis moet het veilig zijn voor iedereen die daar woont. Deze Time-out campagne roept mensen die in zo’n situatie zitten op om erover te praten, want dat is vaak een eerste stap. Bijvoorbeeld met Veilig Thuis of met De Kindertelefoon.”

Time-out als het niet meer gaat

De Time-out campagne wil jongeren én hun ouders attenderen op herkenbare situaties: bijvoorbeeld als je niet naar huis durft (voor jongeren), of als je thuis juist alleen nog maar kunt schreeuwen (voor ouders). De Time-out in de campagne staat in alle gevallen symbool voor: het kan zo niet langer. De boodschap is: neem een stapje terug en praat er bijvoorbeeld over met iemand. Of vraag om hulp of advies bij instanties. Want door in gesprek te gaan kan vaak samen worden gekeken wat in jouw situatie de beste aanpak is.

Kinderen weten vaak niet wat ze kunnen doen

Hulp bij huiselijk geweld en kindermishandeling komt vaak pas op gang, nadat de situatie geëscaleerd is. Schaamte bij alle betrokkenen – zowel slachtoffers als degenen die geweld gebruiken – staat vaak in de weg van het gesprek over een thuissituatie die uit de hand dreigt te lopen. Kinderen weten doorgaans niet waar de grens ligt en wat ze kunnen doen om hulp te krijgen op een veilige manier. En als ze dat wel weten zijn ze vaak bang voor de gevolgen. Ze vinden het moeilijk om over te praten en zijn vaak loyaal aan hun ouders van wie ze houden. De campagne roept jongeren op om toch het gesprek te openen. Want erover praten is vaak een eerste stap.

1 op de 5 jongeren slachtoffer van huiselijk geweld

De aanleiding voor de campagne is het stijgende aantal adviesvragen, telefoontjes en chats naar Veilig Thuis en De Kindertelefoon. De afgelopen coronaperiode heeft laten zien dat spanningen thuis bij iedereen kunnen oplopen. Het kan dan helpen om als het te heftig wordt een pas op de plaats te doen, met iemand te praten over je situatie of advies te vragen over wat wijsheid is om erger te voorkomen. In 2020 gaf 20 procent van de Nederlandse jongeren tussen de 16 en 24 jaar aan in de voorgaande twaalf maanden slachtoffer te zijn geworden van huiselijk geweld. Jonge vrouwen hebben daar vaker mee te maken dan jonge mannen. Bij 12 procent van de 16- tot 24-jarige jongeren ging het zelfs om structureel huiselijk geweld: maandelijks, wekelijks of zelfs (bijna) dagelijks. Dat blijkt uit een analyse door het CBS over jongeren op basis van de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Geweld van het CBS en het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, waarvan de gegevens in maart en april 2020 zijn verzameld.

Social media campagne

De campagne loopt van 18 oktober tot 12 december en wordt gefinancierd vanuit het steunpakket Jeugd. Op social media (Instagram, Snapchat, YouTube) worden korte herkenbare situaties getoond in filmpjes met de boodschap:  Als je niet weet met wie je over thuis kunt praten…Als je niet naar huis durft of bang bent voor het geschreeuw… Time-out! Praat erover en vraag om advies. Ook ouders met kinderen worden aangesproken in de campagne (Facebook en Instagram). De boodschap voor ouders met kinderen is: Als schelden thuis normaal wordt…als er geen einde aan de ruzies komt…Time-Out! Praat erover en vraag om advies.

De campagnefilmpjes worden verspreid via de Kindertelefoon, de regionale netwerken van Veilig Thuis en het ministerie van VWS voor een brede en landelijke aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.


Versterking politie in wijken, op internet, voor opsporing en voor boa’s

De politie wordt met ruim 700 agenten versterkt in de wijken en op het internet dankzij een structurele investering van 114,5 miljoen euro. Dit is mogelijk dankzij de motie-Hermans die tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in september dit jaar in de Tweede Kamer is aangenomen. Ook krijgt daardoor de opsporings- en vervolgingscapaciteit bij de Landelijke Eenheid, het Openbaar Ministerie (OM) en de rechtspraak een impuls van in totaal 27 miljoen euro. Verder wordt jaarlijks in de bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) 25 miljoen euro extra geïnvesteerd en 27,5 miljoen extra voor het wetsvoorstel seksuele misdrijven en de aanpak van online kinderpornografisch materiaal.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Dat schrijft minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid aan de Tweede Kamer. De structurele investeringen in veiligheid door de motie-Hermans komen bovenop het extra geld dat  het demissionaire kabinet met Prinsjesdag heeft aangekondigd voor het breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit: 524 miljoen euro in 2022, waarvan 434 miljoen euro structureel voor de jaren daarna. De bestrijding van georganiseerde ondermijnende criminaliteit vergt een langjarige strijd; niet alleen in het oprollen van criminele organisaties en het afpakken van hun illegaal verkregen goederen en vermogen, maar ook voorkomen dat nieuwe aanwas ontstaat en dat jongeren worden geronseld voor criminele praktijken.

Politie in de wijk en digitaal

Een groot deel van het geld uit de motie-Hermans gaat naar het versterken van de politie in de wijken en op internet. ,,De verbinding in de wijken is de grote kracht van de Nederlandse politie. Het zijn de agenten in onze buurt die samen met ouders, scholen en gemeenten ervoor kunnen zorgen dat onze jeugd veilig kan opgroeien. Zo voorkomen we dat jongeren worden geronseld voor de criminaliteit. En niet alleen in onze wijken. Veel criminaliteit is verschoven naar de online wereld. Daarom investeren we ook in meer digitale agenten in de aanpak van cybercriminaliteit. Juist in een snel veranderende samenleving is nabijheid van politie van belang; zowel in onze wijken als voor een veilige sociale wereld op het internet’’, aldus minister Grapperhaus. Met de 114,5 miljoen euro wordt naast de uitbreiding van politie in de wijk en digitale-agenten met ruim 700 fte, ook de opleidingscapaciteit bij de Politieacademie versterkt. Ook wordt met incidentele middelen de aanpak van discriminatie en geweld tegen LHBTI+ uitgebreid, onder meer via het programma ‘Politie voor Iedereen’.

Opsporing

De afgelopen tijd wordt steeds zichtbaarder hoe groot de impact is van georganiseerde criminaliteit en dat het gebruik van moderne technologie toeneemt. Daarom wordt op verschillende niveaus verder geïnvesteerd in de opsporing: in de Landelijke Eenheid, maar ook de (digitale) opsporing krijgt een impuls. De politie krijgt hiervoor 20 miljoen euro, voor OM en Rechtspraak samen komt 7 miljoen euro beschikbaar.

Boa’s

Onze boa’s dragen in onze wijken, steden en buitengebieden – samen met de politie – vanuit hun taken op terrein van toezicht en handhaving bij aan veiligheid en openbare orde. Zij kennen hun buurt en buitengebied, zijn vaak als eerste aanspreekbaar en een luisterend oor bij overlast en als grenzen worden overschreden. Boa’s zijn met de politie vaak een eerste aanspreekpunt en komen daardoor in soms heftige situaties terecht. Om ervoor te zorgen dat ze hun werk adquaat en veilig kunnen blijven uitvoeren, wordt 25 miljoen euro verder geïnvesteerd in opleiding, ontwikkeling van de boa’s en de samenwerking met de politie. Minister Grapperhaus zal nog dit najaar de Tweede Kamer informeren over een nadere beschouwing van de boa-functie en het boa-stelsel.

Aanpak seksuele misdrijven

Seks hoort altijd vrijwillig en gelijkwaardig te zijn. Dat is de norm. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid werkt sinds zijn aantreden in overleg met de Tweede Kamer aan modernisering van wetgeving, zodat de seksuele delicten in ons Wetboek van Strafrecht meer in overeenstemming worden gebracht met veranderde maatschappelijke normen en de digitale ontwikkelingen die zich in de samenleving voordoen. Hierdoor kunnen naar verwachting meer zaken waarbij sprake is van seksueel overschrijdend gedrag opgepakt worden. Om dat mogelijk te maken en het wetsvoorstel verder te brengen komt 20 miljoen euro structureel beschikbaar en nog 4 miljoen euro specifiek extra voor meer capaciteit bij de politie. De integrale aanpak van (online) seksueel misbruik wordt in totaal met 3,5 miljoen euro structureel versterkt, waarvan 1,5 miljoen specifiek voor het Expertisecentrum Online Kindermisbruik (EOKM).


Verlaging drempel toegang schuldsanering voor mensen met problematische schulden

Om mensen met problematische schulden sneller en beter te helpen, verlaagt het kabinet de drempel om toegang te krijgen tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). 

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Minister Dekker: “We moeten alert zijn op het ontstaan van schulden, want die kunnen het leven van mensen ontwrichten. Wie toch met schulden te maken krijgt, moet uiteraard eerst proberen deze terug te betalen. Daarom hebben we de gemeentelijke schuldhulpverlening en werken we als overheid actief mee aan betalingsregelingen. Als dat niet werkt, moet uiteindelijk schuldsanering via de WSNP een reële optie zijn. Mensen met problematische schulden kunnen hier straks sneller voor in aanmerking komen, zodat zij hun leven ook weer sneller schuldenvrij kunnen oppakken.”

De voorgestelde wijzigingen

1. Van vijf naar drie jaar

Op dit moment kan iemand met problematische schulden pas na vijf jaar voldoende inspanning om te komen tot afbouw van schulden en het voorkomen van nieuwe schulden, de zogenoemde goede trouw toets, toegang krijgen tot de WSNP. Om te voorkomen dat een schuldoplossing te lang uitblijft en schulden ondertussen alleen maar verder oplopen, verkorten we deze periode naar drie jaar.

2. Tienjaarstermijn

Op dit moment krijgen mensen die binnen tien jaar na een eerder WSNP-traject opnieuw in problematische schulden komen geen toegang tot de WSNP. We willen dat de rechter de mogelijkheid krijgt om mensen ook binnen die tien jaar wel opnieuw toe te laten tot de WSNP als zij buiten hun schuld – bijvoorbeeld als gevolg van een economische crisis – opnieuw in financiële problemen zijn gekomen. Hetzelfde geldt voor mensen die een eerder WSNP-traject niet hebben kunnen afmaken, maar daartoe nu wel in staat worden geacht.

Brede schuldenaanpak

De wijzigingen maken deel uit van een breed pakket aan maatregelen die het kabinet treft om de schuldenproblematiek terug te dringen, gericht op preventie, snelle en effectieve schuldhulpverlening en een zorgvuldige, maatschappelijk verantwoorde incasso. Het kabinet werkt in deze Brede Schuldenaanpak samen met gemeenten, uitvoeringsorganisaties en maatschappelijke organisaties. Zeker nu we nog niet weten welke effecten de coronacrisis nog zal hebben, is het van belang dat er een systeem paraat is waarin mensen met problematische schulden beter en sneller worden geholpen.


Prinsjesdag 2021: wat zijn de plannen voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit?

Wat zijn de plannen van de regering op het terrein van de aanpak van ondermijnende criminaliteit? Hieronder zijn de belangrijkste ontwikkelingen op een rij gezet.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

In 2022 gaat er € 524 miljoen extra naar de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. Waarvan € 434 miljoen elk jaar beschikbaar is. Ondermijnende criminaliteit is zware, georganiseerde criminaliteit zoals drugshandel. Daar gaat vaak veel crimineel geld in om. En ook bedreigingen, intimidaties en liquidaties horen daarbij. Bij deze activiteiten maakt de georganiseerde criminaliteit gebruik van diensten uit de bovenwereld. Dit ondermijnt én bedreigt onze samenleving en rechtstaat. Het kabinet wil de samenleving hier beter tegen beschermen. En werkt daarbij samen met onder andere de Koninklijke Marechaussee (KMar), het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst. Het geld gaat vooral naar:
• opsporen, vervolging en berechting van criminelen;
• digitale en forensische opsporing;
• voorkomen dat (kwetsbare) jongeren in achterstandswijken en -buurten te maken krijgen met criminaliteit;
• meer formeel gezag in kwetsbare buurten. Door te zorgen dat instanties zoals de reclassering en zorg- en veiligheidshuizen beter zichtbaar zijn;
• acties om crimineel geld af te pakken en criminele geldstromen dwars te zitten;
• dwarszitten van aan-, af- en doorvoer van drugs.
Nederland heeft een goede infrastructuur voor handel en daar maken criminelen gebruik van. Daarom komen er meer en strengere controles in bijvoorbeeld havens en op plaatsen zoals Schiphol;
• meer handhaving op verboden designer drugs en lachgas.
Designer drugs bestaan uit stoffen die een ongeveer hetzelfde werken als de meer bekende drugs. Het verschil is dat deze stoffen vaak nog buiten de drugswetgeving vallen. Daardoor is er weinig bekend over die drugs. En dus ook over het gebruik en de risico’s ervan;
• meer en beter samenwerken met anderen landen in de aanpak van zware (internationale) criminaliteit;
• bescherming en veiligheid van beroepsgroepen die zich dagelijks inzetten voor de democratische rechtsstaat. Zoals lokale bestuurders, rechters en officieren van justitie. Maar ook agenten, advocaten en journalisten.


Actie tegen wapenbezit onder jongeren: Drop je knife en doe wat met je life

De nieuwe campagne Drop je knife en doe wat met je life begint vandaag om het messenbezit onder jongeren tegen te gaan. Een mes op zak is niet normaal en zeker niet cool. Het zorgt voor onveilige situaties, want met een mes op zak wordt het wapen sneller gebruikt met alle ellendige gevolgen van dien. De campagne ontmoedigt wapenbezit door jongeren op te roepen hun messen in te leveren. Ruim 200 gemeenten doen tussen 11 en 17 oktober 2021 mee aan de inzamelweek waar jongeren (anoniem en straffeloos) steekwapens kunnen inleveren. In een deel van de deelnemende gemeenten is het daarnaast ook mogelijk vuurwapens in te leveren. Check op www.dropjeknife.nl waar de inleverlocaties zijn.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Gezamenlijk initiatief

De campagne is een gezamenlijk initiatief van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en minister Dekker voor Rechtsbescherming. Ze maakt onderdeel uit van het actieplan Wapens en Jongeren dat wordt uitgevoerd met minister Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, 19 gemeenten met een urgente wapenproblematiek, de politie, het Openbaar Ministerie (OM), Halt, de William Schrikker Stichting Jeugdreclassering en Jeugdbescherming, de Raad voor de Kinderbescherming, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid.

Actieplan

Het actieplan is vorig jaar november vastgesteld. Sindsdien werken de betrokken partijen nauwer samen om jongeren en hun ouders bewust te maken van de risico’s van wapenbezit en –gebruik. Zij pakken het bezit van (steek)wapens aan met bijvoorbeeld preventief fouilleren, wapen- en kluisjescontroles op scholen en voorlichtingslessen op scholen. De gezamenlijke wapeninzamelactie die van 11 tot en met 17 oktober plaatsvindt wordt landelijk georganiseerd en gefaciliteerd door het ministerie van Justitie en Veiligheid in samenwerking met de politie en het OM.

Duidelijkheid

Volgens minister Grapperhaus en minister Dekker is het belangrijk dat de regels over wapens voor jongeren duidelijk zijn. “Een wapen op zak is verboden. Dat geldt voor alle soorten messen van stiletto’s tot aardappelschilmesjes. Als je niet kan aantonen bij de politie dat je een mes nodig hebt voor je beroep of opleiding, moet je er dus ook niet mee op straat lopen. Als de politie je pakt met een steekwapen krijg je een dikke boete. En je bent helemaal de pineut als je een verkeerd en agressief persoon tegen het lijf loopt’’, aldus minister Grapperhaus.  Minister Dekker: “Een wapen dragen betekent te vaak: een wapen gebruiken. Zo loopt een woordenwisseling al snel uit in een steekpartij. Jongeren en wapens, die combinatie bannen we uit.’’

Wetsvoorstel

Minister Grapperhaus verwacht eind dit jaar een wetsvoorstel in consultatie te doen om de verkoop van legale messen te verbieden aan minderjarigen. Ook is er overleg tussen het ministerie van Justitie en Veiligheid en grote winkelketens over hoe winkeliers in de tussentijd al kunnen tegengaan dat legale messen aan minderjarigen worden verkocht.


Campagne tegen ongewenst gedrag

Om jongeren te motiveren een gesprek te voeren over seksuele wensen en grenzen en zo ongewenst gedrag te voorkomen, lanceert het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn & Sport, in samenwerking met Sense, een campagne “Praat met elkaar over wat je wel en niet wil.”

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Praten over wat ze wel en niet willen tijdens een intiem moment is voor jongeren en jongvolwassenen belangrijk. Dat voorkomt onprettige situaties. Maar hierover beginnen kan lastig zijn. Jongeren weten soms niet hoe en wanneer ze erover moeten beginnen.

Mantra als hulpmiddel

De nieuwe campagne wil jongeren stimuleren om zich meer vrij te voelen in het maken van hun (seksuele) keuzes. Daarvoor is een mantra ontwikkeld, een hulpmiddel, waarmee ze voor, tijdens of na een intiem moment het gesprek kunnen aangaan.

Belangrijk om te praten en te vragen

Uit een recente flitspeiling blijkt dat één op de vijf jongeren en jongvolwassenen het moeilijk vindt om te praten met de ander over wat ze wel en niet willen bij intiem contact zoals knuffelen, zoenen of met elkaar naar bed gaan. Vier op de vijf jongeren vindt het belangrijk om met de ander te praten over wat ze wel en niet willen op seksueel gebied of bij intiem contact. Negen op de tien vinden het belangrijk om te weten te komen wat de ander op dat gebied wel en niet wil. Van de meisjes geeft tweederde meestal of altijd aan wat hun grenzen en wensen zijn bij een intiem contact of op seksueel gebied. Van de jongens doet de helft dat. Een kwart doet dit soms.

Duidelijke norm nodig

Staatssecretaris Paul Blokhuis van VWS: “Met deze campagne willen we wensen en grenzen bespreekbaar maken, of het nu gaat om relaties of seks. Om ongewenst gedrag te voorkomen is een duidelijke norm nodig: het is normaal dat je zelf je keuzes maakt over wat je wel en niet wilt en dat je partner dit respecteert. Dat vraagt om goede communicatie.

Eerste stap werkt bevrijdend

Dokter Rosa Joosten van Sense over de campagne: “Over het algemeen is het goed gesteld met de seksuele gezondheid van Nederlandse jongeren en jongvolwassenen. Toch hebben nog te veel jongeren negatieve ervaringen, van daten tot seks. We willen jongeren helpen ontdekken hoe bevrijdend en fijn het is om met elkaar te praten over wat je wel en niet wil, als je eenmaal de eerste stap hebt gezet.”

Campagne

De campagne start 30 augustus en loopt tot 4 oktober en is gericht op alle jongeren tussen de 17 en 25 jaar. De campagne is ontwikkeld door het ministerie van VWS in samenwerking met Sense en maakt deel uit van een meerjarige campagne seksuele gezondheid. Hierbij zijn Soa Aids Nederland, Rutgers, de GGD/Centra voor Seksuele Gezondheid en het RIVM betrokken.

In posters, radiospotjes, online posts en video’s op social media staan de verhalen van jongeren zelf centraal. Zij laten zien hoe zij zelf het gesprek zijn aangegaan, dat jongeren zich nergens voor hoeven te schamen en dat ze er niet alleen voor staan. Op sense.info vinden jongeren tips om zelf ook het gesprek te voeren.