Alle gedupeerde ouders hebben de integrale beoordeling doorlopen
Alle ouders in de toeslagenaffaire hebben de uitkomst van hun integrale beoordeling ontvangen. Voor een groot deel van de ouders is daarmee het financiële herstel afgerond. Ook de compensatie van aanvullende schade is vereenvoudigd en verbeterd.
Staatssecretaris Palmen van Herstel en Toeslagen: “De afgelopen tijd hebben we duidelijke stappen gezet in de financiële compensatie voor gedupeerde ouders en hun gezinnen. Voor alle ouders is de integrale beoordeling afgerond. Voor een grote groep ouders is daarmee het financieel herstel ook afgerond. Ouders en hun gezinnen hebben daarmee duidelijkheid welke compensatie zij ontvangen. Ook de compensatie van de aanvullende schade is vereenvoudigd en verbeterd. Nu we zijn aangekomen bij de afrondende fase van de hersteloperatie is het belangrijk om te kijken wat er nog nodig is om ook de laatste ouders voorbij het onrecht te helpen.”
Financieel herstel
Ouders konden zich tot eind 2023 aanmelden voor herstel kinderopvangtoeslag. Ongeveer 69.000 mensen hebben zich gemeld. Met een eerste toets en vervolgens integrale beoordeling (IB) kijkt de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) of en in welke mate een ouder gedupeerd is. Ruim 43.000 zijn erkend als gedupeerde. Zij hebben inmiddels alle onterecht ingevorderde kinderopvangtoeslag terug gekregen. Daarnaast krijgen zij ook een materiele en immateriële compensatie. Voor alle gedupeerde ouders is dat tenminste € 30.000, maar kan deze ook meer bedragen. Daarnaast zijn hun schulden aangepakt, krijgen zij gerichte ondersteuning van gemeenten en gratis rechtsbijstand.
Aanvullende schade
In de integrale beoordeling ontvangen ouders als onderdeel van hun financiële compensatie ook een materiële en immateriële schadevergoeding. Deze bedragen zijn echter niet voor alle ouders voldoende om recht te doen aan de schade die zij hebben ondervonden. Het verlies van bijvoorbeeld een baan, een eigen huis, gezondheid of dierbaar bezit proberen we zo rechtvaardig en ruimhartig mogelijk te compenseren via een van de beschikbare schadeherstelroutes. Vergoeding van hun aanvullende schade vormt voor een aantal gedupeerde ouders het sluitstuk van de financiële compensatie in de hersteloperatie. Ouders kunnen op het centrale aanmeldportaal een aanvraag doen voor aanvullende compensatie. Daarvoor kunnen zij gebruik maken van de MijnHerstel route of de schaderoute van de Stichting Gelijkwaardig Herstel (SGH). Beide routes gaan uit van hetzelfde schadekader en worden beide afgesloten met een vaststellingsovereenkomst (VSO). In totaal hebben 3348 gedupeerde ouders hun gebleken aanvullende schade inmiddels gecompenseerd gekregen. Hiermee is de verwachting dat veel ouders sneller geholpen kunnen worden met de afronding van hun traject voor financiële compensatie.
Commissie Werkelijke Schade
Ongeveer 9000 ouders hebben zich aangemeld bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS) voor behandeling van compensatie voor aanvullende schade. Om deze ouders te helpen worden zij persoonlijk benaderd om hen te informeren over de mogelijkheden om sneller tot compensatie van hun aanvullende schade te komen. Zij kunnen de route kiezen die het beste bij hen past: via SGH of via MijnHerstel. In beide gevallen krijgt een ouder een forfaitair aanbod en wordt erop ingezet om een VSO te sluiten. Mocht het forfaitaire aanbod niet passend zijn, dan is individuele berekening mogelijk.
Integrale behandeling bezwaar
Op dit moment hebben circa 7400 ouders een bezwaar lopen tegen hun integrale beoordeling (IB). Tot op heden is de hersteloperatie zo ingericht dat ouders voor elk van deze onderwerpen te maken hebben met een ander loket binnen de hersteloperatie. Dat is ingewikkeld voor de ouder en kan in de praktijk ook betekenen dat het afhandelen van aanvullende schade later langer duurt. Sommige ouders willen immers pas de schade-VSO ondertekenen nadat hun IB-bezwaar is afgerond. Om deze bezwaren sneller te behandelen gaan we met de ouder in gesprek om te onderzoeken hoe we het beste tegemoet kunnen komen aan zijn of haar bewaar. Om ouders een integrale oplossing te bieden, wordt er in de MijnHerstel route momenteel gewerkt aan de mogelijkheid om het lopende IB-bezwaar gelijktijdig met de behandeling van aanvullende schade op te lossen. Dit moet ervoor zorgen dat alle bezwaren dit jaar behandeld en afgerond zijn.
Brede ondersteuning
Voor steeds meer ouders is het traject van financiële compensatie inmiddels afgerond. Naast financiële compensatie en ondersteuning bij het oplossen van schulden geven veel gedupeerde ouders aan meer nodig te hebben om verder te kunnen met hun leven. Ouders, hun kinderen, erkend ex-toeslagpartners en nabestaanden kunnen, als zij dat willen, brede ondersteuning door gemeenten ontvangen Het doel hiervan is ouders en kinderen te helpen bij het weer oppakken van hun leven. Om de brede ondersteuning te harmoniseren en verbeteren zijn aanvullende afspraken gemaakt met de VNG en bestuurlijk regisseur. Ouders maken samen met de gemeente een plan van aanpak. Dat zorgt er voor dat voor ouders inzichtelijk is wat zij nodig hebben om voorbij het onrecht te komen en hoe de gemeente hen daarbij kan ondersteunen.
Wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet in internetconsultatie
Als jongeren en ouders ondersteuning nodig hebben, moeten ze snel passende hulp kunnen krijgen. Daarom krijgen gemeenten de verplichting een lokaal team te organiseren waar zij laagdrempelig terecht kunnen met hulpvragen. Het kabinet brengt daartoe het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet in consultatie. Dit voorstel maakt deel uit van een breed pakket aan maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd van Rijk, gemeenten, professionals, jongeren en aanbieders.
Staatssecretaris Tielen (Jeugd, Preventie en Sport): “Te veel jongeren en gezinnen doen op dit moment een beroep op (professionele) jeugdhulp waardoor jongeren niet altijd de juiste hulp krijgen en het stelsel onder druk staat. Ik werk daarom samen met onder andere gemeenten aan een cultuuromslag: minder problematiseren, ondersteuning dichter bij gezinnen organiseren en specialistische jeugdhulp alleen inzetten wanneer dat echt nodig en effectief is. Zo krijgen jongeren sneller de juiste ondersteuning, krijgen gemeenten meer grip en blijft de jeugdhulp betaalbaar en beschikbaar.”
Noodzakelijke maatregelen
Met het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet wordt een aantal noodzakelijke maatregelen genomen zodat jeugdhulp zo passend mogelijk wordt ingezet: licht als het kan, zwaar als het moet. Zo wordt iedere gemeente verplicht om een lokaal team te hebben waar inwoners laagdrempelig terechtkunnen. Dit team is het eerste aanspreekpunt voor jongeren en gezinnen – bijvoorbeeld voor vragen over de opvoeding – en kan zelf hulp en ondersteuning bieden. Dit kan op school zijn of in de wijk. Hulp wordt zoveel mogelijk in groepsverband geboden: dat blijkt goed te passen bij de meeste hulpvragen. Het lokale team kijkt samen met jeugdigen en ouders met een brede blik naar wat er precies aan de hand is. Ook stimuleert het ouders om onderliggende problemen aan te pakken.
Samenwerking
Verder wordt de samenwerking tussen scholen en lokale teams verplicht. Ook werkt het team samen met andere domeinen zoals schuldhulpverlening en huis- en jeugdartsen. De positie van deze teams ten opzichte van andere verwijzers wordt versterkt bij het doorverwijzen naar jeugdhulp. Verder wordt geregeld dat lichte hulp voorliggend is aan zwaardere hulp.
Consultatie
Door middel van internetconsultatie kan iedereen suggesties doen voor verbetering van wetsvoorstellen. Dit vergroot de betrokkenheid van burgers, bedrijven en instellingen bij de totstandkoming van wet- en regelgeving.
Wet intrekken Nederlanderschap naar Raad van State
Het moet mogelijk blijven om het Nederlanderschap in te trekken van individuen boven de 18 jaar die zich in het buitenland bij een terroristische organisatie hebben aangesloten en een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid. De Rijksministerraad heeft ingestemd met het vragen van advies aan de Raad van State over dit wetsvoorstel. Het intrekken van het Nederlanderschap op de genoemde grond is een al bestaande bevoegdheid, alleen komt dit per 1 maart 2027 te vervallen. Met dit wetsvoorstel wil het kabinet deze bevoegdheid permanent te maken.
Minister Van Weel van Justitie en Veiligheid: “Personen die zich aansluiten bij terroristische organisaties buiten Nederland zijn een gevaar voor onze samenleving. Deze wet zorgt ervoor dat het mogelijk blijft het Nederlanderschap in te trekken, als dat nodig is om de nationale veiligheid te beschermen, zodat zij niet terug kunnen keren naar Nederland. Daarmee bewaken wij onze grenzen proactief en houden wij ons Koninkrijk veilig.”
Gevaar voor het Koninkrijk
Nederlanders die zich in het buitenland aansluiten bij een terroristische organisatie kunnen een bedreiging zijn voor de nationale veiligheid. Zij dompelen zich onder in geweld en werken vaak met wapens en explosieven. Nederland is gebaat bij het voorkomen van de terugkeer van deze personen. Deze wet zorgt er daarom voor dat het mogelijk blijft om het Nederlanderschap in te trekken wanneer zij zich in het buitenland bevinden, om zo terugkeer naar het Koninkrijk te voorkomen. Hiervoor is geen voorafgaande strafrechtelijke veroordeling nodig.
De wet
Door het intrekken van het Nederlanderschap van deze persoon, ontneemt de Nederlandse overheid diegene het recht om terug te keren naar Nederland. Tegelijk met de intrekking wordt deze persoon tot ongewenst vreemdeling verklaard. De intrekking en ongewenstverklaring hebben als resultaat dat legale terugkeer naar Nederland of andere delen van het Koninkrijk onmogelijk is en illegale terugkeer bemoeilijkt wordt. Dit staat los van eventuele strafrechtelijke vervolging van deze personen.
Het vervolg
De Raad van State zal eerst advies uitbrengen. Nadat de regering het advies heeft verwerkt, wordt het wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer.
Besluit om banken toegang te geven tot de Basisregistratie Personen in consultatie
Om witwassen en terrorisme tegen te gaan, moeten banken gegevens van hun klanten verzamelen via klantonderzoek. Dit is een arbeidsintensief proces voor zowel banken als burgers. Daarom wil het kabinet banken, onder strikte voorwaarden, toegang geven tot de Basisregistratie Personen (BRP), zodat zij zonder extra inspanning van burgers het verplichte onderzoek kunnen uitvoeren. Vanaf vandaag start een openbare internetconsultatie over dit conceptbesluit.
Europese regels over het tegengaan van witwassen en het financieren van terrorisme verplichten banken om gegevens van hun klanten te controleren. Omdat klantonderzoek handmatig gebeurt, en burgers vaak dezelfde documenten meermaals moeten aanleveren, is dit een arbeidsintensief proces voor zowel burgers als banken. Om de benodigde gegevens sneller en veiliger te controleren, wil het kabinet banken, onder strikte voorwaarden, toegang geven tot de Basisregistratie Personen (BRP). De banken mogen de BRP alleen gebruiken om hun particuliere klanten te identificeren en verifiëren. Dit vermindert de administratieve lasten en verkleint de kans op fouten. Het is niet toegestaan voor banken om gegevens uit de BRP voor commerciële doeleinden te gebruiken.
Alleen toegang onder strikte voorwaarden
Om de privacy van burgers te beschermen, gelden strenge voorwaarden. Alleen Nederlandse banken mogen gebruikmaken van deze regeling. Zij moeten daarvoor een verzoek indienen bij de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG). De RvIG beoordeelt per bank welke gegevens mogen worden verstrekt, op welk moment en op welke manier. Banken mogen gegevens uit de BRP uitsluitend gebruiken voor het verplichte klantonderzoek. Burgers kunnen altijd opvragen welke instanties hun BRP-gegevens hebben geraadpleegd. Daarnaast zijn banken verplicht openbaar te maken welke maatregelen zij nemen om misbruik te voorkomen. De Autoriteit Persoonsgegevens houdt toezicht op de naleving van deze regels.
Verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties
Relschoppers bedekken tijdens demonstraties te vaak hun gezicht om herkenning te voorkomen. Dit belemmert communicatie en identificatie en kan bedreigend overkomen. Hierdoor is het lastiger om demonstraties probleemloos te laten verlopen en de openbare orde te bewaken. Daarom komt er een landelijk verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties.
Met dit wetsvoorstel willen minister Rijkaart van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en minister Van Oosten van Justitie en Veiligheid misbruik van het demonstratierecht tegengaan en het eenvoudiger maken om relschoppers en andere overtreders op te sporen en te vervolgen.
Vrij kunnen spreken
Minister Rijkaart: “Iedereen in Nederland moet zich vrij kunnen uitspreken, demonstreren is een grondrecht. Maar om dat recht goed te kunnen gebruiken, moeten demonstraties wel geweldloos verlopen. We zien dat mensen regelmatig gezichtsbedekkende kleding dragen tijdens demonstraties. Soms met een goede reden, maar vaak ook om bewust te intimideren of te verstoren. Kijk naar de rellen laatst in Den Haag. Nederland is een open samenleving, en daarom demonstreren we ook in openheid. Misbruik gaat ten koste van mensen die hun stem willen laten horen. Juist daarom voeren we dit verbod in.”
Opsporing wetsovertreders
Minister Van Oosten: “De kleine groep die demonstraties misbruikt om te kunnen rellen en vernielen, moet daarvoor gestraft kunnen worden. Want ze maken misbruik van de mogelijkheid om anoniem te zijn bij een demonstratie en daardoor ongestraft weg te kunnen komen met het overtreden van de wet. Een verbod op gezichtsbedekkende kleding helpt bij de opsporing van deze wetsovertreders.”
Uitzondering
Met dit wetsvoorstel geeft het kabinet invulling aan de wens van de Tweede Kamer om een verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties in te voeren. Het verbod geldt voor alle vormen van gezichtsbedekkende kleding, behalve wanneer deze echt nodig is om iemands veiligheid te beschermen of wanneer er andere zwaarwegende persoonlijke redenen zijn. Dit ziet specifiek op situaties waar demonstranten hun gezicht bedekken uit angst voor repercussies uit het buitenland.
Overtreding verbod
Overtreding van het verbod kan gestraft worden met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie (ten hoogste € 5150). Het strafmaximum is afgestemd op de context van de uitoefening van een grondrecht, waarbij geldt dat de strafbedreiging niet zo zwaar mag zijn dat dit mensen ontmoedigt gebruik te maken van het demonstratierecht (het zogenoemde chilling effect).
Vervolg
Er komt geen nieuwe wet om dit verbod te regelen, maar de Wet openbare manifestaties wordt hiervoor aangepast. Het voorstel hiervoor wordt nu voorgelegd aan de politie, het OM, de Raad voor de rechtspraak, de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, de Nederlandse Orde van Advocaten, het Nederlands Genootschap Burgemeesters, en het College voor de Rechten van de Mens.
Slachtoffers krijgen vaker en sneller schadevergoeding
Het kabinet wil de zogenoemde ongemaximeerde voorschotregeling uitbreiden met een aantal geweldsdelicten. Daarmee wordt de positie van slachtoffers en nabestaanden in het strafproces versterkt. Slachtoffers die recht hebben op een schadevergoeding krijgen hiermee sneller en vaker waar zij recht op hebben. Dit past binnen het hoofdlijnenakkoord, waarin is opgenomen om schadevergoedingen voor slachtoffers beter te regelen.
Staatssecretaris Rutte van Justitie en Veiligheid: “Met deze uitbreiding zorgen we ervoor dat meer slachtoffers van geweldsmisdrijven hun schade volledig voorgeschoten krijgen. Dat geeft slachtoffers en nabestaanden meer zekerheid en erkenning, juist in een periode waarin zij al veel hebben meegemaakt.”
Voorschotregeling
Als de rechter in zijn vonnis een schadevergoedingsmaatregel oplegt, is de zogenoemde voorschotregeling van toepassing. Dat betekent dat de Staat een schadevergoeding voorschiet aan het slachtoffer als de dader deze niet (volledig) betaalt binnen 8 maanden. De Staat blijft het bedrag daarna innen bij de dader. Deze regeling kent een maximum van € 5.000, maar voor seksuele misdrijven en sommige geweldsmisdrijven is dit bedrag ongemaximeerd.
Uitbreiding
Met de uitbreiding worden 7 geweldsdelicten toegevoegd aan deze ongemaximeerde regeling. Denk aan opzettelijke brandstichting, wederrechtelijke vrijheidsberoving, gijzeling of dood door schuld (in het verkeer). Aanleiding hiervoor zijn signalen uit onder meer de Tweede Kamer, slachtofferorganisaties en de strafrechtketen dat slachtoffers van ingrijpende delicten soms buiten de regeling vielen, wat tot schrijnende situaties kon leiden.
Consultatie
Het voorstel tot wijziging gaat nu eerst voor advies in consultatie: burgers, organisaties in de strafrechtketen en deskundigen krijgen de gelegenheid op het voorstel te reageren. De reacties worden gebruikt om het voorstel verder te verbeteren, voordat het aan de Raad van State voor advies wordt voorgelegd.
Minder jongeren in jeugdzorg: staatssecretaris Tielen (Jeugd) zet in op hulp dichtbij gezin
Te veel jongeren en hun gezinnen vragen om (professionele) jeugdzorg. Dat zet het stelsel onder druk en biedt niet iedere jongere passende hulp. Staatssecretaris Tielen (Jeugd) werkt aan een cultuuromslag: minder problematiseren, hulp dichter bij gezinnen en specialistische jeugdzorg alleen inzetten als dat echt nodig en effectief is. Daarom komt het kabinet met het wetsvoorstel Reikwijdte. De belangrijkste maatregel is de verplichting voor gemeenten om met een lokaal team hulp te bieden aan jongeren en gezinnen. De afgelopen periode zijn samen met gemeenten en andere betrokken partijen belangrijke stappen gezet in de uitwerking. Het wetsvoorstel maakt deel uit van een breed pakket aan (lopende) maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd van Rijk, gemeenten, professionals, jongeren en aanbieders.
Staatssecretaris Tielen (Jeugd, Preventie en Sport): “De ambitie is dat in 2028 niet meer één op de zeven, maar maximaal één op de tien jongeren gebruikmaakt van jeugdzorg. Daar is een cultuuromslag voor nodig waarbij we problemen zo dicht mogelijk bij jongeren en gezinnen oplossen en specialistische jeugdzorg alleen inzetten als dat echt nodig is en een oplossing kan bieden. Zo krijgen jongeren sneller passende hulp, gemeenten meer grip en wordt de jeugdzorg beter houdbaar voor de toekomst”.
Lokale teams die jongeren passend hulp bieden
Door problemen eerder aan te pakken, kan vaak specialistische jeugdzorg worden voorkomen. Daarom moet deze hulp aanwezig zijn in de buurt van jongeren en hun gezin. Het wetsvoorstel regelt dat iedere gemeente een lokaal team heeft waar inwoners op een laagdrempelige manier terecht kunnen, bijvoorbeeld op school of in de wijk. Dit team is het eerste aanspreekpunt voor jongeren en gezinnen, bijvoorbeeld voor vragen over de opvoeding en kan zelf hulp en ondersteuning bieden. Ook wordt onderzocht hoe de positie van deze teams, ten opzichte van andere verwijzers, versterkt kan worden bij het doorverwijzen naar jeugdzorg. Zo krijgen gemeenten meer grip op de instroom.
Passende hulp en betere samenwerking
Contact met leeftijdsgenoten die hetzelfde meemaken, verkleint eenzaamheid, vergroot het netwerk en daarmee de steun in de omgeving van jongeren. Dit heeft een positief effect. Daarom wordt wettelijk vastgelegd dat hulp in groepsverband voorrang heeft op individuele hulp, tenzij individuele hulp aantoonbaar effectiever of passender is.
Brede blik
Daarnaast wordt nog te vaak jeugdzorg aangeboden terwijl dit (de oorzaak van) het probleem niet aanpakt en het jongeren daardoor ook niet helpt. Het lokale team moet met een brede blik kijken wat er precies aan de hand is en ouders stimuleren onderliggende problemen aan te pakken. Het team werkt, waar nodig, samen met andere domeinen, zoals onderwijs en schuldhulpverlening.
Duidelijke afbakening van jeugdzorg
Het aantal vormen van hulp dat wordt geboden is de afgelopen jaren fors toegenomen. Daarom zijn duidelijke keuzes nodig. Het wordt mogelijk om wettelijk vast te leggen welke vormen van hulp niet onder de Jeugdwet vallen, bijvoorbeeld omdat zij niet effectief of zelfs schadelijk zijn. Ook worden afspraken verplicht over de duur, intensiteit en kosten van aanvullende jeugdzorg.
Wetsvoorstel Bevorderen integriteit decentraal bestuur naar de Tweede Kamer
De ministerraad heeft op voorstel van minister Rijkaart van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ingestemd met toezending van het wetsvoorstel Bevorderen integriteit aan de Tweede Kamer. Het borgen van de integriteit van wethouders, gedeputeerden, leden van het dagelijks bestuur van waterschappen en eilandgedeputeerden vraagt om heldere regels en procedures. Dit wetsvoorstel levert hieraan een bijdrage, door onder meer verplicht te stellen dat voor een benoeming een risicoanalyse plaatsvindt.
Minister Rijkaart: “Het functioneren van het openbaar bestuur staat of valt met integriteit. Om het vertrouwen in de politiek te versterken, is het van belang dat bij iedere benoeming vooraf aandacht wordt besteed aan de integriteit van bestuurders. Met dit wetsvoorstel wordt deze werkwijze verplicht gesteld en worden duidelijke regels vastgelegd voor de uitvoering.”
Risicoanalyse
De meeste provincies, gemeenten en waterschappen voeren al een risicoanalyse uit voordat een nieuwe bestuurder wordt benoemd. Ze kijken dan naar zaken zoals huidige of eerder vervulde nevenfuncties of financiële belangen. Hiermee worden mogelijke risico’s en kwetsbaarheden in kaart gebracht. Het wetsvoorstel geeft aan naar welk type integriteitsaspecten mag worden gekeken. Denk daarbij aan onverenigbare nevenfuncties en verboden handelingen. Daarnaast wordt vastgelegd welke bronnen daarbij mogen worden gebruikt, zoals een vragenlijst en openbare bronnen. Verder biedt het wetsvoorstel de kandidaat-bestuurders duidelijkheid over hoe er met persoonlijke informatie wordt omgegaan en wie welke rol heeft in dit proces. Zo weten ook kandidaat-bestuurders beter wat hen te wachten staat.
Financiële belangen
Het voorstel schept ook duidelijkheid over hoe decentrale bestuurders moeten omgaan met hun eventuele financiële belangen. Een bestuurder wordt geacht vanuit zijn ambt het algemeen belang te behartigen. Door het hebben van bepaalde financiële belangen kan het risico ontstaan dat deze niet te verenigen zijn met een goede uitoefening van de functie. In het voorstel is daarom opgenomen dat bestuurders geen financiële belangen mogen hebben die botsen met hun taak.
Gemeenteraadsverkiezingen 2026
Op 18 maart 2026 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Het wetsvoorstel zal nog niet in werking zijn getreden op het moment dat de screening van kandidaat-wethouders aan de orde is. Alle gemeenten zijn daarom in september 2025 bij brief opgeroepen om wel een risicoanalyse integriteit uit te voeren. Op www.politiekeambtsdragers.nl is meer informatie te vinden over hoe de risicoanalyse integriteit vormgegeven kan worden en over hoe kandidaat-bestuurders een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kunnen aanvragen. Sinds 1 januari 2023 is een VOG verplicht.
Kabinet: goed verloop demonstraties versterken, extra maatregelen tegen demonstranten die zich niet aan de wet houden
Het demonstratierecht is een essentieel onderdeel van de democratische rechtsstaat. Zo kunnen mensen zich vreedzaam uitspreken en meedoen aan het publieke debat. Het overgrote deel van demonstraties verloopt probleemloos en in het recente WODC-onderzoek staat dat het wettelijk kader rondom het demonstratierecht in principe goed werkt. Tegelijkertijd is bij protestacties te vaak te zien dat mensen zich misdragen en de wet overtreden. Het kabinet komt met een pakket aanvullende maatregelen om misstanden aan te pakken en lokale overheden beter te ondersteunen bij het goed laten verlopen van demonstraties, om zo het demonstratierecht beter te beschermen. Ook kijkt het kabinet naar mogelijkheden voor ondersteuning bij het verhalen van schade die verband houden met uit de hand gelopen demonstraties.
De Nederlandse wetgeving rondom demonstraties is in de kern goed geregeld. Tegelijkertijd is het belangrijk dat dit belangrijke grondrecht om te kunnen demonstreren, ook in de praktijk goed tot uiting komt. Daarbij is het van belang dat zowel demonstranten, als organistoren en autoriteiten hier goed mee uit de voeten kunnen.
Demonstratierecht
Minister Rijkaart van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: “We zien dat ons demonstratierecht in Nederland goed geregeld is. Maar wie de wet overtreedt, maakt hier misbruik van. Daarom is het goed op bepaalde punten aanscherpingen te maken, zodat we draagvlak houden en ons grondrecht om te kunnen demonstreren versterken en toegankelijk houden.”
Ondersteuning lokaal bestuur
Het kabinet wil het lokale bestuur beter toerusten bij de handhaving van de openbare orde. Daarom wordt onderzocht of de Gemeentewet kan worden aangepast, zodat de toepasbaarheid verbeterd kan worden van de bestaande regeling waarmee demonstranten tijdelijk verplaatst, ondergebracht of vastgehouden kunnen worden. Ook bekijkt het kabinet hoe gemeenten en betrokken partijen beter kunnen worden ondersteund bij het verhalen van schade die door demonstraties ontstaat. Daarnaast wordt gekeken hoe er beter geborgd kan worden dat demonstraties op de juiste manier aangemeld worden en hoe deze waardig en veilig kunnen verlopen. Dat geldt ook voor nationale herdenkingen.
Cultureel erfgoed en vitale infrastructuur
Ook onderzoekt het kabinet de invoering van een aparte strafbaarstelling voor het beschadigen van cultureel erfgoed en het blokkeren van vitale infrastructuur, zoals spoorlijnen en snelwegen.
Politie en OM
Uit het recente WODC-onderzoek blijkt dat er volgens de onderzoekers meer ruimte is voor politie en OM om, binnen de huidige wettelijke kaders, op te treden tegen demonstranten die de wet overtreden. Daarom zal dit onder de aandacht worden gebracht bij rechters en officieren van justitie. Ook wordt met politie gesproken over nieuwe afspraken over de rol van de politie bij demonstraties.
Stevige maatregelen
Minister Van Oosten van Justitie en Veiligheid: “Demonstraties zijn een belangrijk democratisch recht, maar demonstranten moeten zich wel aan de wet houden. De afgelopen tijd hebben we dit meerdere keren mis zien gaan. Daarom wil ik stevige maatregelen treffen, zodat overtredingen zwaarder kunnen worden bestraft en de politie beter wordt beschermd.”
Lopende maatregelen
Eerder aangekondigde maatregelen lopen door. Zo gaat het wetsvoorstel om gezichtsbedekkende kleding tijdens demonstraties te verbieden dit jaar nog in consultatie. Ook wordt het voorstel om de politie toegang te geven tot online groepen ten behoeve van de openbare-ordehandhaving binnenkort voorgelegd aan de afdeling advisering van de Raad van State. Ook start dit jaar nog de ME met pilots omtrent aanvullende ME-bewapening.
Wetsvoorstel om verheerlijken van terrorisme strafbaar te stellen naar Raad van State
Terrorisme vormt een ernstige bedreiging voor de democratische rechtsstaat en de veiligheid van de Nederlandse samenleving. Terroristische en gewelddadige boodschappen verspreiden zich, zeker online, razendsnel over de hele wereld. Daarom heeft het kabinet besloten om het verheerlijken van terrorisme en het in het openbaar betuigen van steun aan terroristische organisaties strafbaar te stellen. Met deze maatregelen wil de overheid voorkomen dat terroristische boodschappen genormaliseerd worden en dat de samenleving verder wordt ondermijnd door terroristische invloeden. Met de afronding van de consultatiefase gaat het wetsvoorstel nu naar de Raad van State.
Minister Van Oosten van Justitie en Veiligheid: “Voor het openlijk verheerlijken van terroristisch geweld en het publiekelijk steunen van terroristische organisaties is geen ruimte in Nederland. Terroristische organisaties proberen hun ideologie niet alleen op te leggen door het gebruik van geweld. Ook het verspreiden van gewelddadige boodschappen wordt gebruikt om meer aanhangers te krijgen en om mensen te inspireren tot het ondersteunen en deelnemen aan terroristische misdrijven. Dit wetsvoorstel trekt een heldere streep: het verheerlijken van terroristische daden of steun betuigen aan terroristische organisaties is niet acceptabel en strafbaar”.
Consultatie
Het wetsvoorstel is in juni dit jaar in consultatie gebracht. Er bleek een grote betrokkenheid van vele Nederlanders en organisaties met maar liefst 15.000 reacties in de internetconsultatie. Uit de reacties bleek ook dat er vragen waren over welke gedragingen onder de strafbaarstelling vallen. Naar aanleiding hiervan zijn de bepalingen in het wetsvoorstel verduidelijkt. Daarin wordt nu concreter beschreven welke handelingen strafbaar zijn. Ook zijn in de memorie van toelichting meer voorbeelden gegeven van wat wel en wat niet strafbaar is. Daarnaast is naar aanleiding van de consultatiereacties uitgebreider ingegaan op de vrijheid van meningsuiting, waar bij het opstellen van het wetsvoorstel veel aandacht voor is geweest.
Strafbaarstellingen
Het wetsvoorstel voorziet in drie strafbaarstellingen. Allereerst wordt het strafbaar om in het openbaar, bijvoorbeeld via een toespraak, tekst of afbeelding, een gepleegd terroristisch misdrijf waarvoor een levenslange gevangenisstraf kan worden opgelegd, zoals een terroristische aanslag waarbij doden en gewonden zijn gevallen, verregaand te loven of prijzen. Dit zogenoemde verheerlijken van terrorisme kan worden bestraft met een gevangenisstraf van maximaal drie jaar of een hoge geldboete. Ook het verspreiden van materiaal waarin terroristisch geweld wordt verheerlijkt, zoals een video van een aanslag met daarbij lovende commentaren, wordt strafbaar gesteld. Voor dit delict kan een gevangenisstraf van maximaal twee jaar of een geldboete worden opgelegd.
Openbaar betuigen van steun
Tot slot wordt het in het openbaar betuigen van steun aan verboden terroristische organisaties strafbaar gesteld. Hiervan kan sprake zijn als iemand in het openbaar zwaait met vlaggen van verboden terroristische organisaties, of kleding draagt met bepaalde symbolen of logo’s van een verboden terroristische organisatie, waardoor die persoon eraan bijdraagt dat anderen ook het doel van die organisatie om terroristische misdrijven te plegen gaan delen. Ook het uitspreken van steun in (sociale) media wordt strafbaar. Op deze strafbaarstelling staat eveneens een gevangenisstrafmaximum van drie jaar of een geldboete.



