Minister Grapperhaus tekent verdragen met VAE over aanpak criminaliteit

Nederland en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) voeren de strijd tegen internationaal georganiseerde criminaliteit op. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en de minister van Justitie van de VAE, Zijne Excellentie Sultan Saeed al Badi hebben in Abu Dhabi twee bilaterale verdragen ondertekend over wederzijdse rechtshulp in strafzaken en uitlevering. Met deze verdragen wordt de samenwerking die is opgebouwd door Nederland en de VAE, bekrachtigd en verder versterkt. De opsporingsdiensten van beide landen kunnen door de afspraken nog sneller reageren op elkaars verzoeken en informatie uitwisselen om criminele praktijken op te rollen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

“De aanpak van internationale ondermijnende criminaliteit strekt zich steeds verder uit over landsgrenzen heen. In de aanpak van internationaal opererende criminelen die meer en meer over grenzen lijken te gaan met moord en doodslag, wapen- en drugshandel en in hun witwaspraktijken, zijn de VAE voor Nederland een belangrijke partner. Dat hebben we de afgelopen jaren ook kunnen zien in de samenwerking tussen onze landen op dit vlak. Met de VAE slaan wij de handen ineen in de strijd tegen criminaliteit. Ik ben de autoriteiten van de VAE zeer erkentelijk voor de goede samenwerking de afgelopen jaren. Met deze twee verdragen bezegelen we de goede relatie die we met de VAE hebben opgebouwd en zullen we de gezamenlijke strijd tegen internationale ondermijnende criminaliteit verder opvoeren’’, aldus minister Grapperhaus.

Openbaar Ministerie

Gerrit van der Burg, voorzitter van het College van procureurs-generaal, was als delegatieleider van het Openbaar Ministerie eveneens bij de ondertekening aanwezig. Hij treedt de volgende dag in overleg met de lokale autoriteiten. Van der Burg: “Met het ondertekenen van deze verdragen geven we een extra impuls aan onze goede samenwerking. Morgen spreek ik met mijn VAE-collega’s over het intensiveren van de rechtshulprelatie, het gezamenlijk aanpakken van criminele geldstromen en het ontmantelen van criminele machtsstructuren.”

Politie

Hanneke Ekelmans, lid van de korpsleiding politie en ook aanwezig bij de ondertekening, vult aan: “Het is een belangrijke stap dat we met deze verdragen de goede samenwerking met de VAE verder inhoud kunnen geven. Logistieke en financiële stromen gaan over internationale grenzen en spelers houden zich op allerlei plekken in de wereld verborgen. Internationaal georganiseerde misdaad kunnen we alleen samen met onze internationale partners aanpakken. De aanpak van internationale criminaliteit dient ook in Nederland versterkt te worden. Denk daarbij aan het indammen van illegale internationale financiële geldstromen. Ook zijn investeringen nodig in het vergroten van de weerbaarheid van jongeren in bepaalde wijken, bijvoorbeeld door scholing, werkgelegenheid, huisvesting en zorg. Voor al deze maatregelen vragen wij de komende jaren investeringen van het nieuwe kabinet.”

Afspraken samenwerking

De bilaterale verdragen met de VAE bevatten onder meer afspraken over horen van verdachten, getuigen, slachtoffers of deskundigen, het onderzoeken van bankrekeningen en het in beslag nemen van goederen en winsten die afkomstig zijn uit illegale praktijken. Ook kunnen verdachte en veroordeelde personen makkelijker worden uitgeleverd voor een strafproces of voor het ondergaan van een reeds opgelegde straf. De twee verdragen – een over wederzijdse rechtshulp en een over uitlevering –  worden binnenkort ter goedkeuring aan de Tweede Kamer voorgelegd.


Verzoek aan OVV onderzoek beveiligingssituaties

De Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) is door minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus gevraagd in een onderzoek na te gaan welke lessen getrokken kunnen worden uit de beveiligingssituaties van de broer, de toenmalig advocaat en de vertrouwenspersoon van de kroongetuige in het Marengoproces. Hiertoe heeft Grapperhaus besloten na meerdere gesprekken te hebben gevoerd met de familie van Peter R. De Vries, betrokkenen en deskundigen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Eerder was al aan de Tweede Kamer gemeld dat er een feitenonderzoek zou komen naar de beveiligingssituatie van Peter R. de Vries. De heer Joustra was bereid gevonden dit onderzoek te leiden. De afgelopen weken is de reikwijdte van het onderzoek, alsook de samenstelling van de onderzoekscommissie onderwerp van debat geweest. Over de geschiktheid en de onafhankelijkheid van de heer Joustra en zijn commissieleden heeft Grapperhaus nooit enkele twijfel gehad. Alles overwegende heeft Grapperhaus besloten de OVV te vragen het onderzoek te doen. Gezien de onafhankelijke status van de OVV zal de OVV zelf de onderzoeksvraag bepalen.

“De verschrikkelijke moord op Peter R. de Vries heeft een enorme impact gemaakt in Nederland. Gezien het grote maatschappelijke belang van het onderzoek naar zijn beveiligingssituatie, hecht ik zeer aan breed draagvlak voor het onderzoek. Nadat ik de afgelopen weken veel gesprekken gevoerd heb met betrokkenen en deskundigen, heb ik besloten de OVV te vragen het onderzoek te doen”, aldus Grapperhaus.


Versterkte aanpak van doorverkoop gestolen spullen

Inbraken, overvallen en straatroven hebben een flinke impact op slachtoffers. Ook andere vermogensdelicten zorgen voor veel schade bij getroffenen. Door het kopen, bezitten of verkopen van die gestolen goederen moeilijker te maken (ook wel heling genoemd), wordt het minder aantrekkelijk voor criminelen om deze misdrijven te plegen. Daarom wordt het Digitaal opkopersregister (DOR) verplicht voor alle opkopers en handelaren. De ministerraad heeft op voorstel van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid ingestemd met een wetsvoorstel dat deze landelijke verplichting regelt.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Criminelen opsporen

Opkopers en handelaren in tweedehands spullen moeten straks de gebruikte en ongeregelde goederen en de personen die deze goederen aanbieden, verplicht invullen in het DOR. Nu verschilt de vorm van het verplichte inkoopregister per gemeente, en gaat het soms nog per papieren register. Door goede, digitale registers wordt het makkelijker voor de politie om criminelen op te sporen en gestolen goederen terug te geven aan de slachtoffers.

Gestolen goederen terugvinden

Zodra een gestolen product wordt opgekocht en ingeschreven in het DOR, ontstaat een match met Stop Heling (database met aangiftes van gestolen goederen) en ontvangt de politie hiervan automatisch een melding. Die match kan natuurlijk niet automatisch tot stand komen met papieren registers. Via de website en app van Stop Heling kan iedereen tevens vooraf controleren of bijvoorbeeld via internet aangeboden tweedehands spullen als gestolen geregistreerd staan.

Landelijke verplichting

Ook komt er een landelijke verplichting om gebruik te maken van het Digitaal opkopersloket (DOL). Opkopers en handelaren moeten zich melden bij de gemeente waar zij hun bedrijf of beroep uitoefenen. In veertig procent van de gemeenten moet dat nu op voorschrift van de gemeente bij dit digitale loket, in andere gemeenten moet dat bij een fysiek loket. Het DOL gaat straks voor elke gemeente gelden. Door de lokale verschillen te verkleinen, wordt voorkomen dat helers en stelers die gestolen goederen willen aanbieden, uitwijken naar gemeenten waar het DOR en het DOL niet verplicht zijn gesteld.

Wetsvoorstel

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kame\


Gemeenten en maatschappelijke organisaties bereiken meer kinderen in armoede

Gemeenten hebben de afgelopen jaren meer kinderen bereikt met hun beleid om kinderarmoede terug te dringen. Dit blijkt uit onderzoek dat minister Koolmees naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Gemeenten zouden nog meer kunnen doen om kinderen te ondersteunen die opgroeien in arme gezinnen met werkende ouders.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Eén op de dertien kinderen in Nederland groeit op in armoede (CBS, 2020). Opgroeien in een gezin met geldzorgen belemmert de ontwikkeling van kinderen en zorgt ervoor dat zij hun talenten veelal niet optimaal kunnen benutten. Het kabinet heeft hier aandacht voor. Het stelt sinds 2017 structureel extra geld ter beschikking aan gemeenten en maatschappelijke organisaties voor de aanpak van kinderarmoede. Ook heeft het bij aanvang van de afgelopen kabinetsperiode met de VNG de ambitie uitgesproken om ieder kind dat opgroeit in een gezin met een laag inkomen te bereiken met het gemeentelijk armoedebeleid. In 2019 heeft het kabinet aanvullende ambities geformuleerd. Zo wil het breder inzicht krijgen in de structurele oorzaken van kinderarmoede en het aantal huishoudens met een laag inkomen laten dalen de komende jaren.

Betere ondersteuning

Uit onderzoek van I&O Research blijkt dat gemeenten meer prioriteit geven aan hun kinderarmoedebeleid. Het aantal kinderen in armoede dat zij bereiken is bovendien sterk gestegen, van 43% in 2017 naar 81% in 2020. De 4 landelijke armoedepartijen, Leergeld Nederland, Nationaal Fonds Kinderhulp, Stichting Jarige Job en Jeugdfonds Sport & Cultuur hebben bijgedragen aan het vergroten van het bereik en hebben gezorgd voor betere ondersteuning. Deze organisaties zijn verenigd in Sam& en werken nauw samen met gemeenten. Verbeterpunten liggen onder andere bij het bereiken van kinderen waarvan de ouders werken. Daarnaast vinden gemeenten het lastig om kinderen actief te betrekken bij het maken van nieuw beleid op het gebied van kinderarmoede.

Gevolgen armoede

Een onderzoek van De Beleidsonderzoekers naar de gevolgen voor kinderen van armoede, laat zien dat leven met structurele geldzorgen een negatieve impact heeft op veel verschillende terreinen, zoals school, veiligheid en de woonomgeving. Bij de ondersteuning van kinderen en gezinnen is meer samenhang nodig tussen deze terreinen. Hier ligt volgens de onderzoekers een taak voor de Rijksoverheid. Ook adviseren zij om meer te investeren in het opleiden van professionals en ervaringsdeskundigen. Minister Koolmees kondigt in zijn brief extra ondersteuning aan voor het opleiden en inzetten van deze ervaringswerkers. Ook heeft hij het voornemen om de Alliantie Kinderarmoede financieel te ondersteunen en de subsidie aan de partijen verenigd in Sam& te verlengen tot eind 2022.


Eerste helft 2021: 50.000 kilo cocaïne met bestemming Nederland onderschept

De Douane en internationale opsporingsinstanties hebben in de eerste helft van 2021 ruim 50.000 kilo drugs bestemd voor Nederlandse havens onderschept en in beslag genomen. Nederlandse douaniers namen hiervan in de zeehavens en op de luchthavens ruim 22.400 kilo cocaïne in beslag. Ruim 28.000 kilo cocaïne bestemd voor Nederland werd door buitenlandse douanediensten in beslag genomen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Dit is een lichte afname ten opzichte van het eerste half jaar van 2020, toen is 25.750 kilo onderschept. Hoewel het aantal onderschepte kilo’s afnam, nam het aantal vangsten in zeehavens licht toe; 82 vangsten in de eerste helft van 2021 ten opzichte van 77 vangsten in de eerste helft van 2020.

Het aandeel van op luchthavens – Schiphol en Maastricht – in beslag genomen kilo’s drugs, aangetroffen in luchtvracht, nam in het eerste half jaar toe: ruim 800 kg cocaïne, ten opzichte van 250 kg cocaïne in heel 2020. Deze stijging werd mede veroorzaakt door twee grotere vangsten van respectievelijk 300 kg cocaïne en 258 kg cocaïne, beide vanuit Ecuador.

Douane maakt van controle postzendingen naar buitenland nieuw speerpunt

De Douane is vorig jaar zomer een project gestart, in samenwerking met het Openbaar Ministerie, om intensiever postzendingen naar het buitenland te controleren. Dit heeft geresulteerd in de inbeslagname van ruim 8.000 brieven en pakketten met vooral synthetische drugs. Ruim 2.700 keer ging het om XTC/MDMA. Ook werd ruim 1.300 keer softdrugs aangetroffen. Voor het overige deel gaat het om vele diverse andere verboden stoffen, zoals ketamine, cocaïne, heroïne en LSD. Over heel 2020 werden in 3000 brieven en pakketten drugs aangetroffen. De intensieve controles worden het gehele jaar voortgezet.

Met PostNL en politie voert Douane gesprekken om innovatieve ontwikkelingen toe te passen in de postsorteercentra en op andere plaatsen, zoals de doorontwikkeling van algoritmes in het scanproces, om poststromen nog effectiever te controleren. Dit najaar test de douane hoe algoritmen op haar eigen scan kunnen worden toegepast.

Grotere pakkans door internationale samenwerking

De Douane zet zich in om samen met nationale en internationale partners de samenwerking ten aanzien drugsbestrijding te versterken. Samen met lokale Douaneorganisaties in met name Zuid-Amerika wordt smokkelwaar zo dicht mogelijk bij de productie- en distributiebasis gezien en tegen gehouden. Het internationale Douane-netwerk, inclusief de Douane-attacheés die werkzaam zijn op Nederlandse ambassades in het buitenland, speelt daarbij een belangrijke rol. De Douane is continu bezig dit netwerk te onderhouden en waar nodig uit te breiden, zowel via extra Douane-mensen in het buitenland maar ook via nieuwe verdragen die de uitwisseling van Douane-informatie vergemakkelijkt.

“Criminelen veranderen hun manier van werken voortdurend, en ook Douane verbetert de controles voortdurend”, zegt Nanette van Schelven, directeur-generaal Douane ,,Wij zetten in op een grotere pakkans door meer internationale samenwerking.”


Strafrechtelijke aanpak intimidatie door delen persoonsgegevens

Het delen van privégegevens om iemand te intimideren moet strafrechtelijk kunnen worden aangepakt. Doxing, waaronder het verspreiden van identificerende persoonsgegevens om iemand angst aan te jagen, heeft mede door de opkomst van internet en social media een vlucht genomen. Daarom heeft minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid een wetsvoorstel in consultatie gebracht om deze vorm van intimidatie strafrechtelijk aan te kunnen pakken.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Vrees aanjagen en ernstige overlast veroorzaken

Het rond- en doorsturen van persoonsgegevens met als doel vrees aan te jagen, ernstige overlast te veroorzaken of iemand te hinderen in de uitoefening van zijn beroep, raakt in toenemende mate hulpverleners, opiniemakers, wetenschappers, journalisten en politici. Het gaat niet alleen om bekende mensen, maar ook om burgers, politieagenten en medewerkers van gemeenten die in hun dagelijks werk veel direct contact hebben met publiek. De Tweede Kamer en de politie hebben hierover ook hun zorgen geuit en aangedrongen op een strafrechtelijke aanpak van doxing.

Over de grens van het toelaatbare

“Het grote gemak waarmee sommigen denken te kunnen intimideren door privégegevens over anderen te verspreiden is meer dan schofterig. Het gaat over de grens van het toelaatbare als mensen in hun leven worden belemmerd, onze agenten worden gehinderd in hun werk en wetenschappers niet meer vrij uit kunnen spreken. Hele gezinnen voelen zich vaak niet meer veilig thuis, mensen durven niet meer onbevangen naar buiten te treden en zichzelf te zijn. Ook collega’s worden erdoor geraakt. Dit gaat echt een grens over en dat moeten we duidelijker in de wet vastleggen.’’ aldus minister Grapperhaus.

Intimiderende gedragingen

Veel intimiderende gedragingen, zoals bedreigingen en stalking, zijn al strafbaar. Maar doxing is in de praktijk vaak niet strafrechtelijk aan te pakken. Bijvoorbeeld omdat er geen sprake is van een bedreiging met een ernstig misdrijf of van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene. Met het wetsvoorstel dat minister Grapperhaus in consultatie brengt, wordt de lat voor strafrechtelijke aansprakelijkheid lager gelegd.

Verschaffen of verspreiden van persoonsgegevens

Er komt een maximale gevangenisstraf te staan van één jaar op het verschaffen, verspreiden of anderszins ter beschikking stellen van identificerende persoonsgegevens van een ander of een derde met het oogmerk om die ander vrees aan te (laten) jagen, ernstige overlast aan te (laten) doen of ernstig te (laten) hinderen in de uitoefening van zijn ambt of beroep. Journalisten en klokkenluiders, die nieuwsfeiten en misstanden openbaar maken, zijn niet strafbaar als de bekendmaking van gegevens noodzakelijk is in het algemeen belang. De bedoeling is immers dan niet om anderen te intimideren. 

Strafrechtelijke norm

De verwachting is dat het wetsvoorstel van minister Grapperhaus niet alleen de politie en het Openbaar Ministerie een steviger basis zal geven om op te treden tegen doxing. Het zorgt er ook voor dat mensen eenvoudiger zelf een beroep kunnen doen op internetproviders of online-platformen om onrechtmatige content verwijderd te krijgen. Tevens kan de nieuwe strafrechtelijke norm slachtoffers behulpzaam zijn in civiele procedures waarin schadevergoeding of het offline halen van de onrechtmatige content wordt geëist.


Wetsvoorstel wettelijke grondslag voor verwerking persoonsgegevens NCTV naar Raad van State

In het kader van de bestrijding van terrorisme en de bescherming van de nationale veiligheid kan het noodzakelijk zijn om (bijzondere) persoonsgegevens te verwerken door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Zoals minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid eerder heeft geconstateerd moet voor twee taken de grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens verstevigd worden door een wet. De ministerraad heeft op voorstel van minister Grapperhaus ingestemd met een wetsvoorstel dat deze wettelijke basis regelt. 

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Het gaat hierbij niet om nieuwe activiteiten, deze taken van de minister van Justitie en Veiligheid worden al geruime tijd verricht door de NCTV. Denk daarbij aan het coördineren van (de uitvoering van) het beleid en de daarbij te nemen maatregelen op het terrein van terrorismebestrijding en nationale veiligheid. Daarnaast gaat het ook om de taak om de zogeheten analyses van trends en fenomenen op dit terrein te maken, zoals bijvoorbeeld het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland. 

Beide taken vinden plaats in het kader van het verhogen van de weerbaarheid van de vitale belangen van de samenleving en het voorkomen van maatschappelijke ontwrichting. Om deze taken goed uit te kunnen voeren kan het noodzakelijk zijn om (bijzondere) persoonsgegevens te verwerken zoals, naam en woonplaats, maar ook bijvoorbeeld levensbeschouwelijke overtuigingen of lidmaatschap van een vereniging.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.


Advies locatie Lelystad als alternatief voor rechtbank-locatie “de Bunker”

Een adviescommissie ingesteld door de Raad van de rechtspraak heeft het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) geadviseerd de bouw van een hoog beveiligde zittingslocatie (HBZ) ten noorden van de grote rivieren op een locatie in Lelystad nader te onderzoeken als alternatief voor de Bunker in Osdorp die op termijn gesloten wordt.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Veilige zittingslocatie

Voor alle betrokkenen bij een proces, of het nu gaat om rechters, officieren van justitie, advocaten, slachtoffers, nabestaanden, journalisten, ondersteunend personeel en andere betrokkenen, is een veilige zittingslocatie onontbeerlijk om ieders rol tijdens een rechtszaak goed te kunnen vervullen.

Advies

De commissie adviseert unaniem het Rijksvastgoedbedrijf opdracht te geven de bouw van een nieuwe hoog beveiligde zittingslocatie ten noorden van de grote rivieren op een locatie in Lelystad projectmatig nader te onderzoeken.

Mogelijkheden

De mogelijkheden voor het beheersbaar maken van de veiligheidsrisico’s in combinatie met de mogelijkheden in de penitentiaire inrichting Lelystad cellen voor tijdelijke overnachting van gedetineerden, geven de doorslag. Ook speelt mee dat de betreffende grond voor de bouw van een HBZ al in eigendom is van het Rijksvastgoedbedrijf.

Opdracht

De gevoerde gesprekken zijn voor de commissie aanleiding geweest — aanvullend aan de opdracht — ook te adviseren het staande proces van toewijzing, coördinatie en planning van risicovolle zittingen in een HBZ te verbeteren.

Risicovolle strafzittingen

De commissie bestaat uit leden met brede ervaring binnen de strafrechtketen, waaronder de strafrechtadvocatuur. De commissie heeft gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van partijen en organisaties die bij risicovolle strafzittingen betrokken zijn, zoals de rechtspraak, het openbaar ministerie, de advocatuur, vertegenwoordigers van slachtoffers en nabestaanden en de journalistiek.


Meer kans op eenzaamheid deze zomer: een klein gebaar kan het verschil maken

De helft van de alleenstaande 65-plussers gaat deze zomer waarschijnlijk niet op vakantie. 4 op de 10 vinden de coronasituatie daarvoor nog te onzeker, blijkt uit een flitspeiling. Daarnaast verwacht een kwart van alle ondervraagde alleenstaande 65-plussers dat ze deze zomer minder bezoek krijgen dan andere zomers. Eenzaamheid ligt hierdoor op de loer, omdat naast sociale contacten ook veel dagactiviteiten in de zomer weg komen te vallen. Vandaag start het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) een zomercampagne met de boodschap ‘Een klein gebaar kan het verschil maken’. Het is een oproep om in de vakantieperiode die morgen start, extra aandacht te geven aan ouderen die zich eenzaam voelen. 

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Minister Hugo de Jonge (VWS):“Eenzaamheid is niet opeens verdwenen in de zomervakantie, in tegendeel. Daarom is het belangrijk dat we extra aandacht aan elkaar geven. Een telefoontje of een appje kan al het verschil maken. Maak eens een praatje met iemand waarvan je vermoedt dat die zich alleen voelt in de zomer of nodig iemand uit voor een kop thee. Het zijn dit soort kleine gebaren die een wereld van verschil kunnen maken.”

Meer kans op eenzaamheid deze zomer

Afgelopen jaar konden mensen door corona beperkt bij elkaar op bezoek. Nu kan dat weer, maar toch verwachten alleenwonende 65-plussers deze zomer minder bezoek dan andere zomers. Ze geven aan dat zij het bezoek van familie en vrienden het meeste zullen missen deze zomer. Gevoelens van eenzaamheid kunnen hierdoor juist nu de kop opsteken.

“In de zomer verloopt het leven anders dan normaal. Mensen gaan op vakantie en veel dagactiviteiten liggen stil. Hierdoor kan het aantal sociale contacten afnemen”  zegt Eric Schoenmakers, onderzoeker bij Fontys Hogescholen en gespecialiseerd in het onderwerp eenzaamheid.

“Bovendien verandert ons leefritme in de zomer. Veel ouderen hebben een vaste structuur in de week, die hen afleidt van eventuele eenzaamheid. Als deze structuur wegvalt, neemt de kans op eenzaamheid toe.”

Een klein gebaar helpt

Iedereen kan iets betekenen voor iemand die zich eenzaam voelt. Uit een flitspeiling blijkt dat veertig procent van de ondervraagde 65-plussers zelf zo iemand kent. Ze zijn graag bereid iets extra’s te doen voor die persoon zodat die zich minder alleen voelt. Ze willen bijvoorbeeld bij diegene op bezoek gaan, uitnodigen voor een kop koffie of een extra telefoontje plegen. Bijna driekwart van de alleenwonende 65-plussers die zich weleens alleen voelen, denken echter niet dat andere mensen iets voor hen willen doen. Terwijl ze het juist heel fijn zouden vinden als er mensen zijn die naar ze omkijken deze zomer. Een klein gebaar kan voor hen het verschil maken.

Aftrap zomercampagne

Minister Hugo de Jonge trapte vandaag de zomercampagne af met een bezoek aan het Kunstmuseum Den Haag. Het museum organiseert voor het eerst een zomerschool voor ouderen in de buurt. De minister woonde een Mondriaan workshop bij en ging in gesprek met de initiatiefnemers van het project. Op diverse plekken in ons land zijn vergelijkbare initiatieven. Zo kunnen mensen zich aansluiten bij groepswandelingen of samen buiten sporten. Veel mensen en organisaties zetten zich op allerlei manieren in om eenzaamheid te verminderen. Je vindt ze op de website van ‘Eén tegen Eenzaamheid’. Benieuwd naar wat je zelf kunt betekenen voor een ander? Check de pagina ‘Dit kun jij doen’.
 
De zomercampagne is onderdeel van het actieprogramma ‘Eén tegen eenzaamheid’. Het actieprogramma heeft als doel eenzaamheid bespreekbaar te maken en tegen te gaan. Dat is hard nodig, want bijna de helft van de Nederlandersvoelt zich eenzaam2.

Toelichting op de flitspeiling en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen

1. Verantwoording flitspeiling: flitspeiling in juni 2021 onder 1.500 65-plussers, waarvan 497 alleenwonende 65-plussers. De deelnemers zijn representatief voor Nederland op geslacht, leeftijd, opleiding, gezinssituatie, arbeidsparticipatie en regio. De flitspeiling is in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport uitgevoerd door Panelwizard.

2. Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020 van de GGD-en, CBS en RIVM. De Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen geeft inzicht in de gezondheid en leefstijl van Nederlanders van 18 jaar en ouder en vindt elke vier jaar plaats.


Snel ingrijpen noodzakelijk voor passend thuis met ondersteuning voor aandachtsgroepen

Er moet dringend een oplossing komen voor de huisvesting van kwetsbare ouderen, statushouders, GGZ-patiënten, dak- en thuislozen, vrouwen in de vrouwenopvang. Zij komen steeds vaker in sociale nood door een gebrek aan een thuis. Dat concludeert een brede coalitie, die bestaat uit vijf ministeries (BZK, VWS, OCW, J&V, SZW), VNG, Aedes en de G4 en G40 in haar adviesrapport over de huisvesting van aandachtsgroepen. Al deze partijen hebben zich verenigd om gezamenlijk dit vraagstuk op te pakken en daarmee versnippering en verdringing te voorkomen. De coalitie pleit voor een brede set urgente maatregelen in een spoedpakket, in combinatie met een tienjarige Nationale Samenwerkingsagenda.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de cursus huisvesting arbeidsmigranten van het HCB.

De beschikbare voorraad sociale huurwoningen, de behoefte van aandachtsgroepen aan passende huisvesting mét ondersteuning en de daarvoor beschikbare gemeentelijke budgetten raken steeds verder uit balans. Hierdoor verslechtert niet alleen het aanbod voor aandachtsgroepen van huisvesting en hulp maar nemen de maatschappelijke sociale kosten door het ontbreken van een (t)huis voor deze groepen steeds verder toe.

Integrale aanpak noodzakelijk

Bernard ter Haar, de onafhankelijke voorzitter van deze coalitie, pleit voor een aanpak van het huisvestingsvraagstuk in combinatie met de sociale vraagstukken waar aandachtgroepen mee te maken hebben: ‘Een thuis voor iedereen klinkt als een logische wens maar het is een complexe opgave. Een werkelijk thuis realiseren is niet simpelweg een zaak van meer woningaanbod. Het werkt alleen in combinatie met een passend aanbod van zorg en ondersteuning. Hiervoor is het nodig dat rijk, provincies, gemeenten, woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen maar ook marktpartijen nauw samenwerken.’ 

Kosten maken om kosten te besparen

Er is de komende jaren in ieder geval 5 miljard euro per jaar nodig om die gecombineerde aanpak te kunnen realiseren. Hiermee worden veel kosten bespaard die nu voortvloeien uit de sociale ellende van mensen die niet goed gehuisvest zijn en/of begeleid worden en het komt ook reguliere woningzoekenden ten goede. 

Concurrerende woningzoekers

We kunnen niet wachten, snel ingrijpen is noodzakelijk. De coalitie pleit voor betere benutting van bestaande woningen en gebouwen, voor flexwoningen. Ook zouden gemeenten moeten zorgen voor het realiseren van ten minste een omvang van 30% van de woningvoorraad aan sociale huur.

‘Het aantal beschikbare sociale huurwoningen is veel te laag om te kunnen voldoen aan de enorme vraag naar deze betaalbare woningen. Hierdoor beconcurreren aandachtsgroepen en andere woningzoekers elkaar op de woningmarkt. Dit leidt tot polarisatie in het publieke debat en mensen die het gevoel hebben tegen elkaar uitgespeeld te worden,’ aldus voorzitter van Aedes Martin van Rijn.

Voor gemeenten betekent het tekort dat ze onvoldoende kunnen sturen op de opvang en huisvesting van kwetsbare mensen. Dat ziet ook wethouder Songül Mutluer van de gemeente Zaanstad: ‘De gemeenten willen zich graag inspannen om samen met partners nieuwe woonplekken te creëren en te behouden voor groepen met een zorgvraag, jong en oud, zodat ze prettig kunnen wonen met de juiste ondersteuning maar de instrumenten daarvoor schieten nu tekort.’

De aanbevelingen van de interbestuurlijke werkgroep worden de komende tijd door de VNG voorgelegd aan de leden. 

Voorstellen van de interbestuurlijke werkgroep

Dat er op dit moment te weinig wordt bijgebouwd en al bestaande tekorten niet worden ingelopen maar juist verder oplopen komt omdat woningcorporaties hiervoor te weinig geld hebben. Hiervoor zijn ook financieel gezonde gemeenten noodzakelijk. Daarnaast moet er haast gemaakt worden met de aanpak van knellende wet- en regelgeving en met de structurele verruiming van budgetten voor de aanpak van de sociale vraagstukken waar aandachtsgroepen mee worstelen. Als laatste pleit de commissie voor een veel gerichtere aanpak van jongvolwassenen (18 – 23-jarigen) op basis van gelijkgerichte regelgeving, omdat een tijdige ondersteuning en begeleiding in die fase ergere problemen en bijkomende maatschappelijke kosten op latere leeftijd kan voorkomen. 

Minister Ollongren geeft in een eerste reactie aan blij te zijn met de integrale aanpak want dat geeft een goed inzicht in de opgaven.
‘Ook ik zie het enthousiasme waarmee de betrokken partijen hebben samengewerkt en graag samen verder willen. Om succesvol verbeteringen te realiseren voor deze kwetsbare groepen mensen is een goede samenwerking tussen deze coalitie van betrokkenen essentieel. Zodra iedereen weer terug is bespreek ik zo snel mogelijk het rapport en het vervolg met de bestuurders.’