Nieuwe wetten op veiligheid per 1 januari 2022
Welke belangrijke wet- en regelgeving is vanaf 1 januari 2022 van kracht? Hieronder is een overzicht te vinden van de belangrijkste wetten op het terrein van veiligheid die in werking treden.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Wet strafbaarstelling misbruik prostitué(e)s die slachtoffer zijn van mensenhandel
Vanaf 1 januari 2022 zijn klanten strafbaar wanneer zij seks kopen van sekswerkers van wie zij weten of vermoeden dat er sprake is van dwang, uitbuiting of mensenhandel. Sekswerk is een legaal beroep in Nederland. Er zijn echter mensen die dit werk niet vrijwillig doen. Zij kunnen slachtoffer zijn van een zedendelict of mensenhandel. Om kopers van seks te informeren, is het ministerie van Justitie en Veiligheid eind december 2021 gestart met de campagne ‘Niet alles is wat het lijkt’ waarin duidelijk wordt dat een aanbod tot seks soms op het tweede gezicht niet vrijwillig is.
Verruiming mogelijkheden tot het verbieden van rechtspersonen
Het kabinet zorgt voor een verruiming van de mogelijkheden tot het verbieden van organisaties waarvan doel of werkzaamheden een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid, rechtsorde of de democratische rechtsstaat. De regering wil radicale of extremistische organisaties, waarvan het doel of de activiteiten in strijd zijn met de openbare orde (waaronder de nationale veiligheid of de internationale rechtsorde), steviger aanpakken. Als de werkzaamheden of het doel van de rechtspersoon in strijd zijn met de openbare orde, dan dit kan leiden tot een verbodenverklaring en ontbinding. Rechters kunnen de rechtspersoon in het belang van de openbare orde bevelen om activiteiten stop te zetten, uiterlijk totdat over een verboden verklaring onherroepelijk is beslist. Het opzettelijk niet nakomen van dit rechterlijk bevel wordt strafbaar.
Strafrechtelijke aanpak ondermijning
Dit wetsvoorstel versterkt de strafrechtelijke aanpak van ondermijnende criminaliteit. Hiermee wil de regering het criminele proces verstoren, waardoor crimineel gedrag voor de daders niet loont en de samenleving er geen last van heeft. Dit wetsvoorstel vormt onderdeel van de wetgevingsagenda ondermijning. Met dit voorstel worden verschillende vormen van faciliterende criminaliteit zwaarder bestraft en geeft het de politie en het Openbaar Ministerie meer mogelijkheden om op te treden. Zo wordt het illegaal verblijf op bepaalde logistieke terreinen strafbaar en kan daardoor sneller worden opgetreden als zogenoemde uithalers op zoek zijn naar drugs in havens. Ook wordt bijvoorbeeld het importeren, exporteren en voorhanden hebben van stoffen die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van drugs (precursoren) strafbaar, waardoor het productieproces eerder kan worden verstoord.
Vernieuwende aanpak om kwetsbare jongeren een kans te geven
In de voormalige kazerne van de Marechaussee (KMar) aan de Scharnerweg komen 30 woonplekken om kwetsbare jonge mensen in Maastricht betere kansen te geven. Wethouder Jongen van Maastricht, staatssecretaris Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de bestuurders Aukje Jacobs van Coöperatie Porthos Scharn, Joop Petit en Tom Dauphin van de Porthos Vastgoed BV hebben daarvoor een samenwerkingsovereenkomst gesloten onder de titel Skills in de Stad voor de duur van 5 jaar.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
De jongeren volgen een Skills programma van leren en werken met coaching en krijgen daar een eigen woonplek. Een eigen veilige woonplek is namelijk een belangrijke voorwaarde voor succes. Na circa twee jaar stromen de deelnemers door naar een eigen woonplek elders, waar ze zelfstandig wonen. Deze integrale aanpak onder één dak is uniek. Het Rijksvastgoedbedrijf wil dat ook zijn overtollige vastgoed waar mogelijk een maatschappelijke meerwaarde krijgt. Het pilotproject Skills in de Stad is daar een voorbeeld van. De coöperatie Porthos Scharn en Porthos Vastgoed BV(m), die het pand koopt en verbouwt, zullen het project in nauwe samenwerking met de gemeente Maastricht en in overleg met de buurt operationeel maken. De verwachting is dat de eerste deelnemers in de loop van 2022 kunnen starten.
Extra steuntje in de rug
Nederland telt veel jongeren die zonder diploma of door andere omstandigheden moeilijk aan het werk kunnen komen. Ook nu er schaarste is op de arbeidsmarkt. Deze jongeren verdienen een extra steuntje in de rug om permanente uitval te voorkomen. Daarvoor hebben het Rijksvastgoedbedrijf en het Atelier Rijksbouwmeester in samenwerking met ICS-Advies, de Skills in de Stad aanpak ontwikkeld en samen met de gemeente Maastricht en Porthos uitgewerkt. Door samenwerking met het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen kan het project starten op de KMar locatie. De Skills in de Stad aanpak onderscheidt zich door de toevoeging van de component wonen. Een stabiele woonsituatie is voor deze jongeren van groot belang om talenten te kunnen ontwikkelen.
Grapperhaus maakt Europese afspraken in aanpak ondermijning
De internationale handel in illegale verdovende middelen vormt de grootste criminele markt en levert miljarden aan crimineel vermogen op. Het ondermijnt de Nederlandse samenleving, rechtstaat en economie en ook die van andere landen. Hier zitten nietsontziende internationale erkende criminele organisaties achter. Een succesvolle aanpak daarvan vereist een aanpak van de hele overheid en maatschappelijke partners met preventieve en repressieve maatregelen in Nederland, maar ook stevige samenwerkingsafspraken met andere landen.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
Minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus sloot een overeenkomst met de ministers van Justitie en Binnenlandse zaken uit Frankrijk, België en Spanje om meer en beter gezamenlijk op te trekken tegen nietsontziende criminelen. Grapperhaus: “We moeten voorkomen dat als we in de Rotterdamse haven stevige maatregelen treffen om drugshandel tegen te gaan, het daarna in Antwerpen toeneemt Dat leidt anders tot grote problemen voor onze Belgische buren maar ook voor Nederland en andere Europese landen omdat beide havens een belangrijke toegangspoort tot de Europese markt zijn. Het is ook belangrijk dat als de Nederlandse politie stuit op belangrijke informatie, deze snel gedeeld kan worden met de Spaanse of Franse politie en gezamenlijk wordt opgetreden tegen internationale criminele groeperingen en hun vermogen zowel in Europa als onder meer in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied.”
Gelet op de belangrijke kwetsbaarheden in de financiële en logistieke sectoren, en op het misbruik van technologieën en innovaties voor criminele doeleinden, zijn de afspraken op:
– Aanpak criminele organisaties: het voorkomen en bestrijden van georganiseerde drugscriminaliteit in samenwerking met andere landen van herkomst en doorvoer en met internationale partners;
– Gezamenlijk voorkomen van invoer en distributie: het vergroten van de weerbaarheid van logistieke knooppunten en processen, zoals zeehavens, luchthavens en postdiensten, tegen misbruik, corruptie en criminele infiltratie;
– Afpakken van criminele opbrengsten: het opsporen, verstoren en terugdringen van criminele geldstromen en het in beslag nemen en ontnemen van criminele vermogen; en
– Innovatieve opsporing: het tegengaan van crimineel misbruik van innovaties en op het gebruik maken van nieuwe technologie en innovaties bij het opsporen, voorkomen en aanpakken van zware en georganiseerde criminaliteit en hun ondermijnende impact. Waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan criminaliteit via digitale kanalen.
Seksueel geweld sneller en vaker aangepakt
Door modernisering van wetgeving worden meer strafzaken over verkrachting, online seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksuele intimidatie verwacht. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid brengt met zijn wetsvoorstel seksuele misdrijven het strafrecht meer in overeenstemming met de veranderde maatschappelijke normen en digitale ontwikkelingen. Hierdoor zullen vooral aangiftes voor verkrachting en online-zaken zoals sexchatting sneller en vaker worden opgepakt. Om te borgen dat alle partijen uit de rechtspraktijk – zoals de politie, het Openbaar Ministerie (OM) en de rechtspraak – straks ook zijn voorbereid op de extra zaken wordt een speciaal uitvoeringsprogramma in gang gezet.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Het wetsvoorstel seksuele misdrijven wordt aangeboden voor advies aan de Raad van State na instemming door de ministerraad. Het streven is om het wetsvoorstel volgend voorjaar in te dienen bij de Tweede Kamer. Verder heeft de ministerraad ingestemd met indiening bij de Tweede Kamer van het wetsvoorstel om voorbereidingshandelingen met het oog op het plegen van seksueel misbruik met kinderen zelfstandig strafbaar te stellen. Daarmee wordt het bezit van materiaal zoals teksten met advies en/of richtlijnen om kinderen seksueel te misbruiken expliciet verboden.
Voorbereiding op uitvoering
Gezien de brede modernisering van wetgeving over seksuele misdrijven is voor een effectieve uitvoering een zorgvuldige voorbereiding met alle betrokken partijen essentieel. Daarom begint in het voorjaar van 2022 het ‘Programma implementatie wetsvoorstel seksuele misdrijven’. De komende twee jaar werken alle betrokken partijen samen aan opleiding, training en werving van de nodige specialistische medewerkers in de hele strafrechtketen. Hierbij gaat het niet alleen om de politie, het OM en de rechtspraak. Ook het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) verwacht bijvoorbeeld meer onderzoek te moeten doen en gemeenten worden betrokken als het gaat om seksuele intimidatie op straat. De verwachting is dat de nieuwe wetgeving in 2024 in werking kan treden.
Dankzij de aangenomen motie-Hermans door de Tweede Kamer bij de Algemene Politieke Beschouwingen dit jaar is 20 miljoen euro structureel beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de nieuwe wet. Tevens zal jaarlijks 4 miljoen euro meer worden geïnvesteerd in de capaciteit bij de politie om bestaande achterstanden bij de teams Zeden en Kinderporno verder aan te pakken. Dit bedrag komt bovenop de eerder vrijgemaakte 15 miljoen euro voor 90 fte extra zedenrechercheurs om de doorlooptijden te versnellen in de opsporing en vervolging van seksuele misdrijven.
Verkrachting
Vooral door verlaging van de ondergrens voor strafbaarheid van verkrachting wordt verwacht dat slachtoffers eerder en vaker melding zullen doen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. In het wetsvoorstel seksuele misdrijven van minister Grapperhaus is iemand straks strafbaar wegens verkrachting als deze wist of een ernstig vermoeden had dat de ander geen seks wilde en toch heeft doorgezet. Dwang, geweld en bedreiging zijn hierbij strafverzwarende factoren, maar niet langer een vereiste voor een veroordeling. Degene die seksueel contact initieert, moet alert zijn of de ander hetzelfde wil. Als dit niet duidelijk is, moet hij die duidelijkheid zoeken. “Als er bij de ander geen sprake is van een vrije keuze, geen sprake is van een vrije wil, dan is het verkrachting’’, aldus minister Grapperhaus.
De politie gaat er in ramingen bijvoorbeeld van uit dat door het nieuwe wetsvoorstel ten hoogste 550 meer meldingen binnenkomen over verkrachting en er vervolgens 360 extra informatieve gesprekken gevoerd zullen worden met slachtoffers. Dat betekent een stijging van 20 procent in beide gevallen. Deze toename zou naar schatting tot gevolg hebben dat 344 extra opsporingsonderzoeken in verkrachtingszaken kunnen worden opgestart.
Online seksueel geweld
In het wetsvoorstel seksuele misdrijven wordt ook de strafrechtelijke bescherming tegen online grensoverschrijdend seksueel gedrag geactualiseerd. Door de toename van het gebruik van internet, sociale media en smartphones is er meer online seksueel contact. Vooral kinderen zijn kwetsbaar voor online seksueel misbruik. Zij beschikken op steeds jongere leeftijd over een smartphone en zijn makkelijker bereikbaar voor mensen die kwaad willen.
Nieuw in het wetsvoorstel is de strafbaarstelling van het zogenoemde sexchatting als indringend op seksuele wijze met kinderen onder de 16 jaar wordt gecommuniceerd door volwassenen. Het zorgt ervoor dat bij online seksuele benadering van zestienminners eerder van strafbaarheid sprake zal zijn. Nu moet voor het zogeheten grooming nog sprake zijn van het daadwerkelijk maken van een afspraak. De politie rekent in ramingen op ten hoogste 500 extra meldingen, die in 320 van de gevallen ook zullen leiden tot een aangifte en het oppakken van de zaak.
Seksuele intimidatie
Ook seksuele intimidatie in het openbaar wordt strafbaar als overtreding. Dat betekent zowel op straat als op internet en via social media-kanalen. Dit zal eveneens tot meer zaken leiden, die als overtreding relatief snel kunnen worden opgepakt. Bij dit onderdeel worden in het uitvoeringsprogramma gemeenten nauw betrokken. In de nieuwe situatie kunnen zij op lokaal niveau bepalen of het ook wenselijk is om buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) in te zetten bij het tegengaan van seksuele intimidatie op straat.
Pedohandboek
Vooruitlopend op het wetsvoorstel seksuele misdrijven wordt een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend waarin voorbereidingshandelingen tot het plegen van seksueel kindermisbruik zelfstandig strafbaar worden gesteld. Hierdoor wordt het bezit en verspreiden van het zogenoemde pedohandboek verboden, zoals de Tweede Kamer in 2020 in een motie had gevraagd. Hierop komt een gevangenisstraf van maximaal vier jaar te staan.
Van deze strafbaarstelling gaat een duidelijk signaal uit dat het gedrag uiterst verwerpelijk en strafwaardig is. Daarnaast biedt het de opsporingsdiensten de mogelijkheid om in een vroeg stadium op te treden tegen potentiële kindermisbruikers die op internet een bijzondere belangstelling tonen voor instructieve informatie over het seksueel misbruiken van kinderen. De instrumenten tegen kindermisbruik worden zo in preventieve zin uitgebreid om tegen te gaan dat een voedingsbodem ontstaat waarin kindermisbruikers denken hun slag te kunnen slaan.
Strafuitsluiting voor verblijf hulpverleners en journalisten in terroristisch gebied
De Nederlandse en Europese samenleving moet beschermd worden tegen het gevaar van terugkeerders uit door terroristische organisaties gecontroleerde gebieden. Verblijf daar gaat in veel gevallen gepaard met (desnoods gedwongen) vereenzelviging met het gedachtengoed van de organisaties die daar de dienst uitmaken. Daarom is op dit moment een wetsvoorstel aanhangig bij de Eerste Kamer (35125) waarin dat verblijf strafbaar wordt gesteld.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Dit mag echter niet verhinderen dat humanitaire hulpverleners en journalisten naar het gebied kunnen afreizen om humanitaire hulp te bieden of nieuws te vergaren. Daarom wordt voor hen een strafuitsluitingsgrond geïntroduceerd voor verblijf in terroristisch gebied. Vandaag gaat het conceptwetsvoorstel in consultatie waarmee deze strafuitsluitingsgrond aan de voorgestelde strafbaarstelling wordt toegevoegd. Het wetsvoorstel was aangekondigd naar aanleiding van inbreng uit het parlement, van journalisten en van hulpverleningsorganisaties. De verdere behandeling van dit wetsvoorstel wordt door de Eerste Kamer aangehouden in afwachting van dit wetsvoorstel.
De strafuitsluitingsgrond geldt voor Nederlanders en Nederlands ingezetenen die uitsluitend in het gebied verblijven om activiteiten te verrichten als hulpverlener werkzaam voor een onpartijdige humanitaire organisatie, of als journalist of publicist in het kader van nieuwsgaring. Daarmee kunnen deze personen verblijven in aangewezen gebieden zonder dat zij daarvoor strafbaar zijn. En hoeven ze vooraf geen toestemming/ontheffing te vragen. Zo kunnen hun onafhankelijkheid en neutraliteit beter gewaarborgd worden. Die kunnen noodzakelijk zijn voor een goede en veilige uitoefening van hun werk.
Meer hoogbeveiligde faciliteiten en strenge regimes voor zware criminelen
De aanpak van georganiseerde criminaliteit leidt tot een toename van arrestaties van een ‘buitencategorie’ van personen verdacht van zware criminaliteit. Nederland krijgt in de toekomst daarom in totaal vier justitiële complexen (Lelystad, Schiphol, Vlissingen en Vught), waarmee een dekkend netwerk ontstaat van hoogbeveiligde voorzieningen waar de zware, vluchtgevaarlijke criminelen van ons land kunnen worden gedetineerd én berecht. Verder wordt regelgeving aangepast op de fronten gevangeniswezen, advocatuur en rechtsgang, zoals strengere detentieregimes, beter toezicht op de advocatuur, en meer digitale zittingen om gevaarlijke vervoersbewegingen te voorkomen.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
Minister Dekker: “Het gaat hier om zware criminelen met veel macht en middelen, die bereid zijn om alles te doen om hun illegale praktijken voort te zetten. Dat is een groot gevaar voor onze veiligheid. Deze buitengewone groep gedetineerden vraagt om een buitengewone aanpak.”
Landelijk netwerk hoogbeveiligde inrichtingen
Om netwerkvorming en crimineel handelen tijdens detentie en tijdens de rechtsgang door zware criminelen te voorkomen en risicovolle vervoersbewegingen te beperken moeten zij op een andere wijze dan reguliere gevangenen worden gedetineerd en berecht. Daarvoor wordt geïnvesteerd in vier justitiële complexen.
- In 2022 worden in het Justitieel Complex Schiphol extra beveiligde cellen gerealiseerd, zodat gedetineerden met een hoog vlucht- of maatschappelijk risico hier tijdens meerdaagse aaneengesloten rechtszittingen kunnen overnachten. Dit scheelt risicovolle vervoersbewegingen van en naar de penitentiaire inrichtingen.
- In Vlissingen komt, zoals eerder aangekondigd, een nieuw Justitieel Complex dat medio 2028 gereed moet zijn, met een tweede EBI, een hoog beveiligde zittingslocatie en een hoog beveiligde werk- en overnachtingslocatie waar rechters, griffiers, officieren van justitie en advocaten in een beveiligde voorziening kunnen werken en overnachten.
- Ter vervanging van de Bunker in Osdorp komt er een hoogbeveiligde zittingslocatie bij PI Lelystad, waar tevens cellen voor tijdelijke overnachting van gedetineerden met een hoog vlucht- of maatschappelijk risico gerealiseerd zouden kunnen worden.
- In PI Vught komt een kwalitatief hoogwaardige videovoorziening en een beveiligde verhoorkamer. Hierdoor zullen de zwaarste criminelen in de toekomst voor hun rechtszaak niet meer in een auto zitten, maar achter een camera in de gevangenis aan hun terechtzitting deelnemen. Vanaf 2023 wordt het mogelijk zittingen van een rechter-commissaris in Vught te houden, wat verder vervoersbewegingen beperkt. Het gaat om bijvoorbeeld getuigenverhoren of zittingen waarbij moet worden besloten of de voorlopige hechtenis van een gedetineerde wordt verlengd.
Op de kleinschalige afdelingen met Intensief Toezicht (AIT) wordt er strenger toezicht gehouden op gedetineerden dan in reguliere regimes. Ze hebben een eigen dagprogramma waardoor ze geen contact hebben met gedetineerden van andere afdelingen. Naast de AIT’s die in 2020 geopend zijn in Leeuwarden en begin 2021 in Krimpen aan den IJssel, opent medio 2022 de derde AIT in Alphen aan den Rijn. Er wordt gemonitord of daarna verdere uitbreiding van deze afdelingen nodig is.
Gevangeniswezen
Om te voorkomen dat de georganiseerde criminaliteit kan doorgaan tijdens detentie en de rechtsgang, moet de huidige wet- en regelgeving aangepast worden. Dat ziet allereerst op aanpassingen bij het gevangeniswezen. We zien dat criminelen in detentie toch een weg vinden om te communiceren met hun criminele netwerk. Dat kan bijvoorbeeld via binnengesmokkelde telefoons of via loopjongens. Daarom komt er meer, strenger en langer toezicht, onder meer door plaatsing in de EBI voor meer gedetineerden mogelijk te maken. Ook zouden EBI- en AIT-gedetineerden beperkt moeten worden in bijvoorbeeld het oprichten van een bedrijf of verrichten van grote financiële transacties. Gevangenismedewerkers worden intensiever getraind op weerbaarheid en er gaat een 4-ogen principe gelden voor ambtelijk bezoek aan gedetineerden in de EBI, waardoor het moeilijker wordt om druk uit te oefenen op één medewerker. Verder wordt informatiedeling tussen de verschillende organisaties in de strafrechtketen verbeterd, om zo sneller en beter zicht te krijgen op de zwakke plekken en rotte appels.
Advocatuur
De aanhouding van een advocaat in de EBI is een signaal dat ook advocaten betrokken kunnen raken bij ondermijnende activiteiten. Om het lastiger voor gedetineerden te maken om druk uit te oefenen en een advocaat zo te bewegen mee te werken met voortgezet crimineel handelen vanuit detentie, wordt ook hier gekeken naar het enkel toestaan van advocatenbezoek aan gedetineerden in de EBI in duo’s. Verder wordt het toezicht op de advocatuur versterkt. Het toezicht gaat van de lokale deken naar een centraal orgaan. Daarnaast valt te denken aan een dagelijks bestuur binnen de aangekondigde landelijke toezichthouder die de bevoegdheid krijgt om onderzoeken te starten en bestuursrechtelijk en tuchtrechtelijk te handhandhaven.
Gelet op de wettelijke kernwaarde onafhankelijkheid is het moeilijk verdedigbaar dat advocaten cliënten bijstaan met wie zij een nauwe persoonlijke band of een familieband hebben. De minister roept de NOvA dan ook op om binnen de beroepsgroep het gesprek hierover aan te gaan en indien nodig eerder in te grijpen. Verder wordt met de NOvA besproken of de grens voor contante betalingen verlaagd of liever helemaal afgeschaft kan worden.
Rechtsgang
De mate van vervoer van gedetineerden met ernstige risico’s voor de openbare orde en veiligheid is niet langer acceptabel en moet fors verminderd worden. Daarom wordt geïnvesteerd in extra digitale voorzieningen zoals videoconferentie, zodat de rechter kan bepalen dat niet alle verdachten fysiek in de zittingszaal aanwezig zijn, maar ze wel op een goede manier worden gehoord. Dit voorkomt ook dat verdachten rond een zitting toch met elkaar kunnen communiceren. Het Besluit videoconferentie wordt aangepast zodat de rechter zonder instemming van verdachte of raadsman kan beslissen tot een digitale zitting als er sprake is van ernstige beveiligingsrisico’s tijdens het vervoer van de verdachte naar en van de zitting.
Intensivering van maatregelen tegen voetbalgeweld
Voetbalgeweld en overlast in en rond stadions worden harder aangepakt. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid heeft met de KNVB, directeuren van de clubs, burgemeesters met betaald voetbalclubs in hun gemeente, de politie en het Openbaar Ministerie (OM) hierover afspraken gemaakt. De afgelopen periode waarin ondanks corona tijdelijk weer publiek bij het voetbal mogelijk was, zagen we een onacceptabele explosie van rellen en geweld. Het heeft niets met de sport te maken.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
“De norm is sportief voetbal. In stadions horen alleen de echte supporters en is geen ruimte voor misdragingen. Daarom is een gerichte aanpak met lik-op-stuk nodig van drie verschillende groepen die de boel verzieken: de raddraaiers met spreekkoren en bier gooien, een opkomende groep relschoppers met meer gewelddadige jongeren en de categorie die zich schuldig maakt aan zwaar crimineel gedrag, extreem geweld en bijvoorbeeld bedreiging van Feyenoord-bestuurder Mark Koevermans.’’ aldus minister Grapperhaus.
Strafrechtelijke aanpak
Minister Grapperhaus heeft samen met politie en het OM aangegeven dat vanuit justitie de strafrechtelijke aanpak wordt opgevoerd als het gaat om de zwaarste categorie in het voetbalgeweld. Dit is een groep ver buiten het stadion en wordt via het strafrecht aangepakt. Ook wordt samengewerkt om betaald voetbalclubs weerbaarder te maken tegen agressie, intimidatie en bedreigingen naar het voorbeeld PersVeilig en Weerbaar Bestuur, waarin journalisten en lokale bestuurders al extra ondersteuning krijgen.
Inzet van alle betrokken partijen noodzakelijk
Om alle soorten gedragingen goed aan te pakken is inzet van alle betrokken partijen nodig: vanuit de clubs zelf, bestuurlijk en strafrechtelijk. Dit spreken de betrokken partners af in convenant. Bij de afspraken staat centraal dat dit in goede afstemming gebeurt in de zogeheten vierhoek van burgemeester, OM, politie en betaald voetbalclub .
Persoonsgerichte aanpak
Persoonsgerichte aanpak wordt geïntensiveerd met daarnaast een groepsgerichte benadering. De recente gebeurtenissen laten zien dat steviger moet worden doorgepakt. Naar aanleiding van een reeks incidenten presenteerde de KNVB in oktober al een dwingender kader met (deels bestaande) afspraken. Deze gaan onder meer over het stilleggen van wedstrijden bij kwetsende spreekkoren en het op het veld gooien van voorwerpen. Bij zulke gedragingen worden personen bij de KNVB aangemeld voor een landelijk stadionverbod. Voor alle uitsupporters is een uitkaartverplichting ingesteld.
Lik-op-stuk
Geweld en agressie worden niet getolereerd. Dat betekent een duidelijke lik-op-stuk aanpak. Clubs gaan stadionverboden strakker handhaven. Sinds de start van dit voetbalseizoen zijn ook al meer straffen uitgedeeld dan in afgelopen seizoenen. De clubs, gemeenten en politie zullen ook zoveel mogelijk de schade in het stadion, aan straatmeubilair en bijvoorbeeld politiebusjes verhalen op de geweldplegers en vernielers.
Cameratoezicht
Voor een persoonsgerichte en lik-op-stuk aanpak, is het ook van cruciaal belang om daders te identificeren. Kwalitatief goede camera’s in en rond het stadion leveren een belangrijke bijdrage aan identificatie en vervolging. Omdat gebleken is dat de beelden soms kwalitatief onvoldoende zijn, zijn in sommige gemeenten/stadions kwalitatief betere camera’s nodig.
Persoonsgerichte aanpak
De gemeenten, KNVB, clubs en de politie werken de komende periode ook een handelingskader uit om naast stadionverboden meer te werken met een meldplicht en een Top X-aanpak voor notoire ordeverstoorders en gewelddadige personen. Het ministerie van Justitie en Veiligheid werkt op dit moment aan een app voor smartphones, waarmee een meldplichtige kan aantonen dat hij op bepaalde tijdstippen – zoals rond een voetbalwedstrijd – niet in een bepaald gebied is. De verwachting is dat begin 2022 voor het eerst met deze app op de smartphone in een pilot gewerkt kan worden.
Wedstrijdvoorbereiding
De KNVB eist van betaald voetbalclubs een veiligheidsverklaring om aan de competitie deel te nemen. Aanvullend gaat de KNVB minimumeisen introduceren in haar licentiesysteem met betrekking tot de veiligheidscoördinatoren en Supporters Liaison Officers (SLO’s). Ook moet de club voor elke voetbalwedstrijd met publiek in de vierhoek groen licht krijgen of en op welke wijze er gespeeld kan worden, met of zonder (uit)publiek bijvoorbeeld. Deze wedstrijdvoorbereiding moet weer flink worden aangescherpt door de vierhoeken. Burgemeesters gaan hiervoor gezamenlijk een stappenplan opstellen voor wanneer vergunningsvoorwaarden niet worden nageleefd.
Monitoren en evalueren
Rond iedere wedstrijd wordt gemonitord hoe deze is verlopen. Telkens zal worden vastgesteld in hoeverre alle veiligheidspunten goed zijn nageleefd en ook is opgetreden, zoals afgesproken. Hierbij gaat het niet alleen om geweld en rellen, maar ook om onacceptabel gedrag als discriminatie en ongewenste spreekkoren. Als een club zich niet aan de afspraken houdt, zal dit gevolgen moeten hebben voor de volgende wedstrijd. Of deze door kan gaan, of de politie nog capaciteit kan vrijmaken en of er (uit)publiek bij aanwezig kan zijn.
Verdiepend onderzoek
De Regiegroep Voetbal en Veiligheid zal de intensivering van de maatregelen dit voetbalseizoen evalueren. Daarnaast wordt door het Auditteam Voetbal en Veiligheid nog een verdiepend fenomeenonderzoek gedaan naar de achtergrond van de toename van incidenten de afgelopen periode. De verwachting is dat dit onderzoek in het voorjaar van 2022 is afgerond.
Grapperhaus kondigt urgente maatregelen en verdiepend onderzoek naar Werken Onder Dekmantel bij de politie aan
Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) heet de openbare conclusies van het rapport van de commissie Brouwer naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze commissie heeft de afgelopen maanden onderzoek gedaan naar de werkwijze van het team Werken Onder Dekmantel (WOD) van de Landelijke Eenheid van de politie.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
In het bijzonder deed de commissie onderzoek naar de suïcide van een van de medewerkers van dit team. Het rapport is voor de minister aanleiding om direct maatregelen te treffen om de bescherming en veiligheid van medewerkers in dit team beter te waarborgen. De korpschef heeft aangegeven dit ook te gaan doen en de conclusies en aanbevelingen van het rapport te omarmen. Daarnaast kondigt de minister een verdiepend vervolgonderzoek aan om de toekomstige werkwijze van Werken Onder Dekmantel te voorzien van een passend stelsel van waarborgen. De commissie die hiermee aan de slag gaat zal ook de uitvoering in de praktijk gaan waarborgen.
Gebrek aan professionaliteit, sturing en toezicht
Het rapport laat een schrijnend gebrek aan professionaliteit, rapportage, sturing en toezicht zien. Daarnaast constateert de commissie dat er een relatie is tussen het overlijden van de infiltrant en zijn werk. De commissie noemt dit een harde, maar onvermijdelijke conclusie.
Grapperhaus: “Allereerst wil ik mijn oprechte medeleven betuigen aan de nabestaanden en collega’s van deze medewerker. Ik wens hen sterkte bij de verwerking van dit verschrikkelijke verlies. De bevindingen en conclusies van het onderzoek van de commissie zijn ontluisterend. Voor de nabestaanden moet dit ook weer een enorme schok zijn.”
De commissie Brouwer stelt vast dat de professionaliteit van de organisatie als geheel ernstig te wensen overlaat. Er is te weinig aandacht voor de risico’s van heimelijk werken en voor het mentale welzijn van de medewerkers. Daarnaast concludeert de commissie dat het huidige systeem binnen en buiten het team WOD onvoldoende waarborgen bevat voor het welzijn van infiltranten. De commissie stelt dat het team WOD veel successen bereikt, maar dat deze afhankelijk zijn van de persoonlijke kwaliteiten van individuele medewerkers en niet voortkomen uit de professionaliteit van de gehele organisatie. De politiemensen die met grote toewijding dit moeilijke en belangrijke werk doen, verdienen beter.
“Het rapport maakt duidelijk dat meerdere waarschuwingen en signalen dat het mentaal niet goed ging met de WOD-medewerker beperkt zijn opgepakt waardoor niet of onvoldoende is ingegrepen. De korpschef en ik vinden dat niet acceptabel en dit mag nooit meer gebeuren. We nemen dan ook direct maatregelen om de veiligheid en het welzijn van de medewerkers die dit moeilijke werk doen snel beter te beschermen”, aldus de bewindsman. Voor deze maatregelen is 3 miljoen euro vrijgemaakt.
Maatregelen
Er moet direct meer aandacht komen voor het geestelijk welzijn bij de medewerkers van het team WOD. De personeelszorg wordt dan ook verstevigd met bijvoorbeeld psychologen en andere deskundigen die gevraagd en ongevraagd advies geven over het mentale welzijn van medewerkers. Ook worden teams kleiner gemaakt. In afwachting van een vastgestelde nieuwe werkwijze worden richtinggevende beslissingen in lopende trajecten vanaf nu altijd getoetst door strategisch leidinggevenden. Ook de landelijke WOD-officieren van Justitie worden hierbij betrokken.
Alle lopende heimelijke trajecten worden opnieuw doorgelicht op de organisatorische, juridische en ethische condities. Op die manier moet bepaald worden of deze trajecten op een verantwoorde manier doorgang kunnen vinden.
Om bijvoorbeeld de aansturing en begeleiding van infiltranten beter vast te leggen worden er protocollen opgesteld voor de werkwijze van het team WOD. Zo komen professionele standaarden en verantwoordelijkheden duidelijk vast te liggen. Hiervoor wordt ook gebruikt gemaakt van externe expertise. Medewerkers moeten altijd ergens terecht kunnen met hun zorgen, klachten en (vermoedens van) misstanden. Daar wordt invulling aan gegeven waarbij de noodzakelijke geheimhouding en afscherming van het heimelijk werken in acht worden genomen.
Vervolgonderzoek
De commissie Brouwer toont aan dat het huidige systeem binnen en buiten de WOD niet voldoende waarborgen bevat. Verdiepend onderzoek is noodzakelijk om nadere versterking van juridische, organisatorische en ethische waarborgen goed in te richten. Daarom is er nu het voornemen om een stevig vervolg op dit onderzoek te doen met een nieuwe onderzoekscommissie. Deze commissie zal zich aantal dingen richten: onderzoek naar welke waarborgen nodig zijn voor het Werken Onder Dekmantel, advies geven over de toekomstige inrichting van de werkwijze rondom Werken Onder Dekmantel en de waarborgen die daarbij passen. Denk daarbij aan de meerwaarde van bredere en doorlopende toetsing door de Centrale Toetsingscommissie. Daarnaast houdt de commissie in de gaten of de aanbevelingen van de commissie Brouwer met voldoende slagkracht worden opgepakt.
Grapperhaus: “Ik heb Winnie Sorgdrager gevraagd om deze belangrijke commissie te gaan leiden. Met haar heb ik afgesproken dat ze op zeer korte termijn van start gaat. Ik heb veel vertrouwen in haar als beoogd voorzitter en in dit vervolgonderzoek. Dit onderzoek is nodig omdat Werken Onder Dekmantel ontzettend belangrijk is in de strijd tegen de georganiseerde misdaad en de aanpak van ondermijning. Vanwege dat belang gaat deze vervolgcommissie onderzoeken hoe we het Werken Onder Dekmantel goed moeten organiseren met alle waarborgen die daarbij horen”.
Nieuwe instrumenten voor afpakken crimineel vermogen
In de strijd tegen ondermijnende criminaliteit komen meer mogelijkheden voor het afpakken van crimineel vermogen. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid heeft het conceptwetsvoorstel strafrechtelijke aanpak ondermijning II in consultatie laten gaan, dat nieuwe instrumenten geeft om het criminele bedrijfsproces te verstoren. Zo wordt het mogelijk om crimineel geld en zaken afkomstig van criminaliteit af te pakken zonder een voorafgaande strafrechtelijke veroordeling. Ook wordt een zogenoemde spoedbevriezing van een financiële transactie geïntroduceerd om te voorkomen dat crimineel geld wordt weggesluisd.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
“De drijfveer voor criminelen is geld verdienen, maar hun drugsgeld is allesbehalve een rustig bezit. We zijn niet alleen uit op hun vermogen, hun luxe villa’s, dure horloges, auto’s en jachten. We raken ze ook direct in hun criminele bedrijfsvoering. Criminelen raken steeds meer mogelijkheden kwijt om te investeren in verdere illegale praktijken. Op die manier voorkomen we dat zwart geld in de samenleving blijft circuleren en wordt ingezet in de legale economie of wordt geherinvesteerd in criminele activiteiten’’, aldus minister Grapperhaus.
Non conviction based confiscation
Met het wetsvoorstel wordt de zogenoemde ‘non conviction based confiscation’ (NCBC)-procedure geïntroduceerd om crimineel vermogen en illegaal verkregen goederen te confisqueren zonder dat daaraan een veroordeling van een persoon voor een strafbaar feit vooraf is gegaan. Het maakt niet uit op wiens naam het object staat, of dat de eigenaar onbekend is. In deze civiele procedure is voor confiscatie door de overheid alleen van belang dat het Openbaar Ministerie (OM) bij de rechter voldoende aannemelijk kan maken dat het object afkomstig is van criminaliteit. Als de politie een pand binnenvalt en een groot bedrag aan contanten vindt, is geen langdurig strafproces nodig om dat geld aan de staat te laten vervallen als degenen bij wie het wordt aangetroffen geen deugdelijke verklaring kunnen geven voor zo veel contanten in huis.
De NCBC-procedure zorgt op deze manier voor een snellere interventie om objecten met een criminele herkomst uit de markt te halen. Om crimineel vermogen af te pakken zijn de betrokken opsporingsorganisaties en het OM nu veel tijd kwijt in het strafproces tegen een verdachte, vooral als gebruik wordt gemaakt van verhullende eigendomsconstructies en ook als via rechtshulp met andere landen moet worden samengewerkt . De kracht van de nieuwe methode schuilt in het omdraaien van de huidige werkwijze: niet de persoon, maar het object staat centraal in het afpakken.
Vanwege de inbreuk op het eigendomsrecht is de civielrechtelijke confiscatie alleen mogelijk na een onherroepelijke rechterlijke beslissing. Daarvoor moet de overheid voldoende aannemelijk maken dat het voorwerp in verband staat met criminaliteit. Het is niet vereist dat een specifiek misdrijf wordt aangetoond. Als er personen zijn die aanspraak maken op het voorwerp, wordt verwacht dat ze kunnen verklaren dat de herkomst uit legale bron afkomstig is. Ook worden de nodige rechtswaarborgen opgenomen, waaronder bijvoorbeeld het recht op bijstand van een advocaat en de mogelijkheid tot het instellen van beroep tegen de rechterlijke beslissing. Hierbij wordt ook betrokken de mogelijkheid van vergoeding van schade als een persoon onevenredig is getroffen door de beslissing over de confiscatie.
Spoedbevriezing
Het betalingsverkeer verloopt steeds sneller, vindt in toenemende mate digitaal plaats en is niet gebonden aan grenzen. Criminelen proberen hier handig gebruik van te maken bij het wegsluizen van hun criminele winsten, vaak naar het buitenland. Door het wetsvoorstel worden de mogelijkheden verruimd om een financiële transactie op verzoek van de Financial Intelligence Unit tijdelijk aan te houden bij vragen over de achtergrond van een transactie en een mogelijk verband met witwassen. Door dit nieuwe instrument van ‘spoedbevriezing’ kan worden voorkomen dat het geld verdwenen is tegen de tijd dat de transactie in beeld komt in een strafrechtelijk onderzoek.
Verdere versterking onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit van de Rechtspraak
Om de onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit van de Nederlandse rechtspraak verder te versterken, doet minister Dekker (Rechtsbescherming) samen met minister Ollongren (BZK) een aantal voorstellen om o.a. wettelijk te verbieden dat rechters een functie bekleden in de landelijke politiek en om financiële belangenverstrengeling bij rechters te voorkomen. De wijzigingen zijn mede naar aanleiding van aanbevelingen van de Group op States Again Corruption (GRECO) van de Raad van Europa.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
Geen twijfel over onafhankelijkheid rechters
Minister Dekker: “In een rechtsstaat mag geen enkele twijfel bestaan over de onafhankelijkheid van rechters. Deze wettelijke maatregelen dragen daarom bij aan het vertrouwen in onze rechtspraak.”
Scheiding tussen de macht van de politiek en de onafhankelijke rechtspraak
Minister Ollongren: “Ik juich deze aanpassingen van harte toe. Zo zie je dat aanbevelingen van GRECO effect hebben. Hiermee vervolmaken we de scheiding van de macht tussen politiek en de onafhankelijke rechtspraak.“
Wijzigingen
De Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten krijgen met dit voorstel de onderstaande drie aanpassingen:
- Rechters mogen niet langer lid van de Eerste Kamer, de Tweede Kamer of het Europees Parlement zijn. De Raad van Europa heeft Nederland onder andere aanbevolen te voorzien in een wettelijk verbod van de functie combinatie rechter – lidmaatschap Staten-Generaal. Het ontbreken van zo’n verbod roept volgens de Raad vragen op in het licht van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechtspraak. Het wetsvoorstel voorziet in een dergelijk verbod. Op dit moment zijn er overigens geen rechters lid van de Eerste of Tweede Kamer.
- Een (beperkt) verbod voor rechters om bepaalde financiële belangen te hebben, alsmede een meldplicht en plicht tot registratie van financiële belangen. Om de onafhankelijkheid, onpartijdigheid en de integriteit van de rechterlijke organisatie te waarborgen, moet worden gewaarborgd dat rechters informatie waarover zij als rechter beschikken niet oneigenlijk gebruiken bij het bezitten, verwerven of afstoten van financiële belangen. Ook moet worden voorkomen dat zij hun financiële belangen een rol kunnen laten spelen bij hun werk als rechter.
- De wettelijke opdracht om integriteitsbeleid te hebben voor rechters, rekening houdend met de onafhankelijkheidswaarborgen voor de rechter.
Het wetsvoorstel is in consultatie voor de duur van 8 weken.Via Interncetconsultatie kan iedereen suggesties doen voor verbetering van wet- en regelgeving die in voorbereiding is. Dit vergroot de betrokkenheid van burgers, bedrijven en instellingen bij de totstandkoming van wet- en regelgeving.



