Versterkte aanpak van doorverkoop gestolen spullen

Inbraken, overvallen en straatroven hebben een flinke impact op slachtoffers. Ook andere vermogensdelicten zorgen voor veel schade bij getroffenen. Door het kopen, bezitten of verkopen van die gestolen goederen moeilijker te maken (ook wel heling genoemd), wordt het minder aantrekkelijk voor criminelen om deze misdrijven te plegen. Daarom wordt het Digitaal opkopersregister (DOR) verplicht voor alle opkopers en handelaren. De ministerraad heeft op voorstel van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid ingestemd met een wetsvoorstel dat deze landelijke verplichting regelt.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Criminelen opsporen

Opkopers en handelaren in tweedehands spullen moeten straks de gebruikte en ongeregelde goederen en de personen die deze goederen aanbieden, verplicht invullen in het DOR. Nu verschilt de vorm van het verplichte inkoopregister per gemeente, en gaat het soms nog per papieren register. Door goede, digitale registers wordt het makkelijker voor de politie om criminelen op te sporen en gestolen goederen terug te geven aan de slachtoffers.

Gestolen goederen terugvinden

Zodra een gestolen product wordt opgekocht en ingeschreven in het DOR, ontstaat een match met Stop Heling (database met aangiftes van gestolen goederen) en ontvangt de politie hiervan automatisch een melding. Die match kan natuurlijk niet automatisch tot stand komen met papieren registers. Via de website en app van Stop Heling kan iedereen tevens vooraf controleren of bijvoorbeeld via internet aangeboden tweedehands spullen als gestolen geregistreerd staan.

Landelijke verplichting

Ook komt er een landelijke verplichting om gebruik te maken van het Digitaal opkopersloket (DOL). Opkopers en handelaren moeten zich melden bij de gemeente waar zij hun bedrijf of beroep uitoefenen. In veertig procent van de gemeenten moet dat nu op voorschrift van de gemeente bij dit digitale loket, in andere gemeenten moet dat bij een fysiek loket. Het DOL gaat straks voor elke gemeente gelden. Door de lokale verschillen te verkleinen, wordt voorkomen dat helers en stelers die gestolen goederen willen aanbieden, uitwijken naar gemeenten waar het DOR en het DOL niet verplicht zijn gesteld.

Wetsvoorstel

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kame\


Gemeenten en maatschappelijke organisaties bereiken meer kinderen in armoede

Gemeenten hebben de afgelopen jaren meer kinderen bereikt met hun beleid om kinderarmoede terug te dringen. Dit blijkt uit onderzoek dat minister Koolmees naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Gemeenten zouden nog meer kunnen doen om kinderen te ondersteunen die opgroeien in arme gezinnen met werkende ouders.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Eén op de dertien kinderen in Nederland groeit op in armoede (CBS, 2020). Opgroeien in een gezin met geldzorgen belemmert de ontwikkeling van kinderen en zorgt ervoor dat zij hun talenten veelal niet optimaal kunnen benutten. Het kabinet heeft hier aandacht voor. Het stelt sinds 2017 structureel extra geld ter beschikking aan gemeenten en maatschappelijke organisaties voor de aanpak van kinderarmoede. Ook heeft het bij aanvang van de afgelopen kabinetsperiode met de VNG de ambitie uitgesproken om ieder kind dat opgroeit in een gezin met een laag inkomen te bereiken met het gemeentelijk armoedebeleid. In 2019 heeft het kabinet aanvullende ambities geformuleerd. Zo wil het breder inzicht krijgen in de structurele oorzaken van kinderarmoede en het aantal huishoudens met een laag inkomen laten dalen de komende jaren.

Betere ondersteuning

Uit onderzoek van I&O Research blijkt dat gemeenten meer prioriteit geven aan hun kinderarmoedebeleid. Het aantal kinderen in armoede dat zij bereiken is bovendien sterk gestegen, van 43% in 2017 naar 81% in 2020. De 4 landelijke armoedepartijen, Leergeld Nederland, Nationaal Fonds Kinderhulp, Stichting Jarige Job en Jeugdfonds Sport & Cultuur hebben bijgedragen aan het vergroten van het bereik en hebben gezorgd voor betere ondersteuning. Deze organisaties zijn verenigd in Sam& en werken nauw samen met gemeenten. Verbeterpunten liggen onder andere bij het bereiken van kinderen waarvan de ouders werken. Daarnaast vinden gemeenten het lastig om kinderen actief te betrekken bij het maken van nieuw beleid op het gebied van kinderarmoede.

Gevolgen armoede

Een onderzoek van De Beleidsonderzoekers naar de gevolgen voor kinderen van armoede, laat zien dat leven met structurele geldzorgen een negatieve impact heeft op veel verschillende terreinen, zoals school, veiligheid en de woonomgeving. Bij de ondersteuning van kinderen en gezinnen is meer samenhang nodig tussen deze terreinen. Hier ligt volgens de onderzoekers een taak voor de Rijksoverheid. Ook adviseren zij om meer te investeren in het opleiden van professionals en ervaringsdeskundigen. Minister Koolmees kondigt in zijn brief extra ondersteuning aan voor het opleiden en inzetten van deze ervaringswerkers. Ook heeft hij het voornemen om de Alliantie Kinderarmoede financieel te ondersteunen en de subsidie aan de partijen verenigd in Sam& te verlengen tot eind 2022.


Eerste helft 2021: 50.000 kilo cocaïne met bestemming Nederland onderschept

De Douane en internationale opsporingsinstanties hebben in de eerste helft van 2021 ruim 50.000 kilo drugs bestemd voor Nederlandse havens onderschept en in beslag genomen. Nederlandse douaniers namen hiervan in de zeehavens en op de luchthavens ruim 22.400 kilo cocaïne in beslag. Ruim 28.000 kilo cocaïne bestemd voor Nederland werd door buitenlandse douanediensten in beslag genomen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Dit is een lichte afname ten opzichte van het eerste half jaar van 2020, toen is 25.750 kilo onderschept. Hoewel het aantal onderschepte kilo’s afnam, nam het aantal vangsten in zeehavens licht toe; 82 vangsten in de eerste helft van 2021 ten opzichte van 77 vangsten in de eerste helft van 2020.

Het aandeel van op luchthavens – Schiphol en Maastricht – in beslag genomen kilo’s drugs, aangetroffen in luchtvracht, nam in het eerste half jaar toe: ruim 800 kg cocaïne, ten opzichte van 250 kg cocaïne in heel 2020. Deze stijging werd mede veroorzaakt door twee grotere vangsten van respectievelijk 300 kg cocaïne en 258 kg cocaïne, beide vanuit Ecuador.

Douane maakt van controle postzendingen naar buitenland nieuw speerpunt

De Douane is vorig jaar zomer een project gestart, in samenwerking met het Openbaar Ministerie, om intensiever postzendingen naar het buitenland te controleren. Dit heeft geresulteerd in de inbeslagname van ruim 8.000 brieven en pakketten met vooral synthetische drugs. Ruim 2.700 keer ging het om XTC/MDMA. Ook werd ruim 1.300 keer softdrugs aangetroffen. Voor het overige deel gaat het om vele diverse andere verboden stoffen, zoals ketamine, cocaïne, heroïne en LSD. Over heel 2020 werden in 3000 brieven en pakketten drugs aangetroffen. De intensieve controles worden het gehele jaar voortgezet.

Met PostNL en politie voert Douane gesprekken om innovatieve ontwikkelingen toe te passen in de postsorteercentra en op andere plaatsen, zoals de doorontwikkeling van algoritmes in het scanproces, om poststromen nog effectiever te controleren. Dit najaar test de douane hoe algoritmen op haar eigen scan kunnen worden toegepast.

Grotere pakkans door internationale samenwerking

De Douane zet zich in om samen met nationale en internationale partners de samenwerking ten aanzien drugsbestrijding te versterken. Samen met lokale Douaneorganisaties in met name Zuid-Amerika wordt smokkelwaar zo dicht mogelijk bij de productie- en distributiebasis gezien en tegen gehouden. Het internationale Douane-netwerk, inclusief de Douane-attacheés die werkzaam zijn op Nederlandse ambassades in het buitenland, speelt daarbij een belangrijke rol. De Douane is continu bezig dit netwerk te onderhouden en waar nodig uit te breiden, zowel via extra Douane-mensen in het buitenland maar ook via nieuwe verdragen die de uitwisseling van Douane-informatie vergemakkelijkt.

“Criminelen veranderen hun manier van werken voortdurend, en ook Douane verbetert de controles voortdurend”, zegt Nanette van Schelven, directeur-generaal Douane ,,Wij zetten in op een grotere pakkans door meer internationale samenwerking.”


Strafrechtelijke aanpak intimidatie door delen persoonsgegevens

Het delen van privégegevens om iemand te intimideren moet strafrechtelijk kunnen worden aangepakt. Doxing, waaronder het verspreiden van identificerende persoonsgegevens om iemand angst aan te jagen, heeft mede door de opkomst van internet en social media een vlucht genomen. Daarom heeft minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid een wetsvoorstel in consultatie gebracht om deze vorm van intimidatie strafrechtelijk aan te kunnen pakken.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Vrees aanjagen en ernstige overlast veroorzaken

Het rond- en doorsturen van persoonsgegevens met als doel vrees aan te jagen, ernstige overlast te veroorzaken of iemand te hinderen in de uitoefening van zijn beroep, raakt in toenemende mate hulpverleners, opiniemakers, wetenschappers, journalisten en politici. Het gaat niet alleen om bekende mensen, maar ook om burgers, politieagenten en medewerkers van gemeenten die in hun dagelijks werk veel direct contact hebben met publiek. De Tweede Kamer en de politie hebben hierover ook hun zorgen geuit en aangedrongen op een strafrechtelijke aanpak van doxing.

Over de grens van het toelaatbare

“Het grote gemak waarmee sommigen denken te kunnen intimideren door privégegevens over anderen te verspreiden is meer dan schofterig. Het gaat over de grens van het toelaatbare als mensen in hun leven worden belemmerd, onze agenten worden gehinderd in hun werk en wetenschappers niet meer vrij uit kunnen spreken. Hele gezinnen voelen zich vaak niet meer veilig thuis, mensen durven niet meer onbevangen naar buiten te treden en zichzelf te zijn. Ook collega’s worden erdoor geraakt. Dit gaat echt een grens over en dat moeten we duidelijker in de wet vastleggen.’’ aldus minister Grapperhaus.

Intimiderende gedragingen

Veel intimiderende gedragingen, zoals bedreigingen en stalking, zijn al strafbaar. Maar doxing is in de praktijk vaak niet strafrechtelijk aan te pakken. Bijvoorbeeld omdat er geen sprake is van een bedreiging met een ernstig misdrijf of van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene. Met het wetsvoorstel dat minister Grapperhaus in consultatie brengt, wordt de lat voor strafrechtelijke aansprakelijkheid lager gelegd.

Verschaffen of verspreiden van persoonsgegevens

Er komt een maximale gevangenisstraf te staan van één jaar op het verschaffen, verspreiden of anderszins ter beschikking stellen van identificerende persoonsgegevens van een ander of een derde met het oogmerk om die ander vrees aan te (laten) jagen, ernstige overlast aan te (laten) doen of ernstig te (laten) hinderen in de uitoefening van zijn ambt of beroep. Journalisten en klokkenluiders, die nieuwsfeiten en misstanden openbaar maken, zijn niet strafbaar als de bekendmaking van gegevens noodzakelijk is in het algemeen belang. De bedoeling is immers dan niet om anderen te intimideren. 

Strafrechtelijke norm

De verwachting is dat het wetsvoorstel van minister Grapperhaus niet alleen de politie en het Openbaar Ministerie een steviger basis zal geven om op te treden tegen doxing. Het zorgt er ook voor dat mensen eenvoudiger zelf een beroep kunnen doen op internetproviders of online-platformen om onrechtmatige content verwijderd te krijgen. Tevens kan de nieuwe strafrechtelijke norm slachtoffers behulpzaam zijn in civiele procedures waarin schadevergoeding of het offline halen van de onrechtmatige content wordt geëist.


Wetsvoorstel wettelijke grondslag voor verwerking persoonsgegevens NCTV naar Raad van State

In het kader van de bestrijding van terrorisme en de bescherming van de nationale veiligheid kan het noodzakelijk zijn om (bijzondere) persoonsgegevens te verwerken door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Zoals minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid eerder heeft geconstateerd moet voor twee taken de grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens verstevigd worden door een wet. De ministerraad heeft op voorstel van minister Grapperhaus ingestemd met een wetsvoorstel dat deze wettelijke basis regelt. 

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Het gaat hierbij niet om nieuwe activiteiten, deze taken van de minister van Justitie en Veiligheid worden al geruime tijd verricht door de NCTV. Denk daarbij aan het coördineren van (de uitvoering van) het beleid en de daarbij te nemen maatregelen op het terrein van terrorismebestrijding en nationale veiligheid. Daarnaast gaat het ook om de taak om de zogeheten analyses van trends en fenomenen op dit terrein te maken, zoals bijvoorbeeld het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland. 

Beide taken vinden plaats in het kader van het verhogen van de weerbaarheid van de vitale belangen van de samenleving en het voorkomen van maatschappelijke ontwrichting. Om deze taken goed uit te kunnen voeren kan het noodzakelijk zijn om (bijzondere) persoonsgegevens te verwerken zoals, naam en woonplaats, maar ook bijvoorbeeld levensbeschouwelijke overtuigingen of lidmaatschap van een vereniging.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.


Advies locatie Lelystad als alternatief voor rechtbank-locatie “de Bunker”

Een adviescommissie ingesteld door de Raad van de rechtspraak heeft het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) geadviseerd de bouw van een hoog beveiligde zittingslocatie (HBZ) ten noorden van de grote rivieren op een locatie in Lelystad nader te onderzoeken als alternatief voor de Bunker in Osdorp die op termijn gesloten wordt.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.

Veilige zittingslocatie

Voor alle betrokkenen bij een proces, of het nu gaat om rechters, officieren van justitie, advocaten, slachtoffers, nabestaanden, journalisten, ondersteunend personeel en andere betrokkenen, is een veilige zittingslocatie onontbeerlijk om ieders rol tijdens een rechtszaak goed te kunnen vervullen.

Advies

De commissie adviseert unaniem het Rijksvastgoedbedrijf opdracht te geven de bouw van een nieuwe hoog beveiligde zittingslocatie ten noorden van de grote rivieren op een locatie in Lelystad projectmatig nader te onderzoeken.

Mogelijkheden

De mogelijkheden voor het beheersbaar maken van de veiligheidsrisico’s in combinatie met de mogelijkheden in de penitentiaire inrichting Lelystad cellen voor tijdelijke overnachting van gedetineerden, geven de doorslag. Ook speelt mee dat de betreffende grond voor de bouw van een HBZ al in eigendom is van het Rijksvastgoedbedrijf.

Opdracht

De gevoerde gesprekken zijn voor de commissie aanleiding geweest — aanvullend aan de opdracht — ook te adviseren het staande proces van toewijzing, coördinatie en planning van risicovolle zittingen in een HBZ te verbeteren.

Risicovolle strafzittingen

De commissie bestaat uit leden met brede ervaring binnen de strafrechtketen, waaronder de strafrechtadvocatuur. De commissie heeft gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van partijen en organisaties die bij risicovolle strafzittingen betrokken zijn, zoals de rechtspraak, het openbaar ministerie, de advocatuur, vertegenwoordigers van slachtoffers en nabestaanden en de journalistiek.


Meer kans op eenzaamheid deze zomer: een klein gebaar kan het verschil maken

De helft van de alleenstaande 65-plussers gaat deze zomer waarschijnlijk niet op vakantie. 4 op de 10 vinden de coronasituatie daarvoor nog te onzeker, blijkt uit een flitspeiling. Daarnaast verwacht een kwart van alle ondervraagde alleenstaande 65-plussers dat ze deze zomer minder bezoek krijgen dan andere zomers. Eenzaamheid ligt hierdoor op de loer, omdat naast sociale contacten ook veel dagactiviteiten in de zomer weg komen te vallen. Vandaag start het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) een zomercampagne met de boodschap ‘Een klein gebaar kan het verschil maken’. Het is een oproep om in de vakantieperiode die morgen start, extra aandacht te geven aan ouderen die zich eenzaam voelen. 

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Minister Hugo de Jonge (VWS):“Eenzaamheid is niet opeens verdwenen in de zomervakantie, in tegendeel. Daarom is het belangrijk dat we extra aandacht aan elkaar geven. Een telefoontje of een appje kan al het verschil maken. Maak eens een praatje met iemand waarvan je vermoedt dat die zich alleen voelt in de zomer of nodig iemand uit voor een kop thee. Het zijn dit soort kleine gebaren die een wereld van verschil kunnen maken.”

Meer kans op eenzaamheid deze zomer

Afgelopen jaar konden mensen door corona beperkt bij elkaar op bezoek. Nu kan dat weer, maar toch verwachten alleenwonende 65-plussers deze zomer minder bezoek dan andere zomers. Ze geven aan dat zij het bezoek van familie en vrienden het meeste zullen missen deze zomer. Gevoelens van eenzaamheid kunnen hierdoor juist nu de kop opsteken.

“In de zomer verloopt het leven anders dan normaal. Mensen gaan op vakantie en veel dagactiviteiten liggen stil. Hierdoor kan het aantal sociale contacten afnemen”  zegt Eric Schoenmakers, onderzoeker bij Fontys Hogescholen en gespecialiseerd in het onderwerp eenzaamheid.

“Bovendien verandert ons leefritme in de zomer. Veel ouderen hebben een vaste structuur in de week, die hen afleidt van eventuele eenzaamheid. Als deze structuur wegvalt, neemt de kans op eenzaamheid toe.”

Een klein gebaar helpt

Iedereen kan iets betekenen voor iemand die zich eenzaam voelt. Uit een flitspeiling blijkt dat veertig procent van de ondervraagde 65-plussers zelf zo iemand kent. Ze zijn graag bereid iets extra’s te doen voor die persoon zodat die zich minder alleen voelt. Ze willen bijvoorbeeld bij diegene op bezoek gaan, uitnodigen voor een kop koffie of een extra telefoontje plegen. Bijna driekwart van de alleenwonende 65-plussers die zich weleens alleen voelen, denken echter niet dat andere mensen iets voor hen willen doen. Terwijl ze het juist heel fijn zouden vinden als er mensen zijn die naar ze omkijken deze zomer. Een klein gebaar kan voor hen het verschil maken.

Aftrap zomercampagne

Minister Hugo de Jonge trapte vandaag de zomercampagne af met een bezoek aan het Kunstmuseum Den Haag. Het museum organiseert voor het eerst een zomerschool voor ouderen in de buurt. De minister woonde een Mondriaan workshop bij en ging in gesprek met de initiatiefnemers van het project. Op diverse plekken in ons land zijn vergelijkbare initiatieven. Zo kunnen mensen zich aansluiten bij groepswandelingen of samen buiten sporten. Veel mensen en organisaties zetten zich op allerlei manieren in om eenzaamheid te verminderen. Je vindt ze op de website van ‘Eén tegen Eenzaamheid’. Benieuwd naar wat je zelf kunt betekenen voor een ander? Check de pagina ‘Dit kun jij doen’.
 
De zomercampagne is onderdeel van het actieprogramma ‘Eén tegen eenzaamheid’. Het actieprogramma heeft als doel eenzaamheid bespreekbaar te maken en tegen te gaan. Dat is hard nodig, want bijna de helft van de Nederlandersvoelt zich eenzaam2.

Toelichting op de flitspeiling en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen

1. Verantwoording flitspeiling: flitspeiling in juni 2021 onder 1.500 65-plussers, waarvan 497 alleenwonende 65-plussers. De deelnemers zijn representatief voor Nederland op geslacht, leeftijd, opleiding, gezinssituatie, arbeidsparticipatie en regio. De flitspeiling is in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport uitgevoerd door Panelwizard.

2. Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020 van de GGD-en, CBS en RIVM. De Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen geeft inzicht in de gezondheid en leefstijl van Nederlanders van 18 jaar en ouder en vindt elke vier jaar plaats.


Snel ingrijpen noodzakelijk voor passend thuis met ondersteuning voor aandachtsgroepen

Er moet dringend een oplossing komen voor de huisvesting van kwetsbare ouderen, statushouders, GGZ-patiënten, dak- en thuislozen, vrouwen in de vrouwenopvang. Zij komen steeds vaker in sociale nood door een gebrek aan een thuis. Dat concludeert een brede coalitie, die bestaat uit vijf ministeries (BZK, VWS, OCW, J&V, SZW), VNG, Aedes en de G4 en G40 in haar adviesrapport over de huisvesting van aandachtsgroepen. Al deze partijen hebben zich verenigd om gezamenlijk dit vraagstuk op te pakken en daarmee versnippering en verdringing te voorkomen. De coalitie pleit voor een brede set urgente maatregelen in een spoedpakket, in combinatie met een tienjarige Nationale Samenwerkingsagenda.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de cursus huisvesting arbeidsmigranten van het HCB.

De beschikbare voorraad sociale huurwoningen, de behoefte van aandachtsgroepen aan passende huisvesting mét ondersteuning en de daarvoor beschikbare gemeentelijke budgetten raken steeds verder uit balans. Hierdoor verslechtert niet alleen het aanbod voor aandachtsgroepen van huisvesting en hulp maar nemen de maatschappelijke sociale kosten door het ontbreken van een (t)huis voor deze groepen steeds verder toe.

Integrale aanpak noodzakelijk

Bernard ter Haar, de onafhankelijke voorzitter van deze coalitie, pleit voor een aanpak van het huisvestingsvraagstuk in combinatie met de sociale vraagstukken waar aandachtgroepen mee te maken hebben: ‘Een thuis voor iedereen klinkt als een logische wens maar het is een complexe opgave. Een werkelijk thuis realiseren is niet simpelweg een zaak van meer woningaanbod. Het werkt alleen in combinatie met een passend aanbod van zorg en ondersteuning. Hiervoor is het nodig dat rijk, provincies, gemeenten, woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen maar ook marktpartijen nauw samenwerken.’ 

Kosten maken om kosten te besparen

Er is de komende jaren in ieder geval 5 miljard euro per jaar nodig om die gecombineerde aanpak te kunnen realiseren. Hiermee worden veel kosten bespaard die nu voortvloeien uit de sociale ellende van mensen die niet goed gehuisvest zijn en/of begeleid worden en het komt ook reguliere woningzoekenden ten goede. 

Concurrerende woningzoekers

We kunnen niet wachten, snel ingrijpen is noodzakelijk. De coalitie pleit voor betere benutting van bestaande woningen en gebouwen, voor flexwoningen. Ook zouden gemeenten moeten zorgen voor het realiseren van ten minste een omvang van 30% van de woningvoorraad aan sociale huur.

‘Het aantal beschikbare sociale huurwoningen is veel te laag om te kunnen voldoen aan de enorme vraag naar deze betaalbare woningen. Hierdoor beconcurreren aandachtsgroepen en andere woningzoekers elkaar op de woningmarkt. Dit leidt tot polarisatie in het publieke debat en mensen die het gevoel hebben tegen elkaar uitgespeeld te worden,’ aldus voorzitter van Aedes Martin van Rijn.

Voor gemeenten betekent het tekort dat ze onvoldoende kunnen sturen op de opvang en huisvesting van kwetsbare mensen. Dat ziet ook wethouder Songül Mutluer van de gemeente Zaanstad: ‘De gemeenten willen zich graag inspannen om samen met partners nieuwe woonplekken te creëren en te behouden voor groepen met een zorgvraag, jong en oud, zodat ze prettig kunnen wonen met de juiste ondersteuning maar de instrumenten daarvoor schieten nu tekort.’

De aanbevelingen van de interbestuurlijke werkgroep worden de komende tijd door de VNG voorgelegd aan de leden. 

Voorstellen van de interbestuurlijke werkgroep

Dat er op dit moment te weinig wordt bijgebouwd en al bestaande tekorten niet worden ingelopen maar juist verder oplopen komt omdat woningcorporaties hiervoor te weinig geld hebben. Hiervoor zijn ook financieel gezonde gemeenten noodzakelijk. Daarnaast moet er haast gemaakt worden met de aanpak van knellende wet- en regelgeving en met de structurele verruiming van budgetten voor de aanpak van de sociale vraagstukken waar aandachtsgroepen mee worstelen. Als laatste pleit de commissie voor een veel gerichtere aanpak van jongvolwassenen (18 – 23-jarigen) op basis van gelijkgerichte regelgeving, omdat een tijdige ondersteuning en begeleiding in die fase ergere problemen en bijkomende maatschappelijke kosten op latere leeftijd kan voorkomen. 

Minister Ollongren geeft in een eerste reactie aan blij te zijn met de integrale aanpak want dat geeft een goed inzicht in de opgaven.
‘Ook ik zie het enthousiasme waarmee de betrokken partijen hebben samengewerkt en graag samen verder willen. Om succesvol verbeteringen te realiseren voor deze kwetsbare groepen mensen is een goede samenwerking tussen deze coalitie van betrokkenen essentieel. Zodra iedereen weer terug is bespreek ik zo snel mogelijk het rapport en het vervolg met de bestuurders.’


Ondersteuning voor gemeenten bij transformatie vakantieparken

Het nieuwe Expert- en aanjaagteam Transformatie Vakantieparken helpt gemeenten om niet-vitale vakantieparken (deels) een woonbestemming te geven. In verschillende regio’s is dit interessant omdat toeristische verhuur te weinig oplevert en parken door de druk op de woningmarkt een steeds permanentere bewoning krijgen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de cursus huisvesting arbeidsmigranten van het HCB.

Woonbestemming geven

Wanneer een park geen toeristisch perspectief meer heeft, kan een gemeente besluiten om de bestemming van een park te transformeren naar een woonbestemming. Voor zo’n transformatie is veel expertise vereist, die gemeenten vaak niet zelf in huis hebben. Daarom helpt het expertteam bijvoorbeeld bij ingewikkelde eigendomssituaties, vraagstukken over leefbaarheid, kwetsbare bewoners, ruimtelijke ordening en financiële knelpunten. Ook kunnen gemeenten terecht met vragen over het creëren van lokaal draagvlak voor een transformatie.

Actie-agenda Vakantieparken

De oprichting van het expertteam komt voort uit de Actie-agenda Vakantieparken. Minister Ollongren lanceerde deze agenda op 28 januari 2021. Doel is om te kijken hoe niet-vitale vakantieparken toch weer een kans kunnen bieden voor de regionale economie en het functioneren van de woningmarkt. Ook worden uitwassen en ernstige problematiek op vakantieparken tegengegaan

De agenda is tot stand gekomen in samenwerking tussen verschillende overheden (Rijk, provincies, gemeenten), VNG en hun partners in het veld, zoals HISWA-RECRON, GGD GHOR NL, Leger des Heils, Valente en het Landelijk Informatie en Expertisecentrum (LIEC).


Kabinet presenteert agenda voor herstel en perspectief jongeren na corona

Omdat de coronacrisis de levens van jongeren sterk heeft ontregeld heeft het kabinet een agenda opgesteld gericht op het herstellen van de situatie van jongeren na de crisis en op het bieden van perspectief voor de toekomst. Het gaat bijvoorbeeld om het wegnemen van belemmeringen in het onderwijs, het vergroten van kansen op de arbeids- en woningmarkt en het bieden van passende hulp en ondersteuning. Omdat dit soort zaken in de levens van jongeren vaak in elkaar overlopen moeten de opgaven veel meer in samenhang met elkaar worden opgepakt. Jongeren zelf worden hier nadrukkelijk bij betrokken, o.a. met het nieuwe Jongerenpanel Mentale Gezondheid. De agenda bouwt voort op de omvangrijke bestaande steunpakketten voor jongeren die al tijdens de coronacrisis in het leven zijn geroepen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Kansrijke initiatieven

Staatssecretaris Blokhuis (VWS): “Jongeren zijn hard geraakt door de coronacrisis. We moeten ons realiseren dat de mentale druk die jongeren ervaren door corona niet gelijk weg is als de crisis voorbij is. Jongeren zijn ontzettend veerkrachtig en het kabinet wil hen daarin zoveel mogelijk versterken. Tijdens de crisis zijn er al veel mooie initiatieven voor jongeren op gang gekomen. Met deze agenda brengen we in kaart wat ervoor nodig is om te zorgen dat iedere jongere nu en in de nabije toekomst de kans krijgt om gelukkig en gezond op te groeien, zonder belemmeringen als gevolg van corona. Voor mij is het erg belangrijk en volstrekt logisch dat we jongeren daar zelf ook in horen.”

Kwetsbare jongeren

Minister Van Engelshoven (OCW): “De coronacrisis heeft bestaande verschillen versterkt in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Nadrukkelijke aandacht voor jongeren kan het verschil maken, zeker voor kwetsbare jongeren. Met het Nationaal Programma Onderwijs is sterk ingezet op extra handen voor de klas en goede begeleiding, ook voor een soepele overgang van onderwijs naar werk. Er liggen nog veel opgaven om jongeren ondersteuning en meer zekerheid voor de toekomst te bieden. Met deze agenda kunnen we de komende jaren aan de slag.” 

Voortbouwen op steunpakketten

Sinds het uitbreken van de coronacrisis heeft het kabinet veel gedaan om de jongeren te helpen en perspectief te bieden, samen met gemeenten, scholen, sportverenigingen, jongerenwerk, ouders en vele anderen. Dit gebeurt via verschillende programma’s en steunpakketten. Zo zijn er met de circa 100 miljoen euro uit het Jeugdpakket en het Steunpakket Welzijn Jeugd talrijke initiatieven in het hele land mogelijk gemaakt om sociale activiteiten voor jongeren tijdens de coronacrisis op een veilige manier mogelijk te maken en specifieke doelgroepen extra te begeleiden. Om jongeren laagdrempelige mentale ondersteuning te bieden is o.a. de nieuwe supportlijn ‘Alles Oké?’, speciaal voor jongvolwassenen, gelanceerd.

Ook met het Nationaal Programma Onderwijs, waar in totaal 8,5 miljard euro is geïnvesteerd in het onderwijs, krijgen scholieren en studenten extra ondersteuning. Onder meer wordt geïnvesteerd in het inlopen van achterstanden, begeleiding op het gebied van stages, soepele in- en doorstroom en de aanpak van jeugdwerkloosheid. De agenda voor herstel en perspectief voor de jeugd na de crisis bouwt hierop voort.

Opgaven in samenhang aanpakken

Het kabinet vindt het belangrijk voldoende aandacht te schenken aan de opgaven die spelen voor jongeren als het gaat om bestaanszekerheid, kansengelijkheid en veerkracht. Denk aan het vroeg signaleren van schulden en schooluitval, het bevorderen van gelijke kansen bij de zoektocht naar baan of stage, meer passende woonplekken voor jongeren, aandacht voor sociaal-emotionele ontwikkeling en mentaal welzijn en investeren in het toekomstperspectief van jongeren in kwetsbare wijken. Omdat de verschillende leefdomeinen zoals school, werk, wonen en ondersteuning in het leven van jongeren niet los van elkaar bestaan, is het van belang dat de opgaven in de agenda voor herstel en perspectief in samenhang met elkaar worden aangepakt. Dat vraagt om goede samenwerking tussen partijen op alle niveaus. Het volgende kabinet zal besluiten over de uitvoering deze agenda voor de jeugd, en de middelen die daarbij horen.

Jongerenparticipatie

Het kabinet vindt het van belang jongeren van meet af aan te betrekken bij de beslissingen die (over hen) worden genomen en initiatieven die zij zelf starten meer te erkennen. Bij de totstandkoming van de agenda zijn door het kabinet veel gesprekken gevoerd met jongeren, om goed zicht te krijgen op de nodige aanpak van urgente problemen en bredere vragen die spelen. Ook in het vervolg moet jongerenparticipatie een plaats krijgen. Zo wordt een ‘Jongerenpanel Mentale Gezondheid’ opgezet, dat vanuit het perspectief van jongeren inhoudelijk meepraat over beleid dat hen aan gaat rondom mentale gezondheid.