Nieuwe instrumenten voor afpakken crimineel vermogen
In de strijd tegen ondermijnende criminaliteit komen meer mogelijkheden voor het afpakken van crimineel vermogen. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid heeft het conceptwetsvoorstel strafrechtelijke aanpak ondermijning II in consultatie laten gaan, dat nieuwe instrumenten geeft om het criminele bedrijfsproces te verstoren. Zo wordt het mogelijk om crimineel geld en zaken afkomstig van criminaliteit af te pakken zonder een voorafgaande strafrechtelijke veroordeling. Ook wordt een zogenoemde spoedbevriezing van een financiële transactie geïntroduceerd om te voorkomen dat crimineel geld wordt weggesluisd.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
“De drijfveer voor criminelen is geld verdienen, maar hun drugsgeld is allesbehalve een rustig bezit. We zijn niet alleen uit op hun vermogen, hun luxe villa’s, dure horloges, auto’s en jachten. We raken ze ook direct in hun criminele bedrijfsvoering. Criminelen raken steeds meer mogelijkheden kwijt om te investeren in verdere illegale praktijken. Op die manier voorkomen we dat zwart geld in de samenleving blijft circuleren en wordt ingezet in de legale economie of wordt geherinvesteerd in criminele activiteiten’’, aldus minister Grapperhaus.
Non conviction based confiscation
Met het wetsvoorstel wordt de zogenoemde ‘non conviction based confiscation’ (NCBC)-procedure geïntroduceerd om crimineel vermogen en illegaal verkregen goederen te confisqueren zonder dat daaraan een veroordeling van een persoon voor een strafbaar feit vooraf is gegaan. Het maakt niet uit op wiens naam het object staat, of dat de eigenaar onbekend is. In deze civiele procedure is voor confiscatie door de overheid alleen van belang dat het Openbaar Ministerie (OM) bij de rechter voldoende aannemelijk kan maken dat het object afkomstig is van criminaliteit. Als de politie een pand binnenvalt en een groot bedrag aan contanten vindt, is geen langdurig strafproces nodig om dat geld aan de staat te laten vervallen als degenen bij wie het wordt aangetroffen geen deugdelijke verklaring kunnen geven voor zo veel contanten in huis.
De NCBC-procedure zorgt op deze manier voor een snellere interventie om objecten met een criminele herkomst uit de markt te halen. Om crimineel vermogen af te pakken zijn de betrokken opsporingsorganisaties en het OM nu veel tijd kwijt in het strafproces tegen een verdachte, vooral als gebruik wordt gemaakt van verhullende eigendomsconstructies en ook als via rechtshulp met andere landen moet worden samengewerkt . De kracht van de nieuwe methode schuilt in het omdraaien van de huidige werkwijze: niet de persoon, maar het object staat centraal in het afpakken.
Vanwege de inbreuk op het eigendomsrecht is de civielrechtelijke confiscatie alleen mogelijk na een onherroepelijke rechterlijke beslissing. Daarvoor moet de overheid voldoende aannemelijk maken dat het voorwerp in verband staat met criminaliteit. Het is niet vereist dat een specifiek misdrijf wordt aangetoond. Als er personen zijn die aanspraak maken op het voorwerp, wordt verwacht dat ze kunnen verklaren dat de herkomst uit legale bron afkomstig is. Ook worden de nodige rechtswaarborgen opgenomen, waaronder bijvoorbeeld het recht op bijstand van een advocaat en de mogelijkheid tot het instellen van beroep tegen de rechterlijke beslissing. Hierbij wordt ook betrokken de mogelijkheid van vergoeding van schade als een persoon onevenredig is getroffen door de beslissing over de confiscatie.
Spoedbevriezing
Het betalingsverkeer verloopt steeds sneller, vindt in toenemende mate digitaal plaats en is niet gebonden aan grenzen. Criminelen proberen hier handig gebruik van te maken bij het wegsluizen van hun criminele winsten, vaak naar het buitenland. Door het wetsvoorstel worden de mogelijkheden verruimd om een financiële transactie op verzoek van de Financial Intelligence Unit tijdelijk aan te houden bij vragen over de achtergrond van een transactie en een mogelijk verband met witwassen. Door dit nieuwe instrument van ‘spoedbevriezing’ kan worden voorkomen dat het geld verdwenen is tegen de tijd dat de transactie in beeld komt in een strafrechtelijk onderzoek.
Verdere versterking onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit van de Rechtspraak
Om de onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit van de Nederlandse rechtspraak verder te versterken, doet minister Dekker (Rechtsbescherming) samen met minister Ollongren (BZK) een aantal voorstellen om o.a. wettelijk te verbieden dat rechters een functie bekleden in de landelijke politiek en om financiële belangenverstrengeling bij rechters te voorkomen. De wijzigingen zijn mede naar aanleiding van aanbevelingen van de Group op States Again Corruption (GRECO) van de Raad van Europa.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
Geen twijfel over onafhankelijkheid rechters
Minister Dekker: “In een rechtsstaat mag geen enkele twijfel bestaan over de onafhankelijkheid van rechters. Deze wettelijke maatregelen dragen daarom bij aan het vertrouwen in onze rechtspraak.”
Scheiding tussen de macht van de politiek en de onafhankelijke rechtspraak
Minister Ollongren: “Ik juich deze aanpassingen van harte toe. Zo zie je dat aanbevelingen van GRECO effect hebben. Hiermee vervolmaken we de scheiding van de macht tussen politiek en de onafhankelijke rechtspraak.“
Wijzigingen
De Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten krijgen met dit voorstel de onderstaande drie aanpassingen:
- Rechters mogen niet langer lid van de Eerste Kamer, de Tweede Kamer of het Europees Parlement zijn. De Raad van Europa heeft Nederland onder andere aanbevolen te voorzien in een wettelijk verbod van de functie combinatie rechter – lidmaatschap Staten-Generaal. Het ontbreken van zo’n verbod roept volgens de Raad vragen op in het licht van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechtspraak. Het wetsvoorstel voorziet in een dergelijk verbod. Op dit moment zijn er overigens geen rechters lid van de Eerste of Tweede Kamer.
- Een (beperkt) verbod voor rechters om bepaalde financiële belangen te hebben, alsmede een meldplicht en plicht tot registratie van financiële belangen. Om de onafhankelijkheid, onpartijdigheid en de integriteit van de rechterlijke organisatie te waarborgen, moet worden gewaarborgd dat rechters informatie waarover zij als rechter beschikken niet oneigenlijk gebruiken bij het bezitten, verwerven of afstoten van financiële belangen. Ook moet worden voorkomen dat zij hun financiële belangen een rol kunnen laten spelen bij hun werk als rechter.
- De wettelijke opdracht om integriteitsbeleid te hebben voor rechters, rekening houdend met de onafhankelijkheidswaarborgen voor de rechter.
Het wetsvoorstel is in consultatie voor de duur van 8 weken.Via Interncetconsultatie kan iedereen suggesties doen voor verbetering van wet- en regelgeving die in voorbereiding is. Dit vergroot de betrokkenheid van burgers, bedrijven en instellingen bij de totstandkoming van wet- en regelgeving.
Sneller hulp bij hypotheekachterstand en gemeentelijke belastingschuld
Demissionair staatssecretaris Dennis Wiersma (SZW) maakt een proef mogelijk waarbij gemeenten en hypotheekverstrekkers mensen met betalingsachterstanden sneller hulp kunnen bieden.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Het gaat om samenwerkingen tussen de banken Aegon en Rabobank en vijftien gemeenten, waaronder Rotterdam, Amsterdam en Tilburg. Ook de NVVK en de VNG zijn betrokken. Ze hopen via de experimenten, die in januari 2022 starten, huiseigenaren met betalingsproblemen en mensen met een gemeentelijke belastingschuld eerder in beeld te krijgen en zo problematische schulden te voorkomen.
Financiële zorgen
Dennis Wiersma: “Mensen lopen vaak lang door met financiële zorgen. Dat kan zijn uit schaamte, maar ook omdat mensen niet weten waar ze de hulp moeten zoeken of wat er mogelijk is. Met deze aanpak draaien we het om en neemt de gemeente het initiatief om hulp aan te bieden. Dat kan net het verschil betekenen als je te maken hebt met geldzorgen en geen oplossing meer ziet.”
Vroegtijdig hulp
Gemeenten en schuldeisers wisselen al langer gegevens uit over betalingsachterstanden om inwoners vroegtijdig hulp te kunnen aanbieden. De gemeentelijke schuldhulpverlening ontvangt een signaal als de betaalachterstand minimaal twee maanden bedraagt en andere oplossingen voor de financiële problemen niet hebben gewerkt, zoals een herinnering of een betalingsregeling. Op dit moment is uitwisseling wettelijk mogelijk bij achterstanden op huur, energie, drinkwater en de zorgkosten. Sinds begin dit jaar zijn gemeenten verplicht om bij het signaleren van betaalachterstanden een hulpaanbod te doen. De uitwisseling van persoonsgegevens gebeurt altijd doelgericht en zorgvuldig, met inachtneming van de privacyregels.
Geldfit.nl
Het kabinet heeft tijdens de coronacrisis extra geld uitgetrokken om mensen met financiële zorgen sneller en beter te kunnen helpen. Ook zijn er extra middelen voor om- en bijscholing en begeleiding naar nieuw werk, voor werknemers en zelfstandig ondernemers. Het ministerie van SZW is in september een campagne gestart om burgers en ondernemers met geldzorgen te wijzen op de hulp die beschikbaar is. Via de website Geldfit.nl kunnen mensen via een korte test anoniem checken hoe zij er financieel voor staan, of het verstandig is om hulp te zoeken en welke ondersteuning er voor hen is. Ook is er een gratis telefoonnummer 0800-8115 voor advies op maat.
Wetsvoorstel wettelijke grondslag voor verwerking persoonsgegevens NCTV naar Tweede kamer
Op voordracht van minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus heeft de ministerraad ingestemd met het wetsvoorstel verwerking persoonsgegevens coördinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid. Het voorstel is naar de Tweede Kamer gestuurd voor inhoudelijke behandeling. Deze wet verankert enkele taken van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
In het kader van het verhogen van de weerbaarheid ten aanzien van de bestrijding van terrorisme en de bescherming van de nationale veiligheid kan het noodzakelijk zijn om (bijzondere) persoonsgegevens te verwerken door de NCTV. Het verhogen van de weerbaarheid van de samenleving dient ertoe om op adequate wijze dreigingen en risico’s het hoofd te kunnen bieden. Dat vindt plaats door het coördineren van de (uitvoering van) het beleid en de daarbij te nemen maatregelen op het terrein van terrorismebestrijding en nationale veiligheid. Daarnaast gaat het ook om de taak om de zogeheten analyses van trends en fenomenen op dit terrein te maken, zoals bijvoorbeeld het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland.
Zoals Grapperhaus eerder heeft geconstateerd behoeven deze taken van de NCTV verankering in wetgeving vanwege de verwerking van persoonsgegevens die voor het kunnen uitvoeren van deze taken nodig is. Het gaat bijvoorbeeld om persoonsgegevens zoals naam- en verblijfplaats van terugkerende Syriëgangers, maar ook om de verwerking van persoonsgegevens die nodig zijn om (fenomeen)analyses te kunnen maken. Vanwege de verwerking van deze persoonsgegevens bevat het voorstel meerdere maatregelen om de verwerking in te perken en persoonsgegevens te beschermen.
Zoals gebruikelijk bij dit soort belangrijke wetsvoorstellen is er een consultatieronde geweest, is de Autoriteit Persoonsgegevens om advies gevraagd, en daarna heeft de Raad van State geadviseerd. Met het verwerken van deze adviezen zijn extra waarborgen opgenomen. Het wetsvoorstel bevat een duidelijke begrenzing tussen deze taken van de NCTV en de taken van de AIVD of de taken van de politie.
Eerste Kamer stemt in met maatregelen versterking aanpak ondermijning
De Eerst Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid. Door het wetsvoorstel krijgen politie en Openbaar Ministerie (OM) meer mogelijkheden om het bedrijfsproces van criminelen te verstoren. Zo wordt het onder andere mogelijk om in meer gevallen onderzoek te doen naar het vermogen van veroordeelde criminelen die opgelegde boetes niet betalen. Ook kunnen de kosten voor het vernietigen van inbeslaggenomen drugs worden verhaald op daders en wordt het illegaal verblijf op bepaalde logistieke terreinen strafbaar.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
Nu de Senaat heeft ingestemd met het wetsvoorstel, kunnen de partners in de strafrechtketen de nodige maatregelen nemen om de nieuwe instrumenten toe te passen in de strijd tegen ondermijnende criminaliteit. De eerste maatregelen zullen naar verwachting per 1 januari 2022 in werking kunnen treden.
Synthetische drugs
Vanaf volgend jaar kunnen bepaalde chemicaliën – zogeheten precursoren – die als grondstof dienen voor harddrugs, worden verboden. Het gaat om grondstoffen die op een nationale lijst komen te staan en waarvan geen andere bestemming bekend is dan de illegale productie van synthetische drugs. Straks is alleen al het bezit, evenals het transport, in- en uitvoer strafbaar. De maximumstraf hierop wordt zes jaar. Daarmee kan het productieproces eerder worden verstoord. Vooral criminelen die precursoren vervoeren kunnen straks gemakkelijker worden aangepakt. Onder de huidige regeling moet nog worden bewezen dat zij wisten dat het ging om grondstoffen voor harddrugs.
Bedreiging
De maximumstraf voor het bedreigen van personen gaat omhoog van twee naar drie jaar gevangenisstraf. De praktijk laat zien dat bedreigingen op verschillende manieren steeds heftiger worden. Met deze strafverhoging wordt kenbaar gemaakt dat bedreiging in de samenleving niet wordt getolereerd en dat de zorgen van de slachtoffers van bedreiging serieus worden genomen. Daarbovenop wordt de maximumstraf voor de bedreiging van bestuurders – zoals burgemeesters, wethouders en gedeputeerden – en voor de bedreiging van togadragers – zoals rechters, officieren van justitie en advocaten – extra verhoogd naar maximaal vier jaar gevangenisstraf. Ook voor het bedreigen van politieambtenaren en journalisten geldt deze extra strafverhoging.
Logistieke knooppunten
Het illegaal verblijf op bepaalde logistieke terreinen wordt ook strafbaar. Knooppunten – zoals havens, vliegvelden en spoorwegemplacementen – hebben een grote aantrekkingskracht op georganiseerde criminaliteit. Criminelen dringen op allerlei manieren de beveiligde terreinen binnen waar goederen en containers worden uit- en overgeladen, op zoek naar drugs en andere illegale spullen die tussen de legale goederenstromen zijn verstopt. De activiteiten van de zogenoemde uithalers vormen een belangrijke schakel in het logistieke proces van drugssmokkel en hebben een ondermijnend effect op de controle van goedereninvoer in het douanegebied.
Door het illegaal verblijf op de logistieke terreinen apart strafbaar te stellen, kan direct steviger worden opgetreden. Er komt een gevangenisstraf van een jaar op te staan. Als er sprake is van binnendringen, bijvoorbeeld als een uithaler een valse pas gebruikt of zich verstopt in een bedrijfswagen om het terrein op te komen, gaat de maximumstraf omhoog naar twee jaar. Om onderzoek te kunnen doen naar de achtergrond van deze verdachten en hun relatie met (internationale) criminele netwerken in kaart te kunnen brengen, wordt ook voorlopige hechtenis mogelijk. Politie en OM kunnen op die manier meer bewijsmateriaal verzamelen om verdachten in verband te brengen met georganiseerde criminaliteit.
Financieel onderzoek
Verder wordt het mogelijk om in meer gevallen onderzoek te doen naar het vermogen van veroordeelde criminelen. De praktijk laat zien dat deze personen de flinke geldboetes en schadevergoedingsmaatregelen die bij een veroordeling worden opgelegd niet altijd betalen, terwijl er soms wél aanwijzingen zijn dat zij over geld beschikken. Nu zijn er nog te weinig mogelijkheden om in die gevallen een duidelijker beeld te krijgen van het vermogen van de crimineel, zodat daarop beslag kan worden gelegd. Door deze wet kan dat wel, waardoor het mogelijk wordt de opgelegde sancties makkelijker uit te voeren en criminelen niet zomaar onder hun geldstraf uit kunnen komen.
Kosten verhalen
Daarnaast wordt het mogelijk om de kosten die de Staat maakt voor de vernietiging van onder andere inbeslaggenomen drugs en illegaal vuurwerk op de daders te verhalen. De totale kosten voor vervoer, opslag en vernietiging van in beslag genomen vuurwerk waren in eerdere jaren gemiddeld iets meer dan € 27 per kilo. Als dat wordt afgezet tegen de ruim 60.000 kilo illegaal vuurwerk dat in 2019 in meer dan 2900 zaken in beslag werd genomen, komt dat neer op circa 1,6 miljoen euro aan kosten.
Als het gaat om drugs liggen de kosten nog hoger. Zo bedroegen de vernietigingskosten van ruim 3000 hennepkwekerijen die in 2018 strafrechtelijk werden geruimd in totaal ruim € 5 miljoen. En in 2019 werden bijvoorbeeld ruim 100 drugslaboratoria ontmanteld. Per laboratorium zijn de kosten, afhankelijk van de grootte en het soort drugslaboratorium, tussen de € 5.000 en € 120.000. De totale kosten voor ontmanteling voor de ontmantelde labs in 2019 lag dan tussen € 3,5 miljoen en € 5,5 miljoen.
Verbeterd toezicht versterkt integriteit advocatuur
Om de onafhankelijkheid en de kwaliteit van het toezicht op de advocatuur te versterken, vervangt het kabinet het huidige systeem – waarbij elf lokale dekens in hun eigen regio toezicht houden – door één landelijke toezichthouder die verantwoordelijk is voor het toezicht op alle advocaten. Dat maakt het toezicht op de advocatuur onafhankelijker, uniformer en effectiever, zo schrijft minister Dekker (Rechtsbescherming) aan de Tweede Kamer.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
Minister Dekker: “Wie een advocaat in de arm neemt, moet erop kunnen vertrouwen dat er goed werk wordt geleverd. We moeten erop kunnen vertrouwen dat advocaten betrouwbaar en integer zijn. Om dit vertrouwen ook in de toekomst waar te kunnen maken, versterken we het toezicht op de advocatuur.”
Versterkt toezicht
Door het huidige systeem van regionaal toezicht door elf lokale dekens te vervangen door één landelijke toezichthouder – die verantwoordelijk is voor het toezicht op alle advocaten – maken we het toezicht onafhankelijker, uniformer en effectiever. Deze landelijke toezichthouder mag extra toezichthouders aannemen. Door de inzet van extra mensen en deskundigheid verbetert de controle op naleving van regels. De toezichthouder kan ook boetes opleggen in die gevallen waar advocaten zich niet aan de regels houden of tuchtrechtelijk handhaven.
Georganiseerde misdaad bestrijden
De strijd tegen georganiseerde misdaad is topprioriteit, zowel in geld als met nieuwe wet- en regelgeving. Die strijd moeten we voeren binnen de principes van onze rechtsstaat. Ook de advocatuur moet worden beschermd tegen ondermijning. In dat kader zal ook gekeken worden wat dit betekent voor de verdere ontwikkeling van het toezicht. Daarover gaat het kabinet in gesprek met de Nederlandse Orde van Advocaten.
Designerdrug 3-MMC vanaf nu verboden
3-MMC staat op Lijst II van de Opiumwet en is daarmee vanaf 28 oktober, officieel een verboden drug. Dat betekent dat productie, handel en bezit van deze designerdrug strafbaar is. Het verbod volgt op een toename van gebruik van 3-MMC, met name onder jongeren, en een stijging van het aantal gezondheidsincidenten. De drug heeft potentie tot verslaving en er zijn gezondheidsrisico’s aan verbonden, zoals hartritmestoornissen, een verhoogde bloeddruk of lichaamstemperatuur en rusteloosheid, die vaak aanleiding geven voor medische zorg.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
Gevaarlijk spul
Staatssecretaris Blokhuis (VWS): “Met dit verbod gaan we de eenvoudige beschikbaarheid van 3-MMC tegen en geven we een duidelijk signaal af aan de vaak jonge gebruikers: dit spul is gevaarlijk, blijf ervan af. Hier wilden we geen moment langer mee wachten, gezien de zorgwekkende signalen die we over 3-MMC hebben ontvangen. Tegelijk speelt bij designerdrugs een breder probleem. We mogen niet langer achter de feiten aanlopen wat dat betreft en gaan daarom zo snel mogelijk over tot een breed verbod op designerdrugs.”
Designerdrugsverbod
Het kabinet werkt momenteel aan een breder verbod op designerdrugs, ook wel NPS (nieuwe psychoactieve stoffen) genoemd. Wanneer een individuele designerdrug onder de Opiumwet wordt verboden, is het nu nog mogelijk dat drugsproducenten een nieuwe drug maken met een net iets andere samenstelling, waardoor die nieuwe drug weer legaal op de markt kan komen. Dit wordt een halt toe geroepen met het designerdrugsverbod, waarmee hele stofgroepen met dezelfde chemische basisstructuur onder de Opiumwet worden gebracht. Hierdoor wordt een hele groep veel voorkomende designerdrugs bij voorbaat verboden, ongeacht de specifieke samenstelling.
Voorlichting en preventie
Naast het verbod op 3-MMC wordt ook ingezet op voorlichting en preventie. Zo heeft het Trimbos-instituut een folder ontwikkeld gericht op (potentiële) gebruikers met informatie over de risico’s van 3-MMC-gebruik. Ook is er informatiemateriaal beschikbaar voor professionals met handvatten hoe om te gaan met 3-MMC-gebruik. Verder is het online informatieaanbod over dit onderwerp uitgebreid. Hiervan wordt veel gebruik gemaakt door zowel gebruikers als professionals. Tot slot adviseert het Trimbos-instituut gemeenten die te maken hebben met 3-MMC-problematiek over de vormgeving van het preventieaanbod.
Toekomstbestendig stelsel bewaken en beveiligen
De afgelopen jaren zijn de zaken binnen het stelsel van bewaken en beveiligen complexer, langduriger en extremer in omvang en zwaarte geworden. Dit heeft geleid tot een toenemende druk op het stelsel bewaken en beveiligen. De afschuwelijke gebeurtenissen van de afgelopen periode hebben daarnaast aangetoond dat excessief geweld tegen de dragers van onze democratische instituties vanuit criminele netwerken geen taboe meer is. Bescherming van deze personen is een voorwaarde voor het functioneren van de democratische rechtsstaat en het brede offensief tegen de georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Daarom investeert het kabinet, in het kader van het brede offensief tegen de georganiseerde criminaliteit in de versterking van het stelsel bewaken en beveiligen.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
In het kader van de verdere versterking van het stelsel heeft minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus de Commissie Bos ingesteld. De Commissie Bos is gevraagd het stelsel te beoordelen en voorstellen te doen voor de wijze waarop het stelsel toekomstbestendig gemaakt kan worden. De Commissie heeft de minister het rapport recent aangeboden.
De Commissie Bos doet ten behoeve van een toekomstbestendig stelsel voorstellen om blijvend het hoofd te kunnen bieden aan de huidige en toekomstige dreigingen in een steeds complexer wordende samenleving. Grapperhaus ondersteunt de analyse en oplossingsrichtingen in het rapport op hoofdlijnen. En zal voor de begrotingsbehandeling van Justitie en Veiligheid de Tweede Kamer nader informeren.
Gezien de grote druk op het stelsel richt Grapperhaus alvast de de voorgestelde Landelijke Vierhoek bewaken en beveiligen in. In deze Vierhoek onder leiding van de NCTV, zijn het Openbaar Ministerie, de Nationale Politie en de Koninklijke Marechaussee op het hoogste niveau vertegenwoordigd. De Vierhoek opereert binnen het huidige wettelijke stelsel en met inachtneming van de bestaande taken, bevoegdheden en gezagsverhoudingen van en tussen de deelnemers. De Landelijke Vierhoek is verantwoordelijk voor het functioneren en de versterkingen van het stelsel. Daarnaast zal Grapperhaus, onder sturing van de landelijke Vierhoek, direct een tijdelijke taskforce inrichten. In deze taskforce zullen alle bij het stelsel betrokken partners – onder leiding van de NCTV – samenwerken aan het uitwerken van de aanbevelingen en conclusies in het rapport.
Naast dat het stelsel bewaken en beveiligen centraal staat in het advies van de Commissie Bos is de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) gevraagd om te onderzoeken welke lessen getrokken kunnen worden uit de beveiligingssituaties van de broer, de toenmalig advocaat en de vertrouwenspersoon van de kroongetuige in het Marengo-proces. Het is voorzien dat ook daaruit conclusies en aanbevelingen kunnen voortkomen ten aanzien van het stelsel bewaken en beveiligen. Wanneer het onderzoek van de OVV is afgerond zal Grapperhaus met de Kamer daarover in gesprek gaan.
Dreigingsbeeld NCTV: Geen concrete aanwijzing voor aanslag, wel voorstelbaar
Er zijn op dit moment in Nederland personen die radicaliseren of sterk geradicaliseerd zijn en een dreiging (kunnen) vormen voor de nationale veiligheid. De jihadistische beweging in Nederland blijft hierin een belangrijk element. Verscheidene rechtszaken en arrestaties in deze DTN-periode, zoals die in Eindhoven van 23 september, tonen dit aan. Momenteel zijn er geen concrete aanwijzingen dat personen in Nederland een aanslag voorbereiden, maar dit is wel voorstelbaar. Ook vanuit rechts-extremistische hoek is een aanslag voorstelbaar. Toch leidt de huidige dreiging vanuit jihadistische en rechts-extremistische hoek niet tot een hoger dreigingsniveau. Daarom blijft het dreigingsniveau op 3 van de 5 staan. Dat blijkt uit het 55ste Dreigingsbeeld van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Rechts-terrorisme
De voorstelbaarheid van een terroristische aanslag in Nederland uit rechts-extremistische hoek is vooral gebaseerd op de betrokkenheid van jonge Nederlandse mannen bij internationale, online accelerationistische netwerken. Het accelerationisme is een rechts-extremistische ideologie die via diverse – voornamelijk besloten – socialemediaplatformen wordt verspreid. De aanhangers verheerlijken en rechtvaardigen terroristisch geweld om versneld een rassenoorlog te ontketenen. Hierdoor willen zij chaos creëren in de samenleving waarin het huidige politieke bestel kan worden vervangen door een witte (nationaalsocialistische) etnostaat. Vanuit dit gedachtegoed zijn de afgelopen drie jaar in westerse landen enkele terroristische aanslagen gepleegd. In Nederland gaat het om ten minste een paar honderd Nederlanders van tussen de 12 en 20 jaar die veel tijd online doorbrengen op internationale fluïde netwerken waar zich wereldwijd enkele duizenden deelnemers manifesteren. Nederlandse deelnemers lijken relatief vaak te kampen met psychosociale problematiek en een gebrekkig sociaal vangnet hebben.
Fragmentatie en vermenging bij coronaprotesten
De coronaprotesten ontwikkelden zich deze periode tweeledig. Parallel aan de versoepelingen van de coronamaatregelen juni 2021 nam het aantal demonstraties tegen de maatregelen af. Maar tegelijkertijd bestaat het risico dat sommigen binnen de radicale onderstroom verder radicaliseren. De drempel voor het (online) bespreken en plegen van buitenwettelijke acties is lager geworden en gewelddadige acties blijven plaatsvinden. Zoals het beramen van een aanslag op een vaccinlocatie in Den Helder met een vuurwerkbom. Nu een deel van het coronaprotest afzwakt, blijft een deel van de hardere onderstroom over.
Nederlandse jihadistische beweging
De jihadistische dreiging tegen Nederland blijft onveranderd in stand en wordt in Nederland nog steeds als de grootste terroristische dreiging beschouwd. Op dit moment is jihadistisch geweld door alleenhandelende daders of kleine groepen in Nederland het meest voorstelbaar. De jihadistische beweging is gefragmenteerd, zowel sociaal als ideologisch. Vanwege verdeeldheid, beperkte initiatieven en veiligheidsbewustzijn, is er nauwelijks sprake van mobilisatie of groei van de beweging. Dit betekent echter niet dat er geen dreiging van de beweging uitgaat.
Op de drie Terroristenafdelingen (TA’s) in Nederland verblijven nog altijd tientallen verdachten en veroordeelde jihadisten. Onder deze groep zijn een aantal mannen die gedetineerd zijn vanwege hun deelname aan de strijd in Syrië en Irak. Zij komen naar verwachting volgend jaar vrij. Van het merendeel kan worden aangenomen dat ze ook na detentie geen afstand hebben genomen van het gewelddadige gedachtegoed van ISIS en ervaring hebben met wapens, explosieven en extreem geweld. Het is echter te vroeg om te zeggen of zij ook na hun detentie zullen terugkeren naar hun jihadistische netwerken of dat zij (nog) bereid zijn tot het plegen van aanslagen.
Mondiaal jihadisme
Op het gebied van mondiaal jihadisme doen zich ontwikkelingen voor die relevant zijn voor het terroristische dreigingsbeeld voor Nederland. ISIS heeft de laatste jaren een transformatie ondergaan van een organisatie die primair gericht was op de strijd in het kerngebied Irak en Syrië, naar een organisatie die meer en meer gericht is op het voeren van een wereldwijde jihad. Voor ISIS’ mondiale ambitie heeft sub-Sahara Afrika aan belang gewonnen. Verdere versteviging van de positie van ISIS- en Al Qa’ida-getrouwe groeperingen in sub-Sahara Afrika kan leiden tot het ontstaan van jihadistische veilige havens aldaar. De machtsovername van de Taliban in Afghanistan kan op termijn de voedingsbodem voor en bewegingsruimte van terroristische organisaties, zoals Al Qa’ida, in het land versterken. Gelet op de lokale ambities van de Taliban, bestaat er (nog) geen directe dreiging tegen Nederland.
3300 wapens ingeleverd tijdens actie tegen messen op straat
Recent zijn bij de landelijke inleveractie 3300 wapens ingeleverd. Onder meer machetes, vlindermessen en stiletto’s, maar ook keukenmessen en zelfgemaakte steekwapens verdwenen in de daarvoor bestemde tonnen op politiebureaus door heel het land.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Tussen 11 en 17 oktober konden mensen anoniem en zonder straf hun steek-, slag- en stootwapens inleveren in 218 gemeenten. De actie was voornamelijk gericht op jongeren. In een deel van de gemeenten kon ook een afspraak worden gemaakt om vuurwapens, munitie en explosieven in te leveren.
Geweld op straat
Bij de in totaal 3300 ingeleverde wapens ging het om ruim 2000 messen, 200 andere steekwapens, bijna 500 vuurwapens en 600 overige wapens. Daarnaast zijn grote hoeveelheden munitie ingeleverd. Zo blijkt uit de voorlopige telling. Elk wapen dat is ingeleverd kan niet meer worden gebruikt bij geweld op straat.
Wapen dragen niet normaal
Behalve het verminderen van het wapenbezit in de samenleving is het doel van de inleveractie ook duidelijk maken aan jongeren dat een wapen dragen niet normaal en erg gevaarlijk is. Het ministerie van Justitie en Veiligheid startte daarvoor op 13 september de campagne ‘drop je knife’, die gericht is op jongeren die met een mes de straat op gaan.
Actieplan Wapens en Jongeren
Het aantal jongeren van 12 tot en met 17 jaar dat verdacht wordt van fatale en zware geweldmisdrijven en pogingen daartoe is de afgelopen jaren fors gestegen. Daarom hebben ministers Grapperhaus (minister van Justitie en Veiligheid) en Dekker (minister voor Rechtsbescherming) vorig jaar november het actieplan Wapens en Jongeren gelanceerd. Het doel van het actieplan is het terugdringen van wapenbezit en –gebruik onder jongeren via de inzet van preventieve, proactieve en repressieve maatregelen. Het actieplan is opgesteld in samenspraak met het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW), de politie, het Openbaar Ministerie, Halt, jeugdreclassering, Raad voor de Kinderbescherming, CCV, VNG en vijftien gemeenten met urgente wapenproblematiek.



