Wetsvoorstel aanscherping taakstrafverbod naar Raad van State

Handhavers en hulpverleners moeten veilig en ongehinderd hun werk kunnen doen.  Wanneer ze worden geconfronteerd met agressie en geweld tijdens het werk kunnen ze niet terugtreden. Een taakstraf is daarom geen passende straf bij mishandeling van personen die zijn belast met het verlenen van acute hulp of met de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde. Daarom heeft het kabinet besloten om het taakstrafverbod in het Wetboek van Strafrecht uit te breiden. Ook worden een drietal wijzigingen aan het taakstrafverbod doorgevoerd naar aanleiding van knelpunten die in de rechtspraktijk zijn geconstateerd. Het voorstel gaat nu naar de Raad van State voor advies.

Mishandeling hulpverleners onacceptabel

Minister Van Oosten van Justitie en Veiligheid: “Het is absoluut onacceptabel dat handhavers en hulpverleners te maken krijgen met geweld terwijl zij zich bezighouden met onze veiligheid en gezondheid. Voor daders die zich schuldig hebben gemaakt aan dit soort schandalige acties is enkel een taakstraf geen passende straf. Met de uitbreiding van het taakstrafverbod leggen we wettelijk vast dat mishandeling van hulpverleners en handhavers onacceptabel is.”

Taakstrafverbod verruimd

Met dit voorstel wordt het bestaande taakstrafverbod verruimd naar gevallen van geweld begaan tegen ambtenaren met een politietaak, medewerkers van de brandweer en medewerkers in de gezondheidszorg die acute zorg verlenen, zoals ambulancemedewerkers. Daarnaast wordt expliciet in de wet vastgelegd dat, daar waar het taakstrafverbod van toepassing is, ook geen geldboete kan worden opgelegd. Het wordt mogelijk om wel een taakstraf op te leggen indien deze wordt gecombineerd met een geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf. Tot slot wordt een hardheidsclausule ingevoerd waardoor de rechter in uitzonderlijke gevallen mag afwijken van het taakstrafverbod bij recidive van relatief lichtere feiten. Bij ernstige gewelds- en zedendelicten kan vanzelfsprekend ook in de toekomst niet enkel een taakstraf worden opgelegd.

Vervolg

Het voorstel gaat nu naar de Raad van State voor advies. Daarna zal het eerst voor behandeling worden aangeboden aan de Tweede Kamer en bij instemming vervolgens aan de Eerste Kamer. 


Ondermijnende Criminaliteit: Concrete resultaten en onverminderde inzet

Minister Van Oosten van Justitie en Veiligheid heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van de aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Hierbij ging de minister specifiek in op de voortgezette focus op internationale samenwerking, het bestrijden van corruptie en criminele inmenging en het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid.

Minister Van Oosten: “Ondermijning door georganiseerde criminaliteit vormt een ernstige bedreiging voor onze samenleving, ondermijnt de nationale veiligheid en verstoort de democratische rechtsstaat. Daarom blijven we onverminderd doorgaan met het nemen van maatregelen om ondermijnende criminaliteit effectief aan te pakken: voorkomen, doorbreken, bestraffen en beschermen.”

Preventie met gezag

‘Preventie met gezag’ wordt met een forse investering van ruim 200 miljoen euro voortgezet. Hiermee kunnen 27 gemeenten op basis van nieuwe plannen voorkomen dat jongeren afglijden of doorgroeien in de georganiseerde criminaliteit. Dit gebeurt door hen kansen te bieden op een positieve toekomst maar ook door duidelijke grenzen te stellen aan crimineel gedrag.

Trainingen

Ook heeft Nederland douane- en politieambtenaren uit Ecuador getraind, in samenwerking met de Douane. Daarnaast zijn politie-liaisons geplaatst in buitenlandse havens, wat bijdraagt aan de kennisuitwisseling met Latijns-Amerika. Hierdoor worden zowel de (lucht)havens in Nederland als in de regio beter beveiligd tegen drugssmokkel en geweld. Op het gebied van corruptiebestrijding is er een toolkit ontwikkeld waarmee overheidsorganisaties hun eigen risico’s op corruptie en ondermijning in kaart kunnen brengen en aanpakken. Tevens is er een handelingskader geïntroduceerd dat voorkomt dat corrupte ambtenaren gemakkelijk kunnen ‘jobhoppen’ tussen overheidsorganisaties.

Aanpak witwassen

Op het gebied van witwassen heeft de Financial Intelligence Unit Nederland nu de mogelijkheid om banken te verzoeken om spoedbevriezingen uit te voeren, zodat criminele transacties sneller kunnen worden tegengegaan.

Meld Misdaad Anoniem

Daarnaast laten effectmetingen zien dat de publiekscampagne ‘Meld misdaad anoniem’ positieve effecten heeft op het herkennen van verdachte signalen en het vergroten van de actiebereidheid van burgers, zoals het bespreken van signalen met buren of het melden bij politie of woningcorporaties.

Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland

Het kabinet benadrukt dat een brede en voortdurend krachtige aanpak van ondermijning essentieel blijft. Daarom worden ook verschillende toekomstige plannen gepresenteerd. Zo zal het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland, dat volgend jaar voor het eerst wordt uitgebracht, meer inzicht geven in de maatschappelijke impact van ondermijning en aangeven welke schade ontstaat. Dit inzicht biedt de mogelijkheid om de aanpak nog scherper te richten.

Internationale samenwerking

Om internationale samenwerking verder te versterken, wordt vanaf 2026 jaarlijks structureel vier miljoen euro geïnvesteerd in internationale en bilaterale samenwerkingsprojecten. Ook wordt de samenwerking met landen waar crimineel vermogen naartoe stroomt voortgezet. Met deze maatregelen en plannen blijft Nederland vastbesloten om ondermijnende criminaliteit op alle fronten te bestrijden en de veiligheid en stabiliteit van de samenleving te waarborgen.


Betere samenwerking schuldeisers om mensen met schulden te helpen

Om te voorkomen dat mensen met schulden te weinig geld overhouden om van te leven, moeten schuldeisers gegevens beter kunnen uitwisselen. Met een nieuwe wet wil het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een digitaal systeem opzetten. Daarin moeten schuldeisers melding doen als zij beslagleggen, zodat het eerder duidelijk is als meerdere organisaties een deel van het inkomen of de uitkering opeisen.

Beslag leggen

Het kan voorkomen dat meerdere partijen, zoals overheidsdiensten en private schuldeisers, tegelijkertijd beslagleggen. Doordat schuldeisers nu niet altijd van elkaars vorderingen op de hoogte zijn, wordt de beslagvrije voet soms niet goed berekend. De beslagvrije voet is juist bedoeld om een minimuminkomen te garanderen voor mensen met schulden. Het gevolg is dat jaarlijks zo’n 60.000 tot 70.000 mensen te weinig geld overhouden om van te leven.

Controleren

Als een partij straks beslag wil leggen, moet die eerst in het digitale systeem controleren of er al andere organisaties zijn die beslag op een inkomen hebben gelegd of een openstaande schuld op een uitkering verrekenen. Indien nodig kunnen ze aanvullende informatie opvragen en berekenen of mensen genoeg geld hebben om meer schulden af te lossen.

Zelf overzicht houden

Ook mensen met schulden en schuldhulpverleners krijgen toegang tot het digitale systeem. Zo kunnen ze zelf overzicht houden over lopende beslagen en verrekeningen.  

Kosten besparen

Bovendien kunnen schuldeisers straks voordat ze beslag leggen beter inschatten hoe groot de kans is dat ze hun geld krijgen. Als die kans klein is, kunnen ze ervoor kiezen geen beslag te leggen. Hierdoor maken ze minder onnodige kosten. Nu leggen schuldeisers jaarlijks zo’n 27.000 beslagen zonder resultaat. Schuldeisers kunnen zo’n € 5 miljoen besparen door van die beslagen af te zien. Ook besparen beslagleggers extra kosten doordat ze sneller informatie kunnen uitwisselen.


Nieuwe wetten Justitie en Veiligheid per 1 januari 2026

Op 1 januari 2026 treden verschillende wetten in werking op het terrein van Justitie en Veiligheid. 

Versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit

Vanaf 1 januari 2026 verandert de wet om georganiseerde en ondermijnende criminaliteit beter te bestrijden. Met de nieuwe regels kunnen politie en justitie criminelen harder en sneller aanpakken. Een belangrijke vernieuwing is dat het strafbaar wordt om in een voertuig een verborgen ruimte in te bouwen om politieonderzoek te bemoeilijken, om bijvoorbeeld drugs of geld te vervoeren. Ook worden de straffen voor verschillende misdrijven verzwaard en de maximale boetes verhoogd. Tot slot worden regels rondom het wraken van rechters aangepast, zodat strafzaken minder snel vertraging oplopen. Deze wetswijziging is onderdeel van een groter programma waarmee het kabinet de strijd tegen georganiseerde misdaad verder wil versterken.


Hulp voor werkenden rondom de armoedegrens

In Nederland leven zo’n 355.000 werkenden met een laag inkomen onder of net boven de armoedegrens. Alleenstaande werkenden zijn oververtegenwoordigd. Ze zijn financieel kwetsbaar, hebben vaker schulden en weten de weg naar hulp en inkomensondersteunende regelingen niet altijd goed te vinden. Daarom lanceert het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de campagne ‘Stap naar hulp’.

De gevolgen van geldzorgen kunnen groot zijn. Mensen met een laag inkomen (tot 125% van de armoedegrens) vermijden vaker sociale activiteiten, slapen gemiddeld slechter, moeten soms maaltijden overslaan of leven in angst, bijvoorbeeld om uit huis gezet te worden.

Matige tot grote geldzorgen

Uit een peiling van onderzoeksbureau Ipsos I&O – onder 408 alleenstaande werkenden met een laag inkomen tussen 25 en 65 jaar – blijkt dat 4 op de 10 mensen matige tot grote geldzorgen heeft. Slechts de helft weet waar ze bij geldzorgen hulp kan krijgen.

Mensen met geldproblemen kunnen in sommige gevallen gebruikmaken van bijzondere bijstand, hun gemeentelijke lasten laten kwijtschelden of toeslagen en minimaregelingen aanvragen. Werkenden met een laag inkomen maken relatief minder gebruik van deze regelingen omdat ze denken dat deze niet voor hen bedoeld zijn. Of omdat ze bang zijn geld te moeten terugbetalen. In de Ipsos I&O-peiling gaf 35% van de alleenstaande werkenden aan hier bang voor te zijn, met name mensen tussen de 25 en 35 jaar. Werknemers onder of net boven de armoedegrens werken daarnaast vaak een relatief laag aantal uren. Het gros kan niet voltijd werken, bijvoorbeeld omdat ze een opleiding volgen, zorgen voor familie of vanwege een ziekte.

Werk moet lonen

Staatssecretaris Jurgen Nobel (Participatie en Integratie): “Door meer uren te werken kunnen veel mensen uit armoede komen. Maar dat is niet voor iedereen mogelijk. Werken moet wel lonen en regelingen om werkenden te helpen met geldzorgen moeten eenvoudiger, zonder dat mensen bang hoeven te zijn voor terugvorderingen. Daar werk ik aan samen met gemeenten.”

Grotere schulden voorkomen

Door werkenden met geldzorgen vroegtijdig hulp te bieden, kunnen grotere schulden worden voorkomen. Daarom lanceert het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de campagne ‘Stap naar hulp’, waarin het werkenden met een laag inkomen stimuleert contact te zoeken met Geldfit. Deze organisatie helpt mensen met geldstress om te checken of er potjes zijn die ze nog niet gebruiken en bespreekt hun zorgen over geld.

Rol werkgevers

Daarnaast ziet het ministerie een grotere rol voor werkgevers bij het voeren van gesprekken over de werksituatie en het doorverwijzen naar hulp. Werkgevers kunnen al snel zien of iemand geldzorgen heeft, bijvoorbeeld doordat beslag op loon wordt gelegd vanwege schulden, of als een medewerker meerdere banen heeft om rond te komen. Ook kan er sprake zijn van ziekteverzuim. Een werkgever kan jaarlijks gemiddeld € 13.000 euro kwijt zijn aan kosten als gevolg van een medewerker met geldzorgen.


Brede maatschappelijke beweging tegen eenzaamheid: resultaten actieprogramma 2025 en vervolgstappen 2026

Een succesvolle Week tegen Eenzaamheid, meer maatschappelijke initiatieven om eenzaamheid te verzachten en een handreiking voor professionals in het onderwijs om eenzaamheid onder kinderen en jongeren te voorkomen en te verminderen: dit zijn voorbeelden van geboekte resultaten die staatssecretaris Pouw-Verweij (Langdurige en Maatschappelijke Zorg, VWS) rapporteert in de laatste Voortgangsrapportage over het actieprogramma Eén tegen Eenzaamheid. Met het aflopen van het actieprogramma eind dit jaar komt er een vervolgaanpak vanaf 2026.

Hoewel voor het eerst in jaren het percentage mensen dat zich eenzaam voelt licht lijkt te dalen, blijft de urgentie om eenzaamheid te verminderen hoog. Ongeveer de helft van de volwassen Nederlanders voelt zich eenzaam (46,2%). De gevolgen van eenzaamheid kunnen enorm zijn en leiden tot psychische en lichamelijke klachten.

Staatssecretaris Pouw-Verweij: “Het is hartverscheurend dat er zoveel mensen zijn, jong en oud, die zich eenzaam voelen. Als samenleving moeten we naar elkaar omkijken en eenzaamheid zoveel mogelijk proberen te voorkomen. Ik vind het prachtig om te zien dat we met het actieprogramma een brede beweging in gang hebben gezet. Met veel organisaties, bedrijven en maatschappelijke initiatieven die ieder op hun manier iets aan eenzaamheid willen doen. Iedereen kan een steentje bijdragen. Niemand in onze samenleving hoeft er alleen voor te staan.”

Meer maatschappelijke bewustwording

Meer maatschappelijke bewustwording is één van de speerpunten uit het actieplan. Dit jaar was Zijne Majesteit de Koning aanwezig bij de landelijke opening van de Week tegen Eenzaamheid, waar ruim 800 deelnemers van maatschappelijke organisaties, bedrijven uit de Nationale Coalitie tegen Eenzaamheid, overheidsbestuurders, ervaringsdeskundigen, vrijwilligers en professionals samenkwamen. Ook bij tal van acties rondom de feestdagen in december zoals kerstdiners en kaartjesacties van bijvoorbeeld het Nationaal Ouderenfonds zie je dat maatschappelijke bewustwording centraal staat.

Maatschappelijke initiatieven

Maatschappelijke organisaties en bedrijven hebben een belangrijke rol in het verminderen en voorkomen van eenzaamheid. Bijvoorbeeld met samenwerkingen binnen de Nationale Coalitie tegen Eenzaamheid. Dit jaar zie je de samenwerking van PostNL en Sociaal Werk Nederland terug in bijna elke gemeente, waarbij postbezorgers ‘niet-pluis’ signalen door kunnen geven die sociaal werkers op volgen. Ook bedrijven hebben de handen ineengeslagen met maatschappelijke organisaties zoals de Luisterlijn en Kinderpostzegels. Het ministerie van VWS en het Oranje Fonds hebben financieel bijgedragen aan circa 65 maatschappelijke initiatieven die zich richten op het voorkomen, verminderen en verzachten van eenzaamheid. Dit programma wordt verlengd tot 1 april 2028 en het programmabudget wordt opgehoogd tot €4.900.000.

Aanpak vanaf 2026

Vanaf 2026 zet het kabinet in op het verder versterken van bewustwording en actie ondernemen, met een jaarlijkse publiekscampagne en de jaarlijkse Week tegen Eenzaamheid. Ook wordt de brede maatschappelijke beweging verder verdiept, met stabiele samenwerkingsverbanden tussen gemeenten, zorg en welzijn, onderwijs, werkgevers, sport en cultuur, ondernemers en inwonersinitiatieven. Verder wordt er ingezet op lopend onderzoek, zodat nieuwe wetenschappelijke inzichten worden meegenomen in beleid en praktijk.


Nieuwe zorgmaatregel in strafrecht helpt personen met verward gedrag en een hoog veiligheidsrisico sneller

Met een nieuwe zorgmaatregel wil het kabinet mensen die verward, onvoorspelbaar en gevaarlijk gedrag vertonen sneller helpen. Wanneer zij een strafbaar feit plegen, is alleen straffen vaak niet voldoende. Dan is óók de juiste psychische zorg nodig. Een kleine maar kwetsbare groep mensen valt hier soms tussen wal en schip. Met de nieuwe zorgmaatregel krijgt de rechter een extra middel waarmee deze groep sneller passende zorg en beveiliging krijgt.

Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Arno Rutte: “Soms is straf alleen niet genoeg om onze samenleving veilig te houden. Voor een kleine groep mensen die een gevaar vormt voor zichzelf of anderen kan passende hulp effectiever zijn. Met deze maatregel geven we rechters extra gereedschap om die hulp te bieden. Zo wordt onze samenleving veiliger.”

Intensieve zorg

Met de nieuwe zorgmaatregel kan de rechter iemand straks maximaal 2 jaar laten opnemen in een beveiligde forensische kliniek. Daar krijgt iemand de intensieve zorg die nodig is en tegelijkertijd wordt de veiligheid op straat beter gewaarborgd.  De onderliggende problematiek en het gepleegde delict van personen uit de doelgroep zijn vaak te licht voor opname binnen de tbs, maar te zwaar voor plaatsing in de reguliere zorg. Dit gaat om personen die verward gedrag vertonen, een zorgbehoefte hebben én een hoog veiligheidsrisico met zich meebrengen. De nieuwe zorgmaatregel gaat in de eerste helft van 2026 in consultatie.

Werkagenda

De nieuwe zorgmaatregel is onderdeel van de Werkagenda aansluiting forensische zorg en reguliere zorg waarin de ministeries van Justitie en Veiligheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport samenwerken met veldpartijen om de reguliere en forensische zorg beter op elkaar aan te laten sluiten.


Besluit nieuw Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme aan volgend kabinet

Het kabinet laat het besluit over een nieuw Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme aan een volgend kabinet. Wel liggen er een aantal denkrichtingen klaar, waar het nieuwe kabinet mee aan de slag kan. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft deze naar de Tweede Kamer gestuurd.

Deze denkrichtingen zien voor het grootste gedeelte op de zittingstermijn van een nieuw kabinet. Omdat de besluitvorming daarnaast te zeer samenviel met de eerdere kabinetswissel, is door dit kabinet besloten verdere stappen aan een volgend kabinet over te laten.

De tot op heden uitgewerkte aanpak zou zich kunnen gaan focussen op 4 deelgebieden, die samen zorgen voor een gecoördineerde bestrijding van discriminatie en racisme in Nederland. Daarbij gaat het om specifieke aanpakken voor de samenleving als geheel, de publieke sector, de private sector en op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Dat het besluit over een volgend programma later komt, betekent niet dat de aanpak van discriminatie en racisme nu stilligt. De betrokken ministeries blijven zich volop inzetten voor de aanpak en de acties die eerder al zijn ingezet. Zo wordt bijvoorbeeld via de Staatscommissie tegen Racisme en Discriminatie gewerkt aan de Discriminatietoets, waarbij met diverse publieke organisaties gekeken wordt hoe en waar discriminatie, uitsluiting of ongelijke behandeling kan ontstaan en kan worden voorkomen.


Individualisering van terrorisme maakt dreiging onvoorspelbaarder

Radicalisering is steeds vaker een individueel proces. Ook het plegen van een aanslag is meer dan eerder een individuele aangelegenheid. Hierdoor is het lastiger om te voorspellen wie, wanneer en waarom iemand overgaat tot een geweldsdaad. Dat zegt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) in het halfjaarlijkse Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland. De kans op een terroristische aanslag in Nederland is reëel, daarom blijft het dreigingsniveau op 4 (substantieel).

Waarnemend Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Wieke Vink: “Sinds 2020 zijn terroristische aanslagen in Europa vrijwel uitsluitend gepleegd door daders die alleen handelden. We zien daders met een nieuw persoonlijk gecreëerd wereldbeeld. Dit is vaak een mix van religieuze en politieke overtuigingen, samenzweringstheorieën en haat in combinatie met persoonlijke omstandigheden. Aanslagplegers kunnen ook handelen uit een pure fascinatie voor geweld.”

Radicalisering online

Centraal geleide terroristische organisaties vormen nog steeds een grote dreiging voor de veiligheid in Europa. Tegelijkertijd vindt radicalisering steeds vaker plaats op bijvoorbeeld sociale media, gamingplatformen en in chatgroepen die niet direct door deze organisaties worden aangestuurd. Door het gebruik van fluide online netwerken verspreiden (aanhangers van) terroristische organisaties propaganda, kennis en ideeën om individuele personen te stimuleren terroristisch geweld te gebruiken. De impact van een aanslag door een alleenhandelende dader – bijvoorbeeld een mesaanval of het inrijden op personen met een auto – is kleiner, maar de kans dat een dergelijke aanslag succesvol wordt uitgevoerd is groter. 

Jihadisme

De dreiging van jihadistische aanslagen in Europa en Nederland blijft aanwezig. De dreiging lijkt tijdelijk af te nemen omdat internationale terroristische organisaties zoals ISIS en Al Qa’ida door aanhoudende contraterrorisme-operaties wereldwijd op dit moment waarschijnlijk minder in staat zijn om in Europa aanslagen uit te voeren. ISIS heeft echter het vermogen om de aanslagcapaciteiten snel weer op te bouwen, wanneer militaire operaties tegen ISIS afnemen. Het is daarbij van belang dat de afgelopen maanden ISIS in onder meer Syrie aan kracht heeft gewonnen. In 2025 zijn er in Nederland enkele jihadistische terrrorismeveroordeelden met een hoger dreigingsprofiel vrijgekomen uit detentie. Deze vrijgelaten terrorismeveroordeelden hebben voor zover zichtbaar tot op heden geen handelingen verricht die wijzen op het voornemen een terroristische aanslag te plegen. Het valt niet uit te sluiten dat deze personen kunnen overgaan tot jihadistisch gemotiveerd geweld. Nieuwe vrijlatingen vanaf 2027 kunnen de terroristische dreiging verhogen. 

Rechts-extremisme

De dreiging vanuit rechts-extremisme is nog altijd aanwezig. Binnen het rechts-extremistische milieu zijn diverse aanhoudingen verricht, maar er zijn geen aanwijzingen dat de bereidheid om geweld te gebruiken is toegenomen. De meeste rechts-extremisten zien het openlijk oproepen tot geweld als contraproductief. In plaats daarvan wordt, steeds succesvoller, ingezet op het normaliseren van rechts-extremistische ideeën en activiteiten. Deze normalisering zorgt voor angst, haat en racisme in de samenleving en ondermijnt de sociale cohesie. In sommige gevallen kan het zelfs leiden tot geweldsincidenten.


3 miljoen voor meer veiligheid raadsvergaderingen

Het kabinet investeert in de veiligheid van de lokale democratie, waarin volksvertegenwoordigers goed hun werk kunnen doen. Er komt daarom € 3 miljoen beschikbaar om raads- en Statenvergaderingen zowel publiek toegankelijk als veilig te houden, bijvoorbeeld door de opstelling van de zaal aan te passen. Daarnaast start er een leernetwerk waarin medeoverheden ervaringen en kennis kunnen delen.

Minister Rijkaart (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties):
“Onze volksvertegenwoordigers doen belangrijk werk. Ze staan met hun voeten in de klei en in directe verbinding met de samenleving. Dat moet ook zo blijven. Ze verdienen een omgeving waarin veilig gewerkt kan worden en ze zich vrij kunnen blijven uitspreken. Daarom investeert dit kabinet in veiligheid door kennis en ervaringen te delen en € 3 miljoen voor extra maatregelen uit te trekken.

Start landelijk leernetwerk

Eind november 2025 start het landelijke leernetwerk Veilig Vergaderen. Hierin wisselen gemeenten, provincies en ondersteunende organisaties ervaringen, kennis en praktijkvoorbeelden uit. De eerste groep van 28 deelnemende overheden ontvangt daarnaast een financiële bijdrage om passende veiligheidsmaatregelen te realiseren. Dit kan variëren van ruimtelijke aanpassingen in de opstelling en uitgangen van vergaderzalen tot het verbeteren van de opvolging bij incidenten.

De inzichten uit het traject worden gedeeld, zodat ook andere overheidsorganisaties daarvan kunnen profiteren en hun eigen aanpak kunnen versterken.

Samenwerking in de volle breedte

Het traject wordt uitgevoerd vanuit het programma weerbaar bestuur in nauwe samenwerking met het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB), de Vereniging van Griffiers (VvG), StatenlidNu en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. Samen werken we aan een lokale democratie waarin volksvertegenwoordigers hun werk vrij, veilig en onafhankelijk kunnen blijven doen voor hun inwoners.