Kabinet presenteert agenda voor herstel en perspectief jongeren na corona
Omdat de coronacrisis de levens van jongeren sterk heeft ontregeld heeft het kabinet een agenda opgesteld gericht op het herstellen van de situatie van jongeren na de crisis en op het bieden van perspectief voor de toekomst. Het gaat bijvoorbeeld om het wegnemen van belemmeringen in het onderwijs, het vergroten van kansen op de arbeids- en woningmarkt en het bieden van passende hulp en ondersteuning. Omdat dit soort zaken in de levens van jongeren vaak in elkaar overlopen moeten de opgaven veel meer in samenhang met elkaar worden opgepakt. Jongeren zelf worden hier nadrukkelijk bij betrokken, o.a. met het nieuwe Jongerenpanel Mentale Gezondheid. De agenda bouwt voort op de omvangrijke bestaande steunpakketten voor jongeren die al tijdens de coronacrisis in het leven zijn geroepen.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Kansrijke initiatieven
Staatssecretaris Blokhuis (VWS): “Jongeren zijn hard geraakt door de coronacrisis. We moeten ons realiseren dat de mentale druk die jongeren ervaren door corona niet gelijk weg is als de crisis voorbij is. Jongeren zijn ontzettend veerkrachtig en het kabinet wil hen daarin zoveel mogelijk versterken. Tijdens de crisis zijn er al veel mooie initiatieven voor jongeren op gang gekomen. Met deze agenda brengen we in kaart wat ervoor nodig is om te zorgen dat iedere jongere nu en in de nabije toekomst de kans krijgt om gelukkig en gezond op te groeien, zonder belemmeringen als gevolg van corona. Voor mij is het erg belangrijk en volstrekt logisch dat we jongeren daar zelf ook in horen.”
Kwetsbare jongeren
Minister Van Engelshoven (OCW): “De coronacrisis heeft bestaande verschillen versterkt in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Nadrukkelijke aandacht voor jongeren kan het verschil maken, zeker voor kwetsbare jongeren. Met het Nationaal Programma Onderwijs is sterk ingezet op extra handen voor de klas en goede begeleiding, ook voor een soepele overgang van onderwijs naar werk. Er liggen nog veel opgaven om jongeren ondersteuning en meer zekerheid voor de toekomst te bieden. Met deze agenda kunnen we de komende jaren aan de slag.”
Voortbouwen op steunpakketten
Sinds het uitbreken van de coronacrisis heeft het kabinet veel gedaan om de jongeren te helpen en perspectief te bieden, samen met gemeenten, scholen, sportverenigingen, jongerenwerk, ouders en vele anderen. Dit gebeurt via verschillende programma’s en steunpakketten. Zo zijn er met de circa 100 miljoen euro uit het Jeugdpakket en het Steunpakket Welzijn Jeugd talrijke initiatieven in het hele land mogelijk gemaakt om sociale activiteiten voor jongeren tijdens de coronacrisis op een veilige manier mogelijk te maken en specifieke doelgroepen extra te begeleiden. Om jongeren laagdrempelige mentale ondersteuning te bieden is o.a. de nieuwe supportlijn ‘Alles Oké?’, speciaal voor jongvolwassenen, gelanceerd.
Ook met het Nationaal Programma Onderwijs, waar in totaal 8,5 miljard euro is geïnvesteerd in het onderwijs, krijgen scholieren en studenten extra ondersteuning. Onder meer wordt geïnvesteerd in het inlopen van achterstanden, begeleiding op het gebied van stages, soepele in- en doorstroom en de aanpak van jeugdwerkloosheid. De agenda voor herstel en perspectief voor de jeugd na de crisis bouwt hierop voort.
Opgaven in samenhang aanpakken
Het kabinet vindt het belangrijk voldoende aandacht te schenken aan de opgaven die spelen voor jongeren als het gaat om bestaanszekerheid, kansengelijkheid en veerkracht. Denk aan het vroeg signaleren van schulden en schooluitval, het bevorderen van gelijke kansen bij de zoektocht naar baan of stage, meer passende woonplekken voor jongeren, aandacht voor sociaal-emotionele ontwikkeling en mentaal welzijn en investeren in het toekomstperspectief van jongeren in kwetsbare wijken. Omdat de verschillende leefdomeinen zoals school, werk, wonen en ondersteuning in het leven van jongeren niet los van elkaar bestaan, is het van belang dat de opgaven in de agenda voor herstel en perspectief in samenhang met elkaar worden aangepakt. Dat vraagt om goede samenwerking tussen partijen op alle niveaus. Het volgende kabinet zal besluiten over de uitvoering deze agenda voor de jeugd, en de middelen die daarbij horen.
Jongerenparticipatie
Het kabinet vindt het van belang jongeren van meet af aan te betrekken bij de beslissingen die (over hen) worden genomen en initiatieven die zij zelf starten meer te erkennen. Bij de totstandkoming van de agenda zijn door het kabinet veel gesprekken gevoerd met jongeren, om goed zicht te krijgen op de nodige aanpak van urgente problemen en bredere vragen die spelen. Ook in het vervolg moet jongerenparticipatie een plaats krijgen. Zo wordt een ‘Jongerenpanel Mentale Gezondheid’ opgezet, dat vanuit het perspectief van jongeren inhoudelijk meepraat over beleid dat hen aan gaat rondom mentale gezondheid.
Douane: verbreding en versterking anti-corruptiebeleid noodzakelijk en urgent
Criminelen passen hun manier van werken razendsnel en voortdurend aan terwijl de Douane daar nog niet voldoende op ingericht is. Daarom is een versterking en verbreding van de anti-corruptie aanpak van de Douane noodzakelijk en urgent.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
Dat concludeert de Douane naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek ‘De beheersing van corruptierisico’s door de Douane in de Rotterdamse haven’.
Kennis delen over werkwijze criminelen wordt dagelijks werk Douane
Het onderzoek is bedoeld om antwoorden te vinden op de vraag hoe Douane moet omgaan met een omgeving waar criminaliteit toeneemt. “Een van de leerpunten is dat de werkwijze van criminelen divers is en steeds verandert”, zegt Nanette van Schelven, directeur-generaal Douane. “Daar moeten wij sneller op in spelen om actuele corruptierisico’s te ondervangen en daardoor ook onze medewerkers beter te beschermen. Het delen van kennis, expertise en ervaringen met criminaliteit moet onderdeel zijn van onze dagelijkse praktijk. Dit betekent dat er voor de Douane werk aan de winkel is. Daar gaan we mee aan de slag.”
Douane-medewerkers extra interessant voor criminelen
Het onderzoek laat zien dat het anti-corruptiebeleid van de Douane niet algemeen kan zijn, maar gericht moet zijn op Douane-specifieke en actuele corruptierisico’s, bijvoorbeeld dat criminelen informatie krijgen over controles op zeecontainers. Van Schelven: “Criminelen proberen op meerdere plekken in de logistieke ketens te infiltreren maar de kennis van Douane-mensen is cruciaal voor criminelen. Op de specifieke corruptierisico’s die daarmee samenhangen, moeten we onze anti-corruptie aanpak richten.”
Samenwerking met criminelen kan ook onbewust beginnen
Het anti-corruptie beleid van de Douane kent al diverse zachte en harde maatregelen, zoals werken met het vierogen-principe, onvoorspelbaarheid in wie welke controles doet en diverse verplichte trainingen. Een verbreding en versterking van het anti-corruptiebeleid is echter noodzakelijk omdat het onderzoek laat zien dat alle Douane-medewerkers mogelijk interessant zijn voor criminelen, niet alleen medewerkers in risicofuncties. “Het onderzoek laat zien: sommigen overkomt het, anderen kiezen er bewust voor”, zegt Van Schelven. “Samenwerking met criminelen kan onbewust beginnen, als goed bedoelde vriendendienst. Soms speelt de verleiding van geld, in combinatie met druk of dreiging. Privéomstandigheden of de functie die je bekleedt, zijn lang niet zo bepalend als wij dachten. Onze inzet wordt om alle medewerkers te beschermen tegen de risico’s die zij lopen en weerbaarder te maken.”
Onderzoek benoemt verbeterpunten
Meer aandacht van leidinggevenden voor integriteits- en corruptierisico’s is ook een wens van Douane-medewerkers zelf. Van Schelven: “We moeten met elkaar bespreken welke normen en welk gedrag nodig is. Met elkaar het gesprek voeren over corruptie is erg belangrijk maar we vinden die gesprekken best moeilijk, blijkt uit het rapport. Daar moeten we sterker op inzetten.”
Integrale anti-corruptieaanpak Douane
Douane gaat in gesprek met medewerkers en andere betrokkenen over de aanbevelingen van het onderzoek. Dat moet leiden tot een effectieve anticorruptie-aanpak, met gebruik van data-analyse technieken bij corruptiesignalen en een versterkt bewustzijn van medewerkers ten aanzien van corruptierisico’s. Dit wordt verwerkt in een meerjarenplan, niet alleen voor de Rotterdamse Haven maar voor de hele Douane.
Landelijke Regietafel; nog veel inzet nodig van gemeenten voor huisvesting vergunninghouders
Gemeenten hebben de eerste vijf maanden van 2021 in totaal 9.734 vergunninghouders voorzien van een woning. Dat is een goede prestatie, zeker in het kader van de brede opdracht die gemeenten hebben in het huisvesten van alle aandachtsgroepen. Helaas is daarmee het tekort aan woningen voor vergunninghouders niet opgelost. Op dit moment wachten er in de opvanglocaties van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) in totaal ruim 10.000 vergunninghouders op woonruimte. Ook in de komende periode blijft maximale inspanning van gemeenten nodig om deze vergunninghouders te huisvesten.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Jantine Kriens is bestuurlijk aanjager huisvesting vergunninghouders en maakt zich zorgen over de ontstane situatie. “Het gaat om mensen die gevlucht zijn voor oorlog of vervolging en hier mogen blijven. Zij kunnen nu nog niet beginnen aan hun integratie. Het is van groot belang dat zij snel hun eigen woonruimte krijgen zodat zij hier ook echt een leven kunnen opbouwen en bij kunnen dragen aan onze samenleving.”
Oproep ‘blijf huisvesten’
Vanwege het landelijke tekort aan geschikte woonruimte, staan gemeenten bij het vinden van woningen voor grote uitdagingen. Kriens werkt in opdracht van de Landelijke Regietafel Migratie en Integratie (LRT) die onlangs opnieuw bij elkaar kwam. De LRT roept gemeenten op om ondanks alle uitdagingen de komende tijd werk te blijven maken van het huisvesten van vergunninghouders. Gemeenten worden daarbij ondersteund en geholpen vanuit het Rijk. Zo start in juli de pilot “Financiële impuls versnelde huisvesting grote gezinnen vergunninghouders” van het ministerie van JenV in samenwerking met het COA en de VNG. Een aantal gemeenten hebben zich aangemeld en zijn geselecteerd voor deze pilot. Deze financiële ondersteuning kan gebruikt worden voor het verbouwen van woonruimte om deze geschikt te maken voor een groot gezin (8+ mensen).
Tijdelijke woonruimte
Het ministerie van BZK stelt uiterlijk in het najaar €3 miljoen beschikbaar voor de realisatie van huisvesting voor vergunninghouders. Dit bedrag komt uit het budget van €50 miljoen voor de huisvesting van aandachtsgroepen, waar gemeenten in 2021 opnieuw aanspraak op kunnen maken. Steeds meer gemeenten maken zogenaamde midstay of tussenvoorzieningen. Dit is een woonvorm die geschikt is voor meerdere aandachtsgroepen én sneller te realiseren is dan reguliere woningbouw. Het kan gaan om transformatie van kantoorgebouwen of tijdelijke flexwoningen. De toewijzing van woonruimte in een tussenvoorziening aan een vergunninghouder telt mee in de gemeentelijke taakstelling. De bewoners wonen hier tijdelijk en stromen dan door naar reguliere huisvesting. Het ministerie van BZK steunt gemeenten om tot een soepel doorstroomproces te komen.
Een mooi voorbeeld is de woonlocatie LARS en LILY in Lelystad. Dit zijn twee modulair opgezette wooncomplexen waar allerlei aandachtsgroepen, onder wie vergunninghouders wonen. LARS staat er al en wordt bewoond, LILY is in aanbouw. Deze tijdelijke woonvorm kan de druk op de lokale woningmarkt verlichten. Voor gemeenten is er een handreiking hoe een tussenvoorziening gerealiseerd kan worden.
Toekomst
Jantine Kriens ziet dat de hoge taakstelling gecombineerd met de krappe woningmarkt gemeenten voor grote uitdagingen stelt. De bovengenoemde ondersteuningsmaatregelen zijn een eerste stap, maar langdurige inzet en aandacht van alle betrokken partners (Rijk, provincies en gemeenten) blijft nodig om de grote aantallen vergunninghouders die nu op COA-locaties verblijven aan woonruimte te kunnen helpen: “Het huisvesten van onder meer vergunninghouders is echt een gezamenlijke opdracht. Er zijn verschillende voorbeelden in het land die laten zien dat het realiseren van goede huisvesting snel kan. Laten we die benutten om deze mensen zo snel mogelijk een eigen plek te geven.”
Persoonsgebonden budget ook inzetbaar voor zorg in instelling
De ministerraad heeft ingestemd met een wijziging van het Besluit langdurige zorg (Blz) waardoor inwoners met een pgb in kleinschalige wooninitiatieven hun pgb behouden als het wooninitiatief zorg gaat leveren via een zorgkantoor. De individuele zorgafspraken van individuele inwoners van een wooninitiatief blijven dan de basis voor de zorgvraag in plaats van collectieve afspraken via een zorgkantoor. De zorgvraag van mensen wordt daarmee vooropgesteld in plaats van de financieringsvorm. Daarnaast wordt gewijzigd onder welke voorwaarden iemand vergoeding van zorg met verblijf in een instelling mee kan nemen naar de Europese Unie (EU), de Europese Economische Ruimte (EER) en Zwitserland. Ook worden de terugwerkende kracht van indicatiestellingen door het Centrum Indicatiestelling zorg (CIZ) en de betaling van bijkomende zorgkosten verduidelijkt.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Pgb voor kleinschalige wooninitiatieven
Op dit moment verliezen inwoners van kleinschalige wooninitiatieven hun pgb als zij dit volledig besteden bij een initiatief dat gecontracteerd wordt door een zorgkantoor. Het wooninitiatief levert dan namelijk geen zorg meer vanuit het pgb maar op basis van afspraken via een zorgkantoor. Met de wijziging van het Blz wordt een uitzondering gemaakt voor een specifieke groep pgb-houders die wonen in een wooninitiatief op het moment dat het wooninitiatief zorgafspraken maakt met een zorgkantoor. Door deze uitzondering te maken voor deze specifieke groep kunnen zij hun pgb behouden en wordt het voor kleinschalige wooninitiatieven makkelijker om over te stappen naar zorg die ingekocht wordt via een zorgkantoor.
Zorg met verblijf in een instelling in het buitenland
Daarnaast veranderen de voorwaarden voor het meenemen van zorg met verblijf in een instelling naar landen binnen de EU, de EER en Zwitserland. Deze vorm van zorg kan op dit moment alleen gebruikt worden voor een periode van maximaal dertien weken en als de persoon in kwestie ook in Nederland al deze zorg ontving. Deze twee voorwaarden vervallen voor landen binnen de EU, de EER en Zwitserland. Voor andere landen blijven de voorwaarden gelden.
Indicatiestelling met terugwerkende kracht
Een verzekerde kan met deze wijziging zorg met verblijf in een instelling vergoed krijgen met terugwerkende kracht, bijvoorbeeld als de verzekerde met spoed opgenomen moet worden in een instelling. Een besluit met terugwerkende kracht kan verleend worden onder bijzondere omstandigheden en enkel bij zorg met verblijf in een instelling. Voorbeelden van bijzondere omstandigheden zijn een onvoorziene verandering in de gezondheidssituatie of het plotseling wegvallen van mantelzorg.
Bijkomende zorgkosten
Naast de terugwerkende kracht van indicatiebesluiten wordt ook de betaling van bijkomende zorgkosten uit het pgb verduidelijkt. Bijkomende kosten zijn bijvoorbeeld kosten als cursussen of entreegelden voor zorgverleners. Hiervoor hanteren zorgkantoren een vergoedingenlijst. Met de wijziging van het Blz wordt het mogelijk om de bijkomende kosten verder uit te werken per ministeriële regeling, waardoor aangesloten wordt bij de praktijk.
Doorgeven alcohol aan minderjarige dubbel beboet per 1 juli
Vrienden, ouders of andere volwassenen die na 1 juli alcohol in een bar, op een festival of op een andere openbare plek doorgeven aan een minderjarige riskeren een boete van 100 euro. Dat is het gevolg van de nieuwe Alcoholwet die dan van kracht wordt. De minderjarige die de alcohol aanpakt riskeerde hiermee al een boete van 100 euro. Bij elkaar opgeteld gaat het dus om 200 euro boete voor één gebeurtenis. Uit een flitspeiling in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) onder ruim duizend respondenten blijkt dat zes op de tien Nederlanders nog helemaal niet weet wat er met de nieuwe wet gaat veranderen.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Met de nieuwe Alcoholwet, die de Drank- en Horecawet vervangt, wil de overheid problematisch alcoholgebruik en alcoholgebruik onder 18-minners verder terugdringen, zoals afgesproken in het Nationaal Preventieakkoord. Behalve de dubbele boete bij zogeheten wederverstrekking, verbiedt de wet kortingen van meer dan 25% op alcohol (en dus 2 halen 1 betalen) en moeten webshops de leeftijdsgrens van 18 jaar beter controleren.
Van vrienden of ouders
Onderzoek uit 2019 liet zien dat 46,6% van 12 tot en met 16-jarigen weleens alcohol drinkt. Dat krijgen ze meestal van vrienden, ouders en familie. Uit de flitspeiling in opdracht van VWS blijkt dat één op de zes Nederlanders weleens een alcoholisch drankje koopt waarvan ze weten dat het door een minderjarige gedronken wordt, bijvoorbeeld hun kinderen, vrienden of kennissen. Van de ondervraagden kreeg 46% weleens drank van een volwassene toen ze zelf minderjarig waren. Van de respondenten tussen de 18 en 25 jaar was dat zelfs meer dan zeven op de tien. Van de circa 40% respondenten die aangeeft iets te weten over wat de nieuwe Alcoholwet inhoudt, weet driekwart dat jongeren en volwassenen allebei een boete kunnen krijgen als er alcohol wordt doorgegeven. Negen op de tien ondervraagden zou geen drankje voor een minderjarige bestellen als dat een boete van 100 euro per persoon oplevert. Een op de 6 jongeren tussen de 18 en 25 zou dat echter nog steeds doen. Uit de flitspeiling blijkt ook dat Nederlanders niet weten hoe hoog de boetes nu en na 1 juli zijn.
Hou die 200 euro op zak!
Staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS): ”Ik hoop van harte dat er ontzettend weinig boetes uitgeschreven gaan worden naar aanleiding van de nieuwe wet. We doen dit niet om de schatkist te spekken, maar voor de gezondheid van jongeren. Alcohol onder de 18 is ongezond, daar is de Gezondheidsraad heel helder over. Maar te veel 18-minners drinken nog. In 2019 had bijna de helft van de 12 tot en met 16-jarige scholieren ooit weleens alcohol gedronken en een op de vijf scholieren had in de afgelopen maand gebinged (minstens 4-5 glazen alcohol per gelegenheid). Daarom doen we veel aan voorlichting om jongeren, hun ouders en vrienden ervan bewust te maken dat geen alcohol onder de 18 de gezonde keuze is. En als je de gezonde keuze maakt, hou je samen 200 euro op zak.”
Schadelijk voor gezondheid
Uit de flitspeiling blijkt verder dat de schadelijkheid van alcohol voor een gezonde ontwikkeling de belangrijkste reden is om geen drank te geven aan 18-minners. Bijna de helft van de respondenten geeft om die reden geen drank aan minderjarigen. Voor drie op de tien mensen is zowel de gezondheid als de boete een reden. De meeste mensen weten dat restaurants en cafés een boete en zelfs sluiting riskeren als ze alcohol aan minderjarigen schenken. Zes op de tien Nederlanders vindt naleving van dit verbod in de horeca een gezamenlijke verantwoordelijkheid van zowel horeca, jongeren als volwassenen.
Jeugdhulppartijen slaan handen in een voor betere continuïteit jeugdhulp
Na anderhalf jaar intensieve samenwerking ondertekenen de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (namens Jeugdzorg Nederland, de Nederlandse ggz, de VGN en VOBC), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de ministeries van Justitie en Veiligheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ook namens de Jeugdautoriteit) op 1 juli het convenant ‘Bevorderen Continuïteit Jeugdhulp‘. Partijen maken afspraken waarmee zij voorkomen dat de jeugdhulp aan jeugdigen en hun ouders of wettelijke vertegenwoordigers (tijdelijk) weg kan vallen omdat bijvoorbeeld aanbieders in (financiële) problemen komen.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Het convenant toont de gezamenlijke inzet van jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen, jeugdzorgregio’s, gemeenten en het Rijk om de continuïteit van zorg te borgen voor alle kinderen, jongeren, en gezinnen die dat nodig hebben. Met het ondertekenen van het convenant zetten aanbieders, gemeenten en het Rijk samen een belangrijke stap om meer rust in het jeugdstelsel te brengen en continuïteit van zorg te bevorderen. In de podcast “Jeugdhulp: Altijd beschikbaar!” wisselen convenantpartijen (Paul Blokhuis, Sander Dekker, Veronique Esman, Léon Meijer en Karel Schuurman) van gedachten over gemaakte afspraken en hoe ze samen verder te brengen voor betere continuïteit van jeugdhulp.
Voorkomen van continuïteitsrisico’s
Om risico’s op het wegvallen van jeugdhulp zoveel mogelijk te voorkomen, is een zorgvuldig contracteerproces van jeugdhulp, inclusief het goede gesprek over de opbouw en totstandkoming van tarieven, van belang. Het convenant biedt jeugdzorgregio’s, gemeenten, jeugdzorgaanbieders en gecertificeerde instellingen hiervoor een handreiking, die in het op te richten kennis-en informatiepunt tarieven verder wordt verfijnd.
Ook wordt er een geschillencommissie opgericht. Ontstaan er gedurende het inkoopproces of tijdens de looptijd van een contract geschillen die de jeugdzorgregio/gemeente en jeugdzorgaanbieder/gecertificeerde instelling ook na bemiddeling niet kunnen oplossen, dan kunnen zij zich richten tot die geschillencommissie om een gang naar de rechter te voorkomen.
Signaleren en beheersen van continuïteitsrisico’s
Wanneer risico’s op het wegvallen van jeugdhulp ontstaan is het belangrijk ze vroegtijdig te signaleren en beheersen, zodat de geboden jeugdhulp beschikbaar blijft of zo spoedig mogelijk wordt hersteld voor betrokken jeugdigen en hun ouders of wettelijk vertegenwoordigers. Omdat de Jeugdautoriteit op dit moment niet tijdig de juiste informatie tot haar beschikking heeft voor vroegsignalering, bevat het convenant afspraken over het tijdig aanleveren, verzamelen en verwerken van de informatie die daarvoor nodig is. De Jeugdautoriteit kan zo haar Early Warning Systeem (EWS) verrijken, wat tijdiger ondersteunen van jeugdzorgaanbieders, gecertificeerde instellingen, jeugdzorgregio’s en gemeenten mogelijk maakt.
Blijken er ondanks het EWS toch risico’s te ontstaan die zorgelijk zijn voor de continuïteit van jeugdhulp, bijvoorbeeld door druk op de liquiditeit van de aanbieder, onder-of overproductie of door personele uitdagingen in de bezetting; dan kunnen partijen terugvallen op het draaiboek uit het convenant. Dit draaiboek beschrijft welke stappen aanbieders en gemeenten nemen bij (dreigende) discontinuïteit van zorg, al naar gelang de ernst van de situatie.
Leren en ontwikkelen
Om continu te blijven werken aan de verbetering van gemaakte afspraken en het stelsel spreken stelselpartijen ook een leer-en ontwikkelcyclus af in het convenant. In de Hervormingsagenda Jeugd zullen ook meer keuzes worden gemaakt over hoe jeugdstelsel er in de toekomst uit moet zien. Daarnaast loopt het convenant vooruit op de diverse wetsvoorstellen om de regionale samenwerking te versterken, het opdrachtnemerschap van aanbieders te verstevigen en zowel inzicht als toezicht te versterken.
Gedetineerden vanaf vandaag maximaal 2 jaar voorwaardelijk vrij
De Wet straffen en beschermen treedt in werking. Hierdoor komen daders van zware misdrijven niet meer na twee derde van hun straf voorwaardelijk vrij. De voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) wordt maximaal 2 jaar. Die periode kon eerder nog oplopen tot wel 10 jaar. Daarnaast gaat de v.i. niet langer van rechtswege in, maar neemt het Openbaar Ministerie (OM) voor iedere gedetineerde een individuele beslissing of v.i. al aan de orde is. Daarbij wordt gekeken naar het gedrag van de gedetineerde, slachtofferbelangen en het gevaar voor de maatschappij.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Straf is straf
Minister Dekker: “Een dader die ver voor het einde van zijn celstraf alweer op vrije voeten komt, dat voelt onrechtvaardig en is niet uit te leggen aan slachtoffers. Dat gaat daarom vanaf vandaag veranderen: straf is straf. En om te voorkomen dat een crimineel opnieuw in de fout gaat, moet hij voortaan vanaf dag één actief aan de slag met beter gedrag – in de bak, aan de bak.”
Gedrag telt
Niet alleen tegen het einde van de gevangenisstraf gaat er iets veranderen, ook de invulling van de straf gaat op de schop. Meer dan nu het geval is gaat vanaf het eerste moment gedrag en de mate waarin gedetineerden zich inzetten om hun leven weer op de rit te krijgen, een rol spelen. Hun gedrag heeft invloed op de privileges die zij krijgen. Zo is bijvoorbeeld in de coronaperiode gebleken dat bezoek achter plexiglas invloed heeft op de invoer van smokkelwaar. Voor gedetineerden bij wie smokkelwaar wordt aangetroffen, kan de maatregel worden opgelegd dat zij alleen bezoek achter glas mogen ontvangen.
Succesvolle terugkeer in de samenleving
Daarnaast heeft het gedrag van gedetineerden invloed op het verloop van hun detentie. Verlof wordt minder vanzelfsprekend en vrijblijvend. Gedetineerden die goed gedrag vertonen, kunnen hier aanspraak op maken, als het een concreet re-integratiedoel dient. Bijvoorbeeld door te werken aan één of meerdere basisvoorwaarden voor een succesvolle terugkeer in de samenleving, zoals grip op schulden of zicht op werk. Ook voor verlof wordt het gedrag van gedetineerden meegewogen.
In de bak, aan de bak
Om herhaling van crimineel gedrag te voorkomen, gaan gedetineerden al vanaf dag één van hun gevangenisstraf actief aan de slag met een veilige terugkeer in de samenleving. Dit doen zij aan de hand van een zogeheten Detentie- en Re-integratieplan. Daarin wordt aandacht besteed aan de beperkingen én mogelijkheden van een gedetineerde en worden zijn persoonlijke gedrags- en re-integratiedoelen vastgelegd. De reclassering en gemeenten worden in een vroeg stadium betrokken bij het opstellen en het uitvoeren van dit plan. Met de wet wordt het makkelijker om onderling informatie uit te wisselen. Zo benutten we de straf optimaal om recidive te voorkomen en de maatschappij te beschermen.
Problemen van mensen beter verholpen in pilots rechtsbijstand
Problemen van mensen op het gebied van bijvoorbeeld schulden en ontslag kunnen beter en sneller worden opgelost door een intensievere samenwerking tussen gemeentelijke wijkteams, sociaal raadslieden, het Juridisch loket en sociaal advocaten. Dat zijn de eerste resultaten van de lopende pilots rechtsbijstand, zo schrijft demissionair minister Dekker (Rechtsbescherming) in een brief aan de Tweede Kamer.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Minister Dekker: “Mensen met problemen zoeken een oplossing, niet een ingewikkelde en lange juridische procedure. Die oplossing komt dichterbij als hulpverleners en juristen de handen ineenslaan, zo blijkt uit de eerste pilots rechtsbijstand. Precies wat we samen wilden bereiken.”
Sneller en beter
Snel een goede oplossing voor jouw probleem: dat is het doel van de stelselvernieuwing rechtsbijstand. Eerder in de kabinetsperiode zijn diverse pilots begonnen om te testen welke manier van werken en organiseren daarbij het beste helpen. Zowel in de pilot in Hillesluis in Rotterdam als de pilot Samenwerken in de eerste lijn op initiatief van de Nederlandse Orde van Advocaten zien we dat intensievere samenwerking tussen hulpverleners en juristen op lokaal niveau de eerste vruchten afwerpt voor mensen met problemen.
Complexere zaken
Juridische problemen worden sneller gesignaleerd, zodat eerder kan worden begonnen met het zoeken naar oplossingen. Voor complexere zaken is er een kort lijntje met sociaal advocaten. De rechtzoekende heeft er baat bij dat lokale partijen elkaar beter kennen en weten te vinden.
Kabinet presenteert aanpak om publieke dienstverlening te verbeteren
Het kabinet wil werk maken van betere publieke dienstverlening. Het heeft concrete acties voor de komende jaren vastgelegd in een zogenoemde overheidsbrede werkagenda. Het vertrouwen in de overheid is zowel maatschappelijk, politiek en bestuurlijk onderwerp van discussie. Dat vraagt om verstevigde publieke dienstverlening.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Wetgeving begrijpelijker maken
Het kabinet wil onder meer wetgeving begrijpelijker maken voor burgers en bedrijven en de hulp van de overheid aan mensen met complexe problematiek verbeteren. Ook komt er onderzoek naar bestaande wetgeving die mogelijk hard uitpakt voor mensen. Nieuwe wetten en regels krijgen een jaar na invoering een ‘APK’ om te toetsen of wetgeving wel goed werkt in de praktijk. Het kabinet wil daarnaast kijken naar het inzetten van burgerpanels bij het ontwikkelen van nieuw beleid.
Meer aandacht voor uitvoerbaarheid wetgeving
In de werkagenda staat ook dat er meer aandacht moet komen voor de uitvoerbaarheid van wetgeving. Uitvoeringsorganisaties dienen daarom nauwer betrokken te worden bij het maken van nieuw beleid. Het kabinet neemt het initiatief om te starten met gesprekken waaraan beleid, uitvoering en politiek als gelijkwaardige gesprekspartners deelnemen om dilemma’s in de uitvoering te bespreken. Om publieke dienstverleners in staat te stellen de dienstverlening structureel te verbeteren, is het nodig dat zij de ruimte krijgen, en ook nemen, om maatwerk toe te passen. Zo kunnen zij complexe situaties, waarbij burgers in de knel zijn gekomen, beter oplossen. Ministeries worden actiever betrokken bij het aanpakken van dergelijke knelpunten in de uitvoering. Het kabinet werkt aan een wetsvoorstel multiprobleemsituaties met extra bevoegdheden die het voor lokale en landelijke professionals makkelijker maken om maatwerk te leveren.
Acties werkagenda
De acties die het kabinet wil uitvoeren in de werkagenda zijn gebaseerd op adviezen uit recente rapporten over de uitvoering, zoals ‘Werken aan uitvoering’ (WAU), ‘Ongekend Onrecht’ van de parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag (POK) en het rapport ‘Klem tussen balie en beleid’ van de Tijdelijke Commissie Uitvoeringsorganisaties (TCU). Voor het verbeteren van de publieke dienstverlening zijn aanzienlijke investeringen nodig de komende jaren. Deze zijn voor een deel toegezegd in de kabinetsreactie op het rapport ‘Ongekend onrecht’. Daarnaast is door uitvoeringsorganisaties inzichtelijk gemaakt welke extra middelen zij nodig denken te hebben de komende periode, naast de investeringen die de afgelopen kabinetsperiode zijn gedaan. Het is aan een volgend kabinet om afspraken te maken over eventuele aanvullende investeringen.
Verplichte risicoanalyse integriteit bij benoeming nieuwe wethouders
De ministerraad heeft op voorstel van minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ingestemd met een nota van wijziging op het wetsvoorstel ‘bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur’ voor een risicoanalyse integriteit voorafgaand aan de benoeming van wethouders. Het doel van deze preventieve toets is dat mogelijke risico’s en kwetsbaarheden in beeld worden gebracht en eventuele beheersmaatregelen kunnen worden afgesproken. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de behoefte van decentrale overheden aan nieuwe mogelijkheden om de bestuurlijke integriteit te bevorderen.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak ondermijning van SBO.
Screening
Op dit moment passen sommige gemeenten wel al een vorm van screening van wethouders toe. Hoe ze dat doen, verschilt weer per gemeente. De nieuwe wettelijke verplichting moet door alle gemeenten voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart volgend jaar worden ingevoerd, zodat de risicoanalyse integriteit bij de benoeming van nieuwe wethouders kan worden toegepast.
Zorgplicht bestuurlijke integriteit
Met de nota van wijziging wordt ook de bestaande zorgplicht van de burgemeester inzake bestuurlijke integriteit op dit punt concreet ingevuld: die moet voortaan toezien op een zorgvuldige uitvoering van de risicoanalyse integriteit bij de benoeming van wethouders. Veel burgemeesters vervullen hier in de praktijk al een rol bij. Na de gemeenteraadsverkiezingen volgt een evaluatie en wordt met een Algemene Maatregel van Bestuur de wettelijke verplichting verder vormgegeven om zo op uniforme wijze nadere regels te kunnen stellen aan de inhoud en de reikwijdte van de risicoanalyse.
Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur
De risicoanalyse wordt onderdeel van het al bij de Tweede Kamer ingediende voorstel ‘Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur’ (Kamerstuk 35546). Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 en na vragen van de Tweede Kamer, is door minister Ollongren een nota van wijziging voorbereid. Die is dit voorjaar voor consultatie voorgelegd aan de beroeps- en belangenverenigingen in het openbaar bestuur en aan de Autoriteit Persoonsgegevens. Naar aanleiding van deze consultatie is de concept nota van wijziging aangepast.
Wetsvoorstel
De ministerraad heeft ingestemd met het voor advies voorleggen van de nota van wijziging aan de Afdeling advisering van de Raad van State. Daarna zal de nota van wijziging bij de Tweede Kamer worden ingediend en zal de behandeling van het wetsvoorstel verder gaan, zodat dit nog voor de gemeenteraadsverkiezingen in werking kan treden.



