Ruim €1,3 miljard extra naar gemeenten voor tekorten jeugdzorg in 2022
Het kabinet stelt voor 2022 €1,314 miljard extra beschikbaar aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Dat komt bovenop de eerder toegezegde €300 miljoen voor dat jaar. Hierin is ook meegenomen dat gemeenten uitvoering geven aan maatregelen die in 2022 een besparing van €214 miljoen op de jeugdzorguitgaven opleveren. Het kabinet en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben dat met elkaar afgesproken naar aanleiding van het oordeel van de Commissie van Wijzen. Voor de jaren na 2022 dient het oordeel als zwaarwegende inbreng voor de kabinetsformatie. Tegelijk committeren gemeenten en het Rijk zich nu al aan het maken van afspraken over maatregelen waarmee het jeugdstelsel op de lange termijn beter houdbaar wordt.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Goed en houdbaar jeugdstelsel
Staatssecretaris Blokhuis: “Alle kinderen, jongeren en gezinnen verdienen het om tijdig passende hulp te krijgen wanneer zij die nodig hebben. We moeten daarom hard werken aan een goed en houdbaar jeugdstelsel. Momenteel staat dat onder grote druk. Het is goed dat we gemeenten nu al duidelijkheid kunnen bieden voor wat betreft de financiën voor 2022. Maar de oplossing voor de lange termijn is niet alleen een kwestie van geld, er zijn ook maatregelen voor nodig. Ondanks dat een nieuw kabinet daarover zal besluiten moeten we, Rijk en gemeenten, ook nu al doen wat nodig is. Daarom nemen gemeenten en Rijk ook nu al maatregelen en voorbereidingen om de uitgaven te beperken. Doorgaan op dezelfde weg is geen optie.”
Hervormingsagenda
VNG-voorzitter Jan van Zanen: “Het is goed dat het demissionaire kabinet conform de uitspraak van de Commissie van Wijzen de tekorten van de jeugdzorg voor gemeenten compenseert. Gemeenten hebben nu duidelijkheid voor 2022. Daarmee kunnen ze dus rekening houden bij het opstellen van hun begroting. Dat geeft lucht. Maar we zijn er nog niet. Voor de jaren daarna moeten afspraken worden gemaakt met het nieuwe kabinet. Wij gaan ervan uit dat het nieuwe kabinet net als het demissionaire kabinet ook conform de uitspraak zal handelen. Dan kunnen we samen de schouders zetten onder de hervormingsagenda om zo de hulp aan kinderen en hun omgeving te verbeteren en het stelsel beter beheersbaar te maken. Dit is hard nodig en het is goed dat het demissionaire kabinet met deze toekenning de mogelijkheid creëert om nu al stappen te zetten.”
Nieuw kabinet
Gemeenten en Rijk zijn het eens dat scherpere keuzes en een meer doelmatige uitvoering nodig zijn om het jeugdstelsel, ook op de lange termijn, beter en houdbaar te maken. De uitgaven aan de jeugdzorg moeten beheersbaar zijn, er moet effectieve zorg beschikbaar zijn voor kinderen die dat nodig hebben en gemeenten moeten hun taken goed kunnen uitvoeren. Dat is een grote gezamenlijke opgave. Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over de structurele financiën en noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel om de jeugdzorg in de toekomst effectief en beheersbaar te houden. Het oordeel van de Commissie van Wijzen dient daarbij als zwaarwegende inbreng.
Beter houdbaar jeugdstelsel
Gezien de urgentie van het onderwerp wordt, vooruitlopend op de besluitvorming van het nieuwe kabinet, nu al gestart met het nemen van maatregelen en het voorbereiden van een beter houdbaar jeugdstelsel op de lange termijn. Het Rijk en de VNG committeren zich eraan om gezamenlijk te komen tot een hervormingsagenda, waarin afspraken worden gemaakt over maatregelen en een structureel financieel kader die leiden tot een stelsel waarin zorg beschikbaar is voor kinderen die dat echt nodig hebben, gemeenten betere uitvoeringskracht hebben en er meer inzicht komt in informatie zoals gebruik van jeugdzorg, uitgaven en wachttijden. Ook wordt gestart met de voorbereiding van aanpassing van wet- en regelgeving waar een nieuw kabinet definitief over moet besluiten. Dit gebeurt samen met andere relevante partijen, in het bijzonder zorgaanbieders, beroepsorganisaties, cliëntenorganisaties en toezichthouders. Ook ervaringsdeskundigen worden geraadpleegd.
Minister Ollongren bezoekt wijken in Tilburg en Roosendaal
Woensdag 2 juni was minister Kajsa Ollongren op werkbezoek in de Tilburgse wijk West en de wijk Langdonk in Roosendaal. Twee wijken waar gemeenten zich samen met bewoners, ondernemers en professionals inzetten om de leefbaarheid en veiligheid te verbeteren. Zo wordt overlast in de wijk aangepakt en gaat aandacht uit naar onder meer onderwijsachterstanden, criminaliteit, gezondheid en woningonderhoud.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de cursus integrale gebiedsgerichte aanpak van HCB.
Tilburg
Tilburg West is een mooie, groene maar ook kwetsbare wijk met veel sociale huurwoningen, relatief veel armoede en eenoudergezinnen. De laatste jaren is ingezet op het verhogen van de sociale cohesie in de wijk en het bieden van toekomstperspectief. Van woonwijk naar een schone en veilige leefwijk met cultuur, winkels en evenementen. Met aandacht voor de bewoners. Een goede aanpak vraagt echter tijd, capaciteit en een lange adem. Er is gekozen voor ‘doorbraakinitiatieven’ die de bestaande manier van werken doorbreken. Het kan en moet anders. In de buurt, op school en met de woningen. Beter, schoner, veiliger, gezelliger, duurzamer en meer vertrouwen in de toekomst.
Roosendaal
De maatschappelijke onrust in de wijk Langdonk in Roosendaal werd in december zichtbaar – letterlijk – door vuurwerkrellen. Sindsdien wordt er flink geïnvesteerd om de leefbaarheid en veiligheid te verbeteren, ‘buurtpreventisten’ samen met jongeren- en welzijnswerkers. Tijdens een wandeling in de wijk en in de ontmoetingskerk De Goede Herder spreekt de minister jonge en oudere bewoners. In december was deze – toen nog leegstaande – kerk het middelpunt van de vuurwerkrellen. Nu is het een belangrijke plek in de wijk waar jong en oud elkaar kunnen ontmoeten. De gemeente Roosendaal zoekt – net als Tilburg – naar nieuwe manieren om de onderliggende sociale en fysieke problematiek op te lossen. Denk aan discriminatie, werkgelegenheid, ondermijnende criminaliteit en de kwaliteit van de (sociale) huurwoningen.
Integrale gebiedsgerichte aanpak
De ervaring leert dat zowel in de grote als de kleinere steden een integrale analyse en gebiedsgerichte aanpak noodzakelijk is. De Rijksoverheid, gemeenten, maatschappelijke partners en bewoners werken schouder aan schouder, heel gericht, samen.
Meer maatregelen voor huisvesting van aandachtsgroepen nodig
Minister Ollongren (BZK) wil dat er meer passende huisvesting komt om de aandachtsgroepen op de woningmarkt te helpen. Het gaat onder meer om dak- en thuisloze mensen, arbeidsmigranten, statushouders, ouderen met een zorgvraag en andere spoedzoekers. Zij worden het hardst geraakt door de toenemende woningnood en de coronacrisis. Daarom heeft de minister een interbestuurlijke werkgroep gevraagd om met adviezen voor een brede aanpak te komen. Hierin zitten meerdere ministeries, de VNG, Aedes, de G4 en de G40. Zij komen in juli met hun rapport.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Wonen is meer dan een dak boven het hoofd. Daarom kijkt de werkgroep, onder leiding van Bernard ter Haar, hoe beleidsterreinen op het gebied van wonen, zorg, onderwijs, arbeidsmarkt en integratie effectiever met elkaar zijn verknopen. Met als ambitie er voor te zorgen dat iedereen in 2030 een prettig en betaalbaar (t)huis heeft.
Financiële bijdrage
Minister Ollongren heeft voor zowel 2020 als 2021 een bedrag van 50 miljoen euro beschikbaar gesteld voor brede huisvesting van aandachtsgroepen. Van het geld uit 2020 kregen 59 gemeenten een financiële bijdrage, waardoor zij op korte termijn bijna 12.400 woningen en woonplekken versneld kunnen opleveren. Verder werkt minister Ollongren een regeling uit waarbij voor zowel 2021 en 2022 een bedrag van 20 miljoen beschikbaar komt voor het stimuleren van geclusterd wonen voor ouderen. Daarnaast is met Aedes en VNG afgesproken om binnen twee jaar te starten met de bouw van 150.000 sociale huurwoningen en de realisatie van 10.000 flexwoningen.
Blokhuis verbiedt designerdrug 3-MMC onder Opiumwet
Staatssecretaris Blokhuis (VWS) gaat de designerdrug 3-MMC verbieden door het op Lijst II van de Opiumwet te plaatsen. Dat heeft hij samen met minister Grapperhaus (J&V) besloten. Hierdoor wordt de eenvoudige beschikbaarheid van 3-MMC tegengegaan en wordt een signaal afgegeven over de gezondheidsrisico’s. Blokhuis neemt hiermee het advies over van het CAM. Dat voerde een risicobeoordeling van 3-MMC uit, naar aanleiding van signalen van toenemend gebruik en een stijgend aantal incidenten.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en spreker op het seminar De Veilige Gemeenten.
Blokhuis: “3-MMC wordt steeds populairder, met name onder jongeren. Vanuit verschillende delen van het land ontvangen we zorgwekkende signalen over dit middel. Ik ben blij dat het CAM op zo’n korte termijn tot een beoordeling is gekomen, zodat we nu tot actie kunnen overgaan. De legale status geeft deze drug een vals onschuldig imago, daar moeten we zo snel mogelijk vanaf. Het is gevaarlijk spul, waar we onze jongeren voor moeten waarschuwen en tegen moeten beschermen.”
Gezondheidsincidenten en verslaving
Volgens het CAM (Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs) neemt het aantal gezondheidsincidenten na gebruik van 3-MMC toe en heeft het middel potentie tot verslaving. Bovendien is het door de huidige legale status eenvoudig verkrijgbaar. Dat wordt tegengegaan door 3-MMC op Lijst II van de Opiumwet te plaatsen. Daarmee wordt het verboden. Een verbod geeft ook een signaal af aan gebruikers dat aan het gebruik van 3-MMC-gezondheidsrisico’s zijn verbonden, zoals hartritmestoornissen, een verhoogde bloeddruk of lichaamstemperatuur en agitatie die vaak aanleiding geven voor medische zorg.
Preventie
Het CAM adviseert ook om gebruikers van 3-MMC beter bewust te maken van de negatieve gezondheidseffecten die met gebruik gepaard kunnen gaan. Daarom wordt naast het verbod ook ingezet op voorlichting en preventie. Het Trimbosinstituut brengt op korte termijn een folder uit gericht op (potentiële) gebruikers met informatie over de risico’s van 3-MMC-gebruik. Ook komt er informatie voor professionals met handvatten hoe om te gaan met 3-MMC-gebruik. Het online informatieaanbod over dit onderwerp is uitgebreid. Hiervan wordt veel gebruik gemaakt door zowel gebruikers als professionals. Daarnaast adviseert het Trimbos-instituut gemeenten die te maken hebben met 3-MMC-problematiek over de vormgeving van het preventieaanbod.
Najaar 2021
De algemene maatregel van bestuur die nodig is om 3-MMC op Lijst II van de Opiumwet te plaatsen wordt op korte termijn aan de Eerste en Tweede Kamer aangeboden. Naar verwachting zal het verbod op 3-MMC dan in het najaar van 2021 kunnen ingaan.
Grapperhaus: lering trekken uit evaluatie tramaanslag Utrecht
Op 18 maart 2019 werd Nederland opgeschrikt door een aanslag in een tram in Utrecht. Er vielen vier dodelijke slachtoffers, meerdere personen raakten (zwaar)gewond of waren getuige van deze buitengewoon traumatiserende gebeurtenis. De dader Gökmen T. is dezelfde dag nog aangehouden en zit inmiddels een levenslange gevangenisstraf uit. Gezien de ernst en maatschappelijke impact van deze aanslag en het belang om lessen mee te nemen voor toekomstig optreden zijn er door alle betrokken organisaties leerevaluaties uitgevoerd en heeft de Inspectie van Justitie en Veiligheid een overkoepelende analyse opgesteld. Nadat de nabestaanden en slachtoffers daar vandaag over zijn geïnformeerd, hebben de minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus en minister voor Rechtsbescherming deze evaluaties en analyse naar de Tweede Kamer gestuurd.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
De centrale conclusie van de Inspectie is dat betrokken organisaties, politie, Openbaar Ministerie (OM), de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) een beter en completer beeld hadden kunnen hebben van de dader. Dat had mogelijk kunnen leiden tot beter passende maatregelen. Daarbij stelt de Inspectie wel dat dit niet wil zeggen dat daarmee de aanslag op 18 maart 2019 voorkomen had kunnen worden. De inspectie benadrukt dat risico’s nooit uitgesloten kunnen worden maar dat het wel zaak is deze zo klein mogelijk te maken. Over het functioneren van de crisisorganisaties stelt de Inspectie in het rapport dat dankzij het handelen en doorzettingsvermogen van de politie, de burgemeester van Utrecht en het Openbaar Ministerie de dader nog op dezelfde dag is aangehouden. Maar er zijn volgens de Inspectie ook lessen te trekken. De crisisorganisaties hebben op de dag zelf niet als één organisatie geopereerd en gedurende de dag was essentiële informatie over de opsporing niet tijdig beschikbaar binnen de driehoek. Ook is er niet samengewerkt volgens de afgesproken en beoefende opschalingsstructuur en is lange tijd niet volgens dezelfde opsporingsprocedure gehandeld.
Leed nabestaanden en slachtoffers
“Het leed dat nabestaanden en slachtoffers is aangedaan kan niet ongedaan worden gemaakt. Zij zullen altijd met deze vreselijke gebeurtenis en de gevolgen daarvan moeten leven. Op meerdere momenten heb ik, samen met de burgemeester van Utrecht met verschillende nabestaanden en slachtoffers van de aanslag gesproken. Die gesprekken hebben een onuitwisbare indruk op mij gemaakt. Het sterkt mij ook in het voornemen dat we in onze rechtsstaat er alles aan moeten soortgelijke gebeurtenissen in de toekomst te voorkomen.” aldus Grapperhaus.
Completer beeld
In de reactie aan de Tweede Kamer laten Grapperhaus en Dekker weten dat conclusies uit de evaluaties en de analyse van de Inspectie grotendeels onderschreven worden. Sinds de tramaanslag zijn concrete stappen gezet die er in belangrijke mate aan moeten bijdragen dat ten aanzien van personen zoals T., bij verschillende ketenpartijen een completer beeld kan ontstaan.
Opvolging en overdracht
Er zijn afspraken gemaakt om de opvolging en overdracht van signalen van radicalisering, zowel binnen detentie als tussen justitiële inrichtingen en ketenpartners, zoals gemeenten, te verbeteren. Om gedurende detentie mogelijke signalen van radicalisering beter te onderkennen en er (na detentie) opvolging aan te kunnen geven is in april 2019 gestart met het vormgeven van het Meldpunt Radicalisering en het Multidisciplinair Afstemmingoverleg Resocialisatie (MAR). De betrokken gemeente, waar de gedetineerde vandaan komt of na detentie naar zal tergkeren, sluit daar ook bij aan. Deze verbinding zorgt ervoor dat er een goed en integraal beeld beschikbaar is binnen en buiten detentie waarop een passende vervolgaanpak kan worden ontwikkeld, onafhankelijk van waar een persoon zich bevindt.
Communicatie gestructureerd
Ook wordt de communicatie tussen DJI en het OM over strafbare feiten die in detentie plaatsvinden, meer gestructureerd. OM en DJI hebben tijdelijke maatregelen genomen om deze informatie sneller en directer te delen. Een structurele oplossing is in de maak.
Gegevensdeling door samenwerkingsverbanden
De aanpak van personen zoals T. wordt verbeterd zodat er beter zicht komt op veelplegers en personen met multi-problematiek. De verschillende (lokale) organisaties op het straf-, zorg-, en sociaal domein moeten beter op elkaar aangesloten zijn. Het met elkaar (kunnen) delen van cruciale informatie is daarin van belang. Het wetsvoorstel gegevensdeling door samenwerkingsverbanden, dat nu in de Eerste Kamer ligt voor behandeling, gaat meer mogelijkheden bieden tot informatiedeling.
Integrale persoonsgerichte aanpak
Het voorkomen van een aanslag door een alleenhandelende dader cq. een potentieel gevaarlijke eenling is en blijft een enorme uitdaging. De noodzaak om de aanpak van deze doelgroep verder te versterken wordt door alle partijen onderschreven. Zo kan er bij de persoonsgerichte aanpak nu al een beroep worden gedaan op de expertise van het Team dreigingsmanagement van de Nationale Politie waarbinnen politie- en zorgprofessionals samenwerken om het risico op geweld vanuit o.a. (extremistische) potentieel gewelddadige eenlingen goed te kunnen duiden.
Crisisstructuur verbeteren
Ook de crisisstructuur heeft lessen getrokken uit de gebeurtenissen op 18 maart 2019. Bestaande operationele procedures van de crisisorganisaties zijn aangescherpt en de afspraken over de aansturing in een crisissituatie herzien, dit alles met het doel de respectievelijke functies te waarborgen en tegelijkertijd de onderlinge samenwerking te optimaliseren.
Optimaliseren informatiedeling en samenwerking
Bij alle verbeterpunten staat het optimaliseren van de informatiedeling en de samenwerking centraal. Het uitgangspunt daarbij is dat betrokken organisaties, bij gevallen waarin sprake is van signalen van radicalisering, alert zijn en adequaat handelen.
Wetsvoorstel verbetert positie klokkenluiders
De ministerraad heeft op voorstel van minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ingestemd met het wetsvoorstel ter implementatie van de EU-richtlijn bescherming klokkenluiders. Met dit wetsvoorstel wordt de positie van klokkenluiders sterk verbeterd.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.
Het wetsvoorstel wijzigt de huidige Wet Huis voor klokkenluiders die Wet bescherming klokkenluiders gaat heten. Het wetsvoorstel breidt de bescherming uit van klokkenluiders die een vermoeden van een misstand melden. Daarnaast krijgen melders van een inbreuk op diverse terreinen van het recht van de Europese Unie bescherming. Melders die benadeeld zijn hoeven straks bijvoorbeeld niet meer aan te tonen dat zij benadeeld zijn vanwege hun melding. De bewijslast verschuift naar de werkgever. Die zal moeten aantonen dat de benadeling niets met de melding te maken heeft.
Kring beschermde personen uitgebreid
Verder wordt de kring van beschermde personen uitgebreid. Niet alleen werknemers en ambtenaren worden beschermd, maar ook vrijwilligers, stagiairs, zzp’ers, (onder)aannemers, aandeelhouders en sollicitanten. Iedereen die in het kader van zijn of haar werkzaamheden op een misstand of inbreuk op het recht van de Europese Unie stuit, deze op redelijke gronden meldt en naar aanleiding daarvan wordt benadeeld, wordt straks beschermd.
Strengere eisen interne meldprocedures
Daarnaast moeten interne meldprocedures van werkgevers aan strengere eisen gaan voldoen. Ook worden ‘bevoegde autoriteiten’, waaronder het Huis voor klokkenluiders, aangewezen die meldingen kunnen ontvangen en onderzoek kunnen doen of maatregelen kunnen nemen naar aanleiding van een melding van een schending van het recht van de Europese Unie.
Aanstaande wetswijzigingen
Het wetsvoorstel wordt openbaar na indiening bij de Tweede Kamer. Op de nieuwe website wetbeschermingklokkenluiders.nl is vanaf juni informatie te vinden over de aanstaande wetswijzigingen en de eisen waaraan werkgevers en bevoegde autoriteiten moeten gaan voldoen. Ook de website huisvoorklokkenluiders.nl informeert over de wetswijzigingen. Het Huis voor klokkenluiders zal behulpzaam zijn bij het voorbereiden van de nieuwe meldautoriteiten op de implementatie van de EU-richtlijn.
Kabinet wil maatschappelijke schade in faillissementen voorkomen
Als faillissementen van bijvoorbeeld ziekenhuizen of onderwijsinstellingen zich voordoen, moeten deze in stilte kunnen worden voorbereid door de toekomstig curator. Zo kan veel maatschappelijke schade en persoonlijk leed voor de betrokken patiënten of studenten worden voorkomen. Om hiervoor te zorgen, heeft de ministerraad op voorstel van minister Dekker voor Rechtsbescherming ingestemd met het in consultatie brengen van een nieuwe regeling. Dit is een novelle op de Wet continuïteit ondernemingen I (WCO I).
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Minister Dekker over het belang van deze regeling: “Als alle inspanningen toch niet voorkomen dat maatschappelijk belangrijke ondernemingen failliet gaan, moeten de activiteiten in ieder geval gecontroleerd kunnen worden afgebouwd. Bij een ziekenhuis kan hiermee worden voorkomen dat de patiëntveiligheid in het gedrang komt.”
Wet continuïteit ondernemingen I
Bij de Eerste Kamer is sinds enige tijd een voorstel voor de Wet continuïteit ondernemingen I (WCO I) in behandeling. Dit voorstel maakt het wettelijk mogelijk dat rechters bij een aanstaand faillissement van in principe elke onderneming, al vóór de faillietverklaring kunnen meedelen wie aangesteld zal worden als curator. De curator kan zich op die manier in relatieve rust voorbereiden op de taak die hem te wachten staat. Zo kan hij na de faillietverklaring direct daadkrachtig handelen. Dit vergroot de kans op een maximale opbrengst voor de schuldeisers en een doorstart van nog rendabele bedrijfsonderdelen met behoud van werkplekken voor de werknemers.
Wet overgang van onderneming in faillissement
De behandeling van de WCO I is door de Eerste Kamer aangehouden omdat er ook nog een ander wetsvoorstel in voorbereiding is dat de positie van werknemers regelt in geval van zo’n doorstart, de ’Wet overgang van onderneming in faillissement’ (WOVOF). De senatoren hebben er terecht op gewezen dat de wetsvoorstellen met elkaar samenhangen en willen ze daarom gezamenlijk behandelen. Op dit moment loopt er alleen ook nog een prejudiciële procedure bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. De uitkomst van die procedure kan van invloed zijn op hoe de WOVOF er uiteindelijk uit moet komen te zien en daarom wordt daar nu eerst op gewacht.
Stille voorbereidingsfase nu gewenst
In de tussentijd zijn er echter situaties geweest waarin een stille voorbereidingsfase, zoals de WCO I regelt, heel gewenst zou zijn geweest. Dit concludeerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid bijvoorbeeld in zijn rapport “Faillissement MC Slotervaart en MC IJsselmeerziekenhuizen; risico’s voor patiëntveiligheid”. Voor minister Dekker is dit aanleiding om te komen met een novelle bij de WCO I. Deze novelle zorgt ervoor dat het toepassingsbereik van de WCO I wordt ingeperkt en dat de focus van de regeling komt te liggen op ondernemingen met activiteiten waarbij maatschappelijke belangen worden gediend, zoals ziekenhuizen en onderwijsinstellingen. De novelle maakt een gecontroleerde afbouw van activiteiten mogelijk in faillissement en houdt tegelijkertijd rekening met de nog niet uitgekristalliseerde positie van werknemers, door de tijdelijke inperking van het toepassingsbereik van de regeling. Het toepassingsbereik van de WCO I wordt nu tijdelijk ingeperkt om tegemoet te komen aan de dringende behoefte in de praktijk. Als het wetgevingstraject betreffende de WOVOF straks weer wordt hervat, zal de reikwijdte van WCO I weer worden verbreed.
Bijna 7 miljoen euro voor aanpak ondermijnende criminaliteit in mainports
De aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit in twee van onze internationaal belangrijke mainports – de Rotterdamse haven en luchthaven Schiphol – wordt dit jaar met bijna 7 miljoen euro extra versterkt. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid schrijft vandaag aan de Tweede Kamer dat hij dit geld heeft vrijgemaakt voor de impuls. Onze logistieke knooppunten moeten weerbaarder worden tegen criminelen die met malafide praktijken misbruik maken van onze goede economische infrastructuur. Naast de extra impuls voor de aanpak in de twee mainports wordt gewerkt aan een breder integraal plan voor de versterking van de beveiliging van logistieke knooppunten, waaronder ook andere zee- en luchthavens.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en spreker op het seminar De Veilige Gemeenten.
“In de Rotterdamse haven is vorig jaar een recordhoeveelheid drugs onderschept. Door het corona-virus is er even minder luchtvaartverkeer op Schiphol, maar we kennen steeds beter de zwakke plekken en risico’s dankzij intensieve samenwerking tussen opsporingsdiensten, Douane, Belastingdienst, lokaal bestuur en bedrijfsleven. De onder- en bovenwereld zien we letterlijk samenkomen op containerterminals en in bagagekelders van onze zee- en luchthavens. Met hulp van binnenuit proberen criminelen drugs te smokkelen. Daarom willen we op deze plekken doorpakken. Door onze mainports weerbaarder te maken tegen malafide praktijken, kunnen we ondermijnende criminaliteit beter terugdringen.’’ aldus minister Grapperhaus.
Impuls mainports
De belangrijkste internationale goederen- en personenstromen lopen via de haven van Rotterdam en luchthaven Schiphol. Op deze plekken wordt al keihard gewerkt om ondermijning terug te dringen. In overleg met de burgemeesters van Rotterdam en Haarlemmermeer wordt nu een impuls gegeven om de regionale plannen tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit te versterken in de mainports: 5 miljoen euro voor de Rotterdamse haven en 1,9 miljoen euro voor luchthaven Schiphol. Door nu bijna 7 miljoen te investeren, kunnen belangrijke punten uit die regionale plannen verder worden doorgevoerd.
Illegale praktijken aanpakken
Het gaat onder meer om de aanpak van zogenoemde uithalers van drugs. Criminelen die weten vat te krijgen op logistieke plekken waar goederen worden uit- en overgeladen. Hun activiteiten vormen een belangrijke schakel in de criminele netwerken die illegale drugstransporten uitvoeren en zij krijgen hulp van corrupte medewerkers, die de illegale praktijken van binnenuit mogelijk maken.
Maatregelen
De extra gelden worden onder andere geïnvesteerd in slimme technologie, het aanpakken van uithalers van drugs, meer bestuurlijke inzet, betere beveiliging en het vergroten van het toezicht en investeringen op de weerbaarheid van werknemers op (lucht)haventerreinen. Maatregelen worden genomen om oneigenlijk (toegangs)pasgebruik tegen te gaan en de alertheid te vergroten bij personeel op ‘wel erg bijzondere interesse’ in hun werk en op ‘vreemde bewegingen’ op en rond de (lucht)haven. Door de bestuurlijke aanpak te versterken kan ook eerder worden ingegrepen bij zogeheten risicopanden en bedrijfsterreinen die kwetsbaar zijn voor ondermijnende activiteiten.
Bredere aanpak
Het breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit van dit kabinet is niet alleen een strafrechtelijke aangelegenheid. Overheidsdiensten, waaronder gemeenten, politie en Openbaar Ministerie (OM), Douane en KMar, werken in Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s) al steeds nauwer samen met het bedrijfsleven om onze economische structuren weerbaarder te maken tegen malafide praktijken. Ook werken de Douane, Belastingdienst, FIOD, KMar/Defensie met de politie en het OM gezamenlijk aan de opbouw van het Multidisciplinair Interventieteam (MIT). Het MIT heeft tot doel het blootleggen, verstoren en oprollen van criminele structuren, illegale bedrijfsprocessen en verdienmodellen die verweven zijn met of misbruik maken van onze legale structuren en economie.
Integraal plan
Verder is een integraal plan voor de versterking van de beveiliging van logistieke knooppunten in de maak. Hierbij wordt onder meer gebruik gemaakt van (recente) ondermijningsbeelden. “De aanpak van ondermijning in de Rotterdamse haven en luchthaven Schiphol kan niet los worden gezien van wat gebeurt op andere logistieke knooppunten. Een versterkte aanpak op één of enkele locaties mag niet leiden tot waterbedeffecten richting andere knooppunten.’’ aldus minister Grapperhaus.
Strafuitsluiting voor verblijf hulpverleners en journalisten in terroristisch gebied
De Nederlandse en Europese samenleving moet beschermd worden tegen het gevaar van terugkeerders uit door terroristische organisaties gecontroleerde gebieden. Verblijf daar gaat in veel gevallen gepaard met (desnoods gedwongen) vereenzelviging met het gedachtengoed van de organisaties die daar de dienst uitmaken. Daarom is op dit moment een wetsvoorstel aanhangig bij de Eerste Kamer waarin dat verblijf strafbaar wordt gesteld.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants.
Maar dit mag niet verhinderen dat humanitaire hulpverleners en journalisten naar het gebied kunnen afreizen om humanitaire hulp te bieden of nieuws te vergaren. Daarom wordt voor hen een strafuitsluitingsgrond geïntroduceerd voor verblijf in terroristisch gebied. Dat schrijft minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid in een brief aan de Eerste Kamer.
Ontheffingsmogelijkheid
Het is cruciaal dat humanitaire hulpverleners en journalisten hun belangrijke werk in alle gebieden in de wereld kunnen doen. In het wetsvoorstel dat verblijf in door terroristische organisaties gecontroleerde gebieden strafbaar stelt en nu in de Eerste Kamer ligt, is daarom een generieke ontheffingsmogelijkheid via een toestemmingsprocedure geregeld. Naar aanleiding van inbreng uit het parlement, van journalisten en van hulpverleningsorganisaties is echter besloten een afzonderlijk wetsvoorstel voor te bereiden. In dat wetsvoorstel is een strafuitsluitingsgrond opgenomen voor Nederlanders die uitsluitend in het gebied verblijven om activiteiten te verrichten als hulpverlener werkzaam voor een onpartijdige humanitaire organisatie, of als journalist of publicist in het kader van nieuwsgaring. Daarmee kunnen deze personen verblijven in aangewezen gebieden zonder dat zij daarvoor strafbaar zijn. En hoeven ze vooraf geen toestemming/ontheffing te vragen. Zo kunnen hun onafhankelijkheid en neutraliteit beter gewaarborgd worden. Die kunnen noodzakelijk zijn voor een goede en veilige uitoefening van hun werk.
Strafuitsluitingsgrond
Voor personen die belang hechten aan meer rechtszekerheid vooraf, bijvoorbeeld omdat zij twijfelen over of zij een beroep kunnen doen op de strafuitsluitingsgrond, geldt dat zij ook nog altijd gebruik kunnen maken van de toestemmingsprocedure. Hiermee kan een goede balans gevonden worden tussen enerzijds het belang van onafhankelijke en veilige hulpverlening en journalistiek en anderzijds het vereiste van rechtszekerheid.
Wetsvoorstel
De vormgeving van de strafuitsluitingsgrond zal in de komende tijd nader worden uitgewerkt. Daarbij zal afstemming gezocht worden met alle relevante partijen, waaronder humanitaire hulpverleningsorganisaties, vertegenwoordigers van de journalistiek en het Openbaar Ministerie. Vervolgens zal dit wetsvoorstel de formele wetgevingsprocedure doorlopen. Vanwege de veiligheid van de samenleving en om verdere vertraging te voorkomen, verzoekt de minister de Eerste Kamer om het wetsvoorstel waarin de strafbaarstelling is opgenomen separaat voort te zetten. Het zal pas in werking treden als ook de strafuitsluitingsgrond is aangenomen door beide Kamers.
Ouders meer aanspreken op voorkomen van strafbaar gedrag kinderen
De verantwoordelijkheid om jongeren op het rechte pad te houden ligt in de eerste plaats bij de ouders. De opvoeding is cruciaal bij het voorkomen van strafbaar gedrag van kinderen. Minister Dekker (Rechtsbescherming) heeft de mogelijkheden verkend om ouders die op dit punt tekortschieten, meer aan te spreken op hun verantwoordelijkheid: betere opvoedingsondersteuning voor ouders die meewerken en dwangmaatregelen voor ouders die zich afzijdig houden. Dat schrijft de minister aan de Tweede Kamer op basis van de verkenning ‘Jeugdcriminaliteit en opvoeding’, die voortvloeit uit het actieplan Wapens en Jongeren om de stijging van het aantal steekincidenten aan te pakken.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Minister Dekker: “Minderjarige kinderen die worden opgepakt met messen op zak of die ’s avonds laat op straat de boel kort en klein slaan. Je vraagt je soms af waar de ouders zijn. We bieden hulp bij de opvoeding. Maar het is ook nodig ouders nadrukkelijker te wijzen op de verantwoordelijkheid voor hun kinderen.” Dat laatste kan bijvoorbeeld door ouders aan te spreken op de financiële gevolgen van strafbaar gedrag van hun kind.
Meer ondersteuning
Vrijwillige opvoedondersteuning biedt mogelijkheden om te voorkomen dat op een later moment zwaardere maatregelen ingezet moeten worden, zo blijkt ook uit de Britse aanpak met een zogenoemd parenting contract. Dit is een vrijwillige overeenkomst tussen de ouders en de hulpverlening. In deze overeenkomst verklaren de ouders in te stemmen met bepaalde voorwaarden die gedurende een bepaalde periode van kracht zijn, zoals het deelnemen aan coaching of een cursus opvoedondersteuning.
Meer dwang
Een andere mogelijke maatregel, is het verruimen van de aansprakelijkheid van ouders voor schade die hun kinderen veroorzaken. Nu zijn ouders aansprakelijk voor schade veroorzaakt door hun kinderen tot en met 15 jaar. Voor schade door kinderen van 16 en 17 jaar zijn alleen de kinderen zelf aansprakelijk. De mogelijkheid om schade te verhalen op ouders van deze oudere kinderen biedt een extra stok achter de deur om ouders hun verantwoordelijkheid te laten nemen.
Het vergroten van de financiële consequenties voor de ouders kan ook via de zogenoemde last onder dwangsom. De last onder dwangsom wordt inmiddels toegepast in een aantal gemeenten die daarmee willen voorkomen dat een kind voor de tweede keer met een wapen de straat op gaat. Uitbreiding naar andere gemeenten ligt voor de hand.
Om medewerking van opvoeders te krijgen, kan ook de zogenoemde parenting order zoals ze die in Engeland kennen worden overwogen. Na de voorwaardelijke veroordeling van een kind kan de rechter in zijn beslissing ook ouders verplichten mee te werken aan bepaalde voorwaarden, zoals hulp accepteren bij de opvoeding.
Een volgend kabinet zal de knoop moeten doorhakken over de invoering en precieze invulling van de maatregelen. Minister Dekker gaat in de tussentijd door met het uitwerken van de plannen.



