Investeringstoets op risico’s voor de nationale veiligheid

Het kabinet wil de nationale veiligheid verder beschermen door een investeringstoets in te voeren op bepaalde investeringen, fusies en overnames  die een risico kunnen vormen voor de nationale veiligheid. De ministerraad heeft ingestemd met een wetsvoorstel hiertoe van minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Deze investeringstoets is van toepassing op drie soorten bedrijven: vitale aanbieders, specifieke toeleveranciers hiervan en ondernemingen die beschikken over gevoelige technologie. Investeringen, fusies of overnames van dit soort bedrijven kunnen in sommige gevallen namelijk leiden tot veiligheidsrisico’s, zoals het weglekken van gevoelige informatie of de aantasting van een vitaal proces. Dit zijn processen die zo belangrijk voor de Nederlandse samenleving zijn, dat uitval of verstoring tot grote maatschappelijke ontwrichting kan leiden. Vitale aanbieders voeren deze processen uit. Ook beschikken sommige bedrijven over gevoelige technologie die gevolgen kan hebben voor de nationale veiligheid.

Ongewenste partij

Een kwaadwillende partij zou via een investering zeggenschap of invloed kunnen krijgen bij bijvoorbeeld een Nederlands bedrijf dat hoogwaardige technologie ontwikkelt die ook militaire toepassingen heeft. Als een ongewenste partij zo’n bedrijf overneemt, kan die techniek in verkeerde handen komen en tegen Nederlandse veiligheidsbelangen worden ingezet.

Significante invloed

Het kabinet wil daarom een toets invoeren op dit soort economische activiteiten. Wijzigingen van zeggenschap of het ontstaan van significante invloed op vitale aanbieders, specifieke toeleveranciers hiervan en bedrijven die beschikken over gevoelige technologie moeten gemeld worden bij het Bureau Toetsing en Investeringen (BTI) van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Dat bureau beoordeelt aan de hand van wettelijke criteria of een activiteit een risico oplevert voor de nationale veiligheid. Blijken er risico’s te zijn, dan kan het BTI aanvullende eisen en voorschriften opleggen of in het uiterste geval een verbod uitspreken. De toetsing kan, onder bepaalde omstandigheden,  plaatsvinden met terugwerkende kracht tot 2 juni 2020. Op die manier wil het kabinet voorkomen dat kwaadwillenden nog snel hun slag slaan voordat het wetsvoorstel in werking treedt.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.


Nieuwe wetten per 1 januari 2021

Hieronder treft u een overzicht aan van de belangrijkste wetten op het terrein van Justitie en Veiligheid die per 1 januari 2021 in werking treden. Deze wetten vallen onder verantwoordelijkheid van minister Dekker voor Rechtsbescherming.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Voorkomen van faillissementen

Nu veel ondernemingen door de coronapandemie hun bedrijfsvoering niet op de gebruikelijke manier kunnen voortzetten, is de verwachting dat meer ondernemingen te maken krijgen met geldproblemen en misschien zelfs met een dreigend faillissement. De Wet Homologatie Onderhands Akkoord kan een oplossing bieden. De wet maakt het voor ondernemingen makkelijker om een akkoord te bereiken met de schuldeisers en aandeelhouders over de herstructurering van schulden.

Betalingsuitstel faillissementen door corona

Ook is een betalingsuitstelregeling opgenomen in de Tijdelijke wet COVID-19 SZW en JenV. Deze tijdelijke regeling gaat vandaag in. Als het faillissement van een onderneming wordt aangevraagd of zijn continuïteit in gevaar komt door beslag- of executiemaatregelen van een schuldeiser, kan de ondernemer dit tegenhouden en de rechter verzoeken om betalingsuitstel. Ondernemers kunnen dan een betalingsuitstel   tegen de betreffende schuldeiser krijgen, met als doel hun tijdelijke liquiditeitsproblemen op te lossen en een faillissement af te wenden. Hiervoor zouden ondernemers bijvoorbeeld gebruik kunnen maken van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord.

Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind

Mensen met problematische schulden krijgen betere hulp, doordat gemeenten na de instelling van een beschermingsbewind de rechter mogen adviseren over oplossingen. Dat kan voortzetting van het schuldenbewind zijn of een lichtere vorm van gemeentelijke schuldhulpverlening. Dit wordt mogelijk gemaakt door een wet, die mede namens staatssecretaris Van ’t Wout van SZW is opgesteld. Het adviesrecht voor gemeenten zorgt ervoor dat mensen met schulden de meest passende vorm van ondersteuning krijgen.

Herziening beslag- en executierecht

Een schuldeiser mag maatregelen nemen als zijn rekeningen niet worden betaald. Maar het moet niet zover gaan dat mensen geen kant meer op kunnen. Daarom zijn de regels voor het executie- en beslagrecht herzien. De wet wordt in drie stappen ingevoerd, waarbij per 1 oktober 2020 al is geregeld dat in beginsel geen beslag meer wordt gelegd op bijvoorbeeld de inboedel van mensen met schulden als de kosten van verkoop hoger zijn dan de opbrengsten. Per 1 januari 2021 is het niet langer mogelijk om de gehele bankrekening van iemand met schulden op te eisen. Zo komen mensen niet onder het bestaansminimum en houden zij geld over om van te leven.


Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding in 2021 van start

Begin 2021 gaat een Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB) aan de slag om de aanpak van discriminatie, bedreiging en intimidatie van de Joodse gemeenschap te versterken. ,,Met social media is het antisemitisme veel zichtbaarder en bereik online groter dan we in tijden hebben gezien. Corona en economische tegenspoed zijn een voedingsbodem voor complottheorieën tegen de Joodse gemeenschap’’, aldus minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid, die in gesprek met vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap heeft aangegeven de NCAB begin volgend jaar aan te stellen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

In de Tweede Kamer is brede steun om voor een bepaalde periode een Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding aan te stellen; een voorstel van de VVD en de ChristenUnie hiertoe is aangenomen. Minister Grapperhaus heeft dit initiatief ook direct ondersteund.

Blijvende aanpak

De NCAB krijgt voor een jaar de opdracht om de minister van Justitie en Veiligheid te adviseren over de strafrechtelijke aanpak van antisemitisme, beveiliging en versterken van de samenwerking tussen partijen die een rol hebben in de antisemitismebestrijding. Omdat een betere aanpak veel verschillende beleidsterreinen kan raken, wordt de NCAB als schakel daartussen en als expert gevraagd aanbevelingen te doen voor een blijvende aanpak. 

Veelkoppig monster

Deze interventie met een nationaal coördinator is volgens minister Grapperhaus nodig om tegen te gaan dat langzaam de Jodenhaat de maatschappij weer insluipt. ,,Langzaam wordt het mainstream. We horen het op straat, op scholen en op het werk. Het veelkoppige monster van antisemitisme voelt zich op vele plekken thuis. Deze strijd mogen we niet aan de Joodse gemeenschap alleen overlaten’’, aldus minister Grapperhaus.

Afschuw over incidenten

Mede-aanleiding voor het gesprek met de vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap zondag was de viering van Chanoeka in deze tijd van het jaar; het feest van licht en hoop. Grapperhaus die naast minister van Justitie en Veiligheid ook minister van Erediensten is: ,,In de geest van Chanoeka ben ik hoopvol gestemd. We zien gelukkig dat waar mensen over de schreef gaan, ze ook worden teruggefloten. We zien dat de vernieling van een Joods restaurant tot terechte ophef leidt. We zien dat iedereen met afschuw reageert op de beveiliging van scholen en synagogen. Ook niet-Joden.’’


Houdverbod van 10 jaar voor dierenmishandeling

Een dier is een levend wezen dat een intrinsieke waarde heeft. Bij dierenmishandeling en -verwaarlozing wordt dit op grove wijze miskend. Een steviger aanpak is dan ook nodig. Daarom kan de rechter voortaan  een verbod op het houden van dieren van maximaal 10 jaar als zelfstandige maatregel opleggen. Dit en meer wordt geregeld in het wetvoorstel Aanpak dierenmishandeling en dierverwaarlozing van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Wetsvoorstel

Het houdverbod kan inhouden dat iemand geen dieren, minder dieren of bepaalde diersoorten niet mag houden of bezitten. Vroeger kon een houdverbod door de rechter alleen als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf worden opgelegd. Dit wetsvoorstel introduceert het houdverbod als een zelfstandige maatregel. Hierdoor kan het houdverbod ter beveiliging van dieren in meer gevallen worden opgelegd. Ook kan de rechter nu beslissen dat het houdverbod direct na de uitspraak van de rechtbank van kracht wordt. Hiermee wordt voorkomen dat iemand die door de rechtbank is veroordeeld in afwachting van het hoger beroep nog jarenlang onder erbarmelijke omstandigheden dieren kan houden. Daarnaast kan het houdverbod een gebiedsverbod inhouden, om te voorkomen dat iemand in de buurt komt van plaatsen waar dieren worden gehouden. Zo zijn er tientallen zaken bekend waarin dieren zijn mishandeld of gedood in stallen, weiden en op kinderboerderijen.

Strafmaximum

Ook worden bijtincidenten door honden harder aangepakt door het aanhitsen van een dier als misdrijf aan te merken. Nu is dit nog strafbaar als overtreding. Het strafmaximum wordt verdubbeld van zes maanden naar één jaar. Het komt steeds vaker voor dat honden specifiek worden getraind op kracht en agressiviteit, bijvoorbeeld om de hond als statussymbool te laten dienen of te laten deelnemen aan hondengevechten. Bijtincidenten met dergelijke honden leiden regelmatig tot tragische ongevallen, met soms de dood van het slachtoffer als gevolg.

Slechte verzorging

Het kan ook voorkomen dat bedrijven, zoals veehouderijen of dierenwinkels, niet goed zorgen voor de dieren die onder hun zorg vallen. Nu kunnen die bedrijven worden stilgelegd als de gezondheid van mens of dier in gevaar is. Dit wetsvoorstel regelt dat dit ook kan wanneer het welzijn van het dier geschaad wordt, bijvoorbeeld door ondervoeding of slechte verzorging.

Bestuurlijke boete

Verder kan dankzij dit wetsvoorstel een bestuurlijke boete worden opgelegd aan mensen die dieren die bepaalde ingrepen hebben ondergaan laten deelnemen aan wedstrijden, tentoonstellingen en keuringen. Het gaat dan bijvoorbeeld om honden met een gecoupeerde staart. Dat is nu al verboden als het gaat om een ingreep zonder medische noodzaak, maar in de praktijk komt dit toch nog voor. De uitbreiding van het verbod maakt het mogelijk dat overtreders passend worden bestraft en vergroot de naleving.

Educatieve maatregel

Tot slot wordt het mogelijk om een educatieve maatregel op te leggen bij een overtreding van de wettelijke bepalingen over dierenwelzijn. Uit onderzoek blijkt dat onkunde bij houders een belangrijke oorzaak is voor ongerief bij gezelschapsdieren. Zonder het verbeteren van de kennis en vaardigheden van de houder is de kans groot dat de houder in herhaling zal vallen. Met de educatieve maatregel kan op de lange duur het onbedoeld overtreden van deze normen worden voorkomen. Houders worden zo in staat gesteld om hun dieren op een verantwoorde manier te houden.

Indiening

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.


Versterking aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling in Caribisch Nederland

Op 7 december 2020 ondertekenden staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en vertegenwoordigers van de openbare lichamen van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba een bestuursakkoord om samen de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in Caribisch Nederland te versterken.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Voorlichting, vrouwenopvang en meldpunt

Het nieuwe bestuursakkoord is een vervolg op de eerste stappen die zijn gezet met het bestuursakkoord 2017-2020 van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de openbare lichamen van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.

Preventie van geweld en mishandeling is essentieel. Daar wordt meer op ingezet met goede voorlichting en informatie. Er zijn gespecialiseerde functionarissen aangesteld en getraind. Op Bonaire is een vrouwenopvang gestart en ook op Saba en Sint-Eustatius is veilige opvang in voorbereiding. Een meldpunt voor professionals is gerealiseerd op Bonaire. In het eerste kwartaal van 2021 zal dat ook tot stand komen op Saba en Sint-Eustatius.

Geweld voorkomen en tegengaan

Ook in Caribisch Nederland komt huiselijk geweld en kindermishandeling nog steeds veel voor, zoals blijkt uit verschillende onderzoeken. In 2016 is het Verdrag van Istanbul in Europees Nederland ingegaan. Dit is een verdrag gericht op het voorkomen en tegengaan van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Het verdrag stelt eisen aan de aanpak van deze vormen van geweld. Met het bestuursakkoord wordt eraan gewerkt om ook in Caribisch Nederland de aanpak aan deze eisen te laten voldoen. Bij het opstellen van het akkoord hebben het ministerie van VWS en de openbare lichamen dan ook gekeken naar de aanbevelingen zoals die van Unicef in de Situational Analysis van 2019.

Verder professionaliseren

De betrokken partijen benadrukken het belang van het professionaliseren van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in Caribisch Nederland. Een gezamenlijke en integrale aanpak is hierbij van belang. Met dit nieuwe bestuursakkoord voor 2021-2024 werken de openbare lichamen en het ministerie van VWS gezamenlijk aan de afgesproken prioriteiten om de aanpak verder te verbeteren. De belangrijkste speerpunten zijn het tegengaan van huiselijk geweld en kindermishandeling door onder andere goede voorlichting en het trainen van een breed scala aan betrokken professionals. Ook komt er een laagdrempelige manier om (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling te kunnen melden. Daarnaast wordt de hulpverlening en samenwerking tussen zorg-, politie- en justitiepartners verder versterkt. Daarbij is er ook aandacht voor de ondersteuning aan de pleger en het netwerk om herhaling te voorkomen. Zo nodig zal bestaande wet- en regelgeving worden aangevuld om de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling ook juridisch te ondersteunen.

Aanpak elke vorm van huiselijk geweld en kindermishandeling

De aanpak is gericht op het voorkomen en bestrijden van elke vorm van huiselijk geweld en kindermishandeling, ook psychische mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbruik. De aanpak is per eiland verschillend. Dat komt omdat de problemen en de cultuur op elk eiland anders zijn.

Huiselijk geweld gaat vaak samen met andere problemen, bijvoorbeeld armoede, schulden en werkloosheid. Maar ook psychische problemen en alcohol- of drugsgebruik. Bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling moeten ook deze problemen worden aangepakt. Een brede aanpak is dus belangrijk en daar zetten partijen zich voor in.


Online fraude met nieuwe technieken strenger bestraft

Onze manier van betalen wordt steeds moderner. We zijn gewend aan betaalverzoeken via de smartphone of geld overmaken via een app, in aanvulling op gebruik van de bankpas of contant geld. Dat brengt ook nieuwe vormen van criminaliteit met zich mee, zoals whatsapp fraude of phishing. Daarom wordt het vervalsen, gebruiken, vervaardigen en aanschaffen van elektronische betaalinstrumenten een zelfstandig strafbaar feit. Ook gaan de maximale straffen voor betaalfraude omhoog. Dat staat in het wetsvoorstel dat minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid dat naar de Tweede Kamer is gestuurd en een Europese richtlijn omzet in Nederlands recht.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Strafbaarheidstelling uitgebreid

Het Nederlandse recht kent al veel mogelijkheden om fraude te bestraffen, zoals de strafbaarstelling van valsheid in geschrifte, diefstal, afpersing en oplichting. Ook als de fraude online plaatsvindt is bestraffing mogelijk, bijvoorbeeld door strafbepalingen over het aftappen en opnemen van computergegevens. Met dit wetsvoorstel wordt de strafbaarstelling van het vervalsen, gebruikmaken en bezitten van betaalpassen uitgebreid naar alle elektronische betaalinstrumenten. Zodat nieuwe betaalmethoden net zo goed worden beschermd door het strafrecht als de ‘oude‘, zoals bankpassen.

Europese richtlijn

Met het wetsvoorstel wordt een Europese richtlijn over de bestrijding van fraude met en vervalsing van niet-contante betaalmiddelen volledig omgezet in Nederlands recht. Het is belangrijk dat in de hele Europese Unie dezelfde regels gelden, omdat online fraude vaak grensoverschrijdend is. Niet alleen giraal en elektronisch geld, maar ook virtuele valuta, zoals bitcoins, vallen onder de richtlijn.

Maximale gevangenisstraffen verhoogd

Ook worden de maximale gevangenisstraffen voor betaalfraude verhoogd. Voor computercriminaliteit waarmee betaalgegevens worden verkregen, gaan de straffen omhoog van twee naar drie jaar. Voor het vervalsen van betaalgegevens of betaalapplicaties gaan de straffen zelfs omhoog naar zes jaar. Dat geldt ook voor de straffen op het voorhanden hebben of verkopen van gestolen betaalgegevens. Die straf is op dit moment maximaal één jaar.


Campagne ‘Wat kan mij helpen’

Een jaar geleden is de meerjarencampagne ‘Wat kan mij helpen’ van start gegaan. Met deze campagne wil het ministerie van Justitie en Veiligheid mensen die tegen hun wil seks met een bekende hebben gehad, motiveren zo snel mogelijk professionele hulp te zoeken. Recent ging de Internationale Dag tegen Geweld tegen Vrouwen de campagne het tweede jaar in. 

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Op de website watkanmijhelpen.nl kunnen mensen die een ongewenste seksuele ervaring hebben gehad, bekijken wat anderen hebben meegemaakt, wat hun gevoelens en twijfels waren, waarom zij professionele hulp hebben gezocht en wat dat hen heeft opgeleverd. De verhalen helpen slachtoffers te beseffen dat het niet oké is wat er is gebeurd en dat professionele hulp kan helpen.

Eerste campagneperiode

In de eerste campagneperiode van 25 november 2019 tot en met eind maart 2020 is de website 137.000 keer bezocht. De online uitingen op datingapps zorgden voor het meeste bezoek. Bezoekers bleven gemiddeld ruim 6 minuten op de website, dat is heel lang. Daarna klikte 1 op de 60 bezoekers door naar de website van de partners Centrum Seksueel Geweld, Slachtofferhulp Nederland of de politie. Uit het campagne-effectonderzoek blijkt dat een grote meerderheid van de doelgroep vindt dat de campagne de boodschap overbrengt. De respondenten gaven de campagne een 8. Dat is een bovengemiddelde waardering voor een rijksoverheidscampagne.

Tweede campagneperiode

De tweede campagneperiode is op 5 oktober 2020 online van start gegaan. Mediapartners zoals Vice en Linda.meiden delen online verhalen van mensen die seks tegen hun wil hebben gehad. Zij vertellen onder andere wat hulp voor hen heeft betekend. Ook worden online video’s en banners ingezet om de boodschap over te brengen. De komende maanden blijven deze uitingen draaien.

Meerjarencampagne

In 2021 krijgt in de meerjarencampagne de omgeving een grotere rol. De eerste reactie van een vriend, familielid of collega die in vertrouwen wordt genomen, versterkt vaak onbedoeld het schuld- en schaamtegevoel van het slachtoffer. Dit wordt ook wel victim blaming genoemd. De drempel om hulp te vragen wordt hierdoor vergroot.

Seksueel geweld in Nederland

1 op de 5 vrouwen (22%) en 1 op de 16 mannen (6%) in Nederland hebben weleens seksueel geweld meegemaakt. Dit zijn seksuele handelingen die iemand gedwongen heeft uitgevoerd1. Dit heeft vaak grote impact. Als iemand seks tegen zijn wil heeft gehad, is het goed om zo snel mogelijk hulp te vragen. Zo zijn er binnen zeven dagen veel mogelijkheden op medisch, psychologisch en forensisch vlak.

Samenwerking

De campagne is in samenwerking met partners gemaakt, zoals het ministerie van VWS, Centrum Seksueel Geweld, Slachtofferhulp Nederland en de politie.  


Kabinet pakt ongewenste buitenlandse beïnvloeding integraal aan

Met een aanpak van actoren en inzicht in de doelen en geldstromen van buitenlandse organisaties wil het kabinet problematisch gedrag door ongewenste buitenlandse beïnvloeding tegengaan. Daarnaast zet het kabinet zich in om de doelgroepen in Nederland beter tegen die beïnvloeding bestand te maken en de ongewenste maatschappelijke effecten af te zwakken. Het kabinet kiest daarbij voor een aanpak gericht op preventie en repressie. 

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Dat staat in de kabinetsreactie op het eindverslag van de Parlementaire ondervragingscommissie naar ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) die het kabinet naar de Tweede Kamer stuurt.

Beïnvloeding

De POCOB onderzocht welke beïnvloeding er is van maatschappelijke en religieuze organisaties in Nederland, zoals moskeeën, uit een aantal (deels) onvrije landen, en hoe deze beïnvloeding kan worden doorbroken. De POCOB stelt dat deze beïnvloeding grote gevolgen kan hebben voor de islamitische gemeenschappen in Nederland en voor de Nederlandse samenleving als geheel. Het kabinet deelt deze zorg. Volgens het kabinet is buitenlandse beïnvloeding ongewenst als zij leidt tot problematisch gedrag, radicalisering of in het uiterste geval (gewelddadig) extremisme.

Problematisch gedrag

Bij problematisch gedrag gaat het om gedrag dat vaak binnen de grenzen van de wet valt, maar kan leiden tot aantasting en ondermijning van de democratische rechtsorde. Dit gedrag kan betrekking hebben op de verhouding tussen burgers en overheid, bijvoorbeeld als de democratie wordt ondermijnd of als overheidsorganisaties worden tegengewerkt. Het kan ook betrekking hebben op de verhoudingen tussen burgers onderling, bijvoorbeeld wanneer vijandbeelden worden verspreid of mensen actief worden ontmoedigd aan de samenleving mee te doen.

Brede aanpak

Het kabinet zet in op een brede aanpak die gericht is op preventie en repressie. In deze aanpak staan vijf pijlers centraal.

  • Aanpak van actoren: door informatiedeling via diplomatieke kanalen met bijvoorbeeld de Golfstaten over financieringsaanvragen vanuit Nederland, een open en constructieve dialoog met Turkije en een hechtere Europese samenwerking. Daarnaast heeft de Tweede Kamer recent ingestemd met een wetsvoorstel waardoor antidemocratische organisaties makkelijker zijn te verbieden.
  • Vergroten van inzicht in intenties en doelen: door onderzoek van bijvoorbeeld de AIVD wil Nederland meer inzicht krijgen in de doelstellingen achter de beïnvloeding die andere landen proberen uit te oefenen op gemeenschappen die in Nederland wonen.
  • Zicht op en aanpak van middelen: het kabinet liet onderzoek doen naar buitenlandse financiering in Nederland; de AIVD en het Financieel Expertise Centrum doen nog verder onderzoek. Met de Wet transparantie maatschappelijke organisaties die bij de Tweede Kamer wordt ingediend, kunnen onder anderen burgemeesters en OM inzage krijgen in alle donaties van buiten de EU/EER. Organisaties en bestuurders die niet meewerken maken zich schuldig aan een strafbaar feit en dwarsliggende bestuurders riskeren een bestuursverbod. Bovendien komt het kabinet dit voorjaar met plannen om bepaalde geldstromen stil te leggen die tot ongewenst gedrag leiden, bijvoorbeeld door het bevriezen van financiële middelen van een organisatie die oproept tot haat, discriminatie of antidemocratische gedachten die niet thuishoren in Nederland.
  • Weerbaar maken van doelgroepen: door bijvoorbeeld moskeebesturen te versterken, de kwaliteit van informele scholing te verbeteren en een Nederlandse imamopleiding te starten, wil het kabinet de Nederlandse organisaties en burgers minder vatbaar maken voor onwenselijke beïnvloeding vanuit het buitenland. Wanneer organisaties beter verankerd zijn in Nederland, kunnen ze zelfstandig en zonder buitenlandse beïnvloeding functioneren.
  • Ongewenste maatschappelijke effecten afzwakken: de Taskforce Problematisch Gedrag en Ongewenste Buitenlandse Financiering is een samenwerkingsverband tussen verschillende ministeries dat nauw samenwerkt met gemeenten en gemeenschappen. De Taskforce geeft handvatten en advies om in concrete gevallen handelingsperspectief te bieden.

Met deze pijlers zet het kabinet in op een organisatiegerichte aanpak, om daarmee ongewenste buitenlandse beïnvloeding en ongewenste buitenlandse financiering tegen te gaan.


Transparantie geëist in bestrijding van buitenlandse beïnvloeding

Financiering van maatschappelijke organisaties mag niet gepaard gaan met onwenselijke (buitenlandse) beïnvloeding en misbruik van de vrijheden die hier in Nederland gelden. Daarom dient minister Dekker voor Rechtsbescherming een wetsvoorstel in bij de Tweede Kamer dat burgemeesters en OM de bevoegdheid geeft om inzage te verkrijgen in alle donaties van buiten de Europese Unie (EU) of de Europese Economische Ruimte (EER).

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Rechtstaat

Minister Dekker: “Onze rechtsstaat berust op vrijheid en gelijkheid. Buitenlands geld dat is bedoeld om organisaties te faciliteren of onder druk te zetten om hier aan te zetten tot haat, discriminatie of antidemocratische gedachten, hoort hier niet thuis. Organisaties die open staan voor dit soort donaties mogen daar niet zomaar mee wegkomen.”

Ongewenste beinvloeding

De parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (Pocob) van de Tweede Kamer concludeerde eerder dit jaar dat er sprake is van ongewenste beïnvloeding als gevolg van buitenlandse geldstromen naar instellingen in Nederland. De brede kabinetsreactie hierop is verzonden naar de Kamer. Ook de Raad van State merkte in haar advies bij dit wetsvoorstel op dat uit het buitenland afkomstige financiering van maatschappelijke organisaties in Nederland een risico kan vormen voor de democratische rechtsstaat. Minister Dekker heeft eerder een wetsvoorstel, wat vorige maand is aangenomen door de Tweede Kamer, ingediend dat het makkelijker maakt om antidemocratische organisaties te verbieden die onze samenleving ernstig bedreigen of de rechtsorde omver willen werpen. Het wetsvoorstel Transparantie Maatschappelijke organisaties dat wordt ingediend ziet op het tegengaan van beïnvloeding van onze vrijheden via donaties. Minister Dekker geeft hiermee uitvoering aan het regeerakkoord.

Bevoegdheid

Burgemeesters, het Openbaar Ministerie en eventueel andere specifiek aangewezen overheidsinstanties krijgen de bevoegdheid om bij een maatschappelijke organisatie navraag te doen naar buitenlandse giften en, als deze substantieel blijken, verdere navraag te doen naar de persoon die de donatie heeft verricht. Dat kan bijvoorbeeld als er sprake is van bedreiging van de openbare orde door problematisch gedrag van een maatschappelijke organisatie. Een organisatie die niet meewerkt, maakt zich schuldig aan een economisch delict, terwijl dwarsliggende bestuurders de oplegging van een bestuursverbod riskeren van maximaal 5 jaar. Bovendien kunnen de burgemeester en het OM een dwangsom (laten) opleggen.


Meer mogelijkheden voor afpakken crimineel vermogen

Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid vergroot de mogelijkheden voor afpakken van crimineel vermogen. Hij werkt aan een wetsvoorstel, waardoor het mogelijk wordt om crimineel geld en zaken afkomstig van een misdrijf af te pakken zonder voorafgaande veroordeling voor een strafbaar feit. Het maakt niet uit op wiens naam het object staat, of dat de eigenaar onbekend is. Voor confiscatie door de overheid is alleen van belang dat het Openbaar Ministerie (OM) bij de rechter aannemelijk kan maken dat het afkomstig is van een misdrijf.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Non conviction based confiscation

Minister Grapperhaus heeft in een brief aan de Tweede Kamer een wetsvoorstel voor de zogenoemde ‘non conviction based confiscation’ (NCBC)-procedure aangekondigd. “We pakken criminelen aan waar het ze raakt: in hun vermogen. Dan hebben we niet alleen over hun drugsgeld, ook hun luxe auto’s en dure horloges. Als de politie een pand binnenvalt op zoek naar illegale wapens en ook een half miljoen aan contanten vindt, is geen langdurig strafproces nodig om dat geld af te pakken als betrokkenen in een zaak roepen dat het niet van hen is. Ook trucs met verhullende eigendomsconstructies, waarbij criminelen bijvoorbeeld auto’s en panden op naam van anderen zetten, hebben geen zin.’’ aldus Grapperhaus.

Afpakken van crimineel vermogen

Het afpakken van crimineel vermogen is een belangrijk onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Niet alleen worden criminelen dwars gezeten in hun streven naar snel financieel gewin, het draagt ook bij aan het voorkomen van criminele investeringen in verdere illegale praktijken. Bovendien wordt voorkomen dat misdadigers en hun facilitators die de illegale praktijken meehelpen mogelijk te maken, met hun criminele geld de legale economie corrumperen en daarmee de samenleving kunnen ondermijnen.

Uitwerking wetsvoorstel

Op dit moment wordt een wetsvoorstel voor de NCBC-procedure uitgewerkt. Volgens de huidige Plukze-wetgeving is het niet mogelijk zonder een veroordeling voor een strafbaar feit crimineel vermogen af te pakken. Met de NCBC-procedure kan dat wel en zorgt daarmee voor een snellere interventie om objecten met criminele herkomst uit de markt te halen. Om af te pakken zijn nu betrokken opsporingsorganisaties en het OM eerst veel menskracht en tijd kwijt in het strafproces tegen een verdachte, vooral ook als via rechtshulp met andere landen moet worden samengewerkt en als gebruik wordt gemaakt van verhullende eigendomsconstructies. De kracht van de nieuwe methode schuilt in het omdraaien van de huidige werkwijze: niet de persoon, maar het object staat centraal in het afpakken.

Inbreuk op eigendomsrecht

Vanwege de inbreuk op het eigendomsrecht is de confiscatie alleen mogelijk na een onherroepelijke rechterlijke beslissing. Daarvoor moet de overheid aannemelijk maken dat het voorwerp in verband staat met strafbare feiten. Als er personen zijn die aanspraak maken op het in beslag genomen voorwerp, wordt verwacht dat ze kunnen verklaren dat de herkomst uit legale bron afkomstig is. Ook worden de nodige rechtswaarborgen opgenomen, waaronder bijvoorbeeld het recht op bijstand van een advocaat en de mogelijkheid tot het instellen van rechtsmiddelen tegen de rechterlijke beslissing. Hierbij wordt ook betrokken de mogelijkheid van vergoeding van schade als sprake is van onrechtmatige confiscatie. Het streven is om dit voorjaar een wetsvoorstel voor de NCBC-procedure gereed te hebben voor consultatie.