Toezichthouder tegen kinderporno en terroristisch materiaal online

Er komt een toezichthouder in de bestrijding van kinderpornografisch en terroristisch (beeld)materiaal op het internet. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid werkt al langer aan een bestuursrechtelijke aanpak van foute en lakse internetbedrijven die niet snel genoeg beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik van hun servers verwijderen, nadat ze een melding hierover hebben gekregen. Ten aanzien van online terroristisch materiaal moet Nederland op grond van een EU-verordening een autoriteit inrichten dat terroristisch materiaal op het openbare internet bestrijdt.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Zelfstandige onafhankelijke toezichthouder

Dat schrijft minister Grapperhaus in een brief aan de Tweede Kamer. De minister wil dat de nieuwe autoriteit een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) wordt, zodat deze onafhankelijk kan opereren. De onafhankelijkheid is voor hem doorslaggevend, omdat de aanpak van online kinderpornografisch beeldmateriaal en het bestrijden van terroristisch materiaal rechtstreeks raakt aan de vrijheid van meningsuiting. Over de inrichting van een ZBO zijn afspraken gemaakt met de staatsecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Aparte wetten

Voor de twee verschillende taken van deze nieuwe toezichthouder – aanpak online kinderporno en de bestrijding van terroristische materiaal – worden aparte wetten opgesteld en voorgelegd aan de Tweede Kamer. Ten aanzien van de bestrijding van online terroristisch materiaal is een EU-verordening nog in onderhandeling, zoals met de Kamer besproken.

Aanpak online kinderporno  

De voorbereiding van een wet voor toezicht op de bestrijding van kinderpornografisch materiaal op internet zit in de eindfase en een wetsvoorstel kan naar verwachting in januari 2021 in consultatie. Volgens deze wet kan de autoriteit straks toezien of internetbedrijven zich voldoende houden aan afspraken, die met de Nederlandse ICT-sector zijn gemaakt om internet op te schonen van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik. In 2018 is minister Grapperhaus de samenwerking aangegaan met de sector in het bestrijden van online kindermisbruik. Door deze publiek-private samenwerking kunnen de politie en het Openbaar Ministerie (OM) meer de focus leggen op het stoppen van acute misbruiksituaties door daders op te sporen en te vervolgen.

HashCheckService

Uit een monitor van de Technische Universiteit Delft blijkt dat de meeste internetbedrijven meewerken en zich committeren aan de afgesproken 24-uurs norm voor het verwijderen van kinderpornografisch materiaal van hun servers na een melding daarover. Om te helpen bij het opschonen van hun servers, is de HashCheckService gebouwd. Hiermee kunnen internetbedrijven zelf proactief kinderporno detecteren op hun eigen servers om daarna direct te verwijderen. Maar er zijn zorgen over een aantal bedrijven die onvoldoende opschonen.

Bestuursrechtelijke aanpak

De monitor, zoals door de Technische Universiteit Delft opgezet, krijgt daarom een structureel karakter met periodieke rapportages. In de bestuursrechtelijke aanpak zullen foute en lakse internetbedrijven in Nederland straks dwangsommen en boetes krijgen als zij niet snel genoeg opvolging geven aan een melding van online kinderporno. De sancties kunnen bij herhaalde overtredingen oplopen. Ook wordt bekeken of de toezichthouder preventieve maatregelen kan afdwingen bij internetbedrijven om verspreiding van kinderporno online in de kiem te smoren.


Uitbreiding proef met buurtrechter om recht toegankelijker te maken

De proef met buurtrechters – waar je op een laagdrempelige manier je probleem kunt voorleggen – wordt uitgebreid. Op basis van de experimentenwet die volgend jaar ingaat, geven we mensen die een zaak aanmelden een steuntje in de rug – door de tegenpartij te verplichten mee te werken. Dat is nu nog niet het geval en daar is wel behoefte aan, zo schrijft minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) in een brief aan de Tweede Kamer over maatschappelijk effectieve rechtspraak.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Minister Dekker: “Het mooie aan de buurtrechter is dat je je probleem op een heel eenvoudige manier aan de rechter kunt voorleggen. Waarom moeilijk doen, als het makkelijk kan?”

Laagdrempelig en eenvoudig

Omdat niet alle partijen altijd willen meewerken, hebben buurtrechters in ons land nog maar weinig zaken behandeld. Er is behoefte om te onderzoeken of een dergelijke procedure ook goed werkt als die verplicht is. Daarom start de Rechtspraak op basis van de Tijdelijke experimentenwet rechtspleging die rond de zomer 2021 in werking treedt, een nieuwe proef waar die verplichting een onderdeel van is.

Leren van het buitenland

Aan het eenvoudiger en sneller oplossen van problemen van mensen kan ook de techniek een bijdrage leveren. Dat kan door digitalisering én door het inrichten van een nieuw soort digitale procedure.

Eenvoudig, snel en goedkoop

Minister Dekker: “Mensen met een probleem willen niet per se een rechtszaak, maar een oplossing. En dan het liefst een oplossing die eenvoudig, snel en goedkoop is. We willen leren van het buitenland over hoe we dat ook in Nederland voor elkaar kunnen krijgen.”

Verplichte online geschilbeslechting

Zo heeft Canada een verplichte online geschilbeslechting voor civiele zaken. Hierdoor vinden rechtzoekenden makkelijker informatie, worden partijen begeleid bij het bereiken van overeenstemming en krijgen rechtzoekenden als ze dat willen een beslissing van een deskundige. De gedachte achter dit systeem is dat het de toegang tot professionele geschilbeslechting eenvoudiger maakt, en dat geschillen sneller, duurzamer en tegen geringere kosten kunnen worden opgelost. Het WODC gaat onderzoek doen naar hoe het Canadese systeem is opgezet en of een dergelijk systeem voor Nederland mogelijkheden biedt.


Kabinet gaat mensen met problematische schulden sneller en beter helpen

Om mensen met problematische schulden sneller en beter te helpen, neemt het kabinet maatregelen. Zo krijgen schuldeisers een deadline om te reageren op een voorstel van een schuldhulpverlener om er in goed overleg met de schuldenaar uit te komen. Daarnaast wordt de drempel lager voor mensen met schulden om sneller (opnieuw) toegang krijgen tot de wettelijke schuldsanering. Door de verwachte toename van schulden en armoede als gevolg van de coronacrisis is de urgentie extra hoog, zo schrijven staatssecretaris Van ’t Wout (SZW) en minister Dekker (Rechtsbescherming) in een brief aan de Tweede Kamer.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Schuldregeling treffen

Staatssecretaris Van ’t Wout: “Om een schuldregeling te kunnen treffen, moet een schuldhulpverlener van elke schuldeiser reactie krijgen op een voorstel voor een minnelijke regeling. Als een van de schuldeisers niet reageert, betekent dit dat er niet toegewerkt kan worden naar een oplossing. Hierdoor lopen de schulden en de stress bij mensen onnodig hoog op. Door een verplichte reactietermijn in te stellen voor schuldeisers, voorkomen we vertraging en scheppen we duidelijkheid voor alle partijen. Hoe sneller mensen schuldenvrij zijn, des te beter.“

Schuldsanering

Minister Dekker: “Nu veel mensen hun baan verliezen, moeten we extra alert zijn op het ontstaan van schulden. Wie met schulden te maken krijgt, moet eerst proberen deze alsnog terug te betalen. Dat is waarom we schuldhulpverlening hebben en als overheid ook altijd actief mee werken aan betalingsregelingen. Maar als ook dat niet werkt, moet schuldsanering uiteindelijk een reële optie zijn. We verlagen nu de drempel tot de schuldsanering. Zodat mensen met schulden sneller weer met een schone lei door kunnen in hun leven.”

De voorgenomen wijzigingen

1. Reactietermijn schuldeisers

Schuldhulpverleningstrajecten duren lang als schuldeisers niet of heel laat reageren op een verzoek tot een schuldregeling. Dat kan ervoor zorgen dat mensen een schuldtraject niet volhouden en dat een andere oplossing, zoals een wettelijke schuldsanering, langer op zich laat wachten. De termijn die gaat gelden voor schuldeisers en de naleving ervan zullen in een wetsvoorstel nader worden uitgewerkt. Een verplichte reactietermijn houdt geen verplichting in voor schuldeisers om mee te werken aan een regeling, wel om te reageren.

2. Van vijf naar twee jaar

Op dit moment kan iemand met schulden pas na vijf jaar goed gedrag, de zogenoemde goede trouw-toets, weer toegang krijgen tot de wettelijke schuldsanering. Om te voorkomen dat een oplossing voor mensen die in de problemen zitten te lang uitblijft, en de schulden al die tijd oplopen, verkorten we deze periode naar twee jaar.

3. Tienjaarstermijn

Op dit moment krijgen mensen die binnen tien jaar opnieuw in de schulden komen geen toegang tot de WSNP. We willen dat de rechter de mogelijkheid krijgt om mensen die buiten hun schuld – bijvoorbeeld als gevolg van een economische crisis – binnen tien jaar opnieuw in de financiële problemen komen, wel opnieuw toe te laten tot de wettelijke schuldsanering. Hetzelfde geldt voor mensen die een eerder traject niet hebben kunnen afmaken, maar daartoe nu wel in staat worden geacht.

Als gevolg van deze wijzigingen sluiten de minnelijke en de wettelijke schuldregelingen beter op elkaar aan. Dit is cruciaal voor de samenwerking en samenhang in het gehele stelsel van schuldhulpverlening.

Brede schuldenaanpak

De wijzigingen maken deel uit van een breed pakket aan maatregelen die het kabinet treft om de schuldenproblematiek terug te dringen, gericht op preventie, snelle en effectieve schuldhulpverlening en een zorgvuldige, maatschappelijk verantwoorde incasso. Het kabinet werkt in deze Brede Schuldenaanpak samen met gemeenten, uitvoeringsorganisaties en maatschappelijke organisaties. Gezien de effecten van de coronacrisis, is het juist nu nog meer van belang dat mensen met problematische schulden beter en sneller worden geholpen. Het kabinet heeft daarom eind september extra geld beschikbaar gesteld voor het versnellen en intensiveren van de aanpak van schulden en armoede.


Minister Ollongren neemt maatregelen tegen desinformatie richting Tweede Kamer verkiezingen

Minister Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) komt met een Nederlandse gedragscode, die onder andere moet zorgen dat het transparanter wordt wie achter een politieke advertentie zit. Deze gedragscode maakt onderdeel uit van een pakket aan maatregelen die de minister neemt om desinformatie in aanloop naar verkiezingen aan te pakken en Nederlanders beter te informeren.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Zorgelijke ontwikkelingen

Minister Ollongren: Of het nu gaat om het gebruik van bots of nepaccounts of politieke advertenties die misleidende informatie bevatten, dit zijn zorgelijke ontwikkelingen. Daarom kom ik met extra maatregelen die de kiezer moeten helpen om kritisch te kijken naar de informatie die rondgaat over de Tweede Kamer verkiezingen.

Maatregelen

Naast het opstellen van een Nederlandse gedragscode transparantie politieke advertenties wordt verder ingezet op het intensiveren van het detecteren van desinformatie, wordt de Wet financiering politieke partijen (Wfpp) gewijzigd en komt er een website die meer bewustwording moet creëren bij alle stemgerechtigde Nederlanders.

Nederlandse gedragscode

In een motie vragen Kamerleden Middendorp (VVD) en Kuiken (PvdA) om een regeling voor openbaar toegankelijke archieven met geplaatste politieke advertenties. Minister Ollongren steunt dit verzoek en geeft hieraan invulling door een Nederlandse gedragscode op te stellen. De gedragscode wordt opgesteld door een onafhankelijke partij, in samenwerking met internetdiensten en politieke partijen.

Intensiveren detectiemaatregelen desinformatie

Binnen de Rijksoverheid worden al diverse informatiestromen samengebracht, zoals media-analyse en dreigingsbeelden om zo tot een totaalbeeld te komen rondom desinformatie. Richting de verkiezingen wordt aanvullend op bestaande informatiedeling aan een onafhankelijke externe partij opdracht gegeven om op basis van open bronnen verspreiding van desinformatie te monitoren.

Wijzigen van Wet financiering politieke partijen

Naast digitale inmenging kan ook buitenlandse financiering onze democratie rechtsorde verstoren. Het voorstel tot wijzigen van de Wet financiering politieke partijen moet giften buiten de EU onder meer gaan verbieden. Ook moet de transparantie over giften van rechtspersonen worden vergroot doordat politieke partijen verplicht worden om belanghebbenden achter de rechtspersonen te vermelden. Afhankelijk van het verloop van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel, kan de wijziging van de wet nog voor de verkiezingen van kracht worden.

Informatieve website

Om burgers ook zelf informatie op waarde te laten schatten heeft de minister het Netwerk Mediawijsheid gevraagd om richting de verkiezingen een informatieve website te maken waar professionele stakeholders en het algemene publiek informatie kunnen vinden over hoe desinformatie te herkennen en ermee om te gaan. 


Verplicht landelijk inkoopregister tegen heling

Heling (het kopen, bezitten of verkopen van gestolen goederen) kan alleen plaatsvinden door misdrijven te plegen. Spullen worden gestolen door bijvoorbeeld het plegen van inbraken, overvallen of straatroven. Dit heeft een enorme impact op de slachtoffers en moet stevig aangepakt worden. Daarom wordt het nu voor alle opkopers en handelaren onder meer verplicht om tweedehands goederen en de personen die deze goederen aanbieden, in te voeren in het Digitaal Opkopersregister. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid brengt hiervoor een wetsvoorstel in internetconsultatie.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Landelijke verplichting

Opkopers en handelaren in gebruikte en ongeregelde goederen zijn sinds 1886 verplicht een inkoopregister bij te houden. In 2011 is het Digitaal Opkopersregister (DOR) ontwikkeld. Een deel van de gemeenten verplicht nu opkopers en handelaren om de door hen verworven goederen hierin in te voeren. Het andere deel van de gemeenten kent die verplichting niet. Daar registreren opkopers en handelaren hun goederen nog in een papieren register. Hetzelfde geldt voor het Digitaal Opkopersloket (DOL); opkopers en handelaren moeten zich bij de gemeente melden waar zij hun bedrijf of beroep uitoefenen. In sommige gemeenten kan dat bij dit digitale loket, in andere gemeenten moet dat bij een fysiek loket. Het wetsvoorstel van minister Grapperhaus maakt het gebruik van het DOL en DOR tot een landelijke verplichting voor alle gemeenten en alle opkopers en handelaren.

Database Stop Heling

Door goede, digitale registers wordt het makkelijker voor de politie om criminelen op te sporen en gestolen goederen terug te geven aan de slachtoffers. Het DOR is namelijk gekoppeld aan de database van Stop Heling. In deze database worden de gestolen goederen geregistreerd waarvan aangifte is gedaan bij de politie of de Koninklijke marechaussee. Zodra een gestolen product wordt opgekocht en ingeschreven in het DOR, ontstaat een match met Stop Heling en ontvangt de politie hiervan automatisch een melding. Via de website en app van Stop Heling kan iedereen ook vooraf controleren of een bijvoorbeeld via internet, social media of opkoper aangeboden tweedehands goed als gestolen geregistreerd staat. Papieren registers waarmee sommige gemeenten nog werken, zijn natuurlijk niet gekoppeld aan Stop Heling. Hierdoor kan de politie de geregistreerde goederen in Stop Heling niet geautomatiseerd vergelijken met de goederen die opkopers en handelaren in het papieren registeren hebben gezet, waardoor het ook geen hit oplevert wanneer een goed gestolen is en kan de politie ook niet in actie komen. Die lokale verschillen leiden er ook toe dat helers en stelers die gestolen goederen willen aanbieden, uitwijken naar gemeenten waar het DOR niet verplicht is gesteld.

Pakkans vergroot en afzetmarkt verkleint

Met dit wetsvoorstel neemt niet alleen de pakkans van de heler en pleger van vermogensdelicten toe en wordt de afzetmarkt voor gestolen spullen beperkt. Het is ook een belangrijk instrument in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit en ondermijning. Via het DOR krijgt de politie namelijk bijvoorbeeld ook zicht op mobiele bendes die bij opkopers verspreid over het land hun gestolen goederen aanbieden. In de dagelijkse praktijk van controles ter plaatse op naleving van de registratieplicht komen bovendien situaties aan het licht waarin opkopers en handelaren zich niet alleen schuldig maken aan het inkopen van gestolen spullen, maar ook blijken op te treden als faciliteerder voor de georganiseerde criminaliteit zoals drugshandel, wapenbezit en mensenhandel. De helingbestrijding wordt daarom door een aantal gemeenten meegenomen in de aanpak van ondermijning.


Proef met wapenstok voor BOA’s in januari van start in tien gemeenten

Vanaf uiterlijk januari krijgen start in tien Nederlandse gemeenten een proef waarbij boa’s in de openbare ruimte de beschikking krijgen over de korte wapenstok. Deze pilot zal worden uitgevoerd voor de duur van één jaar. De opgedane ervaringen en de evaluatie van de pilot dienen als input voor nieuwe regelgeving over bewapening en uitrusting van de boa’s.|

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Geselecteerde gemeenten

De geselecteerde gemeenten voor deelname aan de pilot zijn: Alkmaar, Amsterdam, Capelle aan den IJssel, Hoorn, Leeuwarden, Valkenburg aan de Geul, Velsen, Zandvoort, Zoetermeer, Zuid West Friesland. Bij de selectie voor deze pilot is o.a. gekozen voor een landelijke spreiding, waarbij rekening is gehouden met een verdeling over grootstedelijk gebied, middelgrote en kleine gemeenten/landelijk gebied waar boa`s nog niet de beschikking hebben (gehad) over de korte wapenstok.

Veiligheid waarborgen

Minister Grapperhaus: “We vragen veel van onze boa’s. Zij verdienen onze waardering, maar ze verdienen het ook om voorzien te worden van voldoende middelen in het kader van hun veiligheid. Met deze pilot komen we tegemoet aan een wens die al langer leeft. Dit middel kan o.a. door de mogelijke preventieve werking ervan de veiligheid van de boa vergroten.”

Vereiste opleiding en training

Vanzelfsprekend geldt dat de boa’s die deelnemen moeten voldoen aan de vereiste opleiding en training. Voordat in de geselecteerde gemeenten daadwerkelijk gestart kan worden met de uitvoering van de pilot, moeten de boa’s starten met (aanvullende) opleiding en training met de korte wapenstok. De evaluatie van de pilot zal worden uitgevoerd door het WODC. Los daarvan zal gedurende de looptijd van de pilot een begeleidingsgroep de voortgang van de pilot monitoren en waar nodig als vraagbaak (voor gemeenten) fungeren.

Wetsvoorstel

Het ministerie van JenV werkt aan een wetsvoorstel zodat er duidelijke regels over de bewapening en uitrusting van boa’s zijn. Het wetsvoorstel zal naar verwachting medio 2021 ter advisering worden aangeboden aan de Raad van State, waarna het voorstel aan de Tweede Kamer zal worden voorgelegd.


Alle berichtgeving voor slachtoffers in één online overzicht

Vanaf het moment dat slachtoffers van een misdrijf aangifte doen bij de politie ontvangen zij van verschillende organisaties informatie over hun zaak. Al die informatie van politie, Openbaar Ministerie (OM), Slachtofferhulp Nederland, Centraal Justitieel Incassobureau en Schadefonds Geweldsmisdrijven is vanaf nu voor het slachtoffer op één centrale plek te vinden. In de persoonlijke online omgeving MijnSlachtofferzaak wordt aan de hand van een tijdlijn de voortgang van de zaak getoond en kunnen slachtoffers berichten van de organisaties eenvoudig terugvinden. 

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

“Slachtoffers van bijvoorbeeld geweld, fraude of stalking hebben al genoeg aan hun hoofd. Ze krijgen te maken met verschillende organisaties die allemaal hun eigen stukje informatie sturen waardoor je al snel het overzicht kan kwijtraken. We moeten het voor slachtoffers makkelijker maken in plaats van moeilijker. Daarom ben ik blij dat we met MijnSlachtofferzaak weer een extra stap hebben kunnen zetten om die mensen met een heftige ervaring een beetje te ontzorgen.” aldus minister Dekker (Rechtsbescherming).

MijnSlachtofferzaak

In MijnSlachtofferzaak kunnen slachtoffers met hun DigiD inloggen en staat alle informatie overzichtelijk bij elkaar: de correspondentie met de betrokken organisaties, informatie over de rechten van slachtoffers, de hulp die zij kunnen krijgen en wat de verschillende organisaties voor slachtoffers doen. Ook worden de antwoorden gegeven op veelgestelde vragen over de online omgeving. Voor de totstandkoming van MijnSlachtofferzaak zijn Politie, Slachtofferhulp Nederland, Openbaar Ministerie, Centraal Justitieel Incassobureau, Schadefonds Geweldsmisdrijven en de Justitiële Informatiedienst bij elkaar gebracht. Deze laatste partij is verantwoordelijk voor de techniek achter het portaal. MijnSlachtofferzaak blijft ook in de toekomst in ontwikkeling. Bekeken wordt of extra functionaliteiten kunnen worden toegevoegd, en of bijvoorbeeld ook nabestaanden via het portaal inzage kunnen krijgen in hun zaak.

Meerjarenagenda slachtofferbeleid

De ontwikkeling van MijnSlachtofferzaak is onderdeel van een brede aanpak van het ministerie van Justitie en Veiligheid om slachtoffers een betere positie te geven in het strafproces. In deze zogeheten Meerjarenagenda slachtofferbeleid staan onder anderen plannen voor een verschijningsplicht voor verdachten van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven en spreekrecht voor slachtoffers tijdens tbs-verlengingszittingen. De wet die dat regelt is recent aangenomen door de Tweede Kamer. Daarnaast kreeg de politie meer personeel om slachtoffers de bescherming te geven die ze nodig hebben, en wordt het aantal slachtoffercoördinatoren die aanspreekpunt zijn en ondersteuning bieden tijdens de strafzaak bij het OM verdubbeld.


Maatschappelijke Diensttijd op meer plekken voor meer jongeren

De maatschappelijke diensttijd (MDT) krijgt er 50 nieuwe projecten bij en wordt daarmee voor nog meer jongeren beschikbaar. De projecten komen ook in gebieden waar nog geen of weinig MDT-plekken waren. Zo wordt het netwerk van MDT-projecten steeds fijnmaziger en het volgen van een maatschappelijke diensttijd voor jongeren laagdrempeliger. Met de nieuwe projecten die zijn gehonoreerd door ZonMw komen er zo’n 22.000 plekken voor jongeren bij.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Jongeren kunnen MDT doen in hun eigen omgeving

Staatssecretaris Paul Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: “Met een MDT kunnen jongeren hun talenten ontdekken en zich ontwikkelen, mensen ontmoeten die ze normaal niet zouden tegenkomen en tegelijkertijd onze samenleving een beetje beter en mooier kunnen maken. Het is dus heel mooi dat door deze 50 nieuwe projecten meer jongeren de mogelijkheid krijgen om hun MDT te doen in hun eigen omgeving.”

De nieuwe projecten

Wie weten beter welke projecten aansluiten bij jongeren dan jongeren zelf? Daarom heeft het zogenoemde jongerenpanel een belangrijke stem in welk project gehonoreerd wordt. De nieuwe projecten sluiten goed aan bij hun interesses en wensen, en zijn ook heel divers. Zo kunnen jongeren bijvoorbeeld op een sportieve manier een bijdrage leveren voor hun wijk, of ze kunnen zich inzetten voor natuur en duurzaamheid in Nederland. Dit zijn een aantal van de nieuwe projecten.

ZOOFF Your Life

Het MDT-jongerenpanel was razend enthousiast over het project ZOOFF Your Life. Hier worden jongeren verbonden aan organisaties die staan te springen om hun input. Ze gaan werken aan maatschappelijke vraagstukken als: hoe maak je sport aantrekkelijk voor de echte bankhanger? Welke activiteit brengt jongeren met en zonder beperking met elkaar in contact? Of hoe maak je lezen leuker voor kinderen op de basisschool? De jongeren kijken op de werkvloer, gaan in gesprek met professionals, denken met elkaar na over oplossingen, geven advies en het belangrijkste: ze voeren met elkaar één van hun adviezen uit in de praktijk. Bijvoorbeeld door het organiseren van een voorleesmiddag.

MDT|Missie 030

In het project MDT|Missie 030 gaan jongeren aan de slag met het verlagen van drempels. Ze werken aan sociale vraagstukken en opgaven die inspelen op situaties in de samenleving. Denk daarbij aan vraagstukken als: kunnen we het skatepark gebruiken als we zelf de bewaking doen? Hoe kunnen de zwembadjes in de wijk deze zomer toch open? Of kunnen we niet altijd een boodschappendienst voor mensen in de wijk aanbieden? Met het project MDT|Missie 030 wordt MDT binnen de gemeente Utrecht verder uitgebreid. Het is volgens de beoordelingscommissie een mooi voorbeeld van hoe MDT uitgerold kan worden in gemeenten.

Challenge Up!

Jongeren gaan bij Challenge Up! aan de slag met persoonlijke ontwikkeling, maar vooral: met een toffe uitdaging. Zo kunnen ze bijvoorbeeld activiteiten organiseren voor jongeren met een beperking, filmen of presenteren bij het jongerenplatform Jongin Lelystad of iemand helpen met taal of rekenen. Tijdens de workshops, trainingen en bedrijfsbezoeken in het programma doen jongeren waardevolle kennis en vaardigheden op voor hun toekomst, zoals bijvoorbeeld leren samenwerken.


Vuurwerkverbod tijdens de aankomende jaarwisseling

De verkoop- en het afsteken van vuurwerk wordt de komende jaarwisseling eenmalig verboden. Dit om extra druk op de al zwaar belaste zorg en op de handhaving van de openbare orde te voorkomen. De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid ingestemd met dit tijdelijke verbod.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Eenmalig geen vuurwerk

Staatssecretaris Van Veldhoven: “Afgelopen voorjaar hebben we met z’n allen geklapt voor de mensen in de zorg, komende jaarwisseling helpen we hen en onze handhavers door eenmalig geen vuurwerk af te steken.”

Coronavirus

Minister Grapperhaus: “Oud en Nieuw is altijd al een buitengewoon drukke avond en nacht voor onze hulpdiensten. Maar nu zeker vanwege het coronavirus. Daarom komt het kabinet nu met een vuurwerkverbod voor dit jaar. Laten we onze zorgverleners, politieagenten, brandweer en boa’s als samenleving helpen.”

Tijdelijk verbod

Vanuit de noodzaak om de werkdruk in deze pandemie rond de jaarwisseling niet verder op te laten lopen, is vanuit de zorg, politie en burgemeesters verzocht om een tijdelijk vuurwerkverbod. De laatste jaarwisseling belandden zo’n 1300 mensen in ziekenhuizen en op huisartsenposten met vuurwerkletsel. Het handhaven van de openbare orde wordt tijdens jaarwisselingen op veel plekken in het land bemoeilijkt door incidenten rondom vuurwerk. Het kabinet boog zich daarom over een tijdelijk verbod en de gevolgen hiervan voor de vuurwerkbranche.

Vergoeding en veilige opslag

Omdat de oorzaak van het tijdelijke verbod ligt in COVID-19, zullen mensen uit de vuurwerkbranche in elk geval gebruik kunnen maken van bestaande COVID-19 compensatiemaatregelen voor ondernemers. Daarbovenop krijgt de sector een vergoeding voor de veilige opslag van niet verkocht vuurwerk en het transport naar veilige opslaglocaties. Hiervoor trekt het kabinet in totaal zo’n 40 miljoen euro uit. Vanzelfsprekend mag vuurwerk dat niet verkocht wordt alleen op veilige, speciaal hiervoor aangewezen locaties worden opgeslagen. Veel importeurs hebben naast opslaglocaties in Nederland ook de beschikking over locaties in Duitsland. Hiermee is er naar verwachting voldoende ruimte voor opslag. Wanneer in 2021 de vuurwerkverkoop weer van start gaat, kunnen de voorraden alsnog worden verkocht.

Sterretjes en trektouwtjes

Het tijdelijke vuurwerkverbod geldt niet voor vuurwerk uit de zogeheten F-1 categorie. Dit is een licht soort vuurwerk, zoals sterretjes, trektouwtjes en sierfonteintjes. Door Europese richtlijnen kan een lidstaat niet besluiten tot het verbod van dit type vuurwerk, dat in winkels het hele jaar door verkocht mag worden. Het tijdelijke vuurwerkverbod wordt geregeld via de Tijdelijke Wet COVID-19. Het kabinet begrijpt natuurlijk dat het verbod teleurstellend is voor liefhebbers van vuurwerk. Binnenkort zal worden gecommuniceerd wat binnen de COVID-19 beperkingen mogelijk is rondom de aankomende feestdagen.


Kabinet en gemeenten pakken wapenbezit jongeren aan

Wapenbezit onder jongeren is niet normaal. Wapens zijn verboden. Toch komen steekincidenten voor onder jongeren. Eenmaal een mes op zak, wordt dit sneller gebruikt met alle ingrijpende gevolgen van dien. Daarom worden de regels over wapens verduidelijkt, zodat sneller kan worden opgetreden als iemand over straat gaat met een huishoudelijk mes of ander voorwerp dat als een steekwapen kan worden gebruikt. Ook wordt gewerkt aan een wetsvoorstel om de verkoop van legale messen aan minderjarigen te verbieden. Gemeenten, middelbare scholen, de politie en het Openbaar Ministerie (OM) werken nauw samen om jongeren en hun ouders bewust te maken van de risico’s van wapenbezit en -gebruik en dit verder terug te dringen met bijvoorbeeld preventief fouilleren, kluisjescontroles op scholen en een gezamenlijke wapeninzamelactie.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Dat staat in het actieplan Wapens en Jongeren dat minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en minister Dekker voor Rechtsbescherming, mede namens minister Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, vandaag naar de Tweede Kamer hebben gestuurd. Het actieplan is gezamenlijk opgesteld met 15 betrokken gemeenten, het OM, de politie, Halt, de William Schrikker Stichting Jeugdreclassering en Jeugdbescherming, de Raad voor de Kinderbescherming, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid.

Actieplan

Met het actieplan slaan we de handen ineen tegen wapengeweld en -bezit onder jongeren. Alle deelnemende partijen delen de norm dat wapenbezit en wapengebruik nooit normaal gevonden mogen worden en de ambitie om het wapenbezit onder jongeren te keren. Startpunt in de aanpak is dat er goed zicht is op jeugd en jongerengroepen die wapens dragen. Van groot belang is vervolgens dat alle betrokken partijen – scholen, jeugd- en welzijnswerk van gemeenten, horeca, politie en OM – in de aanpak goed samenwerken en dat deze aanpak vanuit het Rijk wordt ondersteund en versterkt met landelijke maatregelen.

Totaalaanpak

Het actieplan kent een totaalaanpak van zowel preventieve als proactieve en repressieve maatregelen. De preventieve pijler bestaat uit bewustwording en ontmoediging via campagnes tegen wapenbezit onder jongeren en hun sociale omgeving. Lessen op school door bijvoorbeeld een officier van justitie en voorlichting door Halt dragen hier verder aan bij. Gemeenten en politie zorgen voor een laagdrempelig aanspreekpunt op scholen – bijvoorbeeld een wekelijks spreekuur van wijkteams, een schooljongerenwerker of de wijkagent – voor jongeren die zich bedreigd voelen. Zo wordt ook voorkomen dat scholieren denken dat het helpt om zich te bewapenen.

Proactie en preventie

Bij proactieve en repressieve maatregelen die het wapenbezit en -gebruik bemoeilijken en aanpakken, gaat het onder meer om landelijke maatregelen zoals het verbod op verkoop van legale messen aan minderjarigen. Wetgeving hiertoe kost tijd. Daarom overlegt het ministerie van Justitie en Veiligheid ondertussen met grote winkelketens over hoe tegen te gaan dat winkeliers legale messen – zoals keukenmessen – nog aan minderjarigen verkopen.

Verder kunnen scholen in overleg met politie en de gemeente kluisjescontroles lokaal uitvoeren. Daarnaast worden voorbereidingen getroffen om in 2021 een wapeninleveractie te organiseren in alle betrokken gemeenten met het OM, de politie en het ministerie van Justitie en Veiligheid, vergezeld van voorlichting over de risico’s van wapenbezit. Lokaal kunnen gemeenten er ook voor kiezen om gebieden aan te wijzen waar preventief fouilleren moet worden ingezet om het wapenbezit terug te dringen. Het actieplan heeft een looptijd van twee jaar.