Benoeming MIT-programmateam in aanpak ondermijnende criminaliteit

Het Multidisciplinair Interventieteam (MIT) in de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit heeft een programmaleiding gekregen. Vanuit de zes samenwerkende organisaties – de Politie, de FIOD, de Douane, de Belastingdienst, de KMar/Defensie en het Openbaar Ministerie (OM) – zijn vier leden voor het programmateam benoemd.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Het MIT frustreert en pakt de criminele verdienmodellen en hun bedrijfsprocessen aan, zowel in nationaal verband als in internationaal verband. In MIT-verband wordt een multidisciplinair datacentrum opgebouwd met behulp van de gedeelde kennis en expertise van alle betrokken diensten, waardoor meer operationele slagkracht ontstaat.

“Vooral door enorme criminele geldstromen die zijn gemoeid met drugshandel dreigen misdadigers en hun facilitators die de illegale praktijken mogelijk maken, de legale economie en samenleving te ondermijnen. Dankzij de gedeelde kennis in het MIT kunnen alle partners in het toezicht, de handhaving en de opsporing sneller schakelen in de aanpak van de criminele bedrijfsprocessen in binnen- en buitenland. Dat betekent: oprollen van criminele netwerken, afpakken van crimineel vermogen en barrières opwerpen om crimineel handelen verder te voorkomen’’, aldus minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid.


Toolbox voor lokale aanpak overlastgevende asielzoekers

Staatssecretaris Broekers-Knol (Asiel en Migratie) komt met een toolbox met maatregelen voor de aanpak van overlastgevende asielzoekers. In deze toolbox staan alle instrumenten op een rij voor gemeenten, winkeliers, medewerkers in de migratieketen, openbaar vervoerders en andere partijen die te maken hebben met overlast veroorzaakt door asielzoekers. Het gaat om ruim 70 maatregelen, van de inzet van cameratoezicht en extra beveiliging tot het opleggen van een meldplicht of gebiedsverbod. De aanpak van overlast vereist nauwe samenwerking tussen bovenstaande partijen, de politie en het Openbaar Ministerie. De toolbox biedt hiertoe handvatten. Zo wil de staatssecretaris de aanpak van overlastgevers verder versterken.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Staatssecretaris Broekers-Knol: “Overlast is onacceptabel en het ondermijnt het draagvlak voor de opvang van mensen die onze bescherming echt nodig hebben omdat ze vluchten voor oorlog of vervolging”, zegt staatssecretaris Broekers-Knol. ”We hebben gemeenten, OM, politie en alle andere betrokken partijen hard bij nodig bij de aanpak van overlast. Zij kunnen vaak het best beoordelen welke aanpak bij de lokale problematiek past.”

Overlast, vernieling en bedreiging

De overgrote meerderheid van de asielzoekers in Nederland veroorzaakt geen problemen. Een relatief kleine groep zorgt echter wel voor overlast, zoals winkeldiefstal, vernieling en bedreiging. Overlastgevers simpelweg uitzetten tijdens de asielprocedure kan niet, onder meer vanwege internationale wet- en regelgeving. Daarom worden de overlastgevers dicht op de huid gezeten met een mix aan landelijke en lokale maatregelen. Zo is er een Handhaving- en Toezichtslocatie (HTL) met een streng regime geopend in Hoogeveen, waar zware overlastgevers naar kunnen worden overgeplaatst, en hebben COA-locaties time-outplekken gekregen waar overlastgevers tijdelijk apart kunnen worden geplaatst in een sobere omgeving. Ook heeft de staatssecretaris een financiële regeling voor gemeenten beschikbaar gesteld voor de inzet van lokaal maatwerk om overlast aan te pakken.

Gezamenlijke aanpak van overlast

In de afgelopen anderhalf jaar zijn vier ketenmariniers aangesteld met de opdracht de verschillende betrokken partijen te helpen met de gezamenlijke aanpak van overlast. “We willen geen mogelijkheid onbenut laten om overlastgevers aan te pakken”, zegt ketenmarinier Cor de Lange. “De belangrijkste voorwaarde daarvoor is dat we goed samenwerken en de toolbox gaat daarbij helpen.” De ketenmariniers gaan aan de hand van de toolbox met lokale partijen in gesprek over aanvullende maatregelen om overlast tegen te gaan.


Snel 12.400 woonplekken erbij voor kwetsbare groepen

In 2020 en 2021 moet de bouw van 12.400 woonplekken voor kwetsbare groepen versneld van start gaan. Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties investeert 50 miljoen euro in 123 concrete projecten. Hiermee wordt een flinke stap gezet om dak- en thuislozen, arbeidsmigranten en andere spoedzoekers van goede huisvesting te voorzien.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Snel resultaat

De 59 gemeenten die een bijdrage krijgen voor 1 of meerdere projecten hebben allemaal via lopende programma’s concrete projecten ingediend die snel van start kunnen gaan, maar waarbij de financiering nog een obstakel vormde. De bouw moet uiterlijk in 2021 starten. Het gaat om dan om gemeenten betrokken bij:

  • Programma Leefbaarheid en Veiligheid (de 16 Stedelijke Vernieuwingsgebieden)
  • De brede aanpak dak- en thuisloosheid
  • De woondeals
  • Het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten
  • De stimuleringsaanpak flexwonen

Van de 12.400 woonplekken zijn er 4.700 bestemd voor arbeidsmigranten, 2.600 voor dak- en thuislozen en 5.100 andere spoedzoekers. Die laatste groep gaat bijvoorbeeld om mensen die door een scheiding hun huis verliezen of statushouders. Een groot deel van de projecten bevinden zich in een van de 16 stedelijke vernieuwingsgebieden. Het gaat voornamelijk om flexibele tijdelijke huisvesting en om transformatieprojecten.


Nieuwe wet verlaagt drempel voor strafbaarheid verkrachting

Alle vormen van onvrijwillige seks worden strafbaar als verkrachting. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid wil een nieuwe ondergrens in zijn Wetsvoorstel seksuele misdrijven opnemen. Hierdoor is iemand ook strafbaar wegens verkrachting als diegene behoorde te weten dat de ander geen seks wilde, maar daar niet naar handelde.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Betere bescherming

Nu ligt volgens de minister de drempel in de rechtspraktijk soms te hoog om een aangifte voor verkrachting goed op te pakken. Dit is in het bijzonder zo in situaties waarin een slachtoffer bevriest van angst en zich daardoor niet kan uiten of verzetten. Het bieden van betere bescherming aan slachtoffers in dit soort situaties is voor Grapperhaus sinds zijn aantreden als minister een belangrijke motivatie voor de modernisering van de wetgeving inzake seksuele misdrijven.

Brede maatschappelijke steun

Minister Grapperhaus schrijft aan de Tweede Kamer dat uit de reacties op zijn voorontwerp voor het Wetsvoorstel seksuele misdrijven brede maatschappelijke steun blijkt om alle vormen van onvrijwillige seks strafbaar te stellen als verkrachting. “Seksueel grensoverschrijdend gedrag komt te veel voor en de gevolgen hiervan voor mensen zijn vaak verwoestend en langdurig. Seks hoort altijd vrijwillig en gelijkwaardig te zijn. Dat is de norm. Als hiervan geen sprake is en onvoldoende rekening wordt gehouden met de positie van de ander, dan wordt dit in de nieuwe wetgeving straks aangemerkt als verkrachting.’’ aldus Grapperhaus.

Wetsvoorstel seksuele misdrijven

In mei 2020 stuurde minister Grapperhaus een voorontwerp van het Wetsvoorstel seksuele misdrijven in consultatie dat met een delict ‘seks tegen de wil’ de drempel voor strafrechtelijke aansprakelijkheid bij onvrijwillige seks verlaagde. Door het voorontwerp kon in een vroeg stadium een maatschappelijk debat hierover plaatsvinden en werd de Tweede Kamer vroegtijdig bij de nieuwe wetgeving betrokken. Op 25 september 2020 heeft minister Grapperhaus ook een ronde tafel gesprek georganiseerd met betrokken organisaties en deskundigen, waaronder het Openbaar Ministerie, de rechtspraak, de politie, de strafrechtadvocatuur, de slachtofferadvocatuur, het Centrum Seksueel Geweld, Amnesty International en een strafrechtwetenschapper. Dit alles heeft gezorgd voor een waardevolle kritische gedachtewisseling over de modernisering van de wetgeving. Hierdoor is de minister ervan overtuigd geraakt dat het wenselijk is in een volgende versie van het wetsvoorstel voor een andere uitwerking te kiezen en alle vormen van onvrijwillige seks als verkrachting te kwalificeren.

Verkrachtingsartikel met verschillende delictsvormen

Het wettelijk model dat minister Grapperhaus voor ogen heeft is een verkrachtingsartikel met verschillende delictsvormen: een schuld- en een opzetvariant en een variant waarin het gebruik van dwangmiddelen of geweld als strafverzwarende omstandigheid geldt. Nieuw is de schuldvariant als ondergrens voor verkrachting, waarbij het gaat om wat iemand op grond van de feiten en omstandigheden behoorde te weten over dat de ander de seks niet wilde. Als iemand daar niet naar handelde of onvoldoende rekening hield met de positie van de ander, riskeert diegene in deze schuldvariant van verkrachting straf. Iemand kan dan verweten worden dat hij of zij ernstig nalatig of onvoorzichtig is geweest en niet alert was op zogenoemde contra-indicaties of de ander echt wel in was voor seks.

Onvrijwilligheid

Een passieve of wisselende houding waarbij uit (non)-verbale signalen en gedrag de onvrijwilligheid kan worden afgeleid kunnen aanwijzingen zijn dat de ander de seks niet wilde. Door deze ondergrens wordt de drempel voor strafbaarheid voor ongewilde seks verlaagd en kunnen slachtoffers in meer situaties aangifte doen van verkrachting. Steunbewijs, zoals sporen op het lichaam, camerabeelden of WhatsApp berichten, kan het verhaal van een slachtoffer ondersteunen.

Maatwerk in de rechtspraktijk

Minister Grapperhaus denkt met een wettelijk model van een verkrachtingsdelict met verschillende varianten binnen de geldende strafrechtelijke kaders de juiste balans te vinden tussen alle betrokken belangen. En zo enerzijds recht te doen aan wat een slachtoffer is overkomen en anderzijds de mate van verwijtbaarheid aan de zijde van de verdachte duidelijk tot uitdrukking te brengen. Hoe ernstiger het verwijt, des te hoger de maximumstraf die rechtvaardig is. Maatwerk bij vervolging en bestraffing is in de praktijk van belang, bijvoorbeeld in situaties waarin sprake is van experimenteergedrag tussen jongvolwassenen. De minister noemt het nieuwe model beloftevol en zal het uitwerken in een nieuw wetsvoorstel. Dit doet hij in overleg met partijen uit de rechtspraktijk –  zoals de rechtspraak, het OM en de politie – om te garanderen dat zij straks met de nieuwe wetgeving in de hand zaken ook echt beter kunnen oppakken. Het streven is om in december 2020 de consultatie te starten over een aangepaste versie van het Wetsvoorstel seksuele misdrijven.


Grapperhaus: Terreurdaden Frankrijk vragen alertheid in heel Europa

De ministers van Justitie van de Vendôme-groep hebben met elkaar gesproken naar aanleiding van de schokkende terroristische aanslagen in Parijs en Nice. Tijdens het overleg spraken ze af dat de gecoördineerde Europese aanpak van terrorisme dringend versterkt moet worden.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus: “De gruwelijke gebeurtenissen in Frankrijk tonen aan dat we alert moeten zijn en blijven. In Nederland en in Europa. We moeten in Europa samen optrekken tegen terrorisme en de democratie verdedigen.” Tijdens het overleg sprak Grapperhaus namens het kabinet nog eens de condoleances uit en gaf hij aan dat de Europese democratieën elkaar in de strijd tegen terrorisme en extremisme moeten steunen. 

Dreigingsbeeld

Uit het laatste dreigingsbeeld van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) blijkt dat jihadisten onverminderd het belang van online propaganda zien, ook vanwege het potentieel grote bereik van online platforms. Voor Nederland is het belangrijk om dit op Europees niveau aan te pakken. 

Grensoverschrijdend

De ministers en de Europese Commissie hebben allereerst uitgesproken dat Europa en Eurojust een grotere rol moeten hebben bij het coördineren van grensoverschrijdende onderzoeken en acties op het gebied van contra-terrorisme. Ook is onder andere afgesproken om vaart te maken met Europese regelgeving die providers verplicht terroristische content op het internet te verwijderen en tegen te gaan. 

Social media

“We zien dat veel social media platforms filmpjes en foto’s met terroristische boodschappen snel offline proberen te halen. Maar iedereen weet hoe snel informatie online gedeeld kan worden, daarom moeten we zorgen dat het definitief verwijderd wordt. Als providers dat niet vrijwillig doen, moeten we het kunnen opleggen”, aldus Grapperhaus.

Vrijheid van meningsuiting

Voor Nederland is het van groot belang dat in het voorstel de vrijheid van meningsuiting beschermd blijft en goede rechtsbescherming is vastgelegd.  Verder willen de Ministers en de Commissie dat er op Europees niveau goede instrumenten komen om te kunnen optreden tegen hate speech. Door Nederland is ook gevraagd om in te zetten op Europese regelgeving die financiering van terrorisme moet tegengaan en een debat te starten over de mogelijkheden van bewijsgaring bij versleutelde technieken.

Overleg

De Vendôme-groep is informeel overleg tussen de Nederlandse, Belgische, Franse, Duitse, Italiaanse, Spaanse en Luxemburgse justitieministers. Dit keer sloten ook Eurocommissarissen Reynders (Justitie), Johansson (Binnenlandse Zaken) en Breton (Interne Markt) aan. Namens het Europees Parlement was de voorzitter van de Commissie Burgerlijke Vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken, Lopez Aguilar, aanwezig.


Minister Dekker en sector presenteren nieuwe visie forensische zorg

Bescherming van de samenleving, perspectief bieden aan veroordeelden en evenwicht vinden tussen de behandeling en beveiliging van veroordeelden zijn de cruciale elementen in de visie forensische zorg.  Dat schrijft minister Dekker (Rechtsbescherming) aan de Tweede Kamer. De visie is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met o.a. tbs- klinieken en forensische zorg instellingen en is het uitgangspunt voor verdere verbeteringen van de forensische zorg.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Dekker: “Forensische zorg is van groot belang om mensen met een stoornis in het gareel te krijgen. Maar er was in de sector vaak veel discussie. Zo zagen we in het verleden dat de veiligheid in het gedrang kwam door een te sterke focus op zorg. En dat botst. Het helpt dat de neuzen van alle betrokkenen nu dezelfde kant op staan. Dat brengt een veiliger Nederland weer een stapje dichterbij.’’

Behandeling, begeleiding, beveiliging

Forensische zorg beschermt de samenleving door psychische problemen bij veroordeelden aan te pakken. Daar is hoogwaardige behandeling, begeleiding en beveiliging op maat bij nodig. Daarmee wordt de kans kleiner dat mensen terugvallen in verkeerd gedrag. De veiligheid van de maatschappij staat daarbij voorop. Oefenen met vrijheden door tbs’ers – om hen toekomstperspectief te bieden – hoort daarbij. Door scherpe risicotaxatie, goede informatieoverdracht tussen de verschillende professionals en passend toezicht bewaken we de veiligheid van de samenleving. Vaak is blijvende zorg en begeleiding noodzakelijk. Ook als delinquenten weer vrij zijn.

Beveiliging, behandeling en rechtsbescherming zijn de drie pijlers binnen de forensische zorg. Dit vraagt om het continu bewaken van het evenwicht dat past bij het rechtsgevoel in de samenleving én tegelijkertijd ook ruimte biedt voor verantwoorde terugkeer. Met zorg die zo intensief is als nodig, maar ook niet langer duurt dan noodzakelijk. Voor het bewaken van dat evenwicht is forensische zorg van het hoogste niveau nodig, uitgevoerd door goed opgeleide professionals.

Dekker: “We hebben de afgelopen jaren veel gedaan om de forensische zorg veiliger te maken. Verbetering op het gebied van regelgeving, informatie-uitwisseling en risicotaxatie. Maar we zijn er nog niet. Het is belangrijk dat veranderingen zich ook door vertalen naar het denken en handelen van professionals op de werkvloer. De visie en het bestuurlijk akkoord van vandaag bieden een gezamenlijk referentiekader voor de toekomst. Iedereen zit op één lijn. De bescherming van de samenleving staat voorop.”

Verbeteringen in de afgelopen jaren

De afgelopen jaren is er al veel verbeterd in de forensische zorg. Met de aanpak weigerende observandi kunnen verdachten niet langer eenvoudig tbs ontlopen door niet mee te werken aan onderzoek Daarnaast is een verplichting ingevoerd om altijd extra naar de risico’s en het delict te kijken voordat veroordeelden voor ernstige- gewelds- of zedenmisdrijven naar een forensische kliniek gaan. Deze risico’s zijn ook zwaarder gaan meetellen bij het verlenen van vrijheden. Als het risico te groot is of iemand werkt niet mee, dan gaat deze ook niet naar buiten. Ook is het delen van het behandeldossier tussen forensische zorgverleners niet meer afhankelijk van toestemming van de veroordeelde. Die kon voorheen weigeren dat bepaalde gegevens gedeeld werden. Dat kan nu niet meer.

Rechters leggen vaker een tbs-maatregel op, waardoor de vraag naar plekken toeneemt. Daarom is er voor volgend jaar structureel 100 miljoen extra uitgetrokken om de verwachte benodigde extra capaciteit te realiseren.


Adviesrecht voor gemeenten bij schuldenbewind per 1 januari 2021

Mensen met problematische schulden krijgen vanaf 1 januari 2021 betere hulp, doordat gemeenten vanaf dat moment de rechter mogen adviseren over oplossingen zoals schuldenbewind of gemeentelijke schuldhulpverlening. Dit wordt mogelijk gemaakt door een wet van minister Dekker (Rechtsbescherming), mede namens staatssecretaris Van ’t Wout (SZW), die onlangs door de Eerste Kamer is aangenomen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Minister Dekker: “Mensen met problematische schulden kunnen alle hulp gebruiken, zeker in deze tijd. Een goede samenwerking tussen rechters, gemeenten en bewindvoerders maakt het mogelijk de meest passende vorm van ondersteuning te vinden. Zo zorgen we er voor dat mensen sneller hun leven weer op de rit kunnen krijgen.”

Mensen met problematische schulden helpen

Mensen met problematische schulden kunnen worden geholpen met schuldenbewind. Een bewindvoerder beheert dan hun financiën en stabiliseert de situatie. Schuldenbewind is een ingrijpende maatregel. Gemeenten kunnen mensen met schulden ook ondersteunen met lichtere vormen van hulp. De nieuwe wet regelt dat gemeenten drie maanden nadat schuldenbewind is ingesteld de rechter mogen adviseren of een inwoner het beste kan worden geholpen door voortzetting van het bewind, of door een lichtere vorm van gemeentelijke ondersteuning. Gemeenten kunnen zo hun regierol bij schuldhulpverlening beter vervullen. Dit draagt bij aan de samenwerking tussen rechtbanken, gemeenten en bewindvoerders. Verder regelt de wet dat schuldenbewind alleen nog voor bepaalde tijd kan worden ingesteld. Zo dragen we eraan bij dat een schuldenbewind niet langer duurt dan noodzakelijk.

Schuldenaanpak kabinet

De nieuwe wet vloeit voort uit het regeerakkoord. Het is onderdeel van het kabinetsbrede Actieplan Brede Schuldenaanpak. Doel is om mensen met schulden beter te helpen en het aantal mensen met problematische schulden terug te dringen.


Versteviging positie onafhankelijke deurwaarder

De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) en minister Dekker (Rechtsbescherming) hebben een convenant ondertekend over de toekomstige manier van samenwerken en de inzet op belangrijke onderwerpen zoals de verlenging van de tijdelijke coronamaatregel om stukken af te geven via de brievenbus en digitalisering.  Met dit convenant verstevigen we de cruciale positie van deurwaarders in ons rechtsbestel, die onder andere blijkt uit het oproepen van mensen om voor de rechter te verschijnen en de uitvoering van uitspraken van rechtbanken.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Minister Dekker (Rechtsbescherming): “Door de coronacrisis neemt het risico op onbetaalde rekeningen toe en komen mensen met schulden verder in de problemen. Juist daarom is er behoefte aan onafhankelijke deurwaarders die ervoor zorgen dat schulden ingelost worden en tegelijkertijd rekening houden met de situatie van personen die moeten betalen. Met deze afspraken kunnen deurwaarders hun rol ook in de toekomst goed blijven vervullen.”

Samenwerking

Met het oog op de goede samenwerking willen de KBvG en het ministerie van Justitie en Veiligheid voor de korte, middellange én lange termijn gezamenlijk op verschillende onderwerpen voortgang boeken. Het gaat bijvoorbeeld over de verlenging van de tijdelijke maatregel waarbij gerechtsdeurwaarders gedurende de coronacrisis hun stukken mogen afgeven door deze in iemands brievenbus te doen, zonder dat het ten koste gaat van de rechtsgeldigheid van deze stukken. Op de langere termijn gaat het om het uitwerken van een onderwerp als de digitalisering van dagvaardingen en ontwikkelingen binnen de beroepsgroep.

Toekomst

Met het convenant werken we samen aan een agenda voor de toekomst, om ervoor te zorgen dat het Nederlandse rechtsbestel tot in lengte van jaren beschikt over onafhankelijke en hoogwaardige deurwaarders. We investeren in de toekomst van de beroepsgroep door bijvoorbeeld bij nieuw beleid beter te kijken welke effecten dit heeft voor de rol en tarieven van de deurwaarder. Daarnaast zullen in lijn met de Commissie-Oskam de schuldenaarstarieven (de kosten van de deurwaarder die in rekening worden gebracht bij mensen met schulden) aangepast worden en zullen grenzen worden gesteld aan de prijsafspraken die gerechtsdeurwaarders en opdrachtgevers mogen maken. Op deze manier zorgen we ervoor dat enerzijds de persoon met schulden weet waar hij aan toe is en anderzijds de deurwaarder kan werken met een passend tarief waardoor de onafhankelijke rol nu en in de komende jaren zorgvuldig kan worden ingevuld.


Gemeenten gaan met financiële regeling overlastgevende asielzoekers aanpakken

Tien gemeenten gaan de komende maanden extra aan de slag om overlastgevende asielzoekers aan te pakken. Er komen onder meer projecten met boa’s, toezichthouders, coaches en cameratoezicht. De gemeenten bekostigen de extra inzet met behulp van een financiële regeling die staatssecretaris Broekers-Knol beschikbaar heeft gesteld.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Deelnemende gemeenten zijn onder andere Boxmeer, Grave, Nijmegen, Venray, Cranendonck, Oisterwijk, Emmen, Westerwolde en Den Helder. Deze gemeenten kampten afgelopen tijd regelmatig met overlast en hebben nu samen met het Rijk de handen ineengeslagen. Ze kregen goedkeuring voor hun projecten.

Maatregelen

De gemeente Oisterwijk gaat cameratoezicht houden rond het asielzoekerscentrum. Daarmee willen zij het veiligheidsgevoel van omwonenden vergroten en overlastgevers (sneller) in beeld krijgen en beboeten. Emmen kiest onder meer voor de inzet van toezichthouders op het station, waar overlast wordt ervaren van asielzoekers die van of naar het aanmeldcentrum in Ter Apel reizen. Den Helder wil samen met lokale ondernemers de mogelijkheden verkennen om overlastgevers alternatieve taakstraffen op te leggen. In Westerwolde wordt de pendelbus van het station naar het asielzoekerscentrum verlengd tot het einde van dit jaar. In Grave, Boxmeer en Nijmegen komen boa’s die fietsendiefstal, zwartrijden en agressie in het openbaar vervoer moeten tegengaan.

Lokale inzet hard nodig

De overgrote meerderheid van de asielzoekers in Nederland veroorzaakt geen problemen. Een relatief kleine groep zorgt echter wel voor overlast, zoals winkeldiefstal, vernieling en bedreiging. Dat ondermijnt het draagvlak voor de opvang van mensen die onze bescherming nodig hebben. ‘Overlast kun je niet alleen aanpakken met wetten en regels vanuit Den Haag. Het vergt samenwerking tussen heel veel partijen, juist ook lokaal, én de inzet van de juiste maatregelen. De subsidie geeft gemeenten de vrijheid om zelf te bepalen welke aanpak het beste bij hun problematiek past’ stelt de staatssecretaris. Eveneens kan er worden geleerd van wat niet werkt. 

Mix van maatregelen

De financiële regeling is onderdeel van een reeks landelijk genomen maatregelen om overlast tegen te gaan. Een overlastgever direct uitzetten tijdens de asielprocedure kan niet, onder meer vanwege internationale regelgeving. Daarom is er gekozen voor een aanpak waarbij de overlastgevers dicht op de huid worden gezeten. Zo zijn er inmiddels 4 ketenmariniers aangesteld die gemeenten, de politie, het Openbaar Ministerie (OM), het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en andere betrokkenen helpen met de aanpak van overlast. Ook is er een Top X-lijst, waarop de zwaarste overlastgevers staan, zodat die kunnen worden aangepakt. Het COA kan sinds kort een time-out opleggen als iemand overlast veroorzaakt, waardoor iemand tijdelijk enkel nog sobere opvang krijgt. Daarnaast is de Handhaving- en Toezichtslocatie geopend in Hoogeveen, waar zware overlastgevers naar kunnen worden overgeplaatst. In totaal was 1 miljoen euro beschikbaar voor de regeling. De 10 gemeenten zijn samen goed voor de helft van dat bedrag. Op de rest is door gemeenten geen aanspraak gemaakt.


Dreigingsbeeld NCTV: Aanslag Nederland voorstelbaar, dreiging vooral van eenlingen

Op dit moment zijn er in Nederland personen die radicaliseren of sterk geradicaliseerd zijn en een dreiging kunnen vormen. Alhoewel er geen aanwijzingen zijn dat mensen in Nederland een aanslag voorbereiden, blijft het voorstelbaar dat dit kan gebeuren. Aanslagen in Europa zijn doorgaans provisorisch, worden gepleegd door eenlingen en kennen weinig slachtoffers. De jihadistische dreiging is geenszins verdwenen. Daarom blijft het dreigingsniveau op 3 van de 5 staan. Dat blijkt uit het 53ste Dreigingsbeeld van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Gepolariseerd debat met scherpe randen

Sinds de uitbraak van het coronavirus heeft het maatschappelijk ongenoegen zich zowel online als offline verder gemanifesteerd. Een deel van de verschillende groepen en individuen vindt elkaar in het afwijzen van de overheid of overheidsbeleid. Dit gebeurt niet zozeer vanuit ideologische motieven, maar vanwege gevoelens van onrechtvaardigheid, groot onbehagen of een andere werkelijkheidsbeleving. Mensen die de overheid, wetenschap en traditionele media al langer wantrouwen, kunnen hun denkbeelden bevestigd zien in complottheorieën en desinformatie. Sociale media spelen daarbij een faciliterende en mobiliserende rol en fungeren als een soort blaasbalg. Behalve de relatief brede, gemêleerde activistische bovenlaag, bestaat er een radicale onderstroom met soms extremistische gedragingen, zoals het belagen van journalisten en politici of, het intimideren van politiemensen.

Rechts-extremistische geweldsdreiging is voorstelbaar

De uitbraak van het coronavirus en de genomen maatregelen om het virus onder controle te krijgen, hebben niet geleid tot een verhoogde dreiging van rechts-extremisme in Nederland. Gekende groepen hebben doorgaans geringe invloed, zijn verdeeld en zoeken voornamelijk aansluiting bij actuele thema’s. De ontwikkelingen online staan hier los van: juist op digitale platforms kunnen eenlingen mogelijk radicaliseren door contacten met gelijkstemden. Een aanslag uit rechts-extremistische hoek blijft vooral vanwege online ontwikkelingen voorstelbaar.

Opleving ISIS in Syrië en Irak

Vergeleken met vorig jaar vertoont ISIS verhoogde activiteit in Syrië en Irak. Sinds de val van ‘het kalifaat’ is de aanslagdreiging verminderd, maar niet verdwenen. ISIS heeft nog steeds de ambitie aanslagen te plegen in Europese landen. Daartoe probeert de groepering structuren en netwerken op te zetten, waarbij sympathisanten en aanhangers binnen Europa een rol kunnen spelen en in contact kunnen komen met ISIS-leden in Syrië. De coronapandemie heeft de mogelijkheid voor uitreizigers om terug te keren naar Europa tijdelijk ingeperkt.

Jihadistische beweging in Nederland verdeeld, maar onvoorspelbaar

De directe geweldsdreiging die van de Nederlandse jihadistische beweging uitgaat, lijkt enigszins afgenomen door sociale en ideologische versplintering, demotivatie en het ontbreken van krachtige leiders en aanjagers. De meeste activiteiten zijn geweldloos, maar de dreiging onvoorspelbaar. Onder sommige Nederlandse jihadisten leeft nog altijd de intentie om in Nederland een aanslag te plegen. Waakzaamheid voor enkelingen uit de beweging blijft geboden. De komende jaren zijn bepalend voor de jihadistische beweging. Als deze verder desintegreert kan dat leiden tot een krimp en een minder ontvankelijke omgeving voor jihadisten die uit gevangenschap terugkeren in de samenleving. Dat betekent aanhoudende overheidsdruk en onverminderde inzet van repressieve maatregelen.

Politiek-salafistische aanjagers zetten hun activiteiten voort

Aanjagers proberen hun politieke slagkracht te versterken door hun achterban te voeden en te mobiliseren. Zowel voor individuele zaken, zoals solidariteit met de imam van de Haagse as-Soennah moskee, of de ontslagen directeur van het Cornelius Haga Lyceum, als voor politieke vraagstukken, zoals het rapport van de Parlementaire Onderzoekscommissie Ongewenste Beïnvloeding (POCOB).