Meldpunt voor slachtoffers seksueel misbruik Jehova´s Getuigen
Slachtoffers van seksueel misbruik binnen de gemeenschap van Jehova´s Getuigen kunnen binnenkort terecht bij het meldpunt ´Verbreek de stilte´ van Slachtofferhulp Nederland. Dat laat minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) weten aan de Tweede Kamer. Het meldpunt wordt uitgebreid met specifieke expertise over seksueel misbruik binnen gesloten gemeenschappen. Omdat de Jehova´s Getuigen tot nu toe steeds weigeren om een laagdrempelig intern meldpunt in te richten wordt de minister gedwongen deze stap te nemen.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Het WODC deed onderzoek naar seksueel misbruik en de bereidheid om aangifte daarvan te doen binnen de gemeenschap van Jehova´s Getuigen. Daaruit bleek dat er redenen zijn om aan te nemen dat het doen van aangifte bemoeilijkt wordt door het gesloten karakter van de gemeenschap. Voor slachtoffers van seksueel misbruik is het van essentieel belang dat zij ondersteunt en geholpen worden bij het vinden van professionele hulp en het doen van aangifte. Een van de aanbevelingen van het onderzoek is het instellen van een meldpunt binnen de geloofsgemeenschap. Het bestuur van de Jehova’s Getuigen wilde daar geen gehoor aangeven. Hierop heeft de minister het bestuur van de Jehova´s Getuigen meerdere malen aangesproken. Zij hebben laten weten geen gehoor te geven aan deze oproep en dat keurt de minister af.
Verbreek de stilte
“Van iedere gemeenschap of organisatie verwacht ik dat zij alles doen om seksueel misbruik tegen te gaan en slachtoffers te helpen en ondersteunen. Dat gebeurt bij de Jehova´s Getuigen niet en dat vind ik buitengewoon kwalijk. Daarom reiken wij die hand nu uit en kunnen slachtoffers uit deze gemeenschap binnenkort bij het meldpunt ‘Verbreek de stilte’ van Slachtofferhulp Nederland terecht. Slachtoffers hebben recht op professionele hulp en een luisterend oor, het kan niet zo zijn dat zij tegen een muur van onwil aanlopen. Je mag slachtoffers nooit in de kou laten staan.” aldus minister Sander Dekker.
Reclaimed Voices
Naast het inrichten van het meldpunt wordt ook de Stichting Reclaimed Voices financieel ondersteunt, zodat zij door kunnen gaan met het helpen van slachtoffers van seksueel misbruik binnen de Jehova´s Getuigen gemeenschap. Ook worden de onderzoeksresultaten actief onder de aandacht gebracht bij de GGD en de politie zodat zij signalen van eventueel misbruik kunnen herkennen.
Wettelijke meldplicht misbruiksignalen
Het niet melden van seksueel misbruik binnen organisaties moet consequenties hebben voor bestuurders. Dit sluit ook aan bij de aanbevelingen van het WODC-onderzoek naar het verruimen van de aangifteplicht en moet voorkomen dat misbruik binnen organisaties onder de pet gehouden wordt.
“Geen enkele organisatie mag zijn ogen sluiten voor misstanden in de eigen club. Slachtoffers van seksueel misbruik moeten kunnen rekenen op hulp bij het nemen van stappen richting politie en hulpinstanties. Dat houdt je niet binnenskamers. Daarom gaan we serieus kijken naar de introductie van de wettelijke meldplicht voor dit soort organisaties.” aldus minister Sander Dekker.
Momenteel wordt verkend hoe een dergelijke wettelijke regeling het beste opgezet kan worden. Voor eind 2020 verwacht de minister de Tweede Kamer hierover verder te informeren.
Vernieuwde Wet Bibob treedt in werking
De wijziging van de Wet Bibob die op 1 augustus 2020 in werking treedt, versterkt de aanpak van ondermijning. De ministers Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en Dekker (voor Rechtsbescherming) willen ermee voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert. Op dezelfde datum treedt ook een wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke (Bjsg) gegevens in werking.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.
Achter de schermen
Beide regelingen zorgen ervoor dat gemeenten, provincies en het Rijk nog beter hun eigen Bibob-onderzoek kunnen doen. Zij kunnen voortaan de justitiële antecedenten nagaan van de personen die achter de schermen feitelijke zeggenschap hebben over degene die de vergunning heeft aangevraagd. Zo kan makkelijker worden voorkomen dat naast criminelen, hun stromannen misbruik maken van dienstverlening door de overheid. De maatregel geldt ook voor de zakelijke relaties van de wederpartij van de overheid bij een vastgoedtransactie of overheidsopdracht. Tot nu toe konden alleen justitiële gegevens worden verstrekt over de wederpartij van de overheid – meestal de aanvrager van een vergunning – maar niet over zijn zakelijke relaties.
Maatschappelijke of economische waarde
Overheidsopdrachten met een aanzienlijke maatschappelijke of economische waarde zijn kwetsbaar voor criminele activiteiten. Daarom wordt het Bibob-onderzoek uitgebreid naar alle overheidsopdrachten en beperkt het zich niet langer tot de sectoren bouw, ICT en milieu.
Tippen over strafbare feiten
Verder wordt Bibob-onderzoek uitgebreid naar vastgoedtransacties in het geval van overdracht van erfpacht, mits de gemeente een toestemmingsvereiste voor die overdracht heeft bedongen. Daarnaast regelt de wetswijziging diverse andere bevoegdheden om de Wet Bibob effectiever te kunnen toepassen. Zo kan het Landelijk Bureau Bibob overheidsinstanties tippen de Wet Bibob toe te passen als het relevante informatie heeft over strafbare feiten.
Uitwisseling van informatie verruimen
Momenteel wordt gewerkt aan een volgende wijziging van de Wet Bibob die uitwisseling van informatie verruimt tussen het Landelijk Bureau Bibob en bestuursorganen, en tussen bestuursorganen onderling. Het kabinet streeft ernaar dat wetsvoorstel in het derde kwartaal aan de Raad van State voor te leggen. De Wet Bibob (bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) is sinds 2003 van kracht en heeft als doel de integriteit van de overheid te beschermen.
Maximaal vier jaar gevangenisstraf voor bezit pedohandboek
Het verspreiden, verwerven of in bezit hebben van een handleiding met tips en trucs voor het seksueel misbruiken van kinderen wordt expliciet strafbaar gesteld. Er komt een gevangenisstraf van maximaal vier jaar op te staan. Zo’n ‘pedohandboek’ of ‘pedohandleiding’ brengt kinderen in gevaar, omdat het een voedingsbodem is voor de kindermisbruiker die zijn slag wil slaan. Dit is de kern van een wetsvoorstel van minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) dat in consultatie is gegaan.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Seksueel misbruik
Seksueel misbruik van kinderen is een van de meest verwoestende vormen van criminaliteit voor de slachtoffers en hun omgeving volgens minister Grapperhaus. “Kinderen hebben recht op een veilige omgeving om op te groeien. Het is gruwelijk en onacceptabel dat – veelal via het darkweb van het internet – mensen bezig zijn om adviezen te delen over hoe ze kinderen kunnen misbruiken. Dit heeft onmiskenbaar een drempelverlagend effect om de kwaadaardige handelingen daadwerkelijk te verrichten. Misbruiksituaties – offline en online – moeten worden gestopt. Daarbij moeten we ook zoveel mogelijk voorkomen dat kinderen in een misbruiksituatie terechtkomen’’ aldus minister Grapperhaus.
Dark web
Al langer circuleert er op het zogeheten dark web instructief materiaal om kinderen seksueel te misbruiken. Ze beschrijven onder meer hoe men ‘op jacht’ kan gaan naar kinderen, een kind kan verleiden en het vertrouwen van een kind kan winnen. Deze ‘handleidingen’ worden vaak pedohandboeken genoemd. Minister Grapperhaus gaf dit voorjaar aan na overleg met het Openbaar Ministerie (OM) uit te zoeken of het bezit van een pedohandboek als zelfstandig feit strafbaar kan worden gesteld. Volgens de minister is een dergelijk signaal vanuit de overheid nodig om aan te geven hoe onwenselijk het bezit van dit materiaal is. Hiermee wordt ook tegemoet gekomen aan een wens van de Tweede Kamer.
Vroegtijdige aanpak
Het is volgens de minister van groot belang dat meer vroegtijdig wordt opgetreden tegen potentiële kindermisbruikers. Daarom worden voorbereidingshandelingen met het oog op seksueel kindermisbruik zelfstandig strafbaar gesteld. Op dit moment biedt het strafrecht nog niet in alle gevallen de mogelijkheid om hiertegen op te treden, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van het ter beschikking stellen of in bezit hebben van instructiemateriaal over seksueel kindermisbruik. Grapperhaus: “Onze inzet moet zijn om deze weerzinwekkende praktijk te stoppen, zodat we kinderen beter kunnen beschermen.’’
Meerdere fronten
Op meerdere fronten is minister Grapperhaus bezig met een vroegtijdige aanpak van seksueel kindermisbruik. Zo is de strafbaarstelling van grooming, ook wel digitale vorm van kinderlokken geheten, vorig jaar verruimd. Verder ligt op dit moment een voorontwerp van het wetsvoorstel ‘Modernisering strafbaarstelling seksuele misdrijven’ in consulatie, waarin ook aandacht is voor de kwetsbaarheid van kinderen voor online seksueel misbruik. Hierin wordt het zogenoemde sexchatting expliciet strafbaar gesteld, waarbij volwassenen stelselmatig online communiceren en contact zoeken met kinderen met seksuele bedoelingen.
Maatschappelijk debat nodig over seksueel grensoverschrijdend gedrag
Seksueel grensoverschrijdend gedrag is een belangrijk en actueel maatschappelijk onderwerp dat veel mensen raakt en vooral ingrijpende gevolgen heeft voor de slachtoffers. Daarom is het van groot belang om hierover het debat met elkaar aan te gaan. Dat schreef minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid in een brief deze week aan Amnesty International in reactie op de actie #LetsTalkAboutYes. Deze actie van Amnesty onderstreept voor Grapperhaus de noodzaak van betere bescherming van slachtoffers van seksueel geweld en modernisering van zedenwetgeving, waarvoor hij zich sinds zijn aantreden als minister sterk maakt.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Tot nu toe heeft minister Grapperhaus zelf circa 5600 kaarten ontvangen ter ondersteuning van de oproep van Amnesty International om alle vormen van onvrijwillige seks strafbaar te stellen. “Ik stel het bijzonder op prijs dat Amnesty nu op deze manier op de modernisering van de zedenwetgeving is aangesloten, want een belangrijk en ingrijpend onderwerp als seksueel grensoverschrijdend gedrag behoeft voortdurend aandacht. Dit sterkt mij in mijn motivatie om slachtoffers van seksueel geweld beter te beschermen’’ aldus minister Grapperhaus.
Consultatie wetgeving
Begin mei stuurde de minister een voorontwerp voor een wetsvoorstel via internet in consultatie, die tot en met 16 augustus 2020 loopt. In de brief aan Amnesty schrijft de minister dat – helaas – de huidige strafwetgeving met betrekking tot seksueel grensoverschrijdend gedrag op een aantal punten tekortschiet. Na zijn aantreden is hij direct aan de slag gegaan met de vernieuwing van de strafwet op dit punt. Mede als gevolg van de #Metoo-beweging zijn de grenzen opgeschoven van wat we binnen onze samenleving als acceptabel gedrag beschouwen. Ook is de roep om adequaat strafrechtelijk optreden tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag toegenomen.
Maatschappelijk debat
Tot en met 16 augustus kan iedereen reageren op het voorontwerp voor het wetsvoorstel. Als de consultatiefase is afgerond, wil de minister met betrokken partijen en deskundigen verder in gesprek. Het streven is om dit maatschappelijke debat na de zomer, in september, te laten plaatsvinden. Grapperhaus: “Omdat seksueel grensoverschrijdend gedrag een onderwerp is dat iedereen in Nederland raakt, vind ik het belangrijk om in een vroeg stadium de opvattingen van zoveel mogelijk mensen over de nieuwe wetgeving te vernemen. Ook omdat het strafrecht in belangrijke mate een weerspiegeling is van de in onze samenleving geldende sociale normen, is het belangrijk dat mensen reageren. De norm is dat seksueel contact vrijwillig en gelijkwaardig moet zijn. Het wetsvoorstel moet recht doen aan de maatschappelijke realiteit.’’
Wetsvoorstel taakstrafverbod naar Tweede Kamer
Het wetsvoorstel van minister Dekker (voor Rechtsbescherming) en minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) dat het taakstrafverbod uitbreidt, is bij de Tweede Kamer ingediend.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.
‘Geweld tegen personen met een publieke taak moet stevig worden aangepakt, daar past geen taakstraf bij.´aldus de bewindslieden.
Geweld tegen personen met een publieke taak
Het taakstrafverbod geldt straks voor geweld tegen personen in de uitoefening van een publieke taak, gericht op de handhaving van de openbare orde of veiligheid. Dat zijn niet alleen politiemensen, medewerkers van de brandweer of ambulance en buitengewoon opsporingsambtenaren, maar ook andere personen met een publieke taak die tijdens hun werk met geweld te maken kunnen krijgen. Bijvoorbeeld artsen en verpleegkundigen, verkeersregelaars en gevangenispersoneel.
Bescherming tegen geweld
Elke dag steken deze mensen hun nek uit. Zij handhaven de orde, treden op onder gevaarlijke omstandigheden en verlenen hulp aan mensen in nood. Niet zelden staan zij mensen bij die in acuut levensbedreigende situaties verkeren. Omdat hun werk handelend optreden vereist, hebben zij niet de mogelijkheid een stap terug te doen en zichzelf in veiligheid te brengen. Daarom verdienen zij bescherming tegen geweld.
Jongeren deze zomer in 50 kleinere gemeenten aan de slag met Maatschappelijke Diensttijd
In maar liefst 50 gemeenten organiseren zo’n 2.500 jongeren deze zomer allerlei maatschappelijke activiteiten. Het gaat om gemeenten tot 60.000 inwoners die meedoen aan het programma Jeugd Aan Zet, dat in samenwerking met Maatschappelijke Diensttijd (MDT) de projecten organiseert. De deelnemende jongeren zetten zich in voor een ander en elkaar en de activiteiten bieden tegelijkertijd ruimte voor het ontwikkelen van hun eigen talenten en het ontmoeten van anderen. Daarmee kunnen de gemeenten een aanzienlijk deel van hun lokale jeugd een positieve boost geven deze ‘coronazomer’.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Positief alternatief
De afgelopen tijd heeft effect op de fysieke en psychische gezondheid van jongeren. Veel jongeren hebben te maken met gevoelens van eenzaamheid en verveling. Jeugd Aan Zet biedt deze zomer een positief alternatief, met activiteiten die iets bijdragen aan de samenleving én iets betekenen voor de jongeren zelf. De jongeren krijgen een cadeaubon die ze kunnen besteden bij lokale ondernemers. Zo krijgen ook lokale ondernemers een steuntje in de rug in deze lastige tijd.
Honk op wielen
Voor de 50 gemeenten biedt het programma mogelijkheden om jongeren meer te laten meedoen in de samenleving. In de gemeente Middelburg kunnen jongeren samen met zeeverkenners meewerken aan een opruimactie om zwerfafval uit het water te halen. De gemeente West-Betuwe stelt een oude bus beschikbaar die jongeren op mogen opknappen en inrichten als ‘Honk op Wielen’. In de gemeente Stede Broec kunnen jongeren meedenken over lokale vraagstukken en de invulling van zomeractiviteiten. Ze denken bijvoorbeeld mee over hoe activiteiten in de omgeving toch corona-proof door kunnen gaan. Jongeren die meedoen aan Jeugd Aan Zet worden ook gestimuleerd om door te stromen naar MDT.
Het verschil maken
Het programma Jeugd Aan Zet sluit goed aan bij de doelstellingen van MDT: iets doen voor een ander, talentontwikkeling en ontmoeting stimuleren. Staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS): “MDT kan echt verschil maken in het leven van jongeren en ook het verschil maken op anderen door de maatschappelijke impact die ze hebben. Ik vind het fantastisch dat steeds meer gemeenten dit ook inzien. Juist nu jongeren ook de gevolgen van corona voelen, geven gemeenten ze door Jeugd Aan Zet een positieve boost, en brengen ze tegelijkertijd verschillende groepen mensen in hun gemeente samen. Een win-winsituatie!
Meedoen
“Dat zoveel gemeenten zich aansluiten bij het netwerk van MDT-projecten is ook goed nieuws voor de toegankelijkheid van MDT. Hoe meer MDT-plekken, hoe meer jongeren in Nederland kunnen meedoen en hoe beter jongeren een project kunnen vinden dat goed aansluit bij hun wensen.”
Kabinet snel aan de slag met aanbevelingen Roemer
De risico’s op besmetting van arbeidsmigranten met het coronavirus vormen een acuut probleem. Het kabinet pakt de implementatie van de aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten die gericht zijn op de korte termijn daarom met urgentie op. Het aanjaagteam, onder leiding van Emile Roemer, komt op een later moment met aanvullende aanbevelingen voor de langere termijn die zijn gericht op de structurele problematiek. Dat schrijft coördinerend minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de cursus huisvesting arbeidsmigranten.
Minister Koolmees: “Ik wil het aanjaagteam bedanken voor de snelheid waarmee het zijn taken heeft opgepakt. Besmettingen in de vleesindustrie en de fruithandel maken pijnlijk duidelijk dat er maatregelen moeten worden getroffen om arbeidsmigranten te beschermen. Deze incidenten laten zien dat de problemen urgent zijn en dat de bescherming van arbeidsmigranten tegen het coronavirus niet kan wachten.”
Nieuwe huisvestingslocaties
De coronacrisis heeft de bestaande problemen rond arbeidsmigranten, zoals tekorten aan goede huisvesting en de afhankelijkheid van de werkgever, opnieuw onderstreept en zichtbaarder gemaakt. Het kabinet gaat daarom de realisatie van nieuwe huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten stimuleren. Er komt een overzicht van regio’s waar de woonproblematiek het grootst is, en gemeenten worden actief benaderd om bestaande mogelijkheden zo goed mogelijk te benutten, zoals de beschikbaar gekomen gelden uit de woningbouwimpuls, de korting op de verhuurdersheffing voor initiatieven met flexwonen en de versnellingskamers flexwonen.
Verbeteren registratie
Om effectief beleid te kunnen maken is kennis over het verblijf van arbeidsmigranten onmisbaar. Arbeidsmigranten zijn net als iedereen verplicht om zich bij een verblijf van meer dan vier maanden in Nederland in te laten schrijven als ingezetene. In de praktijk blijkt echter dat arbeidsmigranten te vaak niet aan deze verplichting voldoen. Om dit probleem te ondervangen werken de ministeries van BZK en SZW en de Inspectie SZW intensief samen aan een plan van aanpak om de registratie van arbeidsmigranten te verbeteren. Vanwege de urgentie worden op korte termijn al de eerste stappen gezet.
Tijdelijke huurcontracten
Arbeidsmigranten die hun werk verliezen, komen vaak in de knel omdat zij voor woonruimte afhankelijk zijn van hun werkgever en geen huurbescherming hebben. Dit vormt niet alleen een huisvestingprobleem, maar ook een potentieel gezondheidsrisico, voor de arbeidsmigrant zelf en zijn omgeving. Volledige huurbescherming hoort bij een contract voor onbepaalde tijd. Deze contractvorm is bij arbeidsmigranten vaak niet aan de orde vanwege de beperkte duur van het werk. Het kabinet wil daarom in gesprek met belanghebbende partijen, waaronder werkgevers en huisvesters, over de mogelijkheid van het gebruik van tijdelijke huurcontracten die niet tussentijds kunnen worden opgezegd.
Informatieknooppunt
Het is voor arbeidsmigranten niet altijd duidelijk waar men terecht kan met vragen of meldingen van misstanden. Relevante informatie voor arbeidsmigranten moet gemakkelijk toegankelijk en in hun eigen taal beschikbaar zijn. Het kabinet neemt de aanbeveling over om een centraal informatieknooppunt te ontwikkelen. Samen met de gemeente Westland wordt een pilot opgezet waarbij wordt onderzocht op welke manier arbeidsmigranten het beste kunnen worden voorgelicht over arbeidsvoorwaarden, geïnformeerd kunnen worden over veilig en gezond werken in de sector waarin zij werkzaam zijn, en kunnen worden geactiveerd om hun rechten te effectueren.
Samenwerkingsplatform toezichthouders
De problematiek omtrent arbeidsmigranten raakt zowel verschillende onderdelen van de Rijksoverheid als van lagere overheden. Daarom is gecoördineerde actie nodig. Om dit in goede banen te leiden, wordt gewerkt aan een verbeterde samenwerking tussen partijen zoals de Inspectie SZW, de NVWA, de GGD en de veiligheidsregio’s. Hiervoor wordt onder andere op korte termijn een landelijk samenwerkingsplatform voor toezichthouders ingericht. Het samenwerkingsplatform zal daarbij coördinatie op het regionale niveau voorbereiden om snel te kunnen optreden bij een uitbraak in een bedrijf of een sector, zoals recent bij slachterijen. Om potentiële brandhaarden in risicosectoren te voorkomen zal het platform preventieve acties coördineren.
Grapperhaus op bezoek bij specialisten van eerste uur van het MIT in oprichting
Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid heeft recent kennis gemaakt met verschillende specialisten van de politie, het Openbaar Ministerie (OM), de Douane, Fiscale Inlichtingen en OpsporingsDienst (FIOD), de Belastingdienst, de Koninklijke Marechaussee (KMar) en Defensie die bouwen aan het Multidisciplinaire Interventie Team (MIT) in de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.
Delen van kennis
Deze mensen van het eerste uur van het MIT lieten tijdens een bijeenkomst in een hangar op Schiphol-Oost zien hoe belangrijk het delen van hun kennis is voor een betere aanpak van criminelen die proberen onze economische infrastructuur te misbruiken voor allerlei illegale praktijken. Vooral door enorme criminele geldstromen die zijn gemoeid met drugshandel dreigen misdadigers en hun facilitators die de illegale praktijken mogelijk maken, de legale economie en samenleving te corrumperen.
Sneller schakelen
Het MIT bevindt zich op dit moment in de opbouwfase en zal de komende jaren uitgroeien tot een aanvullend team van circa 400 specialisten op het terrein van digitaal, internationaal en financieel toezicht, handhaving en opsporing. Door onder meer de bouw van een Data Ware House met expertise van alle betrokken diensten kan het team ervoor zorgen dat alle partners in de opsporing, toezicht en handhaving sneller schakelen. Hierdoor kunnen straks machtsposities van sleutelfiguren in de onderwereld en hun criminele facilitators die zich begeven in de bovenwereld beter worden opgerold, hun crimineel vermogen afgepakt en ook meer maatregelen worden genomen om barrières op te werpen om verder crimineel handelen te voorkomen.
Barrières opwerpen
Het MIT opereert in aanvulling op – en in samenwerking met de bestaande diensten, die zich met de aanpak van ondermijning bezighouden. Maar ook met private partners, zoals banken en logistieke bedrijven, wordt samengewerkt om kwetsbaarheden in de legale economische structuren bloot te leggen en gezamenlijk barrières op te werpen voor misbruik door criminelen.
Toename agressie tegen lokale en regionale politici
Ruim een derde (35%) van de bestuurders en volksvertegenwoordigers in gemeenten, provincies en waterschappen heeft het afgelopen jaar te maken gehad met agressie en geweld. In 2014 ging dit nog om 23%. Vooral verbale agressie, meestal via sociale media, komt steeds vaker voor. Dat blijkt uit de Monitor Integriteit en Veiligheid 2020 door minister Ollongren van Binnenlandse Zaken naar de Tweede Kamer is gestuurd.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.
Grote impact
Ollongren: ‘Elk incident bij burgemeesters, bestuurders en wethouders is er één te veel en heeft een grote impact op de werking van onze democratie. Deze cijfers onderstrepen voor mij het belang van het investeren in de persoonlijke veiligheid van alle decentrale bestuurders en volksvertegenwoordigers.’
Meer lokale meld- en steunpunten
Opvallend in het onderzoek is dat juist de verbale agressie vaak niet gemeld wordt, bijvoorbeeld omdat de politieke ambtsdrager het zelf niet ernstig genoeg vindt. Gemeenten geven nog te weinig structurele aandacht aan de weerbaarheid van de organisatie als geheel. Daarom ziet minister Ollongren graag meer meld- en steunpunten voor agressie en geweld. Een beter beeld van alle incidenten helpt gemeenten, provincies en waterschappen met het vormgeven van een weerbaarheidsaanpak. Ze gaat hierover in gesprek met gemeenten en VNG.
Netwerk Weerbaar Bestuur
Het Netwerk Weerbaar Bestuur helpt politieke ambtsdragers met de voorbereiding op hun rol en de bewustwording van de mogelijke gevolgen daarvan, bijvoorbeeld door het Veiligheidspakket voor startende burgemeesters. Daarnaast kan elke bestuurder of volksvertegenwoordiger bij onveiligheidsgevoelens of incidenten terecht bij het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur voor advies en ondersteuning van experts of ervaringsdeskundigen.
Bestuurlijke integriteit
Er is onder politieke ambtsdragers ook onderzoek gedaan naar integriteit. In vergelijking met 2016 blijkt dat er nauwelijks verschillen zijn in de mate waarin politieke ambtsdragers zich in de ogen van hun collega’s niet integer gedragen. Verder geeft ruim 90 procent van de politieke ambtsdragers aan bekend te zijn met de regelingen, gedragscodes en maatregelen van hun eigen organisatie als het gaat om integriteit en passen die ook toe in het werk.
Kabinet stelt eisen aan incassosector
Incassobureaus moeten een vergunning hebben en worden vervolgens opgenomen in een incassoregister. Doel is de kwaliteit van de incassowerkzaamheden te verbeteren. Dat is de kern van een wetsvoorstel van minister Dekker voor Rechtsbescherming waarmee de ministerraad heeft ingestemd. De regeling is onderdeel van de Brede Schuldenaanpak van het kabinet.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Verantwoorde werkwijze
‘Het innen van schulden hoort op een verantwoorde en fatsoenlijke manier te gebeuren. Het is niet de bedoeling dat mensen met schulden door onjuiste incassopraktijken dieper in de problemen komen. Daarom hebben incassobureaus voortaan een registratie nodig om hun werk te mogen doen. Daarmee kunnen we de goede van de kwade scheiden’, aldus minister Dekker.
Eisen aan uitvoering
Ook worden er eisen gesteld aan de uitvoering van incassowerkzaamheden en komt er toezicht op de naleving daarvan. Dit is nodig om mensen met schulden, die soms heel kwetsbaar zijn, te beschermen tegen onjuiste incassopraktijken. Schuldeisers hebben hier eveneens baat bij omdat zij te maken kunnen krijgen met incassobureaus die slecht werk leveren. Ook hebben schuldeisers behoefte aan goed contact met het incassobureau. Het is belangrijk dat zij een duidelijk overzicht hebben van de werkzaamheden die in opdracht van hen worden verricht.
Registratie verplicht
Straks is een registratie verplicht om actief te zijn als incassodienstverlener. Alleen bureaus die aan de juiste eisen voldoen, worden ingeschreven in het incassoregister. Zo moeten zij vakmanschap leveren, een klachtenregeling hebben en heldere informatie verstrekken aan schuldeisers én mensen met schulden. Het register is openbaar en gratis raadpleegbaar. Zo kan iedereen in één oogopslag zien of een incassobureau aan de juiste eisen voldoet.



