Time-out voor overlastgevende asielzoeker
Overlastgevende asielzoekers kunnen voortaan tijdelijk een time-out krijgen. De overlastgever krijgt dan minimale voorzieningen, maar wordt nog wel voorzien van opvang en de belangrijkste levensbehoeften. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) gaat zorgen dat elk asielzoekerscentrum een time-out plek krijgt.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Een time-out kan worden opgelegd na een incident met (zeer) grote impact, zoals agressie en geweld tegen COA-medewerkers of andere azc-bewoners. De overlastgever wordt dan verplaatst naar een sobere ruimte, waar hij of zij enige tijd kan verblijven. De overlastgever krijgt geen leefgeld, maar wordt in natura ondersteund en er kan – indien nodig – extra beveiliging worden ingezet. Na de time-out kan een overlastgever terug naar het asielzoekerscentrum of wordt, indien nodig, overgeplaatst.
Toegang ontzegd
Overlastgevers konden tot nog toe ook de toegang tot de opvang worden ontzegd, maar door een uitspraak van het Europees Hof van Justitie is dat niet meer mogelijk. Overlastgevers worden daarom overgeplaatst naar andere locaties of uit elkaar gehaald als het groepen betreft. De time-out komt daar nu bij en is een belangrijke aanvulling op de maatregelen.
Onaanvaardbaar
De overgrote meerderheid van de asielzoekers in Nederland veroorzaakt geen problemen. Een relatief kleine groep zorgt echter wel voor overlast, zoals winkeldiefstal, vernieling en bedreiging. Dit is onaanvaardbaar, ook omdat hierdoor het draagvlak voor de opvang van asielzoekers die bescherming nodig hebben, wordt aangetast.
Pakket van maatregelen
De staatssecretaris Ankie Broekers-Knol heeft daarom een reeks maatregelen genomen. Zo zijn er drie ketenmariniers aangesteld om gemeenten, politie, OM en het COA te helpen met de aanpak van overlast. Ook is er een Top X-lijst, waarop de zwaarste overlastgevers staan, zodat die kunnen worden aangepakt. Daarnaast is de Handhaving- en Toezichtslocatie geopend in Hoogeveen, waar zware overlastgevers naar kunnen worden overgeplaatst. Lokaal wordt door gemeenten, COA en politie gewerkt met het opleggen van gebiedsverboden en een meldplicht. Bij crimineel gedrag is uiteraard het strafrecht van toepassing.
Eerste Kamer stemt in met wijziging wet gemeentelijke schuldhulpverlening
De Eerste Kamer heeft ingestemd met een wijziging in de Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening (Wgs). De wijziging geeft gemeenten de mogelijkheid om gegevens van burgers met betalingsachterstanden in een vroeg stadium uit te wisselen met woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en zorgverzekeraars. Hierdoor krijgen gemeenten mensen met schulden tijdig in beeld en kunnen zij schuldhulpverlening aanbieden. De wetswijziging gaat op 1 januari 2021 in.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Naar schatting hebben 1,4 miljoen huishoudens in Nederland problematische schulden of lopen het risico daarin te belanden. De verwachting is dat deze aantallen zullen toenemen als gevolg van de coronacrisis. Gemiddeld lopen mensen vier tot vijf jaar rond met financiële problemen voordat ze aan de bel trekken, waardoor schulden hoog kunnen oplopen. Na de wetswijziging mogen hulpverleners op basis van signalen over betalingsachterstanden uit eigen beweging schuldhulp aanbieden. Schulden kunnen zo vroeger gesignaleerd en aangepakt worden. In Amsterdam, een van de gemeenten waar vroegsignalering al langer wordt toegepast, is de gemiddelde schuld van inwoners met een schuldhulpverleningstraject € 26.000 ten opzichte van het landelijk gemiddelde van € 42.000.
Uitzichtloze situatie
Staatssecretaris Tamara van Ark: “Bij betalingsachterstanden op huur, energie, water en zorgverzekering moet de gemeente voortaan hulp aanbieden. In de praktijk kan dat echt verschil uitmaken in de levens van mensen. Want door er vroeg bij te zijn voorkomen we dat mensen terecht komen in een uitzichtloze schuldensituatie. Zo krijgen zij de juiste hulp aangereikt om er weer bovenop te komen.”
Brede Schuldenaanpak
Vroegsignalering van problematische schulden is onderdeel van de brede schuldenaanpak van het kabinet. Deze aanpak bestaat uit een veertigtal maatregelen om de schuldenproblematiek terug te dringen. In het samenwerkingsverband brede schuldenaanpak werken veel organisaties samen die nauw betrokken zijn bij de schuldenproblematiek. Het gaat onder andere om de Belastingdienst, het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), UWV, SVB, gemeenten en de vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (NVVK).
Wet Straffen en Beschermen aangenomen door Eerste Kamer
De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Straffen en Beschermen. Hierdoor komen daders van zware misdrijven niet meer vanzelfsprekend na tweederde van hun straf voorwaardelijk vrij. De voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) wordt maximaal twee jaar. Die kan nu nog oplopen tot wel 10 jaar. Daarnaast gaat de v.i. niet langer van rechtswege in, maar neemt het Openbaar Ministerie (OM) voor iedere gedetineerde een individuele beslissing of v.i. al aan de orde is. Daarbij wordt gekeken naar het gedrag van de gedetineerde, slachtofferbelangen en het gevaar voor de maatschappij.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Nu is het zo dat een gedetineerde die 24 jaar cel krijgt voor het plegen van een zwaar delict, in beginsel al na 16 jaar op vrije voeten komt. Voor het goed benutten van de v.i. is tijd nodig, maar niet per sé een periode die kan oplopen tot 10 jaar. Daarbij is de situatie nu zo dat naarmate de straf langer duurt, de v.i. ook langer wordt. Dat gaat veranderen. Met deze wet wordt de v.i. gemaximeerd op twee jaar.
Straf is straf
Minister voor Rechtsbescherming, Sander Dekker: “Als iemand 8 jaar voor het einde van de straf alweer op vrije voeten komt, dan doet dat afbreuk aan ons rechtsgevoel. Dit is niet goed voor de geloofwaardigheid van straffen en dat moet dus anders. Straf is straf.”
Gedrag gedetineerden gaat zwaarder tellen
Niet alleen tegen het einde van de gevangenisstraf gaat er iets veranderen, ook verlof wordt minder vrijblijvend en vanzelfsprekend. Alleen als de gedetineerde zich goed gedraagt, komt hij in aanmerking voor verlof. Wie zich onvoldoende inzet, zet zijn verlof op de tocht. Ook kan het OM bij slecht gedrag besluiten dat een gedetineerde nog geen v.i. krijgt. Goed gedrag daarentegen wordt beloond. Niet alleen met verlof en v.i., maar ook met privileges zoals meer keuze in werk en recreatie-uren. Zo gaat gedrag in de gevangenis zwaarder tellen.
Betere bescherming door veiligere terugkeer
Nu is het zo dat een gedetineerde zijn straf nog te weinig benut om zijn leven te beteren. Door deze wet moeten gedetineerden vanaf dag één actief en gericht aan de slag met hun re-integratie. Daarbij wordt een groter beroep gedaan op hun eigen verantwoordelijkheid, maar krijgen gedetineerden voortaan ook meer hulp. Naast grip op schulden, wordt samengewerkt aan onderdak, werk, zorg en het krijgen van een legitimatiebewijs. Ex-gedetineerden die dit allemaal op orde hebben, gaan minder vaak de fout in na hun straf, blijkt uit onderzoek. De reclassering en ook gemeenten hebben een actieve rol bij de veilige terugkeer. Met de wet wordt het makkelijker om onderling informatie uit te wisselen. Zo benutten we de straf optimaal om recidive te voorkomen en de maatschappij te beschermen. “Als iemand een tijd moet zitten, laten wij dan die tijd goed benutten. We gaan niet passief achterover leunen tot de straf erop zit. Voortaan geldt vanaf dag één: in de bak is aan de bak”, aldus Dekker.
Circa 400 MIT-specialisten erbij in aanpak ondermijnende criminaliteit
Het nieuwe Multidisciplinair Interventieteam (MIT) groeit de komende jaren uit tot een team van circa 400 extra specialisten om de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit te versterken. Het MIT kan dankzij investeringen van het kabinet uitgroeien naar een (inter)nationaal opererend team dat zich gaat toeleggen op het blootleggen en frustreren van criminele structuren en hun illegale verdienmodellen die onze samenleving dreigen te corrumperen. Verder wordt het stelsel van Bewaken en Beveiligen verstevigd. In diverse wijken worden preventieve maatregelen ingezet om criminele carrières van jongeren te voorkomen. Ook worden projecten opgezet en maatregelen onderzocht om crimineel vermogen beter in beeld te brengen en af te pakken.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.
Oprollen, afpakken en voorkomen
“Afschuwelijke gebeurtenissen met excessief geweld de afgelopen tijd laten zien dat de georganiseerde ondermijnende criminaliteit nietsontziend is en draait om geldgewin ten koste van alles wat ons lief is. Deze ondermijning van onze democratische rechtsstaat is absoluut onacceptabel. De weg is nog lang, maar met inzet van alle instituties – van politie tot onderwijs – kunnen we dit stoppen. Oprollen, afpakken en voorkomen is onze inzet.’’ aldus minister Grapperhaus.
Multidisciplinair Interventieteam
In april dit jaar is een begin gemaakt met de inrichting van het MIT door politie, Openbaar Ministerie (OM), Fiscale Inlichtingen en OpsporingsDienst (FIOD), Douane, Belastingdienst, Koninklijke Marechaussee (KMar) en Defensie. De komende jaren zal het MIT uitgroeien tot een data-gedreven team van 400 specialisten op het gebied van intelligence en digitaal, internationaal en financieel toezicht, handhaving en in de opsporing. Het MIT richt zich op het blootleggen en duurzaam verstoren van criminele netwerken en hun bedrijfsprocessen. Dit doet het team door samen met haar partners machtsposities van sleutelfiguren af te breken, crimineel vermogen af te pakken en barrières op te werpen tegen crimineel handelen en het verkrijgen van zwart geld. Daarbij wordt internationaal geopereerd, met aandacht voor bron-, doorvoer- en bestemmingslanden van de illegale drugsindustrie en voor logistieke knooppunten als havens en vliegvelden.
Samenwerking met andere diensten
Het MIT opereert in aanvulling op – en in samenwerking met de bestaande diensten, die zich met de aanpak van ondermijning bezighouden. Ook met private partners, zoals banken en logistieke bedrijven, wordt samengewerkt om kwetsbaarheden in de legale economische structuren bloot te leggen en gezamenlijk barrières op te werpen voor misbruik door criminelen.
Bescherming van personen
Lokale bestuurders, rechters, officieren van justitie, advocaten, agenten en journalisten – die in hun werk in dienst staan van de rechtsorde – moeten hun beroep veilig en zonder angst kunnen uitoefenen. Ook kroongetuigen moeten onder veilige omstandigheden hun rol kunnen vervullen. Bescherming van deze personen is volgens minister Grapperhaus een voorwaarde voor het functioneren van de democratische rechtsstaat en daarmee van essentieel belang in de strijd tegen de georganiseerde ondermijnende criminaliteit.
Bewaken en Beveiligen
Over de hele linie wordt het stelsel van Bewaken en Beveiligen versterkt met capaciteit en middelen bij de politie, het OM, de KMar en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Zo komt er voor verbeterde informatie-uitwisseling en advisering in totaal 80 fte bij, zodat tijdig en passend beveiligingsmaatregelen kunnen worden getroffen bij dreiging, risico of de mogelijkheid van geweld en tijdig kan worden op- of afgeschaald. Voor de uitvoering hiervan wordt onder meer de politie versterkt met 120 fte, door in alle regionale politie-eenheden specialistisch opgeleide ‘Bewaken en Beveiligen-teams’ in te stellen. Deze ‘flexteams’ zorgen voor meer slagkracht van de politie bij de uitvoering van beveiligingsmaatregelen. Verder wordt geïnvesteerd in de politie om 24 uur per dag cameratoezicht te kunnen uitvoeren, in persoonsbewaking door de KMar en in andere innovatieve maatregelen, waaronder minder zichtbare beveiligingsmaatregelen.
Financieel opsporen
Het MIT gaat een belangrijke bijdrage leveren aan het frustreren van criminele bedrijfsprocessen en hun verdienmodellen. Ook zitten nieuwe instrumenten in het vat om beter zicht op crimineel vermogen te krijgen. Zo moet straks het ‘vermogensdossier ’ in zaken waarin kan worden afgepakt steeds actueel in beeld brengen welk vermogen een verdachte heeft, zodat scherper duidelijk wordt waarop en op welke wijze beslag kan worden gelegd. Ook wordt er gewerkt aan een project om een actueel vermogensbeeld te krijgen op openstaande hoge ontnemingen. Dat betekent een intensivering voor het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) om lastig vindbaar vermogen te traceren, waarna het kan worden afgepakt. Verder wordt gewerkt aan het bevriezingsbeslag, waarmee vermogensbestanddelen in de opsporing direct kunnen worden vastgehouden als er nog een ontnemingsmaatregel open staat.
Ontneming en maatschappelijke herbestemming
De mogelijkheden van ‘strafrechtelijke curatele’ worden onderzocht. Daarmee kan de rechter bij het opleggen van een ontnemingsmaatregel de beschikkingsbevoegdheid van de veroordeelde over zijn vermogen beperken. Door de onder toezichtstelling kan een (deels) niet geïnde ontnemingsvordering direct worden geïnd als een veroordeelde weer vermogen opbouwt. Verder bekijken het OM en Rijksvastgoedbedrijf de mogelijkheden van maatschappelijke herbestemming van afgepakt vastgoed. Voor burgers wordt de aanpak van ondermijnende criminaliteit zichtbaar zodra afgepakt vastgoed een herbestemming krijgt die bijdraagt aan de leefbaarheid in hun betrokken wijk.
Preventie
Voor de versterking van de preventieve aanpak in het breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit wordt in 2020 15 miljoen euro uitgetrokken. Zo zullen projecten beginnen in acht gemeenten – Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Tilburg, Eindhoven, Arnhem en Zaanstad – waar kwetsbare jongeren het risico lopen af te glijden in het criminele circuit. Voor 2021 en 2022 is er respectievelijk 15 en 10 miljoen euro beschikbaar voor verdere versterking van de lokale (en regionale) aanpak. Minister Grapperhaus trekt met minister Dekker voor Rechtsbescherming samen op met de andere departementen van OCW, BZK, SZW en VWS, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Aanjaagteam Ondermijning in het wegnemen van voedingsbodems voor ondermijnende criminaliteit door de aanpak van sociale problemen in steden en buurten. Ook werkt minister Grapperhaus met staatssecretaris Blokhuis van VWS samen in het tegengaan van normalisering van drugsgebruik.
Minister Dekker breidt aanpak voortvluchtige veroordeelden uit
Het ministerie van Justitie en Veiligheid, politie, Openbaar Ministerie (OM), CJIB en Justid hebben de laatste jaren een groot aantal voortvluchtige veroordeelden opgespoord. Dankzij alle inspanningen zijn 1.466 mensen aangehouden om alsnog hun gevangenisstraf uit te zitten. Daarmee is het aantal voortvluchtige veroordeelden verder teruggebracht. Ook kondigt minister Dekker extra maatregelen aan om te voorkomen dat veroordeelden onvindbaar worden. Minister Dekker meldt daarnaast dat hij van plan is om de aanpak uit te breiden naar andere straffen.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.
“In een rechtsstaat hoort het zo te zijn dat mensen die straf verdienen, ook echt straf krijgen. Ik voel het als een verplichting aan slachtoffers en nabestaanden dat veroordeelden de straf uitzitten die ze opgelegd hebben gekregen. Ik ben ook blij dat wij nu de volledige kaartenbak hebben omgekeerd en veel veroordeelden die in Nederland zaten alsnog hebben opgepakt. Nu is het zaak dat wij ook voorkomen dat veroordeelden met de noorderzon vertrekken.” aldus Dekker.
Prestaties
Het programma ‘Onvindbare veroordeelden’ en het werk van het Fugitive Active Search Team (FAST) van politie en OM hebben ervoor gezorgd dat ook het afgelopen jaar het aantal veroordeelden met een openstaande gevangenisstraf weer kleiner is geworden. Het programma heeft gewerkt met uitgebreid open bronnenonderzoek, zoals bijvoorbeeld het uitpluizen van social media. Ook is er een app ontwikkeld waarmee agenten openstaande straffen kunnen raadplegen. Dit heeft ervoor gezorgd dat in ruim een jaar tijd 963 personen met een gevangenisstraf in Nederland zijn aangehouden, terwijl voor 2019 met de politie was afgesproken om tot 520 aanhoudingen te komen. Dankzij inspanningen van FAST, dat zich richt op internationaal gesignaleerde veroordeelden met straffen van meer dan 300 dagen, zijn sinds 2016 503 mensen opgepakt, waarvan 135 in 2019.
Verscherping aanpak
Minister Dekker is van plan nog meer te doen om te zorgen dat veroordeelde criminelen hun straf niet kunnen ontlopen. Hij doet dat langs drie lijnen: voorkomen, effectiever opsporen en uitbreiding straffen.
Voorkomen
Het meest effectief is om te voorkomen dat veroordeelden zich aan hun straf kunnen onttrekken. Lukt dat ze, dan vlucht namelijk 90 procent naar het buitenland en is de kans klein dat een straf kan worden uitgevoerd. Dankzij afspraken met de rechtspraak en het OM kan het risico op onttrekking beter worden ingeschat. Ook wordt een proef gestart om bij een verhoogd risico snelrecht toe te passen, zodat een straf direct kan worden uitgevoerd. Daarnaast wordt gekeken of schorsing van de voorlopige hechtenis achterwege kan blijven bij risico op onttrekking. Verder wordt verkend of een borgsom bij schorsing onttrekking kan voorkomen.
Effectiever opsporen
De opsporing van onvindbaren gaat onverminderd door. De eerste resultaten van de vorig jaar aangekondigde ‘Eén-Overheid’ aanpak in Amsterdam hebben vruchten afgeworpen. Wanneer voortvluchtigen zich melden om bijvoorbeeld hun paspoort te verlengen of een ID-bewijs aan te vragen wordt de politie ingeschakeld. Dit heeft tot verschillende aanhoudingen geleid. Er worden gesprekken gevoerd om deze aanpak uit te breiden naar Rotterdam, Utrecht en Den Haag. Daarnaast zal minister Dekker in internationaal verband inzetten op het vaker overnemen van openstaande korte straffen. Op dit moment worden deze straffen nog niet door andere landen overgenomen, waardoor veroordeelden hun straf kunnen ontlopen. Om te voorkomen dat zij onder hun straf kunnen uitkomen door zich lang genoeg (in het buitenland) schuil te houden, bereidt minister Dekker een wetsvoorstel voor om de tenuitvoerleggingstermijnen af te schaffen.
Uitbreiding straffen
Nu de aanpak succesvol is gebleken voor openstaande gevangenisstraffen, is het zaak deze werkwijze ook toe te passen op andere straffen. Daarom wordt de aanpak uitgebreid naar openstaande schadevergoedingsmaatregelen, ontnemingsmaatregelen en geldboetes. Op die manier kunnen ook andere veroordeelden hun straf niet ontlopen.
Steviger aanpak van criminele motorbendes door civiele verboden
De civielrechtelijke verboden van outlaw motorcycle gangs (OMG’s) verstevigen de gezamenlijke inzet van het lokaal bestuur, politie, Belastingdienst, FIOD, Openbaar Ministerie (OM) en Koninklijke Marechaussee van criminele motorbendes. Dat blijkt uit de Voortgangsrapportage Outlaw Motorcycle Gangs 2019 die minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.
Voortgangsrapportage
De Voortgangsrapportage maakt inzichtelijk welke effecten de gezamenlijke aanpak van de overheid heeft en wat de resultaten zijn van de strafrechtelijke, bestuurlijke en fiscale aanpak van motorbendes. Afgelopen jaar hebben de partners van de integrale aanpak zich onverminderd ingezet om grip te krijgen op de OMG-problematiek.
Civielrechtelijke verboden
De civielrechtelijke verboden hebben volgens de samenwerkende partners ertoe geleid dat verboden clubs minder zichtbaar aanwezig zijn in de openbare ruimte. Zo heeft het gerechtshof in Den Haag in hoger beroep bepaald dat het verbod tegen Satudarah MC, de grootste motorbende in Nederland, stand houdt. Ook zijn No Surrender MC en Hells Angels MC in eerste aanleg verboden verklaard. Motorbende Caloh Wagoh Main Triad MC kwam in 2018 landelijk en in zeer korte tijd al veelvuldig in beeld in strafrechtelijke onderzoeken. In 2019 heeft daarom het OM een verzoekschrift ingediend om ook deze club verboden te laten verklaren.
Ernstige strafbare feiten en ondermijnende activiteiten
Ernstige strafbare feiten en ondermijnende activiteiten gepleegd door (leden van) OMG’s blijven echter een bedreiging voor de rechtsstaat vormen. Er is weliswaar een lichte daling te zien in het aantal leden en criminele motorbendes dat de politie landelijk in beeld heeft. Tegelijkertijd zijn ook nieuwe criminele motorbendes in beeld gekomen en blijft het aantal incidenten waar de clubs en individuele leden bij betrokken zijn zorgwekkend. Leden van OMG’s zijn vaak betrokken bij criminele praktijken waaronder drugshandel, witwassen, intimidatie en bedreiging van het lokale bestuur en ondernemers. De gezamenlijke aanpak van criminele motorbendes blijft daarom onverminderd van belang.
Verbod op criminele motorbendes
Ook zullen de maatregelen die minister Grapperhaus neemt in het Breed Offensief tegen Ondermijnende Criminaliteit verder bijdragen aan de aanpak van criminele motorbendes. Daarnaast is in het regeerakkoord aangekondigd dat er een verbod op criminele motorbendes komt. Op dit moment ligt in de Tweede Kamer een initiatiefwetsvoorstel van lid Kuiken (PvdA) hiertoe. Tevens ligt een wetsvoorstel van minister Dekker voor Rechtsbescherming in de Tweede Kamer dat in aanvulling op het initiatiefvoorstel het in het algemeen eenvoudiger maakt om organisaties (civielrechtelijk) te verbieden.
Kabinet treft maatregelen om toename mensen met schulden op te vangen
Nederland bevindt zich in een uitzonderlijke situatie door de uitbraak van het coronavirus. Veel mensen zijn door deze crisis acuut in de financiële problemen gekomen. Dit kan zorgen voor een sterke toename van het beroep op schuldhulpverlening. Het kabinet treft maatregelen om de financiële gevolgen voor mensen zo veel mogelijk te beperken. Staatssecretaris Tamara van Ark (SZW), verantwoordelijk voor de Brede Schuldenaanpak van het kabinet, kijkt daarbij onder meer naar de mogelijkheid om meer mensen met problematische schulden tijdelijk uitstel van betaling te geven.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Noodstopprocedure
Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) hanteert sinds dit voorjaar een dergelijke noodstopprocedure. Van Ark wil kijken of ze deze noodstop ook bij andere overheidsorganisaties kan inzetten om meer mensen te helpen. Het biedt mensen met problematische schulden de mogelijkheid om vier maanden uitstel van betaling te vragen. Voorwaarde is dat degene zich vervolgens meldt bij de schuldhulpverlening van de gemeente. Besluit de gemeente dat schuldhulp nodig is en wordt deze opgestart, dan kan het uitstel met nog eens acht maanden worden verlengd. De adempauze voorkomt dat mensen, die wel willen maar niet kunnen betalen, dieper in de problemen komen door verhogingen of boetes.
Groepen met hoog risico
Het kabinet gaat de komende weken om tafel met partijen die betrokken zijn bij de aanpak van schulden en armoede, om deze en andere maatregelen nader uit te werken. Er is daarbij bijzondere aandacht voor het bereiken van groepen die een hoger risico lopen op schulden tijdens de coronacrisis, zoals zelfstandig ondernemers, werknemers met flexibele contracten en jongeren. Hierbij worden ook de adviezen betrokken die de Tijdelijke Werkgroep Sociale Impact recent aan het kabinet heeft uitgebracht.
Trek tijdig aan de bel
Staatssecretaris Van Ark roept mensen op om bij beginnende schulden in ieder geval niet af te wachten, maar hulp in te schakelen. Om juist nu geldzorgen te helpen voorkomen en bespreekbaar te maken, wil zij een vervolg geven aan een publiekscampagne over schulden: “Schulden kunnen snel oplopen als je geen actie onderneemt. Trek tijdig aan de bel, voorkom dat de problemen je boven het hoofd groeien en een oplossing uit het zicht raakt. Bel met de bank als je de hypotheek tijdelijk niet kunt betalen. Of neem contact op met de schuldhulpverlening in je gemeente voor advies en ondersteuning. Loop er in ieder geval niet in je eentje mee door. Aan schuldeisers vraag ik om coulant om te gaan met het innen van schulden als de situatie daar om vraagt. Ga het gesprek aan en probeer samen tot afspraken te komen.”
Geen huisuitzettingen tijdens crisisperiode
Het kabinet heeft al met verhuurdersorganisaties en brancheverenigingen afgesproken dat zij gedurende de crisisperiode in principe geen huisuitzettingen doen. Voor onder meer gerechtsdeurwaarders en overheidsorganisaties geldt dat zij tijdelijk soepeler omgaan met het invorderen van schulden. Ook verlaagt het kabinet tijdelijk de maximale kredietvergoeding om consumenten beter te beschermen tegen hoge kosten van krediet.
Brede Schuldenaanpak
Naast deze coronamaatregelen werkt het kabinet met gemeenten, uitvoeringsorganisaties en maatschappelijke organisaties onverminderd door aan het uitvoeren van het Actieplan Brede Schuldenaanpak, een van de doelstellingen van het huidige regeerakkoord. Het gaat om een veertigtal acties op tal van fronten om de schuldenproblematiek terug te dringen, gericht op preventie, snelle en effectieve schuldhulp en een zorgvuldige, maatschappelijk verantwoorde incasso.
Resultaten
De resultaten van de brede schuldenaanpak worden steeds zichtbaarder. Een groot aantal initiatieven en wetstrajecten die helpen bij het terugdringen van schulden loopt. Er is bovendien terecht veel meer aandacht en urgentie gekomen voor het oplossen van knelpunten in de schuldenaanpak. “Ik zie het als een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen dat mensen die het financieel moeilijk hebben niet nog verder in de problemen raken. Het belang van een effectieve en menselijke aanpak van schulden is in deze tijd groter dan ooit”, aldus Staatssecretaris Tamara Van Ark.
Discriminatie hardnekkig probleem
De afgelopen periode is wederom gebleken dat discriminatie en racisme hardnekkige problemen in onze samenleving zijn. “Discriminatie is een diepgeworteld probleem en het bestrijden ervan vereist de inzet van ons allemaal,” aldus minister Ollongren.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants.
Volstrekt ontoelaatbaar
Discriminatie en racisme is op veel verschillende manieren aanwezig in onze samenleving. Op de arbeidsmarkt, woningmarkt en het voetbalveld. Minister Ollongren: “Het zou overbodig moeten zijn om te zeggen dat discriminatie en racisme volstrekt ontoelaatbaar zijn. Maar toch moet het. Want het gaat niet vanzelf weg. We moeten blijven streven naar een Nederland waarin iedereen gelijk wordt behandeld en waar ieder mens een waardige behandeling krijgt.”
Bewustwording, preventie en bestrijding
Het beleid van het kabinet is gericht op bewustwording, preventie en bestrijding en kent zowel een generieke aanpak als specifieke maatregelen gericht op onder andere arbeidsmarktdiscriminatie of discriminatie op de woningmarkt. Minister Ollongren: “Het begint met luisteren naar elkaar. Dat kan ongemakkelijk zijn. Maar het is van belang om het gesprek te voeren op respectvolle wijze, met aandacht voor ieders gevoelens en geschiedenis, zonder de ander bij voorbaat al een label op te plakken.”
Meldingsbereidheid
Uit het SCP-rapport over ervaren discriminatie blijkt dat slechts één op de vijf mensen die menen gediscrimineerd te zijn, dit ook meldt bij een officiële instantie. Hoewel de meldingsbereidheid toeneemt (in 2013 was dit nog één op de acht) wil het kabinet dat dit cijfer omhoog gaat. De vindbaarheid en toegankelijkheid van de officiële instanties, de antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s), moet daarom omhoog. Eerder onderzoek heeft geleid tot een aanpak waarbij de kennis van gemeenteambtenaren vergroot werd. Om te voorkomen dat meldingen tussen wal en schip vallen wordt een traject opgezet om mensen beter te begeleiden bij het melden van discriminatie en het vervolg van de melding.
Wetsvoorstel lachgasverbod maakt einde aan lachgas in gasflessen voor consumenten
Aan lachgas in gasflessen of grote hoeveelheden patronen komt voor consumenten een einde. Dat komt naar voren in het voorstel voor het lachgasverbod, dat Staatssecretaris Blokhuis (VWS) en minister Grapperhaus (J&V) in consultatie brengen. Eind vorig jaar kondigde het kabinet aan lachgas op lijst II van de Opiumwet te willen plaatsen en daarmee recreatief gebruik van lachgas te verbieden. Aanleiding was een risicobeoordeling waaruit bleek dat recreatief gebruik van lachgas tot schade aan de volksgezondheid en samenleving leidt. De ‘eigenlijke toepassingen’ van lachgas, zoals in de zorg, technische industrie en horeca, worden van het verbod uitgezonderd.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding integraal toezichthouder handhaving.
Niet voor recreatief gebruik
Blokhuis: “Lachgas wordt steeds vaker en in grotere hoeveelheden gebruikt als drugs, met name door jongeren. Met grote risico’s voor hun eigen gezondheid, maar ook voor anderen, bijvoorbeeld in het verkeer. Zoals de ongevallen met dodelijke afloop in Eindhoven in maart en Rotterdam in mei, waarbij naar alle waarschijnlijkheid lachgas in het spel was. Voor eens en altijd moet duidelijk zijn dat dit een erg schadelijke stof is, die niet voor recreatief gebruik is. Tegelijkertijd wil ik ervoor zorgen dat de sectoren waar lachgas wordt gebruikt zoals het bedoeld is, zoals de auto-industrie en de banketbakkers, hier niet de dupe van worden.”
Verbod in overleg met sectoren
Het verbod is in goed overleg met deze sectoren opgesteld, zodat het aansluit bij hun dagelijkse praktijk. Naast het verbod wordt ook preventie- en voorlichtingsmateriaal herzien om jongeren te informeren en beschermen tegen de risico’s van lachgas. Juist voorlichting en preventie is naast een verbod van onverminderd groot belang.
Eigenlijke toepassingen
De zorg wordt door het wetsvoorstel niet geraakt, omdat het gebruik van lachgas als geneesmiddel door de Opiumwet wordt uitgezonderd van het verbod. Daarnaast wordt een algemene uitzondering gemaakt voor de technische industrie en de horeca. Aanbieders hoeven hiervoor dus geen ontheffing of vergunning aan te vragen. Wel zijn er kaders geschetst die aangeven hoe deze eigenlijke toepassingen, van productie en handel tot gebruik, eruitzien. Alles dat buiten deze kaders valt, is strafbaar. Zo mogen groothandels slagroomgaspatronen alleen nog verkopen aan een beperkte lijst van soorten bedrijven, met niet meer dan 5 doosjes van maximaal 50 ampullen tegelijk en alleen als onderdeel van een normaal inkooppatroon, niet afzonderlijk. Het doorverkopen van lachgas wordt in alle gevallen verboden.
Toepassingen voor consumenten
Voor consumenten zijn amper eigenlijke toepassingen van lachgas. Zij mogen alleen lachgas in ampullen kopen en bezitten met het doel hier slagroom mee op te kloppen. Hiervoor geldt dat ze alleen verkocht mogen worden aan consumenten van 18 jaar en ouder en in hoeveelheden van niet meer dan 1 verpakking van maximaal 10 ampullen. Ook moet voor het winkelpersoneel aannemelijk zijn dat het wordt gekocht met het doel er voedsel mee te bereiden. Lachgas in gasflessen valt voor consumenten buiten alle eigenlijke toepassingen en wordt dus in alle gevallen verboden.
Eerste aanbevelingen Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten
Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft namens het kabinet de eerste aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer in ontvangst genomen.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de cursus huisvesting arbeidsmigranten.
Het kabinet heeft het Aanjaagteam ingesteld en gevraagd om voorstellen te doen om de werk- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren. Doel is om zowel het risico op coronabesmetting voor arbeidsmigranten op de korte termijn afneemt en dat de positie van arbeidsmigranten in Nederland op de langere termijn ook wordt versterkt.



