Aspirant telers kunnen zich voorbereiden op het wietexperiment
Aspirant telers die willen deelnemen aan het wietexperiment kunnen vanaf 1 juli 2020 een aanvraag daarvoor indienen. Vanaf die datum gaat de zogenoemde voorbereidende fase in van het experiment met cannabisteelt voor recreatief gebruik in de gesloten coffeeshopketen, zoals in het regeerakkoord is afgesproken. Na advies van de Raad van State zijn de nodige vervolgstappen gezet, waardoor per 1 juli 2020 de wet- en regelgeving voor het wietexperiment in werking kan treden. Daarnaast zijn afspraken gemaakt met de tien gemeenten die meedoen aan het experiment.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.
Voorwaarden
De afgelopen maanden is gewerkt aan de voorwaarden en eisen die gaan gelden voor bijvoorbeeld telers, coffeeshophouders en de verpakkingen. Half juni zullen alle voorwaarden en eisen openbaar worden gemaakt. Vanaf nu kunnen aspirant telers op rijksoverheid.nl/aanvraag-telers alvast zien aan welke eisen zij specifiek moeten voldoen voor deelname aan het wietexperiment. Zo kunnen de geïnteresseerde telers zich op tijd voorbereiden. Vanaf 1 juli tot en met 28 juli 2020 kunnen potentiële telers een aanvraag indienen voor een vergunning.
Selectieproces
Naar verwachting zal het selectieproces van de maximaal tien telers waarschijnlijk een half jaar in beslag nemen. Zo zijn aan sommige stappen, zoals Bibob-onderzoek (toets op grond van Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur), wettelijke termijnen verbonden. Het streven is om eind 2020 telers aan te wijzen, maar dat is afhankelijk van de hoeveelheid aanvragen. Onder meer op basis van hun ondernemingsplannen kan dan ook de startdatum worden vastgesteld
voor de volgende fase van het wietexperiment: de verkoop van hun producten in de gesloten coffeeshopketen.
Evaluatie
Verder zijn voor de uitvoering van het wietexperiment afspraken gemaakt over de financiële ondersteuning van de tien gemeenten waar de verkoop van de geteelde cannabisproducten binnen de gesloten coffeeshopketen gaat plaatsvinden. Ook wordt komende tijd het onafhankelijk onderzoek georganiseerd dat gedurende het experiment zal evalueren wat de effecten zijn op het gebied van veiligheid, openbare orde, overlast en volksgezondheid.
Proefontheffingen
Voor de hennepteelt is verder advies uitgebracht door het RIVM over de mogelijkheden om tijdens het wietexperiment gewasbeschermingsmiddelen toe te passen die niet schadelijk zijn voor de gezondheid van gebruikers van hennep. Omdat deze middelen in Nederland nog niet zijn toegelaten voor hennepteelt voor recreatief gebruik wordt momenteel overlegd met het College Toelating Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Ctgb) of en hoe proefontheffingen voor een aantal van deze middelen te realiseren zijn voor het experiment.
Ultimatum voor foute en lakse ICT-bedrijven in aanpak online kinderporno
Online kinderporno moet worden weggevaagd. Nederland werkt samen met de ICT-sector aan een rigoureuze aanpak rondom het bestrijden van online kindermisbruik. Foute en lakse webhosters gaan op een zwarte lijst.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants.
Het Europees Parlement is samengekomen om de plaag van online seksueel misbruik van kinderen wereldwijd te bestrijden. Met de voortschrijdende digitalisering van de samenleving is de verspreiding van kinderporno op het internet zorgwekkend toegenomen. Alleen met een gemeenschappelijke en gecoördineerde Europese oplossing kan deze gruwelijke misdaad uit worden gebannen en de slachtoffers beter worden beschermd.
Monitoring online kinderporno
Minister Grapperhaus heeft recent gericht hosting providers aangeschreven waar kinderpornografisch materiaal op de servers is aangetroffen. Deze bedrijven zijn naar voren gekomen in een eerste monitoring die door de TU Delft is ontwikkeld om de publiek-private aanpak van online kinderporno te verbeteren. Minister Grapperhaus spreekt de bedrijven aan op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid om het internet op te schonen van (beelden van) seksueel kindermisbruik.
Metingen ongewild hosten
Door de monitor van de TU Delft komt in beeld welk bedrijf, waar en hoeveel kinderporno op een server heeft staan. Bij de eerste metingen zijn 17 bedrijven in het vizier gekomen en die zijn aangeschreven. Het beeld is dat het overgrote deel van de schadelijke content via een klein deel van deze bedrijven online komt. De komende maanden wordt de monitor uitgebreid en wordt gemeten hoe lang de bedrijven erover doen om na het ontvangen van een melding de content te verwijderen. Wanneer de TU Delft de metingen compleet heeft en in een rapport heeft opgeleverd, zal minister Grapperhaus hierover de Tweede Kamer nader informeren. Daarmee worden de namen en prestaties van bedrijven bekend die kinderpornografisch materiaal (ongewild) hosten.
Bestuurlijke handhaving
Voor bedrijven die niet willen meewerken aan het opschonen van het internet, wordt ook verder gewerkt aan een bestuursrechtelijke handhaving. Foute en lakse internetbedrijven riskeren hierdoor straks een boete of een dwangsom als zij na een melding van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik dit niet snel genoeg van het openbare web verwijderen.
Onderzoek naar schadevergoedingsstelsel slachtoffers van strafbare feiten
Een tijdelijk adviescollege gaat onderzoek doen naar het schadevergoedingsstelsel voor slachtoffers van strafbare feiten. De ministerraad heeft daar op voorstel van minister Dekker voor Rechtsbescherming mee ingestemd. Het adviescollege gaat op 15 juni aan de slag.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants.
Vergoeding van schade is een belangrijk onderdeel van het recht doen aan slachtoffers. Het draagt bij aan de vergoeding van materiele schade en biedt erkenning voor wat het slachtoffer is aangedaan.
Het huidige organisch gegroeide stelsel van schadevergoedingsregelingen voldoet in de praktijk niet altijd meer. Zo kunnen slachtoffers met eenvoudige schades zich voegen in het strafproces, waarbij de overheid de opgelegde schadevergoeding (deels) voorschiet en voor hen int. Bij juridisch complexere schades is dat niet mogelijk. Slachtoffers moeten dan zelf naar de civiele rechter. Dat is vaak een langere procedure, waarbij het slachtoffer griffierechten moet betalen en zelf het bedrag moet innen. Als de dader geen geld heeft, blijft het slachtoffer met de schade achter.
Ook is de hoogte van een schadevergoeding nu afhankelijk van het feit of er een dader bekend is. Als er geen dader bekend is, kan een slachtoffer alleen terecht bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven voor een tegemoetkoming. Dit is alleen mogelijk voor slachtoffers van bepaalde gewelds- en zedenmisdrijven, terwijl slachtoffers van andere misdrijven ook grote schade kunnen hebben.
Het college wordt gevraagd te adviseren over de mogelijkheden om tot een afgewogen, consequent en betaalbaar stelsel voor schadevergoeding en tegemoetkoming van schade voor slachtoffers te komen. Tegelijkertijd wordt advies gevraagd aan het college over de rol van de overheid hierin.
Wetsvoorstel bevorderen integriteit decentraal bestuur naar Raad van State
De ministerraad heeft op voorstel van minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ingestemd met een wetsvoorstel voor het bevorderen van de integriteit van het decentraal bestuur. Met dit wetsvoorstel wordt tegemoet gekomen aan de behoefte van lokale en regionale overheden aan nieuwe mogelijkheden om met bestuurlijke problemen en integriteitskwesties om te gaan. Het wetsvoorstel leidt tot wijzigingen van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet, de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Kieswet.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.
Zo wordt het voor aankomende wethouders, gedeputeerden, leden van het dagelijks bestuur van waterschappen en eilandgedeputeerden van Bonaire, Sint Eustatius en Saba verplicht een VOG (Verplichting Verklaring Omtrent Gedrag) bij hun benoeming te overleggen. Daarnaast worden bepalingen die betrekking hebben op belangenverstrengeling van bestuurders verduidelijkt. Dit gaat om de functies die niet verenigbaar zijn met het politieke ambt, handelingen die voor een politiek ambtsdrager verboden zijn en de verplichting om zich onder bepaalde omstandigheden van beraadslaging en stemming te onthouden. Verder worden de wettelijke bepalingen met betrekking tot het opleggen en opheffen van geheimhouding vereenvoudigd.
Ook wordt de informatiepositie van de commissaris van de Koning versterkt door hem recht te geven (besloten) vergaderingen bij te wonen en documenten met (geheime) informatie in te zien. Hiermee krijgt de commissaris van de Koning meer concrete handvatten om zijn bestaande wettelijke taak om te adviseren en te bemiddelen bij verstoorde bestuurlijke verhoudingen in een gemeente of als de bestuurlijke integriteit van een gemeente in het geding is, uit te voeren.
Tot slot worden de bestaande regels voor herverdeling van zetels bij lijstuitputting uitgebreid. Dit is nu slechts mogelijk in de kleinste gemeenten bij gemeenteraden met een omvang tot 13 zetels, maar wordt uitgebreid tot gemeenten met gemeenteraden met een omvang tot 19 zetels. Dit voorkomt dat ook in deze gemeenten bij bestuurlijke problemen raadzetels leeg blijven.
Extra geld voor de begeleiding van kwetsbare jongeren naar werk
De 35 arbeidsmarktregio’s krijgen extra geld om jongeren in het praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs te begeleiden naar werk. Voor het schooljaar 2020-2021 was hier al 8,5 miljoen euro voor beschikbaar gemaakt door staatssecretaris Van Ark (SZW). Zij maakt aanvullend nog eens 8,5 miljoen euro vrij voor deze doelgroep vanuit het Europees sociaal fonds (ESF).
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.
Kwetsbare jongeren met een leerprobleem
Praktijkonderwijs (pro) is bedoeld voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben en leren door vooral te doen in de praktijk. Op het voortgezet speciaal onderwijs (vso) zitten leerlingen met een leerprobleem als gevolg van fysieke of psychische beperkingen. Het gaat in totaal om zo’n 67.000 leerlingen voor wie geldt dat een succesvolle overgang van school naar werk erg belangrijk is voor een stabiele toekomst.
Gevolgen coronacrisis voor kwetsbare jongeren
Staatssecretaris Tamara van Ark: ‘Juist in deze tijd waarin we kampen met de gevolgen van de coronacrisis en de effecten daarvan op de bemiddeling naar werk, kunnen deze middelen uitkomst bieden voor kwetsbare jongeren die van school komen. Ik roep gemeenten in de arbeidsmarktregio’s op om samen met vso- en pro-scholen en werkgevers te komen tot een duurzame infrastructuur om deze jongeren naar duurzaam werk te begeleiden, via bijvoorbeeld stages en jobcoaching.’
Impulsmiddelen voor kwetsbare jongeren
Arbeidsmarktregio’s krijgen de 8,5 miljoen euro aan eerder toegekende ‘impulsmiddelen’ vanaf eind mei 2020 in de vorm van een decentralisatie-uitkering. In de periode 1 juni- 31 juli 2020 kunnen de arbeidsmarktregio’s vervolgens een aanvraag indienen voor ESF-subsidie. Zij kunnen met ingang van het nieuwe schooljaar in september jongeren ondersteunen met deze gelden.
Vangnet sociaal advocaten vanwege coronacrisis
Het kabinet komt met een vangnet voor sociaal advocaten om ervoor te zorgen dat mensen met een kleine portemonnee toegang tot het recht blijven houden. Daarom komt er een tegemoetkomingsregeling voor sociaal advocaten die dit jaar hun vergoedingen vanuit de gesubsidieerde rechtsbijstand met meer dan 20% zien dalen. De ministerraad heeft daarmee ingestemd op voorstel van minister Dekker voor Rechtsbescherming.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.
Minister Dekker: “Ik vind het belangrijk dat mensen die wat minder te besteden hebben ook hun recht kunnen blijven halen in de toekomst, bijvoorbeeld bij een arbeidsconflict of huisuitzetting. Om te voorkomen dat degenen die hen daarbij juridisch helpen door de coronacrisis kopje onder gaan, komt er een vangnet. Zo kunnen sociaal advocaten en mediators bij dalende vergoedingen vanuit de gesubsidieerde rechtsbijstand toch op de been blijven, door in een deel van hun daling van vergoedingen tegemoet te komen.”
Tegemoetkoming
Sociaal advocaten (waaronder advocaten, mediators en bijzondere curatoren die ingeschreven staan bij de Raad voor Rechtsbijstand) die hun vergoedingen in vergelijking met vorig jaar met meer dan 20% zien dalen, kunnen een aanvraag doen voor een tegemoetkoming. Dit houdt in dat zij over het gedeelte dat boven die daling van 20% ligt een tegemoetkoming tot 80% van de vergoeding krijgen. De nadere uitwerking van de regeling volgt op korte termijn.
Eerdere maatregelen
Dit vangnet komt in aanvulling op de eerder genomen maatregelen voor sociaal advocaten, te weten de extra voorschotregeling, de zittingstoeslag voor schriftelijke zittingen en tussentijdse declaratie in extra-uren-zaken. Deze maatregelen zijn bedoeld als steun voor de sociale advocatuur en zijn aanvullend op de al eerder genomen maatregelen voor ondernemers.
Nieuwe regeling voor vergoeding kosten drugsafvaldumping
Particulieren met schade op hun terrein door illegaal gedumpt drugsafval krijgen dankzij een nieuwe regeling de kosten van het opruimen 100 procent vergoed in plaats van voor de helft. Gemeenten behouden als mede-overheid van de Staat een compensatie van 50 procent voor de financiële schade van het opruimen van drugsafvaldumpingen. Voor de nieuwe subsidieregeling is jaarlijks 1 miljoen euro uitgetrokken tot en met 2024.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.
De nieuwe regeling is tot stand gekomen in overleg met het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De provincies hebben voorgesteld om de subsidieregeling in de loop van juni 2020 centraal via hen te regelen. De provincies zullen over het centrale loket op hun websites gaan communiceren met een link naar informatie over de subsidies en het aanmeldformulier. Zolang dit centrale loket dit jaar nog niet operationeel is, neemt de provincie Noord-Brabant gedurende de overgangsfase in 2020 de subsidieverzoeken in behandeling voor heel Nederland.
Sinds 2015 werden zowel particulieren als decentrale overheden via cofinanciering gecompenseerd voor ten hoogste 50 procent van de kosten van het opruimen van drugsafvaldumpingen. De nieuwe regeling vervangt deze oude voorziening die mede werd bekostigd uit een eenmalig bedrag van 3 miljoen euro uit de begroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Bij deze oude regeling had de provincie Noord-Brabant al een coördinerende en faciliterende rol.
“Drugsafvaldumpingen zijn een duidelijk voorbeeld van hoe schadelijk en ondermijnend drugscriminaliteit is voor onze samenleving. Onze woonomgeving, natuur en milieu worden in gevaar gebracht door nietsontziende criminelen die alleen maar uit zijn op zoveel mogelijk financiële winst. Behalve de compensatieregeling voor gedupeerde grondeigenaren, zetten we daarom vol in op de aanpak van de drugsproductie en maken we het producenten van synthetische drugs moeilijker hun illegale waren in Nederland te produceren.’’ aldus minister Grapperhaus. Voor de zomer informeert de minister de Tweede Kamerover de nadere uitwerking van het brede offensief tegen ondermijnende criminaliteit.
Alcoholenkelband landelijk ingevoerd
De Alcoholmeter, een enkelband die via het zweet alcoholgebruik meet, wordt na een aantal succesvolle pilots nu landelijk ingevoerd. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid zal hiervoor een wetswijziging van het Wetboek van Strafrecht voorbereiden.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding integraal toezichthouder handhaving.
De Alcoholmeter is een betrouwbaar controlemiddel gebleken voor de naleving van het alcoholverbod en helpt zo alcoholmisbruik, het plegen van misdaden en rijden onder invloed van alcohol te voorkomen.
Gedragsverandering
“Veel geweldsdelicten worden onder invloed van drank gepleegd, zoals geweld bij het uitgaan, voetbal of in huiselijke sfeer. De Alcoholmeter is een effectieve manier om tot gedragsverandering te komen. Daarom wil ik dat de enkelband landelijk ingezet kan worden.” Dat zegt minister Grapperhaus.
Naleving
Mensen die veroordeeld worden, kunnen als bijzondere voorwaarde een alcoholverbod opgelegd krijgen. Nu wordt de naleving hiervan gemiddeld twee keer per week door de reclassering gecontroleerd via een blaastest, bloed- of urineonderzoek. Het is daarmee nu een momentopname, waardoor het alcoholverbod tussentijd overtreden kan worden. Op initiatief van de Stichting Verslavingsreclassering GGZ, het Openbaar Ministerie en het ministerie van Justitie en Veiligheid wordt daarom sinds 2017 de werking van de Alcoholmeter getest in pilots. Dat is belangrijk omdat de maatschappelijke schade van alcoholmisbruik, waaronder de inzet van politie en justitie en de schade door verkeersongevallen, op 2,3 tot 4,2 miljard euro per jaar wordt geraamd. Samen met de financiële gevolgen voor mensen door verlies van kwaliteit van leven en zelfs voortijdige sterfte loopt de maatschappelijke schade op tot 6,1 miljard euro.
Resultaten
De dragers zijn in het algemeen positief over de invloed van de Alcoholmeter. Zo geeft 74% van de dragers aan dat het dragen van de Alcoholmeter een positieve invloed heeft gehad op hun alcoholgebruik en de bewustwording daarvan. Daarnaast blijkt uit de metingen van de Alcoholmeter dat 71% niet heeft gedronken in de draagperiode, terwijl een deel van hen dat in principe wel mocht. Voor het totaal van alle dragers is op 92% van de dagen dat de Alcoholmeter is gedragen, géén alcohol gemeten. Ook na het dragen lijkt de Alcoholmeter positieve invloed te hebben op het drinkgedrag. Zo geeft 52% van de dragers drie maanden na het verwijderen van de Alcoholmeter aan in die drie maanden niet te hebben gedronken. Het dragen van de Alcoholmeter lijkt eveneens een positieve invloed te hebben op het delictgedrag van de dragers. Dragers van de Alcoholmeter komen tijdens de draagperiode met 10% minder vaak in de politieregistraties voor dan de controlegroep die alleen urinecontroles ondergaat (51%). Dit verschil blijft bestaan drie maanden na het verwijderen van de Alcoholmeter dan wel na de periode van de urinecontroles (17% tegenover 52%). Het grootste gerapporteerde nadeel van de Alcoholmeter is het formaat en daarmee het draagcomfort. De dragers vinden de Alcoholmeter te groot en te stug. Sommigen ervaren jeuk, geïrriteerde huid, of blauwe plekken. De leverancier van de Alcoholmeter zal daarom dit jaar een nieuwe band gaan testen.
Landelijke uitrol
Na afronding van het wetgevingstraject kan de landelijke implementatie van de Alcoholmeter van start gaan. Saskia Capello, directeur Verslavingsreclassering: “Wij zijn blij met de resultaten van het onderzoek, dit is een belangrijke uitkomst. De Alcoholmeter in combinatie met reclasseringstoezicht draagt bij aan een veiligere samenleving, de pilot laat zien dat dragers van een Alcoholmeter significant minder delicten plegen. De Alcoholmeter wordt al succesvol ingezet in het buitenland en nu ook in Nederland.”
Waarom vraagt bestrijding van ondermijning om een integrale aanpak?
De aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit staat in ieder veiligheidsplan met stip op een. Naast een criminaliteitsprobleem is ondermijning namelijk ook een (sociaal) maatschappelijk probleem. De gevolgen van ondermijning zijn groot voor de veiligheid en leefbaarheid in de buurt. Ondermijning is onzichtbaar en veelzijdig van aard en dit maakt het zo complex.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de jaaropleiding integrale aanpak van ondermijning.
Waarom is een integrale aanpak van ondermijning noodzakelijk?
Verschillende buurten in Nederland staan op het kantelpunt om af te glijden waarbij het welzijn van de bewoners, de leefbaarheid van de omgeving en/of de veiligheid in het gedrang kunnen komen. Door een opeenstapeling van sociale en economische problematiek in kwetsbare buurten, kan een voedingsbodem voor ondermijning ontstaan. In deze kwetsbare buurten misbruiken enkele bewoners hun woonomgeving voor hun eigen gewin door kwetsbare buurtbewoners hand- en spandiensten te laten verlenen voor criminele activiteiten. Dit is met name verleidelijk voor kwetsbare bewoners wanneer deelname aan criminele activiteiten meer kansen biedt op economische en sociale stijging dan hun reguliere werkzaamheden. Het keren van deze ontwikkeling vraagt om een integrale aanpak om de weerbaarheid van de buurt en haar bewoners te bevorderen en tegelijkertijd de voedingsbodem voor ondermijning te reduceren. In deze integrale aanpak wordt op buurtniveau samengewerkt door de gemeente, woningcorporaties, scholen, zorg- en welzijnsinstellingen, politie, openbaar ministerie, buurtbewoners en ondernemers.
Wat houdt een integrale aanpak in?
De (rijks)overheid wil de aanpak van ondermijning intensiveren door de samenwerking te zoeken met maatschappelijke partners. Complexe problematiek als ondermijning vraagt om een integrale aanpak waarbij alle relevante (veiligheids)partners samenwerken en hun interventies op elkaar afstemmen om de impact te vergroten. De ambitie is een georganiseerde overheid tegen georganiseerde criminaliteit. Op lokaal en regionaal niveau werken gemeenten samen aan maatschappelijke weerbaarheid. Georganiseerde Criminaliteit stopt echter niet aan de grens. Op internationaal niveau wordt samengewerkt om grensoverschrijdende criminele netwerken aan te pakken. Ondermijnende georganiseerde criminaliteit vindt met name plaats in achtergestelde gebieden (zoals kwetsbare wijken, voormalige vakantieparken, woonwagenlocaties en bedrijventerreinen) die zich aan het zicht van de overheid onttrekken. Het keren van deze ontwikkeling vraagt om een gebiedsgerichte (maatwerk) aanpak om de weerbaarheid van de omgeving te bevorderen en tegelijkertijd de voedingsbodem voor ondermijning te reduceren. Criminele netwerken verplaatsen zich van de onder- naar de bovenwereld. Ze gebruiken plaatselijke infrastructuren en faciliteiten. Om criminele inmenging in de maatschappij te voorkomen werkt een brede maatschappelijke coalitie onder leiding van het (lokaal) bestuur aan een verantwoord, veilig en vitaal ondernemersklimaat. Om ondermijnende georganiseerde criminaliteit gericht aan te pakken is regievoering cruciaal. De regisseur ziet er op toe dat de betrokken (veiligheids)partners een plan van aanpak opstellen, bewaakt de uitvoering en voortgang daarvan en grijpt in wanneer de situatie daarom vraagt. Om regie te voren is een goede informatiepositie vereist waarmee gezamenlijk een interventiestrategie kan worden bepaald. De overheid wil haar informatiepositie versterken door het registreren, delen, bundelen en analyseren van de informatie die bij de (veiligheids)partners aanwezig is. Op basis van de verkregen informatie kan tot slot verantwoording worden afgelegd over de gehanteerde aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit. Wil je daadwerkelijk het verschil maken, dan moet aan alle bovengenoemde voorwaarden zijn voldaan.
Hoe werk je integraal samen met partners om ondermijning en georganiseerde criminaliteit te bestrijden?
Iedereen wil integraal werken maar tegelijkertijd is het voor betrokkenen onduidelijk hoe je integraal werkt. Organisaties werken nog steeds te veel vanuit eigen doelen en belangen. Bij de aanpak van ondermijning zijn veel organisaties betrokken. De organisaties stemmen hun interventies regelmatig nog onvoldoende op elkaar af. Tegelijkertijd is er onvoldoende zicht op de meerwaarde van betrokken organisaties voor de totale aanpak en ontbreekt het aan een constructieve werkwijze voor het overbruggen van belangenverschillen. Ook wordt vaak niet de inhoud, maar de structuur van het netwerk van organisaties centraal gesteld. Te ver doorslaan in integraal werken leidt tot verdichting en een toename van overleggen. Dit gaat ten koste van een slagvaardige uitvoering. Maar wat maakt nu de kans op succes bij een integrale aanpak groter en wanneer moeten we op onze hoede zijn voor een mislukking? Voor een succesvolle uitvoering van een integrale aanpak is een goede informatiepositie noodzakelijk. Het is voor de betrokken organisaties afzonderlijk van elkaar vaak niet duidelijk wat er exact speelt in een ondermijningscasus. Dit maakt het niet mogelijk om hier adequaat op in te spelen. Door de informatie van de afzonderlijke organisaties bij elkaar te brengen, ontstaat vaak wel een completer beeld van de situatie. Je moet weten waar ondermijning zich voordoet en wat de oorzaken zijn voordat je deze kunt oplossen. Om een compleet beeld te krijgen van de aard, omvang en aanleiding van ondermijning is informatie uitwisseling met veiligheidspartners cruciaal. Zij beschikken vaak over belangrijke relevante informatie die je nodig hebt om ondermijning gericht aan te pakken. Om basis van de opgebouwde informatiepositie kom je vervolgens tot een weloverwogen interventiestrategie waar de betrokken organisaties hun werkwijze op af stemmen. Op deze manier is de inhoud leidend bij de aanpak van ondermijning in plaats van de structuur van het netwerk van organisaties. De kern van informatie gestuurd werken is het in kaart brengen en analyseren van gebeurtenissen, signalen en trends op wijk-, buurt- en straatniveau en het in beeld brengen van risico’s en ondermijnend en crimineel gedrag als basis voor het signaleren van ontwikkelingen en het nemen van maatregelen.
Grapperhaus moderniseert wetgeving seksueel grensoverschrijdend gedrag
De wetgeving over seksueel grensoverschrijdend gedrag moet volgens minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid meer bij de tijd worden gebracht. Seksuele en seksueel getinte misdrijven kennen tegenwoordig vele verschijningsvormen en komen zowel offline als online voor. In een voorontwerp voor een wetsvoorstel dat in consultatie gaat, worden de strafbaarstellingen van seksuele misdrijven aangescherpt en uitgebreid om slachtoffers beter te beschermen.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.
Het ministerie van Justitie en Veiligheid stelt voor om de strafbaarstelling van seksuele misdrijven in het Wetboek van Strafrecht uit te breiden en aan te scherpen. Straffen worden verhoogd en meer vormen van grensoverschrijdend gedrag worden strafbaar gesteld. Ook als dat online gebeurt. Zo bieden we slachtoffers en kwetsbare groepen, waaronder kinderen, meer bescherming en krijgen politie en openbaar ministerie meer mogelijkheden om op te treden. Deze aanpassingen brengen de wet weer bij de tijd.
Slachtoffers beter beschermd
De lat voor strafbaarheid ligt bij onvrijwillige seks nu soms te hoog. Het bewijs dat iemand tot seks gedwongen is, is niet altijd rond te krijgen. Slachtoffers die niet in staat zijn zich te verzetten, bijvoorbeeld doordat ze bevriezen of verstijven, worden in de nieuwe wetgeving beter beschermd. Ook kunnen slachtoffers in meer situaties aangifte doen.
Ruimere mogelijkheden om op te treden
Slachtoffers van seksueel overschrijdend gedrag kunnen straks in meer situaties aangifte doen. Politie en openbaar ministerie krijgen met het wetsvoorstel ruimere mogelijkheden om op te treden. “Seksueel grensoverschrijdend gedrag komt te veel voor en heeft vaak indringende en langdurige gevolgen. Mensen voelen zich onveilig, gekwetst of vernederd. Seks moet vrijwillig en gelijkwaardig zijn; dat is de sociale norm.’’ aldus minister Grapperhaus. Het gaat om gedrag dat in de samenleving sterker wordt afgekeurd dan voorheen en dat als schadelijk en strafwaardig wordt ervaren. Daarom moet volgens de minister duidelijker worden gemaakt wat wel en niet kan.
Online en offline
Door toename van het gebruik van internet, sociale media en smartphones is er meer online seksueel contact. Dit maakt het mogelijk seksuele misdrijven ook op afstand te plegen. Uitgangspunt in de nieuwe wet is dat seksuele grensoverschrijding online even strafwaardig is als offline. Vooral kinderen zijn kwetsbaar voor online seksueel misbruik. Zij beschikken op steeds jongere leeftijd over een smartphone en zijn makkelijker bereikbaar voor mensen die kwaad willen. Grapperhaus wil kinderen beter beschermen tegen seksueel misbruik. Nieuw is dat sexchatting expliciet strafbaar wordt gesteld. Als stelselmatig op seksuele wijze met kinderen wordt gecommuniceerd door volwassenen is dat schadelijk voor hun ontwikkeling. Op sexchatting komt een gevangenisstraf van maximaal twee jaar te staan. Bij de tijd brengen betekent ook rekening houden met bestaande opvattingen over normaal seksueel gedrag van jongeren. Daarom regelt de nieuwe wet dat sexting – de uitwisseling van zelfgemaakt seksueel beeldmateriaal onder jongeren – niet strafbaar is in een gelijkwaardige situatie tussen leeftijdsgenoten en als het beeldmateriaal uitsluitend bestemd is voor privégebruik. Sexting wordt tegenwoordig gezien als experimenteergedrag dat ook onderdeel kan zijn van de seksuele ontwikkeling van jongeren. Nu valt het nog onder de strafbepaling van kinderpornografie. Verder is in het voorontwerp opgenomen dat normaal, gelijkwaardig, seksueel verkeer tussen jongeren van twaalf tot zestien jaar niet strafbaar is.
Onvrijwillige seks
Een belangrijke uitbreiding is de strafbaarstelling van seks tegen de wil. Straks ben je strafbaar als je weet, of op grond van de feiten en omstandigheden behoort te weten, dat de seksuele handelingen tegen de wil van de ander zijn. Als iemand duidelijk ‘nee’ zegt of afhoudende gebaren maakt, weet je dat het tegen de wil is. Een ‘nee’ is een ‘nee’. Geen ‘nee’, betekent niet zomaar ‘ja’. Als de ander zich niet helder uitspreekt, moet je eerst nagaan of diegene wel seksueel contact wil. Doe je dat niet, dan riskeer je straf. Verder breidt minister Grapperhaus de strafbaarstelling van verkrachting uit. Het komt voor dat een mannelijk slachtoffer door chantage wordt gedwongen tot seksuele penetratie van het lichaam van de dader. Dat wordt nu nog gezien als aanranding, maar valt straks onder verkrachting. Hiermee kan op gelijke wijze recht worden gedaan aan mannelijke en vrouwelijke slachtoffers van seksueel geweld. Onder de nieuwe strafbaarstelling valt ook de dader die het slachtoffer dwingt het eigen lichaam of van een derde seksueel binnen te dringen.
Seksuele intimidatie
Ook wordt seksuele intimidatie strafbaar. Door seksueel intimiderend gedrag voelen veel mensen zich onveilig. Zo kan het voorkomen dat een vrouw bepaalde straten ontwijkt, of zich anders gaat kleden, alleen maar om te voorkomen dat zij seksuele toespelingen te horen krijgt op straat of dat ze onverhoeds of ongewenst seksueel wordt aangeraakt. Online komt het ook regelmatig voor, bijvoorbeeld op social media of chatsites, dat seksueel getinte opmerkingen worden gemaakt. Die hebben vaak een grote impact op het gevoel van veiligheid of waardigheid van mensen. Dit wil Grapperhaus aanpakken.
Hogere straffen
Naast nieuwe strafbaarstellingen worden ook straffen verhoogd voor een aantal seksuele misdrijven. Bijvoorbeeld seksuele handelingen met een kind jonger dan twaalf jaar. Hiervoor gaat de gevangenisstraf naar maximaal vijftien jaar. Is het kind tussen de twaalf en zestien jaar dan wordt de gevangenisstraf maximaal twaalf jaar. Ook andere kwetsbare en weerloze personen worden beter beschermd tegen seksueel misbruik. Bijvoorbeeld iemand die zich in een roes bevindt na gebruik van drugs of alcohol. In dat geval wordt de maximale gevangenisstraf ook verhoogd naar twaalf jaar.



