Ministerraad stemt in met wetsvoorstel plan van aanpak witwassen

Contante betalingen vanaf drieduizend euro voor beroeps- of bedrijfsmatige handelaren zijn straks niet meer mogelijk, gegevensdeling door banken, andere financiële instellingen en notarissen wordt makkelijker en er komt een wettelijke mogelijkheid voor gezamenlijke transactiemonitoring door banken.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Dit staat in een wetsvoorstel waar de ministerraad op voorstel van minister Hoekstra van Financiën en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid mee heeft ingestemd. Op deze manier ontstaan er meer mogelijkheden om witwassen van crimineel geld en terrorismefinanciering effectief aan te pakken.

Integriteitsrisico’s

Verder worden in dit wetsvoorstel maatregelen getroffen om de integriteit van de trustsector te waarborgen. De afgelopen jaren is gebleken dat de wetgeving in deze sector nog niet volledig wordt nageleefd en er integriteitsrisico’s blijven bestaan. Dienstverlening waaraan bijzonder hoge integriteitsrisico’s zijn verbonden, wordt daarom verboden. Dit betekent dat er een verbod komt op dienstverlening waarbij derde-hoog risicolanden of op belastinggebied non-coöperatieve landen betrokken zijn en dat het aanbieden van doorstroomvennootschappen wordt verboden.

Plan van aanpak

Minister Hoekstra en minister Grapperhaus hebben op 30 juni 2019 het plan van aanpak witwassen gepubliceerd. Hierin zijn maatregelen aangekondigd om witwassen en terrorismefinanciering effectiever aan te pakken. De maatregelen komen voort uit de bredere inzet van het kabinet om de integriteit van de financiële sector te vergroten.

Informatiepositie

Een belangrijk aandachtspunt in het plan van aanpak is de informatiepositie en onderlinge samenwerking bevorderen van instellingen die onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) vallen. Op die manier kunnen deze instellingen hun poortwachtersrol effectiever vervullen.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. Het wetsvoorstel en het advies van de Raad van State worden openbaar na indiening bij de Tweede Kamer.


Hogere straf voor doodslag

De maximale gevangenisstraf voor doodslag gaat omhoog van 15 naar 25 jaar. Daarmee wordt het verschil kleiner tussen de maximale gevangenisstraf voor moord (30 jaar) en de gevangenisstraf voor doodslag. Dat is de kern van een wetsvoorstel van de ministers Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en Dekker (voor Rechtsbescherming) dat in consultatie is gegaan.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

De maatregel was eerder aangekondigd en komt tegemoet aan de wens van de Kamer. De maximale gevangenisstraf van 30 jaar voor moord bestaat naast de levenslange gevangenisstraf die de rechter kan opleggen.

Onherstelbaar leed

Grapperhaus en Dekker vinden de verhoging van de straf wenselijk omdat doodslag een zeer ernstig misdrijf is dat onherstelbaar leed bij nabestaanden van slachtoffers veroorzaakt, en leidt tot onbegrip en gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De straf doet nu geen recht aan de ernst van het misdrijf.

Passende straf

Bovendien moeten rechters voldoende mogelijkheden hebben om een passende straf op te leggen. Er kwamen signalen uit de rechtspraktijk dat het huidige strafmaximum bij zeer ernstige gevallen van doodslag als knellend wordt ervaren en het verschil tussen de maximumduur van de gevangenisstraffen voor doodslag en moord (te) groot is.

In 2018 kwamen in Nederland 119 mensen om het leven door doodslag of moord, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.


Wat zijn de plannen van de regering op het terrein van veiligheid voor het komende jaar?

Als de coronapandemie iets helder maakt, dan is het wel hoe afhankelijk we van elkaar zijn voor onze veiligheid en ons welzijn. Grote maatschappelijke vraagstukken kunnen we alleen samen aan. En te midden van alle onzekerheid moeten overheden, bedrijven en burgers kunnen rekenen op goed functionerende instituties van de rechtsstaat. Daarom investeert het kabinet in 2021 verder in een sterke rechtsstaat, voor een veilige samenleving.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Bestrijding van ondermijnende criminaliteit

Het breed offensief tegen georganiseerde, ondermijnende criminaliteit kan met structureel geld verder worden uitgebouwd. Het doel is de criminele (drugs)industrie te bestrijden en de samenleving weerbaarder te maken tegen het gif van crimineel geld, bedreigingen, intimidaties en liquidaties. Het kabinet stelt hiervoor in 2021 141 miljoen euro ter beschikking. In de jaren daarna wordt dat 150 miljoen euro structureel. Het Multidisciplinair Interventie Team (MIT)  kan nu uitgroeien naar een zelfstandig team van honderden specialisten op het gebied van inlichtingen, toezicht, handhaving en opsporing (o.a. financiële en digitale expertise). Het gaat uiteindelijk om het verstoren van criminele bedrijfsprocessen, het oprollen van criminele netwerken en het afpakken van criminele vermogens; ofwel het afbreken van machtsposities van criminele kopstukken en hun facilitators.

Daarnaast wordt met het structurele geld de komende jaren het stelsel van bewaken en beveiligen en de getuigenbescherming duurzaam versterkt. Voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit is een belangrijke voorwaarde dat veiligheid en weerbaarheid wordt geboden aan getuigen en cruciale beroepsgroepen die zich inzetten voor de democratische rechtsstaat, zoals lokale bestuurders, rechters, officieren van justitie, agenten, advocaten en journalisten. Voor de verdere versterking van de lokale en regionale aanpak is in 2021 en 2022 geld gereserveerd; met tijdelijke middelen kan bijvoorbeeld worden geïnvesteerd in preventieve projecten om sociale problemen in steden en buurten aan te pakken om zo voedingsbodems voor ondermijnende criminaliteit weg te nemen.

Betere toegang tot het recht

De drempel om je recht te halen wordt verlaagd. Er komt bijvoorbeeld een beter aanbod van online dienstverlening. Zo krijgen burgers op een eenvoudige manier toegang tot begrijpelijke juridische informatie. Voor wie uiteindelijk een advocaat nodig heeft, blijft dat mogelijk. Sociaal advocaten krijgen net als in 2020 ook in 2021 een tijdelijke toelage om de omslag naar het vernieuwde stelsel van rechtsbijstand mogelijk te maken. Er wordt gezorgd voor oplossingen die rechtzoekenden écht verder helpen. Bijvoorbeeld door met een mediation-wet zowel de kwaliteit als het gebruik van deze soort geschiloplossing te stimuleren. Daarnaast komt het oplossen van conflicten letterlijk dichterbij huis door wijk- en buurtrechters, onder meer ondersteund door een nieuwe experimentenwet. Digitale middelen worden vaker ingezet om rechtszoekenden snel en efficiënt te helpen. Het ministerie van Justitie en Veiligheid krijgt er in 2021 45 miljoen euro bij om verder te bouwen aan digitalisering binnen de strafrechtketen.

Achterstanden coronacrisis wegwerken

Als gevolg van de coronacrisis konden veel rechtszaken niet doorgaan. Hierdoor is een flinke achterstand opgelopen. Het kabinet heeft voor 2021 40 miljoen euro beschikbaar gesteld om de achterstanden die door de coronacrisis zijn ontstaan weg te werken. Partijen als het OM, de Rechtspraak, Reclassering, Dienst Justitiële Inrichtingen en het Centraal Justitieel Incassobureau slaan hiervoor de handen ineen door bestaande gerechtsgebouwen beter te benutten, extra personeel in te zetten, zaken tijdelijk anders af te doen en de manier van werken te vernieuwen. Eind 2021 moeten deze achterstanden zijn weggewerkt in de strafrechtketen. Met de Rechtspraak zijn vorig jaar afspraken gemaakt om de reeds bestaande achterstanden weg te werken in de periode 2020-2022. Die afspraken blijven gelden.

Basis op orde

Om ook de komende jaren te zorgen dat de basis op orde blijft wordt er voor 2021 ruim 142 miljoen euro aan de begroting toegevoegd, structureel gaat het om € 332 mln. Het leeuwendeel hiervan gaat naar DJI: het gevangeniswezen 113 miljoen euro, forensische zorg 108 miljoen euro. en tbs 38 miljoen euro. Dit geld wordt gebruikt om de operationele capaciteit en de personele bezetting ook de komende jaren op orde te houden. De te verwachten capaciteitsbehoefte in de justitiële keten wordt in kaart gebracht op basis van de jaarlijkse ramingen van het prognosemodel (PMJ).

Stevige aanpak overlastgevende asielzoekers

Nederland wil veiligheid bieden aan mensen die vluchten voor oorlog of geweld. Een kleine groep asielzoekers maakt hier misbruik van en zorgt voor overlast of criminaliteit. Dit vraagt om een stevige aanpak. Asielzoekers uit veilige landen, die relatief vaak voorkomen in de groep die zorgt voor overlast, worden in 2021 apart en versoberd opgevangen. Ook werkt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in 2021 aan de verdere ontwikkeling van de landelijke Top-X aanpak van de meest hardnekkige overlastgevers. Zij kunnen onder meer overgeplaatst worden naar een locatie waar een extra streng regime geldt. Vanwege de aanhoudende asielinstroom en achterstanden bij de behandeling van asielaanvragen komt er daarnaast 174 miljoen euro bij voor de asielketen in 2021. Dit geld is met name bedoeld voor het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND).


Maximaal vier jaar gevangenisstraf voor bedreiging van togadragers

Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) wil dat op bedreiging van togadragers een maximale gevangenisstraf van vier jaar komt te staan, net zoals voor burgemeesters en andere bestuurders. De strafverhoging is een onderdeel van het wetsvoorstel Versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit dat bij de Tweede Kamer is ingediend.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Rechters, officieren van justitie en advocaten vervullen een essentiële en onmisbare rol in onze democratische rechtstaat. Deze functies zijn cruciaal voor eerlijke, onafhankelijke en onpartijdige rechtspleging. Grapperhaus wil met de voorgestelde verhoging een duidelijk signaal afgegeven dat zij hun functie in vrijheid en veiligheid moeten kunnen vervullen en dat elke poging tot beïnvloeding van de rechtspleging door middel van intimidatie en bedreiging onacceptabel is. In het wetsvoorstel staat ook de eerder aangekondigde verhoging van het strafmaximum voor bedreiging van twee naar drie jaar gevangenisstraf en voor de bedreiging van burgemeesters, wethouders, gedeputeerden naar vier jaar gevangenisstraf.

Havens, vliegvelden en spoorwegemplacementen

Met een aantal maatregelen wil minister Grapperhaus de ondermijnende criminaliteit op verschillende manieren hard en effectief aanpakken. Strafbaarstelling van het illegaal verblijf op bepaalde terreinen is daar een van. Logistieke knooppunten hebben een grote aantrekkingskracht op georganiseerde criminaliteit. Dat betreft niet alleen havens en vliegvelden; ook spoorwegemplacementen zijn kwetsbaar. De spoorwegemplacementen zijn nieuw ten opzichte van de eerdere versie van het wetsvoorstel. De problematiek die nu met name in de havens en luchthavens voorkomt, kan zich verplaatsen naar de spoorwegen. Dat moet worden voorkomen.

Op allerlei manieren dringen criminelen de beveiligde terreinen binnen op zoek naar illegale goederen, zoals drugs. Deze activiteiten vormen een belangrijke schakel in de criminele netwerken die illegale drugstransporten uitvoeren en ondermijnen de controle op de invoer van goederen in het douanegebied. Dit is vaak lastig te bewijzen, omdat zij uit voorzorg bewijsmateriaal wegwerken. Zo gooien criminelen bijvoorbeeld (prepaid) mobiele telefoons weg, zodat de politie die bij hun aanhouding niet in beslag kan nemen.  

Mede daarom wil Grapperhaus illegaal verblijf op beveiligde terreinen apart strafbaar stellen. Er komt een gevangenisstraf van een jaar op te staan. Als er sprake is van binnendringen, bijvoorbeeld als een crimineel een valse pas gebruikt of zich verstopt in een bedrijfswagen om het terrein op te komen, gaat de maximumstraf omhoog naar twee jaar.

Om beter onderzoek te kunnen doen naar de achtergrond van deze verdachten en hun relatie met (internationale) criminele netwerken in kaart te kunnen brengen, wordt voorlopige hechtenis mogelijk. Openbaar Ministerie en politie kunnen dan bewijsmateriaal verzamelen om verdachten in verband te brengen met georganiseerde criminaliteit.

Verstoren bedrijfsproces

Verder kondigde de minister aan politie en Openbaar Ministerie meer mogelijkheden te geven om het bedrijfsproces van criminelen te verstoren. Bepaalde chemicaliën – zogeheten precursoren – die als grondstof dienen voor harddrugs, worden verboden. Daarom wordt het bezit en transport evenals de in- en uitvoer van deze stoffen strafbaar. Er komt een maximumstraf van zes jaar op te staan.

Het gaat om stoffen die worden gebruikt voor de illegale productie van synthetische drugs en waarvan geen legale bestemming bekend is. Vooral criminelen die precursoren vervoeren kunnen straks gemakkelijker worden aangepakt. Straks is alleen al het bezit strafbaar, daarmee kan het productieproces eerder worden verstoord.

Kosten vernietiging

Daarnaast wil de minister de kosten die de Staat maakt voor de vernietiging van inbeslaggenomen voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid op daders kunnen verhalen. Het gaat onder andere om drugs en illegaal vuurwerk. Zo was in 2018 voor het opruimen van hennepkwekerijen 5,8 miljoen euro nodig.

Meer onderzoek

Tot slot kan straks in meer gevallen onderzoek worden gedaan naar het vermogen van veroordeelde criminelen. De praktijk laat zien dat zij flinke geldboetes en schadevergoedingsmaatregelen die bij een veroordeling worden opgelegd niet altijd betalen, terwijl er wél aanwijzingen zijn dat zij over geld beschikken.

Nu zijn er nog te weinig mogelijkheden om in die gevallen een duidelijker beeld te krijgen van het vermogen van de crimineel, zodat beslag kan worden gelegd. Met de maatregel wordt het mogelijk de opgelegde sancties makkelijker uit te voeren en krijgen criminelen veel minder kans de tenuitvoerlegging van hun geldstraf te frustreren.


Wetsvoorstel over meedenken met de rechter

De hoogste bestuursrechters in ons land krijgen de mogelijkheid om anderen dan de direct betrokken partijen te laten meedenken bij een bepaalde zaak. De inbreng van anderen geeft deze rechters een beter en breder zicht op de mogelijke maatschappelijke gevolgen van een te nemen beslissing. Dit staat in een wetsvoorstel van minister Dekker (Rechtsbescherming) en minister Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), dat is ingediend bij de Tweede Kamer.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants .

Het instrument van ‘meedenken’ met de rechter (ook wel aangeduid als amicus curiae) stelt rechters beter in staat om alle relevante gezichtspunten te betrekken bij een beslissing. Dat is met name van belang als de gevolgen van een uitspraak verder reiken dan de betrokken partijen. De rechter kan dan in een bepaalde zaak bijvoorbeeld aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) vragen wat de gevolgen zijn voor gemeenten.  Overigens is het aan de rechter om te bepalen of hij het nuttig vindt om de inbreng van meedenkers te vragen. Ook bepaalt de rechter zelf hoe hij die inbreng laat meewegen in zijn beslissing.

Experiment instrument

Meedenken met de rechter bestaat al in andere landen en bij enkele procedures bij de Hoge Raad. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft onlangs een experiment gedaan met dit instrument. Dat verliep goed en gaf aanleiding om het vast te leggen in de Algemene wet bestuursrecht. Daardoor kunnen de hoogste bestuursrechters er straks gebruik van maken: de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de belastingkamer van de Hoge Raad.

Rechtspraak bij de tijd

Door de inbreng van meedenkers te vragen, kunnen rechters geluiden uit de samenleving beter laten doordringen in de rechtspraak. Daarmee draagt het wetsvoorstel bij aan de ambitie uit het regeerakkoord om rechtspraak effectiever en meer bij de tijd te laten zijn. Om dezelfde reden maakt het wetsvoorstel het verder mogelijk dat rechters uit de Raad van State deel kunnen nemen aan de rechtspraak bij de Hoge Raad. Het omgekeerde – leden van de Hoge Raad die ook rechter zijn bij de Raad van State – is nu al praktijk. Die praktijk laat zien dat wederzijdse benoemingen de rechtseenheid in het bestuursrecht bevorderen. Onnodige verschillen tussen uitspraken van de verschillende hoogste rechtscolleges in ons land worden daarmee voorkomen.


Slachtoffers seksueel geweld krijgen eigen risico vergoed

Slachtoffers van seksueel geweld die binnen zeven dagen hulp zoeken bij een Centrum Seksueel Geweld (CSG) kunnen vanaf 1 september een vergoeding krijgen voor het eigen risico. Dat maken de ministeries van Justitie en Veiligheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport mogelijk met een tijdelijke proef van één jaar. Medische en psychologische kosten vallen namelijk onder het eigen risico van de zorgverzekering, waardoor slachtoffers nu zelf moeten betalen. De pilot moet laten zien of de vergoeding van het eigen risico een drempel wegneemt om hulp te zoeken.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming): De juiste hulp op het juiste moment kan een belangrijk verschil maken voor slachtoffers van een ernstig misdrijf als seksueel geweld. Slachtoffers moeten hierop kunnen rekenen. Hulp zoeken is vaak al moeilijk genoeg, daarom is het van belang om belemmeringen zoveel mogelijk weg te nemen.

Binnen 7 dagen

Slachtoffers van seksueel geweld kunnen in Nederland terecht bij een CSG, waarvan er zestien zijn in Nederland. De CSG’s zijn meestal verbonden aan de Spoedeisende Hulp van een ziekenhuis. In een CSG krijgen slachtoffers alle benodigde zorg en aandacht op één plek. Dat bestaat vaak uit een sporenonderzoek, medische en psychische hulp. Aan dit sporenonderzoek zijn voor het slachtoffer geen kosten verbonden, maar de andere kosten die gemaakt worden vallen onder het eigen risico in de zorgverzekering. Bij het bieden van hulp aan slachtoffers zijn de eerste zeven dagen na seksueel geweld het belangrijkst. Dan is er betere kans op psychisch herstel en op het voorkomen van zwangerschap en geslachtsziekten. In die eerste dagen kunnen ook sporen van de dader nog veilig worden gesteld. Dit helpt bij het opsporen van de dader en de bewijsvoering als aangifte wordt gedaan bij de politie.

Ministers Hugo de Jonge (VWS) en Tamara van Ark (Medische Zorg): Slachtoffers van seksueel geweld verdienen goede bescherming, opvang en ondersteuning. Daarom moeten we eventuele drempels zoveel mogelijk wegnemen. Door eigen het risico kosten te vergoeden, hopen we dat de zorg toegankelijker wordt voor deze kwetsbare groep.

Onnodige drempel

Seksueel geweld gaat vaak gepaard met angst, schaamte en schuld. Wie seksueel geweld meemaakt, durft daar vaak niet over te praten. Als medische kosten voor een verhoogde drempel zorgen dan belemmert dat de toegang tot de zorg en het aanpakken van de dader. Door middel van deze tijdelijke proef wordt onderzocht of het eigen risico een drempel vormt om hulp te zoeken en of een vergoeding die drempel dan kan verlagen. De resultaten van deze proef worden in het najaar van 2021 bekend gemaakt.


Ongeregeldheden en geweld zomer 2020

De ongeregeldheden en geweld in de vier grote steden in de afgelopen weken hebben geleid tot een overleg tussen de burgemeesters en de minister van Justitie en Veiligheid. Dit heeft tot een aantal gezamenlijke conclusies geleid. 

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Resolute aanpak

Kritiek en debat horen bij een democratie. Rellen, geweldpleging, bedreiging en opruiing niet. Dat gaat in tegen onze vrijheden en hoort niet thuis in onze maatschappij. We staan voor een resolute aanpak van relschoppers, geweldplegers en mensen die met bedreiging of intimidatie hun gelijk willen halen. Een aantal van deze relschoppers maakt gebruik van besloten social media kanalen en zet middelen in, zoals drillraps, om onrust te zaaien en op te roepen tot geweld. De overheid zal inzetten op meer mogelijkheden voor digitale opsporing en het stopzetten van dit soort berichten online. 

Hard optreden

Ook zien wij dat vreedzame demonstraties door sommigen worden misbruikt voor geweld tegen en intimidatie van het rechtstatelijke gezag en tegen democratisch gelegitimeerde politici. De overheid blijft hard optreden tegen geweld dat gericht is op onze hulpverleners. Hun inzet is ongekend en verdient het grootste respect.

Bescherming van de samenleving

Democratie betekent je vrijheden kunnen uitoefenen, maar wel altijd binnen de regels van de rechtsstaat. Regels die we met elkaar hebben afgesproken en die rekening houden met anderen in de samenleving. De regels ter bestrijding van covid-19 perken onze vrijheden tijdelijk in. Maar die regels zijn er voor ons allemaal, ter bescherming van de samenleving.

Sociale basis verstevigen

De zware corona-periode heeft voor veel mensen ook zwakheden in sociale cohesie in de grote steden duidelijker zichtbaar gemaakt. Dit vraagt om maatregelen vanuit het veiligheidsdomein om die de sociale basis te verstevigen. De burgemeesters en de minister blijven hierover ook de komende tijd met elkaar in gesprek


Campagne Senioren en Veiligheid 1 september van start

Samen zorgen we ervoor dat criminaliteit niet loont. Daarom start op 1 september vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid in samenwerking met andere partijen de campagne Senioren en Veiligheid. Senioren krijgen concrete tips om te voorkomen dat ze slachtoffer worden en over wat ze moeten doen als het wel gebeurt. Onder de slogan ‘Maak het oplichters niet te makkelijk’ wordt gedurende vier weken aandacht besteed aan verschillende vormen van criminaliteit: meekijken bij pinnen, babbeltrucs, hulpvraagfraude (via bijvoorbeeld WhatsApp) en phishing.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Ambassadeur

Minister Grapperhaus maakt vandaag bekend dat acteur Kees Hulst ambassadeur wordt van de campagne. Kees Hulst:“Als acteur in ‘Het geheime dagboek van Hendrik Groen’ zie ik hoe graag senioren het heft in eigen handen nemen. Zij kunnen veel zelf doen om te voorkomen dat ze slachtoffer worden, maar hebben daarvoor wel de juiste informatie nodig. Daarom steun ik als ambassadeur graag de campagne, want samen met de overheid maken wij ouderen het oplichters natuurlijk niet te makkelijk!”

Slachtofferschap

Hoewel ouderen in algemene zin niet vaker slachtoffer worden van strafbare feiten dan mensen in andere leeftijdsgroepen vinden wij ieder slachtoffer een te veel. Daarnaast zien politie en de Fraudehelpdesk sinds de corona-crisis een verschuiving in de criminaliteit. Zo is het aantal slachtoffers van hulpvraagfraude (bijvoorbeeld via WhatsApp) fors toegenomen en worden babbeltrucs gebruikt waarbij criminelen ‘hulp’ aanbieden.

Handelingsperspectieven

Slachtofferschap kan iedereen overkomen en dus ook elke oudere. Daarom krijgt men via de campagne concrete handelingsperspectieven mee die slachtofferschap zoveel mogelijk kan voorkomen. Wanneer een oudere toch slachtoffer is geworden, is het van belang dat dit bespreekbaar is en ouderen ook aangifte doen. Hiervoor geeft de campagne ook tips. Deze (universele) informatie en tips kunnen natuurlijk ook door anderen worden benut, zoals (klein)kinderen, buren en verzorgers.

Programma

Elke week van september staat in het teken van een andere vorm van criminaliteit. In week 36  (1/9 t/m 7/9) wordt meekijken bij pinnen behandeld, in week 37 (8/9 t/m 14/9) babbeltrucs, week 38 (15/9 t/m 21/9) draait om hulpvraagfraude (via bijvoorbeeld WhatsApp) en week 39 (22/9 t/m 28/9) staat in het teken van phishing.

Via de websites (www.maakhetzeniettemakkelijk.nl) en social media kanalen van het ministerie van Justitie en Veiligheid en betrokken partijen worden wekelijks nieuwe voorlichtingsfilmpjes over het thema geplaatst, met Kees Hulst in de hoofdrol. Vele partijen sluiten bij de campagne aan door het campagnemateriaal te verspreiden via hun kanalen: ouderenbonden, politie, het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, de Fraudehelpdesk, Slachtofferhulp Nederland, banken, de telecomsector en vele gemeenten.

Daarnaast vindt elke dinsdag om 10.30 uur op www.maakhetzeniettemakkelijk.nl een webinar plaats, gepresenteerd door Catherine Keyl. Een panel van inhoudelijk experts spreekt over het thema van die week.


Meldpunt voor slachtoffers seksueel misbruik Jehova´s Getuigen

Slachtoffers van seksueel misbruik binnen de gemeenschap van Jehova´s Getuigen kunnen binnenkort terecht bij het meldpunt ´Verbreek de stilte´ van Slachtofferhulp Nederland. Dat laat minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) weten aan de Tweede Kamer. Het meldpunt wordt uitgebreid met specifieke expertise over seksueel misbruik binnen gesloten gemeenschappen. Omdat de Jehova´s Getuigen tot nu toe steeds weigeren om een laagdrempelig intern meldpunt in te richten wordt de minister gedwongen deze stap te nemen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Het WODC deed onderzoek naar seksueel misbruik en de bereidheid om aangifte daarvan te doen binnen de gemeenschap van Jehova´s Getuigen. Daaruit bleek dat er redenen zijn om aan te nemen dat het doen van aangifte bemoeilijkt wordt door het gesloten karakter van de gemeenschap. Voor slachtoffers van seksueel misbruik is het van essentieel belang dat zij ondersteunt en geholpen worden bij het vinden van professionele hulp en het doen van aangifte. Een van de aanbevelingen van het onderzoek is het instellen van een meldpunt binnen de geloofsgemeenschap. Het bestuur van de Jehova’s Getuigen wilde daar geen gehoor aangeven. Hierop heeft de minister het bestuur van de Jehova´s Getuigen meerdere malen aangesproken. Zij hebben laten weten geen gehoor te geven aan deze oproep en dat keurt de minister af.

Verbreek de stilte

“Van iedere gemeenschap of organisatie verwacht ik dat zij alles doen om seksueel misbruik tegen te gaan en slachtoffers te helpen en ondersteunen. Dat gebeurt bij de Jehova´s Getuigen niet en dat vind ik buitengewoon kwalijk. Daarom reiken wij die hand nu uit en kunnen slachtoffers uit deze gemeenschap binnenkort bij het meldpunt ‘Verbreek de stilte’ van Slachtofferhulp Nederland terecht. Slachtoffers hebben recht op professionele hulp en een luisterend oor, het kan niet zo zijn dat zij tegen een muur van onwil aanlopen. Je mag slachtoffers nooit in de kou laten staan.” aldus minister Sander Dekker.

Reclaimed Voices

Naast het inrichten van het meldpunt wordt ook de Stichting Reclaimed Voices financieel ondersteunt, zodat zij door kunnen gaan met het helpen van slachtoffers van seksueel misbruik binnen de Jehova´s Getuigen gemeenschap. Ook worden de onderzoeksresultaten actief onder de aandacht gebracht bij de GGD en de politie zodat zij signalen van eventueel misbruik kunnen herkennen.

Wettelijke meldplicht misbruiksignalen

Het niet melden van seksueel misbruik binnen organisaties moet consequenties hebben voor bestuurders. Dit sluit ook aan bij de aanbevelingen van het WODC-onderzoek naar het verruimen van de aangifteplicht en moet voorkomen dat misbruik binnen organisaties onder de pet gehouden wordt.

“Geen enkele organisatie mag zijn ogen sluiten voor misstanden in de eigen club. Slachtoffers van seksueel misbruik moeten kunnen rekenen op hulp bij het nemen van stappen richting politie en hulpinstanties. Dat houdt je niet binnenskamers. Daarom gaan we serieus kijken naar de introductie van de wettelijke meldplicht voor dit soort organisaties.” aldus minister Sander Dekker.

Momenteel wordt verkend hoe een dergelijke wettelijke regeling het beste opgezet kan worden. Voor eind 2020 verwacht de minister de Tweede Kamer hierover verder te informeren.   


Vernieuwde Wet Bibob treedt in werking

De wijziging van de Wet Bibob die op 1 augustus 2020 in werking treedt, versterkt de aanpak van ondermijning. De ministers Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en Dekker (voor Rechtsbescherming) willen ermee voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert. Op dezelfde datum treedt ook een wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke (Bjsg) gegevens in werking.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.

Achter de schermen

Beide regelingen zorgen ervoor dat gemeenten, provincies en het Rijk nog beter hun eigen Bibob-onderzoek kunnen doen. Zij kunnen voortaan de justitiële antecedenten nagaan van de personen die achter de schermen feitelijke zeggenschap hebben over degene die de vergunning heeft aangevraagd. Zo kan makkelijker worden voorkomen dat naast criminelen, hun stromannen misbruik maken van dienstverlening door de overheid. De maatregel geldt ook voor de zakelijke relaties van de wederpartij van de overheid bij een vastgoedtransactie of overheidsopdracht. Tot nu toe konden alleen justitiële gegevens worden verstrekt over de wederpartij van de overheid – meestal de aanvrager van een vergunning – maar niet over zijn zakelijke relaties.

Maatschappelijke of economische waarde

Overheidsopdrachten met een aanzienlijke maatschappelijke of economische waarde zijn kwetsbaar voor criminele activiteiten. Daarom wordt het Bibob-onderzoek uitgebreid naar alle overheidsopdrachten en beperkt het zich niet langer tot de sectoren bouw, ICT en milieu.

Tippen over strafbare feiten

Verder wordt Bibob-onderzoek uitgebreid naar vastgoedtransacties in het geval van overdracht van erfpacht, mits de gemeente een toestemmingsvereiste voor die overdracht heeft bedongen. Daarnaast regelt de wetswijziging diverse andere bevoegdheden om de Wet Bibob effectiever te kunnen toepassen. Zo kan het Landelijk Bureau Bibob overheidsinstanties tippen de Wet Bibob toe te passen als het relevante informatie heeft over strafbare feiten.

Uitwisseling van informatie verruimen

Momenteel wordt gewerkt aan een volgende wijziging van de Wet Bibob die uitwisseling van informatie verruimt tussen het Landelijk Bureau Bibob en bestuursorganen, en tussen bestuursorganen onderling. Het kabinet streeft ernaar dat wetsvoorstel in het derde kwartaal aan de Raad van State voor te leggen. De Wet Bibob (bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) is sinds 2003 van kracht en heeft als doel de integriteit van de overheid te beschermen.