Financiële zekerheid zorgaanbieders tijdens coronacrisis
Door de coronacrisis ervaren veel zorgaanbieders financiële onzekerheid, omdat zij onverwachts veel meer zorg moeten verlenen of juist veel minder. De ministeries van VWS en JenV en de VNG hebben daarom afspraken gemaakt over het waarborgen van financiële zekerheid van zorgaanbieders binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants.
Tijdelijke maatregelen
Het gaat om tijdelijke maatregelen voor onder meer het financieren van extra kosten, compensatie voor omzetderving, het op peil houden van liquiditeit en het versoepelen van verantwoording. De maatregelen om het coronavirus COVID-19 maximaal te controleren leiden ertoe dat zorgaanbieders soms méér of andere zorg en ondersteuning verlenen dan normaal. Ook kan bijvoorbeeld de sluiting van de dagbesteding betekenen dat aanbieders werk verliezen. Hiermee brengt de uitbraak van het coronavirus financiële onzekerheden voor zorgaanbieders met zich mee.
Dringend beroep
Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) doen een zeer dringend beroep op alle gemeenten om hun aanbieders van jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering en maatschappelijke ondersteuning, financiële zekerheid en ruimte te bieden tot in elk geval 1 juni 2020. Aanbieders hebben dat nodig om in deze fase van de crisis continuïteit van zorg en ondersteuning te kunnen garanderen en professionals in te zetten daar waar ze het nu het meest nodig zijn. Ook blijft zo voldoende capaciteit beschikbaar voor toekomstige zorg en ondersteuning.
Minderjarige vreemdelingen reizen vaak door
Een deel van de alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) trekt rond in Europa of is op doorreis naar een ander land. Ze lijken niet geïnteresseerd te zijn in de uitkomst van de asielprocedure en verblijven relatief korte tijd in de Nederlandse opvang. Dat blijkt uit onderzoek.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent van de cursus huisvesting arbeidsmigranten.
Van de amv’s die met onbekende bestemming vertrekken, is de helft al weg voordat de beslissing van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) op de eerste asielaanvraag is genomen. Dat blijkt uit een interne data-analyse van het ministerie van Justitie en Veiligheid naar alle amv’s met een registratie van vertrek met onbekende bestemming tussen 2015-2018 bij het COA of Nidos (de voogdij-instelling voor amv’s). Het merendeel van de onderzochte groep is tussen de 15 en 17 jaar oud (75%) en mannelijk (88%). Uit het onderzoek blijkt verder dat 64% al een keer eerder door een andere EU-lidstaat aangetroffen en geregistreerd is.
Kwetsbare groep
In de COA-opvang worden minderjarigen die aangeven de opvang te willen verlaten, gewezen op risico’s van illegaliteit en de mogelijkheden die bestaan voor terugkeer naar het land van herkomst. Daarnaast is er 24 uur per dag beveiliging op de opvanglocaties aanwezig. Amv’s waarbij signalen van mensenhandel bekend zijn, worden in de beschermde opvang geplaatst, waar zij intensieve begeleiding krijgen om hun veiligheid te vergroten. Jongeren kunnen de opvang echter wel verlaten. Hoewel het onwenselijk is dat deze groep met onbekende bestemming vertrekt, mag de reguliere en beschermde opvang volgens de wet niet in gesloten setting plaatsvinden.
Verdwijning van Vietnamese alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Vietnamese amv’s lijken, meer dan de andere onderzochte groep, ingesteld te zijn op doorreis en Nederland slechts als transitland te zien. Uit onderzoek van het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel (EMM) naar de verdwijning van Vietnamese amv’s blijkt dat deze jongeren vaak georganiseerd vertrekken. Deze signalen wijzen op mensensmokkel en mensenhandel, daarom worden Vietnamese amv’s standaard in de beschermde opvang geplaatst.
Registratie
Om te zorgen dat vermiste amv’s snel worden opgespoord, is binnen de keten de afgelopen maanden gewerkt aan het maken van nieuwe werkafspraken. De Vreemdelingenpolitie, het COA, Nidos en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) hebben afspraken gemaakt over wie, wanneer, welke rol heeft bij de vermissing van minderjarige vreemdelingen. Zo kan het vertrek van een minderjarige vreemdeling voortaan ook geregistreerd worden als vertrek met bekende bestemming. Als duidelijk is dat de vreemdeling elders veilig is, dan kan de voogdij worden overgedragen. Ook kan dan het onderzoek van de politie worden afgesloten.
Internationale aanpak
Europese samenwerking is daarnaast nodig om vermiste amv’s te vinden. Zo wordt er gewerkt om de registratiemogelijkheden in vingerafdrukdatabase van de Europese Unie aanzienlijk te vergroten, onder andere met gezichtsherkenning en uitgebreidere personalia. Verbeterde registratie zal bijdragen aan het opsporen en identificeren van amv’s die reizen tussen lidstaten van de EU. Doordat Vietnamese amv’s snel doorreizen, zijn de mogelijkheden die Nederland heeft om hier eigenstandig iets aan te doen beperkt.
EMPACT-Trafficking Human Beings
Nederland is daarom in 2019 trekker geworden van EMPACT-Trafficking Human Beings (THB). Dit is een EU-project voor samenwerking tegen mensenhandel waaraan 29 landen en vier EU-agentschappen deelnemen. EMPACT-THB zet zich daarnaast in om structurele samenwerkingsverbanden te verkennen met ook niet-EU-landen. Vietnam is één van de landen waarmee zo’n nadere samenwerking onderzocht wordt rondom mensenhandel en mensensmokkel.
Geen huisuitzettingen tijdens coronacrisis
Door de coronacrisis moet niemand op straat belanden. Dat vinden minister van Veldhoven van Milieu en Wonen en de verhuurdersorganisaties en brancheverenigingen (Aedes, IVBN, Kences, Vastgoed Belang). Ze hebben daarom afgesproken nu geen huisuitzettingen te doen. Daarnaast komt de minister met een spoedwet om tijdelijke huurcontracten te verlengen. De Woonbond en de LSVb ondersteunen dit. In aansluiting op dit statement hebben leegstandbeheerders in een eigen verklaring aangegeven hoe ze omgaan met hun bewoners in deze crisistijd.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent van de cursus Aanpak woonoverlast.
Maatwerk leveren
Het kabinet heeft maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat zo min mogelijk mensen op korte termijn in de financiële problemen komen. Voor huurders die ondanks die maatregelen niet de maandelijkse huur kunnen betalen, spannen verhuurders zich in om maatwerk te leveren. Daarnaast worden er gedurende de coronacrisis geen huisuitzettingen gedaan. Tenzij er evidente redenen zijn, zoals criminele activiteiten of extreme overlast.
Passende stappen
De woonpartijen vertegenwoordigen ruim 80% van de huurhuizen in Nederland. De minister verwacht dat er met deze afspraken passende stappen zijn gezet om ten tijde van de coronacrisis geen huisuitzettingen te doen. Indien blijkt dat afspraken niet nageleefd worden of verhuurders die niet aangesloten zijn bij een verhuurderorganisatie toch overgaan tot huisuitzettingen is een wettelijke maatregel niet uitgesloten.
Spoedwetgeving
De minister komt met spoedwetgeving die het mogelijk maakt dat tijdelijke huurcontracten worden verlengd voor een tijdelijke periode tijdens deze crisis. Nu kan een tijdelijk huurcontract alleen worden aangezegd of worden omgezet in een vast contract. Dit kan een oplossing bieden voor huurders die tegen het einde van de looptijd aanlopen, maar door de coronacrisis geen mogelijkheid hebben om een andere woning te zoeken. Het streven is dat de wet zo snel mogelijk in werking treedt.
Gezamenlijk statement verhuurders
- De gevolgen van coronavirus raken ons allemaal. Huurders kunnen te maken krijgen met een (plotseling) verlies van inkomen als gevolg van het coronavirus zelf of als gevolg van de maatregelen omtrent het coronavirus. Dit kan iedere huurder treffen: gezinnen, studenten, alleenstaanden of andere huishoudens. Sommige huurders kunnen daardoor niet langer de maandelijkse huur betalen.
- Onderstaande partijen zien het als een gedeelde verantwoordelijkheid om met elkaar te zorgen voor huurders die door de coronacrisis hard worden geraakt. Een prettig huis is in deze situatie extra belangrijk.
- Het Kabinet neemt diverse maatregelen om huishoudens te helpen, om werkgevers te ondersteunen zodat mensen hun baan kunnen houden en maatregelen voor ZZP’ers en flexwerkers in het bijzonder om hen in hun inkomstenvoorziening te ondersteunen.
- Naast de ondersteuning vanuit de overheid komen ook andere partijen in beeld die een bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van eventuele problemen. Hiertoe behoren ook verhuurders. Hiermee pakken we in passend overleg gezamenlijk onze verantwoordelijkheid, zodat huurders met problemen niet alleen komen te staan.
- De overheid is het startpunt voor ondersteuning, ook voor huurders. Getroffen huurders zullen daarom actief moeten zoeken naar mogelijkheden die de getroffen maatregelen bieden voor ondersteuning bij hun financiële situatie. Maar ook door het aanspreken van bestaande mogelijkheden, zoals het aanvragen van bijstand, een uitkering bij het UWV of het aanpassen van toeslagen. Verhuurders zullen huurders proactief wijzen op deze mogelijkheden, bijvoorbeeld door het plaatsen van links op hun websites.
- Het kost tijd voordat dit is geregeld en mensen daadwerkelijk financiële ondersteuning ontvangen en in sommige situaties kunnen huurders deze periode niet financieel overbruggen. In die situaties spannen verhuurders zich maximaal in binnen hun mogelijkheden om te zoeken naar maatwerkoplossingen voor huurders die in de betalingsproblemen zijn gekomen door het coronavirus.
- Tevens zullen verhuurders geen incassokosten doorberekenen aan huurders die door het coronavirus in de problemen zijn gekomen. Hierbij geldt als gezamenlijke lijn dat huisuitzettingen voorlopig worden uitgesteld gedurende de crisisperiode, tenzij er evidente redenen zijn, zoals criminele activiteiten of extreme overlast. Voor procedures tot huisuitzetting die voor 12 maart jongsleden reeds liepen zal de verhuurder de individuele situatie beoordelen.
- Het Kabinet zal het daarnaast via spoedwetgeving mogelijk maken dat tijdelijke huurcontracten kunnen worden verlengd voor een tijdelijke periode tijdens deze crisis. Deze maatregel is ingegeven vanuit het besef dat door de coronacrisis het dagelijks leven van velen op zijn kop staat. Voor degenen die besmet zijn met het virus en hun naasten is de impact zeer groot en direct. Maar ook de maatregelen die zijn getroffen grijpen diep in op de samenleving. In deze tijden past het niet om van huurders te verwachten dat zij hun volle aandacht kunnen richten op het zoeken naar andere woonruimte, terwijl opzegtermijn van de verhuurder voor hun tijdelijke huurcontract dichtbij is. Voor verhuurders en huurders die al overeengekomen waren dat het huurcontract verlengd zou worden naar een overeenkomst voor onbepaalde tijd heeft deze maatregel geen gevolgen.
- Indien de verhuurders als opdrachtgever voor leegstandsbeheer actief zijn zullen zij alert zijn op de gevolgen van bewoners van leegstaand vastgoed waarbij dergelijke contracten aflopen tijdens deze coronacrisis. Dit in lijn met de positie die de VLBN kenbaar heeft gemaakt.
- Bij de uitwerking van dit statement zijn wij ook in overleg getreden met de Woonbond, als belangenvereniging van de Nederlandse huurders, en de LSVb, als vertegenwoordiging van studenten. De Woonbond en de LSVb zijn blij met het statement, omdat het onzekerheid vermindert bij huurders die vanwege de coronacrisis in de problemen kunnen komen.
Integrale en wijkgerichte aanpak van ondermijnende criminaliteit
Verschillende buurten en wijken in Nederland staan op het kantelpunt om af te glijden waarbij het welzijn van de bewoners, de leefbaarheid van de omgeving en/of de veiligheid in het gedrang kunnen komen. In deze kwetsbare buurten misbruiken enkele bewoners hun woonomgeving voor hun eigen (financiële) gewin (bijvoorbeeld wanneer een hennepplantage wordt geplaatst bij buurtbewoners met schulden). Het keren van deze ontwikkeling vraagt om een integrale en wijkgerichte aanpak waarbij op buurtniveau onder regie van de gemeente wordt samengewerkt met onder meer de politie en woningcorporaties om de weerbaarheid van de buurt en bewoners te bevorderen en tegelijkertijd de voedingsbodem voor ondermijning te reduceren.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.
De meervoudige en complexe problematiek in buurten vraagt om een multidisciplinaire samenwerking in een gezamenlijke werkomgeving waarbij betrokken partners gemeenschappelijk tot een doeltreffende aanpak komen. Voor een succesvolle uitvoering van de aanpak is regievoering cruciaal. De regisseur ziet er op toe dat de betrokken partners relevante informatie rechtmatig en doelmatig met elkaar delen, op basis daarvan een plan van aanpak opstellen, bewaakt de uitvoering en voortgang daarvan en grijpt in wanneer de situatie daarom vraagt. Om regie te voeren is een goede informatiepositie vereist zodat interventies gericht en in samenhang kunnen worden ingezet om de meervoudige complexe problematiek effectief aan te pakken. Veel problemen van huishoudens blijven verscholen achter de voordeur. Het is voor de betrokken organisaties afzonderlijk van elkaar vaak niet duidelijk wat er exact speelt in een buurt of in een huishouden. Dit maakt het niet mogelijk adequaat op problemen van huishoudens in te spelen. De regisseur kan zijn of haar informatiepositie versterken door het registreren, delen, bundelen en analyseren van de informatie die in de gemeentelijke organisatie en bij zijn of haar partners in de buurt of wijk aanwezig is. Door de informatie van de afzonderlijke organisaties bij elkaar te brengen, ontstaat vaak wel een completer beeld van de situatie.
Overzicht, inzicht en regie op resultaat
C3Group heeft in samenwerking met RONT Management Consultants een applicatie ontwikkeld waarmee integraal en domein overstijgend casus- en procesregie kan worden gevoerd bij meervoudige en complexe problematiek met overzicht, inzicht en regie op resultaat op alle signalen, analyses en samenwerking die onderdeel zijn van de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Voorbeelden van toepassingsgebieden zijn een persoonsgerichte, groepsgerichte en gebiedsgerichte aanpak. De applicatie levert niet alleen meer efficiëntie op in het werkproces, maar leidt ook tot aanzienlijk betere resultaten (blijkt uit een inventarisatie onder gemeenten die reeds enkele jaren gebruik maken van de applicatie).
Integraal als toverwoord
Iedereen wil integraal werken maar tegelijkertijd is het voor betrokkenen onduidelijk hoe je integraal werkt. Organisaties werken nog steeds te veel vanuit eigen doelen en belangen. Bij de aanpak van complexe en meervoudige problematiek van huishoudens in kwetsbare buurten en wijken zijn veel organisaties betrokken. De organisaties stemmen hun interventies regelmatig nog onvoldoende op elkaar af. Tegelijkertijd is er onvoldoende zicht op de meerwaarde van betrokken organisaties voor de totale aanpak en ontbreekt het aan een constructieve werkwijze voor het overbruggen van belangenverschillen. Ook wordt vaak niet de inhoud, maar de structuur van het netwerk van organisaties centraal gesteld. Ter ver doorslaan in integraal werken leidt tot verdichting en een toename van overleggen. Dit gaat ten koste van een slagvaardige uitvoering. Maar wat maakt nu de kans op succes bij een integrale aanpak groter en wanneer moeten we op onze hoede zijn voor een mislukking?
Vertrek vanuit de bestaande situatie
Creëer inzicht in de bestaande situatie door de overleggen en deelnemende organisaties rondom huishoudens en buurten in beeld te brengen. Sluit vervolgens aan op de goed functionerende overleggen. Denk groot, maar begin klein. Door op kleine schaal de aanpak succesvol te maken, kan het succes zich verspreiden.
Doel van de samenwerking
Maak (per casus) duidelijk wat de opgave is en daaraan gerelateerd het doel van de samenwerking. Voor een effectieve aanpak is zicht nodig op de problematische situatie waarin het huishouden zich bevindt. Belangrijke vragen zijn: wat zijn de problemen? Hoe kunnen de problemen worden opgelost en welke organisaties zijn daarbij nodig? Wat is de rol van het huishouden? Wat is de toegevoegde waarde van de samenwerking met andere partijen?
Organiseer inzicht in elkaars expertise
Weet van elkaar welke expertise er in huis is en welke belangen je dient. Plaats het belang en de expertise in het licht van de geconstateerde problematiek en zoek naar een gemeenschappelijk belang. Valkuil bij een samenwerking is dat de route naar de juiste aanpak bureaucratiseert, omdat er steeds meer organisaties bij betrokken raken en met elkaar in overleg (moeten) treden. Om dit te voorkomen is het van belang tot een duidelijke afbakening van taken te komen. Efficiënt samenwerken betekent soms dus ook afspreken dat je niet samenwerkt (op bepaalde onderdelen van de aanpak).
Stel met elkaar een passende werkvorm vast
Om te komen tot een goede coördinatie moet voor een huishouden één plan worden opgesteld. Om dit te bereiken is een slimme en eenduidige samenwerkingsstructuur nodig, zodat wordt voorkomen dat meerdere leden van het huishouden in allerlei verschillende overleggen en netwerken worden besproken zonder dat de betrokken organisaties hier weet van hebben. Bij deze samenwerkingsstructuur hoort ook een gezamenlijk, efficiënt informatie- en registratiesysteem. Signalen van alle betrokken organisaties, komen op één plek bij elkaar zodat alle relevante informatie voorhanden is.
Training casus- en procesregie
Om de applicatie van C3 Group succesvol toe te passen moeten de regisseurs goed zijn toegerust en beschikken over zowel systeem als soft skills. RONT Management Consultants verzorgt al ruim 10 jaar een training op casus- en procesregie die nu in samenwerking met de C3Group wordt gegeven. Het gebruik van de applicatie vormt een onderdeel van de training, zodat de regisseurs naast de soft kills ook hun systeem skills ontwikkelen en de applicatie succesvol kunnen gebruiken in hun dagelijkse praktijk. De training bestaat uit een mix van theorie (kennis), voorbeelden uit de praktijk (casuïstiek uit de eigen organisatie en van elders uit het land), vaardigheden (trainen van competenties) en gereedschap (applicatie en methodieken) die gezamenlijk moeten leiden tot een aanpak die werkt en tot het gewenste resultaat leidt.
Plan van aanpak hoog complexe zorg GGZ belangrijke stap in goede richting
Staatssecretaris Blokhuis (VWS) vindt het plan dat zorgverzekeraars en –aanbieders hebben opgesteld om mensen met een hoog complexe zorgvraag beter te helpen, een belangrijke stap in de goede richting. Een stap die volgens de bewindspersoon hoognodig genomen moest worden. De betrokken partijen hebben een nieuwe werkwijze afgesproken voor een passende behandeling op maat voor deze groep patiënten, met steun van GGZ Nederland en Zorgverzekeraars Nederland.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.
Het gaat om mensen die het ondanks hulp van aanbieders en zorgbemiddeling van de zorgverzekeraar niet gelukt is om een passende plek te vinden. Bijvoorbeeld omdat ze meerdere aandoeningen hebben of verschillende typen zorg nodig hebben. Soms komen daar ook nog problemen bij op het gebied van wonen en werk. Het gaat naar schatting om 250 tot 300 mensen.
Luisteren naar patiënten
Blokhuis: “Het is niet uit te leggen dat mensen met de zwaarste psychische en sociale problemen het langste moeten wachten op de zorg die ze nodig hebben. Daarom ben ik blij met het plan. Het zet een paar belangrijke wissels om. Ook zie ik betrokken partijen die gemotiveerd zijn om het te regelen. Ik ga de uitvoering uiteraard kritisch volgen en luister naar vertegenwoordigers van de patiënten om te horen of de maatregelen daadwerkelijk het verschil maken. Ook met aanbieders en verzekeraars blijf ik in contact om de plannen aan te vullen en bij te sturen waar nodig. Daar betrek ik ook de gemeenten bij vanwege hun belangrijke taak bij hulpverlening in de wijk.”
Met prioriteit een behandeling op maat
De belangrijkste afspraak in het plan is dat patiënten met een hoog complexe zorgvraag met prioriteit een behandeling op maat krijgen. Per 1 april start daarom speciaal voor deze groep patiënten een landelijk netwerk van zorgaanbieders en zorgverzekeraars die zorgen voor een maatwerkoplossing. Grote ggz-aanbieders hebben de leiding in deze aanpak. Als er een passend aanbod is gevonden of nieuw is opgezet, zorgt de zorgverzekeraar voor de financiering.
Financiële lasten beter verdelen
Voor complexe problemen zijn de financiële risico’s voor zorgorganisaties soms groot. Het gaat bij deze patiënten vaak om langdurige trajecten en kostbare behandelingen. De staatssecretaris gaat met de verzekeraars en de Nederlandse Zorgautoriteit zorgen voor het inperken van die risico’s en het beter verdelen van de lasten. Zo kunnen verzekeraars en aanbieders er zeker van zijn dat de financiering niet in de weg staat om deze groep patiënten te behandelen.
Aanvullende maatregelen
De maatregelen komen bovenop de al lopende plannen om de ambities in de GGZ waar te maken die in het hoofdlijnenakkoord GGZ zijn afgesproken. Daarin zijn ook afspraken gemaakt over de toegankelijkheid en het verbeteren van de kwaliteit en de aanpak van de wachtlijsten.
Wetsvoorstel Blokhuis en Grapperhaus plaatst groepen designerdrugs op lijst Ia van de Opiumwet
Producenten en handelaars in drugs zijn creatief in het vinden van manieren om de Opiumwet te omzeilen. Dat doen zij bijvoorbeeld door het ontwikkelen van nieuwe psychoactieve stoffen (NPS), ook wel designerdrugs genoemd. Dit zijn nieuwe stoffen die sterk lijken op harddrugs die al op lijst I van de Opiumwet staan, maar in ons land nog niet verboden zijn. Deze stoffen bootsen de werking na van drugs als XTC, cocaïne en amfetamine. Problematisch is dat als zo’n nieuwe stof onder de Opiumwet wordt gebracht, er weer een nieuwe stof wordt gemaakt met een net iets andere samenstelling waardoor de stof buiten de drugswetgeving valt. Om deze ontwikkeling een halt toe te roepen, brachten staatssecretaris Blokhuis (VWS) en minister Grapperhaus (J&V) een wetsvoorstel in consultatie, dat het mogelijk maakt om ook stofgroepen te verbieden.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training procesregie op de aanpak van ondermijning.
Lijst Ia
Het voorstel is om een nieuwe ‘Lijst Ia’ aan de Opiumwet toe te voegen, waarmee bepaalde risicovolle stofgroepen strafbaar worden gesteld. Door een stofgroep onder de Opiumwet te plaatsen, worden alle substanties die kunnen worden afgeleid van de chemische basisstructuur van een stof in één klap verboden. Zo krijgt een hele groep designerdrugs bij voorbaat geen kans, ongeacht de specifieke samenstelling. In Duitsland en België wordt al met succes gewerkt met een dergelijk verbod. Staatssecretaris Blokhuis en minister Grapperhaus beogen hiermee zowel de volksgezondheid te beschermen als de productie en handel in deze stoffen tegen te gaan.
Grote gezondheidsrisico’s
Staatssecretaris Blokhuis: “De stoffen die op Lijst I van de Opiumwet staan, staan daar niet voor niets. Dit zijn drugs met aantoonbaar grote gezondheidsrisico’s. Van de designerdrugs die hiervan zijn afgeleid kunnen we aannemen dat ze net zo goed grote gezondheidsschade kunnen aanrichten. Denk bijvoorbeeld aan stoffen die zijn afgeleid van een zwaar middel als Fentanyl. Uit voorzorg nemen we daarom nu maatregelen. Door bepaalde groepen stoffen te verbieden nemen we ook de indruk weg bij gebruikers dat deze stoffen niet zo schadelijk zijn, omdat ze in eerste instantie legaal op de markt komen.”
Opsporingsdiensten kunnen sneller doorpakken
Minister Grapperhaus: “Achter designerdrugs zit een keiharde wereld waarin mensen worden geïntimideerd en bedreigd, waarin onze woonwijken en ons milieu ernstig in gevaar worden gebracht en zware criminelen enorme financiële winsten maken die via witwaspraktijken onze legale economie dreigen te corrumperen. Deze wetswijziging helpt in de aanpak van deze ondermijnende criminaliteit. Drugsproducenten en –handelaars weten met nieuwe stoffen nu vaak de dans te ontspringen. Door bepaalde groepen stoffen te verbieden kunnen onze opsporingsdiensten sneller doorpakken. We kunnen internationaal ook meer gezamenlijk optrekken en beter voldoen aan rechtshulpverzoeken uit andere landen, waar deze stoffen al verboden zijn.”
Drie stofgroepen
In de consultatie stellen Blokhuis en Grapperhaus voor om een drietal stofgroepen op Lijst Ia van de Opiumwet te plaatsen en daarmee te verbieden[1]. Dit zijn drie veel voorkomende stofgroepen die ook al in het buitenland via deze weg zijn verboden en die zijn afgeleid van individuele stoffen die al op lijst I van de Opiumwet staan. Met dit verbod op bepaalde stofgroepen worden gebruikers gewaarschuwd voor de gezondheidsrisico’s die kleven aan deze designerdrugs. Het draagt tegelijkertijd bij aan bestrijding van de drugscriminaliteit die zich deels heeft verplaatst naar de productie en handel in deze stoffen die (nog) niet verboden zijn. Substanties die zijn afgeleid van 2-fenethylamine, cannabimimetica of synthetische cannabinoïden en substanties afgeleid van 4-aminopiperidine.
Justis lanceert VOG-check
Wie een Verklaring Omtrent het Gedrag nodig heeft voor een baan of stage kan zich vanaf nu online oriënteren op zijn/haar VOG-kansen. De VOG-check berekent aan de hand van een serie vragen of iemand een hoge, gemiddelde of lage kans heeft op een VOG in diverse branches – nu én in de toekomst. De VOG-check is een initiatief van Screeningsautoriteit Justis, onderdeel van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Met de tool wil Justis onnodige angst voor een afwijzing na de VOG-aanvraag bij mensen wegnemen.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training procesregie voor de aanpak van ondermijning.
Online tool biedt inzicht in kansen op Verklaring Omtrent het Gedrag
Jaarlijks vragen zo’n 1,2 miljoen mensen een VOG aan. Justis is de enige organisatie die een VOG kan afgeven. Uit onderzoek blijkt dat een deel van hen (jongeren en mensen met een strafblad bijvoorbeeld) de aanvraag als spannend ervaart. Wat is een VOG precies? Waar wordt naar gekeken tijdens de beoordeling? En wie of wat bepaalt of je wel of geen VOG krijgt? Mensen schatten hun kansen op een VOG vaak laag in. Sommigen zien zelfs helemaal af van de aanvraag, uit angst voor afwijzing. Onterecht, want maar een klein deel van alle VOG-aanvragen wordt geweigerd: in 2019 slechts 0,33%. Om misverstanden over de VOG weg te nemen ontwikkelde Justis de VOG-check.
Ook bij een strafblad kans op een VOG
Wie de nieuwe VOG-check opent, beantwoordt eerst een serie vragen: Hoe oud ben je? In welke branche wil je werken? Heb je een strafblad? Vervolgens krijgt de bezoeker zijn/haar kansen op een VOG te zien. Voor mensen met een strafblad worden de kansen uitgesplitst per branche (horeca, kinderopvang, beveiliging, et cetera). Daarmee toont de VOG-check aan dat een lage kans op een VOG in één branche niet automatisch een lage kans in álle branches betekent. Zij krijgen ook te zien op welk moment in de toekomst de kansen op een VOG in bepaalde branches toenemen. Tijdens het gebruik van de check blijven bezoekers volledig anoniem; hun privacy is gewaarborgd. De VOG-check maakt op een laagdrempelige manier duidelijk dat niet ieder strafbaar feit het krijgen van een VOG in de weg hoeft te staan. De VOG draagt bij aan een veiligere samenleving, maar stimuleert tegelijkertijd resocialisatie: ook mensen met een strafblad maken kans op een VOG en daarmee op een beter leven, met nieuwe perspectieven.
Meer online vernieuwing
De VOG-check maakt deel uit van een breder pakket aan middelen die Justis inzet voor betere voorlichting en meer transparantie rondom de Verklaring Omtrent het Gedrag. Tegelijk met de check lanceert Justis ook een nieuwe versie van de website over de VOG, die met input van verschillende klantgroepen is ontwikkeld. Bekijk het resultaat op: www.justis.nl/vog.
Verbod zwijgcontracten in de zorg
Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) komt met een verbod op zwijgcontracten over incidenten in de zorg. Een wetsvoorstel hiertoe is in consultatie gegaan en gaat naar verwachting na de zomer naar de Tweede Kamer.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants.
Volstrekt onaanvaardbaar
De Jonge: “Zwijgcontracten in de zorg deugen niet en zijn volstrekt onaanvaardbaar. Ze staan haaks op een open en lerende cultuur die nodig is voor goede zorg. Een wettelijk verbod moet dit fenomeen nu echt uitbannen.”
Vrijheid belemmeren om verhaal te doen
Zwijgcontracten zijn overeenkomsten waarin afspraken tussen een cliënt en een zorgaanbieder staan, die een cliënt in de vrijheid belemmeren om over een incident met anderen te spreken. Cliënten mogen dan bijvoorbeeld niet met de media of met familieleden praten over wat hen is overkomen of ze mogen niet naar de inspectie stappen. “Juist als je heftige dingen hebt meegemaakt, is het belangrijk om daarover in gesprek te kunnen gaan. Niets mag een cliënt in de weg staan om zijn of haar verhaal te doen,” aldus minister De Jonge.
Ingrijpende gebeurtenissen
De afgelopen jaren hebben ingrijpende gebeurtenissen plaatsgevonden waarover zorgaanbieders een aantal keer zwijgcontracten hebben opgesteld. Hoewel de brancheverenigingen zich inzetten om hieraan een einde te maken, wordt cliënten nog steeds soms het zwijgen opgelegd door middel van deze contracten. Daarom kiest minister De Jonge nu voor een wettelijk verbod. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, mogen zwijgcontracten niet meer worden gesloten. De inhoud van zwijgcontracten die toch nog worden gesloten, wordt automatisch ongeldig verklaard.
Huisvesting van arbeidsmigranten
In Nederland verblijven ongeveer 500.000 arbeidsmigranten. De vraag naar buitenlandse werknemers blijft toenemen in de krappe arbeidsmarkt. Het gevolg is dat de vraag naar (tijdelijke) woonruimte voor deze groep de komende jaren verder groeit. De Rijksoverheid stimuleert gemeenten, verhuurders en werkgevers om goede en betaalbare (al dan niet tijdelijke) woonruimte voor arbeidsmigranten te creëren. Dat is hard nodig want er is nu al een tekort aan huisvesting voor arbeidsmigranten, en dat tekort groeit. Gevolg is dat verschillende arbeidsmigranten illegaal verblijven op een (voormalig) vakantiepark of verblijven in eengezinswoningen aan de onderkant van de kopersmarkt waardoor deze woningen worden onttrokken aan de woningmarkt.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de cursus huisvesting arbeidsmigranten.
Wat is de grootste misser geweest op het gebied van huisvesting van arbeidsmigranten?
De overheid heeft lange tijd weinig aandacht gehad voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Terwijl arbeidsmigranten een belangrijke rol spelen in de welvaart van Nederland. Inmiddels werken er ongeveer een half miljoen arbeidsmigranten in Nederland. Veelal in functies die we niet of onvoldoende ingevuld krijgen met arbeidskrachten uit ons eigen land. Arbeidsmigranten vullen deze leemte in en leveren op die manier een belangrijke bijdrage aan onze economie. Dit betekent dat we deze arbeidsmigranten keihard nodig hebben. Tegelijkertijd laat ons gastvrijheid soms te wensen over. Er zijn gevallen waarin arbeidsmigranten tegen flinke huurprijzen onder erbarmelijke omstandigheden worden gehuisvest. De betrokken (malafide) uitzendbureaus verdienen niet alleen geld aan het werk dat de arbeidsmigranten voor hun verzorgen, maar eveneens aan het onderdak dat zij aan hen verlenen. Er ontstaat een sterke afhankelijkheidsrelatie tussen arbeidsmigranten en (malafide) uitzendbureaus omdat zij niet alleen voor hun werk maar ook voor hun huisvesting van hun afhankelijk zijn. Dit kan misstanden en uitbuiting in de hand werken.
Waarom is er een beleid nodig voor huisvesting van arbeidsmigranten?
Momenteel is er in Nederland niet alleen krapte op de arbeidsmarkt maar ook op de woningmarkt. Het is voor onze burgers moeilijk om aan een betaalbare woning te komen. Veel (malafide) uitzendbureaus kopen relatief goedkope woningen op waarna deze dienst doen als onderdak voor arbeidsmigranten. Op deze manier worden woningen onttrokken aan de reguliere woningmarkt. In sommige gemeenten worden er talloze woningen opgekocht in bepaalde straten, buurten of wijken waar vaak veel te veel arbeidsmigranten in een relatief kleine woning worden gehuisvest. Door deze concentratie van arbeidsmigranten komt de leefbaarheid van de omgeving onder druk te staan.
Welk deel van het beleid moet worden herzien?
Het is belangrijk dat we de arbeidsmigranten op een goede manier huisvesten. Op deze manier kunnen we uitbuiting voorkomen en tegelijkertijd de leefbaarheid in de omgeving waarborgen. Hiervoor is het van belang dat de overheid, waaronder gemeenten, hier actief beleid op gaan voeren. Wanneer dit niet gebeurd kunnen er allerlei misstanden ontstaan waar zowel de arbeidsmigranten als de andere buurtbewoners niet bij gebaat zijn.
Wat is een illustrerend voorbeeld van misstanden bij de huisvesting van arbeidsmigranten?
Ik woon zelf tegenover een (voormalig) vakantiepark. Deze locatie is in het verleden uitgeroepen tot slechtste vakantiepark van Nederland. Op dit vakantiepark worden veel arbeidsmigranten gehuisvest. In sommige gevallen leven en overnachten er 12 arbeidsmigranten in een vakantiewoning waar slechts ruimte is voor 6 bedden. De gedachte van de (malafide) uitzendbureaus is dat ze de bedden kunnen delen omdat de arbeidsmigranten in ploegendiensten werken. Het is belangrijk dat tegen dit soort misstanden hard wordt opgetreden om misstanden te voorkomen.
Wat zijn belangrijke tips voor iedereen die te maken heeft met huisvesting van arbeidsmigranten?
Ga in gesprek met arbeidsmigranten en licht hen toe dat jij je inzet voor een veilige en leefbare omgeving voor iedereen, zowel voor hen als voor omwonenden. En ga daarnaast ook in gesprek met huisvesters van arbeidsmigranten, waaronder (malafide) uitzendbureaus. Breng ze op de hoogte van het (nieuwe) beleid (nadat dit ook daadwerkelijk is ingevoerd) en vraag ze zich hieraan te houden. Wanneer er zich misstanden blijven voordoen is het belangrijk dat er toezicht en handhaving plaatsvindt om een einde te maken aan misstanden. Soms kan handhaving ertoe leiden dat een huisvester alsnog geneigd is om zich aan het (nieuwe) beleid te confirmeren.
Einde aan schadelijke praktijken, zoals huwelijksdwang, achterlating en vrouwelijke genitale verminking
Artsen gaan maagdenvlieshersteloperaties niet meer uitvoeren. De beroepsgroep van gynaecologen NVOG past haar standpunt ten aanzien van deze operaties aan. Daarnaast worden kindhuwelijken die in het buitenland zijn gesloten, niet langer erkend in Nederland. Dat staat in een nieuw plan waarmee de minister van VWS en de minister voor Rechtsbescherming zogeheten schadelijke praktijken, zoals huwelijksdwang, achterlating en vrouwelijke genitale verminking aanpakken.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants.
Familiedruk
Het bloeden tijdens de eerste huwelijksnacht is binnen verschillende (sub-)culturen van belang als bewijs van maagdelijkheid. Meisjes die geen maagd meer zijn, maar dat willen verhullen, kunnen daarvoor een operatie ondergaan. De ingrepen worden verricht zonder medische noodzaak. De ministers vinden dat ongewenst en hebben nu met artsen afgesproken dat deze operaties niet meer worden uitgevoerd. Hiervoor past de beroepsgroep haar standpunt aan, zodat de Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd hierop kan handhaven. “Het is een schadelijke praktijk waar we echt een punt achter moeten zetten met elkaar. Je mag van de familiedruk op meisjes geen verdienmodel maken”, aldus minister Hugo de Jonge (VWS). Als ondanks het aanpassen of opstellen van het standpunt nog steeds maagdenvlieshersteloperaties worden uitgevoerd zal het kabinet overwegen dit wettelijk te gaan verbieden.
Kindhuwelijken
Het is al niet meer mogelijk om in Nederland voor je achttiende te trouwen, maar dit kan nog wel in andere landen. Een minderjarige die rechtsgeldig getrouwd is in het buitenland kan op dit moment nog – als beide partners meerderjarig zijn – in Nederland vragen om erkenning van dit huwelijk. Deze huwelijken zijn vaak tot stand gekomen doordat kinderen worden uitgehuwelijkt, iets waar zij zelf meestal weinig zeggenschap over hebben. Ministers Dekker en De Jonge vinden dit onwenselijk en wijzen erop dat een kindhuwelijk een schending is van de rechten van het kind. Daarom worden ook kindhuwelijken die in het buitenland zijn gesloten, niet langer erkend in Nederland. Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming): “Als je ouders je op jonge leeftijd uithuwelijken aan iemand die je misschien helemaal niet kent, komt er abrupt een einde aan je jeugd. Kinderen moeten kind kunnen zijn, en een huwelijk hoort daar niet bij. Zeker niet wanneer dit onder dwang gebeurt. Hier wil ik niet aan meewerken, daarom ga ik regelen dat een in het buitenland gesloten kindhuwelijk niet meer in Nederland wordt erkend.”
Actieagenda Schadelijke Praktijken
In de afgelopen jaren is er veel gedaan om schadelijke praktijken aan te pakken en slachtoffers eerder te signaleren en beter te helpen. Maar uit onderzoek in opdracht van de ministeries van VWS en JenV blijkt dat er nog veel knelpunten bestaan. Zo is er veel meer behoefte aan gebundelde expertise, betere voorlichting en laagdrempelige informatie. Ook het hulpaanbod voor (potentiële) slachtoffers blijkt veel te versnipperd. De ministers komen daarom met een serie aan maatregelen om schadelijke praktijken eerder en beter in beeld te krijgen, te stoppen en duurzaam op te lossen:
– Er komt één landelijk expertisecentrum voor (potentiële) slachtoffers zodat het voor hen duidelijk is waar zij terecht kunnen met vragen of voor hulp. Met een gerichte voorlichtingscampagne moeten (potentiële) slachtoffers beter worden bereikt en wordt het kennisniveau van professionals verbeterd.
– Om potentiële slachtoffers te beschermen willen de ministers de signalering door professionals op vliegvelden versterken. Hierbij wordt ook gekeken naar de ervaringen die zijn opgedaan in het Verenigd Koninkrijk.
– Om ongewenste huwelijken in Nederland zoveel mogelijk te weren, gaan de ministers in gesprek met onder meer de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken om ambtenaren van de burgerlijke stand te trainen hoe zij huwelijksdwang, kindhuwelijken en polygame huwelijken kunnen herkennen.
Meer maatregelen staan in het plan van aanpak Schadelijke Praktijken. Het plan is een uitwerking van het programma Geweld hoort nergens thuis waarin het kabinet samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en betrokken partijen huiselijk geweld en kindermishandeling willen terugdringen.



