Ondermijnende georganiseerde criminaliteit in tijden van de corona crisis
De hele wereld staat momenteel in het teken van het corona virus. Terwijl de reguliere economie tot stilstand is gekomen, gaat de georganiseerde criminaliteit ondergronds gewoon door. Sterker nog, in binnen- en buitenland springen criminelen slim in op de mogelijkheden die de uitbraak van het corona virus hun biedt.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en spreker op het online seminar De Veilige Gemeente.
Cocaïne in medicijntransport en oplichting
Een voorbeeld van hoe criminele organisaties de corona uitbraak misbruiken is door cocaïne mee te smokkelen in medicijntransporten. Op deze manier hopen zij hun drugs snel en ongezien op de gewenste plaats van bestemming te krijgen. Daarnaast zijn veel landen wanhopig op zoek naar medische apparatuur en beschermingsmiddelen. Criminelen spelen hier dankbaar op in met valse bestellingen die na betaling nooit bij de betreffende opdrachtgever aankomen. Als voorbeeld haalt Europol een onderzoek aan naar een investering van meer dan 6 miljoen euro voor nooit geleverde mondkapjes en handgel. Daarnaast worden er veel nepproducten geproduceerd en verkocht. Uit onderzoek van Europol blijkt dat er de afgelopen maand zo’n 34.000 nepmondmaskers in beslag genomen zijn. Tot slot vindt er diefstal plaats naar onder andere mondkapjes die vervolgens weer aan de hoogste bieder worden verkocht. Recent is er nog ingebroken bij een gezondheidscentrum in Putten waar mondkapjes werden ontvreemd.
Verover de harten van de bewoners
Mexico wordt al jarenlang geteisterd door het Sinaloa kartel dat zich bezighoudt met het vervoeren van cocaïne marihuana en amfetaminen. Dit kartel werd jarenlang geleid door drugsbaron El Chapo die bekend stond om zijn wreedheden. Nu tijdens de corona uitbraak deelt zijn dochten voedselpakketten uit in de stad Guadalajara. Het drugskartel hoopt hiermee het vertrouwen van de burgers te winnen. Dergelijke toestanden worden ook dichter bij huis gesignaleerd in Italië waar de maffia zich momenteel van zijn beste kant laat zien. Het is niet ondenkbaar dat ook criminelen in Nederland hun kans pakken om de corona uitbraak te misbruiken om hun machtpositie in een buurt of wijk uit te breiden.
Verder afglijden van kwetsbare buurten en wijken
Verschillende buurten in Nederland staan op het kantelpunt om af te glijden waarbij het welzijn van de bewoners, de leefbaarheid van de omgeving en/of de veiligheid in het gedrang kunnen komen. Door een opeenstapeling van sociale en economische problematiek in kwetsbare buurten, kan een voedingsbodem voor ondermijning ontstaan. Door de uitbraak van het corona virus kan dit proces worden versneld. Bewoners die in armoede leven en door hun opgebouwde schulden in de handen van criminelen worden gedreven. Deze criminelen misbruiken kwetsbare bewoners uit hun woonomgeving voor hun eigen gewin door hun hand- en spandiensten te laten verrichten voor criminele activiteiten. Dit is met name verleidelijk voor kwetsbare bewoners wanneer deelname aan criminele activiteiten meer kansen biedt op economische en sociale stijging dan hun reguliere werkzaamheden. Het keren van deze ontwikkeling vraagt om een buurtaanpak nieuwe stijl om de weerbaarheid van de buurt en haar bewoners te bevorderen en tegelijkertijd de voedingsbodem voor ondermijning te reduceren. In deze brede aanpak wordt op buurtniveau samengewerkt door de gemeente, woningcorporaties, scholen, zorg- en welzijnsinstellingen, politie, openbaar ministerie, buurtbewoners en ondernemers aan gezamenlijke maatschappelijke opgaven.
Kennis en ervaringen delen
Op 10 juni 2020 organiseert het Haags Congres Bureau een online editie van het seminar De Veilige Gemeente over ondermijnende georganiseerde criminaliteit vanuit een internationaal perspectief. Op het seminar komen aansprekende cases uit onder meer België, Colombia, Mexico en Nederland aan bod waarbij ook stil wordt gestaan bij de gevolgen van de uitbraak van het corona virus voor de bestrijding van ondermijnende georganiseerde criminaliteit in binnen- en buitenland.
Grapperhaus spreekt ICT-bedrijven aan op kinderporno op hun servers
Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid gaat gericht ICT-bedrijven aanschrijven waar kinderpornografisch materiaal op de servers is aangetroffen. Deze bedrijven zijn naar voren gekomen in een eerste monitoring die door de TU Delft is ontwikkeld om de publiek-private aanpak van online kinderporno te verbeteren. Minister Grapperhaus spreekt de bedrijven aan op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid om het internet op te schonen van (beelden van) seksueel kindermisbruik.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.
Met de voortschrijdende digitalisering van de samenleving is de verspreiding van online kinderporno zorgwekkend toegenomen. Dat blijkt ook weer uit recente cijfers van het Meldpunt Kinderporno (EOKM). Minister Grapperhaus heeft vanaf het begin van deze kabinetsperiode de aanpak online seksueel kindermisbruik samen met de ICT-branche opgepakt.
Maatschappelijk probleem
,,Het gaat om een gruwelijk maatschappelijk probleem. Hosters moeten ervan doordrongen zijn dat ze een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben om kinderen online te beschermen tegen misbruik. Ook als ouder materiaal blijft rondzwerven op het internet is dat zeer schadelijk voor het leven en de ontwikkeling van kinderen.’’ aldus Grapperhaus.
Publiek-private aanpak
De aanpak van online kinderporno kan alleen in publieke-private samenwerking slagen. Het uitgangspunt is dat de politie en het Openbaar Ministerie (OM) acute misbruiksituaties stoppen door daders op te sporen en te vervolgen. Dankzij investeringen in de opsporing wordt de aanpak van criminelen en daders in kinderpornonetwerken op darkweb succesvoller. Bij het schonen van het openbare web speelt de private sector – hosting providers – de hoofdrol. Het overgrote deel van het bedrijfsleven werkt ook mee aan een schoon internet en heeft zich gecommitteerd aan een 24-uurs norm voor het verwijderen van de schadelijke content van hun servers na een melding daarover.
Monitor
Door de monitor van de TU Delft komt in beeld welk bedrijf, waar en hoeveel kinderpornografisch materiaal op een server heeft staan. Uit de eerste meting van begin 2020 kwamen de 15 aangeschreven bedrijven in het vizier. Het beeld is dat het overgrote deel van de schadelijke content via een klein deel van deze bedrijven online komt. De komende maanden zal de monitor worden uitgebreid om te kunnen meten hoe lang de bedrijven erover doen om na het ontvangen van een melding de content te verwijderen. Wanneer de TU Delft de metingen compleet heeft en in een rapport heeft opgeleverd, zal minister Grapperhaus hierover de Tweede Kamer nader informeren. Daarmee worden de namen en prestaties van bedrijven bekend die kinderpornografisch materiaal (ongewild) hosten.
Bestuursrechtelijke handhaving
Voor bedrijven die niet willen meewerken aan het opschonen van het internet, wordt verder gewerkt aan een bestuursrechtelijke handhaving. Foute en lakse internetbedrijven riskeren hierdoor straks een boete of een dwangsom als zij na een melding van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik dit niet snel genoeg van het openbare web verwijderen.
Huiselijk geweld melden via apotheek
Met het codewoord ‘masker 19’ kunnen slachtoffers van huiselijk geweld vanaf 1 mei bij de apotheek een melding doen van huiselijk geweld. Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming en apothekersorganisatie KNMP hebben afgesproken om met deze nieuwe mogelijkheid het melden van huiselijk geweld laagdrempeliger te maken. Als een slachtoffer de woorden ‘masker 19’ uitspreekt, weet de apotheker dat de klant een melding wil doen van huiselijk geweld. Daarop wordt Veilig Thuis gewaarschuwd. Het codewoord biedt zo uitkomst voor slachtoffers die in deze tijd niet naar een veilige plek kunnen om huiselijk geweld telefonisch te melden.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.
Melden van huiselijk geweld
Huiselijk geweld melden kan in eerste instantie door telefonisch contact op te nemen met Veilig Thuis of – bij een levensbedreigende situatie – met de politie. In sommige gevallen is het voor slachtoffers lastig om te bellen zonder dat de dader dit merkt, zeker nu iedereen tijdens de coronacrisis zoveel mogelijk thuis is.
Thuis niet veilig
Minister De Jonge: “Als het thuis niet veilig is, is deze tijd extra zwaar. Juist nu mag vrouwen niets in de weg staan om huiselijk geweld te melden. Iedere drempel om te melden moeten we wegnemen. Het codewoord bij de apotheek is een extra mogelijkheid voor slachtoffers om hulp te vragen.”
Codewoord
Alle apotheken in Nederland ondernemen actie als iemand het codewoord noemt. Als een slachtoffer het codewoord ‘masker 19’ gebruikt bij de apotheek, en alleen is, nodigt de apotheker diegene uit om in een aparte ruimte samen Veilig Thuis te bellen. Als het slachtoffer samen met een ander de apotheek bezoekt, neemt de apotheker zelf contact op met Veilig Thuis. Het melden van huiselijk geweld via een codewoord bij de apotheek is al eerder in een aantal andere landen ingevoerd.
Extra geld voor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling
Het kabinet stelt volgend jaar 59,1 miljoen euro extra beschikbaar voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Er is in 2020 33 miljoen gereserveerd voor gesloten jeugdzorg.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.
Meer geld naar aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling
Het kabinet stelt komend jaar 59,1 miljoen euro extra beschikbaar voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Hiervan is 38,6 miljoen euro bestemd voor Veilig Thuis, waar door de nieuwe meldcode meldingen van professionals eerder binnenkomen. Daarnaast is er 15,5 miljoen euro extra budget beschikbaar voor extra opvangplekken voor acute crisissituaties in de vrouwenopvang en voor het oplossen van door- en uitstroomproblematiek aldaar, evenals voor de Centra Seksueel Geweld en 5 miljoen euro voor de uitvoering van de actieagenda Schadelijke Praktijken.
Impuls voor transformatie Gesloten Jeugdzorg
De meest kwetsbare jongeren moeten goede hulp krijgen in een woonomgeving die past bij hun zorg- en veiligheidsbehoefte. Daarom is de sector van plan de gesloten jeugdhulp te transformeren. Grote opgaven van de transformatie zijn het zo veel mogelijk voorkomen van plaatsingen in de gesloten jeugdhulp, en de ontwikkeling naar meer kleinschalige en gezinsgerichte woonvormen. Dit heeft consequenties voor het vastgoed van de gesloten jeugdhulp. Minder plaatsingen leiden tot leegstand en uiteindelijk afbouw van de capaciteit. Tegelijk vraagt de omvorming naar kleinschalige en gezinsgerichte woonvormen om investeringen. De kosten die horen bij deze vastgoedvraagstukken leiden tot een belemmering van de transformatie. Om de transformatie een impuls te geven en daarmee de continuïteit van deze essentiële vorm van jeugdhulp te borgen is er in 2020 een extra bedrag van 33,5 miljoen euro gereserveerd.
Slimmere aanpak criminaliteit door betere uitwisseling van gegevens
Criminele netwerken en ondermijnende praktijken waarbij onder- en bovenwereld met elkaar dreigen te vermengen, kunnen slimmer worden aangepakt. Voorwaarde is dat overheidsorganisaties ruimere mogelijkheden krijgen om de informatie waarover zij beschikken met elkaar te delen, zodat ze deze gezamenlijk kunnen analyseren. Dit is de kern van het wetsvoorstel gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS) van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid dat, mede namens minister Dekker voor Rechtsbescherming, bij de Tweede Kamer is ingediend.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.
Optimale gegevensuitwisseling
Minister Grapperhaus wil optimale gegevensuitwisseling mogelijk maken tussen overheidsinstanties, zoals gemeenten, politie, Openbaar Ministerie en de Belastingdienst. Voor de bestrijding van ernstige en ondermijnende criminaliteit moeten overheden die daarover informatie hebben, die gegevens met elkaar kunnen uitwisselen om effectiever op te treden.
Juridisch kader
Doordat nu een specifieke wettelijke grondslag voor onderlinge gegevensverwerking ontbreekt, is er in veel opzichten onduidelijkheid over de bestaande juridische mogelijkheden om informatie met meerdere overheidsorganisaties te delen en gezamenlijk te verwerken. Grapperhaus wil dat oplossen door met dit wetsvoorstel een duidelijk juridisch kader voor gezamenlijke gegevensverwerking neer te zetten. Waar dat echt noodzakelijk is, kan in beperkte mate ook informatie worden uitgewisseld met private partijen, bijvoorbeeld banken.
Bescherming van de privacy
De legale economische structuren en goede infrastructuur van Nederland zijn ook voor criminelen aantrekkelijk om hun illegale handel te bedrijven en hun illegaal verkregen vermogen wit te wassen. Daarom is het noodzakelijk dat opsporingsorganisaties en andere overheidsinstanties onderling intensiever kunnen samenwerken – en soms ook met bedrijven en branches. Om grip te houden op de gegevensuitwisseling, vooral met het oog op bescherming van de privacy, gaat het wetsvoorstel gepaard met aanvullende waarborgen voor het gebruik van die gegevens.
Gezamenlijke data-analyse
Op dit moment hebben overheidsorganisaties slechts beperkte mogelijkheden om een gezamenlijke data-analyse uit te voeren met elkaars gegevens. Als het gaat om het tegengaan van de productie, handel en doorvoer van synthetische drugs, cocaïne, heroïne en hennep, het witwassen van de crimineel geld en de aanpak van fraude blijkt gezamenlijke, domein-overstijgende gegevensverwerking een belangrijk middel om snel criminele netwerken en hun sleutelfiguren in beeld te brengen. Verder kunnen in een gezamenlijk casusoverleg bepaalde personen en ondernemingen met elkaar in verband worden gebracht.
Knelpunten bij gegevensuitwisseling met private partijen
Ook bij de gegevensuitwisseling met private partijen zijn er knelpunten die moeten worden opgelost. Bijvoorbeeld om de kennis die er bij het bedrijfsleven is over nieuwe ontwikkelingen, risico’s en technieken, beter te benutten. Zo spelen banken bijvoorbeeld een cruciale rol bij de bestrijding van financieel-economische criminaliteit.
Gegevensverwerking samenwerkingsverbanden
Het wetsvoorstel neemt deze knelpunten weg en geldt voor samenwerkingsverbanden die bij of krachtens deze wet zijn aangewezen. Dat betreft allereerst de gezamenlijke gegevensverwerking van een viertal bestaande samenwerkingsverbanden: het Financieel Expertisecentrum (FEC), de Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen (iCOV), de Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s) en de Zorg- en Veiligheidshuizen (ZVH’s).
Integrale aanpak
Zij werken samen voor de integrale aanpak van integriteitsrisico’s van het financiële stelsel, witwas- of fraudeconstructies, georganiseerde criminaliteit en complexe problemen rond personen op het vlak van zorg en veiligheid. Het wetsvoorstel zorgt ervoor dat niet alleen de informatieverstrekking aan, maar ook de verwerking van gegevens binnen die samenwerkingsverbanden makkelijker wordt. En ook de verstrekking van informatie vanuit zo’n verband aan een deelnemer of, onder specifieke voorwaarden, aan een derde.
Makkelijker gegevens uitwisselen
Om flexibel te kunnen zijn, wil Grapperhaus ook nieuwe samenwerkingsverbanden makkelijker gegevens laten uitwisselen. Die worden dan bij algemene maatregel van bestuur (amvb) aangewezen. In zo’n amvb staat nauwkeurig omschreven wat het doel is van de samenwerking en welke specifieke regels gelden voor de verwerking van gegevens. Het parlement zal hierbij vooraf worden betrokken.
Nieuwe aanpak ondersteuning politiemedewerkers met PTSS
Het stelsel beroepsziekten, beroepsincidenten en dienstongevallen van de politie wordt verbeterd. De behandeling en ondersteuning van politiemedewerkers die letsel oplopen gedurende hun werk, zoals een Posttraumatisch Stressstoornis (PTSS), moet eenvoudiger, met minder druk op de medewerker, meer tempo in de afhandeling en met re-integratie bij de politie als uitgangspunt.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants.
Hoog risicoberoep
Dat hebben minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en de korpsleiding vastgesteld in gesprekken met medewerkers met PTSS, de vakorganisaties en de Centrale Ondernemingsraad, en op basis van een evaluatie van het stelsel. Politiemedewerkers hebben een hoog risico beroep. Zij krijgen tijdens hun werkzaamheden te maken met ingrijpende gebeurtenissen die fysiek en emotioneel grote impact kunnen hebben. Dit moet zoveel als mogelijk worden voorkomen, maar als het gebeurt, dan moet de zorg, ondersteuning (materieel en immaterieel) en begeleiding worden geboden die de medewerker nodig heeft. De nieuwe aanpak van de korpsleiding, de minister van JenV, de vakorganisaties en de COR moet dit bieden.
Verbetering aanpak
Voor de verbetering van het stelsel zijn onderstaande contouren opgesteld. Samen met de vakorganisaties en de Centrale Ondernemingsraad worden de contouren uitgewerkt en zullen afspraken gemaakt worden over de uitvoering. Daarnaast wordt er een plan opgesteld om per individuele (ex)medewerker te komen tot een afhandeling van de benodigde zorg en toegekende aanspraken, die recht doet aan de situatie. De jurisprudentie en de contouren voor het nieuwe stelsel worden hierbij in acht genomen.
Zorgplicht
De zorgplicht van de werkgever geldt voor alle collega’s die een beroepsziekte hebben opgelopen of een dienstongeval hebben gehad. Voor medewerkers behorende tot de doelgroep van bijzondere zorg, zoals medewerkers met risicovolle werkzaamheden, geldt een extra zorgplicht die in het nieuwe stelsel tot uiting komt. Deze medewerkers krijgen bij dienstongevallen en beroepsziekten direct de beste zorg, aandacht en ondersteuning om te kunnen richten op herstel en re-integratie. Daarnaast ontvangt de betrokken medewerker direct aanspraken en voorzieningen als deze bijdragen aan het herstel.
Melden
Het melden van beroepsgerelateerd letsel is daarbij voldoende om direct toegang te krijgen tot voorzieningen. Deze zijn gelijk voor iedere medewerker, ongeacht wat diegene is overkomen. Alleen als later blijkt dat er geen verband blijkt te zijn tussen het letsel en de uitoefening van het beroep worden de extra voorzieningen die politie biedt, stopgezet. Men behoudt dan de overige voorzieningen die zijn getroffen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid.
Kosten
Alle kosten die in redelijkheid gemaakt zijn voor behandeling en herstel worden voor deze medewerkers bij beroepsgerelateerd letsel vergoed, dat geldt ook voor inkomens- en carrièreschade. Hiermee wordt zoveel als mogelijk voorkomen dat de medewerker de werkgever aansprakelijk moet stellen voor restschade bij de civiele rechter. Ook wordt onderzocht of een commissie, bestaande uit leden van zowel de politie als de vakbonden, verzoeken tot restschade kan beoordelen.
Compensatie
Daarnaast verstrekt de werkgever smartengeld in verband met de gederfde levensvreugde door de beroepsziekte of het dienstongeval. De hoogte van het smartengeld wordt afgestemd op wat maatschappelijk gebruikelijk is.
Uitgangspunt
Het uitgangspunt is dat een medewerker re-integreert in zijn eigen functie, door middel van deskundige begeleiding naar passend werk en met volledige loondoorbetaling. Als dit bijvoorbeeld door de aard en zwaarte van de werkzaamheden niet kan of men dat niet wil, wordt samen met de medewerker gekeken naar andere passende oplossingen binnen of buiten de politie.
Start landelijke campagne tegen huiselijk geweld in coronacrisis
Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Justitie en Veiligheid starten een nieuwe campagne tegen huiselijk geweld. Onder het bekende motto ‘Het houdt niet op, totdat je iets doet’ helpt deze campagne slachtoffers en omstanders in actie te komen bij huiselijk geweld.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.
Spanningen thuis
Om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, worden noodzakelijkerwijs ingrijpende maatregelen genomen. Mensen werken en leven daardoor meer thuis, hebben minder sociale contacten, minder afleiding en kunnen onzekerheid hebben over hun inkomen. Dat kan betekenen dat de spanningen thuis oplopen, wat de kans op fysiek, psychisch of seksueel geweld vergroot.
Verborgen problematiek
Nu mensen elkaar minder treffen op verjaardagsfeestjes, school of de sportclub, blijft huiselijk geweld vaker verborgen. In deze uitzonderlijke tijd is het daarom extra van belang dat mensen iets doen. Een kleine stap kan al een groot verschil maken. Zowel voor mensen die zelf te maken hebben met huiselijk geweld als voor mensen in hun omgeving.
Het houdt niet op, totdat je iets doet
De nieuwe landelijke campagne richt zich op de eerste belangrijke stap die mensen kunnen maken: praat er over of vraag advies. Voor de campagne worden TV- en radiospots ingezet, online advertising en is een campagnewebsite ingericht. Op de website www.ikdoeietstegenhuiselijkgeweld.nl kunnen mensen concrete tips en adviezen vinden over wat zij kunnen doen bij kindermishandeling, partnermishandeling en ouderenmishandeling.
Extra geld voor aanpak ondermijnende criminaliteit
Het kabinet heeft in de voorjaarsnota 2020 extra geld vrijgemaakt voor de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Dat blijkt uit de Voorjaarsnota die minister Hoekstra van Financiën naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.
Breed offensief tegen georganiseerde criminaliteit
Het breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit is een beleidsintensivering van het kabinet. Hiervoor komt 141 miljoen euro ter beschikking in 2021 en in de jaren daarna wordt dat 150 miljoen euro structureel. Vorig jaar was al bij najaarsnota voor de jaren 2019 en 2020 110 miljoen euro incidenteel vrijgemaakt in de aanpak van de criminele (drugs)industrie en het weerbaarder maken van onze samenleving en legale economie tegen het gif van crimineel geld, bedreigingen, intimidaties en liquidaties waardoor ondermijning dreigt. Dit ingezette breed offensief door minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid kan nu met structureel geld verder worden uitgebouwd.
Multidisciplinair Interventie Team
Zo zijn eerder dit jaar de eerste mensen begonnen aan de opbouw van het Multidisciplinair Interventie Team (MIT) dat bestaat uit dedicated specialisten van de politie, Openbaar Ministerie, FIOD, KMar, Douane en Belastingdienst. Het MIT kan nu met structureel geld uitgroeien naar een zelfstandige team van specialisten op het gebied van intelligence en digitale, internationale en financiële opsporing. Het (inter)nationaal opererende team is aanvullend op andere bestaande diensten en zal zich toeleggen op het blootleggen en verstoren van criminele bedrijfsprocessen; bijvoorbeeld in de logistiek en op financieel terrein. Het gaat uiteindelijk om het oprollen van criminele netwerken en het afpakken van criminele vermogens; ofwel het afbreken van machtsposities van criminele kopstukken en hun facilitators.
Stelsel Bewaken en Beveiligen
Daarnaast wordt met het structurele geld de komende jaren het stelsel van bewaken en beveiligen en de getuigenbescherming duurzaam versterkt. Voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit is een belangrijke voorwaarde dat veiligheid en weerbaarheid wordt geboden aan getuigen en cruciale beroepsgroepen die zich inzetten voor de democratische rechtsstaat, zoals lokale bestuurders, rechters, officieren van justitie, agenten, advocaten en journalisten.
Gebiedsgerichte aanpak van kwetsbare jongeren
Verder is er incidenteel geld in 2021 en 2022 beschikbaar voor de lokale en regionale aanpak in het breed offensief tegen ondermijning. Daarbovenop worden nu met behulp van de incidentele middelen uit de najaarsnota projecten in wijken opgestart om te voorkomen dat kwetsbare personen en vooral jongeren worden geïntimideerd en/of verleid om af te glijden naar de criminaliteit.
€ 200 miljoen voor woonplekken met begeleiding voor dak- en thuislozen
Het kabinet stelt € 200 miljoen beschikbaar voor de aanpak van dak- en thuisloosheid in 2020 en 2021. Staatssecretaris Blokhuis (VWS) maakte dit bekend. Aanleiding voor de aanpak is de verdubbeling van het aantal dak- en thuislozen sinds 2009, die bleek uit de CBS-cijfers van afgelopen zomer. De aanpak zal zich met name richten op het beschikbaar stellen van extra woonplekken met begeleiding voor deze doelgroep.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.
Kwetsbare groep
Staatssecretaris Blokhuis (VWS): “Het aantal mensen dat in Nederland dak- en thuisloos is, is onacceptabel hoog. Bovendien maakt de huidige coronacrisis duidelijk dat we de hulp voor deze kwetsbare groep onvoldoende op orde hebben. Iedereen moet momenteel zoveel mogelijk binnenblijven, maar deze mensen kúnnen vaak niet eens binnen blijven. De urgentie om hen beter te helpen is hoog, daar kunnen we niet langer mee wachten. Daarom ben ik blij dat we hier nu concreet werk van gaan maken, samen met gemeenten, woningcorporaties, cliëntenorganisaties en zorgaanbieders. Doel is dak- en thuisloosheid zoveel mogelijk te voorkomen en mensen die dak- en thuisloos zijn zo snel mogelijk aan een eigen woonplek met begeleiding te helpen. Als mensen toch in de opvang moeten verblijven, dan bij voorkeur niet langer dan drie maanden.”
Direct aan de slag
Door de € 200 miljoen voor de aanpak van dakloosheid nu toe te kennen, kunnen gemeenten al een aantal voorbereidende acties in gang zetten. Op deze manier kan er op 1 juni, wanneer het geld beschikbaar komt, direct met de uitvoering worden gestart. Later dit voorjaar presenteert staatssecretaris Blokhuis, samen met staatssecretaris Van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en minister Ollongren (Binnenlandse Zaken), het plan van aanpak om dak- en thuisloosheid terug te dringen.
Inbreng centrumgemeenten
In december heeft staatssecretaris Blokhuis de centrumgemeenten maatschappelijke opvang gevraagd om in kaart te brengen hoeveel dak- en thuislozen zij in de regio hebben en welke woon- en zorgbehoefte er is. De aangeleverde informatie vormt de basis voor de aanpak van dak- en thuisloosheid en sluit dus zoveel mogelijk aan op de plannen en behoeften van gemeenten. Van de 43 centrumgemeenten hebben 21 gemeenten concrete plannen ingediend met extra maatregelen die zij voor deze doelgroep willen treffen en waar zij gelijk in juni mee kunnen starten. De overige gemeenten hebben meer tijd nodig voor het maken van een plan en krijgen de mogelijkheid om in 2021 alsnog te starten met de uitvoering.
Opvang tijdens de coronacrisis
Staatssecretaris Blokhuis blijft ondertussen nauw in contact met gemeenten en hulpverleners over de opvang van dak- en thuislozen tijdens de coronacrisis. Eind maart stelde hij, samen met VNG, Valente en COMO, RIVM en IJG een richtlijn vast met als doel mensen zo goed mogelijk ‘s nachts én overdag te blijven opvangen, maar tegelijkertijd cliënten en hulpverleners zo goed mogelijk te beschermen tegen besmetting met het coronavirus (COVID-19).
Evaluatiecommissie Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten
De ministerraad heeft ingestemd met de instelling van een onafhankelijke commissie die de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 gaat evalueren. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan een afspraak uit het regeerakkoord om uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van de wet op 1 mei 2018 deze te evalueren.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casusregie voor de aanpak van ondermijning.
Samenstelling commissie
De evaluatiecommissie staat onder voorzitterschap van mevrouw drs. R.V.M. (Renee) Jones-Bos en start vanaf 1 mei 2020 met haar werkzaamheden voor zover de maatregelen ter bestrijding van het Coronavirus dat toelaten. Naast de voorzitter worden nog zes andere leden benoemd. Hun benoeming vindt plaats zodra een veiligheidsonderzoek door de AIVD met positief resultaat is afgerond. Bij de samenstelling van de commissie wordt gelet op de voor de evaluatie benodigde kennis en expertise op het vlak van wetgeving, operationele kennis van de werkzaamheden van inlichtingen- en veiligheidsdiensten, digitale veiligheid en data-analyse, mensenrechten en privacy.
Evaluatie van de wet en niet de diensten
De commissie is belast met een evaluatie van de wet en niet met een evaluatie van het goed functioneren van de diensten. De evaluatie heeft een brede reikwijdte. Een belangrijke onderzoeksvraag is of de doelstellingen van de wet, te weten modernisering van de bevoegdheden van de diensten en versterking van de waarborgen, worden behaald. Ook moet de commissie bezien of de nieuwe wet in de praktijk een werkbaar instrument is gebleken voor de taakuitvoering van de diensten en welke knel- en aandachtspunten er zijn in de toepassing van de wet.
Openbaar verslag
De commissie zal verslag uitbrengen in een openbaar evaluatierapport. De opleveringsdatum van het rapport wordt vastgesteld na overleg met de voorzitter van de commissie en is afhankelijk van de invloed die de Coronamaatregelen hebben op de voortgang van het werk van de commissie. Vooralsnog wordt uitgegaan van publicatie voor het eind van dit jaar.



