Adviesrecht gemeenten helpt mensen met schulden

Mensen met problematische schulden krijgen straks hulp die beter is toegespitst op hun situatie. Gemeenten kunnen de rechter adviseren of deze mensen het beste kunnen worden geholpen door een beschermingsbewindvoerder, dan wel dat ze verder worden ondersteund door de gemeentelijke schuldhulpverlening. Dit adviesrecht van gemeenten bij zogenoemd schuldenbewind is geregeld in een wetsvoorstel van minister Dekker (voor Rechtsbescherming) dat bij de Tweede Kamer is ingediend, mede namens staatssecretaris Van Ark (van Sociale Zaken en Werkgelegenheid).

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de cursus aanpak woonoverlast.

Problematische schulden

Mensen met problematische schulden kunnen worden geholpen met schuldenbewind. Een bewindvoerder beheert dan hun financiën en stabiliseert de situatie. Schuldenbewind is een ingrijpende maatregel. Gemeenten kunnen mensen met schulden ook ondersteunen met lichtere vormen van hulp. Het wetsvoorstel regelt dat gemeenten drie maanden nadat schuldenbewind is ingesteld de rechter mogen adviseren of een inwoner het beste kan worden geholpen door voortzetting van het bewind, of door een lichtere vorm van gemeentelijke ondersteuning. Het wetsvoorstel stelt gemeenten zo in staat hun regierol bij schuldhulpverlening beter te vervullen en draagt bij aan de samenwerking tussen rechtbanken, gemeenten en bewindvoerders.

Meest passende hulp

Dekker: “ ‘Samenwerking tussen rechters, gemeenten en bewindvoerders maakt het mogelijk de meest passende hulp te vinden voor mensen met schulden. Dit wetsvoorstel stimuleert de samenwerking tussen deze partijen.’

Actieplan Brede Schuldenaanpak

De maatregel vloeit voort uit het regeerakkoord. Het is onderdeel van het Actieplan Brede Schuldenaanpak. Doel is om mensen met schulden beter te helpen en het aantal mensen met problematische schulden terug te dringen.

Bepaalde tijd

Verder regelt het wetsvoorstel dat schuldenbewind alleen nog voor bepaalde tijd kan worden ingesteld. Op dit moment mag dat ook voor onbepaalde tijd, maar zo’n bewind duurt vaak lang. Het wetsvoorstel draagt eraan bij dat een schuldenbewind niet langer loopt dan noodzakelijk.


Coronamaatregelen voor bescherming en inzetbaarheid agenten

De coronacrisis grijpt direct in op het dagelijks werk van de politie, de veiligheid van agenten en hun inzetbaarheid. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid neemt daarom maatregelen om agenten meer te beschermen en hun inzetbaarheid zeker te stellen. Zo heeft de ministerraad ingestemd met een wetsvoorstel, waardoor van hoestende en spugende verdachten gedwongen wangslijm kan worden afgenomen om te testen op corona. Hierdoor kan worden getest of agenten of andere hulpverleners risico lopen als mensen met opzet spugen of hoesten om te besmetten met het corona-virus (COVID-19)

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding integraal toezichthouder. handhaving.

Beledigend en levensgevaarlijk

“Nu met het corona-virus is het werk voor agenten en andere hulpverleners nog belangrijker dan ooit. Deze mensen moeten we koesteren. Het is onbegrijpelijk dat er mensen zijn die met opzet spugen of hoesten in iemands gezicht. Het is niet alleen smerig en beledigend, maar met het corona-virus ook nog eens levensgevaarlijk. Niet voor niets hanteert het OM hierbij een lik-op-stukbeleid en wordt dit onder poging tot zware mishandeling geschaard.” aldus minister Grapperhaus.

Bescherming tegen opzettelijke besmetting

Ook is besloten dat mondafscherming kan worden aangebracht bij het vervoer van verdachten en personen met verward gedrag, zodat agenten minder kans lopen op opzettelijke besmetting of minder last hebben van dreiging daarvan. Agenten kunnen tijdens vervoer opzettelijk hoesten of spugen niet ontwijken. De mondafscherming wordt als extra instrument toegevoegd aan de uitrusting van de politie bij vervoer van verdachten of verwarde personen. Politiemedewerkers moeten hun werk veilig kunnen doen.

Tijdelijke maatregelen om publiekcontact te beperken

Verder laat minister Grapperhaus aan de Tweede Kamer weten dat op een aantal andere terreinen tijdelijke maatregelen nodig zijn om te zorgen dat de politie inzetbaar blijft en het publiekcontact in bureaus tot het noodzakelijke beperkt kan blijven. Aangiftes die geen fysieke aanwezigheid vereisen kunnen via de elektronische weg plaatsvinden, bijvoorbeeld als het gaat om vermogensdelicten.

Baliecontacten en huisbezoeken

Verder gaat het onder meer om het tijdelijk aanpassen van de trainingen binnen de politie en leden van de mobiele eenheid, zodat er minder fysiek contact is. Ook worden tijdelijk certificaten van combinaties politiegeleider-politiehond verlengd. Hetzelfde geldt voor jachtaktes en vergunningen voor beveiligingsorganisaties en wapenverlofhouders. Voor deze zaken zijn anders baliecontacten en huisbezoeken nodig.


Kabinet: bij geweld tegen politieagenten en hulpverleners geen taakstraf

Geweld tegen personen met een publieke taak, zoals politieagenten, brandweerpersoneel en hulpverleners, is onaanvaardbaar. Deze functionarissen handhaven de orde, treden op onder gevaarlijke omstandigheden en verlenen hulp aan mensen in nood. Niet zelden staan zij mensen bij die in acuut levensbedreigende situaties verkeren. Geweld tegen dit soort functionarissen moet dan ook stevig worden aangepakt, daar past geen taakstraf bij. Dat is de kern van een wetsvoorstel van minister Dekker voor Rechtsbescherming en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid waarmee de ministerraad heeft ingestemd.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding integraal toezichthouder handhaving.

Het huidige taakstrafverbod voor geweld- en zedenmisdrijven wordt door dit wetsvoorstel uitgebreid naar elke vorm van geweld tegen personen in de uitoefening van een publieke taak, gericht op de handhaving van de openbare orde of veiligheid. Het gaat dan niet alleen om politiemensen, medewerkers van de brandweer of ambulance en buitengewoon opsporingsambtenaren, maar ook om andere personen met een publieke taak die tijdens hun werk met geweld te maken kunnen krijgen. Bijvoorbeeld artsen en verpleegkundigen, verkeersregelaars en gevangenispersoneel. Of een jeugdbeschermer die het gesprek aangaat met een ouder over de opvoeding van een minderjarige en een conducteur die de reiziger verzoekt een geldig vervoersbewijs te tonen. Omdat hun werk handelend optreden vereist, hebben zij niet de mogelijkheid een stap terug te doen en zichzelf in veiligheid te brengen. Zij verdienen bescherming tegen geweld.


Bewoners vakantieparken mogen niet op straat belanden

Minister van Veldhoven voor Milieu en Wonen roept gemeenten en veiligheidsregio’s op om bewoners van vakantieparken niet op straat te laten belanden tijdens de coronacrisis. De minister vraagt nu niet te handhaven op permanente bewoning van vakantieparken tenzij er sprake is van een onveilige situatie of criminaliteit. Daarnaast mag een eventuele sluiting van vakantieparken geen gevolgen hebben voor bewoners.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de cursus huisvesting arbeidsmigranten.

Menselijke maat

Minister van Veldhoven; “Ik vraag gemeenten om met de menselijke maat te handhaven als het gaat om de permanente bewoning van een vakantiewoning zonder dat daar een vergunning voor is en vooral te zoeken naar maatwerkoplossingen. Dat gebeurt gelukkig al vaak, maar zeker nu ten tijde van de coronacrisis vraag ik daar extra aandacht voor. Mensen moeten niet op straat belanden in een tijd dat het extra moeilijk is om een andere woning te vinden.”

Eenvoudiger permanente bewoning toestaan

Om het voor gemeenten eenvoudiger te maken om permanente bewoning van een recreatiewoning toe te staan wordt naast de reeds bestaande persoonsgebonden omgevingsvergunning ook een objectgebonden vergunning mogelijk gemaakt. Daardoor kunnen gemeenten ook toestaan dat in een specifieke recreatiewoning altijd mensen mogen wonen. Hiervoor wordt een wijziging van het besluit omgevingsrecht doorgevoerd. Wat de beste optie is voor een specifiek vakantiepark blijft een lokale keuze.


Wetsvoorstel over het Europees Openbaar Ministerie naar Tweede Kamer

Een wetsvoorstel van minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) dat de uitvoering van de Verordening Europees Openbaar Ministerie voor Nederland regelt, is recent ingediend bij de Tweede Kamer. Er zijn slechts beperkte aanpassingen in wetgeving nodig om opsporing onder het gezag van en vervolging door het Europees Openbaar Ministerie (EOM) in Nederland mogelijk te maken.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training procesregie op de aanpak van ondermijning.

Oprichting EOM

Doel van de verordening is de financiële belangen van de Unie beter te beschermen tegen strafbare feiten, die jaarlijks aanzienlijke financiële schade veroorzaken. Om dit te realiseren is het EOM opgericht, dat fraude met EU-subsidies, invoerrechten en omzetbelasting vervolgt.

Afbreuk aan vertrouwen en geloofwaardigheid

Naar schatting wordt jaarlijks voor een bedrag van honderden miljoenen tot een miljard euro gefraudeerd met EU-gelden. Dit gaat ten koste van de begroting van de Unie en doet afbreuk aan het vertrouwen in en de geloofwaardigheid van de Unie. Bovendien schaadt het de doelmatige besteding van het budget van de Unie. Daarom is de wens ontstaan om hier vanuit de Europese Unie effectiever tegen te kunnen optreden.

Grensoverschrijdende samenwerking

Europese aanklagers op centraal niveau in Luxemburg, ondersteund door gedelegeerde Europese aanklagers in de 22 deelnemende lidstaten, gaan hiermee aan de slag. De verordening geeft regels over de werkwijze van het EOM en over grensoverschrijdende samenwerking hierbij tussen EOM-lidstaten.

Nationale structuren en wettelijke bevoegdheden

Het EOM is een orgaan van de Europese Unie. Uitgangspunt is dat het samenwerkt met de nationale autoriteiten en gebruik maakt van de nationale structuren en wettelijke bevoegdheden. Het EOM kan niet alleen zelf een onderzoek instellen of laten instellen, maar ook een nationaal onderzoek overnemen. Het EOM maakt geen deel uit van de Nederlandse rechterlijke organisatie; en al evenmin maakt het Nederlandse openbaar ministerie deel uit van het EOM. Naar verwachting is het EOM op zijn vroegst eind 2020 operationeel.


Financiële zekerheid zorgaanbieders tijdens coronacrisis

Door de coronacrisis ervaren veel zorgaanbieders financiële onzekerheid, omdat zij onverwachts veel meer zorg moeten verlenen of juist veel minder. De ministeries van VWS en JenV en de VNG hebben daarom afspraken gemaakt over het waarborgen van financiële zekerheid van zorgaanbieders binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants.

Tijdelijke maatregelen

Het gaat om tijdelijke maatregelen voor onder meer het financieren van extra kosten, compensatie voor omzetderving, het op peil houden van liquiditeit en het versoepelen van verantwoording. De maatregelen om het coronavirus COVID-19 maximaal te controleren leiden ertoe dat zorgaanbieders soms méér of andere zorg en ondersteuning verlenen dan normaal. Ook kan bijvoorbeeld de sluiting van de dagbesteding betekenen dat aanbieders werk verliezen. Hiermee brengt de uitbraak van het coronavirus financiële onzekerheden voor zorgaanbieders met zich mee.

Dringend beroep

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) doen een zeer dringend beroep op alle gemeenten om hun aanbieders van jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering en maatschappelijke ondersteuning, financiële zekerheid en ruimte te bieden tot in elk geval 1 juni 2020. Aanbieders hebben dat nodig om in deze fase van de crisis continuïteit van zorg en ondersteuning te kunnen garanderen en professionals in te zetten daar waar ze het nu het meest nodig zijn. Ook blijft zo voldoende capaciteit beschikbaar voor toekomstige zorg en ondersteuning.


Minderjarige vreemdelingen reizen vaak door

Een deel van de alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) trekt rond in Europa of is op doorreis naar een ander land. Ze lijken niet geïnteresseerd te zijn in de uitkomst van de asielprocedure en verblijven relatief korte tijd in de Nederlandse opvang. Dat blijkt uit onderzoek.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent van de cursus huisvesting arbeidsmigranten.

Van de amv’s die met onbekende bestemming vertrekken, is de helft al weg voordat de beslissing van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) op de eerste asielaanvraag is genomen. Dat blijkt uit een interne data-analyse van het ministerie van Justitie en Veiligheid naar alle amv’s met een registratie van vertrek met onbekende bestemming tussen 2015-2018 bij het COA of Nidos (de voogdij-instelling voor amv’s). Het merendeel van de onderzochte groep is tussen de 15 en 17 jaar oud (75%) en mannelijk (88%). Uit het onderzoek blijkt verder dat 64% al een keer eerder door een andere EU-lidstaat aangetroffen en geregistreerd is.

Kwetsbare groep

In de COA-opvang worden minderjarigen die aangeven de opvang te willen verlaten, gewezen op risico’s van illegaliteit en de mogelijkheden die bestaan voor terugkeer naar het land van herkomst. Daarnaast is er 24 uur per dag beveiliging op de opvanglocaties aanwezig. Amv’s waarbij signalen van mensenhandel bekend zijn, worden in de beschermde opvang geplaatst, waar zij intensieve begeleiding krijgen om hun veiligheid te vergroten. Jongeren kunnen de opvang echter wel verlaten. Hoewel het onwenselijk is dat deze groep met onbekende bestemming vertrekt, mag de reguliere en beschermde opvang volgens de wet niet in gesloten setting plaatsvinden.

Verdwijning van Vietnamese alleenstaande minderjarige vreemdelingen

Vietnamese amv’s lijken, meer dan de andere onderzochte groep, ingesteld te zijn op doorreis en Nederland slechts als transitland te zien. Uit onderzoek van het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel (EMM) naar de verdwijning van Vietnamese amv’s blijkt dat deze jongeren vaak georganiseerd vertrekken. Deze signalen wijzen op mensensmokkel en mensenhandel, daarom worden Vietnamese amv’s standaard in de beschermde opvang geplaatst.

Registratie

Om te zorgen dat vermiste amv’s snel worden opgespoord, is binnen de keten de afgelopen maanden gewerkt aan het maken van nieuwe werkafspraken. De Vreemdelingenpolitie, het COA, Nidos en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) hebben afspraken gemaakt over wie, wanneer, welke rol heeft bij de vermissing van minderjarige vreemdelingen. Zo kan het vertrek van een minderjarige vreemdeling voortaan ook geregistreerd worden als vertrek met bekende bestemming. Als duidelijk is dat de vreemdeling elders veilig is, dan kan de voogdij worden overgedragen. Ook kan dan het onderzoek van de politie worden afgesloten.

Internationale aanpak

Europese samenwerking is daarnaast nodig om vermiste amv’s te vinden. Zo wordt er gewerkt om de registratiemogelijkheden in vingerafdrukdatabase van de Europese Unie aanzienlijk te vergroten, onder andere met gezichtsherkenning en uitgebreidere personalia. Verbeterde registratie zal bijdragen aan het opsporen en identificeren van amv’s die reizen tussen lidstaten van de EU. Doordat Vietnamese amv’s snel doorreizen, zijn de mogelijkheden die Nederland heeft om hier eigenstandig iets aan te doen beperkt.

EMPACT-Trafficking Human Beings

Nederland is daarom in 2019 trekker geworden van EMPACT-Trafficking Human Beings (THB). Dit is een EU-project voor samenwerking tegen mensenhandel waaraan 29 landen en vier EU-agentschappen deelnemen. EMPACT-THB zet zich daarnaast in om structurele samenwerkingsverbanden te verkennen met ook niet-EU-landen. Vietnam is één van de landen waarmee zo’n nadere samenwerking onderzocht wordt rondom mensenhandel en mensensmokkel.


Geen huisuitzettingen tijdens coronacrisis

Door de coronacrisis moet niemand op straat belanden. Dat vinden minister van Veldhoven van Milieu en Wonen en de verhuurdersorganisaties en brancheverenigingen (Aedes, IVBN, Kences, Vastgoed Belang). Ze hebben daarom afgesproken nu geen huisuitzettingen te doen. Daarnaast komt de minister met een spoedwet om tijdelijke huurcontracten te verlengen. De Woonbond en de LSVb ondersteunen dit. In aansluiting op dit statement hebben leegstandbeheerders in een eigen verklaring aangegeven hoe ze omgaan met hun bewoners in deze crisistijd.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent van de cursus Aanpak woonoverlast.

Maatwerk leveren

Het kabinet heeft maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat zo min mogelijk mensen op korte termijn in de financiële problemen komen. Voor huurders die ondanks die maatregelen niet de maandelijkse huur kunnen betalen, spannen verhuurders zich in om maatwerk te leveren. Daarnaast worden er gedurende de coronacrisis geen huisuitzettingen gedaan. Tenzij er evidente redenen zijn, zoals criminele activiteiten of extreme overlast.

Passende stappen

De woonpartijen vertegenwoordigen ruim 80% van de huurhuizen in Nederland. De minister verwacht dat er met deze afspraken passende stappen zijn gezet om ten tijde van de coronacrisis geen huisuitzettingen te doen. Indien blijkt dat afspraken niet nageleefd worden of verhuurders die niet aangesloten zijn bij een verhuurderorganisatie toch overgaan tot huisuitzettingen is een wettelijke maatregel niet uitgesloten.

Spoedwetgeving

De minister komt met spoedwetgeving die het mogelijk maakt dat tijdelijke huurcontracten worden verlengd voor een tijdelijke periode tijdens deze crisis. Nu kan een tijdelijk huurcontract alleen worden aangezegd of worden omgezet in een vast contract. Dit kan een oplossing bieden voor huurders die tegen het einde van de looptijd aanlopen, maar door de coronacrisis geen mogelijkheid hebben om een andere woning te zoeken. Het streven is dat de wet zo snel mogelijk in werking treedt.

Gezamenlijk statement verhuurders

  • De gevolgen van coronavirus raken ons allemaal. Huurders kunnen te maken krijgen met een (plotseling) verlies van inkomen als gevolg van het coronavirus zelf of als gevolg van de maatregelen omtrent het coronavirus. Dit kan iedere huurder treffen: gezinnen, studenten, alleenstaanden of andere huishoudens. Sommige huurders kunnen daardoor niet langer de maandelijkse huur betalen. 
  • Onderstaande partijen zien het als een gedeelde verantwoordelijkheid om met elkaar te zorgen voor huurders die door de coronacrisis hard worden geraakt. Een prettig huis is in deze situatie extra belangrijk. 
  • Het Kabinet neemt diverse maatregelen om huishoudens te helpen, om werkgevers te ondersteunen zodat mensen hun baan kunnen houden en maatregelen voor ZZP’ers en flexwerkers in het bijzonder om hen in hun inkomstenvoorziening te ondersteunen. 
  • Naast de ondersteuning vanuit de overheid komen ook andere partijen in beeld die een bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van eventuele problemen. Hiertoe behoren ook verhuurders. Hiermee pakken we in passend overleg gezamenlijk onze verantwoordelijkheid, zodat huurders met problemen niet alleen komen te staan. 
  • De overheid is het startpunt voor ondersteuning, ook voor huurders. Getroffen huurders zullen daarom actief moeten zoeken naar mogelijkheden die de getroffen maatregelen bieden voor ondersteuning bij hun financiële situatie. Maar ook door het aanspreken van bestaande mogelijkheden, zoals het aanvragen van bijstand, een uitkering bij het UWV of het aanpassen van toeslagen. Verhuurders zullen huurders proactief wijzen op deze mogelijkheden, bijvoorbeeld door het plaatsen van links op hun websites. 
  • Het kost tijd voordat dit is geregeld en mensen daadwerkelijk financiële ondersteuning ontvangen en in sommige situaties kunnen huurders deze periode niet financieel overbruggen. In die situaties spannen verhuurders zich maximaal in binnen hun mogelijkheden om te zoeken naar maatwerkoplossingen voor huurders die in de betalingsproblemen zijn gekomen door het coronavirus. 
  • Tevens zullen verhuurders geen incassokosten doorberekenen aan huurders die door het coronavirus in de problemen zijn gekomen. Hierbij geldt als gezamenlijke lijn dat huisuitzettingen voorlopig worden uitgesteld gedurende de crisisperiode, tenzij er evidente redenen zijn, zoals criminele activiteiten of extreme overlast. Voor procedures tot huisuitzetting die voor 12 maart jongsleden reeds liepen zal de verhuurder de individuele situatie beoordelen. 
  • Het Kabinet zal het daarnaast via spoedwetgeving mogelijk maken dat tijdelijke huurcontracten kunnen worden verlengd voor een tijdelijke periode tijdens deze crisis. Deze maatregel is ingegeven vanuit het besef dat door de coronacrisis het dagelijks leven van velen op zijn kop staat. Voor degenen die besmet zijn met het virus en hun naasten is de impact zeer groot en direct. Maar ook de maatregelen die zijn getroffen grijpen diep in op de samenleving. In deze tijden past het niet om van huurders te verwachten dat zij hun volle aandacht kunnen richten op het zoeken naar andere woonruimte, terwijl opzegtermijn van de verhuurder voor hun tijdelijke huurcontract dichtbij is. Voor verhuurders en huurders die al overeengekomen waren dat het huurcontract verlengd zou worden naar een overeenkomst voor onbepaalde tijd heeft deze maatregel geen gevolgen. 
  • Indien de verhuurders als opdrachtgever voor leegstandsbeheer actief zijn zullen zij alert zijn op de gevolgen van bewoners van leegstaand vastgoed waarbij dergelijke contracten aflopen tijdens deze coronacrisis. Dit in lijn met de positie die de VLBN kenbaar heeft gemaakt. 
  • Bij de uitwerking van dit statement zijn wij ook in overleg getreden met de Woonbond, als belangenvereniging van de Nederlandse huurders, en de LSVb, als vertegenwoordiging van studenten. De Woonbond en de LSVb zijn blij met het statement, omdat het onzekerheid vermindert bij huurders die vanwege de coronacrisis in de problemen kunnen komen.

Integrale en wijkgerichte aanpak van ondermijnende criminaliteit

Verschillende buurten en wijken in Nederland staan op het kantelpunt om af te glijden waarbij het welzijn van de bewoners, de leefbaarheid van de omgeving en/of de veiligheid in het gedrang kunnen komen. In deze kwetsbare buurten misbruiken enkele bewoners hun woonomgeving voor hun eigen (financiële) gewin (bijvoorbeeld wanneer een hennepplantage wordt geplaatst bij buurtbewoners met schulden). Het keren van deze ontwikkeling vraagt om een integrale en wijkgerichte aanpak waarbij op buurtniveau onder regie van de gemeente wordt samengewerkt met onder meer de politie en woningcorporaties om de weerbaarheid van de buurt en bewoners te bevorderen en tegelijkertijd de voedingsbodem voor ondermijning te reduceren.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.

De meervoudige en complexe problematiek in buurten vraagt om een multidisciplinaire samenwerking in een gezamenlijke werkomgeving waarbij betrokken partners gemeenschappelijk tot een doeltreffende aanpak komen. Voor een succesvolle uitvoering van de aanpak is regievoering cruciaal. De regisseur ziet er op toe dat de betrokken partners relevante informatie rechtmatig en doelmatig met elkaar delen, op basis daarvan een plan van aanpak opstellen, bewaakt de uitvoering en voortgang daarvan en grijpt in wanneer de situatie daarom vraagt. Om regie te voeren is een goede informatiepositie vereist zodat interventies gericht en in samenhang kunnen worden ingezet om de meervoudige complexe problematiek effectief aan te pakken. Veel problemen van huishoudens blijven verscholen achter de voordeur. Het is voor de betrokken organisaties afzonderlijk van elkaar vaak niet duidelijk wat er exact speelt in een buurt of in een huishouden. Dit maakt het niet mogelijk adequaat op problemen van huishoudens in te spelen. De regisseur kan zijn of haar informatiepositie versterken door het registreren, delen, bundelen en analyseren van de informatie die in de gemeentelijke organisatie en bij zijn of haar partners in de buurt of wijk aanwezig is. Door de informatie van de afzonderlijke organisaties bij elkaar te brengen, ontstaat vaak wel een completer beeld van de situatie.

Overzicht, inzicht en regie op resultaat

C3Group heeft in samenwerking met RONT Management Consultants een applicatie ontwikkeld waarmee integraal en domein overstijgend casus- en procesregie kan worden gevoerd bij meervoudige en complexe problematiek met overzicht, inzicht en regie op resultaat op alle signalen, analyses en samenwerking die onderdeel zijn van de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Voorbeelden van toepassingsgebieden zijn een persoonsgerichte, groepsgerichte en gebiedsgerichte aanpak. De applicatie levert niet alleen meer efficiëntie op in het werkproces, maar leidt ook tot aanzienlijk betere resultaten (blijkt uit een inventarisatie onder gemeenten die reeds enkele jaren gebruik maken van de applicatie).

Integraal als toverwoord

Iedereen wil integraal werken maar tegelijkertijd is het voor betrokkenen onduidelijk hoe je integraal werkt. Organisaties werken nog steeds te veel vanuit eigen doelen en belangen. Bij de aanpak van complexe en meervoudige problematiek van huishoudens in kwetsbare buurten en wijken zijn veel organisaties betrokken. De organisaties stemmen hun interventies regelmatig nog onvoldoende op elkaar af. Tegelijkertijd is er onvoldoende zicht op de meerwaarde van betrokken organisaties voor de totale aanpak en ontbreekt het aan een constructieve werkwijze voor het overbruggen van belangenverschillen. Ook wordt vaak niet de inhoud, maar de structuur van het netwerk van organisaties centraal gesteld. Ter ver doorslaan in integraal werken leidt tot verdichting en een toename van overleggen. Dit gaat ten koste van een slagvaardige uitvoering. Maar wat maakt nu de kans op succes bij een integrale aanpak groter en wanneer moeten we op onze hoede zijn voor een mislukking?

Vertrek vanuit de bestaande situatie

Creëer inzicht in de bestaande situatie door de overleggen en deelnemende organisaties rondom huishoudens en buurten in beeld te brengen. Sluit vervolgens aan op de goed functionerende overleggen. Denk groot, maar begin klein. Door op kleine schaal de aanpak succesvol te maken, kan het succes zich verspreiden.

Doel van de samenwerking

Maak (per casus) duidelijk wat de opgave is en daaraan gerelateerd het doel van de samenwerking. Voor een effectieve aanpak is zicht nodig op de problematische situatie waarin het huishouden zich bevindt. Belangrijke vragen zijn: wat zijn de problemen? Hoe kunnen de problemen worden opgelost en welke organisaties zijn daarbij nodig? Wat is de rol van het huishouden? Wat is de toegevoegde waarde van de samenwerking met andere partijen?

Organiseer inzicht in elkaars expertise

Weet van elkaar welke expertise er in huis is en welke belangen je dient. Plaats het belang en de expertise in het licht van de geconstateerde problematiek en zoek naar een gemeenschappelijk belang. Valkuil bij een samenwerking is dat de route naar de juiste aanpak bureaucratiseert, omdat er steeds meer organisaties bij betrokken raken en met elkaar in overleg (moeten) treden. Om dit te voorkomen is het van belang tot een duidelijke afbakening van taken te komen. Efficiënt samenwerken betekent soms dus ook afspreken dat je niet samenwerkt (op bepaalde onderdelen van de aanpak).

Stel met elkaar een passende werkvorm vast

Om te komen tot een goede coördinatie moet voor een huishouden één plan worden opgesteld. Om dit te bereiken is een slimme en eenduidige samenwerkingsstructuur nodig, zodat wordt voorkomen dat meerdere leden van het huishouden in allerlei verschillende overleggen en netwerken worden besproken zonder dat de betrokken organisaties hier weet van hebben. Bij deze samenwerkingsstructuur hoort ook een gezamenlijk, efficiënt informatie- en registratiesysteem. Signalen van alle betrokken organisaties, komen op één plek bij elkaar zodat alle relevante informatie voorhanden is.

Training casus- en procesregie

Om de applicatie van C3 Group succesvol toe te passen moeten de regisseurs goed zijn toegerust en beschikken over zowel systeem als soft skills. RONT Management Consultants verzorgt al ruim 10 jaar een training op casus- en procesregie die nu in samenwerking met de C3Group wordt gegeven. Het gebruik van de applicatie vormt een onderdeel van de training, zodat de regisseurs naast de soft kills ook hun systeem skills ontwikkelen en de applicatie succesvol kunnen gebruiken in hun dagelijkse praktijk. De training bestaat uit een mix van theorie (kennis), voorbeelden uit de praktijk (casuïstiek uit de eigen organisatie en van elders uit het land), vaardigheden (trainen van competenties) en gereedschap (applicatie en methodieken) die gezamenlijk moeten leiden tot een aanpak die werkt en tot het gewenste resultaat leidt.


Plan van aanpak hoog complexe zorg GGZ belangrijke stap in goede richting

Staatssecretaris Blokhuis (VWS) vindt het plan dat zorgverzekeraars en –aanbieders hebben opgesteld om mensen met een hoog complexe zorgvraag beter te helpen, een belangrijke stap in de goede richting. Een stap die volgens de bewindspersoon hoognodig genomen moest worden. De betrokken partijen hebben een nieuwe werkwijze afgesproken voor een passende behandeling op maat voor deze groep patiënten, met steun van GGZ Nederland en Zorgverzekeraars Nederland.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.

Het gaat om mensen die het ondanks hulp van aanbieders en zorgbemiddeling van de zorgverzekeraar niet gelukt is om een passende plek te vinden. Bijvoorbeeld omdat ze meerdere aandoeningen hebben of verschillende typen zorg nodig hebben. Soms komen daar ook nog problemen bij op het gebied van wonen en werk. Het gaat naar schatting om 250 tot 300 mensen.

Luisteren naar patiënten

Blokhuis: “Het is niet uit te leggen dat mensen met de zwaarste psychische en sociale problemen het langste moeten wachten op de zorg die ze nodig hebben. Daarom ben ik blij met het plan. Het zet een paar belangrijke wissels om. Ook zie ik betrokken partijen die gemotiveerd zijn om het te regelen. Ik ga de uitvoering uiteraard kritisch volgen en luister naar vertegenwoordigers van de patiënten om te horen of de maatregelen daadwerkelijk het verschil maken. Ook met aanbieders en verzekeraars blijf ik in contact om de plannen aan te vullen en bij te sturen waar nodig. Daar betrek ik ook de gemeenten bij vanwege hun belangrijke taak bij hulpverlening in de wijk.”

Met prioriteit een behandeling op maat

De belangrijkste afspraak in het plan is dat patiënten met een hoog complexe zorgvraag met prioriteit een behandeling op maat krijgen. Per 1 april start daarom speciaal voor deze groep patiënten een landelijk netwerk van zorgaanbieders en zorgverzekeraars die zorgen voor een maatwerkoplossing. Grote ggz-aanbieders hebben de leiding in deze aanpak. Als er een passend aanbod is gevonden of nieuw is opgezet, zorgt de zorgverzekeraar voor de financiering.

Financiële lasten beter verdelen

Voor complexe problemen zijn de financiële risico’s voor zorgorganisaties soms groot. Het gaat bij deze patiënten vaak om langdurige trajecten en kostbare behandelingen. De staatssecretaris gaat met de verzekeraars en de Nederlandse Zorgautoriteit zorgen voor het inperken van die risico’s en het beter verdelen van de lasten. Zo kunnen verzekeraars en aanbieders er zeker van zijn dat de financiering niet in de weg staat om deze groep patiënten te behandelen.

Aanvullende maatregelen

De maatregelen komen bovenop de al lopende plannen om de ambities in de GGZ waar te maken die in het hoofdlijnenakkoord GGZ zijn afgesproken. Daarin zijn ook afspraken gemaakt over de toegankelijkheid en het verbeteren van de kwaliteit en de aanpak van de wachtlijsten.