Kabinet voorkomt stapelen boetes bij mensen met schulden

Mensen die hun boetes wel willen betalen maar dat door problematische schulden niet kunnen, krijgen voortaan meer ademruimte. Minister Dekker (Rechtsbescherming) komt namelijk per 1 april 2020 met een zogenoemde noodstopprocedure bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Deze moet voorkomen dat deze mensen verder in de problemen komen.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Minister Dekker: “Het innen van boetes hoort op een verantwoorde en fatsoenlijke manier te gebeuren. Wie de verkeersregels overtreedt en een boete krijgt, moet uiteraard op de blaren zitten. En wie niet betaalt, riskeert een verhoging. Maar mensen die wel willen betalen, maar vanwege problematische schulden niet kunnen, moeten we niet onnodig dieper in de problemen brengen. Met deze nieuwe procedure snijdt het mes aan twee kanten. Het punitieve karakter van boetes blijft overeind staan. Maar we bieden mensen ook een kans om met schuldhulpverlening hun leven weer op de rails te krijgen.”

Noodstopprocedure

De noodstop gaat gelden voor verkeersboetes en strafrechtelijke geldelijke sancties, zoals door de rechter of het OM opgelegde boetes en ziet er als volgt uit: Mensen die door schulden hun boete niet kunnen betalen, en waarbij geen uitzicht bestaat op betaling, kunnen een noodstop van maximaal 4 maanden krijgen. Het CJIB schort de inning dan op en er worden geen nieuwe verhogingen opgelegd. De persoon die de noodstop krijgt moet zich bij de gemeente melden voor schuldhulpverlening. Wordt deze hulp gestart, dan kan de noodstop met 8 maanden worden verlengd. De boete wordt na de noodstop (in termijnen) afbetaald. De noodstop kan worden beëindigd als afspraken niet worden nagekomen.

Invoering per 1 april 2020

Het afgelopen jaar is de noodstopprocedure ontwikkeld in samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het CJIB, de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG), Divosa, de NVVK (branchevereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren) en de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Haarlem, Tilburg en Deventer ontwikkeld. De procedure zal per 1 april 2020 landelijk worden ingevoerd. Hiermee geeft minister Dekker invulling aan de ambitie in het regeerakkoord om de stapeling van boetes bij te laat betalen te maximeren, en daarmee ook aan de Brede schuldenaanpak van het kabinet.


Achterstandswijken terug in Nederland?

Achterstandswijken in Nederland? Die zijn dichterbij dan ooit. De leefbaarheid in buurten met veel corporatiewoningen gaat harder achteruit dan verwacht. Mensen voelen zich onveiliger, de overlast neemt heftiger vormen aan en dat maakt de oplossingen complexer. Veel buurten staan op het punt te veranderen in probleemgebieden als we nu niet ingrijpen.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de cursus Aanpak woonoverlast.

Buurten die al zwak waren zijn de laatste jaren nog zwakker geworden. ‘De Vogelaarwijken uit 2007 komen terug als wij niet direct de handen ineenslaan.’ Dat zegt Aedes-bestuurslid Hester van Buren in reactie op het onderzoeksrapport Veerkracht in het corporatiebezit. Rijk en gemeenten moeten de handen ineenslaan. Woningcorporaties roepen op tot een verbeterde wijkaanpak en sluiten daar graag bij aan.

Sociaal zwakke buurten nóg sterker geraakt

In opdracht van branchevereniging Aedes werd de leefbaarheid in wijken onderzocht. Uit de tweede meting blijkt dat de problemen in de kwetsbare wijken verder toenemen. De instroom van mensen met een laag inkomen in wijken met corporatiewoningen blijft groeien. Daar komt bij dat huurders met een hoger inkomen steeds vaker de wijken verlaten. De concentratie van mensen die vaker hulp en ondersteuning nodig hebben is daardoor nóg groter dan verwacht.

Bewoners met uiteenlopende sociale problemen in dezelfde wijk

Het aantal kwetsbare groepen, zoals bewoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, mensen met een licht verstandelijke beperking en met psychiatrische problemen, neemt fors toe. Steeds meer bewoners met uiteenlopende sociale problemen wonen samen in dezelfde wijk. Dit vraagt om een integrale aanpak. ‘Losse ingrepen hebben geen effect meer. De fase van pleisters plakken is voorbij’, meldt Hester van Buren.

Integrale sociale buurtaanpak

Corporaties zien dat veel kwetsbare mensen te vaak in dezelfde wijk komen wonen. Steden worden prettiger leefbaar als kwetsbare mensen ook in sociaal sterkere wijken kunnen wonen. Corporaties willen samen met gemeenten meer sturen op spreiding en te veel geconcentreerde plaatsingen voorkomen. Gemeenten zorg dat marktpartijen binnen hun projecten ook voldoende sociale huurwoningen opnemen. Hoewel corporaties zien dat alle partijen het probleem erkennen, constateren we dat dit onvoldoende is.

Gezamenlijke actie

‘Het is nu tijd voor gezamenlijke actie om een tweedeling in wijken te voorkomen’, aldus Ester van Buren. Corporaties roepen de overheid daarom op om de markttoets af te schaffen zodat woningcorporaties ook woningen met een middenhuur kunnen bouwen in wijken waar nu te veel sociale huurwoningen staan. Daarnaast dienen ook kwetsbare huurders de zorg en begeleiding te krijgen die ze nodig hebben. Dan kunnen corporaties doen waar ze goed in zijn. Goede woningen bouwen met aandacht voor de wijken en met oog voor de huurder. Lokaal maatwerk staat bij corporaties hoog op de agenda, maar zij kunnen dat niet alleen. Dat verdient extra aandacht van alle partijen.

Samenwerking en data delen

Cruciaal hierbij is een goede samenwerking tussen gemeenten, corporaties en zorg- en welzijnsorganisaties. Aedes roept deze partijen op om samen te werken aan een integrale sociale buurtaanpak. ‘We kunnen nu nog voorkomen dat er nieuwe Vogelaarwijken ontstaan. Het is niet te laat maar wel 1 voor 12’, volgens Ester van Buren. Dat betekent heldere afspraken maken en die vastleggen in prestatieafspraken. Wat daarbij helpt, is de mogelijkheid om gegevens in een vroeg stadium te delen. Dan kan er goed gekeken worden in welke wijk iemand het beste past.


Knalvuurwerk en vuurpijlen verboden conform OVV-advies

De jaarwisseling moet feestelijk en veilig zijn. Daarom worden knalvuurwerk en vuurpijlen verboden voor consumenten. Dit gaat komende jaarwisseling in. Het verbod is aanvullend op het eerder aangekondigde verbod op F3-vuurwerk (zoals ratelbanden en Chinese rollen) en singleshots. Dat heeft de ministerraad besloten op voorstel van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en minister Van Veldhoven voor Milieu en Wonen. Het verbod is noodzakelijk omdat de recente jaarwisseling wederom niet goed is verlopen. Er was sprake van onacceptabel veel letsel en incidenten. En het aantal geweldsincidenten tegen agenten is in vijf jaar niet zo hoog geweest.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Aanvullende maatregelen

Een verbod op vuurpijlen en knalvuurwerk is in lijn met de aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid uit 2017. Het OVV-rapport adviseert daarnaast om te zorgen voor meer inzicht in de relatie tussen het type vuurwerk en de omvang en ernst van het letsel. Ook dat advies wordt overgenomen. Daarmee zijn alle aanbevelingen van het OVV-rapport overgenomen. Net als de afgelopen jaren blijft het kabinet de jaarwisseling evalueren en worden eventuele aanvullende maatregelen niet uitgesloten. Het kabinet wil dat mensen de mogelijkheid behouden om op een prettige manier vuurwerk af te steken. Het lichte vuurwerk in de F1-categorie en verschillende soorten siervuurwerk in de categorie F2 blijven daarom toegestaan voor consumenten. Het gaat dan onder meer om fonteinen en tollen.

Handhaving van vuurwerkverbod

Gemeenten spelen een belangrijke rol bij een veilige en prettige jaarwisseling. Zij kunnen vuurwerkshows en andere festiviteiten (laten) organiseren, en maatregelen opleggen aan bekende raddraaiers. Ook kan de gemeente (delen van) het grondgebied vuurwerkvrij maken, als ook combineren met het organiseren van lokale vuurwerkevenementen. Een dergelijk evenement wordt gehouden onder verantwoordelijkheid van een professionele vuurwerkbeziger die ervoor zorgt dat vuurwerk veilig wordt afgestoken en het publiek voldoende afstand houdt. In de lokale driehoek worden verder afspraken gemaakt over de extra inzet die nodig zal zijn op de handhaving van het vuurwerkverbod.

Aanpak van illegaal vuurwerk en bestrijden van geweld tegen hulpverleners

De aanpak om tot een meer veilige jaarwisseling te komen heeft niet alleen betrekking op vuurwerk, maar ook op de aanpak van illegaal vuurwerk en het bestrijden van geweld tegen hulpverleners. Zo is sinds 15 december 2019 het hinderen van hulpverleners overal strafbaar en is de straf verhoogd. Ook is een taakstrafverbod in voorbereiding bij geweld tegen personen met een publieke taak.


Vernieuwd communicatienetwerk C2000 voor hulpverleners in werking getreden

Recent is de migratie van het huidige naar het nieuwe communicatienetwerk C2000 succesvol verlopen. Het netwerk is vernieuwd om een goede mobiele communicatie tussen noodhulpdiensten goed te kunnen blijven faciliteren en hun veiligheid te garanderen. De migratie is de afgelopen maanden onder regie van het ministerie van Justitie en Veiligheid zorgvuldig voorbereid door de politie, de ambulancezorg, brandweer en gebruikers van het ministerie van Defensie.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Overgang naar vernieuwd communicatienetwerk

Meer dan 80.000 hulpverleners communiceren 7 dagen per week, 24 uur per dag, via C2000 met de meldkamer en met elkaar. Zij gebruiken het gesloten systeem tijdens het dagelijks werk, maar ook bij grote incidenten en rampen. Tijdens de migratie in de nacht van 27 op 28 januari is het huidige spraaknetwerk van C2000 enkele uren op stand-by gezet. Tegelijkertijd werd het vernieuwde netwerk ingeschakeld. Hierdoor hadden porto- en mobilofoons conform planning gedurende enkele uren geen bereik. Noodhulpdiensten hebben daarom via alternatieve procedures en communicatiemiddelen, zoals de mobiele telefoon, hun werk gedaan. Zo kon het werk van de hulpverleners door gaan en merkten inwoners niets van de migratie. Ook bleef het alarmnummer 112 gewoon bereikbaar. Direct na de migratie was er weer landelijke dekking, nu op vernieuwde C2000 communicatienetwerk.

Ondersteuning om eventuele aanloopproblemen te verhelpen

Hulpverleners blijven gebruik maken van hun bestaande portofoons en mobilofoons. Het nieuwe netwerk is net als het oude netwerk gebaseerd op de internationale TETRA-standaard. Zoals bij elk nieuw systeem is het in de eerste periode wennen voor gebruikers en beheerders. De komende periode wordt het functioneren van vernieuwde spraaknetwerk daarom intensief gemonitord. En wordt extra ondersteuning geboden om eventuele aanloopproblemen te verhelpen.


Makkelijker achternaam wijzigen na misdrijven in de familiekring

Voor slachtoffers van misdrijven in de familiekring wordt het makkelijker om hun achternaam te wijzigen. De ministerraad heeft daarmee ingestemd op voorstel van minister Dekker voor Rechtsbescherming. Het wijzigen van de achternaam na misdrijven in de familiekring is nu vaak nog lastig en in de meeste gevallen zijn er kosten aan verbonden. Het kabinet wil naamswijziging in deze gevallen vergemakkelijken en kosteloos maken.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants.

Dekker: ‘Een slachtoffer van een misdrijf in de familiekring draagt vaak dezelfde achternaam als degene die zich er schuldig aan heeft gemaakt. Ik begrijp het dus heel goed als slachtoffers hun achternaam willen veranderen. Een nieuwe achternaam kan nodig zijn om een breuk te maken met een pijnlijk verleden. Nu moeten zij daarvoor heel veel moeite doen, wat weer zorgt voor het openrijten van oude wonden en nieuw leed. Dat moet in de toekomst dus anders en gemakkelijker.’

Wat gaat er veranderen?

Op dit moment is het voor slachtoffers in de praktijk al mogelijk om hun achternaam te wijzigen als zij een onherroepelijke veroordeling van de dader kunnen overleggen. In die gevallen is naamswijziging ook kosteloos. Met dit voorstel kunnen ook slachtoffers die geen veroordeling kunnen overleggen, gemakkelijker hun achternaam wijzigen. Nu moeten zij nog een verklaring laten zien van een onafhankelijke deskundige waaruit blijkt dat zij lichamelijke of psychische hinder hebben van hun achternaam. Het moet ook voldoende zijn als de eigen behandelaar dat verklaart. In deze gevallen wordt naamswijziging ook kosteloos als het Schadefonds Geweldsmisdrijven een uitkering heeft toegekend aan het slachtoffer.

Voor wie?

De vereenvoudigingen gelden in gevallen waarin sprake is van bepaalde misdrijven, bijvoorbeeld misdrijven tegen de burgerlijke staat en ernstige geweldsmisdrijven in de familiekring.

Hoe werkt het?

Een aanvraag voor de wijziging van een achternaam kan ingediend worden bij Justis, de screeningsautoriteit van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Justis beslist namens de minister voor Rechtsbescherming of de achternaam mag worden gewijzigd.


Gebiedsgerichte aanpak van ondermijning

Verschillende buurten en wijken in Nederland staan op het kantelpunt om af te glijden waarbij het welzijn van de bewoners, de leefbaarheid van de omgeving en/of de veiligheid in het gedrang kunnen komen. Het keren van deze ontwikkeling vraagt om een gebiedsgerichte aanpak om de weerbaarheid van de buurt duurzaam te bevorderen en tegelijkertijd de voedingsbodem voor ondermijning te reduceren. Buurten komen tot bloei als stimulering en preventie hand in hand gaan met een veiligheidsaanpak. We moeten niet alleen werken aan de achterkant van Nederland, maar vooral ook werken aan de voorkant van Nederland. Dit vraagt om een brede integrale benadering waarbij op buurt- en wijkniveau wordt samengewerkt door de gemeente, woningcorporaties, scholen, zorg- en welzijnsinstellingen, politie, openbaar ministerie, buurtbewoners en ondernemers aan gezamenlijke maatschappelijke opgaven.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving en docent op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning.

De transformatie van de stad Medellin in Colombia

Een aansprekend voorbeeld uit het buitenland is burgemeester Sergio Fajardo, die Medellin van gevaarlijkste stad van Colombia (die werd geteisterd door geweld van drugsbendes) transformeerde tot een innovatieve en welvarende stad. De stad Medellin heeft een ommekeer bewerkstelligd door niet zo zeer te investeren in veiligheidsmaatregelen, maar in infrastructuur en mobiliteit, educatie, kunst en cultuur. De volkswijken aan de rand van de stad die bijna kopje onder gingen in het bendegeweld en de schrijnende armoede, werden door middel van een nieuw metrostelstel, kabelbanen en bussen verbonden met de rest van de stad waaronder het centrum. Op deze manier kregen deze bewoners een betere toegang tot werk, onderwijs, gezondheidszorg en andere voorzieningen zoals bibliotheken die gratis toegankelijk zijn. Daarnaast kwamen er alfabetiseringsprojecten, bibliotheken, scholen en culturele centra en wel in de oude met kogels doorzeefde oorlogszones van de drugsbendes. Door de kansen in achtergestelde wijken te vergroten, werd de voedingsbodem voor drugscriminaliteit aanzienlijk weggenomen.

Nationaal Programma Rotterdam Zuid

Een ander voorbeeld dichter bij huis is de aanpak van problematiek in Rotterdam Zuid. In het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ), werken Rijk, de gemeente Rotterdam, corporaties, zorginstellingen, schoolbesturen, bedrijfsleven, politie en Openbaar Ministerie aan een gezonde toekomst voor Rotterdam Zuid. Samen willen deze partners ervoor zorgen dat opleidingsniveau, arbeidsparticipatie en woonkwaliteit in 20 jaar stijgen naar het gemiddelde van de vier grote steden in Nederland.

Kwaliteitssprong Zuid, ontwikkeling vanuit kracht

Eind 2010 gaf de toenmalige minister voor Wonen, Wijken en Integratie, Eberhard Van der Laan, opdracht aan Wim Deetman en Jan Mans om te adviseren over de aanpak van de problemen in Rotterdam Zuid. In februari 2011 verscheen het rapport ‘Kwaliteitssprong Zuid, ontwikkeling vanuit Kracht’. Hierin concludeerden Wim Deetman en Jan Mans dat Rotterdam Zuid kampt met problemen die on-Nederlands zijn. De commissie stelde dat de gemeente Rotterdam, het rijk, bewoners, woningcorporaties, bedrijfsleven, scholen en andere lokale partners gezamenlijk en vanuit een gedeelde visie aan de slag moesten om doorbraken te realiseren op Rotterdam-Zuid.

Problemen in omvang en intensiteit ongekend voor Nederland

Een Nationaal Programma was nodig, omdat de sociaaleconomische problemen in omvang en intensiteit ongekend zijn voor Nederland. Ook wees de commissie op het belang van voldoende doorzettingsmacht in de wijken op Zuid en op een boodschap die aansluit bij de belevingswereld van bewoners. Tot slot stelden Wim Deetman en Jan Mans dat bewoners en ondernemers nadrukkelijk een rol moeten spelen bij het oplossen van de problemen op Zuid. Deze adviezen zijn ter harte genomen en hebben in het najaar van 2011 geleid tot het Nationaal Programma Rotterdam Zuid. Een breed gedragen aanvalsplan om de achterstanden te bestrijden en het leven op Zuid te verbeteren. Het is een programma dat de tijd krijgt die nodig is: in een periode van 20 jaar moet Zuid zijn gestegen naar het niveau van Rotterdam en de andere grote steden (G4).

Resultaten in Rotterdam Zuid

Het resultaat na acht jaar NPRZ is dat het beter wordt op Zuid. Zo stijgen de CITO-scores en lopen de leerlingen van Zuid in op de leerlingen elders in Rotterdam en de G4. Bovendien kiezen meer leerlingen voor een opleiding met een gezond perspectief op een baan in de zorg en techniek. Het percentage uitkeringsgerechtigden is weliswaar nog onvoldoende gedaald, maar Zuid loopt wel in op de G4. Verder stijgen de WOZ-waarden op Zuid en is een sterke start gemaakt met het aanpakken van de verpauperde particuliere woningvoorraad. Steeds meer bewoners van Zuid laten ook weten dat ze graag op Zuid willen blijven wonen en bewoners die Zuid ooit hebben verlaten keren er terug. Ook laten woningzoekenden van de noordoever, maar ook van buiten Rotterdam, steeds vaker hun oog vallen op een woning op Zuid. Deze ontwikkelingen stemmen zeer hoopvol en geven bewoners en de partners in het NPRZ het bewijs dat hun inspanningen effect hebben. Maar het zijn nog broze verworvenheden. De bedreigingen en uitdagingen op Zuid zijn legio. Daarom is het belangrijk dat de komende jaren wordt doorgepakt.


Werkbezoek bij dak- en thuislozenopvang in Weert

Staatssecretaris Paul Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft in Weert een werkbezoek gebracht in het kader van opvang voor dak- en thuislozen en dagbesteding. Bij het Zelfregiecentrum en in kleinschalige opvanghuizen wordt in de wijk maatwerk geleverd, waarbij de behoeften van dak- en thuislozen centraal staan.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de cursus Aanpak woonoverlast.

Kleinschalige en laagdrempelige opvang

Het Zelfregiecentrum (ZRC) is opgezet om dak- en thuislozen op een laagdrempelige manier te helpen. Zij kunnen hier zeven dagen per week terecht voor een praatje, hulp, of om toegang te krijgen tot de opvang. In Weert is geen centrale opvang meer, dak- of thuislozen worden gespreid over de gemeente opgevangen in een woning met een bed voor de nacht. Met deze kleinschalige opvanghuizen kan per persoon goed worden bekeken wat iemand nodig heeft. Samen met een professional wordt zo gewerkt aan regie over het eigen leven. Deze nieuwe aanpak beoogt het kabinet landelijk door te voeren, waarbij dak- en thuislozen zo snel mogelijk weer een eigen woonruimte hebben, met begeleiding.

Uitdagingen bij dak- en thuislozen opvang

Bij het ZRC sprak de staatssecretaris met lokale betrokkenen over hoe de regio Venlo/Weert tot deze vorm van opvang is gekomen en wat de uitdagingen zijn om dit goed te organiseren. Vervolgens bezocht hij in de loods van het centrum onder andere de fietsenwerkplaats en kledingwinkel. Daar sprak hij met medewerkers over de dagelijkse gang van zaken in het ZRC. Aansluitend bezocht staatssecretaris Blokhuis een van de opvanghuizen in de wijk. Hij sprak met de beheerder en (ex-)bewoners over hoe dakloosheid kan ontstaan, wat nodig is om dak- en thuislozen goed te helpen en hoe zij deze nieuwe vorm van opvang in de praktijk ervaren.

Landelijke opgave dak- en thuislozen

Afsluitend sprak de staatssecretaris in Theater de Huiskamer, voorheen de centrale opvang in Weert, met onder meer een opvangorganisatie, een woningcorporatie, gemeentelijke vertegenwoordigers en een wetenschapper over de landelijke opgave die er ligt om het aantal dak- en thuislozen fors te verminderen. De krapte op de woningmarkt kwam hierbij ook aan bod.


Rechtzoekende sneller geholpen door betere samenwerking rechtbanken

Mensen en bedrijven wachten soms lang op een uitspraak en blijven daardoor lang in onzekerheid. Het kabinet wil daar iets aan doen, onder andere door vorig jaar op Prinsjesdag extra geld ter beschikking te stellen en door het in de toekomst makkelijker te maken voor de Rechtspraak om onderling samen te werken. Het wetsvoorstel van minister Dekker (voor Rechtsbescherming), waardoor rechtbanken en gerechtshoven elkaar straks makkelijker kunnen helpen bij een tijdelijk gebrek aan zittingscapaciteit, is bij de Tweede Kamer ingediend.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Achterstanden wegwerken en langere doorlooptijden voorkomen

Dekker: ‘Als mensen lang moeten wachten op een uitspraak, bijvoorbeeld bij een scheiding of bij schulden, dan staat hun leven in de pauzestand. Het is daarom van groot belang dat rechtbanken hun achterstanden wegwerken en langere doorlooptijden weten te voorkomen. Deze wet helpt daarbij.’

Snelle en efficiënte overdracht van zaken

Administratieve handelingen kunnen een snelle en efficiënte overdracht van zaken van het ene gerecht aan het andere belemmeren. Door zulke belemmeringen weg te nemen, wordt het voor een gerecht met een tijdelijk capaciteitsgebrek eenvoudiger een zaak op een locatie van een ander gerecht te behandelen. Het voordeel is dat zaken dan niet meer hoeven te worden overgedragen, zoals nu het geval is.

Concentratierechtbanken voor gespecialiseerde strafzaken

Daarnaast komt er een structurele wettelijke voorziening voor de vier zogenoemde concentratierechtbanken (Amsterdam, Rotterdam, Oost-Brabant en Overijssel) waar gespecialiseerde strafzaken van het landelijk parket en het functioneel parket worden behandeld. Bijvoorbeeld zaken van terugkerende jihadgangers en de financiering van terrorisme.

Capaciteitsproblemen snel en flexibel oplossen

Het is niet altijd te voorspellen wanneer dergelijke zaken zich voordoen, terwijl het vanwege de aard en invloed van deze zaken belangrijk is dat er geen vertraging in de behandeling ervan ontstaat. Door alle zittingsplaatsen van deze rechtbanken voor dit type zaken aan te wijzen als elkaars zittingsplaatsen kunnen eventuele capaciteitsproblemen onderling snel en flexibel worden opgelost.


Strengere aanpak fraude met uitkering

Staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) scherpt de toegang tot de bijstand aan voor mensen met openstaande vorderingen en boetes wegens fraude in de sociale zekerheid. Zij kunnen nu nog in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering, ook wanneer zij aanmerkelijke bezittingen hebben in binnen- of buitenland. De wet zorgt er voor dat het bezit eerst verkocht moet worden of de schuld afgelost, voordat er sprake kan zijn van het verstrekken van een uitkering.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Bijstandsuitkering verstrekken na vaststelling fraude

Gemeenten en de Sociale verzekeringsbank (SVB) waren binnen de huidige Participatiewet gedwongen om na het vaststellen van fraude in voorkomende gevallen direct (weer) een bijstandsuitkering te verstrekken. Dit komt omdat de ontstane terugvorderingen en boetes als schuld kunnen worden afgetrokken van het bezit. Hierdoor kon iemand die gefraudeerd had toch onder de vermogensgrens in de bijstand uitkomen en daardoor (opnieuw) recht hebben op een uitkering. Die vermogensgrens is ruim 6.000 euro voor een alleenstaande en bijna 12.500 euro voor een alleenstaande ouder en voor gehuwden.

Fraude lonend

“Deze mensen hoefden niet eerst hun bezit te verkopen of de door fraude ontstane vorderingen af te lossen. Fraude was in deze gevallen dus lonend. Dit is niet uit te leggen tegenover alle anderen die de regels wel netjes naleven. Het tast bovendien het draagvlak en de solidariteit van ons sociale stelsel aan. En ontmoedigt uitkeringsinstanties om fraude op te sporen”, aldus staatssecretaris Tamara van Ark

Onterecht verkregen voordeel weggenomen

Met de wetswijziging worden vorderingen en boetes wegens fraude binnen de gehele sociale zekerheid niet meer meegeteld als schuld bij de vermogenstoets. Hiermee wordt het onterecht verkregen voordeel bij fraude dus weggenomen. Van Ark: ‘Daarbij wordt van de persoon in kwestie verlangd dat hij of zij er alles aan doet om het bezit, zoals een antiekverzameling of een tweede huis, te verkopen. Is dit niet direct mogelijk bijvoorbeeld omdat verkoop langere tijd in beslag neemt, dan kan de gemeente de bijstandsuitkering verstrekken als lening die op een later moment wordt terugbetaald.’


Wettelijk register voor waarborgen kwaliteit mediators

Om mensen met een werkconflict, scheiding of zakelijke ruzie, beter te helpen, komt het kabinet met een voorstel van een wettelijk register om de kwaliteit van bemiddelaars, zogenoemde mediators, te waarborgen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants.

Zoeken naar een oplossing

Minister Dekker: “Bij een scheiding of een conflict op het werk, zoeken mensen naar een oplossing. Soms met de hulp van een bemiddelaar. Omdat iedereen zich mediator kan noemen, is het best lastig om dan het kaf van het koren te scheiden. Een wettelijk register helpt mensen om een kwalitatief goede mediator te kiezen. Dat is positief. Als je er onderling uitkomt, met de hulp van een ander, heeft dat namelijk allerlei voordelen. De oplossing houdt langer stand en daarnaast is het voor mensen goedkoper en sneller dan een lange procedure.”

Zelf een mediator zoeken

Op dit moment weten mensen met een conflict onvoldoende bij wie ze kunnen aankloppen voor goede bemiddeling. Om dat te verhelpen, komt er een wettelijk register. Mediators moeten hiervoor voldoen aan kwaliteitseisen, zoals opleiding, psychologische, communicatieve en juridische vaardigheden, de verzekering van de beroepsaansprakelijkheid en het kunnen overleggen van een Verklaring Omtrent Gedrag. Mensen die een mediator zoeken, krijgen via dit register meer zekerheid over het professionele verloop van de mediation. Dit vergroot de kans dat een conflict voor de lange termijn wordt opgelost.

Wettelijk register

Minister Dekker:”Om te zorgen dat mensen makkelijker een goede mediator kunnen vinden, kom ik ten eerste met een wettelijk register dat de kwaliteit van mediators waarborgt. Dit bouwt voort op het goede dat door mediators zelf al is ontwikkeld. Daarnaast moet het makkelijker worden om je conflict zelf, met hulp van een ander, op te lossen.”

Rechters en mediators

Van mensen mag in redelijkheid gevraagd worden te proberen hun conflicten zoveel mogelijk onderling op te lossen. Rechters en hun mediation-functionarissen helpen mensen hierbij op weg, want ook als een conflict al bij de rechter ligt, kunnen mensen er alsnog samen uitkomen. De wettelijke verankering van de mogelijkheid van de rechter partijen te verwijzen naar mediation ondersteunt deze ontwikkeling. Daarnaast kan een snelle beslissing van een rechter in een vroege fase van het conflict verdere escalatie voorkomen. Daarom beziet minister Dekker de mogelijkheden om de rechter te laten beslissen op een deel van een conflict als dat handig is.