Wetsvoorstel Blokhuis en Grapperhaus plaatst groepen designerdrugs op lijst Ia van de Opiumwet
Producenten en handelaars in drugs zijn creatief in het vinden van manieren om de Opiumwet te omzeilen. Dat doen zij bijvoorbeeld door het ontwikkelen van nieuwe psychoactieve stoffen (NPS), ook wel designerdrugs genoemd. Dit zijn nieuwe stoffen die sterk lijken op harddrugs die al op lijst I van de Opiumwet staan, maar in ons land nog niet verboden zijn. Deze stoffen bootsen de werking na van drugs als XTC, cocaïne en amfetamine. Problematisch is dat als zo’n nieuwe stof onder de Opiumwet wordt gebracht, er weer een nieuwe stof wordt gemaakt met een net iets andere samenstelling waardoor de stof buiten de drugswetgeving valt. Om deze ontwikkeling een halt toe te roepen, brachten staatssecretaris Blokhuis (VWS) en minister Grapperhaus (J&V) een wetsvoorstel in consultatie, dat het mogelijk maakt om ook stofgroepen te verbieden.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training procesregie op de aanpak van ondermijning.
Lijst Ia
Het voorstel is om een nieuwe ‘Lijst Ia’ aan de Opiumwet toe te voegen, waarmee bepaalde risicovolle stofgroepen strafbaar worden gesteld. Door een stofgroep onder de Opiumwet te plaatsen, worden alle substanties die kunnen worden afgeleid van de chemische basisstructuur van een stof in één klap verboden. Zo krijgt een hele groep designerdrugs bij voorbaat geen kans, ongeacht de specifieke samenstelling. In Duitsland en België wordt al met succes gewerkt met een dergelijk verbod. Staatssecretaris Blokhuis en minister Grapperhaus beogen hiermee zowel de volksgezondheid te beschermen als de productie en handel in deze stoffen tegen te gaan.
Grote gezondheidsrisico’s
Staatssecretaris Blokhuis: “De stoffen die op Lijst I van de Opiumwet staan, staan daar niet voor niets. Dit zijn drugs met aantoonbaar grote gezondheidsrisico’s. Van de designerdrugs die hiervan zijn afgeleid kunnen we aannemen dat ze net zo goed grote gezondheidsschade kunnen aanrichten. Denk bijvoorbeeld aan stoffen die zijn afgeleid van een zwaar middel als Fentanyl. Uit voorzorg nemen we daarom nu maatregelen. Door bepaalde groepen stoffen te verbieden nemen we ook de indruk weg bij gebruikers dat deze stoffen niet zo schadelijk zijn, omdat ze in eerste instantie legaal op de markt komen.”
Opsporingsdiensten kunnen sneller doorpakken
Minister Grapperhaus: “Achter designerdrugs zit een keiharde wereld waarin mensen worden geïntimideerd en bedreigd, waarin onze woonwijken en ons milieu ernstig in gevaar worden gebracht en zware criminelen enorme financiële winsten maken die via witwaspraktijken onze legale economie dreigen te corrumperen. Deze wetswijziging helpt in de aanpak van deze ondermijnende criminaliteit. Drugsproducenten en –handelaars weten met nieuwe stoffen nu vaak de dans te ontspringen. Door bepaalde groepen stoffen te verbieden kunnen onze opsporingsdiensten sneller doorpakken. We kunnen internationaal ook meer gezamenlijk optrekken en beter voldoen aan rechtshulpverzoeken uit andere landen, waar deze stoffen al verboden zijn.”
Drie stofgroepen
In de consultatie stellen Blokhuis en Grapperhaus voor om een drietal stofgroepen op Lijst Ia van de Opiumwet te plaatsen en daarmee te verbieden[1]. Dit zijn drie veel voorkomende stofgroepen die ook al in het buitenland via deze weg zijn verboden en die zijn afgeleid van individuele stoffen die al op lijst I van de Opiumwet staan. Met dit verbod op bepaalde stofgroepen worden gebruikers gewaarschuwd voor de gezondheidsrisico’s die kleven aan deze designerdrugs. Het draagt tegelijkertijd bij aan bestrijding van de drugscriminaliteit die zich deels heeft verplaatst naar de productie en handel in deze stoffen die (nog) niet verboden zijn. Substanties die zijn afgeleid van 2-fenethylamine, cannabimimetica of synthetische cannabinoïden en substanties afgeleid van 4-aminopiperidine.
Justis lanceert VOG-check
Wie een Verklaring Omtrent het Gedrag nodig heeft voor een baan of stage kan zich vanaf nu online oriënteren op zijn/haar VOG-kansen. De VOG-check berekent aan de hand van een serie vragen of iemand een hoge, gemiddelde of lage kans heeft op een VOG in diverse branches – nu én in de toekomst. De VOG-check is een initiatief van Screeningsautoriteit Justis, onderdeel van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Met de tool wil Justis onnodige angst voor een afwijzing na de VOG-aanvraag bij mensen wegnemen.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training procesregie voor de aanpak van ondermijning.
Online tool biedt inzicht in kansen op Verklaring Omtrent het Gedrag
Jaarlijks vragen zo’n 1,2 miljoen mensen een VOG aan. Justis is de enige organisatie die een VOG kan afgeven. Uit onderzoek blijkt dat een deel van hen (jongeren en mensen met een strafblad bijvoorbeeld) de aanvraag als spannend ervaart. Wat is een VOG precies? Waar wordt naar gekeken tijdens de beoordeling? En wie of wat bepaalt of je wel of geen VOG krijgt? Mensen schatten hun kansen op een VOG vaak laag in. Sommigen zien zelfs helemaal af van de aanvraag, uit angst voor afwijzing. Onterecht, want maar een klein deel van alle VOG-aanvragen wordt geweigerd: in 2019 slechts 0,33%. Om misverstanden over de VOG weg te nemen ontwikkelde Justis de VOG-check.
Ook bij een strafblad kans op een VOG
Wie de nieuwe VOG-check opent, beantwoordt eerst een serie vragen: Hoe oud ben je? In welke branche wil je werken? Heb je een strafblad? Vervolgens krijgt de bezoeker zijn/haar kansen op een VOG te zien. Voor mensen met een strafblad worden de kansen uitgesplitst per branche (horeca, kinderopvang, beveiliging, et cetera). Daarmee toont de VOG-check aan dat een lage kans op een VOG in één branche niet automatisch een lage kans in álle branches betekent. Zij krijgen ook te zien op welk moment in de toekomst de kansen op een VOG in bepaalde branches toenemen. Tijdens het gebruik van de check blijven bezoekers volledig anoniem; hun privacy is gewaarborgd. De VOG-check maakt op een laagdrempelige manier duidelijk dat niet ieder strafbaar feit het krijgen van een VOG in de weg hoeft te staan. De VOG draagt bij aan een veiligere samenleving, maar stimuleert tegelijkertijd resocialisatie: ook mensen met een strafblad maken kans op een VOG en daarmee op een beter leven, met nieuwe perspectieven.
Meer online vernieuwing
De VOG-check maakt deel uit van een breder pakket aan middelen die Justis inzet voor betere voorlichting en meer transparantie rondom de Verklaring Omtrent het Gedrag. Tegelijk met de check lanceert Justis ook een nieuwe versie van de website over de VOG, die met input van verschillende klantgroepen is ontwikkeld. Bekijk het resultaat op: www.justis.nl/vog.
Verbod zwijgcontracten in de zorg
Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) komt met een verbod op zwijgcontracten over incidenten in de zorg. Een wetsvoorstel hiertoe is in consultatie gegaan en gaat naar verwachting na de zomer naar de Tweede Kamer.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants.
Volstrekt onaanvaardbaar
De Jonge: “Zwijgcontracten in de zorg deugen niet en zijn volstrekt onaanvaardbaar. Ze staan haaks op een open en lerende cultuur die nodig is voor goede zorg. Een wettelijk verbod moet dit fenomeen nu echt uitbannen.”
Vrijheid belemmeren om verhaal te doen
Zwijgcontracten zijn overeenkomsten waarin afspraken tussen een cliënt en een zorgaanbieder staan, die een cliënt in de vrijheid belemmeren om over een incident met anderen te spreken. Cliënten mogen dan bijvoorbeeld niet met de media of met familieleden praten over wat hen is overkomen of ze mogen niet naar de inspectie stappen. “Juist als je heftige dingen hebt meegemaakt, is het belangrijk om daarover in gesprek te kunnen gaan. Niets mag een cliënt in de weg staan om zijn of haar verhaal te doen,” aldus minister De Jonge.
Ingrijpende gebeurtenissen
De afgelopen jaren hebben ingrijpende gebeurtenissen plaatsgevonden waarover zorgaanbieders een aantal keer zwijgcontracten hebben opgesteld. Hoewel de brancheverenigingen zich inzetten om hieraan een einde te maken, wordt cliënten nog steeds soms het zwijgen opgelegd door middel van deze contracten. Daarom kiest minister De Jonge nu voor een wettelijk verbod. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, mogen zwijgcontracten niet meer worden gesloten. De inhoud van zwijgcontracten die toch nog worden gesloten, wordt automatisch ongeldig verklaard.
Huisvesting van arbeidsmigranten
In Nederland verblijven ongeveer 500.000 arbeidsmigranten. De vraag naar buitenlandse werknemers blijft toenemen in de krappe arbeidsmarkt. Het gevolg is dat de vraag naar (tijdelijke) woonruimte voor deze groep de komende jaren verder groeit. De Rijksoverheid stimuleert gemeenten, verhuurders en werkgevers om goede en betaalbare (al dan niet tijdelijke) woonruimte voor arbeidsmigranten te creëren. Dat is hard nodig want er is nu al een tekort aan huisvesting voor arbeidsmigranten, en dat tekort groeit. Gevolg is dat verschillende arbeidsmigranten illegaal verblijven op een (voormalig) vakantiepark of verblijven in eengezinswoningen aan de onderkant van de kopersmarkt waardoor deze woningen worden onttrokken aan de woningmarkt.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de cursus huisvesting arbeidsmigranten.
Wat is de grootste misser geweest op het gebied van huisvesting van arbeidsmigranten?
De overheid heeft lange tijd weinig aandacht gehad voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Terwijl arbeidsmigranten een belangrijke rol spelen in de welvaart van Nederland. Inmiddels werken er ongeveer een half miljoen arbeidsmigranten in Nederland. Veelal in functies die we niet of onvoldoende ingevuld krijgen met arbeidskrachten uit ons eigen land. Arbeidsmigranten vullen deze leemte in en leveren op die manier een belangrijke bijdrage aan onze economie. Dit betekent dat we deze arbeidsmigranten keihard nodig hebben. Tegelijkertijd laat ons gastvrijheid soms te wensen over. Er zijn gevallen waarin arbeidsmigranten tegen flinke huurprijzen onder erbarmelijke omstandigheden worden gehuisvest. De betrokken (malafide) uitzendbureaus verdienen niet alleen geld aan het werk dat de arbeidsmigranten voor hun verzorgen, maar eveneens aan het onderdak dat zij aan hen verlenen. Er ontstaat een sterke afhankelijkheidsrelatie tussen arbeidsmigranten en (malafide) uitzendbureaus omdat zij niet alleen voor hun werk maar ook voor hun huisvesting van hun afhankelijk zijn. Dit kan misstanden en uitbuiting in de hand werken.
Waarom is er een beleid nodig voor huisvesting van arbeidsmigranten?
Momenteel is er in Nederland niet alleen krapte op de arbeidsmarkt maar ook op de woningmarkt. Het is voor onze burgers moeilijk om aan een betaalbare woning te komen. Veel (malafide) uitzendbureaus kopen relatief goedkope woningen op waarna deze dienst doen als onderdak voor arbeidsmigranten. Op deze manier worden woningen onttrokken aan de reguliere woningmarkt. In sommige gemeenten worden er talloze woningen opgekocht in bepaalde straten, buurten of wijken waar vaak veel te veel arbeidsmigranten in een relatief kleine woning worden gehuisvest. Door deze concentratie van arbeidsmigranten komt de leefbaarheid van de omgeving onder druk te staan.
Welk deel van het beleid moet worden herzien?
Het is belangrijk dat we de arbeidsmigranten op een goede manier huisvesten. Op deze manier kunnen we uitbuiting voorkomen en tegelijkertijd de leefbaarheid in de omgeving waarborgen. Hiervoor is het van belang dat de overheid, waaronder gemeenten, hier actief beleid op gaan voeren. Wanneer dit niet gebeurd kunnen er allerlei misstanden ontstaan waar zowel de arbeidsmigranten als de andere buurtbewoners niet bij gebaat zijn.
Wat is een illustrerend voorbeeld van misstanden bij de huisvesting van arbeidsmigranten?
Ik woon zelf tegenover een (voormalig) vakantiepark. Deze locatie is in het verleden uitgeroepen tot slechtste vakantiepark van Nederland. Op dit vakantiepark worden veel arbeidsmigranten gehuisvest. In sommige gevallen leven en overnachten er 12 arbeidsmigranten in een vakantiewoning waar slechts ruimte is voor 6 bedden. De gedachte van de (malafide) uitzendbureaus is dat ze de bedden kunnen delen omdat de arbeidsmigranten in ploegendiensten werken. Het is belangrijk dat tegen dit soort misstanden hard wordt opgetreden om misstanden te voorkomen.
Wat zijn belangrijke tips voor iedereen die te maken heeft met huisvesting van arbeidsmigranten?
Ga in gesprek met arbeidsmigranten en licht hen toe dat jij je inzet voor een veilige en leefbare omgeving voor iedereen, zowel voor hen als voor omwonenden. En ga daarnaast ook in gesprek met huisvesters van arbeidsmigranten, waaronder (malafide) uitzendbureaus. Breng ze op de hoogte van het (nieuwe) beleid (nadat dit ook daadwerkelijk is ingevoerd) en vraag ze zich hieraan te houden. Wanneer er zich misstanden blijven voordoen is het belangrijk dat er toezicht en handhaving plaatsvindt om een einde te maken aan misstanden. Soms kan handhaving ertoe leiden dat een huisvester alsnog geneigd is om zich aan het (nieuwe) beleid te confirmeren.
Einde aan schadelijke praktijken, zoals huwelijksdwang, achterlating en vrouwelijke genitale verminking
Artsen gaan maagdenvlieshersteloperaties niet meer uitvoeren. De beroepsgroep van gynaecologen NVOG past haar standpunt ten aanzien van deze operaties aan. Daarnaast worden kindhuwelijken die in het buitenland zijn gesloten, niet langer erkend in Nederland. Dat staat in een nieuw plan waarmee de minister van VWS en de minister voor Rechtsbescherming zogeheten schadelijke praktijken, zoals huwelijksdwang, achterlating en vrouwelijke genitale verminking aanpakken.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants.
Familiedruk
Het bloeden tijdens de eerste huwelijksnacht is binnen verschillende (sub-)culturen van belang als bewijs van maagdelijkheid. Meisjes die geen maagd meer zijn, maar dat willen verhullen, kunnen daarvoor een operatie ondergaan. De ingrepen worden verricht zonder medische noodzaak. De ministers vinden dat ongewenst en hebben nu met artsen afgesproken dat deze operaties niet meer worden uitgevoerd. Hiervoor past de beroepsgroep haar standpunt aan, zodat de Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd hierop kan handhaven. “Het is een schadelijke praktijk waar we echt een punt achter moeten zetten met elkaar. Je mag van de familiedruk op meisjes geen verdienmodel maken”, aldus minister Hugo de Jonge (VWS). Als ondanks het aanpassen of opstellen van het standpunt nog steeds maagdenvlieshersteloperaties worden uitgevoerd zal het kabinet overwegen dit wettelijk te gaan verbieden.
Kindhuwelijken
Het is al niet meer mogelijk om in Nederland voor je achttiende te trouwen, maar dit kan nog wel in andere landen. Een minderjarige die rechtsgeldig getrouwd is in het buitenland kan op dit moment nog – als beide partners meerderjarig zijn – in Nederland vragen om erkenning van dit huwelijk. Deze huwelijken zijn vaak tot stand gekomen doordat kinderen worden uitgehuwelijkt, iets waar zij zelf meestal weinig zeggenschap over hebben. Ministers Dekker en De Jonge vinden dit onwenselijk en wijzen erop dat een kindhuwelijk een schending is van de rechten van het kind. Daarom worden ook kindhuwelijken die in het buitenland zijn gesloten, niet langer erkend in Nederland. Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming): “Als je ouders je op jonge leeftijd uithuwelijken aan iemand die je misschien helemaal niet kent, komt er abrupt een einde aan je jeugd. Kinderen moeten kind kunnen zijn, en een huwelijk hoort daar niet bij. Zeker niet wanneer dit onder dwang gebeurt. Hier wil ik niet aan meewerken, daarom ga ik regelen dat een in het buitenland gesloten kindhuwelijk niet meer in Nederland wordt erkend.”
Actieagenda Schadelijke Praktijken
In de afgelopen jaren is er veel gedaan om schadelijke praktijken aan te pakken en slachtoffers eerder te signaleren en beter te helpen. Maar uit onderzoek in opdracht van de ministeries van VWS en JenV blijkt dat er nog veel knelpunten bestaan. Zo is er veel meer behoefte aan gebundelde expertise, betere voorlichting en laagdrempelige informatie. Ook het hulpaanbod voor (potentiële) slachtoffers blijkt veel te versnipperd. De ministers komen daarom met een serie aan maatregelen om schadelijke praktijken eerder en beter in beeld te krijgen, te stoppen en duurzaam op te lossen:
– Er komt één landelijk expertisecentrum voor (potentiële) slachtoffers zodat het voor hen duidelijk is waar zij terecht kunnen met vragen of voor hulp. Met een gerichte voorlichtingscampagne moeten (potentiële) slachtoffers beter worden bereikt en wordt het kennisniveau van professionals verbeterd.
– Om potentiële slachtoffers te beschermen willen de ministers de signalering door professionals op vliegvelden versterken. Hierbij wordt ook gekeken naar de ervaringen die zijn opgedaan in het Verenigd Koninkrijk.
– Om ongewenste huwelijken in Nederland zoveel mogelijk te weren, gaan de ministers in gesprek met onder meer de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken om ambtenaren van de burgerlijke stand te trainen hoe zij huwelijksdwang, kindhuwelijken en polygame huwelijken kunnen herkennen.
Meer maatregelen staan in het plan van aanpak Schadelijke Praktijken. Het plan is een uitwerking van het programma Geweld hoort nergens thuis waarin het kabinet samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en betrokken partijen huiselijk geweld en kindermishandeling willen terugdringen.
War on Drugs
Enige tijd geleden was ik op reis in Mexico dat veel te lijden heeft onder de aanwezigheid van drugskartels. De War on Drugs in Mexico is mislukt. De hoop was dat met een harde aanpak een drugsvrije wereld kon worden gecreëerd. Maar de manier waarop dit werd gedaan, was niet productief en werkte zelfs averechts. Door het toenemende geweld als gevolg van de drugsoorlog zijn burgers het vertrouwen in de overheid verloren en is diezelfde overheid de grip op de drugsbendes kwijtgeraakt.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training procesregie op ondermijning.
Vrijlating van een drugskartelbaas
Illustrerend voor de falende aanpak van drugscriminaliteit in Mexico is de vrijlating van drugskartelbaas Ovidio Guzmán kort nadat hij in de noordelijk gelegen stad Culiacán in de staat Sinaloa was aangehouden door Mexicaanse veiligheidstroepen. De VS hadden de Mexicanen vorig jaar om uitlevering van Ovidio Guzmán gevraagd, op verdenking van het vervoeren van cocaïne, marihuana en amfetaminen. Volgens de Mexicaanse autoriteiten betraden 35 agenten het huis waar Ovidio Guzmán zich bevond. Tientallen zwaar bewapende handlangers van de bendeleider omsingelden daarop de woning en openden het vuur op de politietroepen. Ze namen ook een aantal agenten in gijzeling. Tegelijkertijd zorgde het kartel voor chaos en bloedvergieten in grote delen van de stad. Gemaskerde mannen met zware wapens wierpen brandende blokkades op. Op diverse plaatsen ontstonden vuurgevechten met de politie. Verspreid over de stad lagen slachtoffers op straat, sommigen in plassen bloed. Diverse voertuigen gingen in vlammen op. De geweldsuitbraak was reden voor het veiligheidskabinet van de regering om Ovidio Guzmán kort na zijn aanhouding weer vrij te laten. “De arrestatie van één crimineel kan niet meer waard zijn dan mensenlevens”, aldus president Andrés Manuel López Obrador op een persconferentie. “Het veiligheidskabinet heeft de beslissing genomen en ik steun die. We willen geen doden. We willen geen oorlog.” Het incident leerde dat de Mexicaanse overheid zelfs in een grote stad als Culiacán niet langer de dienst uitmaakt. Ondanks de vrijlating Ovidio Guzmán was het bloedvergieten nog niet afgelopen. Kort na de arrestatie en vrijlating van Ovidio Guzmán werd de commandant die deze actie leidde geliquideerd.
Vastlopende strijd
Latijns-Amerika telt jaarlijks 150.000 moorden en wordt hierdoor het moordcontinent genoemd. Dit continent betaalt veruit de hoogste prijs voor de War on Drugs. De kritiek op de strijd tegen drugscriminaliteit is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Het werelddrugsbeleid wordt door de Verenigde Staten en in mindere mate door Europa bepaald. Ondanks de vele arrestaties van leden van drugsbendes, onderscheppingen van drugs en jarenlange veroordelingen is de drugscriminaliteit eerder gegroeid dan afgenomen. In de VS en Europa komt het besef dat de bestrijding van drugscriminaliteit vastloopt en dat de repressieve aanpak die wordt gehanteerd niet perse de juiste is. Tegelijkertijd worden de drugskartels steeds machtiger. De winsten die zij behalen met de handel in drugs worden witgewassen en besmetten op deze manier de hele economie. Daarnaast doen de drugskartels steeds vaker hun intrede in andere criminele branches zoals mensenhandel, illegale prostitutie en ontvoeringen.
Groeiende problematiek
Het Sinaloa-kartel van Ovidio Guzmán is inmiddels actief in meer dan vijftig landen, waaronder Nederland. In Europa en in de VS is er een enorme afzetmarkt. Drugsdealers blijven actief zolang de vraag naar drugs blijft bestaan en het niet wordt gedecriminaliseerd of gelegaliseerd. Met alle gevolgen van dien waaronder tienduizenden moorden in Mexico. Het allergrootste probleem is dat er nauwelijks een alternatief is voor de drugscriminaliteit. Door het vele geweld als gevolg van de drugshandel zijn veel buitenlandse bedrijven uit Mexico vertrokken. Het gevolg is toenemende werkloosheid waardoor (nog meer) Mexicanen al dan niet gedwongen in de drugscriminaliteit terechtkomen. Uit angst voor het drugsgeweld zijn inmiddels tienduizenden Mexicanen op de vlucht geslagen. De Verenigde Staten houden hun grenzen echter nagenoeg dicht, waardoor de vluchtelingen voor de drugsoorlog nergens terecht kunnen.
Opgedane kennis en ervaringen
Wat kunnen we in Nederland en de rest van de wereld leren van de opgedane kennis en ervaringen die Mexico en in het bijzonder in de stad Culiacán zijn opgedaan bij de bestrijding van drugscriminaliteit? Allereerst dat alleen een repressieve aanpak niet altijd de oplossing is voor diepgewortelde criminaliteit in de samenleving. De bestrijding van drugscriminaliteit vraagt om een integrale aanpak waarbij repressie en preventie hand in hand gaan. Met goede voorlichting kan de vraag naar drugs worden verkleind en hiermee ook de handel in drugs en de criminaliteit (witwassen, liquidaties) die hiermee gepaard gaat. Door de kansen in achtergestelde wijken te vergroten, kan de voedingsbodem voor criminaliteit worden weggenomen. Dit zorgt niet alleen voor meer veiligheid, maar ook voor meer gelijkheid en minder armoede. De drugskartels kunnen hierdoor minder makkelijk nieuwe aanwas rekruteren in deze wijken.
Rechtmatig en doelmatig informatie uitwisselen bij de aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit
Gemeenten hebben in de aanpak van ondermijning een belangrijke rol. Een optreden als één overheid en één gemeente waarbij alle partijen hun eigen rol en bevoegdheden uitoefenen is noodzakelijk. Hiervoor is een goede informatiepositie vereist wat vraagt om het delen van informatie. In het model privacy protocol wordt aan de hand van een stappenplan een transparante werkwijze voor gemeenten uitgewerkt. Daarvoor is een heldere juridische analyse opgesteld over de mogelijkheden tot verdere verwerking van gegevens binnen een gemeente.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training procesregie voor de aanpak van ondermijning.
Problematiek en de noodzaak voor de aanpak
Georganiseerde ondermijnende criminaliteit start, wordt ondersteund en in stand gehouden met ondermijnende activiteiten. De negatieve gevolgen hiervan blijken omvangrijker te zijn en dieper in de samenleving geworteld te zijn dan eerder werd gedacht. De sluimerende aanwezigheid van georganiseerde criminaliteit en bijbehorende ondermijnende activiteiten leiden tot aantasting van de leefbaarheid in de wijken en hebben ernstige gevolgen voor de samenleving op het gebied van veiligheid en maatschappelijke integriteit. Door de verwevenheid van onder- en bovenwereld, hetgeen kenmerkend is voor ondermijnende activiteiten, is het ook mogelijk dat de overheid deze onbewust faciliteert middels subsidies, vergunningen, uitkeringen etc. Dit leidt tot aantasting van de integriteit van de overheid. Hierdoor ontstaan malafide economische machtsposities binnen de samenleving die zijn opgebouwd met op ondermijnende wijze vergaard kapitaal.
Geïntegreerde bestuurlijke aanpak
Voor een effectieve aanpak van deze ondermijnende activiteiten (en mogelijk georganiseerde criminaliteit) is een geïntegreerde bestuurlijke aanpak binnen de gemeente een noodzakelijk vereiste. De signalen, afkomstig van burgers en organisaties, dienen als input voor het signaleren en aanpakken van ondermijnende en mogelijk georganiseerde criminaliteit. Om maatregelen tegen ondermijnende georganiseerde criminaliteit gericht in te zetten is een goede informatiepositie van cruciaal belang. Een gemeente kan haar informatiepositie versterken door het registreren, delen, bundelen en analyseren van de informatie die in de gemeentelijke organisatie en bij haar (veiligheids)partners aanwezig is.
Model privacy protocol
In opdracht van het Strategisch Beraad Ondermijning en in samenspraak met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Autoriteit Persoonsgegevens is een model privacy protocol opgesteld dat door gemeenten kan worden toegepast bij het delen van informatie in het kader van de aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit. Het model privacy protocol maakt inzichtelijk op welke wijze de informatiedeling binnen een gemeente kan worden ingericht. Het beschrijft aan de hand van een stappenplan welke mogelijkheden gemeenten hebben om op dat op een rechtmatige manier te doen, waarbij rekening wordt gehouden met de grenzen van bestaande wetgeving om informatie binnengemeentelijk te kunnen delen. Bij iedere stap van het beschreven proces moet een concrete afweging worden gemaakt of bepaalde persoonsinformatie in een voorliggend geval mag worden verstrekt. Dit vloeit voort uit de geldende wetgeving in samenhang met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en waarborgt het op een transparante en zorgvuldige wijze omgaan met persoonsgegevens. Bij het opstellen van het modelinformatieprotocol is in kaart gebracht welke (sectorale) wetten een basis bieden voor het verder verwerken van gegevens die onder sectorale wetgeving is verkregen. Uit de juridische analyse blijkt dat signalen die de gemeente ontvangt in veel gevallen kunnen worden doorgeleid naar een of meer gemeentelijke diensten, zodat het bevoegde bestuursorgaan een passend besluit kan nemen. Uit die analyse blijkt evenwel ook dat een aantal wetten een zodanige geheimhoudingsverplichting bevat, dat informatie die krachtens die wet is verkregen, niet voor andere doeleinden kan worden benut.
Rechtmatig en doelmatig informatie uitwisselen
In het model privacy protocol zijn verschillende stappen geformuleerd. Door die stappen langs te lopen, komt de gemeente tot een aanpak van ondermijning die voldoet aan de eisen van de privacywetgeving. Op deze manier kan elke gemeente dit model gebruiken en desgewenst aanpassen aan de eigen organisatie. Het doel van het protocol is om gemeenten, die binnengemeentelijk gegevens willen uitwisselen ten behoeve van de aanpak van de bestuurlijke en bestuursrechtelijke aanpak van ondermijning en zich afvragen of en wat mag, langs de vragen te leiden die zij dan moeten beantwoorden. Daarbij staat steeds voorop dat er een gemeentelijke taak of bevoegdheid moet zijn waarvoor de gegevensuitwisseling wordt overwogen. Het model kent twee soorten waarborgen. In de eerste plaats gaat het om procesmatige waarborgen. Doel van deze waarborgen is onder andere om te voorzien in een proportionele aanpak. In de tweede plaats gaat het om rechtmatigheidswaarborgen. Het gaat dan om de privacy-vragen die de gemeente in ieder geval moet beantwoorden. Van belang daarbij is om steeds aan te knopen bij bestaande gemeentelijke wettelijke taken en bevoegdheden. Het zal daarbij veelal gaan om wettelijke taken en bevoegdheden die zien op openbare orde bevoegdheden en bevordering van de leefbaarheid.
Regievoering en informatiedeling in de praktijk
De aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit vraagt om een multidisciplinaire samenwerking waarbij de gemeente en andere betrokken (veiligheids)partners samenwerken en gezamenlijk tot een doeltreffende aanpak komen. Voor een succesvolle uitvoering van de aanpak is regievoering en informatiedeling cruciaal. De regisseur van de gemeente ziet er op toe dat de (veiligheids)partners een plan van aanpak opstellen, bewaakt de uitvoering en voortgang daarvan en grijpt in wanneer de situatie daarom vraagt. C3Group en RONT Management Consultants hebben een applicatie ontwikkeld waarmee integraal en domein overstijgend casus- en procesregie kan worden gevoerd bij de aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit met overzicht, inzicht en regie op resultaat. Voorbeelden van toepassingsgebieden zijn een persoonsgerichte en gebiedsgerichte aanpak. De applicatie wordt door verschillende grote, middelgrote en kleinere gemeenten succesvol toegepast bij de aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit. Binnen de applicatie wordt het proces van informatie verzamelen en verrijkken volgens een vaste methodiek AVG-Proof ondersteund.
Steun en hulp voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg
Er komt een financiële tegemoetkomingsregeling voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg. De regeling maakt onderdeel uit van een breder pakket aan maatregelen dat het kabinet aan de Tweede Kamer bekendmaakte. Hiermee reageren ministers Hugo de Jonge (VWS) en Sander Dekker (Rechtsbescherming) op de aanbevelingen van de Commissie De Winter, die eerder haar onderzoekresultaten presenteerde over geweld in de jeugdzorg.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.
Psychisch, fysiek en seksueel geweld
Commissie De Winter tekende verhalen op over psychisch, fysiek en seksueel geweld waaraan kinderen in de jeugdzorg in de periode 1945-2019 zijn blootgesteld. In het rapport deed de commissie aanbevelingen om de slachtoffers uit het verleden te ondersteunen en kwetsbare kinderen nu en in de toekomst te beschermen tegen geweld.
Aandacht en erkenning
Tijdens verschillende bijeenkomsten met slachtoffers en lotgenotenorganisaties hebben ministers De Jonge en Dekker de afgelopen maanden gesproken over de ervaringen van de slachtoffers en welke vormen van erkenning slachtoffers belangrijk vinden. “De gesprekken met slachtoffers uit alle lagen van de samenleving, van alle leeftijden, hebben enorme indruk op ons gemaakt. Wat zij hebben meegemaakt verdient aandacht en erkenning. Het is belangrijk om recht te doen aan de slachtoffers van gisteren. En voorkomen dat de kinderen in de jeugdzorg vandaag, de slachtoffers van morgen worden”, aldus De Jonge en Dekker.
Erkenningsmaatregelen
Recent werd het pakket aan erkenningsmaatregelen tijdens een besloten bijeenkomst met slachtoffers gedeeld. Om slachtoffers van geweld in de jeugdzorg erkenning te geven voor het leed dat hen is aangedaan, bracht minister Dekker allereerst nogmaals excuses van het kabinet over. Daarnaast komt er een financiële tegemoetkomingsregeling waar de slachtoffers aanspraak op kunnen maken. Er is per slachtoffer een bedrag van 5.000 euro beschikbaar als tegemoetkoming voor het leed dat hen is aangedaan. De verwachting is dat de regeling dit najaar van start gaat.
Initiatieven om ervaringen te delen
Verder worden in nauw overleg met de betrokken brancheverenigingen en lotgenotenorganisaties verschillende initiatieven opgezet zodat slachtoffers hun ervaringen kunnen delen. Het gaat onder meer om lotgenotencontact te organiseren via het initiatief ‘Het Koershuis’. Ook krijgen slachtoffers de mogelijkheid hun verhaal met een breder publiek te delen, via een te ontwikkelen website, een documentaire en een congres. Zo groeit het publiek bewustzijn en kan er kennis worden uitgewisseld om nieuw geweld in de toekomst te voorkomen.
De best passende zorg voor kwetsbare jongeren
Met het eerder gepresenteerde programma Zorg voor de Jeugd en het plan “De best passende zorg voor kwetsbare jongeren” wil het kabinet samen met brancheorganisaties en gemeenten verder gehoor geven aan de aanbevelingen van commissie De Winter. Door onder andere te stoppen met separeren, minder kinderen te plaatsen in gesloten instellingen en kinderen zo veel mogelijk in een huislijke omgeving (zoals pleeggezinnen en gezinshuizen) op te vangen moeten kinderen beter worden beschermd en ondersteund.
Jongerenperspectief structureel betrekken bij beleid
Het kabinet onderschrijft de conclusies van het SER Jongerenplatform en wil het perspectief van jongeren structureel betrekken bij beleidsvorming. Daarom gaat het kabinet, op voorstel van het SER Jongerenplatform, een ‘generatietoets’ invoeren bij de ontwikkeling van wet- en regelgeving. Het doel is dat de effecten van beleid op verschillende generaties worden meegenomen in beleidsontwikkeling. Ook heeft het kabinet besloten structureel onderzoek te doen naar de financiële positie van jongeren. En het kabinet vraagt het SER Jongerenplatform een tweede, specifiekere, verkenning te doen rondom de belangen en positie van jongeren in Nederland.
Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.
Jongeren moeten zich kunnen ontplooien en een goed leven kunnen opbouwen. Het SER Jongerenplatform heeft aangegeven zorgen te hebben over de toegankelijkheid van het onderwijs, de start op de arbeidsmarkt, betaalbare woonruimte en de mogelijkheid om een gezin te starten. Het kabinet herkent die zorgen en neemt die serieus.
Situatie verbeteren
Op veel punten die de jongeren aandragen is het kabinet al bezig om de situatie te verbeteren. Zo is op 1 januari de Wet arbeidsmarkt in balans ingegaan, die het aantrekkelijker maakt voor werkgevers om vaste contracten aan te bieden. Ook loopt er bijvoorbeeld een onderzoek naar de mentale gezondheid van jongeren.
Belangen van jongeren
Om de belangen van jongeren beter mee te nemen bij het maken van nieuwe wet- en regelgeving, gaat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in samenwerking met jongeren en jongerenorganisaties de ‘generatietoets’ ontwikkelen. Op een aantal dossiers wordt de komende tijd daarmee geëxperimenteerd. Voorkomen van onnodige bureaucratie is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast gaat het kabinet elke twee jaar een onderzoek laten uitvoeren om beter beeld te krijgen van de financiële positie van jongeren.
Stapeling van problematiek
Minister Koolmees: “Het is goed dat de jongeren van de SER hun zorgen hebben gedeeld over de stapeling van problematiek bij één generatie, namelijk de jongeren. Gelukkig is het kabinet al goed op weg om die zorgen aan te pakken. Maar we zijn er nog niet. Daarom vinden we het heel belangrijk om de kritische blik van jongeren structureel te betrekken bij ons werk. Ik ben blij dat het SER Jongerenplatform bereid is om ons in de toekomst van advies te blijven voorzien.”
Terugblik Managementbijeenkomst Ondermijning
Het overgrote deel van de gemeenten in Nederland ondervindt schade van georganiseerde criminaliteit, waarbij de integriteit van de samenleving in het geding is en waarbij de directe leefomgeving van bewoners wordt bedreigd. Op 13 februari 2020 vond de Managementbijeenkomst Ondermijning plaats waar bijna honderd bestuurders en managers werkzaam bij gemeenten, politie, Openbaar Ministerie, Regionaal Informatie en Expertise Centra, Omgevingsdienst en belastingdienst samenkwamen om kennis en ervaringen uit te wisselen over de aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit. RONT Management Consultants was ook aanwezig op de Managementbijeenkomst Ondermijning om een bijdrage te verzorgen over Rijker Verantwoorden bij de aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en spreker op de Managementbijeenkomst Ondermijning.
Maatschappelijke impact van ondermijning
De managementbijeenkomst werd geopend door Ingrid Geveke, gemeentesecretaris van de gemeente Zwolle en dagvoorzitter van de Managementbijeenkomst Ondermijning. De eerste plenaire lezing op de bijeenkomst werd verzorgd door Emile Kolthoff, hoogleraar Criminologie aan de Open Universiteit en lector Ondermijning aan het Expertisecentrum Veiligheid van de Avans Hogeschool. In zijn plenaire lezing ging hij in op de maatschappelijke impact van ondermijning. Ondermijnende georganiseerde criminaliteit heeft niet alleen een negatieve invloed op de leefbaarheid en veiligheid in wijken, maar raakt alle onderdelen van de gemeentelijke organisatie. Emile Kolthoff ging tijdens zijn lezing in op de definities van zowel georganiseerde criminaliteit als ondermijning. Van georganiseerde criminaliteit is sprake indien groepen die primair zijn gericht op illegaal gewin systematisch misdaden plegen met ernstige gevolgen voor de samenleving, en in staat zijn deze misdaden op betrekkelijk effectieve wijze af te schermen, in het bijzonder door de bereidheid te tonen fysiek geweld te gebruiken of personen door middel van corruptie uit te schakelen. Er is sprake van ondermijning wanneer de samenhang in wijken en de legale economie wordt ontwricht door het op grote schaal systematisch schenden van wettelijke normen, of door intimidatie, omkoping of chantage van burgers, bedrijven, bestuurders of het ambtelijk uitvoerend apparaat. Dit betekent dat georganiseerde criminaliteit niet per definitie ondermijnend hoeft te zijn. Hiervan is sprake wanneer de gezagspositie van bestuur en politie wordt aangetast, wanneer er een sluipende maatschappelijke acceptatie is van misdaad(geld) en de marktwerking wordt aangetast door het witwassen van crimineel geld.
De ondermijnende georganiseerde criminaliteit vindt zijn oorsprong in wijken en buurten waar problemen van armoede, achterstand en achterstelling zich opstapelen en draagt vervolgens ook bij aan de verdere verloedering daarvan. Belangrijke ondermijnende effecten in wijken en buurten zijn het ontstaan van een subcultuur waarin overheidsgezag niet wordt erkend, machtsovername in een gebied met kwetsbare groepen burgers, beeldvorming waarin misdaad loont en oneerlijke concurrentie voor bonafide ondernemers van malafide ondernemers. Om te komen tot een effectieve aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit is een gebiedsgerichte benadering en samenwerking binnen en buiten de gemeentelijke organisatie noodzakelijk. Emile Kolthoff pleitte daarom voor een integrale aanpak van deze complexe veiligheidsproblematiek.
De (bestuurlijke) aanpak van ondermijning in IJsselland
De tweede plenaire lezing op de bijeenkomst werd verzorgd door Martijn Dadema, burgemeester van de gemeente Raalte en regionaal portefeuillehouder ondermijning. Criminelen verplaatsen zich van de onder- naar de bovenwereld. Ze gebruiken plaatselijke infrastructuren en faciliteiten bij de uitvoering van hun criminele activiteiten en het witwassen van de gelden die hiermee worden verkregen. De gemeente heeft de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur (Wet bibob) tot haar beschikking om te voorkomen dat zij, door het verlenen van vergunningen, het verstrekken van subsidies of het gunnen van overheidsopdrachten onbedoeld criminele activiteiten faciliteert. Daarnaast heeft de burgemeester nog andere bevoegdheden om invulling te geven aan de bestuurlijke aanpak van ondermijning. Om de aanpak van deze complexe veiligheidsproblematiek nog effectiever te maken, loont het om bestuurlijke, strafrechtelijke en financiële maatregelen met elkaar te combineren. Op deze manier ontstaat een integrale aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit waarbij de interventies van de verschillende veiligheidspartners op elkaar worden afgestemd tot een plan van aanpak.
De rol van een manager in de aanpak van ondermijning
In de stad Utrecht is er sprake van productie en handel in drugs (hennep, cocaïne), witwassen van crimineel vermogen en fraude; ook met geld van de overheid. Er zijn kwetsbare wijken en locaties, maar ook specifieke groepen zoals families die zich onaantastbaar wanen, en hun netwerken. De maatschappelijke impact van criminele netwerken kan enorm zijn. Niet alleen vanwege het onderlinge geweld, maar ook omdat ze steeds vaker uitmonden in informele economieën waarin het illegale geld wordt geïnvesteerd. In vastgoed, bedrijven, handige locaties voor opslag van drugs of wapens. Daar is wegkijken, meedoen en profiteren eerder regel dan uitzondering. Eerlijke ondernemers zijn daarvan de dupe. Maar ook in een woonwijk kan de impact groot zijn.
Een gemeente heeft de algemene verantwoordelijkheid om te voorkomen dat het vertrouwen in een veilige en integere samenleving wordt ondermijnd. Daarnaast heeft een gemeente de specifieke verantwoordelijkheid dat (lokale) wet- en regelgeving wordt misbruikt. Ben van der Hoeven, programmamanager ondermijning bij de gemeente Utrecht, verzorgde de derde plenaire lezing op de bijeenkomst. Hierbij benadrukte hij het belang van bestuurlijke weerbaarheid en de rol van de manager hierbij. Bestuurlijke weerbaarheid kan omschreven worden als de mate waarin het lokaal bestuur in staat is de ondermijnende effecten van georganiseerde criminaliteit tegen te gaan, zowel preventief als reactief. Hierbij kun je denken aan het waarborgen van een veilige werkomgeving van de betrokken ambtenaren en het effectief optreden bij eventuele incidenten waar medewerkers bij betrokken zijn.
In zijn lezing ging Ben van der Hoeven in op hoe hij invulling heeft gegeven aan het programma van de aanpak van ondermijning in de gemeente Utrecht. Bij de start heeft hij geïnventariseerd welk (flankerend) beleid er op dit terrein reeds bestond binnen de gemeente en welke afdelingen hierbij betrokken waren. De volgende stap was het daadwerkelijk vormgeven van de aanpak van ondermijning in samenwerking met afdelingen en functies die hieraan een belangrijke bijdrage kunnen en willen leveren. De Utrechtse aanpak van ondermijning is drieledig: het waarborgen van een weerbare stad, het verstoren van het criminele ondernemingsklimaat en creëren van een weerbare overheid. Daar is een langdurige, intensieve inzet voor nodig door een brede coalitie van partijen: veiligheidspartners, maatschappelijke organisaties, private partijen, bewoners en ondernemers.
Gezamenlijke inzet
RONT Management Consultants verricht sinds twee jaar samen met de Politieacademie actieonderzoek naar de aanpak van ondermijning op Rotterdam Zuid. We vragen ons af hoe je kunt verantwoorden over de gezamenlijke inzet en over de effecten van de aanpak. In de sessie van RONT Management Consultants op de Managementbijeenkomst Ondermijning was het vertrekpunt de manier waarop samenwerkende professionals betekenis geven aan lokale situatie: Wat is er aan de hand? Wat willen we niet op zijn beloop laten? En waarom? Wie hebben we daarbij nodig? En wat zijn de werkzame principes onder een mogelijke aanpak?
Rijker Verantwoorden
Hierbij maakten we gebruik van het instrumentarium van Rijker Verantwoorden dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak. Verantwoording dient op deze manier als middel om te laten zien waaraan wordt gewerkt, hoe dit wordt aangepakt, welk breder doel dit dient en welke effecten en (neven)resultaten hieruit voortkomen. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra en diverse gemeenten de methodiek bij de vormgeving een verantwoording van hun aanpak van onder andere georganiseerde ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.
Rijker Verantwoorden kan worden gebruikt om van binnen naar buiten te werken. We kiezen het perspectief van ‘veel professionals’ die samen betekenis geven aan hun werk en vandaaruit verantwoording afleggen aan veel bestuurders. Maar omgekeerde perspectieven zijn ook noodzakelijk. Er is het perspectief van ‘veel bestuurders’ die vanuit verschillende invalshoeken en vanuit de bevoegdheden van verschillende wetten en organisaties een samenhangend beleid moeten maken. En het perspectief van ‘veel managers’ die in de praktijk keuzen maken in de aansturing en prioritering van het werk. Verantwoording werkt als de informatie die wordt gedeeld (1) betekenisvol is vanuit het perspectief van politiek, management en professionals, (2) als die informatie op een structurele manier wordt gedeeld en (3) als de besturing van de organisatie zo is ingericht dat die informatie daadwerkelijk wordt gebruikt. Het doel van de beweging van rijker verantwoorden is om aansluiting te maken met alle niveaus. En een betekenisvolle dialoog tot stand te brengen die vanuit politiek, management en professionals betekenisvol en werkbaar is. Op deze manier kan worden gekomen tot een breed gedragen effectieve aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit die zicht blijft door ontwikkelen op basis van opgedane kennis en ervaringen.



