Overheden en gerechtsdeurwaarders gaan burger met schulden beter beschermen

Overheidsorganisaties en gerechtsdeurwaarders gaan informatie uitwisselen over beslagen en verrekeningen van mensen met schulden. De gegevensuitwisseling moet helpen om te voorkomen dat, wanneer meerdere schuldeisers beslag leggen, mensen onder het bestaansminimum terechtkomen. Zo hebben deurwaarders nu geen inzicht in beslagen van publieke partijen. Dat gaat veranderen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants.

Staatssecretaris Van Ark (SZW) heeft samen met minister Dekker (Rechtsbescherming) het wetsvoorstel dat dit regelt aangeboden voor internetconsultatie. Het is een van de maatregelen uit het actieplan brede schuldenaanpak van het kabinet. Tamara van Ark: ‘Nu kan de situatie zich voordoen dat een deurwaarder beslag legt op een deel van iemands inkomen terwijl een overheidsorganisatie, zoals bijvoorbeeld UWV of het waterschap, al beslag heeft gelegd op hetzelfde inkomen. Hierdoor is er een groot risico dat mensen te weinig overhouden om van te leven. Dat is nu juist wat we niet willen. Het zorgt ook voor onnodige kosten van gerechtelijke procedures en incasso’s, waardoor iemands schulden nog meer toenemen. En het levert heel veel stress op als meerdere schuldeisers aan je deur kloppen, terwijl er al maximaal beslag is gelegd en je niets kunt betalen. Dat kan en moet anders.’

Het kabinet zet in op het voorkomen van problematische schulden, treft maatregelen om problematische schulden terug te dringen en maakt afspraken met gemeenten om meer mensen met schulden effectiever te helpen. Het rechtssysteem is zo ingericht dat dat mensen zelf verantwoordelijk zijn en blijven voor het nakomen van hun financiële verplichtingen en het aflossen van eventuele schulden. Daar staat tegenover dat de schuldenaar te allen tijde in zijn levensonderhoud moet kunnen voorzien. Het actieplan brede schuldaanpak heeft 3 hoofdlijnen: problematische schulden voorkomen (preventie en vroegsignalering), ontzorgen en ondersteunen en zorgvuldige en maatschappelijke verantwoorde incasso.


Einde in zicht voor tijdschrijven in de jeugdzorg

Er moet een einde komen aan het tijdschrijven in de jeugdzorg. Dat heeft minister Hugo de Jonge (VWS) afgesproken met de bonden FNV en CNV, Jeugdzorg Nederland en de VNG. Voor veel professionals in de jeugdzorg betekent dit dat ze vele uren per week minder kwijt zijn aan papierwerk en straks meer tijd over hebben voor zorg en ondersteuning aan kinderen. De betrokken partijen kwamen in Rotterdam bijeen tijdens de landelijke (regel)schrapweek in de jeugdzorg.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants.

Regel schrappen

In de afgelopen maanden zijn er meerdere regelschrapsessies en bijeenkomsten geweest met jeugdprofessionals, aanbieders en gemeenten. Professionals gaven daarin te kennen veel last te hebben van tijdschrijven. Professionals moeten dan per uur of zelfs in minuten aangeven welke handeling of interventie ze hebben verricht. Deze vorm van tijdschrijven wordt geregeld afgesproken in contractafspraken tussen gemeenten en aanbieders, maar het komt ook voor dat aanbieders zelf deze vorm van verantwoording aan onderaannemers en hun werknemers opleggen. De reden hierachter is dat gemeenten en aanbieders en detail grip willen krijgen op de kosten.

Verantwoording slaat door

De vier betrokken partijen vinden dat deze vorm van verantwoording doorslaat, omdat er te veel tijd en geld op gaat aan de administratief handelen. Minister Hugo de Jonge: “Gezond verstand verliest het te vaak van gestold wantrouwen. En daarmee help je niemand verder: de zorgprofessionals niet, maar zeker ook de jongeren niet. Door het tijdschrijven te schrappen, komen tijd en middelen weer terecht waar ze bedoeld zijn: bij de jongeren zelf.”

(Ont)regel de zorg

De administratieve lasten zijn veel professionals in de zorg een doorn in het oog. Met het programma (Ont)Regel de Zorg wil het kabinet samen met gemeenten en zorgaanbieders daarom zorgen voor minder papier, zodat er meer tijd overblijft voor zorg en ondersteuning. In het land worden daarvoor verschillende regelschrapsessies georganiseerd. Om ook daadwerkelijk te stoppen met de uitwassen van tijdschrijven, zijn afspraken gemaakt tijdens een schrapsessie in Rotterdam, onder leiding van de speciaal adviseur administratieve lasten Rita Verdonk en in aanwezigheid van minister De Jonge. De partijen komen uiterlijk begin maart met een concreet plan.

Rijker Verantwoorden

Rijker Verantwoorden is een methodiek die door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak. Verantwoording dient op deze manier als middel om te laten zien waaraan wordt gewerkt, hoe dit wordt aangepakt, welk breder doel dit dient en welke effecten en (neven)resultaten hieruit voortkomen.

Rijker Verantwoorden kan worden gebruikt om van binnen naar buiten te werken. We kiezen het perspectief van ‘veel professionals’ die samen betekenis geven aan hun werk en vandaaruit verantwoording afleggen aan veel bestuurders. Maar omgekeerde perspectieven zijn ook noodzakelijk. Er is het perspectief van ‘veel bestuurders’ die vanuit verschillende invalshoeken en vanuit de bevoegdheden van verschillende wetten en organisaties een samenhangend beleid moeten maken. En het perspectief van ‘veel managers’ die in de praktijk keuzen maken in de aansturing en prioritering van het werk. Verantwoording werkt als de informatie die wordt gedeeld (1) betekenisvol is vanuit het perspectief van politiek, management en professionals, (2) als die informatie op een structurele manier wordt gedeeld en (3) als de besturing van de organisatie zo is ingericht dat die informatie daadwerkelijk wordt gebruikt. Het doel van de beweging van rijker verantwoorden is om aansluiting te maken met alle niveaus. En een betekenisvolle dialoog tot stand te brengen die vanuit politiek, management en professionals betekenisvol en werkbaar is.


Aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit

Illegale hennepkwekerijen, vastgoedcriminaliteit, mensenhandel, witwaspraktijken… Criminelen verplaatsen zich van de onder- naar de bovenwereld. Ze gebruiken plaatselijke infrastructuren en faciliteiten. Het overgrote deel van de gemeenten in Nederland ondervindt schade van georganiseerde criminaliteit, waarbij de integriteit van de samenleving in het geding is en waarbij de directe leefomgeving van bewoners wordt bedreigd.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en spreker op de managementbijeenkomst ondermijning.

In Nederland werken gemeenten, politie, Openbaar Ministerie, het Regionaal Informatie en Expertise Centrum en de belastingdienst samen aan de aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit. Dergelijke complexe veiligheidsproblematiek vraagt om een multidisciplinaire samenwerking waarbij betrokken stakeholders samenwerken en gezamenlijk tot een doeltreffende aanpak komen. Samenwerking en communicatie met stakeholders vormen hierdoor een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit.

Voortgang en resultaten

Over de voortgang en (verwachte) resultaten van de aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit moet horizontale en verticale verantwoording worden afgelegd aan betrokken stakeholders. Maar hoe leg je verantwoording af aan stakeholders (publiek, collega’s, partners, bestuur of financiers)? Doe je dat vooral met cijfers? Of weet je een rijker beeld neer te zetten? Hoe kun je met verantwoorden echt laten zien waar je mee bezig bent? Hoe je uitdagingen aanpakt en welke resultaten en effecten daaruit voortkomen?

Rijker Verantwoorden

Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Het creëren van draagvlak onder stakeholders is essentieel om de aanpak te laten slagen. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra de methodiek Rijker Verantwoorden bij de vormgeving en verantwoording van hun aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.

Managementbijeenkomst ondermijning

Op 13 februari 2020 vindt de managementbijeenkomst ondermijning plaats waar bestuurders en managers werkzaam bij gemeenten, politie, Openbaar Ministerie, Regionaal Informatie en Expertise Centra, Omgevingsdienst en belastingdienst samenkomen om kennis en ervaringen uit te wisselen over de aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit. Op de managementbijeenkomst ondermijning wordt door RONT Management Consultants een bijdrage geleverd over Rijker Verantwoorden bij de aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit.

Zichtbaar maken wat je doet en gaat doen

De aanpak van complexe veiligheidsproblematiek zoals ondermijnende georganiseerde criminaliteit vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Verantwoording begint lang voor het moment dat eindresultaten en effecten zichtbaar worden. Het begint door zichtbaar te maken wat de beoogde ontwikkelingen zijn. Op welke acties wil je aanspreekbaar zijn? Waarvoor ga je je inzetten? Welke doelen wil je halen, welke plannen ontwikkelen, welke procedures volgen of uitwerken? Verantwoordelijkheid dragen betekent zichtbaar maken wat je zult doen. En hoe. Tijdens en na het proces betekent verantwoording dragen dat je daadwerkelijk inzichtelijk maakt dat je het aan het doen bent. Dat je voorgenomen acties realiseert, dat het leerproces gaande is of dat kansen die zich aandienen worden gepakt. Het is tonen wat er gaande is en aantonen dat het bijdraagt aan de beoogde ontwikkeling. Op deze manier worden betrokken stakeholders geënthousiasmeerd om zich te blijven inzetten voor de aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit en de beoogde resultaten met elkaar te realiseren.


Aanpak van overlast start ook in noorden van het land

In Groningen, Friesland en Drenthe is begonnen met de zogeheten de Top X-aanpak. Deze werkwijze komt neer op het individueel aanpakken van overlastgevende asielzoekers, onder leiding van de ketenmariniers van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dit gebeurt om de hinder voor omwonenden, ondernemers en medewerkers in de asielketen terug te dringen.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Een relatief kleine groep asielzoekers zorgt op sommige plekken in Nederland voor overlast en criminaliteit in en om asielzoekerscentra. Dit is onaanvaardbaar, vindt staatssecretaris Broekers-Knol van Justitie en Veiligheid, niet alleen omdat mensen hier veel last van hebben, maar ook omdat hierdoor het draagvlak wordt aangetast voor asielzoekers die bescherming nodig hebben. De aanpak van overlast is dan ook prioriteit.

Zero tolerance

In de provincies Groningen, Friesland en Drenthe zijn circa 80 overlastgevers op de Top X-lijst geplaatst. Zij krijgen een ‘maatwerkbehandeling’, zegt ketenmarinier Henk Wolthof. “We zitten de overlastgevers op de huid, en er geldt een zero tolerance-beleid. De overlastgevers krijgen bijvoorbeeld een gebiedsverbod, er worden vrijheidsbeperkende maatregelen genomen, we doen aangifte en zetten ze zo vaak als mogelijk in op versneld vertrek uit Nederland. Zo willen we de overlast in en buiten de centra terugdringen.”

Samenwerking

De ketenmariniers pakken de overlast niet in hun eentje aan. Ze trekken intensief op met de verschillende organisaties die betrokken zijn bij de opvang van asielzoekers. Het gaat onder meer om gemeenten, politie, Openbaar Ministerie, de IND, het COA en de Dienst Terugkeer en Vertrek. “De sleutel tot succes bij deze aanpak is samenwerking”, zegt Henk Wolthof.

Top X-lijst

De ketenmariniers werken nu enkele maanden met de landelijke Top X-lijst, waar zo’n 300 overlastgevende asielzoekers op staan. De aanpak is eerst geïntroduceerd in Ter Apel en Cranendonck. Na goede ervaringen daar zijn de ketenmariniers ook elders aan de slag gegaan. Voorbeelden zijn Harderwijk en Maarheeze, waar de samenwerking met de gemeente, het COA, de politie, het Openbaar Ministerie en lokale ondernemers vruchten afwerpt. Vanaf mei wordt landelijk met de aanpak gewerkt.

Casusregie

Casusregie is de sturing op de gezamenlijke aanpak in een specifieke casus. Een casusregisseur fungeert als centrale professional en als vast aanspreekpunt voor de betrokkene. Hij zorgt voor coördinatie van de uitvoering van een gezamenlijk afgesproken aanpak en schakelt waar nodig andere partijen in. Als de casus vastloopt rapporteert de casusregisseur aan de procesregisseur en vraagt een nieuwe bespreking in het casusoverleg aan.


Kabinet versterkt onafhankelijke positie gerechtsdeurwaarders

Om gerechtsdeurwaarders op een onafhankelijke en onpartijdige wijze hun ambtelijke werk te kunnen laten doen, past het kabinet de vaste tarieven daarvoor aan conform het advies van de commissie-Oskam. Ook gaat het kabinet paal en perk stellen aan de mogelijkheid om prijsafspraken met schuldeisers te maken in de vorm van zogenoemde kickbackfees, waarbij de schuldeiser kan verdienen aan de ambtshandelingen die de gerechtsdeurwaarder verricht. Dat schrijft minister Dekker (Rechtsbescherming) aan de Tweede Kamer in de kabinetsreactie op het rapport van de commissie-Oskam over tarieven en marktwerking voor deurwaarders.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Minister Dekker: “Voor een eerlijke en rechtvaardige samenleving hebben we gerechtsdeurwaarders nodig die op een onafhankelijke en onpartijdige wijze hun werk doen. Gerechtsdeurwaarders zorgen er bijvoorbeeld voor dat een vonnis van een rechter goed wordt uitgevoerd. Om die positie te waarborgen passen we de tarieven voor ambtshandelingen aan en leggen we de mogelijkheid voor zogenoemde kickbackfees aan banden. Dat vergroot de onafhankelijkheid ten opzichte van schuldeisers en verkleint de kans op benadeling van mensen met schulden.”

Aanpassing tarieven

De commissie-Oskam stelt een aanpassing van de tarieven voor, op basis van onderzoek naar de kosten van zogenoemde ambtshandelingen van gerechtsdeurwaarders, zoals het beslag leggen op spullen. Het kabinet neemt deze aanbeveling over, omdat gerechtsdeurwaarders een redelijke vergoeding moeten kunnen ontvangen voor hun ambtelijke werk. Deze aanpassing draagt daar aan bij. Met een redelijke vergoeding kan de gerechtsdeurwaarder zijn werk op een maatschappelijk verantwoorde manier en in onafhankelijkheid doen.

Voorkomen kickbackfees

Afspraken tussen gerechtsdeurwaarders en hun opdrachtgevers (schuldeisers) horen bij marktwerking. Dat veranderen we niet. Voorkomen moet wel worden dat er in de afspraken tussen gerechtsdeurwaarder en opdrachtgever ongewenste prikkels zitten, bijvoorbeeld om meer ambtshandelingen te verrichten dan strikt noodzakelijk. Afspraken waarbij de opdrachtgever verdient aan de ambtshandelingen die de gerechtsdeurwaarder verricht zijn ongewenst. Dergelijke ‘kickbackfees’ gaan ten koste van de onafhankelijke positie van de deurwaarder. Het kabinet koppelt daarom de gewenste aanpassing van tarieven aan een beperking in het maken van prijsafspraken, waaronder de kickbackfees. De tarieven worden slechts aangepast als ook de voorgestelde beperking in het maken van dit type prijsafspraken is gerealiseerd.


Kabinet voorkomt stapelen boetes bij mensen met schulden

Mensen die hun boetes wel willen betalen maar dat door problematische schulden niet kunnen, krijgen voortaan meer ademruimte. Minister Dekker (Rechtsbescherming) komt namelijk per 1 april 2020 met een zogenoemde noodstopprocedure bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Deze moet voorkomen dat deze mensen verder in de problemen komen.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Minister Dekker: “Het innen van boetes hoort op een verantwoorde en fatsoenlijke manier te gebeuren. Wie de verkeersregels overtreedt en een boete krijgt, moet uiteraard op de blaren zitten. En wie niet betaalt, riskeert een verhoging. Maar mensen die wel willen betalen, maar vanwege problematische schulden niet kunnen, moeten we niet onnodig dieper in de problemen brengen. Met deze nieuwe procedure snijdt het mes aan twee kanten. Het punitieve karakter van boetes blijft overeind staan. Maar we bieden mensen ook een kans om met schuldhulpverlening hun leven weer op de rails te krijgen.”

Noodstopprocedure

De noodstop gaat gelden voor verkeersboetes en strafrechtelijke geldelijke sancties, zoals door de rechter of het OM opgelegde boetes en ziet er als volgt uit: Mensen die door schulden hun boete niet kunnen betalen, en waarbij geen uitzicht bestaat op betaling, kunnen een noodstop van maximaal 4 maanden krijgen. Het CJIB schort de inning dan op en er worden geen nieuwe verhogingen opgelegd. De persoon die de noodstop krijgt moet zich bij de gemeente melden voor schuldhulpverlening. Wordt deze hulp gestart, dan kan de noodstop met 8 maanden worden verlengd. De boete wordt na de noodstop (in termijnen) afbetaald. De noodstop kan worden beëindigd als afspraken niet worden nagekomen.

Invoering per 1 april 2020

Het afgelopen jaar is de noodstopprocedure ontwikkeld in samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het CJIB, de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG), Divosa, de NVVK (branchevereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren) en de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Haarlem, Tilburg en Deventer ontwikkeld. De procedure zal per 1 april 2020 landelijk worden ingevoerd. Hiermee geeft minister Dekker invulling aan de ambitie in het regeerakkoord om de stapeling van boetes bij te laat betalen te maximeren, en daarmee ook aan de Brede schuldenaanpak van het kabinet.


Achterstandswijken terug in Nederland?

Achterstandswijken in Nederland? Die zijn dichterbij dan ooit. De leefbaarheid in buurten met veel corporatiewoningen gaat harder achteruit dan verwacht. Mensen voelen zich onveiliger, de overlast neemt heftiger vormen aan en dat maakt de oplossingen complexer. Veel buurten staan op het punt te veranderen in probleemgebieden als we nu niet ingrijpen.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de cursus Aanpak woonoverlast.

Buurten die al zwak waren zijn de laatste jaren nog zwakker geworden. ‘De Vogelaarwijken uit 2007 komen terug als wij niet direct de handen ineenslaan.’ Dat zegt Aedes-bestuurslid Hester van Buren in reactie op het onderzoeksrapport Veerkracht in het corporatiebezit. Rijk en gemeenten moeten de handen ineenslaan. Woningcorporaties roepen op tot een verbeterde wijkaanpak en sluiten daar graag bij aan.

Sociaal zwakke buurten nóg sterker geraakt

In opdracht van branchevereniging Aedes werd de leefbaarheid in wijken onderzocht. Uit de tweede meting blijkt dat de problemen in de kwetsbare wijken verder toenemen. De instroom van mensen met een laag inkomen in wijken met corporatiewoningen blijft groeien. Daar komt bij dat huurders met een hoger inkomen steeds vaker de wijken verlaten. De concentratie van mensen die vaker hulp en ondersteuning nodig hebben is daardoor nóg groter dan verwacht.

Bewoners met uiteenlopende sociale problemen in dezelfde wijk

Het aantal kwetsbare groepen, zoals bewoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, mensen met een licht verstandelijke beperking en met psychiatrische problemen, neemt fors toe. Steeds meer bewoners met uiteenlopende sociale problemen wonen samen in dezelfde wijk. Dit vraagt om een integrale aanpak. ‘Losse ingrepen hebben geen effect meer. De fase van pleisters plakken is voorbij’, meldt Hester van Buren.

Integrale sociale buurtaanpak

Corporaties zien dat veel kwetsbare mensen te vaak in dezelfde wijk komen wonen. Steden worden prettiger leefbaar als kwetsbare mensen ook in sociaal sterkere wijken kunnen wonen. Corporaties willen samen met gemeenten meer sturen op spreiding en te veel geconcentreerde plaatsingen voorkomen. Gemeenten zorg dat marktpartijen binnen hun projecten ook voldoende sociale huurwoningen opnemen. Hoewel corporaties zien dat alle partijen het probleem erkennen, constateren we dat dit onvoldoende is.

Gezamenlijke actie

‘Het is nu tijd voor gezamenlijke actie om een tweedeling in wijken te voorkomen’, aldus Ester van Buren. Corporaties roepen de overheid daarom op om de markttoets af te schaffen zodat woningcorporaties ook woningen met een middenhuur kunnen bouwen in wijken waar nu te veel sociale huurwoningen staan. Daarnaast dienen ook kwetsbare huurders de zorg en begeleiding te krijgen die ze nodig hebben. Dan kunnen corporaties doen waar ze goed in zijn. Goede woningen bouwen met aandacht voor de wijken en met oog voor de huurder. Lokaal maatwerk staat bij corporaties hoog op de agenda, maar zij kunnen dat niet alleen. Dat verdient extra aandacht van alle partijen.

Samenwerking en data delen

Cruciaal hierbij is een goede samenwerking tussen gemeenten, corporaties en zorg- en welzijnsorganisaties. Aedes roept deze partijen op om samen te werken aan een integrale sociale buurtaanpak. ‘We kunnen nu nog voorkomen dat er nieuwe Vogelaarwijken ontstaan. Het is niet te laat maar wel 1 voor 12’, volgens Ester van Buren. Dat betekent heldere afspraken maken en die vastleggen in prestatieafspraken. Wat daarbij helpt, is de mogelijkheid om gegevens in een vroeg stadium te delen. Dan kan er goed gekeken worden in welke wijk iemand het beste past.


Knalvuurwerk en vuurpijlen verboden conform OVV-advies

De jaarwisseling moet feestelijk en veilig zijn. Daarom worden knalvuurwerk en vuurpijlen verboden voor consumenten. Dit gaat komende jaarwisseling in. Het verbod is aanvullend op het eerder aangekondigde verbod op F3-vuurwerk (zoals ratelbanden en Chinese rollen) en singleshots. Dat heeft de ministerraad besloten op voorstel van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en minister Van Veldhoven voor Milieu en Wonen. Het verbod is noodzakelijk omdat de recente jaarwisseling wederom niet goed is verlopen. Er was sprake van onacceptabel veel letsel en incidenten. En het aantal geweldsincidenten tegen agenten is in vijf jaar niet zo hoog geweest.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Aanvullende maatregelen

Een verbod op vuurpijlen en knalvuurwerk is in lijn met de aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid uit 2017. Het OVV-rapport adviseert daarnaast om te zorgen voor meer inzicht in de relatie tussen het type vuurwerk en de omvang en ernst van het letsel. Ook dat advies wordt overgenomen. Daarmee zijn alle aanbevelingen van het OVV-rapport overgenomen. Net als de afgelopen jaren blijft het kabinet de jaarwisseling evalueren en worden eventuele aanvullende maatregelen niet uitgesloten. Het kabinet wil dat mensen de mogelijkheid behouden om op een prettige manier vuurwerk af te steken. Het lichte vuurwerk in de F1-categorie en verschillende soorten siervuurwerk in de categorie F2 blijven daarom toegestaan voor consumenten. Het gaat dan onder meer om fonteinen en tollen.

Handhaving van vuurwerkverbod

Gemeenten spelen een belangrijke rol bij een veilige en prettige jaarwisseling. Zij kunnen vuurwerkshows en andere festiviteiten (laten) organiseren, en maatregelen opleggen aan bekende raddraaiers. Ook kan de gemeente (delen van) het grondgebied vuurwerkvrij maken, als ook combineren met het organiseren van lokale vuurwerkevenementen. Een dergelijk evenement wordt gehouden onder verantwoordelijkheid van een professionele vuurwerkbeziger die ervoor zorgt dat vuurwerk veilig wordt afgestoken en het publiek voldoende afstand houdt. In de lokale driehoek worden verder afspraken gemaakt over de extra inzet die nodig zal zijn op de handhaving van het vuurwerkverbod.

Aanpak van illegaal vuurwerk en bestrijden van geweld tegen hulpverleners

De aanpak om tot een meer veilige jaarwisseling te komen heeft niet alleen betrekking op vuurwerk, maar ook op de aanpak van illegaal vuurwerk en het bestrijden van geweld tegen hulpverleners. Zo is sinds 15 december 2019 het hinderen van hulpverleners overal strafbaar en is de straf verhoogd. Ook is een taakstrafverbod in voorbereiding bij geweld tegen personen met een publieke taak.


Vernieuwd communicatienetwerk C2000 voor hulpverleners in werking getreden

Recent is de migratie van het huidige naar het nieuwe communicatienetwerk C2000 succesvol verlopen. Het netwerk is vernieuwd om een goede mobiele communicatie tussen noodhulpdiensten goed te kunnen blijven faciliteren en hun veiligheid te garanderen. De migratie is de afgelopen maanden onder regie van het ministerie van Justitie en Veiligheid zorgvuldig voorbereid door de politie, de ambulancezorg, brandweer en gebruikers van het ministerie van Defensie.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Overgang naar vernieuwd communicatienetwerk

Meer dan 80.000 hulpverleners communiceren 7 dagen per week, 24 uur per dag, via C2000 met de meldkamer en met elkaar. Zij gebruiken het gesloten systeem tijdens het dagelijks werk, maar ook bij grote incidenten en rampen. Tijdens de migratie in de nacht van 27 op 28 januari is het huidige spraaknetwerk van C2000 enkele uren op stand-by gezet. Tegelijkertijd werd het vernieuwde netwerk ingeschakeld. Hierdoor hadden porto- en mobilofoons conform planning gedurende enkele uren geen bereik. Noodhulpdiensten hebben daarom via alternatieve procedures en communicatiemiddelen, zoals de mobiele telefoon, hun werk gedaan. Zo kon het werk van de hulpverleners door gaan en merkten inwoners niets van de migratie. Ook bleef het alarmnummer 112 gewoon bereikbaar. Direct na de migratie was er weer landelijke dekking, nu op vernieuwde C2000 communicatienetwerk.

Ondersteuning om eventuele aanloopproblemen te verhelpen

Hulpverleners blijven gebruik maken van hun bestaande portofoons en mobilofoons. Het nieuwe netwerk is net als het oude netwerk gebaseerd op de internationale TETRA-standaard. Zoals bij elk nieuw systeem is het in de eerste periode wennen voor gebruikers en beheerders. De komende periode wordt het functioneren van vernieuwde spraaknetwerk daarom intensief gemonitord. En wordt extra ondersteuning geboden om eventuele aanloopproblemen te verhelpen.


Makkelijker achternaam wijzigen na misdrijven in de familiekring

Voor slachtoffers van misdrijven in de familiekring wordt het makkelijker om hun achternaam te wijzigen. De ministerraad heeft daarmee ingestemd op voorstel van minister Dekker voor Rechtsbescherming. Het wijzigen van de achternaam na misdrijven in de familiekring is nu vaak nog lastig en in de meeste gevallen zijn er kosten aan verbonden. Het kabinet wil naamswijziging in deze gevallen vergemakkelijken en kosteloos maken.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants.

Dekker: ‘Een slachtoffer van een misdrijf in de familiekring draagt vaak dezelfde achternaam als degene die zich er schuldig aan heeft gemaakt. Ik begrijp het dus heel goed als slachtoffers hun achternaam willen veranderen. Een nieuwe achternaam kan nodig zijn om een breuk te maken met een pijnlijk verleden. Nu moeten zij daarvoor heel veel moeite doen, wat weer zorgt voor het openrijten van oude wonden en nieuw leed. Dat moet in de toekomst dus anders en gemakkelijker.’

Wat gaat er veranderen?

Op dit moment is het voor slachtoffers in de praktijk al mogelijk om hun achternaam te wijzigen als zij een onherroepelijke veroordeling van de dader kunnen overleggen. In die gevallen is naamswijziging ook kosteloos. Met dit voorstel kunnen ook slachtoffers die geen veroordeling kunnen overleggen, gemakkelijker hun achternaam wijzigen. Nu moeten zij nog een verklaring laten zien van een onafhankelijke deskundige waaruit blijkt dat zij lichamelijke of psychische hinder hebben van hun achternaam. Het moet ook voldoende zijn als de eigen behandelaar dat verklaart. In deze gevallen wordt naamswijziging ook kosteloos als het Schadefonds Geweldsmisdrijven een uitkering heeft toegekend aan het slachtoffer.

Voor wie?

De vereenvoudigingen gelden in gevallen waarin sprake is van bepaalde misdrijven, bijvoorbeeld misdrijven tegen de burgerlijke staat en ernstige geweldsmisdrijven in de familiekring.

Hoe werkt het?

Een aanvraag voor de wijziging van een achternaam kan ingediend worden bij Justis, de screeningsautoriteit van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Justis beslist namens de minister voor Rechtsbescherming of de achternaam mag worden gewijzigd.