Steun en hulp voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg

Er komt een financiële tegemoetkomingsregeling voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg. De regeling maakt onderdeel uit van een breder pakket aan maatregelen dat het kabinet aan de Tweede Kamer bekendmaakte. Hiermee reageren ministers Hugo de Jonge (VWS) en Sander Dekker (Rechtsbescherming) op de aanbevelingen van de Commissie De Winter, die eerder haar onderzoekresultaten presenteerde over geweld in de jeugdzorg.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.

Psychisch, fysiek en seksueel geweld

Commissie De Winter tekende verhalen op over psychisch, fysiek en seksueel geweld waaraan kinderen in de jeugdzorg in de periode 1945-2019 zijn blootgesteld. In het rapport deed de commissie aanbevelingen om de slachtoffers uit het verleden te ondersteunen en kwetsbare kinderen nu en in de toekomst te beschermen tegen geweld.

Aandacht en erkenning

Tijdens verschillende bijeenkomsten met slachtoffers en lotgenotenorganisaties hebben ministers De Jonge en Dekker de afgelopen maanden gesproken over de ervaringen van de slachtoffers en welke vormen van erkenning slachtoffers belangrijk vinden. “De gesprekken met slachtoffers uit alle lagen van de samenleving, van alle leeftijden, hebben enorme indruk op ons gemaakt. Wat zij hebben meegemaakt verdient aandacht en erkenning. Het is belangrijk om recht te doen aan de slachtoffers van gisteren. En voorkomen dat de kinderen in de jeugdzorg vandaag, de slachtoffers van morgen worden”, aldus De Jonge en Dekker.

Erkenningsmaatregelen

Recent werd het pakket aan erkenningsmaatregelen tijdens een besloten bijeenkomst met slachtoffers gedeeld. Om slachtoffers van geweld in de jeugdzorg erkenning te geven voor het leed dat hen is aangedaan, bracht minister Dekker allereerst nogmaals excuses van het kabinet over. Daarnaast komt er een financiële tegemoetkomingsregeling waar de slachtoffers aanspraak op kunnen maken. Er is per slachtoffer een bedrag van 5.000 euro beschikbaar als tegemoetkoming voor het leed dat hen is aangedaan. De verwachting is dat de regeling dit najaar van start gaat.

Initiatieven om ervaringen te delen

Verder worden in nauw overleg met de betrokken brancheverenigingen en lotgenotenorganisaties verschillende initiatieven opgezet zodat slachtoffers hun ervaringen kunnen delen. Het gaat onder meer om lotgenotencontact te organiseren via het initiatief ‘Het Koershuis’. Ook krijgen slachtoffers de mogelijkheid hun verhaal met een breder publiek te delen, via een te ontwikkelen website, een documentaire en een congres. Zo groeit het publiek bewustzijn en kan er kennis worden uitgewisseld om nieuw geweld in de toekomst te voorkomen.

De best passende zorg voor kwetsbare jongeren

Met het eerder gepresenteerde programma Zorg voor de Jeugd en het plan “De best passende zorg voor kwetsbare jongeren” wil het kabinet samen met brancheorganisaties en gemeenten verder gehoor geven aan de aanbevelingen van commissie De Winter. Door onder andere te stoppen met separeren, minder kinderen te plaatsen in gesloten instellingen en kinderen zo veel mogelijk in een huislijke omgeving (zoals pleeggezinnen en gezinshuizen) op te vangen moeten kinderen beter worden beschermd en ondersteund.


Jongerenperspectief structureel betrekken bij beleid

Het kabinet onderschrijft de conclusies van het SER Jongerenplatform en wil het perspectief van jongeren structureel betrekken bij beleidsvorming. Daarom gaat het kabinet, op voorstel van het SER Jongerenplatform, een ‘generatietoets’ invoeren bij de ontwikkeling van wet- en regelgeving. Het doel is dat de effecten van beleid op verschillende generaties worden meegenomen in beleidsontwikkeling. Ook heeft het kabinet besloten structureel onderzoek te doen naar de financiële positie van jongeren. En het kabinet vraagt het SER Jongerenplatform een tweede, specifiekere, verkenning te doen rondom de belangen en positie van jongeren in Nederland.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.

Jongeren moeten zich kunnen ontplooien en een goed leven kunnen opbouwen. Het SER Jongerenplatform heeft aangegeven zorgen te hebben over de toegankelijkheid van het onderwijs, de start op de arbeidsmarkt, betaalbare woonruimte en de mogelijkheid om een gezin te starten. Het kabinet herkent die zorgen en neemt die serieus.

Situatie verbeteren

Op veel punten die de jongeren aandragen is het kabinet al bezig om de situatie te verbeteren. Zo is op 1 januari de Wet arbeidsmarkt in balans ingegaan, die het aantrekkelijker maakt voor werkgevers om vaste contracten aan te bieden. Ook loopt er bijvoorbeeld een onderzoek naar de mentale gezondheid van jongeren.

Belangen van jongeren

Om de belangen van jongeren beter mee te nemen bij het maken van nieuwe wet- en regelgeving, gaat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in samenwerking met jongeren en jongerenorganisaties de ‘generatietoets’ ontwikkelen. Op een aantal dossiers wordt de komende tijd daarmee geëxperimenteerd. Voorkomen van onnodige bureaucratie is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast gaat het kabinet elke twee jaar een onderzoek laten uitvoeren om beter beeld te krijgen van de financiële positie van jongeren.

Stapeling van problematiek

Minister Koolmees: “Het is goed dat de jongeren van de SER hun zorgen hebben gedeeld over de stapeling van problematiek bij één generatie, namelijk de jongeren. Gelukkig is het kabinet al goed op weg om die zorgen aan te pakken. Maar we zijn er nog niet. Daarom vinden we het heel belangrijk om de kritische blik van jongeren structureel te betrekken bij ons werk. Ik ben blij dat het SER Jongerenplatform bereid is om ons in de toekomst van advies te blijven voorzien.”


Terugblik Managementbijeenkomst Ondermijning

Het overgrote deel van de gemeenten in Nederland ondervindt schade van georganiseerde criminaliteit, waarbij de integriteit van de samenleving in het geding is en waarbij de directe leefomgeving van bewoners wordt bedreigd. Op 13 februari 2020 vond de Managementbijeenkomst Ondermijning plaats waar bijna honderd bestuurders en managers werkzaam bij gemeenten, politie, Openbaar Ministerie, Regionaal Informatie en Expertise Centra, Omgevingsdienst en belastingdienst samenkwamen om kennis en ervaringen uit te wisselen over de aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit. RONT Management Consultants was ook aanwezig op de Managementbijeenkomst Ondermijning om een bijdrage te verzorgen over Rijker Verantwoorden bij de aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en spreker op de Managementbijeenkomst Ondermijning.

Maatschappelijke impact van ondermijning

De managementbijeenkomst werd geopend door Ingrid Geveke, gemeentesecretaris van de gemeente Zwolle en dagvoorzitter van de Managementbijeenkomst Ondermijning. De eerste plenaire lezing op de bijeenkomst werd verzorgd door Emile Kolthoff, hoogleraar Criminologie aan de Open Universiteit en lector Ondermijning aan het Expertisecentrum Veiligheid van de Avans Hogeschool. In zijn plenaire lezing ging hij in op de maatschappelijke impact van ondermijning. Ondermijnende georganiseerde criminaliteit heeft niet alleen een negatieve invloed op de leefbaarheid en veiligheid in wijken, maar raakt alle onderdelen van de gemeentelijke organisatie. Emile Kolthoff ging tijdens zijn lezing in op de definities van zowel georganiseerde criminaliteit als ondermijning. Van georganiseerde criminaliteit is sprake indien groepen die primair zijn gericht op illegaal gewin systematisch misdaden plegen met ernstige gevolgen voor de samenleving, en in staat zijn deze misdaden op betrekkelijk effectieve wijze af te schermen, in het bijzonder door de bereidheid te tonen fysiek geweld te gebruiken of personen door middel van corruptie uit te schakelen. Er is sprake van ondermijning wanneer de samenhang in wijken en de legale economie wordt ontwricht door het op grote schaal systematisch schenden van wettelijke normen, of door intimidatie, omkoping of chantage van burgers, bedrijven, bestuurders of het ambtelijk uitvoerend apparaat. Dit betekent dat georganiseerde criminaliteit niet per definitie ondermijnend hoeft te zijn. Hiervan is sprake wanneer de gezagspositie van bestuur en politie wordt aangetast, wanneer er een sluipende maatschappelijke acceptatie is van misdaad(geld) en de marktwerking wordt aangetast door het witwassen van crimineel geld.

De ondermijnende georganiseerde criminaliteit vindt zijn oorsprong in wijken en buurten waar problemen van armoede, achterstand en achterstelling zich opstapelen en draagt vervolgens ook bij aan de verdere verloedering daarvan. Belangrijke ondermijnende effecten in wijken en buurten zijn het ontstaan van een subcultuur waarin overheidsgezag niet wordt erkend, machtsovername in een gebied met kwetsbare groepen burgers, beeldvorming waarin misdaad loont en oneerlijke concurrentie voor bonafide ondernemers van malafide ondernemers. Om te komen tot een effectieve aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit is een gebiedsgerichte benadering en samenwerking binnen en buiten de gemeentelijke organisatie noodzakelijk. Emile Kolthoff pleitte daarom voor een integrale aanpak van deze complexe veiligheidsproblematiek.

De (bestuurlijke) aanpak van ondermijning in IJsselland

De tweede plenaire lezing op de bijeenkomst werd verzorgd door Martijn Dadema, burgemeester van de gemeente Raalte en regionaal portefeuillehouder ondermijning. Criminelen verplaatsen zich van de onder- naar de bovenwereld. Ze gebruiken plaatselijke infrastructuren en faciliteiten bij de uitvoering van hun criminele activiteiten en het witwassen van de gelden die hiermee worden verkregen. De gemeente heeft de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur (Wet bibob) tot haar beschikking om te voorkomen dat zij, door het verlenen van vergunningen, het verstrekken van subsidies of het gunnen van overheidsopdrachten onbedoeld criminele activiteiten faciliteert. Daarnaast heeft de burgemeester nog andere bevoegdheden om invulling te geven aan de bestuurlijke aanpak van ondermijning. Om de aanpak van deze complexe veiligheidsproblematiek nog effectiever te maken, loont het om bestuurlijke, strafrechtelijke en financiële maatregelen met elkaar te combineren. Op deze manier ontstaat een integrale aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit waarbij de interventies van de verschillende veiligheidspartners op elkaar worden afgestemd tot een plan van aanpak.

De rol van een manager in de aanpak van ondermijning

In de stad Utrecht is er sprake van productie en handel in drugs (hennep, cocaïne), witwassen van crimineel vermogen en fraude; ook met geld van de overheid. Er zijn kwetsbare wijken en locaties, maar ook specifieke groepen zoals families die zich onaantastbaar wanen, en hun netwerken. De maatschappelijke impact van criminele netwerken kan enorm zijn. Niet alleen vanwege het onderlinge geweld, maar ook omdat ze steeds vaker uitmonden in informele economieën waarin het illegale geld wordt geïnvesteerd. In vastgoed, bedrijven, handige locaties voor opslag van drugs of wapens. Daar is wegkijken, meedoen en profiteren eerder regel dan uitzondering. Eerlijke ondernemers zijn daarvan de dupe. Maar ook in een woonwijk kan de impact groot zijn.

Een gemeente heeft de algemene verantwoordelijkheid om te voorkomen dat het vertrouwen in een veilige en integere samenleving wordt ondermijnd. Daarnaast heeft een gemeente de specifieke verantwoordelijkheid dat (lokale) wet- en regelgeving wordt misbruikt. Ben van der Hoeven, programmamanager ondermijning bij de gemeente Utrecht, verzorgde de derde plenaire lezing op de bijeenkomst. Hierbij benadrukte hij het belang van bestuurlijke weerbaarheid en de rol van de manager hierbij. Bestuurlijke weerbaarheid kan omschreven worden als de mate waarin het lokaal bestuur in staat is de ondermijnende effecten van georganiseerde criminaliteit tegen te gaan, zowel preventief als reactief. Hierbij kun je denken aan het waarborgen van een veilige werkomgeving van de betrokken ambtenaren en het effectief optreden bij eventuele incidenten waar medewerkers bij betrokken zijn.

In zijn lezing ging Ben van der Hoeven in op hoe hij invulling heeft gegeven aan het programma van de aanpak van ondermijning in de gemeente Utrecht. Bij de start heeft hij geïnventariseerd welk (flankerend) beleid er op dit terrein reeds bestond binnen de gemeente en welke afdelingen hierbij betrokken waren. De volgende stap was het daadwerkelijk vormgeven van de aanpak van ondermijning in samenwerking met afdelingen en functies die hieraan een belangrijke bijdrage kunnen en willen leveren. De Utrechtse aanpak van ondermijning is drieledig: het waarborgen van een weerbare stad, het verstoren van het criminele ondernemingsklimaat en creëren van een weerbare overheid. Daar is een langdurige, intensieve inzet voor nodig door een brede coalitie van partijen: veiligheidspartners, maatschappelijke organisaties, private partijen, bewoners en ondernemers.

Gezamenlijke inzet

RONT Management Consultants verricht sinds twee jaar samen met de Politieacademie actieonderzoek naar de aanpak van ondermijning op Rotterdam Zuid. We vragen ons af hoe je kunt verantwoorden over de gezamenlijke inzet en over de effecten van de aanpak. In de sessie van RONT Management Consultants op de Managementbijeenkomst Ondermijning was het vertrekpunt de manier waarop samenwerkende professionals betekenis geven aan lokale situatie: Wat is er aan de hand? Wat willen we niet op zijn beloop laten? En waarom? Wie hebben we daarbij nodig? En wat zijn de werkzame principes onder een mogelijke aanpak?

Rijker Verantwoorden

Hierbij maakten we gebruik van het instrumentarium van Rijker Verantwoorden dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak. Verantwoording dient op deze manier als middel om te laten zien waaraan wordt gewerkt, hoe dit wordt aangepakt, welk breder doel dit dient en welke effecten en (neven)resultaten hieruit voortkomen. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra en diverse gemeenten de methodiek bij de vormgeving een verantwoording van hun aanpak van onder andere georganiseerde ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.

Rijker Verantwoorden kan worden gebruikt om van binnen naar buiten te werken. We kiezen het perspectief van ‘veel professionals’ die samen betekenis geven aan hun werk en vandaaruit verantwoording afleggen aan veel bestuurders. Maar omgekeerde perspectieven zijn ook noodzakelijk. Er is het perspectief van ‘veel bestuurders’ die vanuit verschillende invalshoeken en vanuit de bevoegdheden van verschillende wetten en organisaties een samenhangend beleid moeten maken. En het perspectief van ‘veel managers’ die in de praktijk keuzen maken in de aansturing en prioritering van het werk. Verantwoording werkt als de informatie die wordt gedeeld (1) betekenisvol is vanuit het perspectief van politiek, management en professionals, (2) als die informatie op een structurele manier wordt gedeeld en (3) als de besturing van de organisatie zo is ingericht dat die informatie daadwerkelijk wordt gebruikt. Het doel van de beweging van rijker verantwoorden is om aansluiting te maken met alle niveaus. En een betekenisvolle dialoog tot stand te brengen die vanuit politiek, management en professionals betekenisvol en werkbaar is. Op deze manier kan worden gekomen tot een breed gedragen effectieve aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit die zicht blijft door ontwikkelen op basis van opgedane kennis en ervaringen.


Overheden en gerechtsdeurwaarders gaan burger met schulden beter beschermen

Overheidsorganisaties en gerechtsdeurwaarders gaan informatie uitwisselen over beslagen en verrekeningen van mensen met schulden. De gegevensuitwisseling moet helpen om te voorkomen dat, wanneer meerdere schuldeisers beslag leggen, mensen onder het bestaansminimum terechtkomen. Zo hebben deurwaarders nu geen inzicht in beslagen van publieke partijen. Dat gaat veranderen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants.

Staatssecretaris Van Ark (SZW) heeft samen met minister Dekker (Rechtsbescherming) het wetsvoorstel dat dit regelt aangeboden voor internetconsultatie. Het is een van de maatregelen uit het actieplan brede schuldenaanpak van het kabinet. Tamara van Ark: ‘Nu kan de situatie zich voordoen dat een deurwaarder beslag legt op een deel van iemands inkomen terwijl een overheidsorganisatie, zoals bijvoorbeeld UWV of het waterschap, al beslag heeft gelegd op hetzelfde inkomen. Hierdoor is er een groot risico dat mensen te weinig overhouden om van te leven. Dat is nu juist wat we niet willen. Het zorgt ook voor onnodige kosten van gerechtelijke procedures en incasso’s, waardoor iemands schulden nog meer toenemen. En het levert heel veel stress op als meerdere schuldeisers aan je deur kloppen, terwijl er al maximaal beslag is gelegd en je niets kunt betalen. Dat kan en moet anders.’

Het kabinet zet in op het voorkomen van problematische schulden, treft maatregelen om problematische schulden terug te dringen en maakt afspraken met gemeenten om meer mensen met schulden effectiever te helpen. Het rechtssysteem is zo ingericht dat dat mensen zelf verantwoordelijk zijn en blijven voor het nakomen van hun financiële verplichtingen en het aflossen van eventuele schulden. Daar staat tegenover dat de schuldenaar te allen tijde in zijn levensonderhoud moet kunnen voorzien. Het actieplan brede schuldaanpak heeft 3 hoofdlijnen: problematische schulden voorkomen (preventie en vroegsignalering), ontzorgen en ondersteunen en zorgvuldige en maatschappelijke verantwoorde incasso.


Einde in zicht voor tijdschrijven in de jeugdzorg

Er moet een einde komen aan het tijdschrijven in de jeugdzorg. Dat heeft minister Hugo de Jonge (VWS) afgesproken met de bonden FNV en CNV, Jeugdzorg Nederland en de VNG. Voor veel professionals in de jeugdzorg betekent dit dat ze vele uren per week minder kwijt zijn aan papierwerk en straks meer tijd over hebben voor zorg en ondersteuning aan kinderen. De betrokken partijen kwamen in Rotterdam bijeen tijdens de landelijke (regel)schrapweek in de jeugdzorg.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants.

Regel schrappen

In de afgelopen maanden zijn er meerdere regelschrapsessies en bijeenkomsten geweest met jeugdprofessionals, aanbieders en gemeenten. Professionals gaven daarin te kennen veel last te hebben van tijdschrijven. Professionals moeten dan per uur of zelfs in minuten aangeven welke handeling of interventie ze hebben verricht. Deze vorm van tijdschrijven wordt geregeld afgesproken in contractafspraken tussen gemeenten en aanbieders, maar het komt ook voor dat aanbieders zelf deze vorm van verantwoording aan onderaannemers en hun werknemers opleggen. De reden hierachter is dat gemeenten en aanbieders en detail grip willen krijgen op de kosten.

Verantwoording slaat door

De vier betrokken partijen vinden dat deze vorm van verantwoording doorslaat, omdat er te veel tijd en geld op gaat aan de administratief handelen. Minister Hugo de Jonge: “Gezond verstand verliest het te vaak van gestold wantrouwen. En daarmee help je niemand verder: de zorgprofessionals niet, maar zeker ook de jongeren niet. Door het tijdschrijven te schrappen, komen tijd en middelen weer terecht waar ze bedoeld zijn: bij de jongeren zelf.”

(Ont)regel de zorg

De administratieve lasten zijn veel professionals in de zorg een doorn in het oog. Met het programma (Ont)Regel de Zorg wil het kabinet samen met gemeenten en zorgaanbieders daarom zorgen voor minder papier, zodat er meer tijd overblijft voor zorg en ondersteuning. In het land worden daarvoor verschillende regelschrapsessies georganiseerd. Om ook daadwerkelijk te stoppen met de uitwassen van tijdschrijven, zijn afspraken gemaakt tijdens een schrapsessie in Rotterdam, onder leiding van de speciaal adviseur administratieve lasten Rita Verdonk en in aanwezigheid van minister De Jonge. De partijen komen uiterlijk begin maart met een concreet plan.

Rijker Verantwoorden

Rijker Verantwoorden is een methodiek die door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak. Verantwoording dient op deze manier als middel om te laten zien waaraan wordt gewerkt, hoe dit wordt aangepakt, welk breder doel dit dient en welke effecten en (neven)resultaten hieruit voortkomen.

Rijker Verantwoorden kan worden gebruikt om van binnen naar buiten te werken. We kiezen het perspectief van ‘veel professionals’ die samen betekenis geven aan hun werk en vandaaruit verantwoording afleggen aan veel bestuurders. Maar omgekeerde perspectieven zijn ook noodzakelijk. Er is het perspectief van ‘veel bestuurders’ die vanuit verschillende invalshoeken en vanuit de bevoegdheden van verschillende wetten en organisaties een samenhangend beleid moeten maken. En het perspectief van ‘veel managers’ die in de praktijk keuzen maken in de aansturing en prioritering van het werk. Verantwoording werkt als de informatie die wordt gedeeld (1) betekenisvol is vanuit het perspectief van politiek, management en professionals, (2) als die informatie op een structurele manier wordt gedeeld en (3) als de besturing van de organisatie zo is ingericht dat die informatie daadwerkelijk wordt gebruikt. Het doel van de beweging van rijker verantwoorden is om aansluiting te maken met alle niveaus. En een betekenisvolle dialoog tot stand te brengen die vanuit politiek, management en professionals betekenisvol en werkbaar is.


Aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit

Illegale hennepkwekerijen, vastgoedcriminaliteit, mensenhandel, witwaspraktijken… Criminelen verplaatsen zich van de onder- naar de bovenwereld. Ze gebruiken plaatselijke infrastructuren en faciliteiten. Het overgrote deel van de gemeenten in Nederland ondervindt schade van georganiseerde criminaliteit, waarbij de integriteit van de samenleving in het geding is en waarbij de directe leefomgeving van bewoners wordt bedreigd.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en spreker op de managementbijeenkomst ondermijning.

In Nederland werken gemeenten, politie, Openbaar Ministerie, het Regionaal Informatie en Expertise Centrum en de belastingdienst samen aan de aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit. Dergelijke complexe veiligheidsproblematiek vraagt om een multidisciplinaire samenwerking waarbij betrokken stakeholders samenwerken en gezamenlijk tot een doeltreffende aanpak komen. Samenwerking en communicatie met stakeholders vormen hierdoor een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit.

Voortgang en resultaten

Over de voortgang en (verwachte) resultaten van de aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit moet horizontale en verticale verantwoording worden afgelegd aan betrokken stakeholders. Maar hoe leg je verantwoording af aan stakeholders (publiek, collega’s, partners, bestuur of financiers)? Doe je dat vooral met cijfers? Of weet je een rijker beeld neer te zetten? Hoe kun je met verantwoorden echt laten zien waar je mee bezig bent? Hoe je uitdagingen aanpakt en welke resultaten en effecten daaruit voortkomen?

Rijker Verantwoorden

Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Het creëren van draagvlak onder stakeholders is essentieel om de aanpak te laten slagen. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra de methodiek Rijker Verantwoorden bij de vormgeving en verantwoording van hun aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.

Managementbijeenkomst ondermijning

Op 13 februari 2020 vindt de managementbijeenkomst ondermijning plaats waar bestuurders en managers werkzaam bij gemeenten, politie, Openbaar Ministerie, Regionaal Informatie en Expertise Centra, Omgevingsdienst en belastingdienst samenkomen om kennis en ervaringen uit te wisselen over de aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit. Op de managementbijeenkomst ondermijning wordt door RONT Management Consultants een bijdrage geleverd over Rijker Verantwoorden bij de aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit.

Zichtbaar maken wat je doet en gaat doen

De aanpak van complexe veiligheidsproblematiek zoals ondermijnende georganiseerde criminaliteit vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Verantwoording begint lang voor het moment dat eindresultaten en effecten zichtbaar worden. Het begint door zichtbaar te maken wat de beoogde ontwikkelingen zijn. Op welke acties wil je aanspreekbaar zijn? Waarvoor ga je je inzetten? Welke doelen wil je halen, welke plannen ontwikkelen, welke procedures volgen of uitwerken? Verantwoordelijkheid dragen betekent zichtbaar maken wat je zult doen. En hoe. Tijdens en na het proces betekent verantwoording dragen dat je daadwerkelijk inzichtelijk maakt dat je het aan het doen bent. Dat je voorgenomen acties realiseert, dat het leerproces gaande is of dat kansen die zich aandienen worden gepakt. Het is tonen wat er gaande is en aantonen dat het bijdraagt aan de beoogde ontwikkeling. Op deze manier worden betrokken stakeholders geënthousiasmeerd om zich te blijven inzetten voor de aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit en de beoogde resultaten met elkaar te realiseren.


Aanpak van overlast start ook in noorden van het land

In Groningen, Friesland en Drenthe is begonnen met de zogeheten de Top X-aanpak. Deze werkwijze komt neer op het individueel aanpakken van overlastgevende asielzoekers, onder leiding van de ketenmariniers van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dit gebeurt om de hinder voor omwonenden, ondernemers en medewerkers in de asielketen terug te dringen.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Een relatief kleine groep asielzoekers zorgt op sommige plekken in Nederland voor overlast en criminaliteit in en om asielzoekerscentra. Dit is onaanvaardbaar, vindt staatssecretaris Broekers-Knol van Justitie en Veiligheid, niet alleen omdat mensen hier veel last van hebben, maar ook omdat hierdoor het draagvlak wordt aangetast voor asielzoekers die bescherming nodig hebben. De aanpak van overlast is dan ook prioriteit.

Zero tolerance

In de provincies Groningen, Friesland en Drenthe zijn circa 80 overlastgevers op de Top X-lijst geplaatst. Zij krijgen een ‘maatwerkbehandeling’, zegt ketenmarinier Henk Wolthof. “We zitten de overlastgevers op de huid, en er geldt een zero tolerance-beleid. De overlastgevers krijgen bijvoorbeeld een gebiedsverbod, er worden vrijheidsbeperkende maatregelen genomen, we doen aangifte en zetten ze zo vaak als mogelijk in op versneld vertrek uit Nederland. Zo willen we de overlast in en buiten de centra terugdringen.”

Samenwerking

De ketenmariniers pakken de overlast niet in hun eentje aan. Ze trekken intensief op met de verschillende organisaties die betrokken zijn bij de opvang van asielzoekers. Het gaat onder meer om gemeenten, politie, Openbaar Ministerie, de IND, het COA en de Dienst Terugkeer en Vertrek. “De sleutel tot succes bij deze aanpak is samenwerking”, zegt Henk Wolthof.

Top X-lijst

De ketenmariniers werken nu enkele maanden met de landelijke Top X-lijst, waar zo’n 300 overlastgevende asielzoekers op staan. De aanpak is eerst geïntroduceerd in Ter Apel en Cranendonck. Na goede ervaringen daar zijn de ketenmariniers ook elders aan de slag gegaan. Voorbeelden zijn Harderwijk en Maarheeze, waar de samenwerking met de gemeente, het COA, de politie, het Openbaar Ministerie en lokale ondernemers vruchten afwerpt. Vanaf mei wordt landelijk met de aanpak gewerkt.

Casusregie

Casusregie is de sturing op de gezamenlijke aanpak in een specifieke casus. Een casusregisseur fungeert als centrale professional en als vast aanspreekpunt voor de betrokkene. Hij zorgt voor coördinatie van de uitvoering van een gezamenlijk afgesproken aanpak en schakelt waar nodig andere partijen in. Als de casus vastloopt rapporteert de casusregisseur aan de procesregisseur en vraagt een nieuwe bespreking in het casusoverleg aan.


Kabinet versterkt onafhankelijke positie gerechtsdeurwaarders

Om gerechtsdeurwaarders op een onafhankelijke en onpartijdige wijze hun ambtelijke werk te kunnen laten doen, past het kabinet de vaste tarieven daarvoor aan conform het advies van de commissie-Oskam. Ook gaat het kabinet paal en perk stellen aan de mogelijkheid om prijsafspraken met schuldeisers te maken in de vorm van zogenoemde kickbackfees, waarbij de schuldeiser kan verdienen aan de ambtshandelingen die de gerechtsdeurwaarder verricht. Dat schrijft minister Dekker (Rechtsbescherming) aan de Tweede Kamer in de kabinetsreactie op het rapport van de commissie-Oskam over tarieven en marktwerking voor deurwaarders.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Minister Dekker: “Voor een eerlijke en rechtvaardige samenleving hebben we gerechtsdeurwaarders nodig die op een onafhankelijke en onpartijdige wijze hun werk doen. Gerechtsdeurwaarders zorgen er bijvoorbeeld voor dat een vonnis van een rechter goed wordt uitgevoerd. Om die positie te waarborgen passen we de tarieven voor ambtshandelingen aan en leggen we de mogelijkheid voor zogenoemde kickbackfees aan banden. Dat vergroot de onafhankelijkheid ten opzichte van schuldeisers en verkleint de kans op benadeling van mensen met schulden.”

Aanpassing tarieven

De commissie-Oskam stelt een aanpassing van de tarieven voor, op basis van onderzoek naar de kosten van zogenoemde ambtshandelingen van gerechtsdeurwaarders, zoals het beslag leggen op spullen. Het kabinet neemt deze aanbeveling over, omdat gerechtsdeurwaarders een redelijke vergoeding moeten kunnen ontvangen voor hun ambtelijke werk. Deze aanpassing draagt daar aan bij. Met een redelijke vergoeding kan de gerechtsdeurwaarder zijn werk op een maatschappelijk verantwoorde manier en in onafhankelijkheid doen.

Voorkomen kickbackfees

Afspraken tussen gerechtsdeurwaarders en hun opdrachtgevers (schuldeisers) horen bij marktwerking. Dat veranderen we niet. Voorkomen moet wel worden dat er in de afspraken tussen gerechtsdeurwaarder en opdrachtgever ongewenste prikkels zitten, bijvoorbeeld om meer ambtshandelingen te verrichten dan strikt noodzakelijk. Afspraken waarbij de opdrachtgever verdient aan de ambtshandelingen die de gerechtsdeurwaarder verricht zijn ongewenst. Dergelijke ‘kickbackfees’ gaan ten koste van de onafhankelijke positie van de deurwaarder. Het kabinet koppelt daarom de gewenste aanpassing van tarieven aan een beperking in het maken van prijsafspraken, waaronder de kickbackfees. De tarieven worden slechts aangepast als ook de voorgestelde beperking in het maken van dit type prijsafspraken is gerealiseerd.


Kabinet voorkomt stapelen boetes bij mensen met schulden

Mensen die hun boetes wel willen betalen maar dat door problematische schulden niet kunnen, krijgen voortaan meer ademruimte. Minister Dekker (Rechtsbescherming) komt namelijk per 1 april 2020 met een zogenoemde noodstopprocedure bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Deze moet voorkomen dat deze mensen verder in de problemen komen.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Minister Dekker: “Het innen van boetes hoort op een verantwoorde en fatsoenlijke manier te gebeuren. Wie de verkeersregels overtreedt en een boete krijgt, moet uiteraard op de blaren zitten. En wie niet betaalt, riskeert een verhoging. Maar mensen die wel willen betalen, maar vanwege problematische schulden niet kunnen, moeten we niet onnodig dieper in de problemen brengen. Met deze nieuwe procedure snijdt het mes aan twee kanten. Het punitieve karakter van boetes blijft overeind staan. Maar we bieden mensen ook een kans om met schuldhulpverlening hun leven weer op de rails te krijgen.”

Noodstopprocedure

De noodstop gaat gelden voor verkeersboetes en strafrechtelijke geldelijke sancties, zoals door de rechter of het OM opgelegde boetes en ziet er als volgt uit: Mensen die door schulden hun boete niet kunnen betalen, en waarbij geen uitzicht bestaat op betaling, kunnen een noodstop van maximaal 4 maanden krijgen. Het CJIB schort de inning dan op en er worden geen nieuwe verhogingen opgelegd. De persoon die de noodstop krijgt moet zich bij de gemeente melden voor schuldhulpverlening. Wordt deze hulp gestart, dan kan de noodstop met 8 maanden worden verlengd. De boete wordt na de noodstop (in termijnen) afbetaald. De noodstop kan worden beëindigd als afspraken niet worden nagekomen.

Invoering per 1 april 2020

Het afgelopen jaar is de noodstopprocedure ontwikkeld in samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het CJIB, de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG), Divosa, de NVVK (branchevereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren) en de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Haarlem, Tilburg en Deventer ontwikkeld. De procedure zal per 1 april 2020 landelijk worden ingevoerd. Hiermee geeft minister Dekker invulling aan de ambitie in het regeerakkoord om de stapeling van boetes bij te laat betalen te maximeren, en daarmee ook aan de Brede schuldenaanpak van het kabinet.


Achterstandswijken terug in Nederland?

Achterstandswijken in Nederland? Die zijn dichterbij dan ooit. De leefbaarheid in buurten met veel corporatiewoningen gaat harder achteruit dan verwacht. Mensen voelen zich onveiliger, de overlast neemt heftiger vormen aan en dat maakt de oplossingen complexer. Veel buurten staan op het punt te veranderen in probleemgebieden als we nu niet ingrijpen.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de cursus Aanpak woonoverlast.

Buurten die al zwak waren zijn de laatste jaren nog zwakker geworden. ‘De Vogelaarwijken uit 2007 komen terug als wij niet direct de handen ineenslaan.’ Dat zegt Aedes-bestuurslid Hester van Buren in reactie op het onderzoeksrapport Veerkracht in het corporatiebezit. Rijk en gemeenten moeten de handen ineenslaan. Woningcorporaties roepen op tot een verbeterde wijkaanpak en sluiten daar graag bij aan.

Sociaal zwakke buurten nóg sterker geraakt

In opdracht van branchevereniging Aedes werd de leefbaarheid in wijken onderzocht. Uit de tweede meting blijkt dat de problemen in de kwetsbare wijken verder toenemen. De instroom van mensen met een laag inkomen in wijken met corporatiewoningen blijft groeien. Daar komt bij dat huurders met een hoger inkomen steeds vaker de wijken verlaten. De concentratie van mensen die vaker hulp en ondersteuning nodig hebben is daardoor nóg groter dan verwacht.

Bewoners met uiteenlopende sociale problemen in dezelfde wijk

Het aantal kwetsbare groepen, zoals bewoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, mensen met een licht verstandelijke beperking en met psychiatrische problemen, neemt fors toe. Steeds meer bewoners met uiteenlopende sociale problemen wonen samen in dezelfde wijk. Dit vraagt om een integrale aanpak. ‘Losse ingrepen hebben geen effect meer. De fase van pleisters plakken is voorbij’, meldt Hester van Buren.

Integrale sociale buurtaanpak

Corporaties zien dat veel kwetsbare mensen te vaak in dezelfde wijk komen wonen. Steden worden prettiger leefbaar als kwetsbare mensen ook in sociaal sterkere wijken kunnen wonen. Corporaties willen samen met gemeenten meer sturen op spreiding en te veel geconcentreerde plaatsingen voorkomen. Gemeenten zorg dat marktpartijen binnen hun projecten ook voldoende sociale huurwoningen opnemen. Hoewel corporaties zien dat alle partijen het probleem erkennen, constateren we dat dit onvoldoende is.

Gezamenlijke actie

‘Het is nu tijd voor gezamenlijke actie om een tweedeling in wijken te voorkomen’, aldus Ester van Buren. Corporaties roepen de overheid daarom op om de markttoets af te schaffen zodat woningcorporaties ook woningen met een middenhuur kunnen bouwen in wijken waar nu te veel sociale huurwoningen staan. Daarnaast dienen ook kwetsbare huurders de zorg en begeleiding te krijgen die ze nodig hebben. Dan kunnen corporaties doen waar ze goed in zijn. Goede woningen bouwen met aandacht voor de wijken en met oog voor de huurder. Lokaal maatwerk staat bij corporaties hoog op de agenda, maar zij kunnen dat niet alleen. Dat verdient extra aandacht van alle partijen.

Samenwerking en data delen

Cruciaal hierbij is een goede samenwerking tussen gemeenten, corporaties en zorg- en welzijnsorganisaties. Aedes roept deze partijen op om samen te werken aan een integrale sociale buurtaanpak. ‘We kunnen nu nog voorkomen dat er nieuwe Vogelaarwijken ontstaan. Het is niet te laat maar wel 1 voor 12’, volgens Ester van Buren. Dat betekent heldere afspraken maken en die vastleggen in prestatieafspraken. Wat daarbij helpt, is de mogelijkheid om gegevens in een vroeg stadium te delen. Dan kan er goed gekeken worden in welke wijk iemand het beste past.