Besluit weigerende observandi treedt in werking

Het zogeheten besluit weigerende observandi van minister Dekker (voor Rechtsbescherming) is in werking getreden. Dit besluit bevat regels over de werkwijze van een multidisciplinaire commissie die beoordeelt of er medische gegevens beschikbaar zijn over een verdachte die niet wil meewerken aan onderzoek naar een mogelijke gebrekkige ontwikkeling of psychische stoornis. De commissie adviseert of die gegevens bruikbaar kunnen zijn voor het opstellen van een aanvullende rapportage over de verdachte.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de opleiding coördinator nazorg ex-gedetineerden.

Aanwezigheid van een psychische stoornis

Als een verdachte niet meewerkt, is het voor rapporteurs vaak moeilijk om iets te zeggen over de aanwezigheid van een psychische stoornis op het moment van het misdrijf en de wenselijkheid of noodzakelijkheid van een tbs-maatregel. Door hun medewerking aan het onderzoek te weigeren, hopen verdachten dan ook een tbs-maatregel te kunnen ontlopen. Minister Dekker vindt dat een zeer ongewenste situatie: daders van ernstige misdrijven krijgen dan mogelijk niet de behandeling die ze nodig hebben, met alle daaraan verbonden risico’s voor de veiligheid van de samenleving.

Zonder toestemming van verdachte

De regeling weigerende observandi maakt het als ultimum remedium mogelijk om in geval van zeer ernstige misdrijven, zonder toestemming van de verdachte, bestaande medische gegevens op te vragen voor het opstellen van een aanvullende rapportage over een mogelijke psychische stoornis. De behandelaren zijn verplicht deze gegevens aan de commissie te verstrekken, zonder een beroep te kunnen doen op het medisch beroepsgeheim en het daaraan gekoppelde verschoningsrecht. Op basis van het advies van de commissie kan de rechter, op verzoek van de officier van justitie, een machtiging afgeven voor de verstrekking van de bruikbare gegevens aan de rapporteurs.

Casusregie

Casusregie is de sturing op de gezamenlijke aanpak in een specifieke casus. Een casusregisseur fungeert als centrale professional en als vast aanspreekpunt voor de betrokkene. Hij zorgt voor coördinatie van de uitvoering van een gezamenlijk afgesproken aanpak en schakelt waar nodig andere partijen in. Als de casus vastloopt rapporteert de casusregisseur aan de procesregisseur en vraagt een nieuwe bespreking in het casusoverleg aan.


Meer mankracht voor politie in strijd tegen mensenhandel

De Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) van de politie krijgt er de komende jaren meer capaciteit bij. In totaal gaat het om 87 fte extra.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.

Broedplaats voor mensenhandel

De digitale wereld is steeds vaker de broedplaats voor mensenhandel. Juist daarom wordt er ingezet op extra specialisten met digitale en IT-kennis. Ook komen er financiële specialisten, analisten en experts op het terrein van inlichtingen bij. Naast deze specialisten worden extra mensen aangetrokken voor de identificatie en registratie van asielzoekers. Ook in dat proces is aandacht voor signalen van mensenhandel. Voor de extra inzet is structureel 10 miljoen euro uitgetrokken. Dat geld kwam tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen vrij dankzij een motie van de ChristenUnie en de PvdA. Bij de AVIM houden momenteel 350 fte zich bezig met mensenhandel en migratiecriminaliteit.

Samen tegen mensenhandel

Mensenhandel bestrijden kan alleen als alle betrokken partijen samenwerken. Daarom is vorig jaar het programma Samen tegen Mensenhandel opgezet. Hierin maken vier ministeries, gemeenten, het Openbaar Ministerie, de politie, de zorg, scholen, maatschappelijke organisaties en vele anderen een vuist tegen mensenhandel. In het eerste jaar zijn tientallen extra opvangplekken voor slachtoffers van mensenhandel gerealiseerd, zijn er extra inspecteurs bij de Inspectie SZW gestart, worden politieliaisons in landen geplaatst waar mensenhandel vaak begint en zijn door gemeenten belangrijke stappen gezet om mensenhandel ook lokaal aan te pakken.

Casusregie

Een effectieve aanpak van mensenhandel vraagt om casusregie. Casusregie is de sturing op de gezamenlijke aanpak in een specifieke casus. Een casusregisseur fungeert als centrale professional en als vast aanspreekpunt voor de betrokkene. Hij zorgt voor coördinatie van de uitvoering van een gezamenlijk afgesproken aanpak en schakelt waar nodig andere partijen in. Als de casus vastloopt rapporteert de casusregisseur aan de procesregisseur en vraagt een nieuwe bespreking in het casusoverleg aan.

Zorg aan slachtoffers

De komende tijd wordt die inzet door alle partijen voortgezet, want er moet nog veel gebeuren. Er worden nog altijd te veel mensen slachtoffer van mensenhandel. Nederland zet zich zowel nationaal als internationaal in om mensenhandel uit te bannen. Dat doen we door in te zetten op preventie, het verbeteren van de signalering door professionals en burgers, het aanpakken van de daders en het bieden van adequate zorg aan de slachtoffers.


Sneller einde aan huwelijkse gevangenschap

Minister Dekker (voor Rechtsbescherming) past de wet aan om sneller een einde te kunnen maken aan huwelijkse gevangenschap. De wet wordt duidelijker en het wordt voor de rechter straks makkelijker om in één procedure zowel de echtscheiding als de ontbinding van een religieus huwelijk te regelen. Dit blijkt uit een wetsvoorstel dat bij de Tweede Kamer is ingediend. Huwelijkse gevangenschap is een situatie waarin iemand tegen haar of zijn wil in een (religieus) huwelijk blijft, omdat het niet lukt om een ontbinding van dat huwelijk te krijgen.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Bevel voor medewerking aan ontbinding van huwelijk

De rechter kan al een bevel geven om mee te werken aan de ontbinding van het religieuze huwelijk en dat als een nevenvoorziening regelen bij de echtscheiding. Maar de behandeling van het verzoek om een nevenvoorziening is straks, anders dan nu, niet meer afhankelijk van de vraag of dit kan leiden tot vertraging van de echtscheidingsprocedure. Zo komt er eerder een oplossing en kunnen echtgenoten verder met hun leven.

Vertraging in de echtscheidingsprocedure

Nu nog leidt vertraging in de echtscheidingsprocedure tot een tweede gang naar de rechter als de echtgenoot moet worden gedwongen om mee te werken aan ontbinding van het religieuze huwelijk, zo blijkt uit de praktijk. Voor het slachtoffer van huwelijkse gevangenschap is dat een extra drempel. Dat wil de minister voorkomen. Daarom krijgt de rechter meer ruimte om in één procedure de zaken eenvoudiger af te wikkelen. Overigens kan de rechter ook worden gevraagd een religieus huwelijk te ontbinden als er geen burgerlijk huwelijk is gesloten. Ook wordt in de wet vastgelegd dat partijen in een religieus huwelijk in beginsel verplicht zijn hun medewerking te verlenen aan de religieuze echtscheiding.

Vrijheid om te scheiden

Minister Dekker: ‘De norm is helder. Iedereen moet de vrijheid hebben om te scheiden en om zijn of haar leven weer los van elkaar te kunnen voortzetten. Dat geldt zowel voor het burgerlijk huwelijk, als voor de beëindiging van de religieuze verbintenis, ongeacht of deze verbintenis naast een burgerlijk huwelijk bestaat. Het mag en kan niet zo zijn dat de ene echtgenoot de andere in die vrijheid belet’. Vaak blijven echtgenoten in de ogen van de religieuze (en sociale) gemeenschap waarin zij leven met elkaar gehuwd, ook als hun burgerlijk huwelijk is ontbonden. Dit kan gevolgen hebben voor hun mogelijkheden om bijvoorbeeld een nieuw huwelijk te sluiten of om naar het buitenland te reizen met kinderen of een nieuwe partner. ‘En dat is onwenselijk’, aldus Dekker.

Rijker Verantwoorden

Communicatie speelt een belangrijke rol bij de bewustwording ten aanzien van huwelijkse gevangenschap. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan verantwoording worden afgelegd over de aanpak van huwelijkse gevangenschap.


Invoering stroomstootwapens

De politie wordt uitgerust met stroomstootwapens. Dat heeft de ministerraad besloten op voorstel van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid. De korpschef krijgt hiermee toestemming om circa 17.000 agenten uit te rusten met dit geweldsmiddel. Het gaat om agenten die door de meldkamer worden ingezet voor het afhandelen van incidenten. Het kabinet maakt hiervoor in totaal 30 miljoen euro vrij.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Uitkomsten pilot

Uit de uitgebreide pilot van de politie en onderzoeken naar de veiligheid en gezondheidseffecten ervan blijkt dat het stroomstootwapen goed werkt om een gevaarlijke situatie te de-escaleren. Dreigen is in de meeste gevallen al afdoende. Waar dreigen met het wapen niet voldoende is en het toch ingezet moet worden, is door het toedienen van stroom een persoon enkele seconden niet in staat om controle over zijn spieren uit te oefenen. Hierdoor kan politie met minimaal geweld een persoon onder controle brengen. Hierdoor wordt minder letsel toegebracht dan bij het aanwenden van andere vormen van geweld, zoals zwaar fysiek geweld, hard slaan met de wapenstok, de inzet van de diensthond of het gebruik van het vuurwapen.

Minder risico

Ook wordt met het gebruik van het stroomstootwapen het risico op het oplopen van letsel voor de agent kleiner. Dit draagt bij aan het vertrouwen van politiemedewerkers die zich tijdens het uitoefenen van hun taak geconfronteerd zien met een situatie waar geweldgebruik noodzakelijk kan zijn en maakt dat zij daardoor doortastend en tegelijkertijd gematigd kunnen optreden.

De invoering

De invoering van het stroomstootwapen zal 5 jaar duren. In deze tijd wordt onder meer de aanbesteding gestart en agenten opgeleid. Om deze uitrol te financieren ontvangt de politie in totaal 30 miljoen euro incidenteel vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid. De politie maakt vanaf 2021 5 miljoen euro structureel vrij uit de politiebegroting. Het stroomstootwapen is hierdoor tot 2025 alvast geheel gefinancierd.

Rijker Verantwoorden

Communicatie speelt een belangrijke rol bij de bewustwording van het burgers over de aanpak van geweld tegen politiemedewerkers. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan verantwoording worden afgelegd over de aanpak van geweld tegen politiemedewerkers.


Uitspraak Hof Den Haag over vrouwen en kinderen in IS-gebied

Het kabinet zet niet actief in op het terughalen van volwassen uitreizigers en hun minderjarige kinderen. In de afweging om al dan niet bijstand te verlenen naast de belangen van de kinderen, wordt ook gekeken naar andere aspecten, zoals de veiligheid van de betrokkene, internationale diplomatieke verhoudingen en de veiligheidssituatie in de regio.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Geen bijstand aan terugkeerders

De Nederlandse overheid biedt geen bijstand in Syrië aan terugkeerders uit IS-gebied. Wanneer men zich in persoon meldt bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in een ander land, kan men daar vragen om consulaire bijstand zoals de verstrekking van reisdocumenten. Uit het IVRK volgt naar het oordeel van de regering geen verplichting om deze kinderen terug te halen. Hoewel de overheid zich problemen van Nederlanders in het buitenland aantrekt, is het aan de overheid om te bepalen of, en zo ja welke (vorm van) bijstand gegeven kan worden.

Niet actief inzetten in het terughalen van kinderen en/of hun ouders

Daarbij speelt dat het terughalen van kinderen niet los kan worden gezien van hun ouders, aangezien het scheiden van kinderen en ouders in beginsel onwenselijk is en juridisch complex ligt. Al deze overwegingen in ogenschouw nemend, leiden ertoe dat het kabinet niet actief inzet op het terughalen van volwassen uitreizigers en hun minderjarige kinderen die in Syrië en Irak verblijven. Dit laat onverlet dat er voortdurend naar de situatie wordt gekeken.

Strafrechtelijk onderzoek

Tegen alle personen waarvan bekend is dat zij vanuit Nederland zijn uitgereisd naar destrijdgebieden in Syrië en Irak loopt een strafrechtelijk onderzoek. Het OM heeft hen wereldwijd gesignaleerd met het oog op aanhouding en uitlevering aan Nederland. Elke onderkende terugkeerder wordt bij aankomst in Nederland aangehouden waarna het Openbaar Ministerie het strafrechtelijk onderzoek tegen de verdachte verder ter hand neemt.

Repatriëring van vrouwen en minderjarige kinderen vanuit Syrië

Het Hof Den Haag heeft recent uitspraak gedaan in het hoger beroep in het kort geding met betrekking tot de repatriëring van vrouwen en minderjarige kinderen vanuit Syrië. Het Hof heeft geoordeeld dat de vorderingen van de vrouwen en de kinderen moeten worden afgewezen. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd. Het inhoudelijk gemotiveerde arrest volgt op 7 december 2019.

Uitspraak ondersteund kabinetsbeleid

Minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus: “Het kabinet zal het gemotiveerd arrest inhoudelijk bestuderen. Maar ik kan in eerste reactie zeggen dat ik de uitspraak van het Hof als ondersteuning van het kabinetsbeleid zie. We zijn altijd helder geweest. Deze vrouwen hebben zelf de keuze gemaakt om, al dan niet met hun minderjarige kinderen, uit te reizen naar IS-gebied en zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie. Het kabinet haalt de vrouwen en hun kinderen niet actief terug uit dit gebied.”

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van radicalisering en terrorisme en het voorkomen van spanningen in de gemeenschap met als gevolg maatschappelijke onrust. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van radicalisering en terrorisme.


Woning dicht na geweld of wapenvondst

Een burgemeester kan straks een woning sluiten als de openbare orde rond de woning is of dreigt te worden verstoord door ernstig geweld, zoals een beschieting of het gooien van explosieven. Ook geldt de bevoegdheid als er wapens in een woning zijn aangetroffen. De maatregel is nodig om de openbare orde te handhaven, waar die door de georganiseerde en ondermijnende criminaliteit wordt ondergraven. Dit blijkt uit een wetsvoorstel van minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) dat in consultatie is gegaan en onderdeel is van de anti-ondermijningswetgeving.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving en docent op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning.

Gemeenten opgeschrikt

Regelmatig worden gemeenten opgeschrikt omdat er woningen worden beschoten of handgranaten tegen de gevel van een woning worden gelegd of aan de deurknop worden gehangen. Ook wordt het gebruik van automatische wapens niet geschuwd. Daarnaast kan er vrees zijn voor verstoring van de openbare orde vanwege een ophanden zijnde liquidatie bij een woning. “Of het nu gaat om schietincidenten of de vondst van wapens of explosieven, iedere keer gaat het om situaties waarin de openbare orde op maatschappelijk onaanvaardbare wijze in het geding is” aldus de minister.

Openbare orde herstellen

Buurtbewoners en mensen die in de wijk werken of hun kinderen naar school brengen, voelen zich onveilig en zijn bang voor herhaling. Zij krijgen direct met het geweld te maken dat een grote druk legt op het openbare leven. In zo’n geval moet de burgemeester kunnen optreden en de openbare orde herstellen, maar de huidige, wettelijke mogelijkheden bij woningen zijn te beperkt. Daarom komt de minister met een aanvullende maatregel als steun in de rug voor de lokale overheid. De burgemeester bepaalt de duur van de sluiting van de woning. Als sprake is van ernstige vrees voor herhaling of verstoring van de openbare orde kan hij besluiten de duur van de sluiting tot een door hem te bepalen tijdstip verlengen.  

Repressieve en preventieve maatregelen

Het kabinet heeft bij zijn aantreden de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit geïntensiveerd met onder meer de 100 miljoen euro in het anti-ondermijningsfonds en met wetgeving. Aanvullend hierop heeft het kabinet dit najaar de aanpak met 110 miljoen euro versterkt voor een breed landelijk offensief met zowel repressieve als preventieve maatregelen.

Samenleving weerbaarder maken

”Ondermijnende criminaliteit gaat op nietsontziende wijze te werk en bedreigt gewone mensen in hun dagelijkse bestaan. We moeten onze samenleving – onze wijken en buurten – weerbaarder maken voor het gif van ondermijnende criminaliteit dat gepaard gaat met geweld, bedreigingen, intimidaties en liquidaties” aldus de minister.

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra de methodiek Rijker Verantwoorden bij de verantwoording van hun aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.


Grapperhaus intensiveert mogelijkheden afpakken crimineel vermogen

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning.

Nieuwe instrumenten – continue vermogensmonitor en strafrechtelijke curatele –  worden uitgewerkt om de financiële handel en wandel van misdadigers beter in beeld te krijgen. De mogelijkheden om crimineel vermogen af te pakken zijn de afgelopen tijd al versterkt. Deze aanpak wil minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid verder intensiveren.

Anti-ondermijningsgelden

De anti-ondermijningsgelden uit het regeerakkoord – 100 miljoen euro in het fonds en 10 miljoen euro structureel – zijn vorig jaar over de verschillende regio’s verdeeld en er wordt gewerkt aan een pakket aan anti-ondermijningswetgeving. Aanvullend hierop heeft het kabinet dit najaar de aanpak met 110 miljoen euro extra versterkt voor een breed landelijk offensief tegen ondermijnende criminaliteit. Ook investeert het kabinet 30 miljoen euro in regionale en landelijke projecten voor het afpakken van crimineel vermogen. De focus van de regionale en landelijke partners ligt op de illegale drugsindustrie en criminele geldstromen.

Continue vermogensmonitor

Om de financiële handel en wandel van criminelen nog beter in beeld te krijgen, wil minister Grapperhaus dat gedurende langere tijd toezicht kan worden gehouden op het vermogen van veroordeelden. Binnen de bestaande wettelijke kaders zal hiertoe een continue vermogensmonitor bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) worden ontwikkeld. Op deze manier kan het CJIB gedurende langere tijd toezicht houden op het vermogen van veroordeelden en kan crimineel vermogen nadat het beeld is gekomen sneller worden onttrokken op grond van een ontnemingsmaatregel.

Strafrechtelijke curatele

Tevens wil minister Grapperhaus een wettelijke regeling voorbereiden voor strafrechtelijke curatele. Daarmee wordt het mogelijk dat de rechter bij het opleggen van een ontnemingsmaatregel de beschikkingsbevoegdheid van de veroordeelde over zijn vermogen beperkt. Een toezichthouder ziet er dan op toe dat een ontnemingsvordering wordt voldaan. Ook moet de veroordeelde eerst toestemming vragen aan de toezichthouder voor rechtshandelingen over zijn vermogen. Dit is vergelijkbaar met de aanstelling van een bewindvoerder bij de verlening van een surseance van betaling als een bedrijf in financieel zwaar weer is beland. Bij het uitwerken van deze maatregel zal oog zijn voor de veiligheid van de toezichthouder en de daaraan verbonden kosten. De komende tijd worden de contouren van deze twee maatregelen verder uitgewerkt en de kosten ervan in kaart gebracht. Verder zal het afpakken van crimineel vermogen dat is weggestopt in een andere EU-lidstaat worden vereenvoudigd en versneld door de Europese Confiscatieverordening, die aan het eind van dit jaar in werking zal treden. De uitvoeringswetgeving is inmiddels voor advies voorgelegd aan de Raad van State.

Breed offensief

De komende maanden wordt nog verder gewerkt aan het breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit. In het voorjaar van 2020 zal er een uitgewerkt plan liggen dat bestaat uit een combinatie van repressieve en preventie maatregelen: oprollen, afpakken en voorkomen. Zo wordt op dit moment een Multidisciplinair Interventie Team (MIT) ingericht dat criminele kopstukken en hun netwerken gaat oppakken en crimineel vermogen gaat afpakken, wordt bewaken en beveiligen versterkt en met VWS samengewerkt aan het tegengaan van normalisering van drugsgebruik. In de preventieve aanpak werkt minister Grapperhaus verder samen met diverse ambtscollega’s, zoals van BZK, VWS, SZW en OCW, en met lokale partners. Er wordt samengewerkt op de terreinen onderwijs, werken, wonen en veiligheid om te voorkomen dat onze economie en wijken worden geïnfecteerd door het gif van de criminele (drugs)industrie en de grote sommen zwart geld die er in om gaan.

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra de methodiek Rijker Verantwoorden bij de verantwoording van hun aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.


Organisaties hadden te weinig grip op Philip O.

Betrokken organisaties hebben de mogelijkheden die ze hadden om Philip O. te straffen en behandelen onvoldoende benut. Dat staat in het kritische rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJ&V) dat minister Dekker voor Rechtsbescherming en staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid, aan de Tweede Kamer sturen. Minister Dekker neemt de aanbevelingen van de inspectie over.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.

Onvoldoende gehandeld

“In de ruim tien jaar dat organisaties Philip O. in beeld hadden, hebben betrokken organisaties onvoldoende gehandeld, zowel in het straf- als zorgtraject. In die periode kon O. verder ontsporen en daarvan is Joost Wolters het slachtoffer geworden. Dat is uitermate tragisch. Mijn gedachten gaan uit naar de nabestaanden.” aldus minister Dekker.

Uitkomsten inspectierapport

Op 27 juli 2017 vond er een dodelijk steekincident plaats in de Amsterdamse metro. Hierbij werd een willekeurig slachtoffer doodgestoken door Philip O. O. verbleef toen met een gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis (AMC). De Inspectie Gezondheid en Jeugd (IGJ) heeft hier eerder onderzoek naar gedaan en ‘ernstige knelpunten’ in de geboden zorg geconstateerd. Het AMC heeft een aantal verbetermaatregelen doorgevoerd. De IJ&V heeft onderzoek gedaan naar het justitiële traject van O. Het rapport laat zien dat er op cruciale momenten onvoldoende is doorgepakt door de betrokken organisaties en daarmee mogelijkheden om grip te krijgen op O. onvoldoende zijn benut.

Onvoldoende doorgepakt

Zo kreeg O. bijvoorbeeld in 2006 een behandelmaatregel voor jeugdigen opgelegd, maar onderging deze niet. In plaats daarvan vertrok O. naar het buitenland. Signalering in de opsporingssystemen, zodat O. kon worden opgepakt, bleef achterwege.  Ook op een later moment toen O. weer met justitie in aanraking kwam, werd de opgelegde maatregel niet alsnog uitgevoerd. Een ander voorbeeld is dat op het moment dat O. jaren later voorwaardelijk in vrijheid werd gesteld, de opgelegde bijzondere voorwaarden niet waren ingevuld.

Gezworven tussen straf en zorg

Dekker: “Ruim tien jaar lang heeft O. gezworven; tussen straf en zorg, en tussen verschillende hulpinstellingen. Te vaak waren organisaties vooral gericht op hun eigen werkterrein, op hun eigen verantwoordelijkheid. De samenleving verwacht dat alles op alles wordt gezet door al deze instanties om de maatschappij te beschermen. Dat is terecht. De betrokken organisaties doen er alles aan om herhaling zo veel mogelijk uit te sluiten.”

Genomen maatregelen

De door de inspectie gesignaleerde knelpunten zijn eerder onderkend. Daartoe zijn de afgelopen tijd maatregelen genomen. Daarbij is de nadruk meer op veiligheid en risicobeheersing komen te liggen, en op betere samenhang tussen straf en zorgtrajecten. Drie omvangrijke wettelijke hervormingen gaan professionals helpen om meer grip en zicht te krijgen op deze personen. De nadruk ligt hierbij op een snelle en zekere uitvoering van opgelegde straffen. In de kern gaat het om een beter beeld, zorgvuldigere toetsing en helderder regie.

Beter beeld

Ten eerste de herziening van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen; de Wet USB. Die wet zorgt ervoor dat informatie over het uitvoeren van een straf volledig en betrouwbaar beschikbaar komt voor de professionals van OM, politie en reclassering, ook voor hun contacten met de zorg. Er wordt daarbij niet langer gekeken naar een zaak, maar naar de persoon en alles wat die op zijn kerfstok heeft. Een openstaande straf blijft zo niet onopgemerkt.

Zorgvuldigere toetsing

Ten tweede het wetsvoorstel straffen en beschermen. Dit voorstel herziet hoe een gevangenisstraf wordt uitgevoerd. De periode in detentie en de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) worden meer in samenhang gezien. Zo zal bewuster worden gekeken naar risico’s voor de samenleving, het gedrag van de veroordeelde en naar de belangen van slachtoffers. Als er risico’s zijn, volgen strikte voorwaarden of wordt geen v.i. verleend.

Heldere regie

Ten derde de regeling gedwongen zorg. De wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet forensische zorg (Wfz) regelen een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden en leggen verbindingen tussen justitie en zorg. Helder is dat het OM verantwoordelijk is voor het proces en de geneesheer-directeur gaat over de zorg. Bovendien krijgt de strafrechter de mogelijkheid een zorgmachtiging op grond van de Wvggz op te leggen. Daardoor kan snel en bewust worden gekozen voor straf, zorg of een combinatie van beide.

Casusregie

Casusregie is de sturing op de gezamenlijke aanpak in een specifieke casus. Een casusregisseur fungeert als centrale professional en als vast aanspreekpunt voor de betrokkene. Hij zorgt voor coördinatie van de uitvoering van een gezamenlijk afgesproken aanpak en schakelt waar nodig andere partijen in. Als de casus vastloopt rapporteert de casusregisseur aan de procesregisseur en vraagt een nieuwe bespreking in het casusoverleg aan.

Maatschappij beter beschermen

Dekker: “Deze nieuwe mogelijkheden moeten alle betrokkenen beter in staat stellen om te handelen en daarmee de maatschappij beter te beschermen. Ik weet dat een sleutel tot verandering ook zit in een goede en snelle invoering en uitvoering van deze veranderingen. Daar zie ik scherp op toe.”


Zwaardere maatregelen tegen rijden onder invloed

Wie met een slok op achter het stuur kruipt, loopt straks het risico dat hij al bij zijn eerste veroordeling een forse tik op de vingers krijgt. Straks kan de rechter een ontzegging van de rijbevoegdheid direct na de uitspraak laten ingaan als de kans op recidive groot is. Dit betekent dat iemand meteen na de veroordeling niet meer de weg op mag, ook niet tijdens een eventueel hoger beroep.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Het is een van de maatregelen die minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) neemt om strenger en effectiever op te treden tegen bestuurders die onder invloed rijden. Doel is de veiligheid in het verkeer te verbeteren. Een en ander staat in een wetsvoorstel dat mede namens minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) in consultatie is gestuurd. Tevens is door de Eerste Kamer wetgeving aanvaard die hogere straffen mogelijk maakt voor rijden onder invloed. Per 1 januari 2020 gaat het strafmaximum voor alcohol in het verkeer omhoog van 3 maanden naar 1 jaar.

Rechterlijk rijverbod

Minister Grapperhaus wil met de maatregelen die nu in consultatie zijn gegaan, verder doorpakken. Zo krijgt de rechter ook de mogelijkheid om een rechterlijk rijverbod op te leggen van ten hoogste vijf jaar, met als stok achter de deur een vervangende hechtenis. Grapperhaus gaat daarmee een stap verder in de aanpak van notoire verkeersovertreders die regelmatig de regels aan hun laars lappen. Bijvoorbeeld wegpiraten die zijn veroordeeld voor het rijden zonder (geldig) rijbewijs of die tijdens een ontzegging van de rijbevoegdheid toch de weg op gaan. Zij moeten hard worden aangepakt. Het rijverbod geldt niet alleen voor gevallen waarin sprake is van rijden onder invloed. Ook bij deze maatregel kan de rechter bepalen dat het direct na het vonnis ingaat. Anders dan bij de ontzegging van de rijbevoegdheid kan bij het rijverbod vervangende hechtenis worden toegepast als iemand zich niet aan het verbod houdt. 

Ongeldig rijbewijs

Als de ontzegging van de rijbevoegdheid of een rechterlijk rijverbod twee jaar of langer duurt, is de bestuurder straks automatisch zijn rijbewijs kwijt. Hij moet dan opnieuw rijexamen doen. Deze maatregel geldt ook als iemand in de vijf jaar voorafgaand aan de veroordeling al eerdere, kortere ontzeggingen van de rijbevoegdheid opgelegd heeft gekregen voor in totaal twee jaar of meer. Hiermee wil Grapperhaus vooral de notoire verkeersovertreders steviger aanpakken die steeds maar weer ernstige verkeersdelicten begaan waarvoor (herhaaldelijk) een ontzegging van de rijbevoegdheid wordt opgelegd. Overigens hoeft dit niet alleen over rijden onder invloed te gaan.

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van rijden onder invloed. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van rijden onder invloed.


Geweld en bedreigingen tegen jeugdbeschermers

“Ik ben geschokt over de heftigheid van de incidenten tegen jeugdbeschermers. Hoewel signalen over geweld tegen hulpverleners mij eerder hebben bereikt lijkt het alsof het geweld steeds ernstigere vormen aanneemt. Dit is onacceptabel,” aldus minister Dekker.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Belangrijke taak

“Jeugdbeschermers hebben de belangrijke  taak kinderen en jeugdigen die in hun ontwikkeling worden bedreigd bescherming te bieden. De rechter heeft hen het toezicht op deze kinderen toevertrouwd. Zij staan daarbij voor soms ingrijpende keuzes.”

Ingrijpende keuzes

“Ingrijpen kan nodig zijn om de veiligheid van kinderen te herstellen ook als ouders zich daartegen verzetten.  De jeugdbescherming dient dan op te kunnen treden. Dat ouders dat niet altijd  op prijs stellen kan ik nog begrijpen. Jeugdbeschermers zijn daarop ook voorbereid.”

Onacceptabel

“Wat ik niet accepteer is  dat jeugdbeschermers daarbij bestookt worden met verbale agressie en geweldbedreigingen. Jeugdbeschermers moeten veilig hun werk kunnen doen en op respect van de samenleving kunnen rekenen.”

Onveiligheid

“Wanneer jeugdbeschermers zich onveilig voelen moeten ze via het noodnummer 112 direct hulp krijgen. Ik ga in overleg met politie en OM om te kijken of de afspraken die zijn gemaakt over het optreden van politie en OM bij agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak in het geval van de jeugdbescherming voldoende werken of dat deze aangescherpt moeten worden. Daarnaast wil ik het gesprek aangaan met Facebook om ervoor te zorgen dat bedreigingen snel verwijderd kunnen worden. Ook ligt er het wetsvoorstel uitbreiding taakstrafverbod. Deze zit nu in de consultatie fase.”