Gebiedsgerichte aanpak van ondermijning

Verschillende buurten en wijken in Nederland staan op het kantelpunt om af te glijden waarbij het welzijn van de bewoners, de leefbaarheid van de omgeving en/of de veiligheid in het gedrang kunnen komen. Het keren van deze ontwikkeling vraagt om een gebiedsgerichte aanpak om de weerbaarheid van de buurt duurzaam te bevorderen en tegelijkertijd de voedingsbodem voor ondermijning te reduceren. Buurten komen tot bloei als stimulering en preventie hand in hand gaan met een veiligheidsaanpak. We moeten niet alleen werken aan de achterkant van Nederland, maar vooral ook werken aan de voorkant van Nederland. Dit vraagt om een brede integrale benadering waarbij op buurt- en wijkniveau wordt samengewerkt door de gemeente, woningcorporaties, scholen, zorg- en welzijnsinstellingen, politie, openbaar ministerie, buurtbewoners en ondernemers aan gezamenlijke maatschappelijke opgaven.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving en docent op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning.

De transformatie van de stad Medellin in Colombia

Een aansprekend voorbeeld uit het buitenland is burgemeester Sergio Fajardo, die Medellin van gevaarlijkste stad van Colombia (die werd geteisterd door geweld van drugsbendes) transformeerde tot een innovatieve en welvarende stad. De stad Medellin heeft een ommekeer bewerkstelligd door niet zo zeer te investeren in veiligheidsmaatregelen, maar in infrastructuur en mobiliteit, educatie, kunst en cultuur. De volkswijken aan de rand van de stad die bijna kopje onder gingen in het bendegeweld en de schrijnende armoede, werden door middel van een nieuw metrostelstel, kabelbanen en bussen verbonden met de rest van de stad waaronder het centrum. Op deze manier kregen deze bewoners een betere toegang tot werk, onderwijs, gezondheidszorg en andere voorzieningen zoals bibliotheken die gratis toegankelijk zijn. Daarnaast kwamen er alfabetiseringsprojecten, bibliotheken, scholen en culturele centra en wel in de oude met kogels doorzeefde oorlogszones van de drugsbendes. Door de kansen in achtergestelde wijken te vergroten, werd de voedingsbodem voor drugscriminaliteit aanzienlijk weggenomen.

Nationaal Programma Rotterdam Zuid

Een ander voorbeeld dichter bij huis is de aanpak van problematiek in Rotterdam Zuid. In het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ), werken Rijk, de gemeente Rotterdam, corporaties, zorginstellingen, schoolbesturen, bedrijfsleven, politie en Openbaar Ministerie aan een gezonde toekomst voor Rotterdam Zuid. Samen willen deze partners ervoor zorgen dat opleidingsniveau, arbeidsparticipatie en woonkwaliteit in 20 jaar stijgen naar het gemiddelde van de vier grote steden in Nederland.

Kwaliteitssprong Zuid, ontwikkeling vanuit kracht

Eind 2010 gaf de toenmalige minister voor Wonen, Wijken en Integratie, Eberhard Van der Laan, opdracht aan Wim Deetman en Jan Mans om te adviseren over de aanpak van de problemen in Rotterdam Zuid. In februari 2011 verscheen het rapport ‘Kwaliteitssprong Zuid, ontwikkeling vanuit Kracht’. Hierin concludeerden Wim Deetman en Jan Mans dat Rotterdam Zuid kampt met problemen die on-Nederlands zijn. De commissie stelde dat de gemeente Rotterdam, het rijk, bewoners, woningcorporaties, bedrijfsleven, scholen en andere lokale partners gezamenlijk en vanuit een gedeelde visie aan de slag moesten om doorbraken te realiseren op Rotterdam-Zuid.

Problemen in omvang en intensiteit ongekend voor Nederland

Een Nationaal Programma was nodig, omdat de sociaaleconomische problemen in omvang en intensiteit ongekend zijn voor Nederland. Ook wees de commissie op het belang van voldoende doorzettingsmacht in de wijken op Zuid en op een boodschap die aansluit bij de belevingswereld van bewoners. Tot slot stelden Wim Deetman en Jan Mans dat bewoners en ondernemers nadrukkelijk een rol moeten spelen bij het oplossen van de problemen op Zuid. Deze adviezen zijn ter harte genomen en hebben in het najaar van 2011 geleid tot het Nationaal Programma Rotterdam Zuid. Een breed gedragen aanvalsplan om de achterstanden te bestrijden en het leven op Zuid te verbeteren. Het is een programma dat de tijd krijgt die nodig is: in een periode van 20 jaar moet Zuid zijn gestegen naar het niveau van Rotterdam en de andere grote steden (G4).

Resultaten in Rotterdam Zuid

Het resultaat na acht jaar NPRZ is dat het beter wordt op Zuid. Zo stijgen de CITO-scores en lopen de leerlingen van Zuid in op de leerlingen elders in Rotterdam en de G4. Bovendien kiezen meer leerlingen voor een opleiding met een gezond perspectief op een baan in de zorg en techniek. Het percentage uitkeringsgerechtigden is weliswaar nog onvoldoende gedaald, maar Zuid loopt wel in op de G4. Verder stijgen de WOZ-waarden op Zuid en is een sterke start gemaakt met het aanpakken van de verpauperde particuliere woningvoorraad. Steeds meer bewoners van Zuid laten ook weten dat ze graag op Zuid willen blijven wonen en bewoners die Zuid ooit hebben verlaten keren er terug. Ook laten woningzoekenden van de noordoever, maar ook van buiten Rotterdam, steeds vaker hun oog vallen op een woning op Zuid. Deze ontwikkelingen stemmen zeer hoopvol en geven bewoners en de partners in het NPRZ het bewijs dat hun inspanningen effect hebben. Maar het zijn nog broze verworvenheden. De bedreigingen en uitdagingen op Zuid zijn legio. Daarom is het belangrijk dat de komende jaren wordt doorgepakt.


Werkbezoek bij dak- en thuislozenopvang in Weert

Staatssecretaris Paul Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft in Weert een werkbezoek gebracht in het kader van opvang voor dak- en thuislozen en dagbesteding. Bij het Zelfregiecentrum en in kleinschalige opvanghuizen wordt in de wijk maatwerk geleverd, waarbij de behoeften van dak- en thuislozen centraal staan.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de cursus Aanpak woonoverlast.

Kleinschalige en laagdrempelige opvang

Het Zelfregiecentrum (ZRC) is opgezet om dak- en thuislozen op een laagdrempelige manier te helpen. Zij kunnen hier zeven dagen per week terecht voor een praatje, hulp, of om toegang te krijgen tot de opvang. In Weert is geen centrale opvang meer, dak- of thuislozen worden gespreid over de gemeente opgevangen in een woning met een bed voor de nacht. Met deze kleinschalige opvanghuizen kan per persoon goed worden bekeken wat iemand nodig heeft. Samen met een professional wordt zo gewerkt aan regie over het eigen leven. Deze nieuwe aanpak beoogt het kabinet landelijk door te voeren, waarbij dak- en thuislozen zo snel mogelijk weer een eigen woonruimte hebben, met begeleiding.

Uitdagingen bij dak- en thuislozen opvang

Bij het ZRC sprak de staatssecretaris met lokale betrokkenen over hoe de regio Venlo/Weert tot deze vorm van opvang is gekomen en wat de uitdagingen zijn om dit goed te organiseren. Vervolgens bezocht hij in de loods van het centrum onder andere de fietsenwerkplaats en kledingwinkel. Daar sprak hij met medewerkers over de dagelijkse gang van zaken in het ZRC. Aansluitend bezocht staatssecretaris Blokhuis een van de opvanghuizen in de wijk. Hij sprak met de beheerder en (ex-)bewoners over hoe dakloosheid kan ontstaan, wat nodig is om dak- en thuislozen goed te helpen en hoe zij deze nieuwe vorm van opvang in de praktijk ervaren.

Landelijke opgave dak- en thuislozen

Afsluitend sprak de staatssecretaris in Theater de Huiskamer, voorheen de centrale opvang in Weert, met onder meer een opvangorganisatie, een woningcorporatie, gemeentelijke vertegenwoordigers en een wetenschapper over de landelijke opgave die er ligt om het aantal dak- en thuislozen fors te verminderen. De krapte op de woningmarkt kwam hierbij ook aan bod.


Rechtzoekende sneller geholpen door betere samenwerking rechtbanken

Mensen en bedrijven wachten soms lang op een uitspraak en blijven daardoor lang in onzekerheid. Het kabinet wil daar iets aan doen, onder andere door vorig jaar op Prinsjesdag extra geld ter beschikking te stellen en door het in de toekomst makkelijker te maken voor de Rechtspraak om onderling samen te werken. Het wetsvoorstel van minister Dekker (voor Rechtsbescherming), waardoor rechtbanken en gerechtshoven elkaar straks makkelijker kunnen helpen bij een tijdelijk gebrek aan zittingscapaciteit, is bij de Tweede Kamer ingediend.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Achterstanden wegwerken en langere doorlooptijden voorkomen

Dekker: ‘Als mensen lang moeten wachten op een uitspraak, bijvoorbeeld bij een scheiding of bij schulden, dan staat hun leven in de pauzestand. Het is daarom van groot belang dat rechtbanken hun achterstanden wegwerken en langere doorlooptijden weten te voorkomen. Deze wet helpt daarbij.’

Snelle en efficiënte overdracht van zaken

Administratieve handelingen kunnen een snelle en efficiënte overdracht van zaken van het ene gerecht aan het andere belemmeren. Door zulke belemmeringen weg te nemen, wordt het voor een gerecht met een tijdelijk capaciteitsgebrek eenvoudiger een zaak op een locatie van een ander gerecht te behandelen. Het voordeel is dat zaken dan niet meer hoeven te worden overgedragen, zoals nu het geval is.

Concentratierechtbanken voor gespecialiseerde strafzaken

Daarnaast komt er een structurele wettelijke voorziening voor de vier zogenoemde concentratierechtbanken (Amsterdam, Rotterdam, Oost-Brabant en Overijssel) waar gespecialiseerde strafzaken van het landelijk parket en het functioneel parket worden behandeld. Bijvoorbeeld zaken van terugkerende jihadgangers en de financiering van terrorisme.

Capaciteitsproblemen snel en flexibel oplossen

Het is niet altijd te voorspellen wanneer dergelijke zaken zich voordoen, terwijl het vanwege de aard en invloed van deze zaken belangrijk is dat er geen vertraging in de behandeling ervan ontstaat. Door alle zittingsplaatsen van deze rechtbanken voor dit type zaken aan te wijzen als elkaars zittingsplaatsen kunnen eventuele capaciteitsproblemen onderling snel en flexibel worden opgelost.


Strengere aanpak fraude met uitkering

Staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) scherpt de toegang tot de bijstand aan voor mensen met openstaande vorderingen en boetes wegens fraude in de sociale zekerheid. Zij kunnen nu nog in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering, ook wanneer zij aanmerkelijke bezittingen hebben in binnen- of buitenland. De wet zorgt er voor dat het bezit eerst verkocht moet worden of de schuld afgelost, voordat er sprake kan zijn van het verstrekken van een uitkering.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Bijstandsuitkering verstrekken na vaststelling fraude

Gemeenten en de Sociale verzekeringsbank (SVB) waren binnen de huidige Participatiewet gedwongen om na het vaststellen van fraude in voorkomende gevallen direct (weer) een bijstandsuitkering te verstrekken. Dit komt omdat de ontstane terugvorderingen en boetes als schuld kunnen worden afgetrokken van het bezit. Hierdoor kon iemand die gefraudeerd had toch onder de vermogensgrens in de bijstand uitkomen en daardoor (opnieuw) recht hebben op een uitkering. Die vermogensgrens is ruim 6.000 euro voor een alleenstaande en bijna 12.500 euro voor een alleenstaande ouder en voor gehuwden.

Fraude lonend

“Deze mensen hoefden niet eerst hun bezit te verkopen of de door fraude ontstane vorderingen af te lossen. Fraude was in deze gevallen dus lonend. Dit is niet uit te leggen tegenover alle anderen die de regels wel netjes naleven. Het tast bovendien het draagvlak en de solidariteit van ons sociale stelsel aan. En ontmoedigt uitkeringsinstanties om fraude op te sporen”, aldus staatssecretaris Tamara van Ark

Onterecht verkregen voordeel weggenomen

Met de wetswijziging worden vorderingen en boetes wegens fraude binnen de gehele sociale zekerheid niet meer meegeteld als schuld bij de vermogenstoets. Hiermee wordt het onterecht verkregen voordeel bij fraude dus weggenomen. Van Ark: ‘Daarbij wordt van de persoon in kwestie verlangd dat hij of zij er alles aan doet om het bezit, zoals een antiekverzameling of een tweede huis, te verkopen. Is dit niet direct mogelijk bijvoorbeeld omdat verkoop langere tijd in beslag neemt, dan kan de gemeente de bijstandsuitkering verstrekken als lening die op een later moment wordt terugbetaald.’


Wettelijk register voor waarborgen kwaliteit mediators

Om mensen met een werkconflict, scheiding of zakelijke ruzie, beter te helpen, komt het kabinet met een voorstel van een wettelijk register om de kwaliteit van bemiddelaars, zogenoemde mediators, te waarborgen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants.

Zoeken naar een oplossing

Minister Dekker: “Bij een scheiding of een conflict op het werk, zoeken mensen naar een oplossing. Soms met de hulp van een bemiddelaar. Omdat iedereen zich mediator kan noemen, is het best lastig om dan het kaf van het koren te scheiden. Een wettelijk register helpt mensen om een kwalitatief goede mediator te kiezen. Dat is positief. Als je er onderling uitkomt, met de hulp van een ander, heeft dat namelijk allerlei voordelen. De oplossing houdt langer stand en daarnaast is het voor mensen goedkoper en sneller dan een lange procedure.”

Zelf een mediator zoeken

Op dit moment weten mensen met een conflict onvoldoende bij wie ze kunnen aankloppen voor goede bemiddeling. Om dat te verhelpen, komt er een wettelijk register. Mediators moeten hiervoor voldoen aan kwaliteitseisen, zoals opleiding, psychologische, communicatieve en juridische vaardigheden, de verzekering van de beroepsaansprakelijkheid en het kunnen overleggen van een Verklaring Omtrent Gedrag. Mensen die een mediator zoeken, krijgen via dit register meer zekerheid over het professionele verloop van de mediation. Dit vergroot de kans dat een conflict voor de lange termijn wordt opgelost.

Wettelijk register

Minister Dekker:”Om te zorgen dat mensen makkelijker een goede mediator kunnen vinden, kom ik ten eerste met een wettelijk register dat de kwaliteit van mediators waarborgt. Dit bouwt voort op het goede dat door mediators zelf al is ontwikkeld. Daarnaast moet het makkelijker worden om je conflict zelf, met hulp van een ander, op te lossen.”

Rechters en mediators

Van mensen mag in redelijkheid gevraagd worden te proberen hun conflicten zoveel mogelijk onderling op te lossen. Rechters en hun mediation-functionarissen helpen mensen hierbij op weg, want ook als een conflict al bij de rechter ligt, kunnen mensen er alsnog samen uitkomen. De wettelijke verankering van de mogelijkheid van de rechter partijen te verwijzen naar mediation ondersteunt deze ontwikkeling. Daarnaast kan een snelle beslissing van een rechter in een vroege fase van het conflict verdere escalatie voorkomen. Daarom beziet minister Dekker de mogelijkheden om de rechter te laten beslissen op een deel van een conflict als dat handig is.


Start landelijke campagne over kinderarmoede

Kinderarmoede komt vaker voor dan veel mensen denken. Zo schat 70 procent van de Nederlanders het aantal kinderen dat in Nederland onder de armoedegrens leeft te laag in of geeft aan geen idee te hebben van de omvang van kinderarmoede. Dit blijkt uit onderzoek onder ruim tweeduizend Nederlanders in opdracht van Samen voor alle Kinderen (Sam&). Gemiddeld groeit 1 op de 12 kinderen in ons land op in armoede. Vanuit de overtuiging dat je dit vraagstuk alleen sámen kunt oplossen, starten zij hun campagne met als doel in 2020 alle kinderen in armoede te bereiken. Zodat zij gewoon mee kunnen doen.

Frank van Summeren, adviseur bij RONT Management Consultants.

Leven onder de armoedegrens

In Nederland groeien volgens het SCP 315.000 kinderen en jongeren tot 21 jaar op in armoede. Een aantal dat hoger ligt dan de meeste Nederlanders denken. Zo schat vijf op de tien het aantal kinderen dat leeft onder de armoedegrens veel te laag in en geeft 20 procent aan niet te weten hoeveel kinderen in Nederland opgroeien in armoede. Daarbij geeft een ruime meerderheid aan geen gezin te kennen waarvan zij weten of vermoeden dat zij onder de armoedegrens leven. Dit, terwijl 1 op de 12 kinderen en jongeren in Nederland opgroeit in een gezin dat financieel de eindjes nauwelijks aan elkaar kan knopen. Dat zijn gemiddeld twee kinderen per schoolklas. Vaak kunnen zij niet meedoen aan sport, dansles of schoolactiviteiten omdat er thuis weinig geld is.“Iets wat voor de buitenwereld heel gewoon lijkt, zoals het vieren van een verjaardag met vriendjes of een gezinsuitje, is zonder ondersteuning voor deze kinderen geen optie”, zegt Monique Maks, bestuurder van Sam&.

Één plek voor ouders en intermediairs

Sam& biedt één digitaal loket waar ouders en intermediairs (zoals bijvoorbeeld leerkrachten, schuldhulpverleners, huisartsen of wijkteams) eenvoudig een aanvraag kunnen indienen voor meerdere kindvoorzieningen van de bij Sam& aangesloten partijen in hun gemeenten. “Wanneer kinderen die opgroeien in armoede er gewoon bij horen en zich kunnen ontwikkelen, neemt de kans af dat zij als zij volwassen zijn in eenzelfde situatie terechtkomen”, aldus Maks. “Daarom roepen wij alle Nederlanders op om een steentje bij te dragen. Via onze portal vind je informatie over wat je kunt doen. Bijvoorbeeld door te signaleren en door te verwijzen als men kinderarmoede vermoedt, dit bespreekbaar te maken of je in te zetten.”

Bundeling van krachten

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ondersteunt de campagne van Sam& actief. Staatssecretaris Tamara van Ark is blij met de bundeling van krachten: “Armoede onder kinderen is schrijnend. Het is een verborgen probleem dat via Sam& beter zichtbaar gemaakt én aangepakt kan worden, naast de al bestaande ondersteuning van gemeenten en andere maatschappelijke organisaties. Door hulp laagdrempelig te maken, bereiken we meer kinderen en krijgen zij betere kansen op een goede toekomst. Daar is het uiteindelijk om te doen.”

Gemeenten omarmen initiatief

De Vereniging Nederlandse Gemeenten ziet in Sam& een meerwaarde. “Wij ondersteunen de campagne van Sam& zeer”, zegt Peter Heijkoop, voorzitter van de VNG commissie Participatie, Schuldhulpverlening en Integratie en lid van het VNG-bestuur. “Het is mooi dat er een oproep wordt gedaan aan de maatschappij om alle kinderen gewoon mee te kunnen laten doen. Als gemeenten zijn wij blij met het gezamenlijke aanbod van voorzieningen op het digitale loket van Sam&. Dit zorgt er uiteindelijk voor dat kinderen efficiënter worden geholpen.”

Samen voor alle kinderen

Sam& is een samenwerkingsverband van Leergeld Nederland, Jeugdfonds Sport & Cultuur, Stichting Jarige Job en Nationaal Fonds Kinderhulp. Samen zetten zij zich in om kinderen te ondersteunen die opgroeien in een gezin met weinig financiële middelen, door allerlei voorzieningen te bieden op het gebied van educatie, sport, cultuur, verjaardag, vrije tijd en andere activiteiten. Dit doet Sam& in samenwerking met gemeente, lokale partners en bedrijven waaronder de Rabobank.


Ruim 12,9 miljoen mensen ontvingen NL-Alert controlebericht op mobiel

Het NL-Alert controlebericht van 2 december is door ruim 12,9 miljoen mensen ontvangen (85% van de mensen van 12 jaar en ouder). Daarmee ligt het bereik flink hoger dan in juni dit jaar, toen 11,7 miljoen mensen van 12 jaar en ouder (78%) het controlebericht ontvingen.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Uitbreiding NL-Alert

Met NL-Alert word je gewaarschuwd over een ramp of crisis bij jou in de buurt en ontvang je informatie over wat er aan de hand is en wat je het beste kunt doen. Om zoveel mogelijk mensen te bereiken, breidt NL-Alert uit naar aanvullende kanalen. Zo was NL-Alert te zien op veel digitale reclameschermen en vertrekborden in het openbaar vervoer. Zo’n 300.000 mensen van 12 jaar en ouder zagen het NL-Alert controlebericht op de vertrekborden in het openbaar vervoer en 150.000 mensen op digitale reclameschermen.

Informeer en help anderen

Zie je een NL-Alert op je mobiel, een digitaal reclamescherm of vertrekbord in het openbaar vervoer? Informeer en help dan de mensen om je heen, zodat ook zij weten wat er aan de hand is en wat zij moeten doen. De overheid zendt twee keer per jaar een NL-Alert controlebericht uit. Het volgende NL-Alert controlebericht wordt op maandag 8 juni 2020 rond 12 uur uitgezonden.

Rijker Verantwoorden

Communicatie speelt een belangrijke rol bij het delen van informatie over een (mogelijke) ramp of crisis. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven.


Betere ondersteuning van slachtoffers bij verwerking misdrijf

Om slachtoffers beter te ondersteunen bij het verwerken van de schade door een misdrijf, gaat het kabinet meer bekendheid geven aan de mogelijkheden van zogenoemd herstelrecht. Herstelrecht biedt de mogelijkheid voor het slachtoffer om de verdachte of veroordeelde te confronteren met de gevolgen die een misdrijf voor hem of haar heeft gehad en voor de andere partij om verantwoordelijkheid te nemen. Om meer bekendheid hieraan te geven onder rechters en officieren van justitie komt er onder andere duidelijk informatiemateriaal, aldus minister Dekker (Rechtsbescherming).

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding integraal toezichthouder handhaving.

Herstelrecht versterken

Minister Dekker: ”Een misdrijf heeft enorme gevolgen voor slachtoffers. Naast een straf, kan soms een gesprek met een veroordeelde over een schadevergoeding of een contactverbod enorm helpen. Om dit beter mogelijk te maken, gaan we de ondersteuning en inzet van ‘herstelrecht’ versterken.”

Bekendheid vergroten

Om de bekendheid van herstelrecht te vergroten, wordt er – naast duidelijk informatiemateriaal – ook bekeken of een centraal informatie- en meldpunt kan voorkomen dat organisaties die bijvoorbeeld slachtoffer bij moeten staan langs elkaar heen werken. Daarnaast gaan onderzoekers alle landelijke of regionale voorzieningen in kaart brengen en beschrijven wanneer deze gebruikt worden.

Onderzoek naar mediaton

De Universiteit Twente en de Universiteit Maastricht onderzoeken bovendien welke factoren een rol spelen bij de lagere kans op herhaling van criminaliteit na mediation. De Hogeschool Utrecht heeft onderzoek gedaan naar de kwaliteitseisen voor strafrechtmediators. De resultaten van deze onderzoeken worden betrokken bij de vervolgaanpak. Tenslotte verduidelijkt het kabinet de wetgeving als het gaat over slachtoffers, verdachten en mediation.


Aanpak overlastgevende asielzoekers Harderwijk werpt eerste vruchten af

De aanpak van overlastgevende asielzoekers in de gemeente Harderwijk blijkt vruchten af te werpen. De gemeente zet samen met het Rijk stevig in op de aanpak van overlastgevende asielzoekers. De eerste resultaten van het ‘lik op stuk-beleid’ tekenen zich af. Hierover sprak staatssecretaris Ankie Broekers-Knol in Harderwijk met burgemeester Van Schaik, omwonenden, lokale ondernemers en het COA.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de cursus Aanpak woonoverlast.

Top X lijst

In Harderwijk is regelmatig overleg over overlast door asielzoekers. De wijkagent, het Openbaar Ministerie en het COA bespreken wie er overlast geeft. Ook de informatie van de ketenmarinier wordt erbij betrokken, op basis van de landelijke Top-X lijst. Dankzij dit overleg kunnen overlastgevers snel worden aangepakt.

Daling overlast

Het aantal incidenten en aangiften is het afgelopen kwartaal in Harderwijk gehalveerd ten opzichte van eerdere kwartalen in 2019, zo maakte de burgemeester woensdag bekend. ‘Dat laat zien dat we overlast aan kunnen pakken als we goed samenwerken’, zegt de staatssecretaris. ‘Maar we zijn er nog niet. Samen met onder meer de gemeente zetten we in op het verder terugdringen van de overlast de komende tijd. Want overlast is onacceptabel.’

Signalen van ongewenst gedrag

Ook burgemeester Van Schaik is blij met de samenwerking in Harderwijk. Hij pleit voor blijvende aandacht, ook nu het wat beter gaat: ‘Het blijft belangrijk dat inwoners en ondernemers signalen van ongewenst gedrag doorgeven. Dan weten we wat er speelt en kunnen politie, OM en gemeente samen effectief werken aan oplossingen.’

Kleine groep zorgt voor overlast

Ook op andere locaties wordt zichtbaar dat het lukt om overlast aan te pakken als gemeenten, politie, Openbaar Ministerie, COA, IND, DT&V en ketenmariniers de handen ineenslaan. De overgrote meerderheid van de asielzoekers in Nederland veroorzaakt geen problemen. Een relatief kleine groep zorgt echter wel voor overlast, zoals winkeldiefstal, vernieling en bedreiging. Dit is onaanvaardbaar, ook omdat hierdoor het draagvlak voor de opvang van asielzoekers die bescherming nodig hebben, wordt aangetast.

Ketenmariniers

Er is onder meer een drietal ketenmariniers aangesteld, die zich zowel regionaal als landelijk inzetten om overlast terug te dringen. Daarnaast heeft de staatssecretaris 1 miljoen euro beschikbaar gesteld om gemeenten te helpen om overlast tegen te gaan. Verder wordt met de Top X-aanpak gewerkt, waardoor de zwaarste groep overlastgevers door middel van een landelijke lijst goed kan worden aangepakt. Lokaal wordt door gemeenten, COA en politie gewerkt met het opleggen van gebiedsverboden en een meldplicht. Bij crimineel gedrag is uiteraard het strafrecht van toepassing waarbij indien mogelijk snelrecht wordt toegepast.


Blokhuis verbiedt lachgas door plaatsing onder Opiumwet

Staatssecretaris Blokhuis gaat lachgas voor oneigenlijk recreatief gebruik verbieden door het op lijst II van de Opiumwet te plaatsen. Dit besluit volgt op een risicobeoordeling van lachgas door het CAM. De afgelopen jaren wordt lachgas steeds vaker als recreatief roesmiddel gebruikt, wat leidt tot risico’s voor de volksgezondheid, overlast en verkeersongevallen. Lachgas is oorspronkelijk bedoeld voor onder meer gebruik in slagroomspuiten in de horeca. Deze ‘eigenlijke toepassingen’ van lachgas worden van het verbod vrijgesteld.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Niet zo onschuldig als het lijkt

Staatssecretaris Blokhuis: “We kunnen de risico’s met de gezondheid van met name jongeren niet langer accepteren. De beoordeling van het CAM laat zien dat het recreatief gebruik van lachgas ontzettend schadelijk kan zijn en zelfs bij beperkt gebruik al tot serieuze gezondheidsschade kan leiden. Een ‘ballonnetje’ is echt niet zo onschuldig als het lijkt, dat wordt nu duidelijk. Het recreatief gebruik van lachgas heeft zich ontwikkeld tot een drugsprobleem en daarmee is de Opiumwet de juiste route om dit aan te pakken. Maar we willen de aanbieders en gebruikers van lachgas, zoals het eigenlijk bedoeld is, hiermee niet onevenredig benadelen. Het moet immers gewoon blijven om een toef slagroom bij je appeltaart te kunnen bestellen.”

Uitzondering voor eigenlijke toepassing

Omdat lachgas veel eigenlijke toepassingen heeft, wordt er een algemene uitzondering gemaakt in het Opiumwetbesluit zodat die toepassingen blijven toegestaan. De aanbieders en gebruikers van de eigenlijke toepassingen van lachgas moeten zo min mogelijk worden geraakt door de maatregel. Daarvoor is het belangrijk dat er een duidelijke definitie komt van wat die ‘eigenlijke toepassingen van lachgas’ precies zijn. Staatssecretaris Blokhuis en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid gaan de komende periode in gesprek met zowel de ‘eigenlijke’ aanbieders en gebruikers zoals groothandels, detailhandels, horeca en gasproducenten, als ook de IGJ, de politie en het Openbaar Ministerie. Daarnaast dient de beschikbaarheid van medicinaal lachgas in de zorg niet door de maatregel te worden geraakt.

Substantieel risico

Het besluit tot deze maatregelen volgt op de risicobeoordeling van het CAM (Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs). Het CAM beoordeelt dat het risico van lachgasgebruik substantieel is. Bij excessief gebruik treden gezondheidsincidenten op, maar ook na een enkele keer kan al sprake zijn van ernstige neurologische schade in het geval iemand een vitamine B12-tekort heeft. Vaak weten mensen met een B12-tekort dit niet van zichzelf.

Gezondheidsklachten

Waar het Nationaal Vergiftigingen en Informatiecentrum (NVIC) in 2017 48 meldingen van gezondheidsklachten na gebruik van lachgas registreerde, waren dit er in de eerste helft van 2019 al 67. Het gebruik is wijdverspreid; het gaat vooral om jongvolwassenen, waaronder veel kwetsbare, jonge en onervaren gebruikers. Bovendien leidt gebruik tot een toenemende hoeveelheid overlast en problemen in het verkeer. Plaatsing onder de Opiumwet is volgens het CAM dan ook gerechtvaardigd.

Preventie

Ook preventie en goede voorlichting over de risico’s van lachgas blijven onverminderd belangrijk. Het preventie- en voorlichtingsmateriaal over lachgas zal naar aanleiding hiervan worden herzien. Minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat zet in op het voorkomen van het gebruik van lachgas in het verkeer. Zo heeft zij TeamAlert gevraagd een online campagne te ontwikkelen om jongeren te wijzen op de gevaren hiervan.