110 miljoen extra voor breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit

Het kabinet investeert 110 miljoen euro in een breed offensief tegen de georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Met dit geld kan dit najaar voortvarend worden begonnen met de extra maatregelen die minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid heeft aangekondigd in de verdere strijd tegen de georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Het gaat om zowel repressieve als preventieve maatregelen met een focus op: oprollen, afpakken en voorkomen.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning.

Inrichting Multidisciplinair Interventie Team

Komende maanden wordt een Multidisciplinair Interventie Team (MIT) ingericht bij de landelijke eenheid van de politie. In het MIT komen verschillende specialisten op het gebied van intelligence, digitale, internationale en financiële opsporing samen van onder meer politie, FIOD en Koninklijke Marechaussee. Zij richten zich op het blootleggen en aanpakken van criminele bedrijfsprocessen, de criminele kopstukken en hun netwerken. De zogenoemde facilitators die misdadigers helpen bij hun criminele handel en wandel worden ook aangepakt. Het MIT zal zich daarnaast richten op een versteviging en uitbreiding van het afpakken van criminele opbrengsten waarbij het verbeteren van intelligence en het intensiveren van samenwerking tussen de genoemde diensten voorop staat.

Versterking Bewaken & Beveiligen

Verder wordt geïnvesteerd in de versterking van bewaken en beveiligen. De beveiliging van kwetsbare beroepsgroepen en vertegenwoordigers van onze rechtsstaat – zoals rechters, officieren van justitie en advocaten – vergt veel inzet. De eerste maatregelen zijn gericht op de capaciteit en investeringen in materieel die nodig zijn om aan de toegenomen vraag naar beveiliging te voldoen.

Economie en wijken weerbaarder maken

Om onze economie en wijken weerbaarder te maken en kwetsbare jongeren te behoeden voor het criminele pad werkt minister Grapperhaus samen met betrokken ambtscollega’s van BZK, OCW, VWS en SZW en lokale partijen. De preventieve aanpak richt zich op onderwijs, werken, wonen en veiligheid, zoals afgelopen jaren bijvoorbeeld in Rotterdam-Zuid is gebeurd. Minister Grapperhaus bekijkt in het kader van de aanscherping van de aanpak afpakken de mogelijkheden om afgepakt crimineel geld deels te investeren in het weerbaar maken van wijken.

Extra investeringen

De extra investering komt bovenop eerdere maatregelen van het kabinet. Eerste belangrijke stappen zijn gezet bij het aantreden van het kabinet met onder meer een anti-ondermijningsfonds van 100 miljoen euro en wetgeving. Ook investeert het kabinet 291 miljoen euro structureel in een meerjarenplan om de politie aanzienlijk te versterken. De komende maanden wordt ook toegewerkt naar een uitgewerkt plan in het voorjaar van 2020 om de samenleving weerbaarder te maken tegen het gif van de criminele (drugs)industrie, crimineel geld, bedreigingen, intimidaties en liquidaties.

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra de methodiek bij de verantwoording van hun aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.


Handhaving verbod rookruimtes horeca

Vanaf 1 april 2020 zal het verbod op rookruimtes in de horeca worden gehandhaafd. Eind september werden in een uitspraak van de Hoge Raad al deze rookruimtes per direct verboden. De komende tijd kunnen horecaondernemers zich voorbereiden en heeft de NVWA de tijd om het toezicht in te richten.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Zorgvuldige afweging

Blokhuis: “De uitspraak van de rechter zette een streep door de afspraken die ik met Koninklijke Horeca Nederland (KHN) heb gemaakt over het sluiten van rookruimtes in de horeca in 2022. Ik wil graag dat er een eind komt aan alle rookruimtes, hoe eerder hoe beter, maar ik wil dit ook goed regelen met horecaondernemers en gemeenten. Ik heb gesproken met de Koninklijke Horeca Nederland, VNO-NCW en de NVWA en heb in mijn besluitvorming signalen vanuit gemeenten meegenomen. Na een zorgvuldige afweging heb ik gekozen voor 1 april als startdatum voor de handhaving. Horecaondernemers hebben daarmee de tijd om de nodige aanpassingen te maken en afspraken te maken met gemeenten over eventuele overlast van rokers op straat.”

Heldere communicatie

Onder sommige horecaondernemers heerst er onduidelijkheid over wat het verbod voor hen betekent en wat de gevolgen zijn. Blokhuis vraagt de NVWA om de komende tijd te gebruiken om de ondernemers te informeren, onder andere door het uitreiken van een flyer met daarin vragen en antwoorden. Ook KHN en andere brancheorganisaties gaan deze flyer verspreiden. Daarnaast zal de NVWA de komende tijd bij reguliere controles ondernemers aanspreken die nog een rookruimte hebben. “Heldere communicatie naar de horecaondernemers over de uitspraak is van groot belang. Ik wil dat zij zo goed mogelijk begrijpen wat de uitspraak voor ze betekent,” zegt Blokhuis.

Rookruimtes op de werkplek

Ook de rookruimtes op de werkplek gaan verdwijnen. Blokhuis verkent of wetgeving hierover in 2022 in kan gaan. In het Nationaal Preventieakkoord is afgesproken dat het bedrijfsleven een convenant zou sluiten waarmee rookruimtes op de werkplek voor 2023 verleden tijd zouden zijn. Als dat niet zou lukken is afgesproken dat Blokhuis tot wetgeving over zou gaan. Ondernemersorganisatie VNO-NCW heeft laten weten geen heil te zien in een convenant. “Het is onwenselijk dat er veel tijd zit tussen het moment waarop verschillende sectoren rookruimtes afschaffen. In dat licht zou het mooi zijn dat rookruimtes op de werkplek in 2022 verdwijnen. Ik ga verkennen of dat mogelijk is”, zegt Blokhuis. De staatssecretaris verkent naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad ook of het sluiten van rookruimtes in (semi-)overheidsgebouwen en openbare gebouwen kan worden vervroegd naar 2021. Voor het kerstreces verwacht hij de Tweede Kamer hierover te kunnen informeren.

Rijker Verantwoorden

Communicatie speelt een belangrijke rol bij de bewustwording van het verbod op rookruimtes in de horeca en op de werkplek. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan verantwoording worden afgelegd over de handhaving van het verbod op rookruimtes in de horeca en op de werkplek.


Hogere straf voor ernstige verkeersdelicten

De wet van minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) die hogere straffen mogelijk maakt voor ernstige verkeersdelicten, is door de Eerste Kamer aanvaard en treedt op 1 januari 2020 in werking. Allereerst gaat de maximale straf voor gevaarlijk rijden van 2 naar 6 maanden gevangenisstraf, ook in zaken zonder letsel of schade. Dat is nodig om automobilisten steviger aan te pakken die – bijvoorbeeld door onverantwoorde inhaalacties – een gevaar op de weg zijn.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving. 

Wat verandert er?

Automobilisten die onverantwoord inhalen, of op een andere manier het verkeer in gevaar brengen, kunnen een maximale gevangenisstraf van zes maanden krijgen. Dat is nu nog twee maanden. Automobilisten die andere weggebruiers de stuipen op het lijf jagen door opzettelijk meerdere verkeersregels aan hun laars te lappen, riskeren maximaal twee jaar gevangenisstraf. Ook al zijn er door toeval of geluk geen slachtoffers. Veroorzaken zij met dit roekeloos rijgedrag wel een ernstig ongeluk, dan is een gevangenisstraf van maximaal zes jaar mogelijk. De strafmaat gaat omhoog voor rijden onder invloed, doorrijden na een ongeval en rijden zonder geldig rijbewijs. Van drie maanden gevangenisstraf naar een jaar.

Zeer gevaarlijk rijgedrag

Daarnaast komt er een gevangenisstraf van maximaal twee jaar te staan op zeer gevaarlijk rijgedrag waarbij automobilisten opzettelijk de verkeersregels ernstig overtreden zonder acht te slaan op de veiligheid van anderen. Daarvoor is meer nodig dan een enkele verkeersovertreding. Het gaat om een combinatie van gedragingen. Bijvoorbeeld een forse overschrijding van de maximumsnelheid, het negeren van rode lichten, op de verkeerde weghelft rijden en ook nog een mobiele telefoon vasthouden, terwijl zeer goed voorstelbaar was dat een ongeval kon plaatsvinden. Alleen door toeval of geluk vallen er geen slachtoffers. Grapperhaus rekent deze automobilisten zeer gevaarlijk en onverantwoord rijgedrag dus zwaar aan – ook als zij geen ongeluk veroorzaken.

Roekeloos rijden

Veroorzaken zij met dit roekeloos rijgedrag wél een ernstig ongeluk, dan is straks een gevangenisstraf tot maximaal 6 jaar mogelijk. In de wet is duidelijker vastgelegd wanneer sprake is van roekeloos rijden. Dit verruimt de mogelijkheden om automobilisten te vervolgen die onaanvaardbare risico’s nemen en de zwaarste ongelukken veroorzaken. En dan gaat het niet alleen om snelheidswedstrijden, maar bijvoorbeeld ook om een bestuurder die als een dolleman aan het verkeer deelneemt, meerdere verkeersdelicten begaat en een ongeval met dodelijke afloop of zwaar letsel veroorzaakt.

Andere strafmaat bij recidive

Verder gaan de strafmaxima voor verkeersdelicten als rijden onder invloed, doorrijden na een ongeval en rijden zonder (geldig) rijbewijs omhoog van 3 maanden gevangenisstraf naar 1 jaar. Dit werkt door in de straffen voor recidive. Als iemand zich binnen 5 jaar weer schuldig maakt aan rijden onder invloed kan de straf met een derde omhoog. In ernstige gevallen van doorrijden na een ongeval, met letsel of erger tot gevolg, krijgt de politie meer opsporingsbevoegdheden om de dader op te sporen. Binnenkort gaat een wetsvoorstel in consultatie met diverse maatregelen om de aanpak van rijden onder invloed te versterken.

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van ernstige verkeersdelicten. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van ernstige verkeersdelicten.


Smokkel verboden voorwerpen in justitiële inrichting strafbaar

Personen die verboden voorwerpen een justitiële inrichting binnensmokkelen, waaronder bezoekers, leveranciers en personeel, zijn vanaf nu strafbaar. De wet van minister Dekker (voor Rechtsbescherming) die dit regelt, is op 1 november 2019 in werking getreden.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de opleiding coördinator nazorg ex-gedetineerden.

Gebruik van verboden voorwerpen onwenselijk

Het gaat om voorwerpen die op zichzelf legaal zijn, maar waarvan het bezit in de inrichting verboden is. Bijvoorbeeld mobiele telefoons of gereedschap. Het gebruik van deze voorwerpen is onwenselijk omdat dit de orde en veiligheid in de inrichting in gevaar kan brengen, gedetineerden hiermee hun criminele zaakjes kunnen voortzetten of contact kunnen opnemen met slachtoffers. Ook het binnensmokkelen van voorwerpen zonder dat personen zelf de inrichting betreden, wordt strafbaar. Bijvoorbeeld het verstoppen van voorwerpen (mini-telefoons) in tennisballen die over de muur van een gevangenis worden gegooid.

Voorkomen van smokkelwaar

In de strijd tegen smokkelwaar ter bevordering van de veiligheid binnen en buiten gevangenissen wordt (extra) geïnvesteerd in preventie. Allereerst vindt er verscherpt toezicht plaats op basis van een risicoanalyse per gevangenis (lokaal bepaald). Aan de hand van de uitkomsten van de risicoanalyse worden vervolgens gerichte maatregelen genomen, zoals het plaatsen van hekwerk, netten en camera’s. Daarnaast wordt een beperkt beveiligde afdeling (BBA) ingevoerd. Gedetineerden die naar buiten mogen om te werken verblijven afgezonderd van de rest van de gedetineerden (Wet S&B). Tot slot wordt er structureel geïnvesteerd in innovatieve manieren om het binnenbrengen van smokkelwaar tegen te gaan zoals de GSM paraplu.

Opsporen van smokkelwaar

Naast preventie wordt ingezet op de opsporing van smokkelwaar. Dit gebeurd door het verdubbelen van het aantal speurhouden voor drugs en telefoons, periodieke celinspecties waarbij de cel en inventaris volledig wordt onderzocht en periodieke spitacties waarbij de hele afdeling cq inrichting binnenste buiten wordt gekeerd.

Afschrikkende werking

Personen (bezoekers, leveranciers en personeel) die proberen verboden voorwerpen binnen te smokkelen riskeren een celstraf van maximaal 6 maanden, waarmee een afschrikwekkende werking is beoogd. Deze wet is een volgende stap in de strijd tegen smokkelwaar. Bij constatering van strafbare feiten wordt altijd aangifte gedaan. Het binnenbrengen en bezit van smokkelwaar heeft consequenties voor verlof van de betreffende gedetineerde(n) en kan leiden tot (extra) gevangenisstraf.


Sneller hulp bij beginnende schulden

Het duurt vaak jaren voordat mensen met schulden de stap naar hulpverlening durven te zetten. Een simpele betalingsachterstand kan hierdoor uitgroeien tot een problematische schuld. Een wijziging in de wet gemeentelijke schuldhulpverlening moet dit helpen voorkomen.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding coördinator armoedebestrijding.

Wijziging wet gemeentelijke schuldhulpverlening

De aanpassing geeft gemeenten de mogelijkheid om gegevens over betalingsachterstanden uit te wisselen met woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en de zorgverzekering. Zo kan de gemeente beginnende schulden beter signaleren en schuldhulpverlening aanbieden voordat mensen zelf aan de bel trekken. Staatssecretaris Tamara van Ark heeft het wetsvoorstel dat dit regelt naar de Tweede Kamer gestuurd.

Brede schuldenaanpak

De wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is een van de maatregelen uit de brede schuldenaanpak van het Kabinet. Na de wijziging, die op 1 januari 2021 in moet gaan, mogen hulpverleners zelf gegevens verzamelen en registers raadplegen. Het gaat bijvoorbeeld om informatie over inkomen en vermogen. Uitwisseling van persoonsgegevens gebeurt altijd doelgericht en zorgvuldig, met inachtneming van de privacyregels. Gemeenten moeten daarom bij de start van een schuldhulpverleningstraject een beschikking afgeven met daarbij een plan van aanpak. Iemand met schulden weet daardoor waar hij aan toe is. Ook is dan helder welke gegevens de gemeente gebruikt.

Kennis en ervaring uitwisselen over vroegsignalering van schulden

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ondersteunt gemeenten met kennis en ervaring over effectieve vroegsignalering van schulden. De NVVK, de Nederlandse Vereniging voor Kredietbanken, ontvangt vooruitlopend op de wetswijziging subsidie om te komen tot landelijke afspraken over vroegsignalering met schuldeisers. In mei van dit jaar is het ministerie bovendien gestart met de landelijke campagne ‘Kom uit je schuld’, die beoogt om geldzorgen bespreekbaar te maken en om mensen te stimuleren sneller hulp te zoeken bij financiële problemen.

Integrale aanpak van schulden

Achter schulden gaat vaak een andere complexe meervoudige problematiek schuil. Huishoudens die te maken hebben met problemen op meerdere leefgebieden (armoede, sociaal isolement, depressie, werkloosheid, dakloosheid, drank of drugsverslaving) zijn gebaat bij een integrale aanpak waarin betrokken professionals samenwerken en gezamenlijk tot één doeltreffend plan van aanpak komen voor alle individuele leden van het huishouden en het systeem als geheel. De inzet van deze professionals moet vervolgens weer op elkaar worden afgestemd om overlap en langs elkaar heen werken te voorkomen. Daarom is het van cruciaal belang dat professionals niet alleen één gezamenlijk plan opstellen maar ook één regisseur aanstellen. De regisseur stelt (in samenspel met het huishouden) het plan van aanpak op, bewaakt de uitvoering en voortgang daarvan en grijpt in wanneer de situatie daarom vraagt.

Casusregie bij huishoudens met problematische schulden

Casusregie is de sturing op de gezamenlijke aanpak in een specifieke casus waar sprake is van problematische schulden bij een huishouden. Een casusregisseur fungeert als centrale professional en als vast aanspreekpunt voor het huishouden. Hij/zij zorgt voor coördinatie van de uitvoering van een gezamenlijk afgesproken aanpak en schakelt waar nodig andere partijen in. Als de casus vastloopt rapporteert de casusregisseur aan de procesregisseur en vraagt een nieuwe bespreking in het casusoverleg aan. Op deze manier wordt de duurzaamheid van de aanpak geborgd.


Veiligheidsinzet Irak tot en met 2021

Nederland heeft de brede veiligheidsinzet in Irak tot en met eind 2021 verlengd.  Over de nadere invulling van die inzet is de Tweede Kamer geïnformeerd. De verlenging zelf werd al in juni dit jaar aangekondigd.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Veiligheidssector versterken

De verlenging houdt onder meer in dat zo’n 60 Nederlandse militairen ook de komende twee jaar trainingen aan Koerdische en Iraakse militairen geven in de Koerdistan Autonome Regio (Noord-Irak) en Bagdad. Nederland is daar actief om te helpen de Iraakse veiligheidssector te versterken. Dat moet helpen voorkomen dat organisaties als ISIS weer de kop op steken in het land.

Training, advies en ondersteuning

Naast de trainingen door de krijgsmacht blijft Nederland actief in de NAVO-missie in Irak (NMI) met een bijdrage tot ongeveer 20 militaire en civiele experts.  NMI adviseert het Iraakse ministerie van Defensie en militaire opleidingsinstituten. Ook blijft Nederland bijdragen aan de EU Advisory Mission, die het Iraakse ministerie van Binnenlandse Zaken ondersteunt. Ten slotte gaan Nederlandse militaire en civiele experts het Ministry of Peshmerga Affairs in Erbil van advies voorzien, om ook in de Koerdische regio een bijdrage aan de veiligheid te blijven leveren.

Mandaat voor Nederlandse bijdrage verlengd

In juni liet het Kabinet al weten dat het mandaat voor de Nederlandse bijdrage werd verlengd tot en met 31 december 2021. De Nederlandse inzet in Irak blijft erop gericht, in het kader van de internationale rechtsorde, een bijdrage te leveren aan het beschermen van de burgerbevolking en aan het voorkomen van verder oplopende spanningen.

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van onveiligheid en het voorkomen van spanningen in de gemeenschap met als gevolg maatschappelijke onrust. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van onveiligheid.


Vergunningplicht voor prostituees en exploitanten van seksbedrijven

Er komt een wettelijke, uniforme vergunningplicht voor alle prostituees en exploitanten van seksbedrijven om de seksbranche te reguleren en mensenhandel te bestrijden. Prostituees zonder vergunning zijn in overtreding. Dit geldt ook voor exploitanten die zonder de juiste papieren een seksbedrijf leiden. Daarnaast wordt de klant strafbaar die gebruik maakt van illegale prostitutie.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Pooierverbod

Verder komt er een pooierverbod. Het wordt strafbaar om uit winstbejag behulpzaam te zijn bij illegale prostitutie. Daarbij valt te denken aan het verrichten van vervoersdiensten, bodyguardwerkzaamheden en kamerverhuur voor illegale prostitutie. Een en ander staat in een wetsvoorstel van staatssecretaris Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid) dat recent in consultatie is gegaan en dat een scherpere scheiding maakt tussen legale (met vergunning) en illegale prostitutie (zonder vergunning).

Regeerakkoord

De maatregelen vloeien voort uit het regeerakkoord. Het kabinet wil de maatschappelijke positie van prostituees en andere sekswerkers verbeteren, zodat zij minder kwetsbaar zijn. Mensen die in de seksbranche werken, moeten dat veilig kunnen doen. Daarom moeten misstanden als dwang en uitbuiting worden bestreden. Heldere, uniforme regels helpen daarbij. Dit bevordert niet alleen een effectieve handhaving, maar voorkomt ook dat (malafide) exploitanten uitwijken naar gemeenten met lichtere vergunningsvoorwaarden.

Seksbranche

Broekers-Knol heeft een branche voor ogen waarin mensen werken die ten minste 21 jaar oud zijn, geen slachtoffer zijn van gedwongen prostitutie en die zich naar verwachting kunnen redden in de wereld van de seksuele dienstverlening. Ook moeten zij ingelicht zijn over de risico’s van het werk en weten waar kennis en hulp beschikbaar is om hun beroep zo veilig en gezond mogelijk te kunnen uitoefenen, dan wel om te kunnen stoppen.

Vergunningplicht

Straks vallen alle vormen van bedrijfsmatige, seksuele dienstverlening onder de vergunningplicht. Er is nu te weinig zicht op niet-vergunde bedrijven, de escortbranche en zelfstandig werkende prostituees (thuisprostitutie), waardoor misstanden zich kunnen verplaatsen. Ook blijkt dat zelfstandig werkende prostituees hun klanten steeds meer werven via internet en sociale media. Een trend die de komende jaren zal toenemen, zo is de verwachting. Daar moet toezicht en handhaving op komen.

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen voor een vergunning moeten prostituees 21 jaar of ouder zijn. Ook wordt in een zogeheten vergunninggesprek vastgesteld of zij voldoende zelfredzaam zijn om het beroep veilig te kunnen uitoefenen. De prostituee moet in staat zijn om zaken zelf te regelen en aan bijvoorbeeld klant of exploitant duidelijk maken wat zij wel of niet wil. Daarnaast moet de prostituee over een telefoon beschikken die zij tijdens het werk bij zich heeft, zodat zij bij nood hulp kan vragen. Verder wordt de vergunning geweigerd als het ernstige vermoeden bestaat dat er sprake is van gedwongen prostitutie.

Vergunninggesprek

Een beperkt aantal gemeenten (tussen de 12 en 18) wordt aangewezen om de vergunning te verlenen. Reden hiervoor is dat het vergunninggesprek specifieke expertise vereist waarvoor gemeentelijke ambtenaren moeten worden opgeleid. Ook is het belangrijk dat met dit soort gesprekken ervaring wordt opgedaan. Dat lukt niet als het aantal gemeenten te groot is, omdat er dan niet regelmatig aanvragen worden behandeld.

Persoonsgebonden

De vergunning is persoonsgebonden, heeft een uniek nummer en is in het hele land geldig. Prostituees kunnen kiezen in welke van de aangewezen gemeenten zij een vergunning aanvragen. Dat hoeft dus niet in de eigen gemeente te zijn. Ook is de vergunning niet gebonden aan een locatie, de prostituee kiest zelf waar zij gaat werken in Nederland.

Landelijke registers

Om toezicht en handhaving mogelijk te maken, worden de prostitutievergunningen opgenomen in een landelijk register. Alleen daartoe bevoegde toezichthouders mogen dit register raadplegen – en alleen als dat noodzakelijk is. Vanwege de privacy van de prostituees gelden er zeer strenge veiligheidseisen. Exploitanten, klanten en faciliteerders hebben er belang bij te weten of een prostituee beschikt over een geldige prostitutievergunning, omdat het risico bestaat dat zij zich inlaten met illegale prostitutie. Straks kunnen zij via een hit/no hit-systeem nagaan of het door een prostituee opgegeven nummer hoort bij een geldige vergunning. Ook komt er een landelijk register waarin alle verleende vergunningen voor seksbedrijven staan. Iedereen kan in het register nagaan of een seksbedrijf over een vergunning beschikt.


Falende aanpak van drugscriminaliteit in Mexico

Enige tijd geleden was ik op reis in Mexico dat veel te lijden heeft onder de aanwezigheid van drugskartels.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning.

Drugsimperium

Pablo Escobar bouwde een imperium op rond de handel in cocaïne, die uit dichtbeboste gebieden uit ondermeer Colombia kwam en werd doorgevoerd naar de Verenigde Staten en Europa. Het Medellinkartel controleerde een wijdvertakt productie- en handelsnetwerk waar vele Colombianen een goed inkomen aan verdienden. Na de val van het imperium van Pablo Escobar namen drugskartels uit Mexico (een deel van) de drugshandel over.

Leidende rol in cocaïnehandel

De Mexicaanse drugsbaron Joaquín Guzmán Loera, bekend als El Chapo, pakte de leidende rol in de cocaïnehandel. Tijdens zijn dagen als drugsbaron controleerde hij ongeveer een kwart van de cocaïne die de VS in ging. Hij werd vanaf 1993 verschillende keren opgepakt waarna hij weer ontsnapte (met hulp van corrupte overheidsfunctionarissen). Nadat hij in 2016 opnieuw werd opgepakt werd hij uitgeleverd aan de VS waar hij in de rechtbank in New York uiteindelijk werd veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.

Onder de radar

El Chapo stond jarenlang bovenaan de Amerikaanse opsporingslijst. Hij smokkelde drugs via zeehavens, tunnels, vrachtwagens en vliegtuigen. Hij kocht politici om en liet tegenstanders koelbloedig omleggen. Hij werd beroemd en berucht door zijn Sinaloa-kartel te transformeren tot een wereldwijde operatie. Datzelfde kartel gaat op dezelfde voet verder nu El Chapo in detentie zit, onder leiding van zijn zoon Ovidio Guzmán, een van de leiders van het Sinaloa-drugskartel.

Groeiende problematiek

Het Sinaloa-kartel is actief in meer dan vijftig landen, waaronder Nederland. In Europa en in de VS is er een enorme afzetmarkt. Drugsdealers blijven actief zolang de vraag naar drugs blijft bestaan en het niet wordt gedecriminaliseerd of gelegaliseerd. Met alle gevolgen van dien waaronder tienduizenden moorden in Mexico. Het allergrootste probleem is dat er nauwelijks een alternatief is voor de drugscriminaliteit. Door het vele geweld als gevolg van de drugshandel zijn veel buitenlandse bedrijven uit Mexico vertrokken. Het gevolg is toenemende werkloosheid waardoor (nog meer) Mexicanen al dan niet gedwongen in de drugscriminaliteit terechtkomen.

Aanhouding door Mexicaanse veiligheidstroepen

Ovidio Guzmán werd recent in de noordelijk gelegen stad Culiacán in de staat Sinaloa aangehouden door Mexicaanse veiligheidstroepen. De VS hadden de Mexicanen vorig jaar om uitlevering van Ovidio gevraagd, op verdenking van het vervoeren van cocaïne, marihuana en amfetaminen. Volgens de Mexicaanse autoriteiten betraden 35 agenten het huis waar Ovidio zich samen met drie anderen bevond. Tientallen zwaar bewapende handlangers van de bendeleider omsingelden daarop de woning en openden het vuur op de politietroepen. Ze namen ook een aantal agenten in gijzeling. Tegelijkertijd zorgde het kartel voor chaos en bloedvergieten in grote delen van de stad. Gemaskerde mannen met zware wapens wierpen brandende blokkades op, namen bezit van kruispunten en tolkantoortjes. Op diverse plaatsen ontstonden vuurgevechten met de politie. Verspreid over de stad lagen slachtoffers op straat, sommigen in plassen bloed. Diverse voertuigen gingen in vlammen op.

Gevangenisopstand

Ook vond er een gevangenisopstand plaats, waarbij gedetineerden bewakers hun wapen afhandig maakten. Twee bewakers werden gegijzeld en later bevrijd door de politie. 56 gevangenen wisten uit te breken. Het Sinaloakartel nam verder verschillende soldaten in gijzeling en viel ook het complex aan waar de soldaten en hun families verblijven.

Golf van geweld

Gedurende de golf van geweld vielen acht doden, waarvan vijf bendeleden, één lid van de Nationale Garde, een burger en een gedetineerde. Daarnaast raakten zeven leden van de veiligheidstroepen gewond. Ook vielen onder de bevolking meer dan 20 gewonden. Een dag later waren nog de sporen te zien van wat zich een dag eerder had afgespeeld. Straten in Culiacán, een stad van meer dan 800 duizend inwoners, waren nog altijd versperd met brandende auto’s. Scholen bleven dicht en enkele overheidsinstellingen vroeg medewerkers thuis te blijven. Het openbaar vervoer functioneerde nauwelijks. Op straat patrouilleerden tientallen militairen van het Mexicaanse leger.

Vrijlating

De geweldsuitbraak was reden voor het veiligheidskabinet van de regering om Guzmán kort na zijn aanhouding weer vrij te laten. “De arrestatie van één crimineel kan niet meer waard zijn dan mensenlevens”, aldus president Andrés Manuel López Obrador op een persconferentie. “Het veiligheidskabinet heeft de beslissing genomen en ik steun die. We willen geen doden. We willen geen oorlog.”

Aanpak mislukt

De oorlog tegen drugs in Mexico is mislukt. De hoop was dat met een harde aanpak een drugsvrije wereld kon worden gecreëerd. Maar de manier waarop dit werd gedaan, was niet productief en werkte zelfs averechts. Door het toenemende geweld als gevolg van de drugsoorlog zijn burgers het vertrouwen in de overheid verloren en is diezelfde overheid de grip op de drugsbendes kwijtgeraakt.

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Het creëren van draagvlak onder meer onder de bevolking is essentieel om de aanpak te laten slagen, met name wanneer er tussentijds enkele tegenslagen zijn. Dit is een belangrijke les van de aanpak van drugscriminaliteit in Mexico. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra de methodiek Rijker Verantwoorden bij de verantwoording van hun aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.


Kabinet zet in op transparantie in strategie tegen desinformatie

Het kabinet heeft een strategie tegen desinformatie uitgebracht. Deze strategie is gericht op preventie, het verstevigen van de informatiepositie en (zo nodig) reactie. De nadruk ligt op preventieve acties. Zo laat minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties weten aan de Tweede Kamer. Het toenemende belang van internet als toegankelijke informatiebron betekent dat desinformatie zich gemakkelijker kan verspreiden dan voorheen. Het kabinet vindt het van belang dat burgers in staat zijn om zelf informatie op waarde te schatten. Het kabinet zet zich daarom in voor meer transparantie over de herkomst van informatie.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding integraal toezichthouder handhaving.

Aard van dreiging

De aard van de dreiging van desinformatie blijft zich ontwikkelen. Er is sprake van kleinere, meer lokale operaties die lastiger te detecteren zijn. De manieren om desinformatie te verspreiden worden steeds geavanceerder en ook betaalbaarder. Daardoor wordt het ook voor niet-statelijke actoren steeds gemakkelijker om desinformatie te verspreiden en zo het publieke debat te misleiden. Een voorbeeld hiervan zijn antivaccinatiecampagnes op online platforms.

Transparantie

Internetdiensten zoals Facebook, Google en Twitter spelen een essentiële rol in het tegengaan van desinformatie. Hun beleid moet passen binnen het fundamentele recht op vrijheid van meningsuiting en binnen een open internet. Het kabinet is voorstander van meer transparantie en overweegt of, in aanvulling op de zelfregulering, wettelijke regels de transparantie kunnen afdwingen. De komende maanden wordt het gesprek met de Europese Commissie en EU-lidstaten gevoerd hoe dat in het licht van de bestaande gedragscode over desinformatie vorm zou kunnen krijgen. Zelfregulering blijft daarbij vertrekpunt. Ook wordt gekeken of er een transparantieverplichting rondom politieke advertenties geplaatst door politieke partijen moet komen vergelijkbaar met de plicht om giften en schulden te publiceren zoals is vastgelegd in de Wet financiering politieke partijen.

Bewustwording

Om de bewustwording over desinformatie te vergroten heeft de campagne Mediawijsheid gelopen. Het kabinet wil de bewustwording onderbrengen in bestaande netwerken. In overleg met het ministerie van OCW wordt een subsidie verleend aan het Netwerk Mediawijsheid om initiatieven te ontplooien voor het verder bevorderen van mediawijsheid onder (jong)volwassenen in het kader van desinformatie/nepnieuws.

Rijker Verantwoorden

Communicatie speelt een belangrijke rol om de bewustwording over desinformatie te bevorderen. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan tegengewicht worden geboden aan desinformatie.


Blokhuis onderneemt actie tegen taboe seksuele oriëntatie jongeren

Staatssecretaris Paul Blokhuis onderneemt actie om het taboe onder jongeren te doorbreken om over hun seksuele oriëntatie te praten. Jongeren die het gevoel hebben dat zij homo, lesbisch, bi, non-binair of transgender zijn, denken vier tot vijf keer vaker aan suïcide dan hun heteroseksuele leeftijdsgenoten. Daarom vraagt de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op Coming-Outdag op twee manieren aandacht voor dit probleem en onderneemt hij actie om het taboe rond dit onderwerp te verbreken.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de opleiding procesregisseur personen met verward gedrag.

Voorkomen van suïcidale gedachten

“Door over je zoektocht en onzekerheden te praten tijdens het ontdekken van je seksuele oriëntatie kunnen we levens redden. Jongeren die erachter komen dat ze misschien niet heteroseksueel zijn, kunnen het gevoel hebben er niet bij te horen. We kunnen het voor jongeren die hiermee worstelen makkelijker maken door er met elkaar over te praten. Daarmee voorkom je negatieve gedachten en kan er ook sneller actie ondernomen worden als er bijvoorbeeld suïcidale gedachten zijn”, zegt staatssecretaris Blokhuis.

Campagne #kweetnie

Om het onderwerp makkelijker bespreekbaar te maken, worden jongeren op social media onder de hashtag #kweetnie bereikt met de boodschap dat het niet erg is om te twijfelen over je seksuele oriëntatie. Bekende influencers zoals Jessie Maya en Rutger Vink vertellen op Instagram onder die hashtag bijvoorbeeld hun verhaal, en ze vertellen dat het niet erg is om nog niet te weten wie je bent of wat je voelt. Ook gaan ze in gesprek door jongeren te vragen waar zij mee zitten.

Website iedereenisanders.nl

Daarnaast is de website www.iedereenisanders.nl vernieuwd. Met persoonlijke verhalen over hoe het is om op zoek te zijn naar je seksuele oriëntatie biedt de site begrip en feitelijke informatie. Het is een platform waarop ze anoniem kunnen zoeken en ervaringen delen. Zonder de angst om veroordeeld te worden door hun omgeving. Op de website staan verder tips, informatie en verhalen van andere LHBTI’s, zodat jongeren de herkenning en erkenning krijgen om zichzelf te accepteren en te beseffen dat zij niet alleen staan.

Rol voor ouders

De vernieuwde website bevat ook een gedeelte voor ouders. Hier staan onder andere tips over hoe ouders het gesprek met hun kind kunnen aangaan en hoe zij hun kind kunnen steunen. Uit onderzoek van het ministerie van VWS blijkt dat zeven op de tien ouders al met hun kind praat over seksuele oriëntatie. In het onderzoek “Bespreekbaarheid LHBTI” blijkt dat moeders het gesprek hierover vaker aanknopen met hun kind dan vaders, met respectievelijk 77 procent tegen 65 procent. Genderidentiteit is minder vaak onderwerp van gesprek. 45 procent van de ouders zegt over zichzelf daarover gesprekken te voeren met hun kind. De vernieuwde website www.iedereenisanders.nl is één van de acties die landelijk worden ingezet vanuit Movisie, 113 Zelfmoordpreventie, COC Nederland en het ministerie van VWS. Deze acties hebben als doel om de acceptatie van seksuele diversiteit en daarmee het welzijn van LHBTI-jongeren te bevorderen. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met het ministerie van OCW (emancipatie) en de LHBTI-jongeren zelf.

Rijker Verantwoorden

Communicatie speelt een belangrijke rol bij het bevorderen van de bewustwording bij jongeren om over hun seksuele oriëntatie te praten. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan tegengewicht worden geboden aan taboes op seksuele oriëntatie onder jongeren.