Geen tolerantie voor intolerantie
Minister Blok opende in Den Haag de zevende editie van de internationale conferentie voor vrijheid van religie en levensovertuiging. De jaarlijkse conferentie met de naam Istanboel Proces heeft als doel verschillende groepen, religieus en niet-religieus, bij elkaar te brengen om intolerantie, discriminatie en geweld op basis van religie of levensovertuiging aan te pakken. De laatste keer dat de conferentie plaatsvond was in 2016 in Singapore. Nederland neemt, op verzoek van de Speciale rapporteur van de VN Ahmed Shaheed, het stokje over.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants.
Religieus geweld en discriminatie
Voorbeelden van religieus geweld en discriminatie zijn helaas aan de orde van de dag. Kort geleden werd de Joodse gemeenschap in Halle, Duitsland, slachtoffer van extremistisch geweld, in Rusland staan Jehovagetuigen steeds meer onder druk en in Christchurch, Nieuw-Zeeland vond een terroristische aanslag plaats op een moskee. Een van de aanwezigen bij de conferentie is Farid Ahmed die eerder dit jaar bij deze aanslag zijn vrouw verloor.
Lange traditie van tolerantie
Nederland kent een lange traditie van tolerantie als het op geloof of levensovertuiging aankomt, maar ook in ons land is er nog altijd sprake van discriminatie en geweld. Voldoende reden volgens Blok om dit jaar, samen met Universal Rights Group en de Nederlandse Speciaal gezant voor religie en geloofsovertuiging Jos Douma deze conferentie te organiseren. Bij de conferentie zijn verder VN vertegenwoordigers, religieuze en maatschappelijke partijen, NGO’s en journalisten aanwezig.
Open houding
Minister Blok noemt het voorbeeld van “Vader Frans”, een Nederlandse priester die christenen, moslims, alawieten, en druzen wist te verenigen tijdens zijn wandeltochten door Syrië en zegt: ‘Laten we bruggen bouwen. Ideeën uitwisselen. Het gesprek aan durven gaan. Alleen vanuit die open houding kunnen we ervoor zorgen dat mensen met verschillende religieuze of levensovertuigingen overal in vrede naast en met elkaar kunnen leven. Het belangrijkste is dat we dit samen moeten doen; geen tolerantie voor intolerantie’.
Rijker Verantwoorden
Communicatie speelt een belangrijke rol bij de bewustwording van het belang van tolerantie. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan verantwoording worden afgelegd over de aanpak van discriminatie en de bevordering van tolerantie.
Collectief naar rechter voor schadevergoeding bij massaschade
Burgers en bedrijven die massaal schade lijden, kunnen vanaf 1 januari 2020 samen naar de rechter om hun schade vergoed te krijgen. De wet van minister Dekker (voor Rechtsbescherming) die massaschade afwikkelt in een collectieve actie, treedt in werking.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants.
Samen naar de rechter
Vanaf 1 januari 2020 kunnen burgers en bedrijven die massaal schade lijden samen naar de rechter om deze vergoed te krijgen. Straks kan de hele zaak in één gezamenlijke procedure worden afgehandeld. De wet biedt gedupeerden bescherming. Zij weten daardoor aan welke belangenorganisaties zij hun belangen kunnen toevertrouwen. Er komt een centraal openbaar register voor collectieve vorderingen.
Schadevergoeding regelen
Dekker: ‘Als je in de problemen zit, is het fijn als je met elkaar naar de rechter kunt stappen om schadevergoeding te eisen. Dat scheelt tijd, geld en eindeloze individuele rechtszaken.’ Tot nu toe kan in een gezamenlijke procedure geen schadevergoeding worden geëist. Er kan (alleen) een verklaring van de rechter worden gevraagd, bijvoorbeeld dat een bedrijf onrechtmatig heeft gehandeld. Daarna moet een gedupeerde zelf de schadevergoeding regelen.
Kosten procedure wegen niet op tegen gelede schade
De praktijk laat zien dat het niet altijd even makkelijk gaat. Soms wegen de kosten van een individuele procedure niet op tegen de geleden schade. Nu kan een belangenorganisatie een groep gedupeerden al helpen om bijvoorbeeld een schikking te regelen zodat zij hun schade vergoed krijgen. Maar als de schadeveroorzaker niet meewerkt, staan gedupeerden alsnog met lege handen en moeten zij het alleen opknappen. Dat verandert.
Voorkomen van eindeloze rechtszaken
Straks kan de hele zaak in één gezamenlijke procedure bij de rechter worden afgewikkeld. Dat is eenvoudiger en bespaart tijd en geld. Partijen krijgen in één keer duidelijkheid. Daarmee komt er voor een grote groep gedupeerden een oplossing en kan de zaak worden afgedaan. Dit voorkomt ook eindeloze rechtszaken.
Rechtsbescherming gedupeerden
Ook is er voor sommige schades een veelheid aan belangenorganisaties waarvan de kosten en financiering vaak onduidelijk zijn. Gedupeerden en aangesproken partijen weten dan niet welke organisaties betrouwbaar zijn en voor wie zij opkomen. Daarom biedt de nieuwe wet gedupeerden voldoende rechtsbescherming. Niet iedere belangenorganisatie kan zomaar aan de slag om een claim in te dienen. Organisatie en financiën moeten op orde zijn. Gedupeerden weten zo aan wie ze hun belangen toevertrouwen. Belangenorganisaties kunnen bestaande organisaties zijn zoals Consumentenbond of VEB of speciaal opgerichte organisaties (ad hoc) voor een bepaalde collectieve vordering (“Stichting woekerpolisclaim”). Zij starten een procedure voor hun achterban.
Collectieve vordering
Tot slot komt er een centraal register voor collectieve vorderingen. Zo kunnen gedupeerden en de belangenorganisaties die voor hen opkomen beslissen of zij voor dezelfde gebeurtenis ook een collectieve vordering willen instellen. De Raad voor de rechtspraak wordt de houder van het centrale register. Het register is openbaar en dus voor iedereen toegankelijk.
Rijker Verantwoorden
Communicatie speelt een belangrijke rol bij de bewustwording ten aanzien van schadevergoeding bij massaschade. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan verantwoording worden afgelegd over het schadevergoeding bij massaschade.
Kabinet presenteert nieuw Nationaal Actieplan Mensenrechten
Of het nu gaat om het aanvragen van zorg- of huurtoeslag, hulp bij schulden, studiefinanciering of arbeidsbemiddeling na baanverlies; voorzieningen van de overheid moeten altijd toegankelijk zijn. Dat staat in het Nationaal Actieplan Mensenrechten 2020 dat minister Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft gepresenteerd. Met het Actieplan wil het kabinet de toegankelijkheid van voorzieningen verbeteren en daarmee een gerichte impuls geven aan de realisering van mensenrechten in Nederland.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants.
Vervolg op eerder plan
Dit Actieplan is een vervolg op het eerste Nationale Actieplan Mensenrechten uit 2013. Sinds de wereldconferentie over Mensenrechten in 1993 van de Verenigde Naties hebben veel landen een eerste Nationaal Actieplan Mensenrechten uitgebracht. Nederland is het vierde land in Europa dat nu met een tweede Actieplan Mensenrechten komt.
Meer dan vijftig acties
Het kabinet kondigt in het Actieplan meer dan vijftig acties aan. Voorbeelden zijn de oprichting van een platform voor gemeenten en mensenrechten en de start van een evaluatie van het passend onderwijs met inclusief onderwijs als speerpunt. Daarnaast wordt ingezet op de verbetering van verschillende informatiepunten met betrekking tot digitale overheid, langdurige zorg en rechtshulp.
Mensenrechtelijke normen
Minister Knops vindt het als coördinerend minister voor mensenrechten in Nederland belangrijk dat de overheid zich actief blijft inzetten om mensenrechten te bevorderen: “Niet iedereen weet dat de overheid bij de vormgeving van haar voorzieningen uitgaat van mensenrechtelijke normen. Daarbij hoort de overheid voorzieningen zo in te richten dat mensen in de praktijk daadwerkelijk toegang krijgen tot de voorzieningen die er voor hen zijn: zonder discriminatie en financieel en fysiek toegankelijk voor iedereen.”
Rijker Verantwoorden
Communicatie speelt een belangrijke rol bij de bewustwording ten aanzien van de toegankelijkheid van voorzieningen. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan verantwoording worden afgelegd over de (voor)genomen acties om de toegankelijkheid van voorzieningen te verbeteren.
Strenger regime voor overlastgevende asielzoekers
Asielzoekers die ernstige overlast veroorzaken worden voortaan ondergebracht in een zogeheten Handhaving en Toezichtslocatie (HTL) in Hoogeveen. Overlastgevers krijgen een strikt gebiedsgebod opgelegd, zolang ze in de HTL verblijven. Hiermee wordt de overlast voor de omwonenden en in de buurt gevestigde winkeliers weggenomen. Daarover zijn afspraken gemaakt tussen de gemeente Hoogeveen en staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Asiel en Migratie).
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de cursus Aanpak woonoverlast.
Begrenzing
Met de mogelijkheid om overlastgevende asielzoekers over te plaatsen naar de HTL wordt streng opgetreden tegen onaanvaardbaar gedrag van overlastgevende asielzoekers. Ook wordt de veiligheid van bewoners en medewerkers op de reguliere azc’s vergroot, omdat ernstige overlastgevers worden overgeplaatst naar de HTL. In de HTL geldt een strenger regime, gericht op begrenzing.
Speciale omgangsvorm
Tot nog toe werd voor ernstige overlastgevers gewerkt met Extra Begeleiding- en Toezicht Locaties (EBTL), die sinds twee jaar als pilot in Amsterdam en Hoogeveen gevestigd waren. In die pilot is veel kennis en ervaring opgedaan met deze speciale opvangvorm, maar er bleek meer nodig om te zorgen dat er in de gemeente geen sprake was van overlast. Daarom is besloten te stoppen met de EBTL.
Gebiedsgebod
Het gebiedsgebod zal worden aangescherpt. In de praktijk betekent dit dat de bewoners alleen nog maar op het terrein van de HTL verblijven. Aan de bewoners van de HTL zullen op de locatie (winkel)faciliteiten en andere voorzieningen worden aangeboden, zodat er geen noodzaak is het terrein te verlaten. Boa’s zullen het gebiedsgebod handhaven. Staatssecretaris Broekers-Knol is de gemeente Hoogeveen erkentelijk voor de medewerking aan de HTL. ‘Dit is een lastige doelgroep, dus het vergt heel wat van een gemeente om deze te willen opvangen. We hebben goede afspraken gemaakt om overlast te voorkomen.’ Ook burgemeester Karel Loohuis is tevreden: ‘Voor onze inwoners is het belangrijk dat zij geen overlast hebben. Ik heb er vertrouwen in dat dit met deze afspraken goed haalbaar is.’
Aanpak van overlast
De meeste asielzoekers in Nederland veroorzaken geen problemen. Een relatief kleine groep zorgt echter wel voor overlast, zoals winkeldiefstal, vernieling en bedreiging. Dit is onaanvaardbaar, ook omdat het draagvlak voor het asielsysteem wordt ondermijnd. Daarom wordt er door Rijk, provincies, gemeenten, politie, OM, het COA, de DT&V en de IND gezamenlijk ingezet op het tegengaan van overlast. Zo zijn er ketenmariniers aangesteld, die zich zowel landelijk als regionaal inzetten om overlast terug te dringen. Ook stelt de staatssecretaris 1 miljoen euro beschikbaar om gemeenten te helpen om overlast tegen te gaan. Daarnaast wordt met de Top X-aanpak gewerkt, waardoor de zwaarste groep overlastgevers door middel van een landelijke lijst goed in beeld is en intensief kan worden aangepakt. Ook wordt voortaan eerder bekeken of vreemdelingenbewaring mogelijk is in het geval van een vertrekplicht. Lokaal wordt door gemeenten en politie gewerkt met het opleggen van gebiedsverboden en het invoeren van een meldplicht. Bij crimineel gedrag is uiteraard het strafrecht van toepassing waarbij indien mogelijk snelrecht wordt toegepast.
Casusregie
Casusregie is de sturing op de gezamenlijke aanpak in een specifieke casus. Een casusregisseur fungeert als centrale professional en als vast aanspreekpunt voor de betrokkene. Hij zorgt voor coördinatie van de uitvoering van een gezamenlijk afgesproken aanpak en schakelt waar nodig andere partijen in. Als de casus vastloopt rapporteert de casusregisseur aan de procesregisseur en vraagt een nieuwe bespreking in het casusoverleg aan.
Serious Request: Mensenhandel zichtbaar maken
Met 3FM Serious Request: The Lifeline komen 3FM en het Rode Kruis in actie voor slachtoffers van mensenhandel. Slachtoffers zijn onderworpen aan arbeidsuitbuiting, seksuele uitbuiting, criminele uitbuiting of gedwongen orgaanverwijdering. De wereldwijd 25 miljoen slachtoffers hebben te maken met dwang, geweld en misleiding. Van 18 tot en met 24 december lopen de 3FM-dj’s van Goes naar Groningen om aandacht voor slachtoffers te vragen en geld in te zamelen. Onderweg stoppen zij op zogenaamde chequepoints waar events en optredens zijn. De opbrengst gaat naar psychologische hulp voor de slachtoffers en voorlichting met als doel mensenhandel te voorkomen en te herkennen. De actie van 3FM en het Rode Kruis leveren een belangrijke bijdrage aan de bewustwording en het bespreekbaar maken van dit maatschappelijke probleem.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Programma Samen tegen mensenhandel
Het tegengaan van mensenhandel kan alleen als samen wordt gewerkt aan de preventie, opsporing en het bieden van hulp aan slachtoffers. Binnen de Rijksoverheid wordt mensenhandel aangepakt met het programma Samen tegen Mensenhandel. Hierin maken de vier ministeries Justitie en Veiligheid, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Buitenlandse Zaken en Volksgezondheid Welzijn en Sport, gemeenten, het Openbaar Ministerie, de politie, de zorg, scholen, maatschappelijke organisaties en vele anderen een vuist tegen mensenhandel. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is verantwoordelijk voor de coördinatie van dit programma.
Signalen herkennen
Het voorkomen van mensenhandel en het herkennen van signalen zijn belangrijk in de strijd tegen mensenhandel. Op de wegwijzer mensenhandel lees je meer over het herkennen van signalen en wat jij kunt doen als je vermoed dat iemand in jouw omgeving wordt uitgebuit. Hier vind je ook informatie over organisaties die iedere dag opnieuw inzetten voor het opsporen van mensenhandel en het bieden van hulp van slachtoffers. Op deze website vind je ook verhalen van Nederlandse slachtoffers van uitbuiting.
Overheden kunnen elkaar makkelijker tippen over criminele praktijken
Gemeenten, provincies en het Rijk kunnen elkaar straks beter en eerder informeren wanneer het gevaar groot is dat een vergunning, overheidsopdracht of vastgoedtransactie wordt misbruikt voor criminele activiteiten. Daarbij gaat het niet alleen om degene met wie de overheid ‘zaken’ doet, maar ook om zijn zakelijke relaties. Als het een crimineel netwerk te heet onder de voeten wordt in de ene gemeente en het de ondermijnende activiteiten in een andere plaats wil voortzetten, moeten overheden daarover informatie kunnen delen en moeten (bijvoorbeeld) burgemeesters elkaar kunnen waarschuwen.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training procesregie voor de aanpak van ondermijning.
Verdere uitbreiding van de Wet Bibob
Dit is de kern van een wetsvoorstel van de ministers Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en Dekker (voor Rechtsbescherming) dat recent in consultatie is gegaan. Met een verdere uitbreiding van de Wet Bibob (bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) willen zij criminelen de pas afsnijden, die op slinkse manieren misbruik willen maken van de dienstverlening van de overheid en zo het openbaar bestuur ondermijnen. Als sprake is van een (ernstig) gevaar kan bijvoorbeeld een vergunning worden geweigerd of ingetrokken.
Katvangers en schijnconstructies
Soms schuiven criminelen katvangers naar voren om een aanvraag in te dienen, of werken ze met schijnconstructies om bestuursorganen te misleiden. Ook komt het voor dat iemand in gemeente X geen vergunning krijgt vanwege (ernstig) gevaar voor misbruik van de dienstverlening door de overheid, maar wél in gemeente Y, omdat men daar niet op de hoogte was van de risico’s. Malafide personen proberen vaak bij allerlei gemeenten vergunningen aan te vragen en blijven het telkens opnieuw proberen, totdat zij een gemeente hebben gevonden die de Wet Bibob niet toepast, of een verkeerde risico-inschatting maakt.
Eenvoudiger informatie delen
Om deze praktijken aan te pakken, wordt het eenvoudiger om informatie te delen. Zo is het voorstel dat gemeenten straks bij het Landelijk Bureau Bibob (LBB) ook kunnen navragen of in het Bibob-onderzoek van andere bestuursorganen een (ernstig) gevaar is vastgesteld. Nu kan alleen informatie worden opgevraagd over adviezen die het LBB zelf heeft uitgebracht. Nieuw is verder dat resultaten van onderzoeken die vijf jaar oud zijn mogen worden gedeeld. Nu is dat nog twee jaar. Ook kan de Belastingdienst informatie delen over boetes die zijn uitgedeeld, omdat opzettelijk onjuiste gegevens zijn verstrekt aan de fiscus.
Waarschuwing geven
Verder kunnen overheden – en bijvoorbeeld burgemeesters – elkaar een tip geven, als zij over waardevolle informatie beschikken die aanleiding kan zijn voor Bibob-onderzoek. Het gaat erom een waarschuwend geluid te laten horen, zodra er een sterk vermoeden bestaat dat criminelen betrokken zijn bij een onderneming en deze een vergunning (dan wel een andere beschikking) bij een ander bestuursorgaan hebben (aangevraagd). Overheden mogen straks onder bepaalde voorwaarden informatie uit een Bibob-dossier met elkaar delen. Die gegevens kunnen worden gebruikt als indicatie ‘dat er iets aan de hand is’ en kunnen aanleiding vormen om vervolgens zelf onderzoek te doen.
Betere mogelijkheden om integriteit te beschermen
Met deze uitbreidingen krijgt het bestuur betere mogelijkheden om zijn integriteit te beschermen tegen het ongewild faciliteren van criminele activiteiten. De wijzigingen maken deel uit van de actie-agenda van het kabinet om ondermijning aan te pakken.
Intensivering aanpak dementie
Het aantal mensen met dementie groeit snel, met ingrijpende gevolgen voor patiënten zelf, hun omgeving en de samenleving. Dat vraagt om een intensieve en gecoördineerde aanpak. In vervolg op het Deltaplan Dementie – dat in 2020 afloopt – kondigt minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een nieuwe nationale dementiestrategie aan. In het voorjaar van 2020 zal hij de uitgewerkte strategie aan de Tweede Kamer aanbieden.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Deltaplan Dementie
Het in 2013 gestarte Deltaplan Dementie – een samenwerking van een groot aantal organisaties uit overheid, zorg, onderwijs, wetenschap en zakelijke dienstverlening – eindigt in 2020. Met het Deltaplan zijn veelbelovende resultaten geboekt als het gaat om onderzoek en wat betreft het dementievriendelijk maken van de samenleving. Maar in het licht van het stijgend aantal mensen met dementie en de impact van de aandoening voor mensen en hun omgeving, is er nog veel te doen.
Nationale Dementiestrategie
In vervolg op het Deltaplan Dementie start minister De Jonge daarom in 2021 met de nationale dementiestrategie, een overkoepelend dementieprogramma dat aansluit bij al lopende programma’s op het gebied van de ouderenzorg. In de periode van 2021 tot 2030 zet deze nationale dementiestrategie in op:
– Meer onderzoek naar mogelijkheden voor preventie, behandeling en genezing van dementie. Het onderzoeksbudget hiervoor zal worden verdubbeld van 8 mln. naar 16 mln. per jaar. – Meer verbinding in de samenleving, zodat mensen met dementie en hun naasten kunnen blijven meedoen. Daarbij gaat het om het benutten van de mogelijkheden van mensen met dementie die – afhankelijk van de mate en vorm van de achteruitgang – vaak nog geruime tijd op een waardige manier kunnen blijven deelnemen aan de samenleving.
– Verbeteren van ondersteuning en zorg voor mensen met dementie en hun naasten. Er zijn veel goede nieuwe zorgconcepten ontwikkeld, bijvoorbeeld rond de sociale benadering van dementie en met de mogelijkheden die technologie biedt. Maar wat betreft brede implementatie daarvan is nog winst te boeken. Een specifiek implementatieprogramma moet ervoor gaan zorgen dat dit verandert.
– Een sterke rol van Nederland in de wereldwijde aanpak van dementie. Nederland is een gidsland in de aanpak van dementie. De strategie zet zwaar in op het delen van de beschikbare kennis en het intensiveren van de internationale samenwerking bij onderzoek en bij het toepassen van zorgconcepten.
Internationale Dementiestrategie
Dementie ontwikkelt zich in razend tempo tot de belangrijkste doodsoorzaak in Nederland en tot de duurste aandoening. Nu telt ons land ongeveer 265.000 mensen met dementie. Dat aantal groeit naar 420.000 in 2030 en 520.000 in 2040. De zorgkosten die met dementie samenhangen zullen stijgen van €6,6 miljard nu naar €15,6 miljard in 2040. Wereldwijd zien we een groei van 46,8 mln. mensen met dementie in 2015, 74,7 mln. in 2030 en 131,5 mln. in 2050. De totale kosten van dementiezorg zijn naar verwachting in 2030 gestegen tot € 2,7 biljoen per jaar. Daarom is niet alleen een nationale maar ook een internationale strategie cruciaal. In de zomer van 2020 vindt op initiatief van Nederland daarom een internationale topbijeenkomst plaats waar de leidende spelers op het gebied van dementieonderzoek en -zorg samen de contouren van een internationale strategie willen opstellen.
Rijker Verantwoorden
Communicatie speelt een belangrijke rol bij de bewustwording ten aanzien van dementie. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan verantwoording worden afgelegd over de aanpak dementie.
Verbod anti-democratische organisaties vergemakkelijkt
Radicale of extremistische organisaties waarvan het doel of de activiteiten in strijd zijn met de openbare orde moeten stevig kunnen worden aangepakt. Op het moment dat deze organisaties de samenleving ernstig bedreigen of de rechtsorde omver willen werpen, moeten er slagvaardige instrumenten zijn om te kunnen ingrijpen. Bedreigingen van deze organisaties zijn de afgelopen jaren toegenomen. Daarom komt minister Dekker voor Rechtsbescherming met een wetsvoorstel dat voortvloeit uit het regeerakkoord en waarmee de mogelijkheden om te kunnen ingrijpen worden uitgebreid.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.
Democratie beschermen
Dekker: “Onze democratie verdient bescherming. Daar waar vrijheden worden misbruikt om onze rechtsstaat en democratische waarden aan te tasten, moeten we een duidelijke grens trekken. Wij kunnen het ons niet veroorloven tolerant te zijn tegen intolerantie.”
Bewijspositie openbaar ministerie
Het wetsvoorstel verlicht de bewijspositie van het OM. Het wordt hiermee makkelijker rechtspersonen te verbieden en te ontbinden die onze samenleving ontwrichten. Er wordt concreter in de wet opschreven wat in Nederland in strijd is, of kan zijn, met de openbare orde. Officieren van justitie kunnen eenvoudiger bewijzen dat een organisatie bijvoorbeeld aanzet tot haat en geweld of een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid. En de rechter krijgt meer houvast als hij een beslissing moet nemen over een verzoek van het Openbaar Ministerie om een rechtspersoon te verbieden.
Verbreding verbod
Daarnaast zorgt het wetsvoorstel voor een verbreding van het verbod. Leidinggevenden kunnen rekenen op een bestuursverbod van drie jaar of meer. Dit voorkomt dat zij ongehinderd kunnen doorgaan met hun laakbare activiteiten in een andere organisatie. Ook kan de rechter bevelen om activiteiten van een organisatie gedurende de procedure te stoppen. Het niet nakomen van zo’n rechterlijk bevel wordt strafbaar.
Verdubbeling strafmaat
Ten slotte stelt Dekker een verdubbeling van de strafmaat voor. Wie na een definitief verbod toch nog doorgaat, hangt straks een gevangenisstraf van twee jaar boven het hoofd. Nu is dat nog één jaar.
Campagne helpt mensen die seksueel geweld meemaken sneller hulp te zoeken
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants.
Ingrijpende seksuele ervaring
Wie seksueel geweld meemaakt, durft daar vaak niet over te praten. Mensen zijn bang niet geloofd te worden, vragen zich af of ze het er zelf naar hebben gemaakt of begrijpen niet waarom hun lichaam bevroor. Zo komt zeventig procent van de mensen bij ongewenste seks in een ‘freeze’ terecht: zij bevriezen letterlijk van angst. Over die ‘freezereactie’ voelen zij zich vaak schuldig. Dat komt doordat mensen het niet verwachten van zichzelf, terwijl het juist een natuurlijke reactie van het lichaam is. Hulp vragen helpt om met die ingrijpende seksuele ervaring om te kunnen gaan.
Hulp na ongewenste seks
In de eerste zeven dagen zijn er op medisch, psychologisch en forensisch gebied belangrijke mogelijkheden. Zoals het voorkomen van een zwangerschap, een SOA of HIV-besmetting. Of psychische hulp om de kans op een posttraumatische stress stoornis te verkleinen. Dat is belangrijk, want uit onderzoek blijkt dat 47% van de mensen die verkracht zijn, drie maanden later aan de diagnose posttraumatische stressstoornis (PTSS) voldoet (2). In die eerste dagen kun je ook DNA-sporen van de pleger nog veilig laten stellen. Als je aangifte bij de politie wil doen, helpt dat bij de bewijsvoering.
Leven weer oppakken
Minister Dekker voor Rechtsbescherming: “Slachtoffers van seksueel geweld schromen vaak om hulp te zoeken. Omdat ze zich niet realiseren dat wat hen is overkomen onacceptabel is of omdat ze zich schamen. Terwijl hulp juist kan helpen om je leven weer op te kunnen pakken. Ik hoop dat deze campagne vrouwen én mannen, die slachtoffer zijn van seksueel geweld ertoe aanzet om de stap naar hulp te zetten. En dat geldt niet alleen voor mensen die het net is overkomen, maar ook voor diegenen die klachten hebben door een ingrijpende seksuele ervaring langer geleden.”
‘Wat kan mij helpen’
Met de campagne ‘Wat kan mij helpen’ wil het ministerie van Justitie en Veiligheid mensen die tegen hun wil seks met een bekende hebben gehad, motiveren zo snel mogelijk professionele hulp te zoeken. De campagne is o.a. zichtbaar op billboards, in uitgaansgelegenheden, op scholen en online. Op de website watkanmijhelpen.nl kunnen mensen die een ongewenste, ingrijpende seksuele ervaring hebben gehad, bekijken wat anderen hebben meegemaakt, wat hun gevoelens en twijfels waren, waarom zij professionele hulp hebben gezocht en wat dat hen heeft opgeleverd. De verhalen helpen slachtoffers te beseffen dat het niet oké is wat er is gebeurd en dat professionele hulp kan helpen.
Rijker Verantwoorden
Communicatie speelt een belangrijke rol bij de bewustwording ten aanzien van seksueel geweld. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan verantwoording worden afgelegd over de aanpak van seksueel geweld.
NCTV: Dreigingsniveau naar 3, aanslag in Nederland voorstelbaar
De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) heeft het dreigingsniveau in Nederland vastgesteld op niveau 3 van de 5. Dat betekent dat de terroristische dreiging aanzienlijk is. Het niveau stond in het vorige dreigingsbeeld nog op niveau 4. Sinds eind 2017 is de dreiging tegen Nederland veranderd. Nog steeds worden er in het Westen sporadisch jihadistische aanslagen gepleegd, maar de situatie is onvergelijkbaar met de periode 2015-2017, toen jaarlijks tientallen aanslagen in Europa werden gepleegd. Dat deze verandering zich lijkt te bestendigen, is reden het dreigingsniveau aan te passen. Dat staat in het 51ste Dreigingsbeeld van de NCTV.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants.
Voorstelbaar
Dreigingsniveau 3 betekent dat een aanslag in Nederland nog steeds voorstelbaar is. Er bestaat in Nederland een jihadistische beweging waarbinnen zich personen bevinden die een terroristische dreiging vormen. Zo bleek ook uit de aanhouding op 25 november van twee mannen uit Zoetermeer, die worden verdacht van het voorbereiden van een terroristische aanslag. Wel lijkt de jihadistische beweging steeds meer last te krijgen van repressieve overheidsmaatregelen. Verder is het voorstelbaar dat Nederland een doelwit is van een in het buitenland voorbereide aanslag door ISIS. Het is dus belangrijk dat de veiligheidsdiensten onverminderd alert zijn op terroristische dreigingen.
Context dreigingsniveau
In maart 2013 ging het dreigingsniveau van niveau 2 naar 3, op een schaal van 4. Dit was ten tijde van de burgeroorlog in Syrië, die leidde tot de opkomst van ISIS en een enorme groei van het aantal jihadistische uitreizigers uit heel Europa. Daarop volgde een periode van veel aanslagen in en tegen het Westen, waaronder de grote aanslagen in Parijs (november 2015) en Brussel (maart 2016). Om meer nuance aan te brengen in het systeem van dreigingsniveaus is in juli 2016 een trede toegevoegd aan het stelsel. Sindsdien is het niveau vastgesteld op 4 van de 5. Met uitzondering van 18 maart 2019, na de tramaanslag in Utrecht is in die provincie enkele uren niveau 5 van kracht geweest. Het veranderde dreigingsbeeld is reden om het niveau nu vast te stellen op 3, aanzienlijk.
Rechts-terrorisme
Hoewel de grootste dreiging tegen Nederland komt uit de jihadistische hoek, is ook een rechts-terroristische aanslag niet ondenkbaar. Rechts-extremistische groepen zijn nauwelijks georganiseerd, maar het is mogelijk dat een eenling radicaliseert en tot een rechts-extremistisch geïnspireerde geweldsdaad overgaat. Copy-cat gedrag is een risico: de aanslag in Christchurch (maart 2019) inspireerde anderen tot aanslagen, zoals die in El Paso.
Extremisme en polarisatie
Een nieuwe ontwikkeling is dat sommige links-extremistische actiegroepen, die zich voorheen richtten op andere thema’s, nu aansluiting zoeken bij de strategie van klimaatactiegroepen. Dit lijdt vooral tot verzet van mensen die zeggen geen geweld te willen gebruiken, maar wel bereid zijn om de wet te overtreden. In het Dreigingsbeeld worden ook verschillende ontwikkelingen gesignaleerd die leidden tot polarisatie in de samenleving. Zo verwacht de NCTV dat de discussie over het uiterlijk van Zwarte Piet de komende jaren niet minder wordt. Rond het ‘Boerkaverbod’ liepen de emoties vooral online op. Een derde voorbeeld is dat bij enkele grootschalige demonstraties anti-overheidssentimenten een grote rol spelen.



