Verbod anti-democratische organisaties vergemakkelijkt

Radicale of extremistische organisaties waarvan het doel of de activiteiten in strijd zijn met de openbare orde moeten stevig kunnen worden aangepakt. Op het moment dat deze organisaties de samenleving ernstig bedreigen of de rechtsorde omver willen werpen, moeten er slagvaardige instrumenten zijn om te kunnen ingrijpen. Bedreigingen van deze organisaties zijn de afgelopen jaren toegenomen. Daarom komt minister Dekker voor Rechtsbescherming met een wetsvoorstel dat voortvloeit uit het regeerakkoord en waarmee de mogelijkheden om te kunnen ingrijpen worden uitgebreid.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casus en procesregie op zorg en veiligheid.

Democratie beschermen

Dekker: “Onze democratie verdient bescherming. Daar waar vrijheden worden misbruikt om onze rechtsstaat en democratische waarden aan te tasten, moeten we een duidelijke grens trekken. Wij kunnen het ons niet veroorloven tolerant te zijn tegen intolerantie.”

Bewijspositie openbaar ministerie

Het wetsvoorstel verlicht de bewijspositie van het OM. Het wordt hiermee makkelijker rechtspersonen te verbieden en te ontbinden die onze samenleving ontwrichten. Er wordt concreter in de wet opschreven wat in Nederland in strijd is, of kan zijn, met de openbare orde. Officieren van justitie kunnen eenvoudiger bewijzen dat een organisatie bijvoorbeeld aanzet tot haat en geweld of een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid. En de rechter krijgt meer houvast als hij een beslissing moet nemen over een verzoek van het Openbaar Ministerie om een rechtspersoon te verbieden.

Verbreding verbod

Daarnaast zorgt het wetsvoorstel voor een verbreding van het verbod. Leidinggevenden kunnen rekenen op een bestuursverbod van drie jaar of meer. Dit voorkomt dat zij ongehinderd kunnen doorgaan met hun laakbare activiteiten in een andere organisatie. Ook kan de rechter bevelen om activiteiten van een organisatie gedurende de procedure te stoppen. Het niet nakomen van zo’n rechterlijk bevel wordt strafbaar.

Verdubbeling strafmaat

Ten slotte stelt Dekker een verdubbeling van de strafmaat voor. Wie na een definitief verbod toch nog doorgaat, hangt straks een gevangenisstraf van twee jaar boven het hoofd. Nu is dat nog één jaar.


Campagne helpt mensen die seksueel geweld meemaken sneller hulp te zoeken

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants.

Ingrijpende seksuele ervaring

Wie seksueel geweld meemaakt, durft daar vaak niet over te praten. Mensen zijn bang niet geloofd te worden, vragen zich af of ze het er zelf naar hebben gemaakt of begrijpen niet waarom hun lichaam bevroor. Zo komt zeventig procent van de mensen bij ongewenste seks in een ‘freeze’ terecht: zij bevriezen letterlijk van angst. Over die ‘freezereactie’ voelen zij zich vaak schuldig. Dat komt doordat mensen het niet verwachten van zichzelf, terwijl het juist een natuurlijke reactie van het lichaam is. Hulp vragen helpt om met die ingrijpende seksuele ervaring om te kunnen gaan.

Hulp na ongewenste seks

In de eerste zeven dagen zijn er op medisch, psychologisch en forensisch gebied belangrijke mogelijkheden. Zoals het voorkomen van een zwangerschap, een SOA of HIV-besmetting. Of psychische hulp om de kans op een posttraumatische stress stoornis te verkleinen. Dat is belangrijk, want uit onderzoek blijkt dat 47% van de mensen die verkracht zijn, drie maanden later aan de diagnose posttraumatische stressstoornis (PTSS) voldoet (2). In die eerste dagen kun je ook DNA-sporen van de pleger nog veilig laten stellen. Als je aangifte bij de politie wil doen, helpt dat bij de bewijsvoering.

Leven weer oppakken

Minister Dekker voor Rechtsbescherming: “Slachtoffers van seksueel geweld schromen vaak om hulp te zoeken. Omdat ze zich niet realiseren dat wat hen is overkomen onacceptabel is of omdat ze zich schamen. Terwijl hulp juist kan helpen om je leven weer op te kunnen pakken. Ik hoop dat deze campagne vrouwen én mannen, die slachtoffer zijn van seksueel geweld ertoe aanzet om de stap naar hulp te zetten. En dat geldt niet alleen voor mensen die het net is overkomen, maar ook voor diegenen die klachten hebben door een ingrijpende seksuele ervaring langer geleden.”

‘Wat kan mij helpen’

Met de campagne ‘Wat kan mij helpen’ wil het ministerie van Justitie en Veiligheid mensen die tegen hun wil seks met een bekende hebben gehad, motiveren zo snel mogelijk professionele hulp te zoeken. De campagne is o.a. zichtbaar op billboards, in uitgaansgelegenheden, op scholen en online. Op de website watkanmijhelpen.nl kunnen mensen die een ongewenste, ingrijpende seksuele ervaring hebben gehad, bekijken wat anderen hebben meegemaakt, wat hun gevoelens en twijfels waren, waarom zij professionele hulp hebben gezocht en wat dat hen heeft opgeleverd. De verhalen helpen slachtoffers te beseffen dat het niet oké is wat er is gebeurd en dat professionele hulp kan helpen.

Rijker Verantwoorden

Communicatie speelt een belangrijke rol bij de bewustwording ten aanzien van seksueel geweld. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan verantwoording worden afgelegd over de aanpak van seksueel geweld.


NCTV: Dreigingsniveau naar 3, aanslag in Nederland voorstelbaar

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) heeft het dreigingsniveau in Nederland vastgesteld op niveau 3 van de 5. Dat betekent dat de terroristische dreiging aanzienlijk is. Het niveau stond in het vorige dreigingsbeeld nog op niveau 4. Sinds eind 2017 is de dreiging tegen Nederland veranderd. Nog steeds worden er in het Westen sporadisch jihadistische aanslagen gepleegd, maar de situatie is onvergelijkbaar met de periode 2015-2017, toen jaarlijks tientallen aanslagen in Europa werden gepleegd. Dat deze verandering zich lijkt te bestendigen, is reden het dreigingsniveau aan te passen. Dat staat in het 51ste Dreigingsbeeld van de NCTV.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants.

Voorstelbaar

Dreigingsniveau 3 betekent dat een aanslag in Nederland nog steeds voorstelbaar is. Er bestaat in Nederland een jihadistische beweging waarbinnen zich personen bevinden die een terroristische dreiging vormen. Zo bleek ook uit de aanhouding op 25 november van twee mannen uit Zoetermeer, die worden verdacht van het voorbereiden van een terroristische aanslag. Wel lijkt de jihadistische beweging steeds meer last te krijgen van repressieve overheidsmaatregelen. Verder is het voorstelbaar dat Nederland een doelwit is van een in het buitenland voorbereide aanslag door ISIS. Het is dus belangrijk dat de veiligheidsdiensten onverminderd alert zijn op terroristische dreigingen.

Context dreigingsniveau

In maart 2013 ging het dreigingsniveau van niveau 2 naar 3, op een schaal van 4. Dit was ten tijde van de burgeroorlog in Syrië, die leidde tot de opkomst van ISIS en een enorme groei van het aantal jihadistische uitreizigers uit heel Europa. Daarop volgde een periode van veel aanslagen in en tegen het Westen, waaronder de grote aanslagen in Parijs (november 2015) en Brussel (maart 2016). Om meer nuance aan te brengen in het systeem van dreigingsniveaus is in juli 2016 een trede toegevoegd aan het stelsel. Sindsdien is het niveau vastgesteld op 4 van de 5. Met uitzondering van 18 maart 2019, na de tramaanslag in Utrecht is in die provincie enkele uren niveau 5 van kracht geweest. Het veranderde dreigingsbeeld is reden om het niveau nu vast te stellen op 3, aanzienlijk.

Rechts-terrorisme

Hoewel de grootste dreiging tegen Nederland komt uit de jihadistische hoek, is ook een rechts-terroristische aanslag niet ondenkbaar. Rechts-extremistische groepen zijn nauwelijks georganiseerd, maar het is mogelijk dat een eenling radicaliseert en tot een rechts-extremistisch geïnspireerde geweldsdaad overgaat. Copy-cat gedrag is een risico: de aanslag in Christchurch (maart 2019) inspireerde anderen tot aanslagen, zoals die in El Paso.

Extremisme en polarisatie

Een nieuwe ontwikkeling is dat sommige links-extremistische actiegroepen, die zich voorheen richtten op andere thema’s, nu aansluiting zoeken bij de strategie van klimaatactiegroepen. Dit lijdt vooral tot verzet van mensen die zeggen geen geweld te willen gebruiken, maar wel bereid zijn om de wet te overtreden. In het Dreigingsbeeld worden ook verschillende ontwikkelingen gesignaleerd die leidden tot polarisatie in de samenleving. Zo verwacht de NCTV dat de discussie over het uiterlijk van Zwarte Piet de komende jaren niet minder wordt. Rond het ‘Boerkaverbod’ liepen de emoties vooral online op. Een derde voorbeeld is dat bij enkele grootschalige demonstraties anti-overheidssentimenten een grote rol spelen.


Maatregelen om uitwassen toeristische verhuur van woningen aan te pakken

Registreren, melden en zo nodig een vergunning. Met deze maatregelen kunnen gemeenten vakantieverhuur van woningen via verhuurplatforms in goede banen leiden. Ook biedt dit handvatten voor de handhaving. Fraude zoals illegale onderverhuur van sociale huurwoningen kan straks beboet worden met maximaal 83.000 euro. De Raad van State heeft een positief advies afgegeven en het wetsvoorstel toeristische verhuur van woonruimte is nu klaar voor behandeling in de Tweede Kamer.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de cursus Aanpak woonoverlast.

Nut en noodzaak

Het wetsvoorstel geeft gemeenten de mogelijkheid om maatregelen te nemen als er schaarste is aan woonruimte of als de leefbaarheid van een wijk onder druk komt te staan. In alle gevallen geldt dat de gemeenteraad met een goede onderbouwing moet komen over nut en noodzaak om deze maatregelen in te zetten.

Balans bewaken

Minister van Veldhoven: “Het kunnen huren en verhuren van kamers of vakantiehuisjes is mooi, maar niemand wil steden of wijken waar alleen nog maar toeristen lopen. Dit wetsvoorstel geeft gemeenten belangrijke instrumenten om de balans te bewaken en bijvoorbeeld onderverhuur van sociale woningen te voorkomen, zodat deze beschikbaar zijn voor mensen die die woning echt nodig hebben.”

Registratieplicht

Het wetsvoorstel regelt dat gemeenten verhuurders die hun woning aan toeristen verhuren, kan verplichten om een registratienummer aan te vragen. Dit nummer moet de verhuurder vermelden bij elke advertentie op platforms zoals AirBnB, Booking.com en Expedia. Dit geeft gemeenten meer zicht op de adressen en personen die verhuren aan toeristen. Rijk, gemeenten en verhuurplatforms streven naar een gezamenlijk registratiesysteem voor aanbieders van vakantieverhuur. De minister bekijkt daarnaast in Europees verband wat de mogelijkheden zijn om ook verhuurplatforms rechtstreeks te kunnen gaan binden aan gemeentelijke maatregelen.

Meldplicht en vergunningplicht

De gemeenteraad kan bepalen dat een woonruimte een maximaal aantal nachten per jaar toeristisch verhuurd mag worden om de druk op de woningmarkt te verminderen of de leefbaarheid te bevorderen. Daarbij kan een meldplicht per verhuring ingesteld worden. In uitzonderlijke situaties kan een gemeente een vergunningplicht invoeren waarbij het niet is uitgesloten dat er een beperking kan zijn op de afgifte daarvan.

Bestuurlijke boete

Woonfraude zoals de illegale verhuur van een sociale huurwoning wordt aangepakt door de boete te verviervoudigen. De maximale bestuurlijke boete bedraagt straks 83.000 euro. Het stelselmatig overtreden van de regels wordt hiermee hard aangepakt. Daarnaast gaat er een afschrikwekkende werking uit van een dergelijke hoge boete.


Pilot brede beveiligingsaanpak gemeenten van start

Het ministerie van Binnenlandse Zaken lanceerde de pilot integrale beveiligingsplannen voor gemeenten. Met behulp van experts op het gebied van integrale beveiliging gaan Almelo, Berkelland, Breda, Dalfsen, Gooise Meren, Haarlemmermeer, Saba, Tiel, Tilburg en Venlo de komende maanden aan de slag met diverse onderdelen van hun beveiliging. Zo wil het ministerie gemeenten ondersteunen bij de ontwikkeling van een brede beveiligingsaanpak voor de eigen organisatie.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving en docent op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning.

Brede aanpak voor beveiliging

In de pilot worden onder andere de weerbaarheid van de organisatie, informatiebeveiliging, veiligheid van gebouwen onder de loep genomen. De veiligheid van objecten en personen, ambtenaren, bestuurders en bezoekers van het gemeentehuis, veilig en integer werken en de continuïteit van bedrijfsvoering worden doorgelicht. De opgedane kennis en ervaring maakt gemeenten slagvaardiger tegen ondermijnende invloeden en oneigenlijke druk. Deze brede aanpak is gekozen om niet alleen het bestuur, maar de organisatie als geheel weerbaar te maken.

Samenwerken aan een modelaanpak

De gedeelde lessen uit de pilot worden vastgelegd in een modelaanpak. Na afloop van de pilot kunnen andere gemeenten de aanpak gebruiken als gids voor het beveiligingsbeleid van hun gemeente. Aan de hand van een 0-meting krijgen ze straks inzicht in de sterke en zwakke punten van hun beveiligingsbeleid. De modelaanpak biedt de gemeenten ook een handelingsperspectief op maat. Hierin staan concrete stappen om de losse onderdelen van het beveiligingsbeleid met elkaar te verbinden en zo het beveiligingsniveau te verhogen.

Weerbaar openbaar bestuur

Minister Knops staat voor een weerbare overheid: “Ondermijning van lokaal bestuur schaadt het vertrouwen in de overheid. Veilig werken is een basisvoorwaarde voor het goed functioneren van het openbaar bestuur. Politieke ambtsdragers en gemeenteambtenaren moeten hun publieke taak kunnen uitvoeren in een veilige werkomgeving, vrij van ongewenste beïnvloeding of bedreiging.”

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra de methodiek Rijker Verantwoorden bij de verantwoording van hun aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.


Eerste ministeriële conferentie tegen Belgisch-Nederlandse grensoverschrijdende criminaliteit

Vice-eersteminister en Minister van Justitie Koen Geens en Minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid Pieter De Crem ontvingen recent hun Nederlandse collega Minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus in Brussel voor de eerste Belgisch-Nederlandse ministeriële conferentie grensoverschrijdende criminaliteit.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving en docent op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning.

Noodzaak voor afstemming en gemeenschappelijke aanpak

De Ministers maakten afspraken over het bestrijden van met name georganiseerde criminaliteit. Beide landen zijn zich namelijk sterk bewust van de noodzaak om de aanpak van criminaliteit nog beter op elkaar af te stemmen en gemeenschappelijk te benaderen, in het bijzonder in de strijd tegen drugs- en mensensmokkel, motorbendes en plofkraken.

Bestaande overlegstructuren en informatie uitwisseling

De conferentie liet dan ook toe om de bestaande overlegstructuren tussen beide landen in kaart te brengen en te bespreken. Ook werd er dieper ingegaan op de informatie-uitwisseling tussen de politie- en gerechtelijke diensten en bekeken waar deze verder verbeterd kan worden.

Versterken en verstevigen van samenwerking

Minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus: “Ondermijnende criminaliteit wordt hard aangepakt in Nederland; door extra investeringen, nieuwe wetgeving en de oprichting van een speciaal Multidisciplinair Interventie Team (MIT). Maar we kunnen deze nietsontziende criminelen niet alleen aanpakken, daar hebben we ook onze Belgische collega’s voor nodig. Deze eerste conferentie is een start van het versterken en verstevigen van de samenwerking met en verbetering van informatie-uitwisseling tussen het Nederlandse en de Belgische politie- en justitiediensten.”

Verhoogde aandacht voor grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit

Vice-eersteminister en Minister van Justitie Koen Geens: “Politie en justitie hebben de voorbije jaren al verhoogde aandacht voor grensoverschrijdende criminaliteit, zoals bijvoorbeeld de drugsproblematiek. Het arrondissement Antwerpen is nog steeds de koploper als het gaat om drugsbezit: in 2018 werden er 6.867 feiten geregistreerd van drugsbezit. Limburg voert dan weer de lijst aan als het gaat over het vervaardigen van drugs: 222 feiten van drugsfabricatie, voornamelijk van cannabis, werden er in 2018 geregistreerd.”

Sterke en gezamenlijke aanpak

Minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid Pieter De Crem: “België is een land van beperkte geografische omvang, met een unieke strategische ligging. Dit heeft natuurlijk ook gevolgen op vlak van veiligheid en grensoverschrijdende criminaliteit en stelt ons voor uitdagingen op vlak van rondtrekkende dadergroepen zoals de plofkraakbendes, drugsmokkel en mensenhandel. Misdaad kent geen grenzen en dus is er ook nood aan een nog intensievere samenwerking en informatiedoorstroming met onze Nederlandse partners. Deze eerste ministeriële conferentie creëert een nieuw momentum in een sterke en gezamenlijke aanpak, waarbij het de bedoeling is om snelle resultaten op het terrein te realiseren.”

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra de methodiek Rijker Verantwoorden bij de verantwoording van hun aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.


Kabinet wil dak- en thuislozen sneller aan woning met begeleiding helpen

Het kabinet wil dat er sneller geschikte woonruimten met begeleiding voor dak- en thuislozen beschikbaar komen. Daarom treft het kabinet op korte termijn extra maatregelen om het creëren van extra woonruimten te stimuleren. Het kabinet heeft alle centrumgemeenten gevraagd in kaart te brengen wat op regionaal niveau de opgave is. Dit is een tussenstap richting een overkoepelend plan van aanpak om dak- en thuisloosheid terug te dringen, dat in het voorjaar van 2020 wordt opgesteld.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de opleiding procesregisseur personen met verward gedrag.

Forse toename

Ondanks het feit dat al op diverse manieren wordt gewerkt aan het terugdringen van het aantal dak- en thuislozen, laat de forse toename van het aantal dak- en thuislozen in de afgelopen paar jaar zien dat meer nodig is. Dit sluit aan bij de oproep die verschillende partijen hebben gedaan over de stijging van het aantal dak- en thuislozen.

Onacceptabel hoog

Staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: “Het aantal dak- en thuislozen in Nederland is onacceptabel hoog. We moeten dak- en thuislozen het liefst direct, maar in ieder geval zo snel mogelijk, weer aan een passende woonruimte helpen. Zodat zij daar, met de benodigde begeleiding, weer een zelfstandig bestaan kunnen opbouwen. Ik span me hier tot het uiterste voor in, samen met staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, minister Van Veldhoven voor Milieu en Wonen, en met gemeenten, woningcorporaties, cliëntenorganisaties en zorgaanbieders op regionaal niveau. Doel is dat niemand op straat hoeft te slapen of langer dan drie maanden in de opvang hoeft te verblijven.”

Meer woonruimte beschikbaar

Om dak- en thuislozen snel te kunnen helpen, is nodig dat er op korte termijn al meer woonruimte met begeleiding voor deze groep beschikbaar komt. Er zijn op dit gebied al positieve ontwikkelingen. Zo is Aedes, de koepelorganisatie van de woningcorporaties, voornemens om – in samenwerking met andere partijen als gemeenten – de komende jaren naar verwachting jaarlijks 10.000 flexwoningen te realiseren, waar ook de doelgroep dak- en thuislozen gebruik van kan maken. Daarnaast heeft het kabinet stappen gezet om de woningbouwproductie te versnellen, met een woningmarktpakket van €2 miljard. Dit is onder andere bedoeld om betaalbare huurwoningen en tijdelijke en flexibele woningen te realiseren, die hard nodig zijn voor o.a. de huisvesting van de doelgroep dak- en thuislozen. Aan de preventieve kant wordt gewerkt aan het verder terugdringen van het aantal huisuitzettingen ten gevolge van schulden.

Succesvolle initiatieven breder toepassen

Er zijn in Nederland ook allerlei goede initiatieven voor wonen met begeleiding zonder dat hiervoor nieuwbouw nodig is. Het kabinet wil stimuleren dat dit soort initiatieven, die nu vaak nog op kleine schaal plaatsvinden, breder worden toegepast. Bijvoorbeeld Onder de Pannen en Kamers met Aandacht, waarbij particulieren mentorschap en onderdak bieden aan dak- en thuislozen. Specifiek worden ook succesvolle initiatieven die voortkomen uit samenwerkingsverbanden tussen publieke en private partijen geïntensiveerd, zoals het Jongeren Perspectief Fonds en het project Skills in de Stad van het Rijksvastgoedbedrijf.

Winteropvang

Het is belangrijk dat komende winter niemand op straat komt te staan. De centrumgemeenten (samenwerkende regio’s) zijn hiervoor primair verantwoordelijk. In 33 van de 43 centrumgemeenten wordt de opvang uitgebreid, om iedereen die zich meldt een plek te kunnen bieden. Staatssecretaris Blokhuis roept de overige 10 centrumgemeenten op om dit ook te doen, voor zover zij dit niet al van plan waren.

Casusregie

Casusregie is de sturing op de gezamenlijke aanpak in een specifieke casus. Een casusregisseur fungeert als centrale professional en als vast aanspreekpunt voor de betrokkene. Hij zorgt voor coördinatie van de uitvoering van een gezamenlijk afgesproken aanpak en schakelt waar nodig andere partijen in. Als de casus vastloopt rapporteert de casusregisseur aan de procesregisseur en vraagt een nieuwe bespreking in het casusoverleg aan.

De opgave in kaart

Om tot een overkoepelend plan te komen voor het terugdringen van dak- en thuisloosheid, dat aansluit op waar in de gemeenten behoefte aan is, is het nodig om een beter beeld te hebben van de regionale uitdagingen en problemen. Zo is de woningmarkt per regio heel verschillend en zal de oplossing ook anders moeten zijn. Het kabinet heeft centrumgemeenten daarom gevraagd om voor 1 februari 2020 in kaart te brengen hoeveel dak- en thuislozen zij in de regio hebben en welke woon- en zorgbehoefte er is. Op basis van de door gemeenten aangeleverde informatie komt het kabinet, in gesprek met gemeenten, woningcorporaties, zorgaanbieders en cliëntenorganisaties, dit voorjaar tot een overkoepelend plan voor de aanpak van dakloosheid.


Wetsvoorstel uitbreiding slachtofferrechten naar Tweede Kamer

Als het aan minister Dekker (voor Rechtsbescherming) ligt, moeten verdachten van ernstige zeden- en geweldsmisdrijven die in voorlopige hechtenis zitten voortaan verplicht aanwezig zijn op de terechtzitting en bij de uitspraak. Op deze manier wordt zeker gesteld dat het slachtoffer zijn spreekrecht kan uitoefenen in het bijzijn van de verdachte. Dit draagt bij om herhaling te voorkomen en helpt de verdachte om inzicht te krijgen in de gevolgen van het misdrijf. De wetgeving die dit regelt, is recent ingediend bij de Tweede Kamer.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de opleiding coördinator nazorg ex-gedetineerden.

Spreekrecht

‘Slachtoffers hebben vaak iets vreselijks meegemaakt. Als ze gebruik maken van hun spreekrecht tijdens de rechtszaak, verdienen ze het dat ze niet alleen kunnen spreken, maar dat ze ook echt gehoord worden.’ aldus Dekker.

Verschijningsplicht

De verschijningsplicht is eveneens van belang voor de samenleving. Door de aanwezigheid van de verdachte wordt zichtbaar hoe het recht in concrete, ernstige strafzaken wordt gerealiseerd. Maar ook voor de verdachte zelf is het van belang dat hij direct kan waarnemen wat op de terechtzitting aan de orde komt, wat de overige procesdeelnemers zeggen – in het bijzonder over zijn rol bij het tenlastegelegde feit – en welk onderzoeksmateriaal als bewijs naar voren wordt gebracht.

Bescherming slachtoffers

Ook komt er spreekrecht tijdens de tbs-verlengingszitting. De minister vindt het belangrijk dat slachtoffers rechtstreeks contact hebben met de rechter en kunnen zeggen waarom zij bescherming nodig hebben (contactverbod of straatverbod). Het moment waarop een dader weer terugkeert in de samenleving, kan bij slachtoffers of nabestaanden veel leed, waaronder angst, veroorzaken. Zij worden op dat moment weer geconfronteerd met wat er is gebeurd. Daarom kan het slachtoffer zich uitlaten over de bijzondere voorwaarden die aan de voorwaardelijke beëindiging van tbs met dwangverpleging kunnen worden verbonden.

Spreekrecht stieffamilie

Een ander nieuw element is dat straks ook de stieffamilie van een overleden slachtoffer gebruik mag maken van het algemene spreekrecht tijdens de terechtzitting. Nu is dat nog niet in de wet geregeld. Dekker wil recht doen aan het feit dat steeds meer kinderen opgroeien in een samengesteld gezin. Soms worden kinderen al vanaf jonge leeftijd grootgebracht door opvoeders die geen bloedverwanten zijn, maar die wel degelijk een nauwe band met het kind hebben en het kind verzorgen en opvoeden. Overigens gaat het niet alleen om de stiefouders, maar ook om de stiefbroers en -zussen.

Voorschotregeling

Verder komt er een vast moment waarop van het algemene spreekrecht gebruik kan worden gemaakt. Nu wordt daar verschillend mee omgegaan. De bewindsman stelt voor het slachtoffer of de nabestaande te laten spreken voorafgaand aan het requisitoir van de officier van justitie. Dan kan de officier er nog rekening mee houden. Tot slot wordt de voorschotregeling aan slachtoffers en nabestaanden uitgebreid naar overtredingen. De regeling beperkt zich nu tot zaken waarin sprake is geweest van een misdrijf.

Rijker Verantwoorden

Communicatie speelt een belangrijke rol bij de bewustwording ten aanzien van de uitbreiding van de rechten van slachtoffers. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan verantwoording worden afgelegd over de rechtspraak ten aanzien van verdachten van ernstige zeden- en geweldsmisdrijven.


Besluit weigerende observandi treedt in werking

Het zogeheten besluit weigerende observandi van minister Dekker (voor Rechtsbescherming) is in werking getreden. Dit besluit bevat regels over de werkwijze van een multidisciplinaire commissie die beoordeelt of er medische gegevens beschikbaar zijn over een verdachte die niet wil meewerken aan onderzoek naar een mogelijke gebrekkige ontwikkeling of psychische stoornis. De commissie adviseert of die gegevens bruikbaar kunnen zijn voor het opstellen van een aanvullende rapportage over de verdachte.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de opleiding coördinator nazorg ex-gedetineerden.

Aanwezigheid van een psychische stoornis

Als een verdachte niet meewerkt, is het voor rapporteurs vaak moeilijk om iets te zeggen over de aanwezigheid van een psychische stoornis op het moment van het misdrijf en de wenselijkheid of noodzakelijkheid van een tbs-maatregel. Door hun medewerking aan het onderzoek te weigeren, hopen verdachten dan ook een tbs-maatregel te kunnen ontlopen. Minister Dekker vindt dat een zeer ongewenste situatie: daders van ernstige misdrijven krijgen dan mogelijk niet de behandeling die ze nodig hebben, met alle daaraan verbonden risico’s voor de veiligheid van de samenleving.

Zonder toestemming van verdachte

De regeling weigerende observandi maakt het als ultimum remedium mogelijk om in geval van zeer ernstige misdrijven, zonder toestemming van de verdachte, bestaande medische gegevens op te vragen voor het opstellen van een aanvullende rapportage over een mogelijke psychische stoornis. De behandelaren zijn verplicht deze gegevens aan de commissie te verstrekken, zonder een beroep te kunnen doen op het medisch beroepsgeheim en het daaraan gekoppelde verschoningsrecht. Op basis van het advies van de commissie kan de rechter, op verzoek van de officier van justitie, een machtiging afgeven voor de verstrekking van de bruikbare gegevens aan de rapporteurs.

Casusregie

Casusregie is de sturing op de gezamenlijke aanpak in een specifieke casus. Een casusregisseur fungeert als centrale professional en als vast aanspreekpunt voor de betrokkene. Hij zorgt voor coördinatie van de uitvoering van een gezamenlijk afgesproken aanpak en schakelt waar nodig andere partijen in. Als de casus vastloopt rapporteert de casusregisseur aan de procesregisseur en vraagt een nieuwe bespreking in het casusoverleg aan.


Meer mankracht voor politie in strijd tegen mensenhandel

De Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) van de politie krijgt er de komende jaren meer capaciteit bij. In totaal gaat het om 87 fte extra.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.

Broedplaats voor mensenhandel

De digitale wereld is steeds vaker de broedplaats voor mensenhandel. Juist daarom wordt er ingezet op extra specialisten met digitale en IT-kennis. Ook komen er financiële specialisten, analisten en experts op het terrein van inlichtingen bij. Naast deze specialisten worden extra mensen aangetrokken voor de identificatie en registratie van asielzoekers. Ook in dat proces is aandacht voor signalen van mensenhandel. Voor de extra inzet is structureel 10 miljoen euro uitgetrokken. Dat geld kwam tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen vrij dankzij een motie van de ChristenUnie en de PvdA. Bij de AVIM houden momenteel 350 fte zich bezig met mensenhandel en migratiecriminaliteit.

Samen tegen mensenhandel

Mensenhandel bestrijden kan alleen als alle betrokken partijen samenwerken. Daarom is vorig jaar het programma Samen tegen Mensenhandel opgezet. Hierin maken vier ministeries, gemeenten, het Openbaar Ministerie, de politie, de zorg, scholen, maatschappelijke organisaties en vele anderen een vuist tegen mensenhandel. In het eerste jaar zijn tientallen extra opvangplekken voor slachtoffers van mensenhandel gerealiseerd, zijn er extra inspecteurs bij de Inspectie SZW gestart, worden politieliaisons in landen geplaatst waar mensenhandel vaak begint en zijn door gemeenten belangrijke stappen gezet om mensenhandel ook lokaal aan te pakken.

Casusregie

Een effectieve aanpak van mensenhandel vraagt om casusregie. Casusregie is de sturing op de gezamenlijke aanpak in een specifieke casus. Een casusregisseur fungeert als centrale professional en als vast aanspreekpunt voor de betrokkene. Hij zorgt voor coördinatie van de uitvoering van een gezamenlijk afgesproken aanpak en schakelt waar nodig andere partijen in. Als de casus vastloopt rapporteert de casusregisseur aan de procesregisseur en vraagt een nieuwe bespreking in het casusoverleg aan.

Zorg aan slachtoffers

De komende tijd wordt die inzet door alle partijen voortgezet, want er moet nog veel gebeuren. Er worden nog altijd te veel mensen slachtoffer van mensenhandel. Nederland zet zich zowel nationaal als internationaal in om mensenhandel uit te bannen. Dat doen we door in te zetten op preventie, het verbeteren van de signalering door professionals en burgers, het aanpakken van de daders en het bieden van adequate zorg aan de slachtoffers.