Woning dicht na geweld of wapenvondst

Een burgemeester kan straks een woning sluiten als de openbare orde rond de woning is of dreigt te worden verstoord door ernstig geweld, zoals een beschieting of het gooien van explosieven. Ook geldt de bevoegdheid als er wapens in een woning zijn aangetroffen. De maatregel is nodig om de openbare orde te handhaven, waar die door de georganiseerde en ondermijnende criminaliteit wordt ondergraven. Dit blijkt uit een wetsvoorstel van minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) dat in consultatie is gegaan en onderdeel is van de anti-ondermijningswetgeving.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving en docent op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning.

Gemeenten opgeschrikt

Regelmatig worden gemeenten opgeschrikt omdat er woningen worden beschoten of handgranaten tegen de gevel van een woning worden gelegd of aan de deurknop worden gehangen. Ook wordt het gebruik van automatische wapens niet geschuwd. Daarnaast kan er vrees zijn voor verstoring van de openbare orde vanwege een ophanden zijnde liquidatie bij een woning. “Of het nu gaat om schietincidenten of de vondst van wapens of explosieven, iedere keer gaat het om situaties waarin de openbare orde op maatschappelijk onaanvaardbare wijze in het geding is” aldus de minister.

Openbare orde herstellen

Buurtbewoners en mensen die in de wijk werken of hun kinderen naar school brengen, voelen zich onveilig en zijn bang voor herhaling. Zij krijgen direct met het geweld te maken dat een grote druk legt op het openbare leven. In zo’n geval moet de burgemeester kunnen optreden en de openbare orde herstellen, maar de huidige, wettelijke mogelijkheden bij woningen zijn te beperkt. Daarom komt de minister met een aanvullende maatregel als steun in de rug voor de lokale overheid. De burgemeester bepaalt de duur van de sluiting van de woning. Als sprake is van ernstige vrees voor herhaling of verstoring van de openbare orde kan hij besluiten de duur van de sluiting tot een door hem te bepalen tijdstip verlengen.  

Repressieve en preventieve maatregelen

Het kabinet heeft bij zijn aantreden de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit geïntensiveerd met onder meer de 100 miljoen euro in het anti-ondermijningsfonds en met wetgeving. Aanvullend hierop heeft het kabinet dit najaar de aanpak met 110 miljoen euro versterkt voor een breed landelijk offensief met zowel repressieve als preventieve maatregelen.

Samenleving weerbaarder maken

”Ondermijnende criminaliteit gaat op nietsontziende wijze te werk en bedreigt gewone mensen in hun dagelijkse bestaan. We moeten onze samenleving – onze wijken en buurten – weerbaarder maken voor het gif van ondermijnende criminaliteit dat gepaard gaat met geweld, bedreigingen, intimidaties en liquidaties” aldus de minister.

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra de methodiek Rijker Verantwoorden bij de verantwoording van hun aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.


Grapperhaus intensiveert mogelijkheden afpakken crimineel vermogen

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning.

Nieuwe instrumenten – continue vermogensmonitor en strafrechtelijke curatele –  worden uitgewerkt om de financiële handel en wandel van misdadigers beter in beeld te krijgen. De mogelijkheden om crimineel vermogen af te pakken zijn de afgelopen tijd al versterkt. Deze aanpak wil minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid verder intensiveren.

Anti-ondermijningsgelden

De anti-ondermijningsgelden uit het regeerakkoord – 100 miljoen euro in het fonds en 10 miljoen euro structureel – zijn vorig jaar over de verschillende regio’s verdeeld en er wordt gewerkt aan een pakket aan anti-ondermijningswetgeving. Aanvullend hierop heeft het kabinet dit najaar de aanpak met 110 miljoen euro extra versterkt voor een breed landelijk offensief tegen ondermijnende criminaliteit. Ook investeert het kabinet 30 miljoen euro in regionale en landelijke projecten voor het afpakken van crimineel vermogen. De focus van de regionale en landelijke partners ligt op de illegale drugsindustrie en criminele geldstromen.

Continue vermogensmonitor

Om de financiële handel en wandel van criminelen nog beter in beeld te krijgen, wil minister Grapperhaus dat gedurende langere tijd toezicht kan worden gehouden op het vermogen van veroordeelden. Binnen de bestaande wettelijke kaders zal hiertoe een continue vermogensmonitor bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) worden ontwikkeld. Op deze manier kan het CJIB gedurende langere tijd toezicht houden op het vermogen van veroordeelden en kan crimineel vermogen nadat het beeld is gekomen sneller worden onttrokken op grond van een ontnemingsmaatregel.

Strafrechtelijke curatele

Tevens wil minister Grapperhaus een wettelijke regeling voorbereiden voor strafrechtelijke curatele. Daarmee wordt het mogelijk dat de rechter bij het opleggen van een ontnemingsmaatregel de beschikkingsbevoegdheid van de veroordeelde over zijn vermogen beperkt. Een toezichthouder ziet er dan op toe dat een ontnemingsvordering wordt voldaan. Ook moet de veroordeelde eerst toestemming vragen aan de toezichthouder voor rechtshandelingen over zijn vermogen. Dit is vergelijkbaar met de aanstelling van een bewindvoerder bij de verlening van een surseance van betaling als een bedrijf in financieel zwaar weer is beland. Bij het uitwerken van deze maatregel zal oog zijn voor de veiligheid van de toezichthouder en de daaraan verbonden kosten. De komende tijd worden de contouren van deze twee maatregelen verder uitgewerkt en de kosten ervan in kaart gebracht. Verder zal het afpakken van crimineel vermogen dat is weggestopt in een andere EU-lidstaat worden vereenvoudigd en versneld door de Europese Confiscatieverordening, die aan het eind van dit jaar in werking zal treden. De uitvoeringswetgeving is inmiddels voor advies voorgelegd aan de Raad van State.

Breed offensief

De komende maanden wordt nog verder gewerkt aan het breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit. In het voorjaar van 2020 zal er een uitgewerkt plan liggen dat bestaat uit een combinatie van repressieve en preventie maatregelen: oprollen, afpakken en voorkomen. Zo wordt op dit moment een Multidisciplinair Interventie Team (MIT) ingericht dat criminele kopstukken en hun netwerken gaat oppakken en crimineel vermogen gaat afpakken, wordt bewaken en beveiligen versterkt en met VWS samengewerkt aan het tegengaan van normalisering van drugsgebruik. In de preventieve aanpak werkt minister Grapperhaus verder samen met diverse ambtscollega’s, zoals van BZK, VWS, SZW en OCW, en met lokale partners. Er wordt samengewerkt op de terreinen onderwijs, werken, wonen en veiligheid om te voorkomen dat onze economie en wijken worden geïnfecteerd door het gif van de criminele (drugs)industrie en de grote sommen zwart geld die er in om gaan.

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra de methodiek Rijker Verantwoorden bij de verantwoording van hun aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.


Organisaties hadden te weinig grip op Philip O.

Betrokken organisaties hebben de mogelijkheden die ze hadden om Philip O. te straffen en behandelen onvoldoende benut. Dat staat in het kritische rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJ&V) dat minister Dekker voor Rechtsbescherming en staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid, aan de Tweede Kamer sturen. Minister Dekker neemt de aanbevelingen van de inspectie over.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.

Onvoldoende gehandeld

“In de ruim tien jaar dat organisaties Philip O. in beeld hadden, hebben betrokken organisaties onvoldoende gehandeld, zowel in het straf- als zorgtraject. In die periode kon O. verder ontsporen en daarvan is Joost Wolters het slachtoffer geworden. Dat is uitermate tragisch. Mijn gedachten gaan uit naar de nabestaanden.” aldus minister Dekker.

Uitkomsten inspectierapport

Op 27 juli 2017 vond er een dodelijk steekincident plaats in de Amsterdamse metro. Hierbij werd een willekeurig slachtoffer doodgestoken door Philip O. O. verbleef toen met een gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis (AMC). De Inspectie Gezondheid en Jeugd (IGJ) heeft hier eerder onderzoek naar gedaan en ‘ernstige knelpunten’ in de geboden zorg geconstateerd. Het AMC heeft een aantal verbetermaatregelen doorgevoerd. De IJ&V heeft onderzoek gedaan naar het justitiële traject van O. Het rapport laat zien dat er op cruciale momenten onvoldoende is doorgepakt door de betrokken organisaties en daarmee mogelijkheden om grip te krijgen op O. onvoldoende zijn benut.

Onvoldoende doorgepakt

Zo kreeg O. bijvoorbeeld in 2006 een behandelmaatregel voor jeugdigen opgelegd, maar onderging deze niet. In plaats daarvan vertrok O. naar het buitenland. Signalering in de opsporingssystemen, zodat O. kon worden opgepakt, bleef achterwege.  Ook op een later moment toen O. weer met justitie in aanraking kwam, werd de opgelegde maatregel niet alsnog uitgevoerd. Een ander voorbeeld is dat op het moment dat O. jaren later voorwaardelijk in vrijheid werd gesteld, de opgelegde bijzondere voorwaarden niet waren ingevuld.

Gezworven tussen straf en zorg

Dekker: “Ruim tien jaar lang heeft O. gezworven; tussen straf en zorg, en tussen verschillende hulpinstellingen. Te vaak waren organisaties vooral gericht op hun eigen werkterrein, op hun eigen verantwoordelijkheid. De samenleving verwacht dat alles op alles wordt gezet door al deze instanties om de maatschappij te beschermen. Dat is terecht. De betrokken organisaties doen er alles aan om herhaling zo veel mogelijk uit te sluiten.”

Genomen maatregelen

De door de inspectie gesignaleerde knelpunten zijn eerder onderkend. Daartoe zijn de afgelopen tijd maatregelen genomen. Daarbij is de nadruk meer op veiligheid en risicobeheersing komen te liggen, en op betere samenhang tussen straf en zorgtrajecten. Drie omvangrijke wettelijke hervormingen gaan professionals helpen om meer grip en zicht te krijgen op deze personen. De nadruk ligt hierbij op een snelle en zekere uitvoering van opgelegde straffen. In de kern gaat het om een beter beeld, zorgvuldigere toetsing en helderder regie.

Beter beeld

Ten eerste de herziening van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen; de Wet USB. Die wet zorgt ervoor dat informatie over het uitvoeren van een straf volledig en betrouwbaar beschikbaar komt voor de professionals van OM, politie en reclassering, ook voor hun contacten met de zorg. Er wordt daarbij niet langer gekeken naar een zaak, maar naar de persoon en alles wat die op zijn kerfstok heeft. Een openstaande straf blijft zo niet onopgemerkt.

Zorgvuldigere toetsing

Ten tweede het wetsvoorstel straffen en beschermen. Dit voorstel herziet hoe een gevangenisstraf wordt uitgevoerd. De periode in detentie en de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) worden meer in samenhang gezien. Zo zal bewuster worden gekeken naar risico’s voor de samenleving, het gedrag van de veroordeelde en naar de belangen van slachtoffers. Als er risico’s zijn, volgen strikte voorwaarden of wordt geen v.i. verleend.

Heldere regie

Ten derde de regeling gedwongen zorg. De wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet forensische zorg (Wfz) regelen een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden en leggen verbindingen tussen justitie en zorg. Helder is dat het OM verantwoordelijk is voor het proces en de geneesheer-directeur gaat over de zorg. Bovendien krijgt de strafrechter de mogelijkheid een zorgmachtiging op grond van de Wvggz op te leggen. Daardoor kan snel en bewust worden gekozen voor straf, zorg of een combinatie van beide.

Casusregie

Casusregie is de sturing op de gezamenlijke aanpak in een specifieke casus. Een casusregisseur fungeert als centrale professional en als vast aanspreekpunt voor de betrokkene. Hij zorgt voor coördinatie van de uitvoering van een gezamenlijk afgesproken aanpak en schakelt waar nodig andere partijen in. Als de casus vastloopt rapporteert de casusregisseur aan de procesregisseur en vraagt een nieuwe bespreking in het casusoverleg aan.

Maatschappij beter beschermen

Dekker: “Deze nieuwe mogelijkheden moeten alle betrokkenen beter in staat stellen om te handelen en daarmee de maatschappij beter te beschermen. Ik weet dat een sleutel tot verandering ook zit in een goede en snelle invoering en uitvoering van deze veranderingen. Daar zie ik scherp op toe.”


Zwaardere maatregelen tegen rijden onder invloed

Wie met een slok op achter het stuur kruipt, loopt straks het risico dat hij al bij zijn eerste veroordeling een forse tik op de vingers krijgt. Straks kan de rechter een ontzegging van de rijbevoegdheid direct na de uitspraak laten ingaan als de kans op recidive groot is. Dit betekent dat iemand meteen na de veroordeling niet meer de weg op mag, ook niet tijdens een eventueel hoger beroep.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Het is een van de maatregelen die minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) neemt om strenger en effectiever op te treden tegen bestuurders die onder invloed rijden. Doel is de veiligheid in het verkeer te verbeteren. Een en ander staat in een wetsvoorstel dat mede namens minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) in consultatie is gestuurd. Tevens is door de Eerste Kamer wetgeving aanvaard die hogere straffen mogelijk maakt voor rijden onder invloed. Per 1 januari 2020 gaat het strafmaximum voor alcohol in het verkeer omhoog van 3 maanden naar 1 jaar.

Rechterlijk rijverbod

Minister Grapperhaus wil met de maatregelen die nu in consultatie zijn gegaan, verder doorpakken. Zo krijgt de rechter ook de mogelijkheid om een rechterlijk rijverbod op te leggen van ten hoogste vijf jaar, met als stok achter de deur een vervangende hechtenis. Grapperhaus gaat daarmee een stap verder in de aanpak van notoire verkeersovertreders die regelmatig de regels aan hun laars lappen. Bijvoorbeeld wegpiraten die zijn veroordeeld voor het rijden zonder (geldig) rijbewijs of die tijdens een ontzegging van de rijbevoegdheid toch de weg op gaan. Zij moeten hard worden aangepakt. Het rijverbod geldt niet alleen voor gevallen waarin sprake is van rijden onder invloed. Ook bij deze maatregel kan de rechter bepalen dat het direct na het vonnis ingaat. Anders dan bij de ontzegging van de rijbevoegdheid kan bij het rijverbod vervangende hechtenis worden toegepast als iemand zich niet aan het verbod houdt. 

Ongeldig rijbewijs

Als de ontzegging van de rijbevoegdheid of een rechterlijk rijverbod twee jaar of langer duurt, is de bestuurder straks automatisch zijn rijbewijs kwijt. Hij moet dan opnieuw rijexamen doen. Deze maatregel geldt ook als iemand in de vijf jaar voorafgaand aan de veroordeling al eerdere, kortere ontzeggingen van de rijbevoegdheid opgelegd heeft gekregen voor in totaal twee jaar of meer. Hiermee wil Grapperhaus vooral de notoire verkeersovertreders steviger aanpakken die steeds maar weer ernstige verkeersdelicten begaan waarvoor (herhaaldelijk) een ontzegging van de rijbevoegdheid wordt opgelegd. Overigens hoeft dit niet alleen over rijden onder invloed te gaan.

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van rijden onder invloed. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van rijden onder invloed.


Geweld en bedreigingen tegen jeugdbeschermers

“Ik ben geschokt over de heftigheid van de incidenten tegen jeugdbeschermers. Hoewel signalen over geweld tegen hulpverleners mij eerder hebben bereikt lijkt het alsof het geweld steeds ernstigere vormen aanneemt. Dit is onacceptabel,” aldus minister Dekker.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Belangrijke taak

“Jeugdbeschermers hebben de belangrijke  taak kinderen en jeugdigen die in hun ontwikkeling worden bedreigd bescherming te bieden. De rechter heeft hen het toezicht op deze kinderen toevertrouwd. Zij staan daarbij voor soms ingrijpende keuzes.”

Ingrijpende keuzes

“Ingrijpen kan nodig zijn om de veiligheid van kinderen te herstellen ook als ouders zich daartegen verzetten.  De jeugdbescherming dient dan op te kunnen treden. Dat ouders dat niet altijd  op prijs stellen kan ik nog begrijpen. Jeugdbeschermers zijn daarop ook voorbereid.”

Onacceptabel

“Wat ik niet accepteer is  dat jeugdbeschermers daarbij bestookt worden met verbale agressie en geweldbedreigingen. Jeugdbeschermers moeten veilig hun werk kunnen doen en op respect van de samenleving kunnen rekenen.”

Onveiligheid

“Wanneer jeugdbeschermers zich onveilig voelen moeten ze via het noodnummer 112 direct hulp krijgen. Ik ga in overleg met politie en OM om te kijken of de afspraken die zijn gemaakt over het optreden van politie en OM bij agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak in het geval van de jeugdbescherming voldoende werken of dat deze aangescherpt moeten worden. Daarnaast wil ik het gesprek aangaan met Facebook om ervoor te zorgen dat bedreigingen snel verwijderd kunnen worden. Ook ligt er het wetsvoorstel uitbreiding taakstrafverbod. Deze zit nu in de consultatie fase.”


110 miljoen extra voor breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit

Het kabinet investeert 110 miljoen euro in een breed offensief tegen de georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Met dit geld kan dit najaar voortvarend worden begonnen met de extra maatregelen die minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid heeft aangekondigd in de verdere strijd tegen de georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Het gaat om zowel repressieve als preventieve maatregelen met een focus op: oprollen, afpakken en voorkomen.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning.

Inrichting Multidisciplinair Interventie Team

Komende maanden wordt een Multidisciplinair Interventie Team (MIT) ingericht bij de landelijke eenheid van de politie. In het MIT komen verschillende specialisten op het gebied van intelligence, digitale, internationale en financiële opsporing samen van onder meer politie, FIOD en Koninklijke Marechaussee. Zij richten zich op het blootleggen en aanpakken van criminele bedrijfsprocessen, de criminele kopstukken en hun netwerken. De zogenoemde facilitators die misdadigers helpen bij hun criminele handel en wandel worden ook aangepakt. Het MIT zal zich daarnaast richten op een versteviging en uitbreiding van het afpakken van criminele opbrengsten waarbij het verbeteren van intelligence en het intensiveren van samenwerking tussen de genoemde diensten voorop staat.

Versterking Bewaken & Beveiligen

Verder wordt geïnvesteerd in de versterking van bewaken en beveiligen. De beveiliging van kwetsbare beroepsgroepen en vertegenwoordigers van onze rechtsstaat – zoals rechters, officieren van justitie en advocaten – vergt veel inzet. De eerste maatregelen zijn gericht op de capaciteit en investeringen in materieel die nodig zijn om aan de toegenomen vraag naar beveiliging te voldoen.

Economie en wijken weerbaarder maken

Om onze economie en wijken weerbaarder te maken en kwetsbare jongeren te behoeden voor het criminele pad werkt minister Grapperhaus samen met betrokken ambtscollega’s van BZK, OCW, VWS en SZW en lokale partijen. De preventieve aanpak richt zich op onderwijs, werken, wonen en veiligheid, zoals afgelopen jaren bijvoorbeeld in Rotterdam-Zuid is gebeurd. Minister Grapperhaus bekijkt in het kader van de aanscherping van de aanpak afpakken de mogelijkheden om afgepakt crimineel geld deels te investeren in het weerbaar maken van wijken.

Extra investeringen

De extra investering komt bovenop eerdere maatregelen van het kabinet. Eerste belangrijke stappen zijn gezet bij het aantreden van het kabinet met onder meer een anti-ondermijningsfonds van 100 miljoen euro en wetgeving. Ook investeert het kabinet 291 miljoen euro structureel in een meerjarenplan om de politie aanzienlijk te versterken. De komende maanden wordt ook toegewerkt naar een uitgewerkt plan in het voorjaar van 2020 om de samenleving weerbaarder te maken tegen het gif van de criminele (drugs)industrie, crimineel geld, bedreigingen, intimidaties en liquidaties.

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra de methodiek bij de verantwoording van hun aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.


Handhaving verbod rookruimtes horeca

Vanaf 1 april 2020 zal het verbod op rookruimtes in de horeca worden gehandhaafd. Eind september werden in een uitspraak van de Hoge Raad al deze rookruimtes per direct verboden. De komende tijd kunnen horecaondernemers zich voorbereiden en heeft de NVWA de tijd om het toezicht in te richten.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Zorgvuldige afweging

Blokhuis: “De uitspraak van de rechter zette een streep door de afspraken die ik met Koninklijke Horeca Nederland (KHN) heb gemaakt over het sluiten van rookruimtes in de horeca in 2022. Ik wil graag dat er een eind komt aan alle rookruimtes, hoe eerder hoe beter, maar ik wil dit ook goed regelen met horecaondernemers en gemeenten. Ik heb gesproken met de Koninklijke Horeca Nederland, VNO-NCW en de NVWA en heb in mijn besluitvorming signalen vanuit gemeenten meegenomen. Na een zorgvuldige afweging heb ik gekozen voor 1 april als startdatum voor de handhaving. Horecaondernemers hebben daarmee de tijd om de nodige aanpassingen te maken en afspraken te maken met gemeenten over eventuele overlast van rokers op straat.”

Heldere communicatie

Onder sommige horecaondernemers heerst er onduidelijkheid over wat het verbod voor hen betekent en wat de gevolgen zijn. Blokhuis vraagt de NVWA om de komende tijd te gebruiken om de ondernemers te informeren, onder andere door het uitreiken van een flyer met daarin vragen en antwoorden. Ook KHN en andere brancheorganisaties gaan deze flyer verspreiden. Daarnaast zal de NVWA de komende tijd bij reguliere controles ondernemers aanspreken die nog een rookruimte hebben. “Heldere communicatie naar de horecaondernemers over de uitspraak is van groot belang. Ik wil dat zij zo goed mogelijk begrijpen wat de uitspraak voor ze betekent,” zegt Blokhuis.

Rookruimtes op de werkplek

Ook de rookruimtes op de werkplek gaan verdwijnen. Blokhuis verkent of wetgeving hierover in 2022 in kan gaan. In het Nationaal Preventieakkoord is afgesproken dat het bedrijfsleven een convenant zou sluiten waarmee rookruimtes op de werkplek voor 2023 verleden tijd zouden zijn. Als dat niet zou lukken is afgesproken dat Blokhuis tot wetgeving over zou gaan. Ondernemersorganisatie VNO-NCW heeft laten weten geen heil te zien in een convenant. “Het is onwenselijk dat er veel tijd zit tussen het moment waarop verschillende sectoren rookruimtes afschaffen. In dat licht zou het mooi zijn dat rookruimtes op de werkplek in 2022 verdwijnen. Ik ga verkennen of dat mogelijk is”, zegt Blokhuis. De staatssecretaris verkent naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad ook of het sluiten van rookruimtes in (semi-)overheidsgebouwen en openbare gebouwen kan worden vervroegd naar 2021. Voor het kerstreces verwacht hij de Tweede Kamer hierover te kunnen informeren.

Rijker Verantwoorden

Communicatie speelt een belangrijke rol bij de bewustwording van het verbod op rookruimtes in de horeca en op de werkplek. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan verantwoording worden afgelegd over de handhaving van het verbod op rookruimtes in de horeca en op de werkplek.


Hogere straf voor ernstige verkeersdelicten

De wet van minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) die hogere straffen mogelijk maakt voor ernstige verkeersdelicten, is door de Eerste Kamer aanvaard en treedt op 1 januari 2020 in werking. Allereerst gaat de maximale straf voor gevaarlijk rijden van 2 naar 6 maanden gevangenisstraf, ook in zaken zonder letsel of schade. Dat is nodig om automobilisten steviger aan te pakken die – bijvoorbeeld door onverantwoorde inhaalacties – een gevaar op de weg zijn.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving. 

Wat verandert er?

Automobilisten die onverantwoord inhalen, of op een andere manier het verkeer in gevaar brengen, kunnen een maximale gevangenisstraf van zes maanden krijgen. Dat is nu nog twee maanden. Automobilisten die andere weggebruiers de stuipen op het lijf jagen door opzettelijk meerdere verkeersregels aan hun laars te lappen, riskeren maximaal twee jaar gevangenisstraf. Ook al zijn er door toeval of geluk geen slachtoffers. Veroorzaken zij met dit roekeloos rijgedrag wel een ernstig ongeluk, dan is een gevangenisstraf van maximaal zes jaar mogelijk. De strafmaat gaat omhoog voor rijden onder invloed, doorrijden na een ongeval en rijden zonder geldig rijbewijs. Van drie maanden gevangenisstraf naar een jaar.

Zeer gevaarlijk rijgedrag

Daarnaast komt er een gevangenisstraf van maximaal twee jaar te staan op zeer gevaarlijk rijgedrag waarbij automobilisten opzettelijk de verkeersregels ernstig overtreden zonder acht te slaan op de veiligheid van anderen. Daarvoor is meer nodig dan een enkele verkeersovertreding. Het gaat om een combinatie van gedragingen. Bijvoorbeeld een forse overschrijding van de maximumsnelheid, het negeren van rode lichten, op de verkeerde weghelft rijden en ook nog een mobiele telefoon vasthouden, terwijl zeer goed voorstelbaar was dat een ongeval kon plaatsvinden. Alleen door toeval of geluk vallen er geen slachtoffers. Grapperhaus rekent deze automobilisten zeer gevaarlijk en onverantwoord rijgedrag dus zwaar aan – ook als zij geen ongeluk veroorzaken.

Roekeloos rijden

Veroorzaken zij met dit roekeloos rijgedrag wél een ernstig ongeluk, dan is straks een gevangenisstraf tot maximaal 6 jaar mogelijk. In de wet is duidelijker vastgelegd wanneer sprake is van roekeloos rijden. Dit verruimt de mogelijkheden om automobilisten te vervolgen die onaanvaardbare risico’s nemen en de zwaarste ongelukken veroorzaken. En dan gaat het niet alleen om snelheidswedstrijden, maar bijvoorbeeld ook om een bestuurder die als een dolleman aan het verkeer deelneemt, meerdere verkeersdelicten begaat en een ongeval met dodelijke afloop of zwaar letsel veroorzaakt.

Andere strafmaat bij recidive

Verder gaan de strafmaxima voor verkeersdelicten als rijden onder invloed, doorrijden na een ongeval en rijden zonder (geldig) rijbewijs omhoog van 3 maanden gevangenisstraf naar 1 jaar. Dit werkt door in de straffen voor recidive. Als iemand zich binnen 5 jaar weer schuldig maakt aan rijden onder invloed kan de straf met een derde omhoog. In ernstige gevallen van doorrijden na een ongeval, met letsel of erger tot gevolg, krijgt de politie meer opsporingsbevoegdheden om de dader op te sporen. Binnenkort gaat een wetsvoorstel in consultatie met diverse maatregelen om de aanpak van rijden onder invloed te versterken.

Rijker Verantwoorden

Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van ernstige verkeersdelicten. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van ernstige verkeersdelicten.


Smokkel verboden voorwerpen in justitiële inrichting strafbaar

Personen die verboden voorwerpen een justitiële inrichting binnensmokkelen, waaronder bezoekers, leveranciers en personeel, zijn vanaf nu strafbaar. De wet van minister Dekker (voor Rechtsbescherming) die dit regelt, is op 1 november 2019 in werking getreden.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de opleiding coördinator nazorg ex-gedetineerden.

Gebruik van verboden voorwerpen onwenselijk

Het gaat om voorwerpen die op zichzelf legaal zijn, maar waarvan het bezit in de inrichting verboden is. Bijvoorbeeld mobiele telefoons of gereedschap. Het gebruik van deze voorwerpen is onwenselijk omdat dit de orde en veiligheid in de inrichting in gevaar kan brengen, gedetineerden hiermee hun criminele zaakjes kunnen voortzetten of contact kunnen opnemen met slachtoffers. Ook het binnensmokkelen van voorwerpen zonder dat personen zelf de inrichting betreden, wordt strafbaar. Bijvoorbeeld het verstoppen van voorwerpen (mini-telefoons) in tennisballen die over de muur van een gevangenis worden gegooid.

Voorkomen van smokkelwaar

In de strijd tegen smokkelwaar ter bevordering van de veiligheid binnen en buiten gevangenissen wordt (extra) geïnvesteerd in preventie. Allereerst vindt er verscherpt toezicht plaats op basis van een risicoanalyse per gevangenis (lokaal bepaald). Aan de hand van de uitkomsten van de risicoanalyse worden vervolgens gerichte maatregelen genomen, zoals het plaatsen van hekwerk, netten en camera’s. Daarnaast wordt een beperkt beveiligde afdeling (BBA) ingevoerd. Gedetineerden die naar buiten mogen om te werken verblijven afgezonderd van de rest van de gedetineerden (Wet S&B). Tot slot wordt er structureel geïnvesteerd in innovatieve manieren om het binnenbrengen van smokkelwaar tegen te gaan zoals de GSM paraplu.

Opsporen van smokkelwaar

Naast preventie wordt ingezet op de opsporing van smokkelwaar. Dit gebeurd door het verdubbelen van het aantal speurhouden voor drugs en telefoons, periodieke celinspecties waarbij de cel en inventaris volledig wordt onderzocht en periodieke spitacties waarbij de hele afdeling cq inrichting binnenste buiten wordt gekeerd.

Afschrikkende werking

Personen (bezoekers, leveranciers en personeel) die proberen verboden voorwerpen binnen te smokkelen riskeren een celstraf van maximaal 6 maanden, waarmee een afschrikwekkende werking is beoogd. Deze wet is een volgende stap in de strijd tegen smokkelwaar. Bij constatering van strafbare feiten wordt altijd aangifte gedaan. Het binnenbrengen en bezit van smokkelwaar heeft consequenties voor verlof van de betreffende gedetineerde(n) en kan leiden tot (extra) gevangenisstraf.


Sneller hulp bij beginnende schulden

Het duurt vaak jaren voordat mensen met schulden de stap naar hulpverlening durven te zetten. Een simpele betalingsachterstand kan hierdoor uitgroeien tot een problematische schuld. Een wijziging in de wet gemeentelijke schuldhulpverlening moet dit helpen voorkomen.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding coördinator armoedebestrijding.

Wijziging wet gemeentelijke schuldhulpverlening

De aanpassing geeft gemeenten de mogelijkheid om gegevens over betalingsachterstanden uit te wisselen met woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en de zorgverzekering. Zo kan de gemeente beginnende schulden beter signaleren en schuldhulpverlening aanbieden voordat mensen zelf aan de bel trekken. Staatssecretaris Tamara van Ark heeft het wetsvoorstel dat dit regelt naar de Tweede Kamer gestuurd.

Brede schuldenaanpak

De wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is een van de maatregelen uit de brede schuldenaanpak van het Kabinet. Na de wijziging, die op 1 januari 2021 in moet gaan, mogen hulpverleners zelf gegevens verzamelen en registers raadplegen. Het gaat bijvoorbeeld om informatie over inkomen en vermogen. Uitwisseling van persoonsgegevens gebeurt altijd doelgericht en zorgvuldig, met inachtneming van de privacyregels. Gemeenten moeten daarom bij de start van een schuldhulpverleningstraject een beschikking afgeven met daarbij een plan van aanpak. Iemand met schulden weet daardoor waar hij aan toe is. Ook is dan helder welke gegevens de gemeente gebruikt.

Kennis en ervaring uitwisselen over vroegsignalering van schulden

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ondersteunt gemeenten met kennis en ervaring over effectieve vroegsignalering van schulden. De NVVK, de Nederlandse Vereniging voor Kredietbanken, ontvangt vooruitlopend op de wetswijziging subsidie om te komen tot landelijke afspraken over vroegsignalering met schuldeisers. In mei van dit jaar is het ministerie bovendien gestart met de landelijke campagne ‘Kom uit je schuld’, die beoogt om geldzorgen bespreekbaar te maken en om mensen te stimuleren sneller hulp te zoeken bij financiële problemen.

Integrale aanpak van schulden

Achter schulden gaat vaak een andere complexe meervoudige problematiek schuil. Huishoudens die te maken hebben met problemen op meerdere leefgebieden (armoede, sociaal isolement, depressie, werkloosheid, dakloosheid, drank of drugsverslaving) zijn gebaat bij een integrale aanpak waarin betrokken professionals samenwerken en gezamenlijk tot één doeltreffend plan van aanpak komen voor alle individuele leden van het huishouden en het systeem als geheel. De inzet van deze professionals moet vervolgens weer op elkaar worden afgestemd om overlap en langs elkaar heen werken te voorkomen. Daarom is het van cruciaal belang dat professionals niet alleen één gezamenlijk plan opstellen maar ook één regisseur aanstellen. De regisseur stelt (in samenspel met het huishouden) het plan van aanpak op, bewaakt de uitvoering en voortgang daarvan en grijpt in wanneer de situatie daarom vraagt.

Casusregie bij huishoudens met problematische schulden

Casusregie is de sturing op de gezamenlijke aanpak in een specifieke casus waar sprake is van problematische schulden bij een huishouden. Een casusregisseur fungeert als centrale professional en als vast aanspreekpunt voor het huishouden. Hij/zij zorgt voor coördinatie van de uitvoering van een gezamenlijk afgesproken aanpak en schakelt waar nodig andere partijen in. Als de casus vastloopt rapporteert de casusregisseur aan de procesregisseur en vraagt een nieuwe bespreking in het casusoverleg aan. Op deze manier wordt de duurzaamheid van de aanpak geborgd.