Aantal jongeren met afstand tot de arbeidsmarkt moet omlaag
Het overgrote deel van de Nederlandse jongeren treedt toe tot de arbeidsmarkt na het volgen van onderwijs. Aan de andere kant zijn er ongeveer 300.000 jongvolwassenen tussen de 16-27 jaar met een afstand tot de arbeidsmarkt. Deze jongeren ervaren knelpunten op weg naar school of werk en zitten tussen veel hulpinstanties in. Dat kan beter, zo blijkt uit interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO). Daarom heeft de ministerraad ingestemd met het voorstel om in beeld te brengen hoe gemeenten nog meer dan nu regie kunnen nemen in het bieden van hulp voor deze groep jongeren. Omdat voortijdig schoolverlaten de afstand tot de arbeidsmarkt vergroot, blijft het kabinet tevens de komende vier jaar 200 miljoen euro investeren om dit te verminderen.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding coördinator armoedebestrijding.
Startkwalificatie als uitgangspunt
Een startkwalificatie geeft een goede uitgangspositie op de arbeidsmarkt en daarom is het essentieel dat het aantal voortijdig schoolverlaters verder omlaag wordt gebracht. Het kabinet blijft daarom prioriteit geven aan het terugdringen van het aantal voortijdige schoolverlaters naar maximaal 20.000 per jaar. Naast de inzet van scholen blijft hier ook de samenwerking met gemeenten en werkgevers nodig.
Regelmatig meerdere problemen
Jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt hebben regelmatig meerdere problemen die het behalen van een diploma of een baan in de weg staan, zoals schulden of problemen thuis. Daardoor hebben ze vaak te maken met meerdere instanties en hulpverleners, waardoor sommige jongeren het overzicht kwijtraken.
Ondersteuning op maat staat centraal
Het kabinet ziet de urgentie om in deze kabinetsperiode maatregelen door te voeren waarin ondersteuning op maat centraal staat. Het kabinet bereidt een wetsvoorstel tot wijziging van de Participatiewet voor, waardoor ondersteuning die nodig is – zoals de jobcoach – kan worden geboden. Verschillende partijen zoals overheden, onderwijsinstellingen, sociale partners, zorginstanties en het domein van justitie- en veiligheid moeten samenwerken om jongeren effectief te begeleiden naar een zo zelfstandig mogelijk bestaan.
Meer regie is wenselijk
Het kabinet gaat daarom in beeld brengen hoe gemeenten meer dan nu de regie kunnen nemen om jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt te helpen. Hierbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheid voor professionals in het sociaal domein om de nodige gegevens van jongeren met elkaar delen, vanzelfsprekend met oog voor de privacy. Dat alles moet ervoor zorgen dat zij de juiste ondersteuning naar school of werk krijgen.
De staat van de rechtstaat
Minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus heeft afspraken gemaakt met de Belgische, Franse, Duitse, Italiaanse, Spaanse en Luxemburgse justitieministers over de bescherming van de rechtsstaat binnen de Europese Unie. De ministers en vertegenwoordigers van de zgn. Vendome-groep kwamen bijeen op het Binnenhof op uitnodiging van Grapperhaus en sloten de bijeenkomst af met een gezamenlijk statement.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.
Functioneren van de rechtstaat
“Het goed functioneren van de rechtstaat is een randvoorwaarde voor een open democratie en bescherming van de Europese grondrechten. Vertrouwen in de overheid, openbare instellingen, waaronder het rechtsstelsel, is cruciaal voor het functioneren van de democratie in de EU”, aldus Grapperhaus.
Rechtstaat versterken
De nieuwe Europese Commissie maakt plannen om de rechtstaat in Europa te versterken. In hun gezamenlijke verklaring spreken de ministers uit dat zij, en alle andere EU justitieministers, een verplichting en verantwoordelijkheid hebben om de rechtstaat in hun lidstaten te handhaven en een belangrijke rol vervullen in dit proces. Grapperhaus: “In verschillende Europese lidstaten staat de rechtstaat onder druk. Daarom is het belangrijk ministers van justitie met elkaar spreken over de juridische kant van goede waarborgen van de rechtstaat.”
Bestrijding van seksueel misbruik
Daarnaast spraken de ministers over de bestrijding van seksueel kindermisbruik, met de nadruk op snelle verwijdering van online materiaal. Elk land heeft een afzonderlijke aanpak. In de verklaring committeren de ministers zich ook aan een Europese aanpak, zowel offline als online, van seksueel kindermisbruik.
Strijd tegen georganiseerde misdaad en corruptie
Ten slotte spraken de ministers ook over de cruciale rol die instanties als Eurojust spelen in de strijd tegen de georganiseerde misdaad en corruptie. Ze benadrukten het belang van voldoende middelen voor deze instanties, zodat zij onverminderd hun werk op het veiligheidsterrein kunnen voortzetten.
Verrassende start Week tegen Eenzaamheid
Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft de Week tegen Eenzaamheid 2019 afgetrapt. Niet, zoals gepland, tijdens een bijeenkomst in de Ridderzaal, maar door maaltijden uit te delen in een aantal buurtcentra.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding coördinator armoedebestrijding.
Het openingscongres in de Ridderzaal kon niet doorgaan vanwege de afzettingen in de binnenstad van Den Haag. Ook het aansluitende buffet moest worden afgelast. Door snel schakelen kon cateraar House of Lords, in samenwerking met de sociale ondernemingen Thuisafgehaald en de Boodschappenbezorgdienst en de Haagse Community tegen Eenzaamheid, het al klaarstaande buffet overbrengen naar vier locaties in het hart van een aantal Haagse wijken.
een aantal Haagse wijken.
Ontmoetingen voor buurtbewoners
Minister Hugo de Jonge, die het congres zou openen met een speech, kwam naar Wijkwinkel Bij Betje in Moerwijk om het eten uit te delen aan eenzame ouderen. De wijkkerk Geloven in Moerwijk organiseert daar vaker ontmoetingen voor buurtbewoners. De andere drie locaties waar vandaag maaltijden werden geserveerd zijn OntmoetingsCentrum Morgenstond, Buurtkamer Notenbuurt en het kantoor van de Boodschappenbezorgingsdienst.
Nationale Coalitie tegen Eenzaamheid
Minister Hugo de Jonge: “We zijn met honderden partijen in heel het land een beweging gestart om eenzaamheid tegen te gaan. Deze Nationale Coalitie tegen Eenzaamheid en alle lokale coalities zouden in de Ridderzaal aanwezig zijn. Het is jammer dat het openingscongres niet kon doorgaan, maar we hebben van de nood een deugd gemaakt. Op tal van plekken is nu op korte termijn een buurtmaaltijd geregeld. En dat is mooi, want dé eenzaamheid oplossen, dat kan niemand alleen. Maar iemands eenzaamheid doorbreken, zo is ook vanmiddag weer gebleken, kunnen we allemaal.”
Week tegen Eenzaamheid 2019
Het ministerie van VWS organiseert de Week tegen Eenzaamheid 2019 in het kader van het actieprogramma Eén tegen eenzaamheid. Tijdens deze week vinden honderden activiteiten plaats waar mensen elkaar ontmoeten en nieuwe contacten kunnen leggen. Zowel organisaties, sociaal werk, zorginstellingen als vrijwilligers organiseren deze activiteiten. Op de website www.eentegeneenzaamheid.nl staat een greep uit de waardevolle initiatieven tegen eenzaamheid. Daarnaast vindt men hier ook informatie, inspiratie en benodigdheden om zelf iets te doen aan het verminderen van eenzaamheid. Onder de vlag van Eén tegen Eenzaamheid ontstaat een landelijke beweging die laat zien dat niemand alleen staat, ook niet in de strijd tegen eenzaamheid.
Woonoverlast neemt toe, betere regie en samenwerking noodzakelijk
Woningcorporaties zien alle vormen van woonoverlast stijgen. Zij dringen aan op meer regie op samenwerking, afstemming en informatie-uitwisseling tussen gemeenten, zorg, welzijn en politie. ‘Snel ingrijpen is in het belang van onze huurders en hun omgeving. We komen liever nu langs met een zorgverlener, dan met de politie als het te laat is. Zorginstanties laten nu steken vallen’, zegt Aedes-voorzitter Marnix Norder.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de cursus Aanpak woonoverlast.
‘Organisaties moeten beter samenwerken en, als de situatie daarom vraagt, informatie kunnen delen’, aldus Marnix Norder. Goede samenwerking met lokale partners is daarbij essentieel. Die samenwerking moet en kan beter.
Toename meldingen van verward gedrag
Woningcorporaties maken zich grote zorgen over burenoverlast, ofwel woonoverlast. Aedes heeft dit onderzocht en de resultaten zijn gebundeld in de Corporatiemonitor Woonoverlast 2019. De woonoverlast neemt toe en personen met verward gedrag veroorzaken deze steeds vaker. Meer dan 80 procent van de corporaties ziet een toename van meldingen van verward gedrag.
Kwetsbare huurders passende zorg en begeleiding geven
De stijging van agressie richting corporatiemedewerkers is ook zorgelijk. Bijna 50 procent van de corporaties heeft hiermee te maken. Marnix Norder: ‘De politiek, het kabinet moet onderkennen dat langer zelfstandig thuis wonen van deze groepen tot problemen leidt. Gemeenten en zorgorganisaties kunnen en moeten meer regie nemen om onze kwetsbare huurders passende zorg en begeleiding te geven. Dat schiet nu tekort.’
Verwaarlozing en geluidsoverlast
Bijna alle woningcorporaties hebben te maken met overlast van bewoners met bijvoorbeeld psychische problemen, dementie of een verslaving. Verwaarlozing, vervuiling en geluidsoverlast komen het meest voor. Het aandeel corporaties dat daarmee te maken krijgt, is in de afgelopen twee jaar met 15 procent gestegen. Corporatiemedewerkers zien vaak als eerste verward gedrag bij bewoners, bijvoorbeeld bij een melding van overlast of reparatiewerkzaamheden. Corporaties melden problemen bij de betrokken hulpverlenende instanties, maar vervolgens ontbreekt de regie en opvolging.
Voorkomen en bestrijden van woonoverlast
Het voorkomen van woonoverlast is prioriteit voor woningcorporaties. De meeste corporaties nemen maatregelen tegen overlast. Bijvoorbeeld een huurovereenkomst onder voorwaarden, om overlast te bestrijden en effecten voor andere huurders te beperken. In het uiterste geval volgt huisuitzetting van overlastgevers.
Samenwerking in de wijk
Corporaties werken intensief samen met organisaties in de wijk. Corporaties kunnen overlast voorkomen en efficiënter samenwerken met partners als zij gegevens van kwetsbare huurders mogen delen. 90 procent van de corporaties vindt dat zelfs essentieel.
Betere informatiedeling
Betere gegevensdeling maakt de kans groter dat mensen de juiste zorg en begeleiding krijgen. Sinds de invoering van de aangescherpte privacyregels in de AVG zijn politie, gemeenten en GGZ terughoudender met het uitwisselen van gegevens. Aedes heeft daarom het initiatief genomen om een (model) convenant te ontwikkelen om concrete afspraken te maken over het delen van gegevens. Het kost nu moeite om partners mee te krijgen.
Nederland: ISIS mag straf niet ontgaan
Minister Blok van Buitenlandse Zaken roept in New York meer dan 20 ministers van landen van over de hele wereld op om een coalitie te vormen om de berechting van ISIS-strijders samen naar de volgende fase te trekken. ‘De daders mogen niet wegkomen met de gruweldaden die ze hebben gepleegd’, aldus de minister. Nederland is bereid de juridische expertise in Nederland beschikbaar te stellen voor dit doel.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.
ISIS-strijders voor de rechter
Nederland en Irak organiseerden op 26 september 2019 samen een bijeenkomst in het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York om ISIS-strijders voor de rechter te krijgen. Het doel is ISIS-strijders verantwoordelijk houden voor de misdrijven die ze hebben gepleegd. ‘Gelet op de impact die ISIS wereldwijd heeft gehad en het grote aantal landen dat direct of indirect betrokken is hebben we geen andere keuze dan dit probleem samen op te pakken’, aldus de minister. ‘Nederland wil het samen met Irak en andere landen hebben over de stappen die op nationaal, regionaal en internationaal niveau genomen kunnen worden.’ In Irak zitten omstreeks 20.000 ISIS-strijders vast, ongeveer 1000 van deze strijders komen uit 50 verschillende landen.
Bewijs voor vervolging en berechtiging
Nederland heeft het initiatief genomen voor de bijeenkomst in New York. Het is ook een van de drijvende krachten achter twee internationale mechanismes die gericht zijn op het verzamelen van bewijs: de VN-bewijzenbank voor Syrië en het VN-onderzoeksteam in Irak. ‘Zodra we het bewijs op zak hebben, is het tijd voor de volgende stappen: vervolging en berechting. Zonder die laatste stap naar de rechter, is er geen gerechtigheid’. Als voorloper in de zoektocht naar een oplossing voor berechting en vervolging van ISIS-strijders, onderzoekt Nederland samen met haar partners verschillende sporen. ‘Wij willen net als Amal Clooney, nauw betrokken bij dit initiatief, de oorlogsmisdadigers en plegers van genocide in het beklaagdenbankje. Op korte termijn is de weg naar het Internationaal Strafhof in Den Haag echter afgesloten, omdat de VN-veiligheidsraad hier dwars ligt en Irak en Syrië geen partij zijn bij het Hof’.
Internationale berechtiging in de regio
Tijdens de bijeenkomst wil Nederland het daarom over internationale berechting in de regio hebben. Blok heeft hiertoe in mei opgeroepen in de VN-Veiligheidsraad. Blok: ‘We willen met Irak en andere landen onderzoeken hoe we samen die obstakels kunnen overkomen’. Ook is er aandacht nodig voor nationale berechting. Het gaat dus niet alleen om de locatie van berechting, maar bijvoorbeeld ook over het krijgen van garanties dat de doodstraf niet wordt toegepast, en dat andere internationale standaarden zoals een eerlijke rechtsgang en consulaire hulp worden gerespecteerd.
Gerechtigheid
Blok: ‘Irak stond aan de frontlinie in de strijd tegen ISIS en heeft daar grote offers gebracht. Dus gerechtigheid is een zorg voor ons allen. Deze handschoen moeten we dus samen, als internationale gemeenschap, oppakken.’ Daarom geeft Nederland 1,6 miljoen euro aan Interpol om de politie en justitie in Irak bij te staan met experts en apparatuur voor de identificatie van een groot aantal ongeïdentificeerde gevangenen. Dat gaat gebeuren met biometrische verificatie.
Recht doen aan de slachtoffers van ISIS
Bij Rwanda, Joegoslavië en Kosovo heeft het 5 tot 10 jaar geduurd voordat men tot oprichting van een hof of tribunaal kon overgaan. ‘Dan hebben we de tijd om tot een vonnis te komen nog niet eens meegenomen’, aldus Blok. ‘De molens van het internationaal recht malen soms traag, maar ze malen wel fijn. Nederland wil de druk erop houden. Juist om recht te doen aan de slachtoffers van ISIS’. Minister Blok sprak in New York ook met Nobelprijswinnares Nadia Murad, een jonge Yezidi vrouw die lang is gevangen gehouden door ISIS.
Maximumstraf voor aantal delicten omhoog
Een wetsvoorstel van minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) om veelvoorkomende criminaliteit effectiever te bestrijden, is recent door de Eerste Kamer als hamerstuk afgedaan. De minister verhoogt de maximumstraf van enkele delicten; ook gaat hij wraakporno steviger aanpakken. De nieuwe wetgeving treedt naar verwachting op 1 januari 2020 in werking. Met het wetsvoorstel geeft de minister geeft uitvoering aan het Regeerakkoord en toezeggingen aan de Kamer.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.
Grapperhaus: De grenzen tussen wat in Nederland wel en niet geoorloofd gedrag is, moeten helder zijn. Criminaliteit tast de rechtsstaat aan en leidt tot onveilige gevoelens. Daarom moet de overheid effectief kunnen reageren.
Deelname criminele organisatie
De maximumstraf voor deelname aan een criminele organisatie gaat omhoog. Van zes naar tien jaar gevangenisstraf, als de organisatie zich schuldig maakt aan zeer ernstige misdrijven, zoals moord, ontvoering en handel in harddrugs. Ook de handel in en het bezit van automatische vuurwapens en zware explosieven, zoals handgranaten wordt zwaarder bestraft. Hiervoor gaat de gevangenisstraf naar maximaal acht jaar. Dit is van belang voor de aanpak van ondermijning.
Misbruik seksueel beeldmateriaal
De minister stelt misbruik van seksueel beeldmateriaal apart strafbaar. Daders kunnen een gevangenisstraf tegemoet zien van maximaal twee jaar. De maatregel is bedoeld om (onder meer) wraakporno hard aan te pakken. Bij wraakporno gaat het om het openbaar maken van seksueel beeldmateriaal van iemand in het bewustzijn dat die openbaarmaking nadelig voor die persoon kan zijn. Daarnaast is het zonder toestemming vervaardigen van seksueel beeldmateriaal strafbaar, zoals het stiekem op straat filmen onder een rok. Dat geldt ook voor het in bezit hebben van die beelden en het verspreiden ervan.
Aanzetten tot geweld, haat en discriminatie
Verder gaat het strafmaximum voor het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld op grond van een discriminatoir motief omhoog van één naar twee jaar. De minister wil een duidelijke grens trekken bij dit soort uitlatingen die niet alleen bij slachtoffers gevoelens van onveiligheid veroorzaken, maar ook kunnen leiden tot tweespalt in de samenleving.
Kindermishandeling
Slachtoffers van kindermishandeling verkeren vaak in een kwetsbare positie, omdat zij zich moeilijk kunnen onttrekken aan de mishandeling. Daarom wordt de verjaringstermijn verlengd. Nu gaat die nog in op de dag nadat de mishandeling is gepleegd; straks wordt dat de dag nadat het slachtoffer 18 jaar is geworden. Dit voorkomt dat als het slachtoffer naar buiten treedt en aangifte wil doen, de mishandeling al verjaard is. Verder gaat de maximumstraf met een derde omhoog, als er sprake is van stelselmatige mishandeling. Dat geldt ook voor mishandeling door iemand die werkt in een zorginstelling, internaat, op scholen en in de buitenschoolse opvang.
Hinderen hulpverleners
Tot slot gaat de maximumstraf voor het hinderen van hulpverleners omhoog van één naar drie maanden. Het komt met regelmaat voor dat agenten, ambulancemedewerkers en brandweerlieden te maken krijgen met agressief gedrag van burgers. Nieuw is ook dat het voor de strafbaarheid straks niet meer uitmaakt waar het hinderen van hulpverleners gebeurt. Nu is dat nog beperkt tot de openbare weg.
Locatie bij bellen 112 nauwkeuriger bepaald
iPhone-gebruikers die vanaf vandaag de nieuwste versie van het besturingssysteem (iOS13) installeren op hun mobiele telefoon, hebben daarmee ook de techniek Advanced Mobile Location (AML) op hun telefoon beschikbaar. Als zij 112 bellen om hulpdiensten in te schakelen, kan hun locatie nauwkeuriger bepaald worden. Begin dit jaar is AML al in gebruik genomen voor Androidtelefoons.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en voorzitter van de adviesraad veiligheid van het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid.
Als je 112 belt met je mobiele telefoon, dan krijgt de medewerker van de landelijke 112-centrale je locatiegegevens en mobiele gegevens te zien. Je locatie wordt bepaald door de locatie van de zendmast waarmee je mobiele telefoon is verbonden. Aanvullend daarop vraagt de medewerker van de meldkamer je locatie om te controleren of deze goed ontvangen is. Met AML wordt tijdens het gesprek een of meerdere sms-berichten met je locatie naar de centralist gezonden. Ook als de locatievoorzieningen op je telefoon uit staan. Hiervoor wordt wifi, gps en andere sensoren in je mobiele telefoon gebruikt. AML werkt alleen zo lang je 112 belt, daarna schakelt het zichzelf uit. Je hoeft voor AML niets extra te doen. AML zorgt ervoor dat de centralist van de meldkamer sneller de juiste hulp kan sturen naar de juiste plek. Dat kan een groot verschil maken als je gewond bent en niet meer duidelijk kunt maken waar je bent, of dat niet weet.
Terugblik congres Ondermijning & Georganiseerde Criminaliteit
Op 18 september 2019 vond de vierde editie van het congres Ondermijning & Georganiseerde Criminaliteit plaats in de LocHall in Tilburg, die werd geleid door dagvoorzitter Xander Beenhakkers, hoofd toezicht en handhaving bij de gemeente Almere. RONT Management Consultants was ook aanwezig op het congres om opgedane kennis en ervaringen uit te wisselen met ervaringsdeskundigen en experts werkzaam bij de overheid, wetenschap en het bedrijfsleven over de aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en spreker op het congres Ondermijning & Georganiseerde Criminaliteit.
Voedingsbodem van georganiseerde criminaliteit
Het congres werd geopend door Theo Weterings, burgemeester van de gemeente Tilburg, voorzitter van de commissie bestuur en veiligheid bij de VNG en co voorzitter van de Taskforce Brabant Zeeland. Theo Weterings stond in zijn plenaire opening stil bij het belang van de aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit. Hij wees hierbij op de recente liquidatie van een advocaat van een kroongetuige rond een proces van justitie in het kader van de aanpak van georganiseerde criminaliteit. Theo Weterings riep in zijn lezing op om aandacht te besteden aan de voedingsbodem voor georganiseerde criminaliteit. Zijn boodschap is om aanwezig te zijn in buurten en wijken met behulp van scholen en woningcorporaties om erbij te zijn voordat het te laat is. Op deze manier kunnen dominante sociale structuren worden doorbroken en de instroom van jongeren in het criminele circuit worden voorkomen. Dit betekent ook nadenken over de samenstelling van buurten en wijken en voorkomen dat criminele netwerken daar de dienst uit maken en bewoners laten meeprofiteren van hun criminele activiteiten.
Bestuurlijke preventieve aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit
Ondermijning tast de democratische rechtstaat aan, dat raakt ons allemaal. Chris Kuijpers, directeur-generaal Bestuur Ruimte en Wonen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, ging in zijn plenaire lezing in op hoe met behulp van interbestuurlijke samenwerking de weerbaarheid kan worden vergroot, hoe misbruik van overheidsvoorzieningen voor investeringen van crimineel vermogen en het ontplooien van criminele activiteiten kan worden voorkomen en welke barrières kunnen worden opgeworpen om het criminele vestigingsklimaat te verslechteren. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties is verantwoordelijk voor een goed verloop van verkiezingen en heeft als taak om inmenging van criminelen in de Nederlandse politiek te voorkomen. Dit betekent investeren in een weerbaar bestuur. Politieke ambtsdragers moeten van onbesproken gedrag zijn en vrij van verdenkingen. Tegelijkertijd moeten politieke ambtsdragers ook worden beschermd tegen intimidatie, agressie en geweld afkomstig van criminele netwerken om de democratische rechtstaat te ondermijnen.
De City Deal Zicht op Ondermijning is een samenwerking tussen de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Tilburg en Utrecht, het Centraal Bureau voor de Statistiek, de Nationale Politie, het Openbaar Ministerie, de Belastingdienst en de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Justitie en Veiligheid en Financiën. Het komt voort uit het interbestuurlijke programma Agenda Stad en uit het Programma Bestuur en Veiligheid van BZK dat zich onder andere richt op versterking van de positie van het lokaal bestuur bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Steden, Rijksoverheid, de Europese Commissie, maatschappelijke partners en het bedrijfsleven werken hiermee samen aan het versterken van groei, leefbaarheid en innovatie in het Nederlandse en Europese stedennetwerk.
De integrale aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit waarbij opsporingsdiensten met het lokaal bestuur gezamenlijk optrekken als één overheid wordt elk jaar intensiever. Met de City Deal Zicht op Ondermijning willen de samenwerkende overheden onderliggende patronen van ondermijnende criminaliteit beter zichtbaar maken aan de hand van verschillende informatiebronnen in combinatie met nieuwe data-analysemethoden. Het gaat dus niet om het opsporen van individuele gevallen, maar het leggen van verbanden. Aan de basis hiervan ligt informatie die al aanwezig is bij het CBS, die vervolgens verrijkt wordt met aanvullende data van overheden en andere betrokken partijen. Dit gebeurt binnen de wettelijke kaders voor privacybescherming. In de eerdergenoemde vijf gemeenten zijn projecten opgestart die aansluiten bij lokale of regionale problematiek. De gekozen thema’s zijn ‘drugscriminaliteit’, ‘integriteit financiële stromen en vastgoedfraude’. De uitkomsten van de data-analyses uit de verschillende projecten zullen worden gebruikt om te komen tot effectievere (preventie)strategieën en om de aanpak beter te kunnen toespitsen op kwetsbare maatschappelijke sectoren of beleidsterreinen. De uitkomsten van de data analyses worden vertaald naar een leefbaarheid barometer die door gemeenten kan worden gebruikt bij een gebiedsgerichte aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit. Op wijkniveau kan worden bezien waar eventuele risico’s zich voordoen, zodat hier preventief op kan worden geanticipeerd.
Aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit
Cyrille Fijnaut, criminoloog en hoogleraar rechtsvergelijking aan de Universiteit van Tilburg, ging in zijn plenaire lezing in op de aanpak van drugscriminaliteit. In het verleden ging het met name om de import van drugs uit het buitenland naar Nederland en de distributie naar omliggende landen. In het heden is Nederland ook een belangrijk productieland van drugs geworden. Hierdoor is de impact van de georganiseerde criminaliteit veel groter geworden. Het gehele productieproces en de distributie hiervan dat zich afspeelt in de onderwereld is verweven geraakt met de bovenwereld. Cyrille Fijnaut pleit in zijn plenaire lezing voor een meervoudige aanpak van de ondermijning en georganiseerde criminaliteit. Enerzijds het sluiten van locaties waar drugs wordt geproduceerd en anderzijds het investeren in maatschappelijke weerbaarheid tegen ondermijning. Hij sluit hierbij aan op de boodschap van Theo Weterings, burgemeester van de gemeente Tilburg, om als overheid aanwezig te zijn in kwetsbare wijken. Op deze manier kunnen barrières worden opgeworpen tegen criminele activiteiten die de samenleving ondermijnen. Cyrille Fijnaut stelt voor om op Europees niveau na denken over het legaliseren van het recreatief gebruik van cannabis. Op die manier kan deze vorm van drugsproductie en handel uit de criminaliteit worden gehaald. Nederland is hiermee nu nationaal aan het experimenten in tien steden. Cyrille Fijnaut is van oordeel dat dit het probleem slechts gedeeltelijk oplost. Aangezien de productie van cannabis in Nederland niet alleen voor de binnenlandse markt is, maar ook bedoeld is voor de export naar andere landen in Europa. Door dit gezamenlijk grensoverschrijdend te bespreken, kan een waterbedeffect worden voorkomen. Anders kan het legaliseren van cannabis leiden tot meer gebruik doordat het uit de illegaliteit is gehaald en hierdoor beter toegankelijk is voor een bredere doelgroep. Dit vraagt dan om een grotere inspanning op het terrein van preventie. Cyrille Fijnaut stelt dat er in Nederland veel inspanningen door de overheid worden geleverd om de drugscriminaliteit tegen te gaan. Desondanks wordt ons land overspoeld door drugs uit het buitenland en ons eigen land alle inspanningen ten spijt. Dit betekent niet dat de aanpak van de overheid overbodig is, maar dat simpelweg niet alles te voorkomen is. Dit betekent dat beheersen van de problematiek op dit moment het hoogst haalbare is.
Ondermijning en georganiseerde criminaliteit
Pieter Tops, bestuurskundige en lector Politie en Openbaar Bestuur aan de Politieacademie, schreef het boek De achterkant van Nederland en het boek Een ongetemde buurt. In zijn plenaire lezing ging hij in op welke manier georganiseerde criminaliteit de samenleving ondermijnt, hoe kan worden voorkomen dat de overheid onbedoeld criminele organisaties onbedoeld faciliteert en hoe vermenging tussen de onder- en bovenwereld kan worden voorkomen. Pieter Tops liet weten dat hij zich vooral zorgen maakt om de grote financiële opbrengsten die rond gaan in de georganiseerde criminaliteit. Dit brengt burgers in de verleiding om hier ook in te participeren. Pieter Tops en onderzoeksjournalist Jan Tromp deden op verzoek van burgemeester Femke Halsema een half jaar onderzoek naar drugscriminaliteit in Amsterdam. Ze schreven daarover het rapport: ‘De achterkant van Amsterdam’. En zoals verwacht: de problemen zijn groot, dus werk aan de winkel. Deze problematiek speelt niet alleen in Amsterdam, maar een heel Nederland. Het terugdringen van de ondermijnende drugscriminaliteit is intensief en vraagt om een integrale aanpak van criminele netwerken en een versterking van de strafrechtketen. Om ondermijning en georganiseerde criminaliteit tegen te gaan moeten gemeenten, politie, Openbaar Ministerie en de Belastingdienst opereren als een overheid en beter samenwerken met het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Daarnaast pleit Pieter Tops ook voor een verzwaring van de strafmaat. Detentie draagt niet perse bij aan het voorkomen van recidive maar stelt wel een norm voor ongewenst strafbaar gedrag. Daarnaast kunnen door kopstukken uit het criminele circuit in detentie te plaatsen, criminele netwerken (tijdelijk) gedeeltelijk worden ontmanteld. Tevens pleit Pieter Tops om goed te kijken naar de infrastructuur van Nederland. Deze maakt ons land niet alleen aantrekkelijk voor legale maar ook voor illegale economische activiteiten. Het gaat hierbij om ons land als distributieland vanwege de Haven in Rotterdam en Schiphol in Amsterdam en de financiële infrastructuur. Pieter Tops sluit zich aan bij Cyrille Fijnaut dat drugs een groot probleem is in Nederland en roept op voor een alternatieve aanpak van deze problematiek. Legalisering van de productie van cannabis vraagt echter niet om minder maar juist om meer toezicht en handhaving van de overheid. Gebeurt dit niet dan corrumpeert het legale systeem. Tot slot is Pieter Tops van oordeel dat de burgemeester geen crimefighter is, maar dat deze wel een belangrijke rol kan spelen bij het tegengaan van ondermijning en het opwerpen van barrières voor georganiseerde criminaliteit.
Integrale aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit
De laatste plenaire lezing werd verzorgd door Peter Noordanus, voorzitter van het Strategisch Beraad Ondermijning. Hij ging in op hoe kan worden gekomen tot een integrale aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit en op welke manier de strafrechtelijke, bestuurlijke en fiscale aanpak kan worden gecombineerd om de impact te vergroten. Daarnaast bestede Peter Noordanus aandacht aan grensoverschrijdend samenwerken op nationaal, regionaal en lokaal niveau aan de aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit. Tot slot kwam in zijn plenaire lezing aan bod hoe de gekozen interventiestrategie op strategisch/bestuurlijk niveau kan worden vertaald naar het tactisch en operationeel niveau.
Om de versteviging van de aanpak ondermijning verder vorm te geven, is begin 2018 het Strategisch Beraad Ondermijning in het leven geroepen. Hierin hebben landelijke, regionale en lokale partners zitting. Aan het landelijk overleg nemen in ieder geval politie, OM, VNG, regioburgemeesters, G40, belastingdienst, en de ministeries van BZK, JenV en Sociale Zaken deel. Ook de bijzondere opsporingsdiensten, de KMAR en de Raad voor de Rechtspraak doen mee. Peter Noordanus is onafhankelijk voorzitter van dit overleg. Doel is om een beweging in gang te zetten die de aanpak van ondermijning verstevigt op zowel lokaal, regionaal, landelijk als internationaal niveau. Het overleg gaat knelpunten in de aanpak identificeren, voorstellen voor oplossingen formuleren en deze agenderen bij de juiste stakeholders. Waar nodig zal het overleg met concrete handreikingen ondersteuning bieden. Daarnaast richt het overleg zich op het verzamelen van goede voorbeelden en het stimuleren van innovatie. Over de besteding van de extra middelen uit het regeerakkoord brengt het overleg advies uit. De deelnemers aan het Strategisch Beraad Ondermijning krijgen ondersteuning van een aanjaagteam.
Peter Noordanus staat in zijn plenaire lezing stil bij wat de gezamenlijke integrale aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit tot nu toe heeft opgeleverd. Van de 100 miljoen uit het ondermijningsfonds is 85 miljoen in de regio terechtgekomen. Tegelijkertijd zijn er meer plannen dan dat er budget beschikbaar is. Daarnaast is er nu sprake van incidenteel budget, terwijl structurele financiering voor de continuïteit van de gezamenlijke integrale aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit wenselijk is. Enkele speerpunten in de regio en op landelijk niveau zijn: aanpak van drugsproductie in agrarische gebouwen in het buitengebied, drugssmokkel via zeehavens en luchthavens, witwassen van gelden die verkregen zijn uit criminele activiteiten, ondermijning van kwetsbare branches en vitaliteit van bedrijventerreinen.
In zijn plenaire lezing spreekt Peter Noordanus de ambitie uit om in tien jaar de drugscriminaliteit te halveren. Wat is daarvoor nodig? Peter Noordanus pleit naast een repressieve voor een preventieve aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit. Dit vraagt om het maatschappelijk verankeren van de aanpak, bewustwording van de criminele kant van drugsgebruik en een vernieuwde wijkaanpak zoals het Nationaal Plan Rotterdam Zuid.
Wat te doen met 100 miljoen bij de aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit
Als de overheid honderd miljoen extra uittrekt, dan moet er wel wat aan de hand zijn. Vorig jaar ontstond een fonds van die omvang voor de aanpak van ondermijning. Veel geld… hoewel, als we Pieter Tops en Jan Tromp mogen geloven is het amper meer dan de straatwaarde van één jaar cocaïne gebruik in Amsterdam. En dat is dan nog maar een flinter van de problematiek. Ondermijning, dat is meer dan alleen de criminaliteit van een onderwereld waarin veel geld wordt verdiend. Het gaat ook over de manieren waarop die grootverdieners hun geld en invloed inzetten in de bovenwereld. En dat levert veel zichtbare effecten zoals afrekeningen in het criminele circuit en illegale dumpingen van afval van drugslaboratoria. Maar de onzichtbare effecten zijn veel ingrijpender, zoals de verwoesting van de levens van kinderen en jongeren die willens en wetens op een fout spoor worden gezet.
Gezamenlijke inzet
RONT Management Consultants verricht sinds twee jaar samen met de Politieacademie actieonderzoek naar de aanpak van ondermijning op Rotterdam Zuid. We vragen ons af hoe je kunt verantwoorden over de gezamenlijke inzet en over de effecten van de aanpak. In de sessie van RONT Management Consultant is het vertrekpunt de manier waarop samenwerkende professionals betekenis geven aan lokale situatie: “Wat is er aan de hand? Wat willen we niet op zijn beloop laten? En waarom? Wie hebben we daarbij nodig? En wat zijn de werkzame principes onder een mogelijke aanpak?” We vonden een manier om teams te helpen om een theorie van verandering te bouwen die richting geeft aan de aanpak. En die handvatten biedt voor rijker verantwoorden over het werk. Zo ondersteunen we de teams om hun werk zichtbaar te maken op een manier die burgers en partners mobiliseert, die het leerproces bevordert en die de kansen verhogen dat er tastbare resultaten worden gerealiseerd. Daarbij maken we een verantwoordingsbeeld waarmee teams zicht krijgen op de aanpak en de mogelijkheden om zich te verantwoorden.
Verantwoordingsbeeld
De aanpak met het verantwoordingsbeeld levert kracht van onder naar boven. Professionals uit verschillende disciplines geven samen betekenis aan hun werk en bepalen hun inzet. Daarover leggen ze verantwoording af. En ze nodigen bestuurders uit voor een dialoog over die inzet. Dat geeft verdieping en het wekt belangstelling voor de problemen zoals ze op straat worden ervaren. Op Rotterdam Zuid is veel mooi materiaal gemaakt voor zo’n rijkere manier van verantwoorden; filmpjes over het werk vanuit first person perspectief (met body cams van de politie), clickable PDF’s met een breed overzicht van de aanpak, toegankelijke leerdossiers die met drie muisklikken in drie seconde tonen waar het om gaat, een raadsbrief in de vorm van een infographic met bewegende beelden. We denken dat zulke vormen van rijker verantwoorden bijdragen aan goed werk. Met deze aanpak sluiten we aan bij de beeldcultuur van deze tijd en we gebruiken de mogelijkheden van social media om veel sneller en vaker zichtbaar te maken wat er gebeurt dan via de traditionele periodieke rapportages.
Rijker verantwoorden
Rijker verantwoorden is nu nog vooral ‘van binnen naar buiten werken’. We kiezen het perspectief van ‘veel professionals’ die samen betekenis geven aan hun werk en vandaaruit verantwoording afleggen aan veel bestuurders. Maar omgekeerde perspectieven zijn ook noodzakelijk. Er is het perspectief van ‘veel bestuurders’ die vanuit verschillende invalshoeken en vanuit de bevoegdheden van verschillende wetten en organisaties een samenhangend beleid moeten maken. En het perspectief van ‘veel managers’ die in de praktijk keuzen maken in de aansturing en prioritering van het werk. Verantwoording werkt, aldus Soe en Drechsler (2018) als de informatie die wordt gedeeld (1) betekenisvol is vanuit het perspectief van politiek, management en professionals, (2) als die informatie op een structurele manier wordt gedeeld en (3) als de besturing van de organisatie zo is ingericht dat die informatie daadwerkelijk wordt gebruikt. Met het verantwoordingsbeeld hebben we een mooie start om teams uit te nodigen om te tonen hoe ze hun opgave benoemen en aanpakken. Dat is waardevol. Maar we zijn er nog niet. Het doel van de beweging van rijker verantwoorden is om aansluiting te maken met alle niveaus. En een betekenisvolle dialoog tot stand te brengen die vanuit politiek, management en professionals betekenisvol en werkbaar is.
Kabinet investeert in de rechtspraak
Het kabinet investeert de komende jaren in de rechtspraak. Het geld is nodig om de financiële tekorten weg te werken en maakt het mogelijk dat de rechtspraak stappen zet om de organisatie en de kwaliteit van het werk te verbeteren.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.
Gerechtigheid staat op het spel
Minister Dekker: Je recht halen voelt pas als gerechtigheid als je niet jaren hoeft te wachten. En precies dat staat op het spel. Onze rechtspraak piept en kraakt. Dat kan zo niet langer. Met deze extra investering kan de rechtspraak weer zwarte cijfers schrijven en achterstanden wegwerken.
Gezonde financiële basis
Het extra geld dient ervoor om de huidige financiële problemen op te lossen. De problemen zijn voornamelijk ontstaan omdat de rechtspraak steeds minder zaken voorgelegd krijgt én omdat de digitalisering van de rechtspraak is vertraagd. Extra geld is er ook omdat zaken zwaarder zijn geworden. Naast het op orde krijgen van de financiële basis wordt de komende jaren ook verder geïnvesteerd in kwaliteitsverbetering.
Wegwerken van achterstanden en verkorten doorlooptijden
Dit geld stelt de rechtspraak in staat om in te zetten op het verbeteren van doorlooptijden. Ook het wegwerken van achterstanden, krijgt hoge prioriteit. Daarvoor gaat de rechtspraak allerlei acties ondernemen, zoals de inrichting van een flexpool van rechters, het overdragen van zaken aan andere gerechten en het landelijk stroomlijnen van werkprocessen.
Maatschappelijk effectieve rechtspraak
De rechtspraak voert al pilots en experimenten uit om de rechtspraak maatschappelijk effectiever te maken. Doel is om beter aan te sluiten bij wat mensen nodig hebben: niet altijd het doorhakken van een juridische knoop, maar zorgen dat er een oplossing van een probleem komt. De komende jaren zullen hierop verdere vorderingen worden gemaakt.
Betere besturing
Een andere verbetering zit in de organisatie van de rechtspraak. Dit is van belang om zaken die landelijk spelen, zoals de digitalisering en het maatschappelijk effectiever maken van de rechtspraak, goed te kunnen regelen. De Raad voor de rechtspraak gaat samen met de gerechtsbesturen zorgen dat op bepaalde belangrijke thema’s veel sneller besluiten kunnen worden genomen door een kleine groep gemandateerde bestuurders.
rechtspraak weer zwarte cijfers schrijven en achterstanden wegwerken.
Prinsjesdag: wat zijn de plannen van de regering voor een vrije, veilige en rechtvaardige samenleving?
In een sterke rechtsstaat beschermt een betrouwbare overheid tegen criminaliteit, willekeur en machtsmisbruik. Mensen moeten zich veilig voelen in huis, op straat, op internet en ook ten opzichte van de overheid. Daarom investeert de regering in 2020 verder in de pijlers van die rechtsstaat: effectieve opsporing, ook over onze grenzen heen, een krachtige, onafhankelijke rechtspraak en goed functionerende justitiële instanties. In totaal komt er via het Regeerakkoord dit jaar 449 miljoen beschikbaar voor Justitie en Veiligheid.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants.
Zorg voor de rechtsstaat
De Nederlandse rechtspraak staat hoog aangeschreven, maar verschillende rapporten hebben laten zien dat het functioneren van de rechtspraak onder flinke druk staat. Door de financiële tekorten bij de sector op te lossen, kan de rechterlijke organisatie een grote stap voorwaarts maken in de modernisering van de rechtspraak. Hiervoor is in nieuwe afspraken met de Raad voor de Rechtspraak (het zgn. prijsakkoord) jaarlijks ongeveer 95 miljoen euro beschikbaar gekomen. De financiële basis komt hiermee op orde. Dat stelt de rechtspraak in staat om de doorlooptijden te verbeteren en het wegwerken van achterstanden hoge prioriteit te geven. Er zal een flexpool van rechters komen, het wordt mogelijk zaken aan andere gerechten over te dragen en de werkprocessen worden landelijk gestroomlijnd. Daarnaast kan zal ook uitvoering worden gegeven aan het basisplan digitalisering en in 2020 starten met de daadwerkelijke digitalisering van zaakstromen in het civiele recht en het bestuursrecht.
Optimale hulp en ondersteuning
Mensen moeten optimaal hulp en ondersteuning krijgen om gebruik te kunnen maken van de rechten en waarborgen die onze rechtsstaat biedt. Daarom wordt het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand herzien. Mensen worden beter geïnformeerd over hun rechten en er worden rechtshulppakketten ontwikkeld, waarvoor mensen met de laagste inkomens alleen een eigen bijdrage betalen. Voor de herziening van de rechtsbijstand is in 2020 13 miljoen euro vrijgemaakt. Daarnaast is er bij de Raad voor Rechtsbijstand 10 miljoen euro beschikbaar in de vorm van een innovatievoorziening. Sluitstuk van de stelselwijziging is een wetsvoorstel waarmee de hervormingen doorgevoerd worden.
Aanpak van ondermijning met focus op drugshandel, criminele geldstromen en mensenhandel
Ondermijnende criminaliteit bedreigt onze samenleving en vraagt om meer urgentie en een stevigere aanpak van de overheid. Voor de aanpak van ondermijning is structureel 10 miljoen euro en een ondermijningsfonds van 100 miljoen beschikbaar. De aanpak van ondermijning vraagt een meerjarige aanpak, deze middelen worden dan ook gespreid ingezet. In 2020 wordt de aanpak van ondermijning met een focus op drugshandel en criminele geldstromen verder versterkt. Een pakket aan anti-ondermijningswetgeving staat in de steigers. Zo komt er een wetsvoorstel waardoor burgemeesters woningen kunnen sluiten als er op het pand is geschoten of als er wapens zijn aangetroffen. Ook komen meer middelen vrij voor het afpakken van crimineel vermogen en de aanpak van witwassen. Het infecteren van de legale economie met crimineel geld wordt hard aangepakt. Bijzondere aandacht binnen de aanpak van georganiseerde criminaliteit is er voor mensenhandel.
Een veilige samenleving
Nieuwe vormen van criminaliteit vragen om nieuwe vormen van opsporing. Dat betekent forse investeringen in de politie; 291 miljoen uit het regeerakkoord voor uitbreiding en flexibilisering, innovatie en de toe- en uitrusting van politiemensen. Vanwege de verwachte uitstroom van oudere agenten en de krapper wordende arbeidsmarkt, vraagt de uitbreiding van het aantal agenten extra aandacht. In 2020 stijgen de lonen voor politiemedewerkers en worden programma’s voor verbetering van loopbaanperspectief en veilig en gezond werken doorgezet. Komend jaar worden voorbereidingen voor een nieuwe cao gestart.
Bestrijding van terrorisme en bescherming van nationale veiligheidsbelangen
Onze nationale veiligheidsbelangen zijn onderhevig aan veranderende dreigingen. De bestrijding van terrorisme eist blijvend onze aandacht. Tegelijkertijd zien we de digitale dreiging vanuit kwaadwillende landen toenemen. Via digitale spionage, verstoring en sabotage proberen zij onze welvaart, stabiliteit en openheid te ondermijnen. Dit zorgelijke dreigingsbeeld vraagt een structurele verhoging van onze (digitale) weerbaarheid. Het komend jaar wordt er scherper toezicht en regie gevoerd op het nemen van weerbaarheidsmaatregelen door vitale bedrijven en organisaties.
Aanpak van cybercrime
Online seksueel kindermisbruik is één van de meest verwoestende vormen van criminaliteit. Het internet zou vrij moeten zijn van kinderporno. Foute internetbedrijven die laks zijn met het verwijderen van kinderporno worden voortaan beboet. Hiervoor is een wetsvoorstel in de maak. Ook worden nieuwe instrumenten zoals de hashcheck server, waarmee kinderporno wordt herkend en verwijderd, verder uitgebouwd en toegepast.
Minder illegaliteit en snellere terugkeer
Maatschappelijk draagvlak voor een rechtvaardig en evenwichtig migratiebeleid valt of staat bij zorgvuldige procedures en beperking van overlast. Iedereen moet zich aan de regels houden. Het terugdringen van doorlooptijden bij de afhandeling van asielverzoeken is een belangrijke opgave. Stapeling van asielaanvragen wordt tegengegaan door herhaalde aanvragen sneller te behandelen en eerder af te doen. Om dit mogelijk te maken trekt het kabinet in 2020 134 miljoen uit en wordt daar bovenop nog eens structureel 65 miljoen extra geïnvesteerd. Er wordt scherper onderscheid gemaakt in de asielprocedure tussen asielzoekers die wel en niet kans maken op rechtmatig verblijf, waarna direct werk kan worden gemaakt van integratie, dan wel terugkeer. Wie wordt afgewezen moet het land verlaten. Het ministerie werkt aan afspraken met herkomstlanden over het terugnemen van eigen onderdanen. De opvangcapaciteit wordt flexibel gemaakt, zodat efficiënter wordt meebewogen bij een grotere of verminderde instroom. De disproportionele overlast door een beperkte groep vreemdelingen wordt onverkort hard aangepakt, waarbij steeds wordt gekeken of aanvullende maatregelen noodzakelijk en mogelijk zijn.



