Veiligheidsinzet Irak tot en met 2021
Nederland heeft de brede veiligheidsinzet in Irak tot en met eind 2021 verlengd. Over de nadere invulling van die inzet is de Tweede Kamer geïnformeerd. De verlenging zelf werd al in juni dit jaar aangekondigd.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.
Veiligheidssector versterken
De verlenging houdt onder meer in dat zo’n 60 Nederlandse militairen ook de komende twee jaar trainingen aan Koerdische en Iraakse militairen geven in de Koerdistan Autonome Regio (Noord-Irak) en Bagdad. Nederland is daar actief om te helpen de Iraakse veiligheidssector te versterken. Dat moet helpen voorkomen dat organisaties als ISIS weer de kop op steken in het land.
Training, advies en ondersteuning
Naast de trainingen door de krijgsmacht blijft Nederland actief in de NAVO-missie in Irak (NMI) met een bijdrage tot ongeveer 20 militaire en civiele experts. NMI adviseert het Iraakse ministerie van Defensie en militaire opleidingsinstituten. Ook blijft Nederland bijdragen aan de EU Advisory Mission, die het Iraakse ministerie van Binnenlandse Zaken ondersteunt. Ten slotte gaan Nederlandse militaire en civiele experts het Ministry of Peshmerga Affairs in Erbil van advies voorzien, om ook in de Koerdische regio een bijdrage aan de veiligheid te blijven leveren.
Mandaat voor Nederlandse bijdrage verlengd
In juni liet het Kabinet al weten dat het mandaat voor de Nederlandse bijdrage werd verlengd tot en met 31 december 2021. De Nederlandse inzet in Irak blijft erop gericht, in het kader van de internationale rechtsorde, een bijdrage te leveren aan het beschermen van de burgerbevolking en aan het voorkomen van verder oplopende spanningen.
Rijker Verantwoorden
Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van onveiligheid en het voorkomen van spanningen in de gemeenschap met als gevolg maatschappelijke onrust. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van onveiligheid.
Vergunningplicht voor prostituees en exploitanten van seksbedrijven
Er komt een wettelijke, uniforme vergunningplicht voor alle prostituees en exploitanten van seksbedrijven om de seksbranche te reguleren en mensenhandel te bestrijden. Prostituees zonder vergunning zijn in overtreding. Dit geldt ook voor exploitanten die zonder de juiste papieren een seksbedrijf leiden. Daarnaast wordt de klant strafbaar die gebruik maakt van illegale prostitutie.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.
Pooierverbod
Verder komt er een pooierverbod. Het wordt strafbaar om uit winstbejag behulpzaam te zijn bij illegale prostitutie. Daarbij valt te denken aan het verrichten van vervoersdiensten, bodyguardwerkzaamheden en kamerverhuur voor illegale prostitutie. Een en ander staat in een wetsvoorstel van staatssecretaris Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid) dat recent in consultatie is gegaan en dat een scherpere scheiding maakt tussen legale (met vergunning) en illegale prostitutie (zonder vergunning).
Regeerakkoord
De maatregelen vloeien voort uit het regeerakkoord. Het kabinet wil de maatschappelijke positie van prostituees en andere sekswerkers verbeteren, zodat zij minder kwetsbaar zijn. Mensen die in de seksbranche werken, moeten dat veilig kunnen doen. Daarom moeten misstanden als dwang en uitbuiting worden bestreden. Heldere, uniforme regels helpen daarbij. Dit bevordert niet alleen een effectieve handhaving, maar voorkomt ook dat (malafide) exploitanten uitwijken naar gemeenten met lichtere vergunningsvoorwaarden.
Seksbranche
Broekers-Knol heeft een branche voor ogen waarin mensen werken die ten minste 21 jaar oud zijn, geen slachtoffer zijn van gedwongen prostitutie en die zich naar verwachting kunnen redden in de wereld van de seksuele dienstverlening. Ook moeten zij ingelicht zijn over de risico’s van het werk en weten waar kennis en hulp beschikbaar is om hun beroep zo veilig en gezond mogelijk te kunnen uitoefenen, dan wel om te kunnen stoppen.
Vergunningplicht
Straks vallen alle vormen van bedrijfsmatige, seksuele dienstverlening onder de vergunningplicht. Er is nu te weinig zicht op niet-vergunde bedrijven, de escortbranche en zelfstandig werkende prostituees (thuisprostitutie), waardoor misstanden zich kunnen verplaatsen. Ook blijkt dat zelfstandig werkende prostituees hun klanten steeds meer werven via internet en sociale media. Een trend die de komende jaren zal toenemen, zo is de verwachting. Daar moet toezicht en handhaving op komen.
Voorwaarden
Om in aanmerking te komen voor een vergunning moeten prostituees 21 jaar of ouder zijn. Ook wordt in een zogeheten vergunninggesprek vastgesteld of zij voldoende zelfredzaam zijn om het beroep veilig te kunnen uitoefenen. De prostituee moet in staat zijn om zaken zelf te regelen en aan bijvoorbeeld klant of exploitant duidelijk maken wat zij wel of niet wil. Daarnaast moet de prostituee over een telefoon beschikken die zij tijdens het werk bij zich heeft, zodat zij bij nood hulp kan vragen. Verder wordt de vergunning geweigerd als het ernstige vermoeden bestaat dat er sprake is van gedwongen prostitutie.
Vergunninggesprek
Een beperkt aantal gemeenten (tussen de 12 en 18) wordt aangewezen om de vergunning te verlenen. Reden hiervoor is dat het vergunninggesprek specifieke expertise vereist waarvoor gemeentelijke ambtenaren moeten worden opgeleid. Ook is het belangrijk dat met dit soort gesprekken ervaring wordt opgedaan. Dat lukt niet als het aantal gemeenten te groot is, omdat er dan niet regelmatig aanvragen worden behandeld.
Persoonsgebonden
De vergunning is persoonsgebonden, heeft een uniek nummer en is in het hele land geldig. Prostituees kunnen kiezen in welke van de aangewezen gemeenten zij een vergunning aanvragen. Dat hoeft dus niet in de eigen gemeente te zijn. Ook is de vergunning niet gebonden aan een locatie, de prostituee kiest zelf waar zij gaat werken in Nederland.
Landelijke registers
Om toezicht en handhaving mogelijk te maken, worden de prostitutievergunningen opgenomen in een landelijk register. Alleen daartoe bevoegde toezichthouders mogen dit register raadplegen – en alleen als dat noodzakelijk is. Vanwege de privacy van de prostituees gelden er zeer strenge veiligheidseisen. Exploitanten, klanten en faciliteerders hebben er belang bij te weten of een prostituee beschikt over een geldige prostitutievergunning, omdat het risico bestaat dat zij zich inlaten met illegale prostitutie. Straks kunnen zij via een hit/no hit-systeem nagaan of het door een prostituee opgegeven nummer hoort bij een geldige vergunning. Ook komt er een landelijk register waarin alle verleende vergunningen voor seksbedrijven staan. Iedereen kan in het register nagaan of een seksbedrijf over een vergunning beschikt.
Falende aanpak van drugscriminaliteit in Mexico
Enige tijd geleden was ik op reis in Mexico dat veel te lijden heeft onder de aanwezigheid van drugskartels.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning.
Drugsimperium
Pablo Escobar bouwde een imperium op rond de handel in cocaïne, die uit dichtbeboste gebieden uit ondermeer Colombia kwam en werd doorgevoerd naar de Verenigde Staten en Europa. Het Medellinkartel controleerde een wijdvertakt productie- en handelsnetwerk waar vele Colombianen een goed inkomen aan verdienden. Na de val van het imperium van Pablo Escobar namen drugskartels uit Mexico (een deel van) de drugshandel over.
Leidende rol in cocaïnehandel
De Mexicaanse drugsbaron Joaquín Guzmán Loera, bekend als El Chapo, pakte de leidende rol in de cocaïnehandel. Tijdens zijn dagen als drugsbaron controleerde hij ongeveer een kwart van de cocaïne die de VS in ging. Hij werd vanaf 1993 verschillende keren opgepakt waarna hij weer ontsnapte (met hulp van corrupte overheidsfunctionarissen). Nadat hij in 2016 opnieuw werd opgepakt werd hij uitgeleverd aan de VS waar hij in de rechtbank in New York uiteindelijk werd veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.
Onder de radar
El Chapo stond jarenlang bovenaan de Amerikaanse opsporingslijst. Hij smokkelde drugs via zeehavens, tunnels, vrachtwagens en vliegtuigen. Hij kocht politici om en liet tegenstanders koelbloedig omleggen. Hij werd beroemd en berucht door zijn Sinaloa-kartel te transformeren tot een wereldwijde operatie. Datzelfde kartel gaat op dezelfde voet verder nu El Chapo in detentie zit, onder leiding van zijn zoon Ovidio Guzmán, een van de leiders van het Sinaloa-drugskartel.
Groeiende problematiek
Het Sinaloa-kartel is actief in meer dan vijftig landen, waaronder Nederland. In Europa en in de VS is er een enorme afzetmarkt. Drugsdealers blijven actief zolang de vraag naar drugs blijft bestaan en het niet wordt gedecriminaliseerd of gelegaliseerd. Met alle gevolgen van dien waaronder tienduizenden moorden in Mexico. Het allergrootste probleem is dat er nauwelijks een alternatief is voor de drugscriminaliteit. Door het vele geweld als gevolg van de drugshandel zijn veel buitenlandse bedrijven uit Mexico vertrokken. Het gevolg is toenemende werkloosheid waardoor (nog meer) Mexicanen al dan niet gedwongen in de drugscriminaliteit terechtkomen.
Aanhouding door Mexicaanse veiligheidstroepen
Ovidio Guzmán werd recent in de noordelijk gelegen stad Culiacán in de staat Sinaloa aangehouden door Mexicaanse veiligheidstroepen. De VS hadden de Mexicanen vorig jaar om uitlevering van Ovidio gevraagd, op verdenking van het vervoeren van cocaïne, marihuana en amfetaminen. Volgens de Mexicaanse autoriteiten betraden 35 agenten het huis waar Ovidio zich samen met drie anderen bevond. Tientallen zwaar bewapende handlangers van de bendeleider omsingelden daarop de woning en openden het vuur op de politietroepen. Ze namen ook een aantal agenten in gijzeling. Tegelijkertijd zorgde het kartel voor chaos en bloedvergieten in grote delen van de stad. Gemaskerde mannen met zware wapens wierpen brandende blokkades op, namen bezit van kruispunten en tolkantoortjes. Op diverse plaatsen ontstonden vuurgevechten met de politie. Verspreid over de stad lagen slachtoffers op straat, sommigen in plassen bloed. Diverse voertuigen gingen in vlammen op.
Gevangenisopstand
Ook vond er een gevangenisopstand plaats, waarbij gedetineerden bewakers hun wapen afhandig maakten. Twee bewakers werden gegijzeld en later bevrijd door de politie. 56 gevangenen wisten uit te breken. Het Sinaloakartel nam verder verschillende soldaten in gijzeling en viel ook het complex aan waar de soldaten en hun families verblijven.
Golf van geweld
Gedurende de golf van geweld vielen acht doden, waarvan vijf bendeleden, één lid van de Nationale Garde, een burger en een gedetineerde. Daarnaast raakten zeven leden van de veiligheidstroepen gewond. Ook vielen onder de bevolking meer dan 20 gewonden. Een dag later waren nog de sporen te zien van wat zich een dag eerder had afgespeeld. Straten in Culiacán, een stad van meer dan 800 duizend inwoners, waren nog altijd versperd met brandende auto’s. Scholen bleven dicht en enkele overheidsinstellingen vroeg medewerkers thuis te blijven. Het openbaar vervoer functioneerde nauwelijks. Op straat patrouilleerden tientallen militairen van het Mexicaanse leger.
Vrijlating
De geweldsuitbraak was reden voor het veiligheidskabinet van de regering om Guzmán kort na zijn aanhouding weer vrij te laten. “De arrestatie van één crimineel kan niet meer waard zijn dan mensenlevens”, aldus president Andrés Manuel López Obrador op een persconferentie. “Het veiligheidskabinet heeft de beslissing genomen en ik steun die. We willen geen doden. We willen geen oorlog.”
Aanpak mislukt
De oorlog tegen drugs in Mexico is mislukt. De hoop was dat met een harde aanpak een drugsvrije wereld kon worden gecreëerd. Maar de manier waarop dit werd gedaan, was niet productief en werkte zelfs averechts. Door het toenemende geweld als gevolg van de drugsoorlog zijn burgers het vertrouwen in de overheid verloren en is diezelfde overheid de grip op de drugsbendes kwijtgeraakt.
Rijker Verantwoorden
Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Het creëren van draagvlak onder meer onder de bevolking is essentieel om de aanpak te laten slagen, met name wanneer er tussentijds enkele tegenslagen zijn. Dit is een belangrijke les van de aanpak van drugscriminaliteit in Mexico. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra de methodiek Rijker Verantwoorden bij de verantwoording van hun aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.
Kabinet zet in op transparantie in strategie tegen desinformatie
Het kabinet heeft een strategie tegen desinformatie uitgebracht. Deze strategie is gericht op preventie, het verstevigen van de informatiepositie en (zo nodig) reactie. De nadruk ligt op preventieve acties. Zo laat minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties weten aan de Tweede Kamer. Het toenemende belang van internet als toegankelijke informatiebron betekent dat desinformatie zich gemakkelijker kan verspreiden dan voorheen. Het kabinet vindt het van belang dat burgers in staat zijn om zelf informatie op waarde te schatten. Het kabinet zet zich daarom in voor meer transparantie over de herkomst van informatie.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding integraal toezichthouder handhaving.
Aard van dreiging
De aard van de dreiging van desinformatie blijft zich ontwikkelen. Er is sprake van kleinere, meer lokale operaties die lastiger te detecteren zijn. De manieren om desinformatie te verspreiden worden steeds geavanceerder en ook betaalbaarder. Daardoor wordt het ook voor niet-statelijke actoren steeds gemakkelijker om desinformatie te verspreiden en zo het publieke debat te misleiden. Een voorbeeld hiervan zijn antivaccinatiecampagnes op online platforms.
Transparantie
Internetdiensten zoals Facebook, Google en Twitter spelen een essentiële rol in het tegengaan van desinformatie. Hun beleid moet passen binnen het fundamentele recht op vrijheid van meningsuiting en binnen een open internet. Het kabinet is voorstander van meer transparantie en overweegt of, in aanvulling op de zelfregulering, wettelijke regels de transparantie kunnen afdwingen. De komende maanden wordt het gesprek met de Europese Commissie en EU-lidstaten gevoerd hoe dat in het licht van de bestaande gedragscode over desinformatie vorm zou kunnen krijgen. Zelfregulering blijft daarbij vertrekpunt. Ook wordt gekeken of er een transparantieverplichting rondom politieke advertenties geplaatst door politieke partijen moet komen vergelijkbaar met de plicht om giften en schulden te publiceren zoals is vastgelegd in de Wet financiering politieke partijen.
Bewustwording
Om de bewustwording over desinformatie te vergroten heeft de campagne Mediawijsheid gelopen. Het kabinet wil de bewustwording onderbrengen in bestaande netwerken. In overleg met het ministerie van OCW wordt een subsidie verleend aan het Netwerk Mediawijsheid om initiatieven te ontplooien voor het verder bevorderen van mediawijsheid onder (jong)volwassenen in het kader van desinformatie/nepnieuws.
Rijker Verantwoorden
Communicatie speelt een belangrijke rol om de bewustwording over desinformatie te bevorderen. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan tegengewicht worden geboden aan desinformatie.
Blokhuis onderneemt actie tegen taboe seksuele oriëntatie jongeren
Staatssecretaris Paul Blokhuis onderneemt actie om het taboe onder jongeren te doorbreken om over hun seksuele oriëntatie te praten. Jongeren die het gevoel hebben dat zij homo, lesbisch, bi, non-binair of transgender zijn, denken vier tot vijf keer vaker aan suïcide dan hun heteroseksuele leeftijdsgenoten. Daarom vraagt de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op Coming-Outdag op twee manieren aandacht voor dit probleem en onderneemt hij actie om het taboe rond dit onderwerp te verbreken.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de opleiding procesregisseur personen met verward gedrag.
Voorkomen van suïcidale gedachten
“Door over je zoektocht en onzekerheden te praten tijdens het ontdekken van je seksuele oriëntatie kunnen we levens redden. Jongeren die erachter komen dat ze misschien niet heteroseksueel zijn, kunnen het gevoel hebben er niet bij te horen. We kunnen het voor jongeren die hiermee worstelen makkelijker maken door er met elkaar over te praten. Daarmee voorkom je negatieve gedachten en kan er ook sneller actie ondernomen worden als er bijvoorbeeld suïcidale gedachten zijn”, zegt staatssecretaris Blokhuis.
Campagne #kweetnie
Om het onderwerp makkelijker bespreekbaar te maken, worden jongeren op social media onder de hashtag #kweetnie bereikt met de boodschap dat het niet erg is om te twijfelen over je seksuele oriëntatie. Bekende influencers zoals Jessie Maya en Rutger Vink vertellen op Instagram onder die hashtag bijvoorbeeld hun verhaal, en ze vertellen dat het niet erg is om nog niet te weten wie je bent of wat je voelt. Ook gaan ze in gesprek door jongeren te vragen waar zij mee zitten.
Website iedereenisanders.nl
Daarnaast is de website www.iedereenisanders.nl vernieuwd. Met persoonlijke verhalen over hoe het is om op zoek te zijn naar je seksuele oriëntatie biedt de site begrip en feitelijke informatie. Het is een platform waarop ze anoniem kunnen zoeken en ervaringen delen. Zonder de angst om veroordeeld te worden door hun omgeving. Op de website staan verder tips, informatie en verhalen van andere LHBTI’s, zodat jongeren de herkenning en erkenning krijgen om zichzelf te accepteren en te beseffen dat zij niet alleen staan.
Rol voor ouders
De vernieuwde website bevat ook een gedeelte voor ouders. Hier staan onder andere tips over hoe ouders het gesprek met hun kind kunnen aangaan en hoe zij hun kind kunnen steunen. Uit onderzoek van het ministerie van VWS blijkt dat zeven op de tien ouders al met hun kind praat over seksuele oriëntatie. In het onderzoek “Bespreekbaarheid LHBTI” blijkt dat moeders het gesprek hierover vaker aanknopen met hun kind dan vaders, met respectievelijk 77 procent tegen 65 procent. Genderidentiteit is minder vaak onderwerp van gesprek. 45 procent van de ouders zegt over zichzelf daarover gesprekken te voeren met hun kind. De vernieuwde website www.iedereenisanders.nl is één van de acties die landelijk worden ingezet vanuit Movisie, 113 Zelfmoordpreventie, COC Nederland en het ministerie van VWS. Deze acties hebben als doel om de acceptatie van seksuele diversiteit en daarmee het welzijn van LHBTI-jongeren te bevorderen. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met het ministerie van OCW (emancipatie) en de LHBTI-jongeren zelf.
Rijker Verantwoorden
Communicatie speelt een belangrijke rol bij het bevorderen van de bewustwording bij jongeren om over hun seksuele oriëntatie te praten. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan tegengewicht worden geboden aan taboes op seksuele oriëntatie onder jongeren.
Meldkamer 112 krijgt ruime voldoende
Burgers in acute noodsituaties ervaren het contact met de meldkamer via het alarmnummer 112 als zeer positief. De waardering ligt ruim boven de 8. Mensen hebben duidelijk waardering voor hoe het melden bij het alarmnummer 112 verloopt. Dit blijkt uit onderzoek dat in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid is verricht.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.
Onderzoek meldkamer
Voor het onderzoek ‘Melden via 112’ is met experts gesproken, met mensen met een communicatieve beperking en met burgers die ervaring hadden met het doen van een noodmelding. Het ministerie wilde weten hoe mensen in acute nood het beste geholpen kunnen worden door de hulpdiensten. En welke aanpassingen nodig zijn in de werkwijze op de meldkamer voor het verwerken van de meldingen. Dit laatste ook met het oog op technologische ontwikkelingen die burgers (in de toekomst) gaan gebruiken om hulpdiensten in te schakelen.
Essentiële basisvoorwaarden voor goede hulp
Snel en adequaat bepalen wat de juiste hulp is en voldoende empathie tonen noemen burgers en experts als essentiële basisvoorwaarden voor goede hulp door de meldkamer. Burgers vinden locatiebepaling tijdens het melden vanzelfsprekend. Ze gaan er eigenlijk van uit dat de locatie van de melder bekend is. Verder geven zij aan een ‘noodknop’ op mobiel of tablet te willen.
Locatiebepaling en app
Automatische locatiebepaling van de melder is op Androidtelefoons (met minimaal versie 4.0) en op iPhones (met minimaal iOS versie 13) ingevoerd. Verwacht wordt dat apps een grotere rol gaan spelen voor het melden van noodsituaties. Vooral voor burgers die niet kunnen spreken of die ongemerkt willen melden dat zij in gevaar zijn. Een speciale 112-app is in ontwikkeling. Daarnaast verwacht men dat eCall (auto belt automatisch de meldkamer na een ongeluk) een grotere rol gaat spelen bij het melden van een acuut noodgeval, gezien de Europese verplichting sinds 1 april 2018 voor nieuwe modellen personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen.
Geen aanleiding om werkprocessen te veranderen
De conclusies geven volgens het onderzoek geen aanleiding om de werkprocessen bij het melden van burgers van noodsituaties wezenlijk te veranderen. De wensen en ideeën van burgers lopen parallel met de huidige ontwikkelingen in de meldkamer: implementatie van automatische locatiebepaling en ontwikkeling van een 112-app, inclusief een noodknopfunctie.
Grapperhaus onderschrijft Inspectierapport Hümeyra
Recent heeft minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid het Inspectierapport naar de aanpak van de stalking van Hümeyra door Bekir E. naar de Tweede Kamer gestuurd, mede namens ministers Dekker (Rechtsbescherming) en De Jonge (VWS). De conclusie van de Inspectie is dat de aanpak van de stalking ernstig tekort is geschoten.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de training casus- en procesregie op zorg en veiligheid.
Onderzoek naar handelen van betrokken instanties
Op 18 december 2018 werd de zestienjarige Hümeyra doodgeschoten bij haar school in Rotterdam. Haar ex-vriend Bekir E., die haar stalkte, wordt hiervoor vervolgd. De Inspectie van Justitie en Veiligheid heeft vervolgens onderzoek gedaan naar het handelen van de betrokken instanties. Het Inspectierapport laat zien dat politie, Reclassering Nederland, Veilig Thuis, het Zorg- en Veiligheidshuis en Openbaar Ministerie onvoldoende aandacht hadden voor de bescherming van Hümeyra. De risico’s werden niet goed ingeschat. Er was een contactverbod, maar dat kon haar stalker herhaaldelijk schenden, zonder dat dit voor hem consequenties had. Er werd onvoldoende samengewerkt tussen de betrokken instanties en regie ontbrak. Volgens de Inspectie heeft Slachtofferhulp Nederland als enige organisatie nadrukkelijk oog gehad voor de aanhoudende inbreuk door Bekir E. op het leven van Hümeyra.
Zorg voor herkenning, overzicht, communicatie en oog voor het slachtoffer
Minister Grapperhaus onderschrijft de conclusie en aanbevelingen van de Inspectie. “Alle betrokken partijen moeten van deze zaak leren. Dat zijn wij aan Hümeyra, haar nabestaanden en de samenleving verplicht.” Het rapport bevestigt de noodzaak om bestaande verbeterplannen voor de strafrechtketen en in de hulpverlening met de grootst mogelijke spoed en urgentie door te voeren in de dagelijkse praktijk. Deze werkwijze sluit ook aan op de aanbevelingen van de Inspectie: zorg voor herkenning, overzicht, communicatie en oog voor het slachtoffer.
Stevigere aanpak van stalking
Aanvullend hierop worden maatregelen ingevoerd die medio 2020 worden geëvalueerd door de Inspectie. De maatregelen moeten leiden tot een betere herkenning van stalking en het risico daarvan, effectievere veiligheidsmaatregelen voor slachtoffers en een stevigere aanpak van stalkers. Bij iedere aangifte van ex-partnerstalking moet het screeningsinstrument gebruikt worden om direct het risiconiveau te bepalen. Als hier een hoog risico uitkomt, moet de politie direct contact opnemen met OM en Veilig Thuis om veiligheidsmaatregelen te treffen voor het slachtoffer. Ook komt er een zoekmachine die gevallen die niet direct als stalking worden herkend in kaart brengt. Dit is een lijst met potentiele ex-partnerstalkingzaken en kan na een melding of aangifte worden uitgelezen, waardoor het alsnog als stalking kan worden herkend en de juiste acties worden ingezet.
Adequaat reageren
Na herkenning en veiligheidsbeoordeling van een stalking is het van belang om snel te reageren op nieuwe informatie. Binnen het politiebasisteam van het gebied waar het slachtoffer woont zal een casusregisseur het overzicht en regie hebben in de zaak, aanspreekpunt zijn voor collega’s en ketenpartners, en bijsturen en opschalen waar nodig. De overlegtafel (ZSM-tafel) waar dagelijks politie, Reclassering, Slachtofferhulp, OM en eventueel Veilig Thuis samenkomen, wordt de vaste plek waar organisatie-overstijgende regie op een stalkingszaak wordt vormgegeven en bewaakt. Daarnaast krijgt Slachtofferhulp een escalatiemogelijkheid om ernstige zorgen over de veiligheid van slachtoffers direct te delen met vaste contactpersonen bij politie, Reclassering en OM.
Casusregie
Casusregie is de sturing op de gezamenlijke aanpak in een specifieke casus waar sprake is van stalking. Een casusregisseur fungeert als centrale professional en als vast aanspreekpunt voor de betrokkene. Hij zorgt voor coördinatie van de uitvoering van een gezamenlijk afgesproken aanpak en schakelt waar nodig andere partijen in. Als de casus vastloopt rapporteert de casusregisseur aan de procesregisseur en vraagt een nieuwe bespreking in het casusoverleg aan.
Eerder en steviger optreden
Politie en OM gaan eerder en steviger optreden als een stalker een contact-, locatieverbod of andere opgelegde voorwaarden overtreedt. Het is belangrijk dat daders de consequenties van hun gedrag eerder ervaren. De Reclassering zal bij hoog-risicogevallen van ex-partnerstalking altijd de inzet van een enkelband overwegen. Ook worden beschermingsbevelen zichtbaar voor de meldkamers, zodat agenten op straat hier bij een acute melding van weten.
Geen taakstraf meer bij geweld tegen politieagenten en hulpverleners
Er kan straks geen taakstraf meer worden opgelegd bij geweld tegen personen met een publieke taak. Dit betekent dat plegers van geweld tegen politieagenten en hulpverleners zoals ambulancebroeders en brandweermensen zwaarder worden gestraft.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.
Wetsvoorstel
Dit blijkt uit een wetsvoorstel van de ministers Dekker (voor Rechtsbescherming) en Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) dat recent in consultatie is gegaan. De maatregel is een uitbreiding van het bestaande taakstrafverbod dat vooral betrekking heeft op ernstige geweld -en zedenmisdrijven.
Onaanvaardbaar
Geweld tegen politieagenten en hulpverleners is onaanvaardbaar. Zij handhaven de orde, treden op onder gevaarlijke omstandigheden en verlenen hulp aan mensen in nood. Niet zelden staan zij mensen bij die in acuut levensbedreigende situaties verkeren. Dat geweld moet stevig worden aangepakt en daar past geen taakstraf bij.
Passende reactie
Politieagenten en hulpverleners komen in de uitoefening van hun taken regelmatig met geweld in aanraking. Zij hebben niet de mogelijkheid een stap terug te doen en zichzelf in veiligheid te brengen omdat hun werk juist handelend optreden vereist. Geweld tegen personen met een publieke taak vraagt om een passende reactie. Daarom zal in plaats van of in combinatie met een taakstraf, altijd een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf worden opgelegd.
Snel en streng straffen
De maatregel van de ministers sluit aan bij het huidige strafrechtelijk beleid om geweldplegers tegen werknemers met een publieke taak snel en streng te straffen. Zo wordt voorrang gegeven aan de opsporing en vervolging van verdachten. Ook mogen daders eerder voorlopig vast worden gezet, waardoor snelrecht en supersnelrecht mogelijk is. De strafeisen van het openbaar ministerie zijn daarbij drie keer zo hoog als in andere geweldszaken.
Rijker Verantwoorden
Communicatie speelt een belangrijke rol om de bewustwording over geweld tegen politieagenten en hulpverleners te bevorderen. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden vraagt om het onderhouden van de relatie met tal van stakeholders. Kort samengevat gaat het om publiek, politiek, partners en de eigen organisatie. In al die relaties is het van belang om zichtbaar te maken wat je doet en daaraan ook betekenis te geven. Op deze manier kan tegengewicht worden geboden aan geweld tegen politieagenten en hulpverleners.
Dekker informeert Tweede Kamer over voortgang maatregelen forensische zorg
Dit voorjaar zijn er naar aanleiding van de kritische onderzoeken naar het detentieverloop van Michael P. verschillende maatregelen genomen in de forensische zorg. Daarnaast heeft minister Dekker (Rechtsbescherming) in juni aangekondigd een Programma Forensische Zorg in te richten.Recent informeerde de minister de Tweede Kamer over de voortgang van deze maatregelen en het programma Forensische Zorg.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de opleiding coördinator nazorg ex-gedetineerden.
Forensische zorg
Dekker: “Forensische zorg levert een belangrijke bijdrage aan een veilig Nederland. De kans dat een gedetineerde met een stoornis na zijn straf weer de fout in gaat, is mét behandeling kleiner, dan zónder behandeling. Maar het kan op onderdelen beter. We hebben inmiddels flinke stappen gezet door bijvoorbeeld de informatie-uitwisseling en risico-inschatting te verbeteren. Met het Programma Forensische Zorg leggen we samen met de sector een nieuw fundament onder het stelsel.”
Programma Forensische Zorg
Om direct en gestructureerd aan de slag te kunnen met de belangrijkste uitdagingen binnen de sector is het Programma Forensische Zorg gestart. Dit Programma gaat o.a. aan de slag met de verdere implementatie van de verbetermaatregelen. Daarnaast moderniseert het Programma samen met de sector en de samenleving de visie op de forensische zorg. Hierbij wordt opnieuw gekeken naar de balans tussen veiligheid en zorg. Ook ontwikkelt het Programma kwaliteitsnormen om de kwaliteit van de forensische zorg een verdere impuls te geven. Veiligheid krijgt hierbij een belangrijke rol. Verder gaat het Programma aan de slag om de regie in de keten te versterken, waarbij rollen en taken nog duidelijker worden voor alle betrokken partijen.
Informatie-uitwisseling
Informatie-uitwisseling was een van de grootste knelpunten binnen de sector. Dit is verbeterd. Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om ook zonder toestemming van de gedetineerde gegevens uit het penitentiaire dossier te delen met de instelling voor forensische zorg waar een gedetineerde wordt geplaatst. Met het Besluit forensische zorg is sinds eind juni meer informatiedeling verplicht. Om dit ook in de praktijk te realiseren is samen met DJI, GGZ Nederland, reclasseringsorganisaties en andere ketenpartners vanuit het Programma Forensische Zorg het project ‘informatie-uitwisseling’ gestart. Zodat er geen misverstanden meer bestaan over de verplichting tot het delen van informatie.
Delictanalyse en risicotaxatie
Verder bleek er te weinig zicht op de risico’s die gepaard gingen met uitplaatsing naar een forensische kliniek en de vrijheden die in dat kader werden toegekend. In mei liet Dekker al weten dat sinds eind maart veroordeelden van ernstige gewelds- of zedenmisdrijven daarom niet meer worden uitgeplaatst zonder dat daar een delictanalyse en risicotaxatie aan vooraf is gegaan. Dat ligt nu ook vast in regelgeving. Op dit moment worden psychologen die werkzaam zijn in de penitentiaire inrichtingen bijgeschoold om delictanalyses en risicotaxaties af te nemen. Eind dit jaar moet dit zijn afgerond. Vanwege het ontbreken van de benodigde deskundigheid voor risicotaxatie en delictanalyse kwamen er tijdelijk geen gedetineerden uit de doelgroep ernstig geweld en zeden meer in aanmerking voor uitplaatsing. Dit is nu opgelost, onder andere door externe krachten in te huren.
Voorkomen van recidive
Forensische zorg moet bijdragen aan een veilige en delict vrije terugkeer van ex-gedetineerden in de samenleving. Om de samenleving te beschermen tegen maatschappelijke overlast en criminaliteit, moet zoveel mogelijk worden voorkomen dat zij na hun straf in herhaling vallen. Dit betekent dat ex-gedetineerden zich vanaf het begin van hun vrijheidsbeneming actief dienen voor te bereiden op hun terugkeer in de samenleving opdat recidive kan worden voorkomen. De gezamenlijke maatschappelijke opgave van DJI, GGZ Nederland en reclasseringsorganisaties is om samen te werken aan een succesvolle re-integratie van ex-gedetineerden om hen optimaal voor te bereiden op een terugkeer naar de maatschappij door vroegtijdig en waar nodig en mogelijk de inzet te bundelen en andere ketenpartners vanuit het Programma Forensische Zorg hierbij te betrekken. Bij aanvang van de vrijheidsneming wordt samen met de ex-gedetineerden en de betrokken ketenpartners een persoonsgericht re-integratieplan opgesteld waarin concrete gedragsdoelen en afspraken over onder meer werk, huisvesting en schuldsanering. Zo is voor alle netwerkpartners duidelijk wat de ex-gedetineerde te doen staat en welke begeleiding daarbij nodig is, rekening houdend met zijn of haar specifieke mogelijkheden en beperkingen.
Procesregie
Om ketenpartners succesvol te laten samenwerken en fouten in het proces te voorkomen is regie onontbeerlijk. Procesregie is het organiseren van de samenwerking tussen alle ketenpartners en het onderhouden van het netwerk. Doel is om te komen tot een plan van aanpak waarin alle interventies op elkaar worden afgestemd. De procesregisseur is voorzitter van het gezamenlijk overleg waarin de waarin de voortgang van de casuïstiek wordt besproken en desgewenst wordt bijgestuurd (indien nodig en mogelijk).
Breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit
Het kabinet zet een breed offensief in tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Er wordt ingezet op versterking van de aanpak van de criminele (drugs)industrie en het weerbaarder maken van de samenleving tegen het gif van crimineel geld, bedreigingen, intimidaties en liquidaties waardoor ondermijning dreigt. Met de recente moord op de advocaat Wiersum is wederom een grens overschreden. We moeten opkomen voor onze rechtsstaat en de integriteit van onze open samenleving.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en docent op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning.
Combinatie van repressieve en preventieve maatregelen
Het kabinet heeft bij zijn aantreden de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit geïntensiveerd met onder meer de 100 miljoen euro in het anti-ondermijningsfonds en wetgeving. Het offensief wordt nu verbreed en versterkt met een combinatie van repressieve en preventieve maatregelen en extra investeringen. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid komt in het voorjaar van 2020 met een uitgewerkt plan met focus op: oprollen, afpakken en voorkomen.
Oprollen
Er wordt gewerkt aan de inrichting van een Multidisciplinair Interventie Team (MIT) bij de landelijke eenheid van de politie dat kan schakelen op verschillende niveaus: lokaal, regionaal, landelijk, verder binnen ons Koninkrijk en internationaal. Het interventieteam bestaat uit verschillende specialisten op het gebied van intelligence en digitale, internationale en financiële opsporing van onder meer de politie, FIOD en Koninklijke Marechaussee. Hierbij worden de mogelijkheden van informatiedeling waar nodig vergroot.
Afpakken
Het MIT zet in op het afbreken van machtsposities van criminele kopstukken en hun facilitators, het verstoren van ondermijnende bedrijfsprocessen en opwerpen van barrières voor misbruik van de legale economie en infrastructuur. De aanpak is intelligence gedreven en gericht op het blootleggen van criminele geldstromen en het afpakken van crimineel vermogen. Hierbij wordt meer samengewerkt met private partijen, zoals branches en bedrijven. Voor het operationeel krijgen van het team specialisten wordt ingezet op versnelde opleiding en werving.
Voorkomen
Er wordt geïnvesteerd in bewaken en beveiligen. Vertegenwoordigers van de rechtsstaat – rechters, officieren van justitie en advocaten – moeten hun werk zonder beperking of angst kunnen blijven doen. Hierbij is ook een weerbaar (lokaal) bestuur nodig. Een stevige aanpak van nietsontziende criminelen roept weerstand op. Voor de weerbaarheid van kwetsbare beroepsgroepen moet daarom structureel aandacht zijn.
Om te verhinderen dat kwetsbare personen worden geïntimideerd en/of verleid om af te glijden naar criminaliteit, werkt minister Grapperhaus samen met betrokken ambtscollega’s van BZK, OCW, VWS en SZW. In de preventieve aanpak wordt gebiedsgericht gewerkt langs de sporen onderwijs, werken, wonen en veiligheid, zoals afgelopen jaren ook in Rotterdam-Zuid is gebeurd. De departementen en lokale partijen werken samen om onze economie en wijken weerbaarder te maken en kwetsbare jongeren te behoeden voor het criminele pad.
Rijker Verantwoorden
Communicatie vormt een steeds belangrijker onderdeel van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Rijker Verantwoorden is een instrument dat door RONT Management Consultants is ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie in opdracht van de Politie. Rijker Verantwoorden kan helpen bij het mobiliseren van stakeholders, het gezamenlijk leren uit ervaringen, het realiseren van breed gedragen oplossingen en het legitimeren van de gehanteerde aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Inmiddels gebruikt het merendeel van de Regionale Informatie en Expertise Centra de methodiek bij de verantwoording van hun aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit richting stakeholders.



