Maximumstraf voor aantal delicten omhoog

Een wetsvoorstel van minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) om veelvoorkomende criminaliteit effectiever te bestrijden, is recent door de Eerste Kamer als hamerstuk afgedaan. De minister verhoogt de maximumstraf van enkele delicten; ook gaat hij wraakporno steviger aanpakken. De nieuwe wetgeving treedt naar verwachting op 1 januari 2020 in werking. Met het wetsvoorstel geeft de minister geeft uitvoering aan het Regeerakkoord en toezeggingen aan de Kamer.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Grapperhaus: De grenzen tussen wat in Nederland wel en niet geoorloofd gedrag is, moeten helder zijn. Criminaliteit tast de rechtsstaat aan en leidt tot onveilige gevoelens. Daarom moet de overheid effectief kunnen reageren.

Deelname criminele organisatie

De maximumstraf voor deelname aan een criminele organisatie gaat omhoog. Van zes naar tien jaar gevangenisstraf, als de organisatie zich schuldig maakt aan zeer ernstige misdrijven, zoals moord, ontvoering en handel in harddrugs. Ook de handel in en het bezit van automatische vuurwapens en zware explosieven, zoals handgranaten wordt zwaarder bestraft. Hiervoor gaat de gevangenisstraf naar maximaal acht jaar. Dit is van belang voor de aanpak van ondermijning.

Misbruik seksueel beeldmateriaal

De minister stelt misbruik van seksueel beeldmateriaal apart strafbaar. Daders kunnen een gevangenisstraf tegemoet zien van maximaal twee jaar. De maatregel is bedoeld om (onder meer) wraakporno hard aan te pakken. Bij wraakporno gaat het om het openbaar maken van seksueel beeldmateriaal van iemand in het bewustzijn dat die openbaarmaking nadelig voor die persoon kan zijn. Daarnaast is het zonder toestemming vervaardigen van seksueel beeldmateriaal strafbaar, zoals het stiekem op straat filmen onder een rok. Dat geldt ook voor het in bezit hebben van die beelden en het verspreiden ervan.

Aanzetten tot geweld, haat en discriminatie

Verder gaat het strafmaximum voor het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld op grond van een discriminatoir motief omhoog van één naar twee jaar. De minister wil een duidelijke grens trekken bij dit soort uitlatingen die niet alleen bij slachtoffers gevoelens van onveiligheid veroorzaken, maar ook kunnen leiden tot tweespalt in de samenleving.

Kindermishandeling

Slachtoffers van kindermishandeling verkeren vaak in een kwetsbare positie, omdat zij zich moeilijk kunnen onttrekken aan de mishandeling. Daarom wordt de verjaringstermijn verlengd. Nu gaat die nog in op de dag nadat de mishandeling is gepleegd; straks wordt dat de dag nadat het slachtoffer 18 jaar is geworden. Dit voorkomt dat als het slachtoffer naar buiten treedt en aangifte wil doen, de mishandeling al verjaard is. Verder gaat de maximumstraf met een derde omhoog, als er sprake is van stelselmatige mishandeling. Dat geldt ook voor mishandeling door iemand die werkt in een zorginstelling, internaat, op scholen en in de buitenschoolse opvang.

Hinderen hulpverleners

Tot slot gaat de maximumstraf voor het hinderen van hulpverleners omhoog van één naar drie maanden. Het komt met regelmaat voor dat agenten, ambulancemedewerkers en brandweerlieden te maken krijgen met agressief gedrag van burgers. Nieuw is ook dat het voor de strafbaarheid straks niet meer uitmaakt waar het hinderen van hulpverleners gebeurt. Nu is dat nog beperkt tot de openbare weg.


Locatie bij bellen 112 nauwkeuriger bepaald

iPhone-gebruikers die vanaf vandaag de nieuwste versie van het besturingssysteem (iOS13) installeren op hun mobiele telefoon, hebben daarmee ook de techniek Advanced Mobile Location (AML) op hun telefoon beschikbaar. Als zij 112 bellen om hulpdiensten in te schakelen, kan hun locatie nauwkeuriger bepaald worden. Begin dit jaar is AML al in gebruik genomen voor Androidtelefoons.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en voorzitter van de adviesraad veiligheid van het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid.

Als je 112 belt met je mobiele telefoon, dan krijgt de medewerker van de landelijke 112-centrale je locatiegegevens en mobiele gegevens te zien. Je locatie wordt bepaald door de locatie van de zendmast waarmee je mobiele telefoon is verbonden. Aanvullend daarop vraagt de medewerker van de meldkamer je locatie om te controleren of deze goed ontvangen is. Met AML wordt tijdens het gesprek een of meerdere sms-berichten met je locatie naar de centralist gezonden. Ook als de locatievoorzieningen op je telefoon uit staan. Hiervoor wordt wifi, gps en andere sensoren in je mobiele telefoon gebruikt. AML werkt alleen zo lang je 112 belt, daarna schakelt het zichzelf uit. Je hoeft voor AML niets extra te doen. AML zorgt ervoor dat de centralist van de meldkamer sneller de juiste hulp kan sturen naar de juiste plek. Dat kan een groot verschil maken als je gewond bent en niet meer duidelijk kunt maken waar je bent, of dat niet weet.


Terugblik congres Ondermijning & Georganiseerde Criminaliteit

Op 18 september 2019 vond de vierde editie van het congres Ondermijning & Georganiseerde Criminaliteit plaats in de LocHall in Tilburg, die werd geleid door dagvoorzitter Xander Beenhakkers, hoofd toezicht en handhaving bij de gemeente Almere. RONT Management Consultants was ook aanwezig op het congres om opgedane kennis en ervaringen uit te wisselen met ervaringsdeskundigen en experts werkzaam bij de overheid, wetenschap en het bedrijfsleven over de aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en spreker op het congres Ondermijning & Georganiseerde Criminaliteit.

Voedingsbodem van georganiseerde criminaliteit

Het congres werd geopend door Theo Weterings, burgemeester van de gemeente Tilburg, voorzitter van de commissie bestuur en veiligheid bij de VNG en co voorzitter van de Taskforce Brabant Zeeland. Theo Weterings stond in zijn plenaire opening stil bij het belang van de aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit. Hij wees hierbij op de recente liquidatie van een advocaat van een kroongetuige rond een proces van justitie in het kader van de aanpak van georganiseerde criminaliteit. Theo Weterings riep in zijn lezing op om aandacht te besteden aan de voedingsbodem voor georganiseerde criminaliteit. Zijn boodschap is om aanwezig te zijn in buurten en wijken met behulp van scholen en woningcorporaties om erbij te zijn voordat het te laat is. Op deze manier kunnen dominante sociale structuren worden doorbroken en de instroom van jongeren in het criminele circuit worden voorkomen. Dit betekent ook nadenken over de samenstelling van buurten en wijken en voorkomen dat criminele netwerken daar de dienst uit maken en bewoners laten meeprofiteren van hun criminele activiteiten.

Bestuurlijke preventieve aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit

Ondermijning tast de democratische rechtstaat aan, dat raakt ons allemaal. Chris Kuijpers, directeur-generaal Bestuur Ruimte en Wonen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, ging in zijn plenaire lezing in op hoe met behulp van interbestuurlijke samenwerking de weerbaarheid kan worden vergroot, hoe misbruik van overheidsvoorzieningen voor investeringen van crimineel vermogen en het ontplooien van criminele activiteiten kan worden voorkomen en welke barrières kunnen worden opgeworpen om het criminele vestigingsklimaat te verslechteren. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties is verantwoordelijk voor een goed verloop van verkiezingen en heeft als taak om inmenging van criminelen in de Nederlandse politiek te voorkomen. Dit betekent investeren in een weerbaar bestuur. Politieke ambtsdragers moeten van onbesproken gedrag zijn en vrij van verdenkingen. Tegelijkertijd moeten politieke ambtsdragers ook worden beschermd tegen intimidatie, agressie en geweld afkomstig van criminele netwerken om de democratische rechtstaat te ondermijnen.

De City Deal Zicht op Ondermijning is een samenwerking tussen de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Tilburg en Utrecht, het Centraal Bureau voor de Statistiek, de Nationale Politie, het Openbaar Ministerie, de Belastingdienst en de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Justitie en Veiligheid en Financiën. Het komt voort uit het interbestuurlijke programma Agenda Stad en uit het Programma Bestuur en Veiligheid van BZK dat zich onder andere richt op versterking van de positie van het lokaal bestuur bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Steden, Rijksoverheid, de Europese Commissie, maatschappelijke partners en het bedrijfsleven werken hiermee samen aan het versterken van groei, leefbaarheid en innovatie in het Nederlandse en Europese stedennetwerk.

De integrale aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit waarbij opsporingsdiensten met het lokaal bestuur gezamenlijk optrekken als één overheid wordt elk jaar intensiever. Met de City Deal Zicht op Ondermijning willen de samenwerkende overheden onderliggende patronen van ondermijnende criminaliteit beter zichtbaar maken aan de hand van verschillende informatiebronnen in combinatie met nieuwe data-analysemethoden. Het gaat dus niet om het opsporen van individuele gevallen, maar het leggen van verbanden. Aan de basis hiervan ligt informatie die al aanwezig is bij het CBS, die vervolgens verrijkt wordt met aanvullende data van overheden en andere betrokken partijen. Dit gebeurt binnen de wettelijke kaders voor privacybescherming. In de eerdergenoemde vijf gemeenten zijn projecten opgestart die aansluiten bij lokale of regionale problematiek. De gekozen thema’s zijn ‘drugscriminaliteit’, ‘integriteit financiële stromen en vastgoedfraude’. De uitkomsten van de data-analyses uit de verschillende projecten zullen worden gebruikt om te komen tot effectievere (preventie)strategieën en om de aanpak beter te kunnen toespitsen op kwetsbare maatschappelijke sectoren of beleidsterreinen. De uitkomsten van de data analyses worden vertaald naar een leefbaarheid barometer die door gemeenten kan worden gebruikt bij een gebiedsgerichte aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit. Op wijkniveau kan worden bezien waar eventuele risico’s zich voordoen, zodat hier preventief op kan worden geanticipeerd.

Aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit

Cyrille Fijnaut, criminoloog en hoogleraar rechtsvergelijking aan de Universiteit van Tilburg, ging in zijn plenaire lezing in op de aanpak van drugscriminaliteit. In het verleden ging het met name om de import van drugs uit het buitenland naar Nederland en de distributie naar omliggende landen. In het heden is Nederland ook een belangrijk productieland van drugs geworden. Hierdoor is de impact van de georganiseerde criminaliteit veel groter geworden. Het gehele productieproces en de distributie hiervan dat zich afspeelt in de onderwereld is verweven geraakt met de bovenwereld. Cyrille Fijnaut pleit in zijn plenaire lezing voor een meervoudige aanpak van de ondermijning en georganiseerde criminaliteit. Enerzijds het sluiten van locaties waar drugs wordt geproduceerd en anderzijds het investeren in maatschappelijke weerbaarheid tegen ondermijning. Hij sluit hierbij aan op de boodschap van Theo Weterings, burgemeester van de gemeente Tilburg, om als overheid aanwezig te zijn in kwetsbare wijken. Op deze manier kunnen barrières worden opgeworpen tegen criminele activiteiten die de samenleving ondermijnen. Cyrille Fijnaut stelt voor om op Europees niveau na denken over het legaliseren van het recreatief gebruik van cannabis. Op die manier kan deze vorm van drugsproductie en handel uit de criminaliteit worden gehaald. Nederland is hiermee nu nationaal aan het experimenten in tien steden. Cyrille Fijnaut is van oordeel dat dit het probleem slechts gedeeltelijk oplost. Aangezien de productie van cannabis in Nederland niet alleen voor de binnenlandse markt is, maar ook bedoeld is voor de export naar andere landen in Europa. Door dit gezamenlijk grensoverschrijdend te bespreken, kan een waterbedeffect worden voorkomen. Anders kan het legaliseren van cannabis leiden tot meer gebruik doordat het uit de illegaliteit is gehaald en hierdoor beter toegankelijk is voor een bredere doelgroep. Dit vraagt dan om een grotere inspanning op het terrein van preventie. Cyrille Fijnaut stelt dat er in Nederland veel inspanningen door de overheid worden geleverd om de drugscriminaliteit tegen te gaan. Desondanks wordt ons land overspoeld door drugs uit het buitenland en ons eigen land alle inspanningen ten spijt. Dit betekent niet dat de aanpak van de overheid overbodig is, maar dat simpelweg niet alles te voorkomen is. Dit betekent dat beheersen van de problematiek op dit moment het hoogst haalbare is.

Ondermijning en georganiseerde criminaliteit

Pieter Tops, bestuurskundige en lector Politie en Openbaar Bestuur aan de Politieacademie, schreef het boek De achterkant van Nederland en het boek Een ongetemde buurt. In zijn plenaire lezing ging hij in op welke manier georganiseerde criminaliteit de samenleving ondermijnt, hoe kan worden voorkomen dat de overheid onbedoeld criminele organisaties onbedoeld faciliteert en hoe vermenging tussen de onder- en bovenwereld kan worden voorkomen. Pieter Tops liet weten dat hij zich vooral zorgen maakt om de grote financiële opbrengsten die rond gaan in de georganiseerde criminaliteit. Dit brengt burgers in de verleiding om hier ook in te participeren. Pieter Tops en onderzoeksjournalist Jan Tromp deden op verzoek van burgemeester Femke Halsema een half jaar onderzoek naar drugscriminaliteit in Amsterdam. Ze schreven daarover het rapport: ‘De achterkant van Amsterdam’. En zoals verwacht: de problemen zijn groot, dus werk aan de winkel. Deze problematiek speelt niet alleen in Amsterdam, maar een heel Nederland. Het terugdringen van de ondermijnende drugscriminaliteit is intensief en vraagt om een integrale aanpak van criminele netwerken en een versterking van de strafrechtketen. Om ondermijning en georganiseerde criminaliteit tegen te gaan moeten gemeenten, politie, Openbaar Ministerie en de Belastingdienst opereren als een overheid en beter samenwerken met het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Daarnaast pleit Pieter Tops ook voor een verzwaring van de strafmaat. Detentie draagt niet perse bij aan het voorkomen van recidive maar stelt wel een norm voor ongewenst strafbaar gedrag. Daarnaast kunnen door kopstukken uit het criminele circuit in detentie te plaatsen, criminele netwerken (tijdelijk) gedeeltelijk worden ontmanteld. Tevens pleit Pieter Tops om goed te kijken naar de infrastructuur van Nederland. Deze maakt ons land niet alleen aantrekkelijk voor legale maar ook voor illegale economische activiteiten. Het gaat hierbij om ons land als distributieland vanwege de Haven in Rotterdam en Schiphol in Amsterdam en de financiële infrastructuur. Pieter Tops sluit zich aan bij Cyrille Fijnaut dat drugs een groot probleem is in Nederland en roept op voor een alternatieve aanpak van deze problematiek. Legalisering van de productie van cannabis vraagt echter niet om minder maar juist om meer toezicht en handhaving van de overheid. Gebeurt dit niet dan corrumpeert het legale systeem. Tot slot is Pieter Tops van oordeel dat de burgemeester geen crimefighter is, maar dat deze wel een belangrijke rol kan spelen bij het tegengaan van ondermijning en het opwerpen van barrières voor georganiseerde criminaliteit.

Integrale aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit

De laatste plenaire lezing werd verzorgd door Peter Noordanus, voorzitter van het Strategisch Beraad Ondermijning. Hij ging in op hoe kan worden gekomen tot een integrale aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit en op welke manier de strafrechtelijke, bestuurlijke en fiscale aanpak kan worden gecombineerd om de impact te vergroten. Daarnaast bestede Peter Noordanus aandacht aan grensoverschrijdend samenwerken op nationaal, regionaal en lokaal niveau aan de aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit. Tot slot kwam in zijn plenaire lezing aan bod hoe de gekozen interventiestrategie op strategisch/bestuurlijk niveau kan worden vertaald naar het tactisch en operationeel niveau.

Om de versteviging van de aanpak ondermijning verder vorm te geven, is begin 2018 het Strategisch Beraad Ondermijning in het leven geroepen. Hierin hebben landelijke, regionale en lokale partners zitting. Aan het landelijk overleg nemen in ieder geval politie, OM, VNG, regioburgemeesters, G40, belastingdienst, en de ministeries van BZK, JenV en Sociale Zaken deel. Ook de bijzondere opsporingsdiensten, de KMAR en de Raad voor de Rechtspraak doen mee. Peter Noordanus is onafhankelijk voorzitter van dit overleg. Doel is om een beweging in gang te zetten die de aanpak van ondermijning verstevigt op zowel lokaal, regionaal, landelijk als internationaal niveau. Het overleg gaat knelpunten in de aanpak identificeren, voorstellen voor oplossingen formuleren en deze agenderen bij de juiste stakeholders. Waar nodig zal het overleg met concrete handreikingen ondersteuning bieden. Daarnaast richt het overleg zich op het verzamelen van goede voorbeelden en het stimuleren van innovatie. Over de besteding van de extra middelen uit het regeerakkoord brengt het overleg advies uit. De deelnemers aan het Strategisch Beraad Ondermijning krijgen ondersteuning van een aanjaagteam.

Peter Noordanus staat in zijn plenaire lezing stil bij wat de gezamenlijke integrale aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit tot nu toe heeft opgeleverd. Van de 100 miljoen uit het ondermijningsfonds is 85 miljoen in de regio terechtgekomen. Tegelijkertijd zijn er meer plannen dan dat er budget beschikbaar is. Daarnaast is er nu sprake van incidenteel budget, terwijl structurele financiering voor de continuïteit van de gezamenlijke integrale aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit wenselijk is. Enkele speerpunten in de regio en op landelijk niveau zijn: aanpak van drugsproductie in agrarische gebouwen in het buitengebied, drugssmokkel via zeehavens en luchthavens, witwassen van gelden die verkregen zijn uit criminele activiteiten, ondermijning van kwetsbare branches en vitaliteit van bedrijventerreinen.

In zijn plenaire lezing spreekt Peter Noordanus de ambitie uit om in tien jaar de drugscriminaliteit te halveren. Wat is daarvoor nodig? Peter Noordanus pleit naast een repressieve voor een preventieve aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit. Dit vraagt om het maatschappelijk verankeren van de aanpak, bewustwording van de criminele kant van drugsgebruik en een vernieuwde wijkaanpak zoals het Nationaal Plan Rotterdam Zuid.

Wat te doen met 100 miljoen bij de aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit

Als de overheid honderd miljoen extra uittrekt, dan moet er wel wat aan de hand zijn. Vorig jaar ontstond een fonds van die omvang voor de aanpak van ondermijning. Veel geld… hoewel, als we Pieter Tops en Jan Tromp mogen geloven is het amper meer dan de straatwaarde van één jaar cocaïne gebruik in Amsterdam. En dat is dan nog maar een flinter van de problematiek. Ondermijning, dat is meer dan alleen de criminaliteit van een onderwereld waarin veel geld wordt verdiend. Het gaat ook over de manieren waarop die grootverdieners hun geld en invloed inzetten in de bovenwereld. En dat levert veel zichtbare effecten zoals afrekeningen in het criminele circuit en illegale dumpingen van afval van drugslaboratoria. Maar de onzichtbare effecten zijn veel ingrijpender, zoals de verwoesting van de levens van kinderen en jongeren die willens en wetens op een fout spoor worden gezet.

Gezamenlijke inzet

RONT Management Consultants verricht sinds twee jaar samen met de Politieacademie actieonderzoek naar de aanpak van ondermijning op Rotterdam Zuid. We vragen ons af hoe je kunt verantwoorden over de gezamenlijke inzet en over de effecten van de aanpak. In de sessie van RONT Management Consultant is het vertrekpunt de manier waarop samenwerkende professionals betekenis geven aan lokale situatie: “Wat is er aan de hand? Wat willen we niet op zijn beloop laten? En waarom? Wie hebben we daarbij nodig? En wat zijn de werkzame principes onder een mogelijke aanpak?” We vonden een manier om teams te helpen om een theorie van verandering te bouwen die richting geeft aan de aanpak. En die handvatten biedt voor rijker verantwoorden over het werk. Zo ondersteunen we de teams om hun werk zichtbaar te maken op een manier die burgers en partners mobiliseert, die het leerproces bevordert en die de kansen verhogen dat er tastbare resultaten worden gerealiseerd. Daarbij maken we een verantwoordingsbeeld waarmee teams zicht krijgen op de aanpak en de mogelijkheden om zich te verantwoorden.

Verantwoordingsbeeld

De aanpak met het verantwoordingsbeeld levert kracht van onder naar boven. Professionals uit verschillende disciplines geven samen betekenis aan hun werk en bepalen hun inzet. Daarover leggen ze verantwoording af. En ze nodigen bestuurders uit voor een dialoog over die inzet. Dat geeft verdieping en het wekt belangstelling voor de problemen zoals ze op straat worden ervaren. Op Rotterdam Zuid is veel mooi materiaal gemaakt voor zo’n rijkere manier van verantwoorden; filmpjes over het werk vanuit first person perspectief (met body cams van de politie), clickable PDF’s met een breed overzicht van de aanpak, toegankelijke leerdossiers die met drie muisklikken in drie seconde tonen waar het om gaat, een raadsbrief in de vorm van een infographic met bewegende beelden. We denken dat zulke vormen van rijker verantwoorden bijdragen aan goed werk. Met deze aanpak sluiten we aan bij de beeldcultuur van deze tijd en we gebruiken de mogelijkheden van social media om veel sneller en vaker zichtbaar te maken wat er gebeurt dan via de traditionele periodieke rapportages.

Rijker verantwoorden

Rijker verantwoorden is nu nog vooral ‘van binnen naar buiten werken’. We kiezen het perspectief van ‘veel professionals’ die samen betekenis geven aan hun werk en vandaaruit verantwoording afleggen aan veel bestuurders. Maar omgekeerde perspectieven zijn ook noodzakelijk. Er is het perspectief van ‘veel bestuurders’ die vanuit verschillende invalshoeken en vanuit de bevoegdheden van verschillende wetten en organisaties een samenhangend beleid moeten maken. En het perspectief van ‘veel managers’ die in de praktijk keuzen maken in de aansturing en prioritering van het werk. Verantwoording werkt, aldus Soe en Drechsler (2018) als de informatie die wordt gedeeld (1) betekenisvol is vanuit het perspectief van politiek, management en professionals, (2) als die informatie op een structurele manier wordt gedeeld en (3) als de besturing van de organisatie zo is ingericht dat die informatie daadwerkelijk wordt gebruikt. Met het verantwoordingsbeeld hebben we een mooie start om teams uit te nodigen om te tonen hoe ze hun opgave benoemen en aanpakken. Dat is waardevol. Maar we zijn er nog niet. Het doel van de beweging van rijker verantwoorden is om aansluiting te maken met alle niveaus. En een betekenisvolle dialoog tot stand te brengen die vanuit politiek, management en professionals betekenisvol en werkbaar is.


Kabinet investeert in de rechtspraak

Het kabinet investeert de komende jaren in de rechtspraak. Het geld is nodig om de financiële tekorten weg te werken en maakt het mogelijk dat de rechtspraak stappen zet om de organisatie en de kwaliteit van het werk te verbeteren.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving.

Gerechtigheid staat op het spel

Minister Dekker: Je recht halen voelt pas als gerechtigheid als je niet jaren hoeft te wachten. En precies dat staat op het spel. Onze rechtspraak piept en kraakt. Dat kan zo niet langer. Met deze extra investering kan de rechtspraak weer zwarte cijfers schrijven en achterstanden wegwerken.

Gezonde financiële basis

Het extra geld dient ervoor om de huidige financiële problemen op te lossen. De problemen zijn voornamelijk ontstaan omdat de rechtspraak steeds minder zaken voorgelegd krijgt én omdat de digitalisering van de rechtspraak is vertraagd. Extra geld is er ook omdat zaken zwaarder zijn geworden. Naast het op orde krijgen van de financiële basis wordt de komende jaren ook verder geïnvesteerd in kwaliteitsverbetering.

Wegwerken van achterstanden en verkorten doorlooptijden

Dit geld stelt de rechtspraak in staat om in te zetten op het verbeteren van doorlooptijden. Ook het wegwerken van achterstanden, krijgt hoge prioriteit. Daarvoor gaat de rechtspraak allerlei acties ondernemen, zoals de inrichting van een flexpool van rechters, het overdragen van zaken aan andere gerechten en het landelijk stroomlijnen van werkprocessen.

Maatschappelijk effectieve rechtspraak

De rechtspraak voert al pilots en experimenten uit om de rechtspraak maatschappelijk effectiever te maken. Doel is om beter aan te sluiten bij wat mensen nodig hebben: niet altijd het doorhakken van een juridische knoop, maar zorgen dat er een oplossing van een probleem komt. De komende jaren zullen hierop verdere vorderingen worden gemaakt.

Betere besturing

Een andere verbetering zit in de organisatie van de rechtspraak. Dit is van belang om zaken die landelijk spelen, zoals de digitalisering en het maatschappelijk effectiever maken van de rechtspraak, goed te kunnen regelen. De Raad voor de rechtspraak gaat samen met de gerechtsbesturen zorgen dat op bepaalde belangrijke thema’s veel sneller besluiten kunnen worden genomen door een kleine groep gemandateerde bestuurders.

rechtspraak weer zwarte cijfers schrijven en achterstanden wegwerken.


Prinsjesdag: wat zijn de plannen van de regering voor een vrije, veilige en rechtvaardige samenleving?

In een sterke rechtsstaat beschermt een betrouwbare overheid tegen criminaliteit, willekeur en machtsmisbruik. Mensen moeten zich veilig voelen in huis, op straat, op internet en ook ten opzichte van de overheid. Daarom investeert de regering in 2020 verder in de pijlers van die rechtsstaat: effectieve opsporing, ook over onze grenzen heen, een krachtige, onafhankelijke rechtspraak en goed functionerende justitiële instanties. In totaal komt er via het Regeerakkoord dit jaar 449 miljoen beschikbaar voor Justitie en Veiligheid.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants.

Zorg voor de rechtsstaat

De Nederlandse rechtspraak staat hoog aangeschreven, maar verschillende rapporten hebben laten zien dat het functioneren van de rechtspraak onder flinke druk staat. Door de financiële tekorten bij de sector op te lossen, kan de rechterlijke organisatie een grote stap voorwaarts maken in de modernisering van de rechtspraak. Hiervoor is in nieuwe afspraken met de Raad voor de Rechtspraak (het zgn. prijsakkoord) jaarlijks ongeveer 95 miljoen euro beschikbaar gekomen. De financiële basis komt hiermee op orde. Dat stelt de rechtspraak in staat om de doorlooptijden te verbeteren en het wegwerken van achterstanden hoge prioriteit te geven. Er zal een flexpool van rechters komen, het wordt mogelijk zaken aan andere gerechten over te dragen en de werkprocessen worden landelijk gestroomlijnd. Daarnaast kan zal ook uitvoering worden gegeven aan het basisplan digitalisering en in 2020 starten met de daadwerkelijke digitalisering van zaakstromen in het civiele recht en het bestuursrecht.

Optimale hulp en ondersteuning

Mensen moeten optimaal hulp en ondersteuning krijgen om gebruik te kunnen maken van de rechten en waarborgen die onze rechtsstaat biedt. Daarom wordt het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand herzien. Mensen worden beter geïnformeerd over hun rechten en er worden rechtshulppakketten ontwikkeld, waarvoor mensen met de laagste inkomens alleen een eigen bijdrage betalen. Voor de herziening van de rechtsbijstand is in 2020 13 miljoen euro vrijgemaakt. Daarnaast is er bij de Raad voor Rechtsbijstand 10 miljoen euro beschikbaar in de vorm van een innovatievoorziening. Sluitstuk van de stelselwijziging is een wetsvoorstel waarmee de hervormingen doorgevoerd worden.

Aanpak van ondermijning met focus op drugshandel, criminele geldstromen en mensenhandel

Ondermijnende criminaliteit bedreigt onze samenleving en vraagt om meer urgentie en een stevigere aanpak van de overheid. Voor de aanpak van ondermijning is structureel 10 miljoen euro en een ondermijningsfonds van 100 miljoen beschikbaar. De aanpak van ondermijning vraagt een meerjarige aanpak, deze middelen worden dan ook gespreid ingezet. In 2020 wordt de aanpak van ondermijning met een focus op drugshandel en criminele geldstromen verder versterkt. Een pakket aan anti-ondermijningswetgeving staat in de steigers. Zo komt er een wetsvoorstel waardoor burgemeesters woningen kunnen sluiten als er op het pand is geschoten of als er wapens zijn aangetroffen. Ook komen meer middelen vrij voor het afpakken van crimineel vermogen en de aanpak van witwassen. Het infecteren van de legale economie met crimineel geld wordt hard aangepakt. Bijzondere aandacht binnen de aanpak van georganiseerde criminaliteit is er voor mensenhandel.

Een veilige samenleving

Nieuwe vormen van criminaliteit vragen om nieuwe vormen van opsporing. Dat betekent forse investeringen in de politie; 291 miljoen uit het regeerakkoord voor uitbreiding en flexibilisering, innovatie en de toe- en uitrusting van politiemensen. Vanwege de verwachte uitstroom van oudere agenten en de krapper wordende arbeidsmarkt, vraagt de uitbreiding van het aantal agenten extra aandacht. In 2020 stijgen de lonen voor politiemedewerkers en worden programma’s voor verbetering van loopbaanperspectief en veilig en gezond werken doorgezet. Komend jaar worden voorbereidingen voor een nieuwe cao gestart.

Bestrijding van terrorisme en bescherming van nationale veiligheidsbelangen

Onze nationale veiligheidsbelangen zijn onderhevig aan veranderende dreigingen. De bestrijding van terrorisme eist blijvend onze aandacht. Tegelijkertijd zien we de digitale dreiging vanuit kwaadwillende landen toenemen. Via digitale spionage, verstoring en sabotage proberen zij onze welvaart, stabiliteit en openheid te ondermijnen. Dit zorgelijke dreigingsbeeld vraagt een structurele verhoging van onze (digitale) weerbaarheid. Het komend jaar wordt er scherper toezicht en regie gevoerd op het nemen van weerbaarheidsmaatregelen door vitale bedrijven en organisaties.

Aanpak van cybercrime

Online seksueel kindermisbruik is één van de meest verwoestende vormen van criminaliteit. Het internet zou vrij moeten zijn van kinderporno. Foute internetbedrijven die laks zijn met het verwijderen van kinderporno worden voortaan beboet. Hiervoor is een wetsvoorstel in de maak. Ook worden nieuwe instrumenten zoals de hashcheck server, waarmee kinderporno wordt herkend en verwijderd, verder uitgebouwd en toegepast.

Minder illegaliteit en snellere terugkeer

Maatschappelijk draagvlak voor een rechtvaardig en evenwichtig migratiebeleid valt of staat bij zorgvuldige procedures en beperking van overlast. Iedereen moet zich aan de regels houden. Het terugdringen van doorlooptijden bij de afhandeling van asielverzoeken is een belangrijke opgave. Stapeling van asielaanvragen wordt tegengegaan door herhaalde aanvragen sneller te behandelen en eerder af te doen. Om dit mogelijk te maken trekt het kabinet in 2020 134 miljoen uit en wordt daar bovenop nog eens structureel 65 miljoen extra geïnvesteerd. Er wordt scherper onderscheid gemaakt in de asielprocedure tussen asielzoekers die wel en niet kans maken op rechtmatig verblijf, waarna direct werk kan worden gemaakt van integratie, dan wel terugkeer. Wie wordt afgewezen moet het land verlaten. Het ministerie werkt aan afspraken met herkomstlanden over het terugnemen van eigen onderdanen. De opvangcapaciteit wordt flexibel gemaakt, zodat efficiënter wordt meebewogen bij een grotere of verminderde instroom. De disproportionele overlast door een beperkte groep vreemdelingen wordt onverkort hard aangepakt, waarbij steeds wordt gekeken of aanvullende maatregelen noodzakelijk en mogelijk zijn.


Maatschappelijke diensttijd februari 2020 officieel van start

Sinds de zomer van 2018 zijn door heel Nederland 75 MDT-projecten (maatschappelijke diensttijd) gestart waarvoor tot nu toe bijna 10.000 jongeren zijn geworven. Op basis van de praktijkervaringen en resultaten van deze proeftuinen en in overleg met onder meer jongeren, (vrijwilligers)organisaties en gemeenten heeft staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een aantal kaders geschetst om de maatschappelijke diensttijd zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de wensen, behoeften en mogelijkheden van jongeren en organisaties.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding coördinator armoedebestrijding.

De maatschappelijke diensttijd gaat zich richten op jongeren tussen 14 en 27 jaar. Het is de bedoeling dat zij daar minimaal 80 uur aan besteden binnen 6 maanden. Nieuwe projecten op basis van deze kaders starten vanaf februari 2020. Daarmee start de maatschappelijke diensttijd officieel.

Potentieel van bijna 600.000 jongeren

Jongeren zijn in de praktijk van het afgelopen jaar op verschillende manieren met MDT-projecten in aanraking gekomen. Tot nu toe werkt de werving via school of opleiding het best: 38% van de deelnemers startte zo met hun maatschappelijke diensttijd. Jongeren noemen als belangrijkste motivatie om mee te doen dat ze anderen willen helpen en daarvoor erkenning willen krijgen. Ze willen vaardigheden ontwikkelen en zinvol werk doen, hun leven weer op de rit krijgen, grip krijgen op baan of studiekeuze en de kans op succes daarin vergroten. Als het organisaties lukt om bij deze motivaties aan te sluiten, spreekt dit volgens onderzoek een potentieel van bijna 600.000 jongeren aan.

Ontdekkingsreis

Staatssecretaris Blokhuis: “De maatschappelijke diensttijd kun je zien als een soort ontdekkingsreis voor jongeren naar de beste versie van henzelf. Een kans voor jongeren om hun talenten te ontdekken, van betekenis te zijn, nieuwe mensen te ontmoeten en keuzes te maken voor de toekomst. Hun persoonlijke ontwikkeling en vrijwillige inzet voor anderen maakt onze samenleving sterker. Ik heb verschillende MDT-projecten bezocht en veel jongeren gesproken. Het valt me op dat zij het vooral ook heel erg leuk vinden. Niemand kan zo enthousiast vertellen over de maatschappelijke diensttijd als de deelnemende jongeren zelf.”

Landelijk erkende waardering

Samen met jongeren, gemeenten, werkgevers, (maatschappelijke) organisaties en scholen wordt in de komende periode in de praktijk verkend of er een landelijk certificaat kan komen. Daarmee zouden de vaardigheden en kennis die jongeren ontwikkelen tijdens hun maatschappelijke diensttijd op een heldere manier gewaardeerd kunnen worden. Een financiële vergoeding wordt in de praktijk van de proeftuinen gezien als de minst motiverende beloning. Voor sommige jongeren kan het wel een noodzakelijke randvoorwaarde zijn omdat ze in hun eigen levensonderhoud moeten voorzien. Om de maatschappelijke diensttijd ook voor deze jongeren toegankelijk te houden zal daarmee rekening gehouden worden met de verdere uitwerking.

Verdringing voorkomen

De maatschappelijke diensttijd moet een combinatie zijn van maatschappelijke impact van jongeren, talentontwikkeling voor jongeren en ontmoeting tussen jongeren en anderen, vooral tussen jongeren met verschillende achtergronden. Daarmee onderscheidt het zich van een stage, betaald werk of vrijwilligerswerk. Uiteraard is de scheidslijn soms dun en moet er aandacht zijn om verdringing te voorkomen. Een MDT-project mag niet ten koste gaan van bestaande arbeidsplaatsen, stages of vrijwilligersfuncties. Staatssecretaris Blokhuis heeft CNV Jongeren en FNV Jong ook uitgenodigd om hem hierop alert te houden en met hem mee te denken hoe verdringing kan worden voorkomen. Het ontwerp voor de maatschappelijke diensttijd dat nu is geschetst door staatssecretaris Blokhuis, in afstemming met minister Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media en staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, betekent niet dat precies in steen is gebeiteld hoe alles moet en zal werken. De nieuwe kaders vormen de basis voor verdere ontwikkeling op grotere schaal vanaf de officiële start van de maatschappelijke diensttijd in februari 2020.


Koning brengt werkbezoek in kader van weerbaar bestuur en veiligheid

Zijne Majesteit de Koning heeft recent een werkbezoek gebracht in het kader van weerbaar bestuur en veiligheid. Het bezoek vond plaats tijdens een bijeenkomst van het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur in de gemeente Ouder-Amstel, waarvan burgemeester Joyce Langenacker actief lid is.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en spreker op het congres Ondermijning & Georganiseerde Criminaliteit.

Een aanzienlijk deel van de burgemeesters, wethouders, raadsleden en Statenleden heeft te maken met agressie en geweld. Deze intimidatie zet de integriteit en veiligheid van politieke ambtsdragers onder druk. Daarom hebben ongeveer dertig partners uit de publieke sector, met steun van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Justitie en Veiligheid, in 2018 het Netwerk Weerbaar Bestuur opgericht. Partners zijn onder meer het Nederlands Genootschap van Burgemeesters, de Wethoudersvereniging, de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), politieke partijen, de Rijksrecherche en het Instituut voor Psychotrauma.

Het netwerk biedt onder andere het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur aan, dat bestaat uit vertrouwenspersonen, experts en ervaringsdeskundigen. Zij geven politieke ambtsdragers, bestuurders en hun gezinnen die te maken hebben met agressie of ondermijning een steun in de rug en bieden een luisterend oor en persoonlijk advies. Het Ondersteuningsteam kwam in aanwezigheid van de Koning voor de tweede keer bijeen. De Koning sprak met deze groep over hoe zij zich mentaal en fysiek kunnen weren en hoe zij elkaar kunnen helpen, onder meer door het bespreekbaar maken van morele dilemma’s. Aan bod kwamen ook voorbeelden van instrumenten om weerbaarheid en veiligheid te vergroten. Zo laten steeds meer burgemeesters en wethouders woningscans uitvoeren door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid en biedt het Opleidingsinstituut van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) de training ‘Omgaan met intimidatie en bedreiging’ aan. De Koning kreeg uitleg over de werking van de scans en de trainingen en sprak met bestuurders over hun ervaringen. Ook werd gesproken over de inspanningen om de weerbaarheid van partners en kinderen van politieke ambtsdragers te vergroten.


Gemeenten intensiveren hulp aan laaggeletterden

Mensen die moeite hebben met taal of het lastig vinden om met een computer te werken, krijgen extra hulp van gemeenten. Dat is vandaag afgesproken door gemeenten en ministeries. Tijdens de aftrap van de Week van de Alfabetisering ondertekende minister Ingrid van Engelshoven samen met de VNG afspraken over de vervolgaanpak laaggeletterdheid. Gemeenten ontvangen hiervoor vanaf volgend jaar extra geld: € 5 miljoen per jaar in 2020, oplopend tot € 7,3 miljoen in 2024.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding coördinator armoedebestrijding.

Meedoen in samenleving

Iedereen in de samenleving moet kunnen meedoen. Daarom intensiveren gemeenten de hulp aan laaggeletterden. Medewerkers van de gemeente worden bijvoorbeeld ingelicht over hoe zij signalen van laaggeletterdheid kunnen herkennen. Zo kunnen ze mensen sneller en doelgerichter helpen, bijvoorbeeld door iemand die aanklopt voor schuldhulpverlening indien nodig ook door te verwijzen naar een taalcursus. Daarbij komt extra aandacht voor de doelgroep met Nederlands als eerste taal. ‘’Om mee te kunnen doen in de samenleving zijn deze vaardigheden essentieel’’, vindt Ingrid van Engelshoven. ‘‘Daarom hebben we met gemeenten concrete afspraken gemaakt over wat we gaan doen om deze groep mensen nóg beter te helpen.’’ Het doel is dat er in alle gemeenten eind 2024 een integrale aanpak van laaggeletterdheid is gerealiseerd. In de afspraken staat ook dat gemeenten de kwaliteit van cursussen voortaan structureel controleren. Onderdeel daarvan is een check of het aanbod goed past bij wat mensen nodig hebben.

Interesse voor taal- of computerles

Gemeenten en ministeries onderzoeken samen wat het beste werkt om mensen te bereiken en wat er nodig is om hen te interesseren voor een taal- of computerles. Samenwerkende gemeenten maken met elkaar een plan waarin staat hoe ze dit gaan aanpakken. Onder die afspraken zetten de VNG, namens alle Nederlandse gemeenten, en de minister vandaag in Amsterdam hun handtekening.

Ministeries verenigd in aanpak tegen laaggeletterdheid

In Nederland hebben 2,5 miljoen volwassenen moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak hebben zij ook moeite met digitale vaardigheden. In het programma ‘Tel mee met Taal’ verenigen vier ministeries zich in de aanpak tegen laaggeletterdheid. Het gaat om de ministeries Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).


Russische georganiseerde criminaliteit

Afgelopen zomer was ik op rondreis door Rusland, Mongolië en China. In deze blog sta ik stil bij de Russische georganiseerde criminaliteit.

Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en spreker op het congres Ondermijning & Georganiseerde Criminaliteit.

In bijna iedere grotere stad in Rusland is een bende actief die zich bezighoudt met georganiseerde criminaliteit. Alleen al in Moskou bestaan er tientallen bendes. Een Russische bende eis vaak opgebouwd volgens het militaire model. Bovenaan staat een leider, hieronder de luitenants en daaronder de uitvoerders. Om leider te worden van een bende moet je van onbesproken gedrag zijn. Dit houdt in dat je niet met justitie of politie hebt samengewerkt en niet hebt geklikt. Ook mag je geen openstaande schulden hebben. Veel hooggeplaatste criminelen genieten onschendbaarheid, omdat ze een volksvertegenwoordiger van een politieke partij assisteren. Kenmerkend voor de Russische georganiseerde criminaliteit is een nauwe verwevenheid met de legale economie. Criminelen zijn tevens ondernemers. Gewelddadige liquidaties hebben (deels) plaatsgemaakt voor het selectief gebruik van wet- en regelgeving en een manipuleerbare rechtelijke macht om tegenstanders uit te schakelen.

Criminele activiteiten

De meeste bendes in Rusland houden zich bezig met bescherming (afpersing) van ondernemers en het witwassen van de hieruit verkregen inkomsten. Ondernemers worden in dit geval (fictief) beschermt tegen een ‘vijandige’ bende, die vervolgens een ‘bevriende’ bende inschakelen om leed te voorkomen. In de praktijk werken beide bendes dan vaak met elkaar samen. Desondanks wordt bescherming door een bende door ondernemers als noodzakelijk gezien, ook omdat er weinig verwacht wordt van de politie. In sommige gevallen speelt de politie ook een dubieuze rol door ondernemers tegen betaling bescherming te bieden tegen dreigingen van bendes. Het afpersen van ondernemers heeft de laatste jaren ook in Nederland opnieuw zijn intrede gedaan, met name in de Amsterdamse onderwereld. Naast afpersing houden Russische bendes zich bezig met andere criminele activiteiten zoals drugshandel, mensenhandel en orgaanhandel.

Grip op de samenleving

Onder Poetin wist de Russische overheid een eind te maken aan een uitzichtloze situatie waarin de criminele bendes het voor het zeggen hadden in het land. De overheid heeft de grip om de samenleving (deels) overgenomen. Dat wil niet zeggen dat er geen georganiseerde criminaliteit meer plaatsvindt in Rusland. Met name voor de bendes die niet tegen, maar met de overheid samenwerken zijn er nog steeds mogelijkheden om criminele activiteiten te ontplooien. De verwevenheid tussen de onder- en bovenwereld is dan ook groot. Criminelen vind je terug op belangrijke plekken in de politiek en de economie.

Verwevenheid

Rusland heeft een diffuus crimineel ecosysteem. Bendes werken samen om vervolgens weer apart verder te gaan. Er is sprake van gelegenheidsstructuren die komen en gaan. Criminele coalities worden aangegaan wanneer bepaalde kennis of expertise binnen het eigen criminele netwerk ontbreken. Bendes bieden onderling hun specialistische diensten rond witwassen, frauderen, smokkelen, hacken, bedreigen of liquideren. Dit gebeurd zowel in binnen- en buitenland. Russische bendes worden buiten hun landsgrenzen graag gezien, omdat ze er veelal niet op uit zijn om plaatselijke criminelen te verdringen maar juist op zoek zijn naar samenwerking, bijvoorbeeld door hun specialistische diensten aan te bieden.


Terugblik regiodag Samen tegen mensenhandel

Op 3 september 2019 organiseerde het Expertisecentrum Mensenhandel en (jeugd)prostitutie van Lumens, samen met Maatschappelijke Opvang Den Bosch en de gemeente Helmond een regiodag voor de regio Oost-Brabant over mensenhandel.

Met de nieuwe aanstellingen in ’s-Hertogenbosch en Helmond is de ketenaanpak binnen ‘Samen tegen Mensenhandel’ in heel Oost-Brabant geborgd. Tijdens de regiodag werden alle aanwezige professionals die werkzaam zijn in de regio voorgelicht over mensenhandel waarbij er extra aandacht was voor de verschillende uitingsvormen, hoe te signaleren en hoe te handelen met deze signalen.

Opening regiodag Samen tegen mensenhandel

De aanwezigen op de regiodag in Dynamo Eindhoven werden welkom geheten door Jacqueline Vonk, bestuurder bij Lumens. Hierbij benoemde ze het belang van de ketensamenwerking tussen de verschillende disciplines om (de gevolgen van) mensenhandel aan te pakken. Het doel van de regiodag is om de keten van professionals te versterken door voorlichting over het werkproces omtrent mensenhandel en door professionals van verschillende disciplines elkaar te laten ontmoeten. Jacqueline Vonk werd bij haar welkomstwoord bijgestaan door twee ervaringsdeskundigen.

Frank van Summeren, dagvoorzitter van de regiodag en adviseur zorg en veiligheid bij RONT Management Consultants gaf hierna het woord aan Herman Bolhaar, Nationaal Rapporteur Mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen die op zijn beurt de opening verzorgde van de regiodag. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen rapporteert aan de regering over de aard en omvang van mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen in Nederland. De Nationaal Rapporteur monitort de effecten van het beleid dat op deze terreinen wordt gevoerd en doet aanbevelingen om de aanpak van mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen te verbeteren.

Nederland heeft een verplichting tot het voeren van effectief beleid met als doel mensenhandel te voorkomen, slachtoffers te beschermen en ondersteunen en daders te bestraffen. Dit moet leiden tot een sluitende aanpak. De overheid dient te voorzien in de mogelijkheid om ontwikkelingen te monitoren, statistieken te verzamelen en het effect van maatregelen te meten. Hierbij worden steeds meer verantwoordelijkheden toevertrouwd aan het lokaal bestuur.

Integrale ketenaanpak van mensenhandel

Lotte Niederer, ketenregisseur mensenhandel bij het Bureau Integrale Veiligheid Oost-Brabant, stond in haar plenaire lezing stil bij de aard en omvang van mensenhandel in Oost-Brabant. Ook besteedde ze aandacht aan het signaleren en melden van mensenhandel. Tevens ging ze in op de integrale aanpak van mensenhandel en de rol van de gemeente hierin (signalering, regulering, opwerpen van barrières voor daders en de zorg voor hulpverlening voor slachtoffers)

Mensenhandel is onder andere het werven, vervoeren of verhandelen van mensen onder dwang tegen hun wil met als doel seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting, criminele uitbuiting of orgaanverwijdering. Dit is meestal geen mensensmokkel, dat wél op verzoek van de gesmokkelden gebeurt. Mensenhandel kan worden aangepakt door middel van het strafrecht (opsporing, vervolging en berechting van daders) en het bestuursrecht (inzet van bevoegdheden om mensenhandel te voorkomen, te signaleren en/of stoppen).

Tatoeages en mensenhandel

Janine Janssen, bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie bij de Open Universiteit en lector veiligheid en geweld in afhankelijkheidsrelaties bij het Expertisecentrum Veiligheid van de Avans Hogeschool verzorgde een plenaire lezing over tatoeages in relatie tot mensenhandel. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is in de afgelopen acht jaar het aantal tattooshops in ons land bijna verdrievoudigd. Er zijn er momenteel ruim 1000. Een (na)zomerse dag laat snel zien dat ook leden van het korps deze etablissementen regelmatig bezoeken. Niet alleen past die pet ons allemaal, maar blijkbaar ook die sleeve. Gezien de grote populariteit van permanente lichaamsversieringen is het echter opmerkelijk dat de politie zich nog niet gerealiseerd heeft, wat voor interessante informatiedragers die tatoeages zijn. Het gaat om verschillende soorten sporen: biometrische variabele ten behoeve van identificatie, (symbolische) betekenis van de afbeeldingen, stijl en kleurgebruik kan iets vertellen over tijdvak en tatoeëerder en verwijderde tatoeages laten ook sporen na (brand)wonden, littekens van de laser, residu inktresten).

Open u ogen voor mensenhandel

Ina Hut, bestuurder bij CoMensha, verzorgt de laatste plenaire lezing van de regiobijeenkomst. Het Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel (CoMensha) is een landelijke organisatie die zich inzet voor de belangen en rechten van slachtoffers van mensenhandel in Nederland, maar ook internationaal, waaronder ook het Caribisch deel van het Koninkrijk. CoMensha geeft inzicht in de aard en omvang van mensenhandel in Nederland op basis van de registratie, coördineert de eerste opvang en zorg, signaleert knelpunten in de ketenaanpak mensenhandel en zet zo nodig aan tot actie. Daarnaast investeert CoMensha in het creëren van meer bewustwording van mensenhandel en worden er trainingen gegeven in het signaleren van mensenhandel. Ina Hut ging in op de uitdagingen voor de regio Oost-Brabant op het terrein van mensenhandel. Hierbij gaat het om aandacht voor alle vormen van mensenhandel, het ontwikkelen van beleid tegen mensenhandel, betere informatiedeling, intensivering integrale aanpak, voldoende financiële middelen en duidelijke meldroutes.

Open je ogen, mensenhandel is dichterbij dan u denkt

Na de plenaire lezingen werden op het Stationsplein in Eindhoven trotters met dertig portretten van slachtoffers van mensenhandel onthuld. Het gaat om zeer schrijnende verhalen van vrouwen, mannen, jongens en meisjes die slachtoffer zijn van mensenhandel. Velen van hen zitten nog in de beschermde opvang. Zij willen dat iedereen weet dat mensenhandel in Nederland voorkomt en wat voor leed dit veroorzaakt. De fototentoonstelling is gemaakt in opdracht van CoMensha in samenwerking met stichting Open Mind.

Sporenonderzoek naar en medische behandeling bij slachtofferschap van seksueel geweld

Na de lunch vonden er twee sessierondes plaats waarbij de deelnemers aan de regiobijeenkomst konden kiezen uit diverse workshops over uiteenlopende onderwerpen met betrekking tot mensenhandel. Het Centrum Seksueel Geweld is er voor iedereen die kortgeleden een nare seksuele ervaring heeft meegemaakt. Susanne van Gog, coördinator bij het Centrum Seksueel Geweld Babant-Oost ging in haar workshop in op hoe zij het CSG in deze regio heeft opgezet. In 2018 ontving het CSG bijna 50% meer meldingen van acuut seksueel geweld. Maar wat is acuut seksueel geweld? En wat gebeurt er met een melding? Hoe ziet een bezoek aan het CSG er uit? Naast de beantwoording van deze vragen werd tijdens de workshop ingegaan op hoeveel slachtoffers zich jaarlijks melden bij het CSG, hoeveel dagen na het seksueel geweld er een forensisch sporen onderzoek kan worden verricht en wat voor medische behandeling er nodig is bij slachtofferschap van seksueel geweld.

Van gevaarlijke woonsituaties tot arbeidsuitbuiting

Samen weten meer dan een. Door verschillende signalen en informatie samen te brengen en deze gezamenlijk te analyseren weet het Peelland Interventie team (PIT) waar, wanneer en hoe zij moeten opereren. Een krachtig bestuursrechtelijk middel om mensenhandel te signaleren en om gezamenlijk door te pakken. Sinds januari 2017 wordt overlast en complexe handhavingsproblematiek in de Peel succesvol aangepakt door het PIT. Andere gemeenten kunnen hun voordeel doen met deze werkwijze. Daarnaast ging Peter Knoops, programmaleider aanpak ondermijning bij het basisteam Peelland van de Nationale Politie in zijn workshop in waarom het PIT destijds is opgericht, wat de aanpak en werkwijze is en welke partners betrokken zijn. Tot slot kwam aan bod wat de kracht van het PIT is en wat het oprichten van een bestuurlijk interventieteam de betrokken partners heeft opgeleverd.

Voodoo en prostitutie

Als ze niet met de mannen naar bed gaan, worden ze behekst. Vele vrouwen uit het buitenland worden met voodoo-vloeken in de prostitutie gedwongen. Ook in Nederland. Wie even voorbij het exotische fenomeen van de vloek kijkt, ziet het vaste recept van de mensenhandelaar. De slachtoffers kennen allemaal hun eigen voorbeelden van wat er gebeurt als je toch naar de politie stapt of op de vlucht slaat. En dus stappen de meeste slachtoffers nooit naar de politie of naar de hulpverlening. En als ze er al mee in contact komen, gaat het met geen woord over de eed. Ook al niet omdat veel hulpverleners er weinig vanaf weten. De vrouwen overtuigen uit de prostitutie te stappen, is niet makkelijk. Vodou is een Caribische religie met duidelijk West-Afrikaanse ‘roots’. Het Expertisecentrum Mensenhandel en (jeugd)Prostitutie heeft daarom de samenwerking gevonden met ‘manbo’ Maria van Daalen, een vodou-priesteres van een internationale vodou-congregatie.

Het vervolgen van daders van mensenhandel

De Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) is een gespecialiseerd team binnen de Landelijke Politie.  De taak van deze (gecertificeerde) rechercheurs is erg divers, maar allen met het doel om de dader(s) van mensenhandel te vervolgen. In samenwerking met de Officier van Justitie mensenhandel, doen deze rechercheurs onderzoek. Veelal doen zij dit na een aangifte van een (vermoedelijk) slachtoffer, echter kan een rechercheur ook “ambtshalve” een onderzoek doen.  Daarnaast is dit team belast met de bestuurlijke controles van sekswerk. Tijdens deze workshop werd door Corina Vermeulen, senior tactische opsporing bij het team mensenhandel van de Nationale Politie, ingegaan op de strafrechtketen welke is belast met de bestrijding van mensenhandel en hoe deze werkt. Ook werd aandacht besteed aan hoe een aangifte verloopt, wat kan worden verwacht van een hulpverlener en van de politie omtrent (vermoedelijke) slachtoffers van mensenhandel.

Criminele uitbuiting: slachtoffer of dader

Er worden jaarlijks maar zo’n 23 zaken van arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting voor de rechter gebracht. In slechts de helft van die zaken wordt ook echt iemand veroordeeld. Hiermee blijft de aanpak van deze vormen van mensenhandel ernstig achter op die van seksuele uitbuiting. Strafrechtelijke zaken van criminele en arbeidsuitbuiting strandden afgelopen jaren vroegtijdig, omdat onzeker was of een gedraging ook echt strafbaar was als mensenhandel. Meike Lommers, adviseur bij het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid ging in haar workshop in op het herkennen van signalen, onbekende fenomenen en het spanningsveld tussen dader- en slachtofferschap.

Aanpak van arbeidsuitbuiting

Arbeidsuitbuiting komt in alle sectoren voor. Het gaat altijd om kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. Dwang, geweld, dreiging, afpersing, fraude en misleiding spelen vaak een rol. Als mensen worden gedwongen om werk te doen onder zeer slechte omstandigheden en voorwaarden is mogelijk sprake van mensenhandel en arbeidsuitbuiting. Om kwetsbare groepen te beschermen tegen arbeidsuitbuiting en ernstige benadeling voert de Inspectie op basis van ontvangen meldingen en signalen strafrechtelijke onderzoeken uit. Ze doet dat onder aansturing van het Openbaar Ministerie. Conny Jonkman, rechercheur mensenhandel bij de Inspectie SZW, liet tijdens de workshop aan de hand van casuïstiek zien wat de rol is van de Inspectie van SZW bij de aanpak van arbeidsuitbuiting. De aanpak mensenhandel en de bescherming van slachtoffers kent nog diverse uitdagingen. De samenwerking tussen veiligheid en zorg is van essentieel belang voor een effectieve aanpak van mensenhandel.

Dwingende groepsculturen

In Nederland zijn enkele honderden (religieuze) bewegingen actief. Uit onderzoek, in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid, blijkt dat een deel van deze bewegingen zich schuldig maakt aan misstanden in binnen- en buitenland zoals uitbuiting, mishandeling, bedreiging en zedendelicten. In deze workshop werd door Jessica Terwiel en Diederik van Herwijnen van de stichting Verstrikt ingegaan op de gevoeligheid voor dwingende groepscultuur die mensen eigen is, op de kenmerken van manipulatie en de aard van de dader-slachtoffer-omstander relaties. De deelnemers aan de workshop werden geconfronteerd met de eigenschappen die de gevoeligheid voor manipulatie heel dichtbij huis brengen en leerde tekenen van manipulatie herkennen.

Preventie: Gevaarlijke Liefde en Ik ben van mij

Naast het belang van tijdig signaleren is preventie een grote schakel in de bestrijding tegen mensenhandel. Alleen preventief kan worden voorkomen dat er meer slachtoffers komen van deze vorm van criminaliteit. In onze regio zijn er meerdere aanbieders van preventieve programma’s.

Twee daarvan bundelden de krachten om tijdens deze workshops de do’s en dont’s te bespreken rondom de preventieve aanpak van seksuele uitbuiting. Humanitas Gevaarlijke Liefde maakt jongeren bewust van het maken van keuzes en het aangeven van grenzen rondom liefde, seks en seksualiteit. De gevaren van seksueel grensoverschrijdend gedrag, loverboys en lovergirls en jeugdprostitutie worden in de voorlichting en scholing besproken. Gevaarlijke Liefde verzorgt voorlichting en scholing aan jongeren, ouders en professionals. Dat gebeurt ter plaatse, bijvoorbeeld op middelbare scholen, in buurthuizen en jongerencentra of bij hulpverleningsinstanties, aldus Lilja van Himbergen, coördinator Gevaarlijke Liefde bij Humanitas.

‘Ik ben van mij!’ richt zich op jongeren en is een interventie die focust op het bevorderen van positief seksueel gedrag, op het ontwikkelen van bewustzijn van eigen wensen en grenzen en op het (h)erkennen van de wensen en grenzen van een ander. Daarbij staat een positieve seksualiteit centraal waarbij de jongeren zich seksueel verantwoordelijk voelen en gedragen ten opzichte van zichzelf en de ander. Ook richt het zich op het verlagen van het risico op het meemaken of vertonen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. De uitvoering van de interventie bestaat uit (peer-) educatie, peer-activatie en peer-mobilisatie, aldus Janiek Hesdahl, coördinator Ik ben van mij bij Lumens.