Betere gegevensuitwisseling nodig voor aanpak onterechte uitkering bij detentie
Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft recent aangekondigd de gegevensuitwisseling rondom detentie en uitkeringen te verbeteren. Er zijn opnieuw gebreken geconstateerd in de controles op uitkeringen aan gedetineerden. Hij is hierover nog in gesprek met verschillende uitvoeringsorganisaties.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving en de opleiding coördinator armoedebestrijding.
Controles niet altijd sluitend
Minister Koolmees: “Elke onterechte uitkering is er een te veel. Daarom hebben we grondig gekeken naar de verschillende controles die plaatsvinden op uitkeringen aan gedetineerden. Die blijken niet altijd sluitend te zijn. Het is goed dat dit nu ook aan het licht komt zodat we dat kunnen herstellen, de gegevensuitwisseling kunnen verbeteren en het net stap voor stap kunnen verbeteren.” Mensen met een uitkering die in detentie komen, moeten dit zelf melden bij de uitkeringsorganisatie. Eerder dit jaar meldde Nieuwsuur dat de controle hierop niet goed verliep en dat UWV daardoor onterecht uitkeringen verstrekte aan gedetineerden. Naar aanleiding daarvan heeft minister Koolmees opdracht gegeven de verstrekking van uitkeringen aan gedetineerden in de volle breedte tegen het licht te houden. Daaruit blijkt dat de gegevensuitwisseling en bestandsvergelijkingen tussen de verschillende overheidsorganisaties niet altijd sluitend is. Het gaat om gegevensuitwisseling tussen Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) enerzijds en UWV, de SVB en het Inlichtingenbureau (namens gemeenten) anderzijds.
Maatregelen getroffen
Zo kan het zijn dat mensen die nog in het aanvraagproces voor een uitkering zitten, door het net glippen. Ook blijkt dat controles in een aantal gevallen tijdelijk niet of niet goed hebben plaatsgevonden. De betrokken organisaties hebben inmiddels maatregelen getroffen en onderzoeken in hoeveel gevallen er daadwerkelijk onterechte uitkeringen zijn verstrekt. Deze zullen worden teruggevorderd. De minister maakt voor het eind van het jaar bekend hoeveel uitkeringen er onterecht zijn verstrekt en welke acties hij precies onderneemt om de gegevensuitwisseling te verbeteren.
De aanpak van drugscriminaliteit in Mexico
Enige tijd geleden was ik op reis in Mexico dat veel te lijden heeft onder de aanwezigheid van drugskartels.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en spreker op het congres Ondermijning & Georganiseerde Criminaliteit.
Pablo Escobar bouwde een imperium op rond de handel in cocaïne, die uit dichtbeboste gebieden uit ondermeer Colombia kwam en werd doorgevoerd naar de Verenigde Staten en Europa. Het Medellinkartel controleerde een wijdvertakt productie- en handelsnetwerk waar vele Colombianen een goed inkomen aan verdienden. Na de val van het imperium van Pablo Escobar namen drugskartels uit Mexico (een deel van) de drugshandel over.
Leidende rol in cocaïnehandel
De Mexicaanse drugsbaron Joaquín Guzmán Loera, bekend als El Chapo, pakte de leidende rol in de cocaïnehandel. Tijdens zijn dagen als drugsbaron controleerde hij ongeveer een kwart van de cocaïne die de VS in ging. Hij werd vanaf 1993 verschillende keren opgepakt waarna hij weer ontsnapte (met hulp van corrupte overheidsfunctionarissen). Nadat hij in 2016 opnieuw werd opgepakt werd hij uitgeleverd aan de VS waar hij in de rechtbank in New York uiteindelijk werd veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.
Onder de radar
El Chapo stond jarenlang bovenaan de Amerikaanse opsporingslijst. Hij smokkelde drugs via zeehavens, tunnels, vrachtwagens en vliegtuigen. Hij kocht politici om en liet tegenstanders koelbloedig omleggen. Hij werd beroemd en berucht door zijn Sinaloa-kartel te transformeren tot een wereldwijde operatie. Datzelfde kartel gaat op dezelfde voet verder nu El Chapo in detentie zit. Onder leiding van zijn opvolgers is het Sinaloa kartel onzichtbaar geworden en wordt er zoveel mogelijk onder de radar geopereerd.
Groeiende problematiek
Het Sinaloa-kartel is actief in meer dan vijftig landen, waaronder Nederland. In Europa en in de VS is er een enorme afzetmarkt. Drugsdealers blijven actief zolang de vraag naar drugs blijft bestaan en het niet wordt gedecriminaliseerd of gelegaliseerd. Met alle gevolgen van dien waaronder tienduizenden moorden in Mexico. Het allergrootste probleem is dat er nauwelijks een alternatief is voor de drugscriminaliteit. Door het vele geweld als gevolg van de drugshandel zijn veel buitenlandse bedrijven uit Mexico vertrokken. Het gevolg is toenemende werkloosheid waardoor (nog meer) Mexicanen al dan niet gedwongen in de drugscriminaliteit terechtkomen.
Aanpak mislukt
De oorlog tegen drugs is mislukt. Vooral de VS, maar ook veel andere landen, hebben de afgelopen tientallen jaren miljarden gestoken in de jacht op drugscriminelen en -gebruikers. De hoop was dat met deze harde aanpak een drugsvrije wereld kon worden gecreëerd. Maar de manier waarop dit werd gedaan, was niet productief en werkte in sommige gevallen zelfs averechts. Door het toenemende geweld als gevolg van de drugsoorlog zijn burgers het vertrouwen in de overheid verloren.
Toolkit helpt gemeenten bij tegengaan radicalisering
De Toolkit Evidence Based Werken is recent officieel in gebruik genomen. De online toolkit helpt gemeenten bij het effectiever tegengaan van radicalisering.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en voorzitter van de adviesraad veiligheid van het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid.
De lancering vond plaats tijdens een werkbezoek van minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aan de gemeente Delft. De Toolkit Evidence Based Werken is ontwikkeld in opdracht van SZW en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).
Preventiebeleid evalueren, bijsturen en doorontwikkelen
Gemeenten en het Rijk zetten zich al langere tijd gezamenlijk in om radicalisering van groepen en individuen zo vroeg mogelijk tegen te gaan. Dat gebeurt op verschillende manieren. Zo werken sommige gemeenten samen met zogenoemde sleutelfiguren in lokale gemeenschappen. En bij de preventieve aanpak ‘Weerbaar Opvoeden’ ondersteunen gemeenten ouders bij het weerbaar maken van hun kinderen in het kader van tegengaan van radicalisering. Maar hoe weet je nu als gemeente of je op de goede weg bent? Op www.toolkitevidencebasedwerken.nl vinden gemeenten kennis, geleerde lessen, praktische handvatten, checklists en formats om preventiebeleid te evalueren, bij te sturen en door te ontwikkelen.
Beleid moet aantoonbaar werken
Minister Koolmees: “Er zijn ontzettend veel goede initiatieven om radicalisering en extremisme te voorkomen en te bestrijden. Het is heel lastig om de effectiviteit daarvan te meten. Maar dat moeten we wel proberen. Ons beleid moet werken en dat moeten we kunnen aantonen.”
Evalueren op 3 momenten
De toolkit is een van de manieren waarop Rijk en gemeenten de handen ineenslaan om het preventiebeleid verder te verbeteren. Gemeenten zijn nauw betrokken geweest bij de ontwikkeling van de toolkit. Zij hebben immers een belangrijke rol in het tegengaan van radicalisering. Met deze toolkit kunnen gemeenten een aanpak op drie momenten evalueren. Voorafgaand aan het uitvoeren van een bepaalde aanpak kunnen gemeenten hun plan evalueren. Tijdens de uitvoering van een aanpak kunnen gemeenten een procesevaluatie doen om bij te kunnen sturen. En na afloop van een aanpak helpt de toolkit met een effectevaluatie om naar de behaalde uitkomsten en effecten te kijken. Gemeenten die gebruik maken van de toolkit kunnen onderling de resultaten van hun evaluaties delen en zo beter kennis uitwisselen en van elkaar leren. Het Rijk zal de gemeenten hierbij faciliteren.
Don’t look Away bij kindersekstoerisme
De campagne Don’t look Away in de strijd tegen kindersekstoerisme is deze zomervakantie opnieuw gelanceerd. De campagne is bedoeld om reizigers bewust te maken van het fenomeen kindersekstoerisme, zodat ze daarvan melding kunnen maken. Vakantiegangers, zakenreizigers en mensen die werken in de reisbranche zijn in het buitenland belangrijke extra ‘ogen en oren’ voor politie en Openbaar Ministerie (OM) in de opsporing van verdachten van seksueel misbruik van vaak kwetsbare kinderen in het buitenland.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving
De campagne Don’t look Away wordt gecoördineerd door Defence for Childeren-ECPAT. Bij de campagne zijn verder betrokken reisbranche-organisatie ANVR, verschillende touroperators, andere kinderrechtenorganisatie (Terre des Hommes, Plan Nederland en Free a Girl), de politie, het OM, de Koninklijke Marechaussee, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen kinderen en het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Liaisons tegen kindersekstoerisme
Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid heeft eerder aan de Tweede Kamer laten weten dat de bestrijding van kindersekstoerisme opnieuw tegen het licht is gehouden. Gezien internationale ontwikkelingen is het zaak om flexibel te zijn in de aanpak. Dit betekent dat er nu in Manilla, de hoofdstad van de Filipijnen, een liaison van de politie is geplaatst met als taakaccent aanpak kindersekstoerisme in de regio van zes landen in Zuidoost-Azië. Daarnaast zal een strategische liaison vanuit Zoetermeer gaan werken om bij te dragen aan de ontwikkeling van de aanpak in zogeheten opkomende landen. Dat zijn vooral landen in Afrika en Zuid-Amerika waar kindersekstoerisme steeds meer opduikt.
Identificeren en ontzetten van slachtoffers
Het (lokale) netwerk van liaisons heeft al eerder geleid tot identificeren en ontzetten van slachtoffers. In de bestrijding van kindersekstoerisme is voor de politie en het OM de samenwerking met buitenlandse partners en (lokale) NGO’s van belang. De inzet van liaisons leidt praktisch tot een soepeler en meer voortvarende internationale informatie-uitwisseling en meer lokale bewustwording voor de aanpak van kindersekstoerisme.
Vervolg aanpak personen met verward gedrag
Het aantal incidenten met personen met verward gedrag op straat lijkt de laatste jaren gestegen. Veel van deze personen met verward gedrag hebben te maken met verschillende beperkingen (verstandelijk beperkt, dementie) en verschillende problemen (verslaving, schulden, dakloosheid, illegaliteit). Met hun gedrag kunnen zij een (acuut) gevaar vormen voor zich zelf en hun omgeving. Om personen met verward gedrag de juiste ondersteuning en zorg te bieden moet door gemeenten en partners worden geïnvesteerd in onder andere preventie, vroegtijdige signalering, humaan vervoer en een juiste opvang. Een aantal landelijke programma’s richt zich hierop. Deze programma’s zijn onvoldoende aan elkaar verbonden of werken naast elkaar. In de regio zijn gemeenten met hun ketenpartners verantwoordelijk voor de persoonsgerichte aanpak voor deze kwetsbare groep. De regionale problematiek en de landelijke ontwikkelingen moeten beter op elkaar gaan aansluiten.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving en de cursus Aanpak woonoverlast.
VLOT opvolger van Schakelteam personen met verward gedrag
Na twee jaar ‘schakelen’ heeft het Schakelteam personen met verward gedrag zijn opdracht vorig jaar afgerond. De opvolger van het Schakelteam is het Verbindend Landelijk OndersteuningsTeam (VLOT), dat de samenwerking tussen ketenpartners wil bevorderen en tevens gemeenten en regio’s vraaggericht zal ondersteunen. VLOT bestaat uit een regionaal ondersteuningsteam met regioadviseurs en een landelijk kernteam. De regioadviseurs ondersteunen gemeenten bij de implementatie van een persoonsgerichte aanpak voor kwetsbare personen. Het kernteam, waarin de ministeries van VWS, BZK en JenV en de VNG participeren, richt zich op het verbinden van de landelijke programma’s, het agenderen van signalen, monitoring en kennisdeling. Als landelijk portefeuillehouder en bestuurlijk aanspreekpunt treden de Rotterdamse wethouder Sven de Langen en burgemeester Liesbeth Spies van Alphen aan den Rijn op.
Nieuwe aanpak voor personen met een hoog veiligheidsrisico
Er komt een nieuwe aanpak voor personen met een (ernstige) psychiatrische aandoening en bij wie tevens sprake is van een hoog veiligheidsrisico. Onderdeel van de aanpak vormt het opstellen van regionale Top X lijsten. Voor personen in deze Top X komen – op basis van gedegen risicoanalyse – persoonsgerichte maatregelen beschikbaar. In 2019 wordt een risicotaxatie-instrument ontwikkeld dat zowel in het zorg- als in het veiligheidsdomein gebruikt kan worden. Een goede informatie-uitwisseling tussen partners uit deze beide domeinen is daarbij van groot belang. De persoonsgerichte aanpak bouwt voort op de ervaringen die acht Zorg- en Veiligheidshuizen de afgelopen tijd hebben opgedaan in het geval van complexe casuïstiek, zoals ook bij de aanpak van personen met ernstig verward gedrag en een hoog veiligheidsrisico. Deze groep kan zich vaak alleen met langdurige ondersteuning en een wisselende behoefte aan steun op de verschillende leefgebieden handhaven in de huidige maatschappij. Dit vergt een goede afstemming en informatie-uitwisseling tussen de betrokken partners, waaronder gemeenten, woningcorporaties, politie, OM en zorgpartners. De persoonsgerichte aanpak moet ook aansluiten bij de zogeheten ketenveldnorm, die beoogt passende zorg te bieden aan mensen met gevaarlijk, agressief en ontwrichtend gedrag, maar die geen strafrechtelijke titel (meer) hebben. Dankzij de ketenveldnorm kunnen zorgverzekeraars en zorgaanbieders ook na afloop van een strafrechtelijke titel menskracht en middelen inzetten zolang als nodig is voor de betrokken persoon. Tijdig afschalen als minder zorg nodig is én opschalen in het geval van terugval zijn cruciaal. Op dit moment lopen er vier pilots om ervaring op te doen en daarmee de ketenveldnorm gereed te maken voor landelijke implementatie in 2020.
Bestrijding van High Impact Crimes
In 2009 werden de eerste schreden gezet in de strijd tegen de high impact crimes. Tien jaar geleden waren de overvallen namelijk zo fors toegenomen dat in opdracht van de toenmalige minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin de Taskforce Overvallen werd opgericht. In de daarop volgende jaren zijn we erin geslaagd het aantal overvallen terug te dringen van 2.898 in 2009 naar 1.142 in 2018. De HIC-aanpak werd gaandeweg een begrip. Ook straatroven, geweld, woninginbraken, heling schaarden zich onder de HIC-paraplu en profiteerden van de integrale werkwijze die bij de aanpak van overvallen zo veel succes had geboekt. En ook daar met resultaat: straatroven namen af van 8.390 in 2009 naar 3.532 vorig jaar, het geregistreerde geweld daalde van 105.365 in 2009 naar 72.597 in 2018 en de woninginbraken verminderden in aantal van 91.930 in 2012 naar 42.798 in 2018. Ondanks de intensivering van de aanpak, vinden er nog steeds High Impact Crimes plaats. En iedere straatroof, overval of inbraak is er een te veel. Daarom worden er enkele (nieuwe) maatregelen gecontinueerd of geïnitieerd in de bestrijding van High Impact Crimes.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving en de cursus Aanpak woonoverlast.
Subsidie overvalslachtoffers
De subsidieregeling voor slachtoffers van overvallen is met 3 jaar verlengd. Wie in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2021 slachtoffer is geworden van een woning- of bedrijfsoverval, kan een subsidie van maximaal € 1.000,- aanvragen bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Het geld is bestemd voor het treffen van maatregelen om herhaling van een overval te voorkomen. Slachtoffers van een overval lopen namelijk een grotere kans om opnieuw slachtoffer te worden van een overval. Preventieve maatregelen kunnen deze kans aanzienlijk verkleinen. Voorbeelden van preventieve maatregelen zijn: het vervangen van sloten, het aanbrengen van buitenverlichting en het plaatsen van camera’s. De subsidieregeling maakt deel uit van een breder pakket aan maatregelen voor de aanpak van overvallen.
Excellent cameratoezicht
De helft van de beelden van particuliere camerasystemen in Nederland blijkt ongeschikt voor het opsporen voor verdachten. Met de campagne ‘Excellent Cameratoezicht’ kunnen ondernemers hun eigen camerasystemen en -opstellingen nu gratis laten controleren door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Dit nieuwe initiatief kan een extra impuls geven aan de aanpak van overvallen. Het aantal overvallen is sinds 2009 sterk gedaald, maar sinds eind vorig jaar is sprake van een lichte stijging. Minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid concludeert hieruit dat we moeten blijven zoeken naar nieuwe wegen om de aanpak van overvallen te versterken. “Een overval is een afschuwelijk misdrijf met veel impact op slachtoffers. Helaas vinden er gemiddeld nog steeds drie overvallen per dag plaats. Met ‘Excellent Cameratoezicht’ hebben we de beschikking over een belangrijk nieuw, effectief wapen in de strijd tegen overvallen. Een verbetering van de kwaliteit van camerabeelden helpt enorm. Ik roep daarom de hulp van ondernemers in, om samen ervoor te zorgen dat de kwaliteit van die beelden toeneemt.”
Verhoging strafmaximum voor inbreken op klaarlichte dag
De Tweede Kamer heeft op 21 mei 2019 het wetsvoorstel Herwaardering strafbaarstelling actuele delictsvormen aangenomen. Hiermee zal ook artikel 311 van het wetboek van Strafrecht gewijzigd worden. Op dit moment staat een zwaardere straf op woninginbraken die tijdens de “voor de nachtrust bestemde tijd” gepleegd worden, dan voor woninginbraken die zich op klaarlichte dag voltrekken. Dit onderscheid in strafmaat komt met de beoogde wetswijziging te vervallen. Een mooi bijeffect is dat dan ook de voorbereidingshandelingen voor een inbraak overdag strafbaar worden. Het is al langere tijd een doorn in het oog van de politie dat zij overdag niet kunnen optreden tegen een persoon die zij met inbrekersgereedschap aanhouden. ’s Avonds kan dat wel. Het wetsvoorstel moet nog door de Eerste Kamer behandeld worden.
Afname recidive stagneert
Uit de onlangs verschenen Recidivemonitor HIC blijkt dat plegers van high impact crimes een actieve dadergroep vormen en vaak al op jonge leeftijd beginnen met crimineel gedrag. Een aanzienlijk deel van hen is minderjarig ten tijde van de eerste strafzaak. Dat geldt nog in sterkere mate voor straatrovers. Vroegtijdig ingrijpen is voor deze groep daarom van groot belang. De Recidivemonitor signaleert ook een trendbreuk in de ontwikkeling van recidive. Waar tot 2013 de recidive afnam, is in 2014 en 2015 sprake van een stagnatie of zelfs van een stijging. Blijvende aandacht voor de bestrijding van high impact crimes blijft mede daarom van belang.
Buitenlandse Zaken wil contact met slachtoffers huwelijksdwang en achterlating
Het is weer zomervakantie! Tijd voor een gezellige vakantie met je gezin of familie. Een leuke periode, maar helaas niet voor iedereen. Ieder jaar weer worden Nederlandse meisjes en jongens door hun ouders achtergelaten in het buitenland of gedwongen te trouwen.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en voorzitter van de adviesraad veiligheid van het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken staat slachtoffers van huwelijksdwang en achterlating bij en zet zich – samen met het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating (LKHA) – in voor een veilige terugkeer naar Nederland. Het ministerie is 24/7 bereikbaar voor de in het buitenland achtergelaten kinderen en tieners. Het is belangrijk dat slachtoffers van huwelijksdwang en achterlating weten hoe ze vanuit het buitenland hulp kunnen krijgen. Daarom is het ministerie van Buitenlandse Zaken een campagne gestart om het 24/7 BZ noodnummer bij jongeren onder de aandacht te brengen. Via dat nummer kunnen slachtoffers vanuit het buitenland met een telefoontje of een Whatsappbericht direct contact krijgen met de ambassade.
Hulp van de ambassade
Wanneer een slachtoffer zich meldt bij Buitenlandse Zaken volgt direct actie. Medewerkers op de ambassades hebben kennis van deze problematiek en houden contact met de vaak minderjarige slachtoffers, adviseren hen, en regelen zaken in contacten met de lokale autoriteiten en hulporganisaties. In Den Haag werkt het ministerie samen met het LKHA aan de veilige terugkeer naar Nederland van deze slachtoffers. Het LKHA onderhoudt de nodige contacten in Nederland, bijvoorbeeld met de Raad voor de Kinderbescherming.
Tegen hun wil achtergelaten
Elk verhaal is anders. Het helpen van deze jongeren betekent dus dat het ministerie samen met het LKHA maatwerk moet leveren. Soms worden jongeren tegen hun wil achtergelaten in het buitenland, bijvoorbeeld bij familie die niet (goed) voor ze zorgt, mogen ze niet naar school of worden ze gedwongen te trouwen met iemand die ze niet kennen. Het komt ook voor dat kinderen of tieners worden achtergelaten op een hele strenge kostschool, of zelfs op straat worden achtergelaten.
Moeilijk om hulp te bieden
Vaak hebben slachtoffers van achterlating of huwelijksdwang naast de Nederlandse nationaliteit ook de nationaliteit van het land waar ze zijn achtergelaten. Dat maakt het soms moeilijk om ze te helpen, omdat de autoriteiten deze jongeren vaak als een eigen burger beschouwen. Bemoeienis van Nederland wordt dan in sommige gevallen gezien als ongewenst. Achterlating en gedwongen huwelijken komen veelal voor in landen waar de situatie niet stabiel is, zoals Pakistan, Irak, Somalië en Soedan. Het is niet altijd even makkelijk, maar het ministerie zet alles op alles om deze jongeren uit hun benarde situatie te krijgen. Het is heel belangrijk dat slachtoffers van achterlating of huwelijksdwang in het buitenland weten dat ze altijd een beroep kunnen doen op de Nederlandse ambassade in het land waar ze terecht zijn gekomen.
Minister Dekker brengt werkbezoek aan De Oostvaarderskliniek en het Pieter Baan Centrum
Minister Dekker voor Rechtsbescherming heeft een bezoek gebracht aan De Oostvaarderskliniek en het Pieter Baan Centrum in Almere.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving en de cursus Aanpak woonoverlast.
Forensisch psychiatrisch centrum
De Oostvaarderskliniek is een forensisch psychiatrisch centrum (FPC) waar vooral patiënten verblijven die door de rechter terbeschikkingstelling (tbs) met dwangverpleging opgelegd hebben gekregen. Het gaat hierbij vooral om mensen met psychiatrische- en vaak ook verslavingsproblemen, die (mede) door die problemen een ernstig delict hebben gepleegd. De tbs-behandeling is erop gericht de patiënt te behandelen, met het oog op terugkeer in de samenleving en de kans op herhaling zo klein mogelijk te maken. Hij of zij leert gefaseerd om te gaan met invloeden en omstandigheden die tot terugval in gevaarlijk gedrag kunnen leiden. De patiënten worden behandeld in een gesloten en beveiligd systeem volgens een persoonlijk programma.
Psychiatrische observatiekliniek
Het Pieter Baan Centrum (PBC) is de psychiatrische observatiekliniek van het ministerie van Justitie en Veiligheid. In het PBC worden mensen onderzocht die worden verdacht van of veroordeeld zijn voor een (ernstig) misdrijf. De onderzoeken vinden plaats in opdracht van een rechter, om te kunnen vaststellen dat een verdachte een psychische stoornis heeft. Het PBC heeft een onafhankelijke positie binnen het strafproces en houdt zich niet bezig met het bewijs of de strafmaat. Eén van de grote uitdagingen ligt in de groep verdachten die weigeren mee te werken aan het onderzoek. Voor deze doelgroep is een speciale afdeling ingericht in het PBC.
Werken in een TBS kliniek
In de Oostvaarderskliniek sprak de minister met onder meer medewerkers van de kliniek en het centrum, vertegenwoordigers van de omwonendencommissie en deskundigen over de actuele ontwikkelingen rondom verlof van tbs-ers en het contact met gemeente en omwonenden.
Tijdens de rondleiding in de Oostvaarderskliniek werd bij de werkplaats en winkel met medewerkers en begeleiders gesproken over de opleidingsmogelijkheden binnen de kliniek en de begeleiding naar werk buiten de kliniek. Vervolgens gaven medewerkers uit verschillende disciplines van de organisatie een toelichting op het werken in een tbs-kliniek met de dagelijkse dilemma’s en uitdagingen. Aansluitend volgde in de sportruimte een ontmoeting met een patiënt die binnen de kliniek een opleiding volgt tot sportinstructeur.
Werkwijze van multidisciplinaire teams
In het Pieter Baan Centrum bezocht de minister onder andere de afdeling waar verdachten verblijven die weigeren mee te werken aan een psychologisch onderzoek. Dankzij een andere benadering op deze speciale ‘weigerafdeling’ is het toch mogelijk om een rapportage te maken waar de rechter zich op kan baseren. Ook vond er een ontmoeting plaats met een zogeheten weigerende observandus. Tenslotte werd er een toelichting gegeven op de werkwijze van de multidisciplinaire teams van het PBC.
Campagne tegen zomereenzaamheid
De zomer is voor veel ouderen een periode waarin gevoelens van eenzaamheid een grotere rol spelen. Om die reden start het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) een zomercampagne tegen eenzaamheid. Doel van de campagne is tweeledig: vakantiegangers aansporen wat van zich te laten horen aan de thuisblijvers en ouderen stimuleren hun eenzaamheid te doorbreken, bijvoorbeeld door elkaar op te zoeken of samen wat te gaan doen.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding coördinator armoedebestrijding.
Zomereenzaamheid
Uit onderzoek van seniorenorganisatie KBO-PCOB is gebleken dat eenzaamheid voor ouderen een grotere rol speelt in de zomer dan in andere seizoenen. 15% van de ouderen voelt zich eenzamer in de zomer. Daarom grijpt het ministerie van VWS deze periode aan om extra aandacht te vragen voor het onderwerp. Zo is er een tv-spot waarin ouderen worden gemotiveerd hun eenzaamheid te doorbreken en worden vakantiegangers via social media en billboards bij de grensovergangen opgeroepen wat van zich te laten horen.
Actieprogramma Eén Tegen Eenzaamheid
De campagne maakt deel uit van het actieprogramma Eén Tegen Eenzaamheid dat minister De Jonge vorig jaar presenteerde. In dat actieprogramma wordt gezamenlijk gestart met een aanpak om de eenzaamheid onder ouderen een halt toe te roepen. Ongeveer de helft van het aantal ouderen voelt zich matig tot zeer eenzaam, blijkt uit onderzoek uit 2018. Het kabinet stelt tot en met 2021 daarvoor in totaal 26 miljoen euro beschikbaar. Onderdeel van de aanpak is een landelijke coalitie en 350 lokale coalities die de trend van eenzaamheid onder ouderen moet doorbreken langs twee actielijnen:
– Eenzaamheid signaleren en bespreekbaar maken.
– Het doorbreken en duurzaam aanpakken van eenzaamheid.
Daarvoor is een programmateam tegen eenzaamheid in het leven geroepen dat ondersteuning en advies biedt om de lokale coalities te vormen. Meer naar elkaar omkijken vraagt een kentering in heel de samenleving. Iedereen kan hierin van betekenis zijn.
Aanpak voor veiligere jaarwisseling
Het gevaarlijkste consumentenvuurwerk moet vanaf de jaarwisseling 2020-2021 verboden zijn. Het kabinet gaat in het najaar een voorstel doen om categorie F3-vuurwerk te verbieden. Dat zijn de zwaardere singleshots (enkelschotsbuizen) en grotere knalstrengen (ratelbanden, Chinese rollen). De komende jaarwisseling wordt de levering van veiligheidsbrillen en lonten verplicht bij de verkoop van consumentenvuurwerk om vuurwerkletsel zo veel mogelijk te voorkomen. En nog dit jaar wordt het Vuurwerkbesluit aangepast zodat gemeenten voor aankomende jaarwisseling een vuurwerkverbod binnen hun grenzen kunnen afkondigen. Verder blijven politie en OM stevig inzetten op het in beslag nemen van illegaal vuurwerk, en wordt er gewerkt aan het verhalen van deze kosten op de daders. Deze nieuwe maatregelen moeten bovenop de bestaande aanpak bijdragen aan een meer veilige en feestelijke jaarwisseling voor iedereen. Dat heeft de ministerraad besloten op voorstel van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving en de cursus Aanpak woonoverlast.
Traditie jaarwisseling behouden, gevaarlijkste vuurwerk verbieden
Het kabinet wil de traditie van de jaarwisseling zoveel mogelijk behouden. Daarom blijft het minder gevaarlijke vuurwerk beschikbaar voor consumenten. Dit is het zogenaamde F1- en F2-vuurwerk, zoals siervuurwerk, knalvuurwerk en vuurpijlen. Het kabinet blijft de jaarwisseling monitoren. Als het aantal en de aard van de incidenten tijdens de komende jaarwisseling(en) niet past in de dalende trend in de afgelopen jaren van het aantal incidenten, de aard van de incidenten en het aantal geweldsdelicten tegen hulpverleners, worden diverse aanvullende maatregelen niet uitgesloten. De laatste jaarwisseling was een uitzondering op die dalende trend.
Gemeenten ervaren jaarwisseling wisselend: lokaal vuurwerkverbod wettelijk verankerd
Gemeenten hebben een wisselend beeld bij de jaarwisseling. De G4 gemeenten geven aan dat ze geen daling zien in de hoeveelheid meldingen, incidenten en schade. De G40 steden zijn positiever, zeggen dat de genomen maatregelen hun vruchten afwerpen en noemen de jaarwisseling ’rustig’ en een ‘feest’. Mede hierom is het belangrijk dat gemeenten zelf kunnen bepalen of zij een lokaal vuurwerkverbod willen instellen, wanneer zij oordelen dat dit nodig is om gevaar, schade of overlast te voorkomen. Het lokaal vuurwerkverbod wordt daarom wettelijk verankerd in het Vuurwerkbesluit. Hierdoor ontstaat minder twijfel over de mogelijkheid die gemeenten hebben om hun hele gemeente als vuurwerkvrije zone aan te wijzen.
Normloosheid en raddraaiers aanpakken
Overlast, letsel en geweld tijdens de jaarwisseling wordt veroorzaakt door vuurwerk, maar ook door alcohol en groepsgedrag waarbij een zekere mate van normloosheid lijkt te bestaan. Tijdens gesprekken met brandweerlieden, ambulancepersoneel, politiemensen en boa’s hoorde minister Grapperhaus wat zij voor afschuwelijke en onacceptabele incidenten meemaken. Hulpverleners pleiten al langer voor een (gedeeltelijk) vuurwerkverbod en hebben dat uitdrukkelijk herhaald tijdens de bijeenkomsten en in de media. In aanvulling op al genomen maatregelen om geweld tegen functionarissen met een publieke taak aan te pakken, heeft Grapperhaus ook recentelijk aangekondigd te werken aan een taakstrafverbod bij geweld tegen functionarissen met een publieke taak. Het wetsvoorstel waarin het hinderen van hulpverleners strafbaar wordt gesteld, ligt inmiddels in de Eerste Kamer.
Gebiedsverbod en meldplicht
Het OM gaat verder de mogelijkheid raddraaiers een gebiedsverbod – al of niet in combinatie met een meldplicht – op te leggen nadrukkelijk onder de aandacht brengen, zodat zij de komende jaarwisseling niet opnieuw kunnen verstoren. En ook de komende jaarwisseling zal de politie gebruik maken van bodycams; agenten die bodycams dragen krijgen minder vaak te maken met bedreigingen en lichamelijke agressie.
Blijven inzetten op aanpak illegaal vuurwerk
De afgelopen jaarwisseling vielen twee doden door illegaal vuurwerk. In de afgelopen jaren heeft de politie met haar partners steeds meer ingezet op het terugdringen van illegaal vuurwerk, met een recordhoeveelheid van 56.000 kilo in beslag genomen illegaal vuurwerk in 2018 tot gevolg. Politie en OM zullen hier ook dit jaar weer stevig op inzetten. Daarnaast is recentelijk een wetsvoorstel in consultatie gebracht waardoor onder meer de kosten voor inbeslagneming van illegaal vuurwerk straks verhaald kunnen worden op de dader.



