Gemeenten intensiveren hulp aan laaggeletterden
Mensen die moeite hebben met taal of het lastig vinden om met een computer te werken, krijgen extra hulp van gemeenten. Dat is vandaag afgesproken door gemeenten en ministeries. Tijdens de aftrap van de Week van de Alfabetisering ondertekende minister Ingrid van Engelshoven samen met de VNG afspraken over de vervolgaanpak laaggeletterdheid. Gemeenten ontvangen hiervoor vanaf volgend jaar extra geld: € 5 miljoen per jaar in 2020, oplopend tot € 7,3 miljoen in 2024.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding coördinator armoedebestrijding.
Meedoen in samenleving
Iedereen in de samenleving moet kunnen meedoen. Daarom intensiveren gemeenten de hulp aan laaggeletterden. Medewerkers van de gemeente worden bijvoorbeeld ingelicht over hoe zij signalen van laaggeletterdheid kunnen herkennen. Zo kunnen ze mensen sneller en doelgerichter helpen, bijvoorbeeld door iemand die aanklopt voor schuldhulpverlening indien nodig ook door te verwijzen naar een taalcursus. Daarbij komt extra aandacht voor de doelgroep met Nederlands als eerste taal. ‘’Om mee te kunnen doen in de samenleving zijn deze vaardigheden essentieel’’, vindt Ingrid van Engelshoven. ‘‘Daarom hebben we met gemeenten concrete afspraken gemaakt over wat we gaan doen om deze groep mensen nóg beter te helpen.’’ Het doel is dat er in alle gemeenten eind 2024 een integrale aanpak van laaggeletterdheid is gerealiseerd. In de afspraken staat ook dat gemeenten de kwaliteit van cursussen voortaan structureel controleren. Onderdeel daarvan is een check of het aanbod goed past bij wat mensen nodig hebben.
Interesse voor taal- of computerles
Gemeenten en ministeries onderzoeken samen wat het beste werkt om mensen te bereiken en wat er nodig is om hen te interesseren voor een taal- of computerles. Samenwerkende gemeenten maken met elkaar een plan waarin staat hoe ze dit gaan aanpakken. Onder die afspraken zetten de VNG, namens alle Nederlandse gemeenten, en de minister vandaag in Amsterdam hun handtekening.
Ministeries verenigd in aanpak tegen laaggeletterdheid
In Nederland hebben 2,5 miljoen volwassenen moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak hebben zij ook moeite met digitale vaardigheden. In het programma ‘Tel mee met Taal’ verenigen vier ministeries zich in de aanpak tegen laaggeletterdheid. Het gaat om de ministeries Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).
Russische georganiseerde criminaliteit
Afgelopen zomer was ik op rondreis door Rusland, Mongolië en China. In deze blog sta ik stil bij de Russische georganiseerde criminaliteit.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en spreker op het congres Ondermijning & Georganiseerde Criminaliteit.
In bijna iedere grotere stad in Rusland is een bende actief die zich bezighoudt met georganiseerde criminaliteit. Alleen al in Moskou bestaan er tientallen bendes. Een Russische bende eis vaak opgebouwd volgens het militaire model. Bovenaan staat een leider, hieronder de luitenants en daaronder de uitvoerders. Om leider te worden van een bende moet je van onbesproken gedrag zijn. Dit houdt in dat je niet met justitie of politie hebt samengewerkt en niet hebt geklikt. Ook mag je geen openstaande schulden hebben. Veel hooggeplaatste criminelen genieten onschendbaarheid, omdat ze een volksvertegenwoordiger van een politieke partij assisteren. Kenmerkend voor de Russische georganiseerde criminaliteit is een nauwe verwevenheid met de legale economie. Criminelen zijn tevens ondernemers. Gewelddadige liquidaties hebben (deels) plaatsgemaakt voor het selectief gebruik van wet- en regelgeving en een manipuleerbare rechtelijke macht om tegenstanders uit te schakelen.
Criminele activiteiten
De meeste bendes in Rusland houden zich bezig met bescherming (afpersing) van ondernemers en het witwassen van de hieruit verkregen inkomsten. Ondernemers worden in dit geval (fictief) beschermt tegen een ‘vijandige’ bende, die vervolgens een ‘bevriende’ bende inschakelen om leed te voorkomen. In de praktijk werken beide bendes dan vaak met elkaar samen. Desondanks wordt bescherming door een bende door ondernemers als noodzakelijk gezien, ook omdat er weinig verwacht wordt van de politie. In sommige gevallen speelt de politie ook een dubieuze rol door ondernemers tegen betaling bescherming te bieden tegen dreigingen van bendes. Het afpersen van ondernemers heeft de laatste jaren ook in Nederland opnieuw zijn intrede gedaan, met name in de Amsterdamse onderwereld. Naast afpersing houden Russische bendes zich bezig met andere criminele activiteiten zoals drugshandel, mensenhandel en orgaanhandel.
Grip op de samenleving
Onder Poetin wist de Russische overheid een eind te maken aan een uitzichtloze situatie waarin de criminele bendes het voor het zeggen hadden in het land. De overheid heeft de grip om de samenleving (deels) overgenomen. Dat wil niet zeggen dat er geen georganiseerde criminaliteit meer plaatsvindt in Rusland. Met name voor de bendes die niet tegen, maar met de overheid samenwerken zijn er nog steeds mogelijkheden om criminele activiteiten te ontplooien. De verwevenheid tussen de onder- en bovenwereld is dan ook groot. Criminelen vind je terug op belangrijke plekken in de politiek en de economie.
Verwevenheid
Rusland heeft een diffuus crimineel ecosysteem. Bendes werken samen om vervolgens weer apart verder te gaan. Er is sprake van gelegenheidsstructuren die komen en gaan. Criminele coalities worden aangegaan wanneer bepaalde kennis of expertise binnen het eigen criminele netwerk ontbreken. Bendes bieden onderling hun specialistische diensten rond witwassen, frauderen, smokkelen, hacken, bedreigen of liquideren. Dit gebeurd zowel in binnen- en buitenland. Russische bendes worden buiten hun landsgrenzen graag gezien, omdat ze er veelal niet op uit zijn om plaatselijke criminelen te verdringen maar juist op zoek zijn naar samenwerking, bijvoorbeeld door hun specialistische diensten aan te bieden.
Terugblik regiodag Samen tegen mensenhandel
Op 3 september 2019 organiseerde het Expertisecentrum Mensenhandel en (jeugd)prostitutie van Lumens, samen met Maatschappelijke Opvang Den Bosch en de gemeente Helmond een regiodag voor de regio Oost-Brabant over mensenhandel.
Met de nieuwe aanstellingen in ’s-Hertogenbosch en Helmond is de ketenaanpak binnen ‘Samen tegen Mensenhandel’ in heel Oost-Brabant geborgd. Tijdens de regiodag werden alle aanwezige professionals die werkzaam zijn in de regio voorgelicht over mensenhandel waarbij er extra aandacht was voor de verschillende uitingsvormen, hoe te signaleren en hoe te handelen met deze signalen.
Opening regiodag Samen tegen mensenhandel
De aanwezigen op de regiodag in Dynamo Eindhoven werden welkom geheten door Jacqueline Vonk, bestuurder bij Lumens. Hierbij benoemde ze het belang van de ketensamenwerking tussen de verschillende disciplines om (de gevolgen van) mensenhandel aan te pakken. Het doel van de regiodag is om de keten van professionals te versterken door voorlichting over het werkproces omtrent mensenhandel en door professionals van verschillende disciplines elkaar te laten ontmoeten. Jacqueline Vonk werd bij haar welkomstwoord bijgestaan door twee ervaringsdeskundigen.
Frank van Summeren, dagvoorzitter van de regiodag en adviseur zorg en veiligheid bij RONT Management Consultants gaf hierna het woord aan Herman Bolhaar, Nationaal Rapporteur Mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen die op zijn beurt de opening verzorgde van de regiodag. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen rapporteert aan de regering over de aard en omvang van mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen in Nederland. De Nationaal Rapporteur monitort de effecten van het beleid dat op deze terreinen wordt gevoerd en doet aanbevelingen om de aanpak van mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen te verbeteren.
Nederland heeft een verplichting tot het voeren van effectief beleid met als doel mensenhandel te voorkomen, slachtoffers te beschermen en ondersteunen en daders te bestraffen. Dit moet leiden tot een sluitende aanpak. De overheid dient te voorzien in de mogelijkheid om ontwikkelingen te monitoren, statistieken te verzamelen en het effect van maatregelen te meten. Hierbij worden steeds meer verantwoordelijkheden toevertrouwd aan het lokaal bestuur.
Integrale ketenaanpak van mensenhandel
Lotte Niederer, ketenregisseur mensenhandel bij het Bureau Integrale Veiligheid Oost-Brabant, stond in haar plenaire lezing stil bij de aard en omvang van mensenhandel in Oost-Brabant. Ook besteedde ze aandacht aan het signaleren en melden van mensenhandel. Tevens ging ze in op de integrale aanpak van mensenhandel en de rol van de gemeente hierin (signalering, regulering, opwerpen van barrières voor daders en de zorg voor hulpverlening voor slachtoffers)
Mensenhandel is onder andere het werven, vervoeren of verhandelen van mensen onder dwang tegen hun wil met als doel seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting, criminele uitbuiting of orgaanverwijdering. Dit is meestal geen mensensmokkel, dat wél op verzoek van de gesmokkelden gebeurt. Mensenhandel kan worden aangepakt door middel van het strafrecht (opsporing, vervolging en berechting van daders) en het bestuursrecht (inzet van bevoegdheden om mensenhandel te voorkomen, te signaleren en/of stoppen).
Tatoeages en mensenhandel
Janine Janssen, bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie bij de Open Universiteit en lector veiligheid en geweld in afhankelijkheidsrelaties bij het Expertisecentrum Veiligheid van de Avans Hogeschool verzorgde een plenaire lezing over tatoeages in relatie tot mensenhandel. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is in de afgelopen acht jaar het aantal tattooshops in ons land bijna verdrievoudigd. Er zijn er momenteel ruim 1000. Een (na)zomerse dag laat snel zien dat ook leden van het korps deze etablissementen regelmatig bezoeken. Niet alleen past die pet ons allemaal, maar blijkbaar ook die sleeve. Gezien de grote populariteit van permanente lichaamsversieringen is het echter opmerkelijk dat de politie zich nog niet gerealiseerd heeft, wat voor interessante informatiedragers die tatoeages zijn. Het gaat om verschillende soorten sporen: biometrische variabele ten behoeve van identificatie, (symbolische) betekenis van de afbeeldingen, stijl en kleurgebruik kan iets vertellen over tijdvak en tatoeëerder en verwijderde tatoeages laten ook sporen na (brand)wonden, littekens van de laser, residu inktresten).
Open u ogen voor mensenhandel
Ina Hut, bestuurder bij CoMensha, verzorgt de laatste plenaire lezing van de regiobijeenkomst. Het Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel (CoMensha) is een landelijke organisatie die zich inzet voor de belangen en rechten van slachtoffers van mensenhandel in Nederland, maar ook internationaal, waaronder ook het Caribisch deel van het Koninkrijk. CoMensha geeft inzicht in de aard en omvang van mensenhandel in Nederland op basis van de registratie, coördineert de eerste opvang en zorg, signaleert knelpunten in de ketenaanpak mensenhandel en zet zo nodig aan tot actie. Daarnaast investeert CoMensha in het creëren van meer bewustwording van mensenhandel en worden er trainingen gegeven in het signaleren van mensenhandel. Ina Hut ging in op de uitdagingen voor de regio Oost-Brabant op het terrein van mensenhandel. Hierbij gaat het om aandacht voor alle vormen van mensenhandel, het ontwikkelen van beleid tegen mensenhandel, betere informatiedeling, intensivering integrale aanpak, voldoende financiële middelen en duidelijke meldroutes.
Open je ogen, mensenhandel is dichterbij dan u denkt
Na de plenaire lezingen werden op het Stationsplein in Eindhoven trotters met dertig portretten van slachtoffers van mensenhandel onthuld. Het gaat om zeer schrijnende verhalen van vrouwen, mannen, jongens en meisjes die slachtoffer zijn van mensenhandel. Velen van hen zitten nog in de beschermde opvang. Zij willen dat iedereen weet dat mensenhandel in Nederland voorkomt en wat voor leed dit veroorzaakt. De fototentoonstelling is gemaakt in opdracht van CoMensha in samenwerking met stichting Open Mind.
Sporenonderzoek naar en medische behandeling bij slachtofferschap van seksueel geweld
Na de lunch vonden er twee sessierondes plaats waarbij de deelnemers aan de regiobijeenkomst konden kiezen uit diverse workshops over uiteenlopende onderwerpen met betrekking tot mensenhandel. Het Centrum Seksueel Geweld is er voor iedereen die kortgeleden een nare seksuele ervaring heeft meegemaakt. Susanne van Gog, coördinator bij het Centrum Seksueel Geweld Babant-Oost ging in haar workshop in op hoe zij het CSG in deze regio heeft opgezet. In 2018 ontving het CSG bijna 50% meer meldingen van acuut seksueel geweld. Maar wat is acuut seksueel geweld? En wat gebeurt er met een melding? Hoe ziet een bezoek aan het CSG er uit? Naast de beantwoording van deze vragen werd tijdens de workshop ingegaan op hoeveel slachtoffers zich jaarlijks melden bij het CSG, hoeveel dagen na het seksueel geweld er een forensisch sporen onderzoek kan worden verricht en wat voor medische behandeling er nodig is bij slachtofferschap van seksueel geweld.
Van gevaarlijke woonsituaties tot arbeidsuitbuiting
Samen weten meer dan een. Door verschillende signalen en informatie samen te brengen en deze gezamenlijk te analyseren weet het Peelland Interventie team (PIT) waar, wanneer en hoe zij moeten opereren. Een krachtig bestuursrechtelijk middel om mensenhandel te signaleren en om gezamenlijk door te pakken. Sinds januari 2017 wordt overlast en complexe handhavingsproblematiek in de Peel succesvol aangepakt door het PIT. Andere gemeenten kunnen hun voordeel doen met deze werkwijze. Daarnaast ging Peter Knoops, programmaleider aanpak ondermijning bij het basisteam Peelland van de Nationale Politie in zijn workshop in waarom het PIT destijds is opgericht, wat de aanpak en werkwijze is en welke partners betrokken zijn. Tot slot kwam aan bod wat de kracht van het PIT is en wat het oprichten van een bestuurlijk interventieteam de betrokken partners heeft opgeleverd.
Voodoo en prostitutie
Als ze niet met de mannen naar bed gaan, worden ze behekst. Vele vrouwen uit het buitenland worden met voodoo-vloeken in de prostitutie gedwongen. Ook in Nederland. Wie even voorbij het exotische fenomeen van de vloek kijkt, ziet het vaste recept van de mensenhandelaar. De slachtoffers kennen allemaal hun eigen voorbeelden van wat er gebeurt als je toch naar de politie stapt of op de vlucht slaat. En dus stappen de meeste slachtoffers nooit naar de politie of naar de hulpverlening. En als ze er al mee in contact komen, gaat het met geen woord over de eed. Ook al niet omdat veel hulpverleners er weinig vanaf weten. De vrouwen overtuigen uit de prostitutie te stappen, is niet makkelijk. Vodou is een Caribische religie met duidelijk West-Afrikaanse ‘roots’. Het Expertisecentrum Mensenhandel en (jeugd)Prostitutie heeft daarom de samenwerking gevonden met ‘manbo’ Maria van Daalen, een vodou-priesteres van een internationale vodou-congregatie.
Het vervolgen van daders van mensenhandel
De Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) is een gespecialiseerd team binnen de Landelijke Politie. De taak van deze (gecertificeerde) rechercheurs is erg divers, maar allen met het doel om de dader(s) van mensenhandel te vervolgen. In samenwerking met de Officier van Justitie mensenhandel, doen deze rechercheurs onderzoek. Veelal doen zij dit na een aangifte van een (vermoedelijk) slachtoffer, echter kan een rechercheur ook “ambtshalve” een onderzoek doen. Daarnaast is dit team belast met de bestuurlijke controles van sekswerk. Tijdens deze workshop werd door Corina Vermeulen, senior tactische opsporing bij het team mensenhandel van de Nationale Politie, ingegaan op de strafrechtketen welke is belast met de bestrijding van mensenhandel en hoe deze werkt. Ook werd aandacht besteed aan hoe een aangifte verloopt, wat kan worden verwacht van een hulpverlener en van de politie omtrent (vermoedelijke) slachtoffers van mensenhandel.
Criminele uitbuiting: slachtoffer of dader
Er worden jaarlijks maar zo’n 23 zaken van arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting voor de rechter gebracht. In slechts de helft van die zaken wordt ook echt iemand veroordeeld. Hiermee blijft de aanpak van deze vormen van mensenhandel ernstig achter op die van seksuele uitbuiting. Strafrechtelijke zaken van criminele en arbeidsuitbuiting strandden afgelopen jaren vroegtijdig, omdat onzeker was of een gedraging ook echt strafbaar was als mensenhandel. Meike Lommers, adviseur bij het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid ging in haar workshop in op het herkennen van signalen, onbekende fenomenen en het spanningsveld tussen dader- en slachtofferschap.
Aanpak van arbeidsuitbuiting
Arbeidsuitbuiting komt in alle sectoren voor. Het gaat altijd om kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. Dwang, geweld, dreiging, afpersing, fraude en misleiding spelen vaak een rol. Als mensen worden gedwongen om werk te doen onder zeer slechte omstandigheden en voorwaarden is mogelijk sprake van mensenhandel en arbeidsuitbuiting. Om kwetsbare groepen te beschermen tegen arbeidsuitbuiting en ernstige benadeling voert de Inspectie op basis van ontvangen meldingen en signalen strafrechtelijke onderzoeken uit. Ze doet dat onder aansturing van het Openbaar Ministerie. Conny Jonkman, rechercheur mensenhandel bij de Inspectie SZW, liet tijdens de workshop aan de hand van casuïstiek zien wat de rol is van de Inspectie van SZW bij de aanpak van arbeidsuitbuiting. De aanpak mensenhandel en de bescherming van slachtoffers kent nog diverse uitdagingen. De samenwerking tussen veiligheid en zorg is van essentieel belang voor een effectieve aanpak van mensenhandel.
Dwingende groepsculturen
In Nederland zijn enkele honderden (religieuze) bewegingen actief. Uit onderzoek, in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid, blijkt dat een deel van deze bewegingen zich schuldig maakt aan misstanden in binnen- en buitenland zoals uitbuiting, mishandeling, bedreiging en zedendelicten. In deze workshop werd door Jessica Terwiel en Diederik van Herwijnen van de stichting Verstrikt ingegaan op de gevoeligheid voor dwingende groepscultuur die mensen eigen is, op de kenmerken van manipulatie en de aard van de dader-slachtoffer-omstander relaties. De deelnemers aan de workshop werden geconfronteerd met de eigenschappen die de gevoeligheid voor manipulatie heel dichtbij huis brengen en leerde tekenen van manipulatie herkennen.
Preventie: Gevaarlijke Liefde en Ik ben van mij
Naast het belang van tijdig signaleren is preventie een grote schakel in de bestrijding tegen mensenhandel. Alleen preventief kan worden voorkomen dat er meer slachtoffers komen van deze vorm van criminaliteit. In onze regio zijn er meerdere aanbieders van preventieve programma’s.
Twee daarvan bundelden de krachten om tijdens deze workshops de do’s en dont’s te bespreken rondom de preventieve aanpak van seksuele uitbuiting. Humanitas Gevaarlijke Liefde maakt jongeren bewust van het maken van keuzes en het aangeven van grenzen rondom liefde, seks en seksualiteit. De gevaren van seksueel grensoverschrijdend gedrag, loverboys en lovergirls en jeugdprostitutie worden in de voorlichting en scholing besproken. Gevaarlijke Liefde verzorgt voorlichting en scholing aan jongeren, ouders en professionals. Dat gebeurt ter plaatse, bijvoorbeeld op middelbare scholen, in buurthuizen en jongerencentra of bij hulpverleningsinstanties, aldus Lilja van Himbergen, coördinator Gevaarlijke Liefde bij Humanitas.
‘Ik ben van mij!’ richt zich op jongeren en is een interventie die focust op het bevorderen van positief seksueel gedrag, op het ontwikkelen van bewustzijn van eigen wensen en grenzen en op het (h)erkennen van de wensen en grenzen van een ander. Daarbij staat een positieve seksualiteit centraal waarbij de jongeren zich seksueel verantwoordelijk voelen en gedragen ten opzichte van zichzelf en de ander. Ook richt het zich op het verlagen van het risico op het meemaken of vertonen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. De uitvoering van de interventie bestaat uit (peer-) educatie, peer-activatie en peer-mobilisatie, aldus Janiek Hesdahl, coördinator Ik ben van mij bij Lumens.
Betere gegevensuitwisseling nodig voor aanpak onterechte uitkering bij detentie
Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft recent aangekondigd de gegevensuitwisseling rondom detentie en uitkeringen te verbeteren. Er zijn opnieuw gebreken geconstateerd in de controles op uitkeringen aan gedetineerden. Hij is hierover nog in gesprek met verschillende uitvoeringsorganisaties.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving en de opleiding coördinator armoedebestrijding.
Controles niet altijd sluitend
Minister Koolmees: “Elke onterechte uitkering is er een te veel. Daarom hebben we grondig gekeken naar de verschillende controles die plaatsvinden op uitkeringen aan gedetineerden. Die blijken niet altijd sluitend te zijn. Het is goed dat dit nu ook aan het licht komt zodat we dat kunnen herstellen, de gegevensuitwisseling kunnen verbeteren en het net stap voor stap kunnen verbeteren.” Mensen met een uitkering die in detentie komen, moeten dit zelf melden bij de uitkeringsorganisatie. Eerder dit jaar meldde Nieuwsuur dat de controle hierop niet goed verliep en dat UWV daardoor onterecht uitkeringen verstrekte aan gedetineerden. Naar aanleiding daarvan heeft minister Koolmees opdracht gegeven de verstrekking van uitkeringen aan gedetineerden in de volle breedte tegen het licht te houden. Daaruit blijkt dat de gegevensuitwisseling en bestandsvergelijkingen tussen de verschillende overheidsorganisaties niet altijd sluitend is. Het gaat om gegevensuitwisseling tussen Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) enerzijds en UWV, de SVB en het Inlichtingenbureau (namens gemeenten) anderzijds.
Maatregelen getroffen
Zo kan het zijn dat mensen die nog in het aanvraagproces voor een uitkering zitten, door het net glippen. Ook blijkt dat controles in een aantal gevallen tijdelijk niet of niet goed hebben plaatsgevonden. De betrokken organisaties hebben inmiddels maatregelen getroffen en onderzoeken in hoeveel gevallen er daadwerkelijk onterechte uitkeringen zijn verstrekt. Deze zullen worden teruggevorderd. De minister maakt voor het eind van het jaar bekend hoeveel uitkeringen er onterecht zijn verstrekt en welke acties hij precies onderneemt om de gegevensuitwisseling te verbeteren.
De aanpak van drugscriminaliteit in Mexico
Enige tijd geleden was ik op reis in Mexico dat veel te lijden heeft onder de aanwezigheid van drugskartels.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en spreker op het congres Ondermijning & Georganiseerde Criminaliteit.
Pablo Escobar bouwde een imperium op rond de handel in cocaïne, die uit dichtbeboste gebieden uit ondermeer Colombia kwam en werd doorgevoerd naar de Verenigde Staten en Europa. Het Medellinkartel controleerde een wijdvertakt productie- en handelsnetwerk waar vele Colombianen een goed inkomen aan verdienden. Na de val van het imperium van Pablo Escobar namen drugskartels uit Mexico (een deel van) de drugshandel over.
Leidende rol in cocaïnehandel
De Mexicaanse drugsbaron Joaquín Guzmán Loera, bekend als El Chapo, pakte de leidende rol in de cocaïnehandel. Tijdens zijn dagen als drugsbaron controleerde hij ongeveer een kwart van de cocaïne die de VS in ging. Hij werd vanaf 1993 verschillende keren opgepakt waarna hij weer ontsnapte (met hulp van corrupte overheidsfunctionarissen). Nadat hij in 2016 opnieuw werd opgepakt werd hij uitgeleverd aan de VS waar hij in de rechtbank in New York uiteindelijk werd veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.
Onder de radar
El Chapo stond jarenlang bovenaan de Amerikaanse opsporingslijst. Hij smokkelde drugs via zeehavens, tunnels, vrachtwagens en vliegtuigen. Hij kocht politici om en liet tegenstanders koelbloedig omleggen. Hij werd beroemd en berucht door zijn Sinaloa-kartel te transformeren tot een wereldwijde operatie. Datzelfde kartel gaat op dezelfde voet verder nu El Chapo in detentie zit. Onder leiding van zijn opvolgers is het Sinaloa kartel onzichtbaar geworden en wordt er zoveel mogelijk onder de radar geopereerd.
Groeiende problematiek
Het Sinaloa-kartel is actief in meer dan vijftig landen, waaronder Nederland. In Europa en in de VS is er een enorme afzetmarkt. Drugsdealers blijven actief zolang de vraag naar drugs blijft bestaan en het niet wordt gedecriminaliseerd of gelegaliseerd. Met alle gevolgen van dien waaronder tienduizenden moorden in Mexico. Het allergrootste probleem is dat er nauwelijks een alternatief is voor de drugscriminaliteit. Door het vele geweld als gevolg van de drugshandel zijn veel buitenlandse bedrijven uit Mexico vertrokken. Het gevolg is toenemende werkloosheid waardoor (nog meer) Mexicanen al dan niet gedwongen in de drugscriminaliteit terechtkomen.
Aanpak mislukt
De oorlog tegen drugs is mislukt. Vooral de VS, maar ook veel andere landen, hebben de afgelopen tientallen jaren miljarden gestoken in de jacht op drugscriminelen en -gebruikers. De hoop was dat met deze harde aanpak een drugsvrije wereld kon worden gecreëerd. Maar de manier waarop dit werd gedaan, was niet productief en werkte in sommige gevallen zelfs averechts. Door het toenemende geweld als gevolg van de drugsoorlog zijn burgers het vertrouwen in de overheid verloren.
Toolkit helpt gemeenten bij tegengaan radicalisering
De Toolkit Evidence Based Werken is recent officieel in gebruik genomen. De online toolkit helpt gemeenten bij het effectiever tegengaan van radicalisering.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en voorzitter van de adviesraad veiligheid van het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid.
De lancering vond plaats tijdens een werkbezoek van minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aan de gemeente Delft. De Toolkit Evidence Based Werken is ontwikkeld in opdracht van SZW en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).
Preventiebeleid evalueren, bijsturen en doorontwikkelen
Gemeenten en het Rijk zetten zich al langere tijd gezamenlijk in om radicalisering van groepen en individuen zo vroeg mogelijk tegen te gaan. Dat gebeurt op verschillende manieren. Zo werken sommige gemeenten samen met zogenoemde sleutelfiguren in lokale gemeenschappen. En bij de preventieve aanpak ‘Weerbaar Opvoeden’ ondersteunen gemeenten ouders bij het weerbaar maken van hun kinderen in het kader van tegengaan van radicalisering. Maar hoe weet je nu als gemeente of je op de goede weg bent? Op www.toolkitevidencebasedwerken.nl vinden gemeenten kennis, geleerde lessen, praktische handvatten, checklists en formats om preventiebeleid te evalueren, bij te sturen en door te ontwikkelen.
Beleid moet aantoonbaar werken
Minister Koolmees: “Er zijn ontzettend veel goede initiatieven om radicalisering en extremisme te voorkomen en te bestrijden. Het is heel lastig om de effectiviteit daarvan te meten. Maar dat moeten we wel proberen. Ons beleid moet werken en dat moeten we kunnen aantonen.”
Evalueren op 3 momenten
De toolkit is een van de manieren waarop Rijk en gemeenten de handen ineenslaan om het preventiebeleid verder te verbeteren. Gemeenten zijn nauw betrokken geweest bij de ontwikkeling van de toolkit. Zij hebben immers een belangrijke rol in het tegengaan van radicalisering. Met deze toolkit kunnen gemeenten een aanpak op drie momenten evalueren. Voorafgaand aan het uitvoeren van een bepaalde aanpak kunnen gemeenten hun plan evalueren. Tijdens de uitvoering van een aanpak kunnen gemeenten een procesevaluatie doen om bij te kunnen sturen. En na afloop van een aanpak helpt de toolkit met een effectevaluatie om naar de behaalde uitkomsten en effecten te kijken. Gemeenten die gebruik maken van de toolkit kunnen onderling de resultaten van hun evaluaties delen en zo beter kennis uitwisselen en van elkaar leren. Het Rijk zal de gemeenten hierbij faciliteren.
Don’t look Away bij kindersekstoerisme
De campagne Don’t look Away in de strijd tegen kindersekstoerisme is deze zomervakantie opnieuw gelanceerd. De campagne is bedoeld om reizigers bewust te maken van het fenomeen kindersekstoerisme, zodat ze daarvan melding kunnen maken. Vakantiegangers, zakenreizigers en mensen die werken in de reisbranche zijn in het buitenland belangrijke extra ‘ogen en oren’ voor politie en Openbaar Ministerie (OM) in de opsporing van verdachten van seksueel misbruik van vaak kwetsbare kinderen in het buitenland.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving
De campagne Don’t look Away wordt gecoördineerd door Defence for Childeren-ECPAT. Bij de campagne zijn verder betrokken reisbranche-organisatie ANVR, verschillende touroperators, andere kinderrechtenorganisatie (Terre des Hommes, Plan Nederland en Free a Girl), de politie, het OM, de Koninklijke Marechaussee, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen kinderen en het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Liaisons tegen kindersekstoerisme
Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid heeft eerder aan de Tweede Kamer laten weten dat de bestrijding van kindersekstoerisme opnieuw tegen het licht is gehouden. Gezien internationale ontwikkelingen is het zaak om flexibel te zijn in de aanpak. Dit betekent dat er nu in Manilla, de hoofdstad van de Filipijnen, een liaison van de politie is geplaatst met als taakaccent aanpak kindersekstoerisme in de regio van zes landen in Zuidoost-Azië. Daarnaast zal een strategische liaison vanuit Zoetermeer gaan werken om bij te dragen aan de ontwikkeling van de aanpak in zogeheten opkomende landen. Dat zijn vooral landen in Afrika en Zuid-Amerika waar kindersekstoerisme steeds meer opduikt.
Identificeren en ontzetten van slachtoffers
Het (lokale) netwerk van liaisons heeft al eerder geleid tot identificeren en ontzetten van slachtoffers. In de bestrijding van kindersekstoerisme is voor de politie en het OM de samenwerking met buitenlandse partners en (lokale) NGO’s van belang. De inzet van liaisons leidt praktisch tot een soepeler en meer voortvarende internationale informatie-uitwisseling en meer lokale bewustwording voor de aanpak van kindersekstoerisme.
Vervolg aanpak personen met verward gedrag
Het aantal incidenten met personen met verward gedrag op straat lijkt de laatste jaren gestegen. Veel van deze personen met verward gedrag hebben te maken met verschillende beperkingen (verstandelijk beperkt, dementie) en verschillende problemen (verslaving, schulden, dakloosheid, illegaliteit). Met hun gedrag kunnen zij een (acuut) gevaar vormen voor zich zelf en hun omgeving. Om personen met verward gedrag de juiste ondersteuning en zorg te bieden moet door gemeenten en partners worden geïnvesteerd in onder andere preventie, vroegtijdige signalering, humaan vervoer en een juiste opvang. Een aantal landelijke programma’s richt zich hierop. Deze programma’s zijn onvoldoende aan elkaar verbonden of werken naast elkaar. In de regio zijn gemeenten met hun ketenpartners verantwoordelijk voor de persoonsgerichte aanpak voor deze kwetsbare groep. De regionale problematiek en de landelijke ontwikkelingen moeten beter op elkaar gaan aansluiten.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving en de cursus Aanpak woonoverlast.
VLOT opvolger van Schakelteam personen met verward gedrag
Na twee jaar ‘schakelen’ heeft het Schakelteam personen met verward gedrag zijn opdracht vorig jaar afgerond. De opvolger van het Schakelteam is het Verbindend Landelijk OndersteuningsTeam (VLOT), dat de samenwerking tussen ketenpartners wil bevorderen en tevens gemeenten en regio’s vraaggericht zal ondersteunen. VLOT bestaat uit een regionaal ondersteuningsteam met regioadviseurs en een landelijk kernteam. De regioadviseurs ondersteunen gemeenten bij de implementatie van een persoonsgerichte aanpak voor kwetsbare personen. Het kernteam, waarin de ministeries van VWS, BZK en JenV en de VNG participeren, richt zich op het verbinden van de landelijke programma’s, het agenderen van signalen, monitoring en kennisdeling. Als landelijk portefeuillehouder en bestuurlijk aanspreekpunt treden de Rotterdamse wethouder Sven de Langen en burgemeester Liesbeth Spies van Alphen aan den Rijn op.
Nieuwe aanpak voor personen met een hoog veiligheidsrisico
Er komt een nieuwe aanpak voor personen met een (ernstige) psychiatrische aandoening en bij wie tevens sprake is van een hoog veiligheidsrisico. Onderdeel van de aanpak vormt het opstellen van regionale Top X lijsten. Voor personen in deze Top X komen – op basis van gedegen risicoanalyse – persoonsgerichte maatregelen beschikbaar. In 2019 wordt een risicotaxatie-instrument ontwikkeld dat zowel in het zorg- als in het veiligheidsdomein gebruikt kan worden. Een goede informatie-uitwisseling tussen partners uit deze beide domeinen is daarbij van groot belang. De persoonsgerichte aanpak bouwt voort op de ervaringen die acht Zorg- en Veiligheidshuizen de afgelopen tijd hebben opgedaan in het geval van complexe casuïstiek, zoals ook bij de aanpak van personen met ernstig verward gedrag en een hoog veiligheidsrisico. Deze groep kan zich vaak alleen met langdurige ondersteuning en een wisselende behoefte aan steun op de verschillende leefgebieden handhaven in de huidige maatschappij. Dit vergt een goede afstemming en informatie-uitwisseling tussen de betrokken partners, waaronder gemeenten, woningcorporaties, politie, OM en zorgpartners. De persoonsgerichte aanpak moet ook aansluiten bij de zogeheten ketenveldnorm, die beoogt passende zorg te bieden aan mensen met gevaarlijk, agressief en ontwrichtend gedrag, maar die geen strafrechtelijke titel (meer) hebben. Dankzij de ketenveldnorm kunnen zorgverzekeraars en zorgaanbieders ook na afloop van een strafrechtelijke titel menskracht en middelen inzetten zolang als nodig is voor de betrokken persoon. Tijdig afschalen als minder zorg nodig is én opschalen in het geval van terugval zijn cruciaal. Op dit moment lopen er vier pilots om ervaring op te doen en daarmee de ketenveldnorm gereed te maken voor landelijke implementatie in 2020.
Bestrijding van High Impact Crimes
In 2009 werden de eerste schreden gezet in de strijd tegen de high impact crimes. Tien jaar geleden waren de overvallen namelijk zo fors toegenomen dat in opdracht van de toenmalige minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin de Taskforce Overvallen werd opgericht. In de daarop volgende jaren zijn we erin geslaagd het aantal overvallen terug te dringen van 2.898 in 2009 naar 1.142 in 2018. De HIC-aanpak werd gaandeweg een begrip. Ook straatroven, geweld, woninginbraken, heling schaarden zich onder de HIC-paraplu en profiteerden van de integrale werkwijze die bij de aanpak van overvallen zo veel succes had geboekt. En ook daar met resultaat: straatroven namen af van 8.390 in 2009 naar 3.532 vorig jaar, het geregistreerde geweld daalde van 105.365 in 2009 naar 72.597 in 2018 en de woninginbraken verminderden in aantal van 91.930 in 2012 naar 42.798 in 2018. Ondanks de intensivering van de aanpak, vinden er nog steeds High Impact Crimes plaats. En iedere straatroof, overval of inbraak is er een te veel. Daarom worden er enkele (nieuwe) maatregelen gecontinueerd of geïnitieerd in de bestrijding van High Impact Crimes.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en hoofddocent op de opleiding Integraal toezichthouder handhaving en de cursus Aanpak woonoverlast.
Subsidie overvalslachtoffers
De subsidieregeling voor slachtoffers van overvallen is met 3 jaar verlengd. Wie in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2021 slachtoffer is geworden van een woning- of bedrijfsoverval, kan een subsidie van maximaal € 1.000,- aanvragen bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Het geld is bestemd voor het treffen van maatregelen om herhaling van een overval te voorkomen. Slachtoffers van een overval lopen namelijk een grotere kans om opnieuw slachtoffer te worden van een overval. Preventieve maatregelen kunnen deze kans aanzienlijk verkleinen. Voorbeelden van preventieve maatregelen zijn: het vervangen van sloten, het aanbrengen van buitenverlichting en het plaatsen van camera’s. De subsidieregeling maakt deel uit van een breder pakket aan maatregelen voor de aanpak van overvallen.
Excellent cameratoezicht
De helft van de beelden van particuliere camerasystemen in Nederland blijkt ongeschikt voor het opsporen voor verdachten. Met de campagne ‘Excellent Cameratoezicht’ kunnen ondernemers hun eigen camerasystemen en -opstellingen nu gratis laten controleren door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Dit nieuwe initiatief kan een extra impuls geven aan de aanpak van overvallen. Het aantal overvallen is sinds 2009 sterk gedaald, maar sinds eind vorig jaar is sprake van een lichte stijging. Minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid concludeert hieruit dat we moeten blijven zoeken naar nieuwe wegen om de aanpak van overvallen te versterken. “Een overval is een afschuwelijk misdrijf met veel impact op slachtoffers. Helaas vinden er gemiddeld nog steeds drie overvallen per dag plaats. Met ‘Excellent Cameratoezicht’ hebben we de beschikking over een belangrijk nieuw, effectief wapen in de strijd tegen overvallen. Een verbetering van de kwaliteit van camerabeelden helpt enorm. Ik roep daarom de hulp van ondernemers in, om samen ervoor te zorgen dat de kwaliteit van die beelden toeneemt.”
Verhoging strafmaximum voor inbreken op klaarlichte dag
De Tweede Kamer heeft op 21 mei 2019 het wetsvoorstel Herwaardering strafbaarstelling actuele delictsvormen aangenomen. Hiermee zal ook artikel 311 van het wetboek van Strafrecht gewijzigd worden. Op dit moment staat een zwaardere straf op woninginbraken die tijdens de “voor de nachtrust bestemde tijd” gepleegd worden, dan voor woninginbraken die zich op klaarlichte dag voltrekken. Dit onderscheid in strafmaat komt met de beoogde wetswijziging te vervallen. Een mooi bijeffect is dat dan ook de voorbereidingshandelingen voor een inbraak overdag strafbaar worden. Het is al langere tijd een doorn in het oog van de politie dat zij overdag niet kunnen optreden tegen een persoon die zij met inbrekersgereedschap aanhouden. ’s Avonds kan dat wel. Het wetsvoorstel moet nog door de Eerste Kamer behandeld worden.
Afname recidive stagneert
Uit de onlangs verschenen Recidivemonitor HIC blijkt dat plegers van high impact crimes een actieve dadergroep vormen en vaak al op jonge leeftijd beginnen met crimineel gedrag. Een aanzienlijk deel van hen is minderjarig ten tijde van de eerste strafzaak. Dat geldt nog in sterkere mate voor straatrovers. Vroegtijdig ingrijpen is voor deze groep daarom van groot belang. De Recidivemonitor signaleert ook een trendbreuk in de ontwikkeling van recidive. Waar tot 2013 de recidive afnam, is in 2014 en 2015 sprake van een stagnatie of zelfs van een stijging. Blijvende aandacht voor de bestrijding van high impact crimes blijft mede daarom van belang.
Buitenlandse Zaken wil contact met slachtoffers huwelijksdwang en achterlating
Het is weer zomervakantie! Tijd voor een gezellige vakantie met je gezin of familie. Een leuke periode, maar helaas niet voor iedereen. Ieder jaar weer worden Nederlandse meisjes en jongens door hun ouders achtergelaten in het buitenland of gedwongen te trouwen.
Frank van Summeren, adviseur veiligheid bij RONT Management Consultants en voorzitter van de adviesraad veiligheid van het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken staat slachtoffers van huwelijksdwang en achterlating bij en zet zich – samen met het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating (LKHA) – in voor een veilige terugkeer naar Nederland. Het ministerie is 24/7 bereikbaar voor de in het buitenland achtergelaten kinderen en tieners. Het is belangrijk dat slachtoffers van huwelijksdwang en achterlating weten hoe ze vanuit het buitenland hulp kunnen krijgen. Daarom is het ministerie van Buitenlandse Zaken een campagne gestart om het 24/7 BZ noodnummer bij jongeren onder de aandacht te brengen. Via dat nummer kunnen slachtoffers vanuit het buitenland met een telefoontje of een Whatsappbericht direct contact krijgen met de ambassade.
Hulp van de ambassade
Wanneer een slachtoffer zich meldt bij Buitenlandse Zaken volgt direct actie. Medewerkers op de ambassades hebben kennis van deze problematiek en houden contact met de vaak minderjarige slachtoffers, adviseren hen, en regelen zaken in contacten met de lokale autoriteiten en hulporganisaties. In Den Haag werkt het ministerie samen met het LKHA aan de veilige terugkeer naar Nederland van deze slachtoffers. Het LKHA onderhoudt de nodige contacten in Nederland, bijvoorbeeld met de Raad voor de Kinderbescherming.
Tegen hun wil achtergelaten
Elk verhaal is anders. Het helpen van deze jongeren betekent dus dat het ministerie samen met het LKHA maatwerk moet leveren. Soms worden jongeren tegen hun wil achtergelaten in het buitenland, bijvoorbeeld bij familie die niet (goed) voor ze zorgt, mogen ze niet naar school of worden ze gedwongen te trouwen met iemand die ze niet kennen. Het komt ook voor dat kinderen of tieners worden achtergelaten op een hele strenge kostschool, of zelfs op straat worden achtergelaten.
Moeilijk om hulp te bieden
Vaak hebben slachtoffers van achterlating of huwelijksdwang naast de Nederlandse nationaliteit ook de nationaliteit van het land waar ze zijn achtergelaten. Dat maakt het soms moeilijk om ze te helpen, omdat de autoriteiten deze jongeren vaak als een eigen burger beschouwen. Bemoeienis van Nederland wordt dan in sommige gevallen gezien als ongewenst. Achterlating en gedwongen huwelijken komen veelal voor in landen waar de situatie niet stabiel is, zoals Pakistan, Irak, Somalië en Soedan. Het is niet altijd even makkelijk, maar het ministerie zet alles op alles om deze jongeren uit hun benarde situatie te krijgen. Het is heel belangrijk dat slachtoffers van achterlating of huwelijksdwang in het buitenland weten dat ze altijd een beroep kunnen doen op de Nederlandse ambassade in het land waar ze terecht zijn gekomen.



