Kabinet wil wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding permanent maken

Het kabinet wil de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding permanent maken. Daarmee heeft de ministerraad ingestemd op voorstel van minister Van Weel van Justitie en Veiligheid. De wet geeft de overheid de bevoegdheid om mensen vrijheidsbeperkende maatregelen op te leggen als zij mogelijk een terroristisch gevaar vormen maar het strafrecht geen of nog geen mogelijkheden biedt. Zonder aanpassing vervalt de huidige wet op 1 maart 2027.

Veiligheid voorop

Minister Van Weel: “Als minister van Justitie en Veiligheid staat voor mij de veiligheid in onze samenleving altijd voorop. Terrorisme is een aanval op onze vrijheid en veiligheid. Met het permanent maken van deze wet zorgen we ervoor dat de overheid snel, preventief en doelgericht kan ingrijpen wanneer de nationale veiligheid dat vereist.”

De permanente wet

De tijdelijke wet wordt door het kabinet omgezet naar een permanente wet. De wet biedt de mogelijkheid tot het opleggen van een meldplicht, een gebiedsverbod of een contactverbod aan personen met een terroristisch dreigingsprofiel. Het gaat daarbij om personen die op grond van hun gedragingen in verband kunnen worden gebracht met terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan. Daarnaast kan een uitreisverbod worden opgelegd, waarmee iemand wordt verboden het Schengengebied te verlaten indien het vermoeden bestaat dat deze zich als doel heeft zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie. De wet kent een wijziging ten opzichte van de tijdelijke wet; het kabinet heeft namelijk besloten de maatregel om subsidies en vergunningen in te trekken te laten vervallen, aangezien deze sinds de invoering nooit is ingezet.

Advies van de Raad van State

Het tijdelijk beperken van iemands vrijheid zonder voorafgaande veroordeling is een ingrijpende maatregel. De Raad van State plaatste daarom kanttekeningen bij de noodzaak van het voorstel. Het kabinet erkent dit, maar kiest er bewust voor de wet permanent te maken. De lat voor het opleggen van een maatregel ligt hoog en wordt om die reden dan ook niet vaak ingezet. Daarbij blijft de terroristische dreiging onverminderd aanwezig. Het kabinet acht het dan ook essentieel dat de minister van Justitie en Veiligheid dit instrument kan inzetten indien dit noodzakelijk is voor de bescherming van de nationale veiligheid. Het wetsvoorstel wordt nu ingediend bij de Tweede Kamer.