Tweede Kamer stemt in met wetsvoorstel terugkeer en vreemdelingenbewaring
De Tweede Kamer heeft ingestemd met de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring. Doel hiervan is een solide juridische basis voor vreemdelingenbewaring om te voorkomen dat vreemdelingen uit het zicht raken als zij moeten vertrekken uit Nederland. Daarnaast komen er meer mogelijkheden om vreemdelingen die niet in Nederland mogen blijven, mee te laten werken aan hun vertrek. Ook kan straks steviger worden opgetreden tegen vreemdelingen die met crimineel gedrag zorgen voor ernstige overlast. Daarmee zet het kabinet een volgende stap naar een effectiever terugkeerbeleid. Deze wet gaat behandeld worden in de Eerste Kamer.
Wat de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring regelt
- Meewerken aan vertrek kan door deze wet beter worden afgedwongen. Bijvoorbeeld wanneer een vreemdeling weigert om in een bus te stappen van de Dienst Vervoer & Ondersteuning voor een presentatie op een ambassade. De overheid kan dan medewerking afdwingen. Als een vreemdeling vervolgens blijft tegenwerken kan hij of zij worden gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of een geldboete van maximaal 5.500 euro.
- Er komt meer tijd voor de politie en Koninklijke Marechaussee om te beoordelen of vreemdelingenbewaring nodig is en opgelegd kan worden. Dat is hard nodig omdat het maken van deze beoordeling erg complex kan zijn.
- Een grotere groep vreemdelingen die met crimineel gedrag ernstige overlast veroorzaakt, kan ongewenst worden verklaard. Dan gaat het bijvoorbeeld om vreemdelingen die ernstige strafbare feiten plegen, zoals vechtpartijen of diefstal. Na een ongewenstverklaring moet de vreemdeling Nederland onmiddellijk verlaten en mag hij niet meer terugkeren.
Doorpakken
Minister Van den Brink: “Wie hier niet mag blijven of zich ernstig misdraagt, moet vertrekken. En als iemand niet meewerkt, dan grijpen we in. Te lang was terugkeer in de praktijk te vrijblijvend. Met deze wet hebben we de middelen om door te pakken. Dat is nodig voor meer grip op migratie, voor de bescherming van de openbare orde en voor het draagvlak voor opvang onder Nederlanders. Tenslotte hebben we ook de maatregelen (ongewenstverklaring en afschaffen dwangsommen) weer in de wet verankerd nadat deze door verwerping van de asielnoodmaatregelenwet waren vervallen.”



